Bijlage 8 GEANONIMISEERD Ruimtelijke onderbouwing - A25.004277
Tekst van het document
M
EES UIMTE & MILIEU
Ruimtelijke onderbouwing Project
Grensweg
3 te Nieuwerkerk
Status
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Kenmerk Datum
Mees
Ruimte & Milieu
| Postbus 854 | 2700 AW
den IJssel 3.1
Projectnummer
Auteur
aan
18 februari 2025
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)
Zoetermeer
info@meesruimteenmilieu.nl | www.meesruimteenmilieu.nl | IBAN BEN: (geanonimiseerd) <<
34237628
COLOFON Mees Ruimte
& Milieu
| Postbus
854
| 2700
AW
Zoetermeer
(geanonimiseerd) Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Mees Ruimte & Milieu.
Mees
Ruimte
& Milieu
| (geanonimiseerd)
Pagina | 2
INHOUDSOPGAVE Inleiding Doel
Leeswijzer Projectbeschrijving Projectlocatie Huidige situatie Beoogde ontwikkeling Geldende bestemmingsplannen Ruimtelijk beleid Rijksbeleid Provinciaal beleid Regionaal beleid Gemeentelijk beleid
Omgevingsaspecten Archeologie Bedrijven en milieuzonering Bodem Cultuurhistorie Duurzaamheid Externe veiligheid Geluid Luchtkwaliteit atuur
Ontplofbare oorlogsresten en parkeren
Verkeer Water Toets
stedelijke ontwikkeling
Besluit
m.e.r.
Beschrijving uitvoerbaarheid Economische uitvoerbaarheid Maatchappelijke uitvoerbaarheid Conclusie
ruimtelijke en functionele inpasbaarheid
Bijlagen 4
Verkennend bodemonderzoek ter plaatse van de Grensweg 3 te Nieuwerkerk aan den IJssel. Arnicon B.V, d.d. 9 augustus 2021 Akoestisch onderzoek Grensweg 3 te Nieuwerkerk aan den IJssel. TecMaP, d.d. 27 december 2023 en Geluidwering gevel, rapportnummer: R23219.002.01 d.d. 5 februari 2024. Rapport QS, rapportnummer 24401.001, versienummer D2, d.d. 3 september 2024. Addendum quickscan flora en fauna Grensweg 3, d.d. 10 februarie 2025. Stikstofdepositie onderzoek Grensweg 3 Nieuwerkerk aan den IJssel. De Roever
SW
Omgevingsadvies,
Mees
Ruimte
& Milieu
| (geanonimiseerd)
d.d. 8 december 2023
Pagina | 3
Ü
INLEIDING In opdracht van de familie Groenendijk en Mattone Bouwmeesters (verder: initiatiefnemer) heeft Mees Ruimte & Milieu een ruimtelijke onderbouwing opgesteld voor de ontwikkeling van een nieuwe plattelandswoning op de locatie Grensweg 3 te Nieuwerkerk aan den IJssel. Meer concreet bestaat de beoogde ontwikkeling uit de vervangende nieuwbouw van de bestaande woning op een locatie elders binnen het perceel. In het geldende bestemmingsplan is er op het perceel de bestemming ‘Lintzone’ opgenomen en geldt de functieaanduiding
‘specifieke vorm van wonen plattelandswoning' ter plaatse van de bestaande woning. Om de realisatie van de vervangende woning buiten het aanduidingsvlak toe te staan dient er een planologische procedure te worden doorlopen. —
1.1
DOEL De
planologische procedure wordt doorlopen aan de hand van de omgevingsvergunning voor de activiteit ‘planologisch strijdig gebruik’. Onderdeel van deze omgevingsvergunning is de motivatie om af te wijken van het vigerende bestemmingsplan, de zogenoemde Goede Ruimtelijke Onderbouwing (GRO). Voorliggende rapportage betreft de GRO, waarin het project aan de hand van de omgevingsaspecten wordt gemotiveerd.
12
LEESWIJZER De
ruimtelijke onderbouwing
is opgebouwd
uit een zestal hoofdstukken:
Hoofdstuk 1 betreft de inleiding; Hoofdstuk 2 betreft een beschrijving van het project Hoofdstuk 3 betreft het relevant ruimtelijk beleid;
en
het
geldende bestemmingsplan;
Hoofdstuk 4 betreft de omgevingsaspecten; Hoofdstuk 5 betreft een beschrijving van de uitvoerbaarheid; Hoofdstuk 6 betreft de conclusie.
Mees
Ruimte
& Milieu
(geanonimiseerd) GE
Pagina | 4
De projectlocatie is gelegen aan de Grensweg 3, in het buitengebied van de gemeente Zuidplas, ten noordoosten van de kern van Nieuwerkerk aan den IJssel. De locatie is kadastraal bekend gemeente: Nieuwerkerk aan den IJssel, sectie: B en nummer 4783, en heeft een oppervlakte van ruim één hectare. Parallel aan de Grensweg, aan de overzijde van de watergang, ligt de Tweede Tochtweg. De projectlocatie is onderdeel van de lintbebouwing aan de Tweede Tochtweg. Dit gebied was hoofdzakelijk in gebruik als glastuinbouwgebied, maar de meeste bedrijvigheid is verdwenen. De woonfunctie is nu de meest voorkomende functie, gelegen in een omgeving van weidepercelen. Aan de noordwestzijde van de projectlocatie is op zo'n 290 meter de snelweg A20 gelegen. Op korte afstand daarvan bevindt zich eveneens de afrit 17 ‘Nieuwerkerk aan den IJssel’. Verder ligt aan de zuidoostzijde, op zo'n 265 meter
van
de
projectlocatie,
de
spoorlijn Gouda
—
Rotterdam.
Figuur 1. Luchtfoto projectlocatie (bron: QGIS)
Legenda TC Projectlocatie
Mees
Ruimte
& Milieu
| (geanonimiseerd)
Pagina | 5
22
HUIDIGE SITUATIE In de Deze
huidige situatie is ter plaatse van de projectlocatie een bestaande woning met bijgebouw aanwezig. bebouwing concentreert zich in de meest oostelijke hoek van de locatie. De woning heeft voorheen gefunctioneerd als bedrijfswoning bij een glastuinbouwbedrijf. De voormalige bedrijfsbebouwing bestaande kassen, is reeds gesloopt. De woning en het bijgebouw ter plaatse van de projectlocatie zijn verouderd en voldoen niet meer aan de eisen van de huidige tijd. Figuur 2.
2.3
Foto's
De
de bestaande bebouwing op de projectlocatie (bron: eigen materiaal initiatiefnemer)
van
BEOOGDE
uit
ONTWIKKELING
beoogde ontwikkeling
te Nieuwerkerk
eisen
aan
huidige gepositioneerd in de oostelijke hoek nieuwe woning wordt meer centraal
van
De
woning
van
de
betreft de vervangende nieuwbouw van een plattelandswoning aan de Grensweg IJssel. De verouderde woning wordt vervangen voor een woning die weer aan de tijd voldoet. De positionering van de woning wijzigt daarbij. De bestaande woning is
footprint van
3
den
de nieuw te bouwen
gewenste woning heeft
een
de projectlocatie op relatief korte afstand van de Grensweg. De op het perceel gesitueerd en op iets ruimere afstand van de weg.
inhoudsmaat
bouwwerken). De goothoogte bedraagt plaatse van de schoorsteen).
neemt
toe ten
opzichte
van
de bestaande te
slopen woning.
De
circa 824 m° (exclusief vergunningvrije aangebouwde circa 3 meter en de bouwhoogte circa 6,5 meter (gemeten ter van
Het bestaande bijbehorend bouwwerk wordt gesloopt en het beoogde plan voorziet in een nieuw te realiseren bijbehorend bouwwerk. Daar waar het huidige bijbehorend bouwwerk groter is dan de oppervlakte van de bestaande woning, is in de beoogde situatie de plattelandswoning het meest grote bouwvolume op het perceel. Het te realiseren bijbehorend bouwwerk wordt separaat aangevraagd.
Mees
Ruimte
& Milieu
(geanonimiseerd)
Pagina | 6
Figuur 3.
Situatietekening beoogde ontwikkeling
(bron: QGIS, eigen bewerking
Legenda [72 Projectlocatie
kad
HAtaded kaal AME? be ZAP Î ri Es
akk
Mees
Ruimte
& Milieu
(geanonimiseerd)
E| \
M
Pagina | 7
_Stedenbouwkundige
2.3.1
en
landschappelijke inpassing
In de jaren '70 is door verschillende glastuinbouwers de grond tussen de A20 spoorlijn en tussen de Tweede Tochtweg N219, verkaveld en in gebruik genomen. Voor die tijd waren het weilanden. Inmiddels neemt de bedrijvigheid in het gebied af en resteren woningen met bijgebouwen, waaronder ook op onderhavige locatie. —
-
Het laagste punt van Nederland bevindt zich in een weiland in de Zuidplaspolder ten noordoosten van Nieuwerkerk aan den IJssel. Dit punt ligt hemelsbreed op ongeveer 500 meter vanaf de projectlocatie. Dit is verwerkt in de architectuur van de nieuw te realiseren woning, door er een peilstok in te symboliseren. Door de woning in de lijn van de oorspronkelijke watergang te positioneren kan de peilstok ook daadwerkelijk in het water
verdwijnen.
De hoofdvorm
van de te realiseren woning bestaat uit een rustige en eenvoudige kapvorm. Het gehele is afgedekt met een rieten kap welke losgekoppeld is van de gevels. Hierdoor lijkt de kap te Aan de voorzijde zijn de gootlijnen laag om de woning een sober en landelijke uitstraling te geven.
hoofdgebouw zweven.
In de nieuwe situatie worden nieuwe bomen en bossages aan de randen van het perceel aangeplant. Minimaal één derde van het perceel wordt in gebruik genomen als nieuwe natuur, waarvan ook het creëren van extra waterberging onderdeel is. De bestaande wateroppervlakte, bestaande uit twee watergangen aan de langszijden van de projectlocatie, wordt uitgebreid met een nieuw wateroppervlak van circa 2.920 m?. Daarnaast is in het plan gewerkt met natuurvriendelijke oevers.
24
GELDENDE
BESTEMMINGSPLANNEN
Ter plaatse van de projectlocatie gelden de bestemmingplannen “Zuidplas West”, “Parapluherziening Archeologie”, “Parapluherziening Parkeren”, “Verzamelplan Zuidplas 2021” en “Parapluherziening Flitsbezorging”.
Zuidplas West Het bestemmingsplan “Zuidplas West” is vastgesteld op 16 juni 2009. In gevolge van dit bestemmingsplan geldt op westzijde van de projectlocatie de bestemming ‘Agrarisch Glastuinbouw’, grotendeels de functieaanduiding ‘ecologische verbindingszone’ en voor een deel de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer hov reserveringszone’. Beide functieaanduidingen zijn gekoppeld aan de gebiedsaanduiding ‘wro wijzigingszone wijzigingsgebied 9’. Verder gelden de gebiedsaanduidingen ‘geluidzone spoor’, ‘geluidzone risicozone 1’ en ‘veiligheidszone vervoer weg’, ‘veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen weg risicozone 2’. gevaarlijke stoffen weg —
—
—
—
—
—
—
—
—
—
Op basis van artikel 4 van het bestemmingsplan geldt dat de gronden zijn bestemd voor: a.
b.
d. e.
Mees
voor
‘Agrarisch
—
Glastuinbouw’ aangewezen
glastuinbouwgebied met volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven voor alle typen glastuinbouwteelt (groenten, bloemen, substraat, belicht en niet-belicht), met de daarbij behorende kassen, klimaathallen, warenhuizen, of andere opstallen van glas, alsmede hulpgebouwen, stookhuizen en/ of ketelhuizen en warmteopslagtanks; uitsluitend bestaande bedrijven of bedrijfsactiviteiten mits legaal, die niet behoren tot de bedrijven/ bedrijfsactiviteiten als bedoeld in 4.1, sub a; een
alsmede ook c.
—
—
voor:
agrarische bedrijfswoning ter plaatse van de functieaanduiding ‘bedrijfswoning’; gietwaterbassins en overige waterberging; waterhuishoudkundige voorzieningen; een
Ruimte
& Milieu
| (geanonimiseerd)
Pagina | 8
En md
groenvoorzieningen; parkeervoorzieningen; watergangen met natuurlijke oevers of oeverbeschoeiingen en waterpartijen; voorzieningen van algemeen nut behorende bij de glastuinbouwbedrijven als bedoeld
in sub
a.
Ter
plaatse van de functieaanduiding ‘ecologische verbindingszone’ zijn burgemeester en wethouders bevoegd om de hierbinnen gelegen gronden te wijzigen ten behoeve van een ecologische en recreatieve verbindingszone met een maximale breedte van 30 meter. Verder
hov reserveringszone' geldt dat ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer onder voorwaarden burgemeester en wethouders bevoegd zijn om de hierbinnen gelegen gronden te wijzigen naar een HOV lijn. —
—
—
Parapluherziening Archeologie De parapluherziening Archeologie is vastgesteld op 6 maart 2018. Het bestemmingsplan vormt de digitale vertaling van het gemeentelijk archeologisch beleid. In paragraaf 4.1 van onderhavige ruimtelijk onderbouwing wordt nader op het aspect archeologie ingegaan. Parapluherziening Parkeren De parapluherziening Parkeren is vastgesteld op 24 april 2018. In gevolge van de vaststelling van dit plan is geborgd dat ten behoeve van het parkeren of stallen van auto's in voldoende mate ruimte moet zijn aangebracht in, op of onder het gebouw, dan wel op of onder het onbebouwde terrein dat bij dat gebouw behoort. In paragraaf 4.11 van deze ruimtelijke onderbouwing komt het aspect verkeer en parkeren aan bod, waardoor er in deze paragraaf niet nader op wordt ingegaan. Verzamelplan Zuidplas 2021 Het verzamelplan “Zuidplas 2021” is vastgesteld op 7 juli 2021 door de raad van de gemeente Zuidplas. Hierdoor is voor een groot deel van de projectlocatie het bestemmingsplan ‘Zuidplas West’ ter plaatse aangepast. Het zuidwestelijk deel van de projectlocatie is middels het verzamelplan niet herzien. In gevolge
vaststelling van het verzamelplan geldt op de locatie de enkelbestemming ‘Lintzone'. enkelbestemming is een bouwvlak opgenomen. Enkel voor de strook van de projectlocatie die grenst aan de Grensweg, geldt het bouwvlak niet. Daarnaast is bijna de volledige projectlocatie gelegen binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidzone spoor’ en de gehele projectlocatie binnen de gebiedsaanduiding Voorts dat de ‘geluidzone weg’. geldt gehele projectlocatie gelegen is binnen de gebiedsaanduiding vervoer stoffen risicozone 2’ en slechts de zuidelijke helft van de ‘veiligheidszone gevaarlijke weg binnen de projectlocatie gebiedsaanduiding ‘veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen weg risicozone 1’. Ter plaatse van de huidige woning op het perceel is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen plattelandswoning’ opgenomen. Binnen deze functieaanduiding geldt dat gebouwd mag worden tot een maximum goothoogte van 7 meter en een maximum bouwhoogte van 10 meter. van
de
Binnen deze
—
—
—
-
—
—
—
—
—
Op
basis bestemd
artikel 6 van het bestemmingsplan geldt dat de voor ‘Lintzone’ aangewezen gronden zijn bestaande (glastuinbouw)bedrijven, één plattelandswoning ter plaatse van de functieaanduiding ‘specifieke vorm van wonen plattelandswoning’ en aan-huis-verbonden beroepen en huis-verbonden bedrijven. Ook zijn bij de hiervoor genoemde functies behorende tuinen, erven, paden, van
voor
—
wegen,
parkeervoorzieningen,
In gevolge Conform
van
de
van
artikel 21.6
water,
waterhuishoudkundige voorzieningen
toepassing zijnde gebiedsaanduidingen
is het
en
volgende
aan-
kunstwerken toegestaan. van
belang:
de regels van het bestemmingsplan geldt dat binnen de gebiedsaanduiding de ‘geluidszone spoor’ bij uitvoering van een plan voor het bouwen van woningen (nieuwbouw of herbouw) en de aanleg van geluidgevoelige terreinen de voorkeursgrenswaarde van 55 dB en voor de realisatie van andere geluidgevoelige bestemmingen de voorkeursgrenswaarde van 53 dB vanwege het spoorwegverkeer dient te worden gerespecteerd. Dit is enkel anders indien geheel of gedeeltelijk op de woningen of andere van
—
Mees
Ruimte
& Milieu
| (geanonimiseerd)
Pagina | 9
geluidsgevoelige objecten geen grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder van toepassing zijn (zoals bijvoorbeeld het geval is bij een ‘dove gevel’) dan wel een hogere grenswaarde is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag. In paragraaf 4.7 van deze ruimtelijke onderbouwing komt het aspect geluid aan bod, waardoor er in deze paragraaf niet nader op wordt ingegaan. Conform artikel 21.7
van de regels van het bestemmingsplan geldt dat binnen de gebiedsaanduiding ‘geluidszone weg’ bij de uitvoering van een plan voor het bouwen van woningen (nieuwbouw of herbouw) of andere geluidsgevoelige objecten de voorkeursgrenswaarde vanwege het wegverkeer volgens het bepaalde in de Wet geluidhinder dient te worden gerespecteerd. Dit is enkel anders indien geheel of gedeeltelijk op de woningen of andere geluidsgevoelige objecten geen grenswaarden ingevolge de Wet geluidhinder van toepassing zijn (zoals bijvoorbeeld het geval is bij een ‘dove gevel’) dan wel een hogere grenswaarde is afgegeven door het daartoe bevoegde gezag. Ook hiervoor geldt dat in paragraaf 4.7 van deze ruimtelijke onderbouwing op het aspect geluid in wordt gegaan. —
Conform artikel 21.9
en 21.10 van de regels van het bestemmingsplan geldt dat binnen de risicozone 1’ en ‘veiligheidszone gebiedsaanduidingen ‘veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen weg vervoer gevaarlijke stoffen risicozone 2’ milieugevoelige nieuwe (beperkt) kwetsbare objecten (zoals weg woningen) slechts mogen worden gerealiseerd na (het toetsen aan het plaatsgebonden risico en) het verantwoorden van het groepsrisico. In paragraaf 4.6 van deze ruimtelijke onderbouwing komt het aspect externe veiligheid aan bod, waardoor er in deze paragraaf niet nader op wordt ingegaan. —
—
Figuur 5.
—
—
—
—
Uitsnede verbeelding geldende bestemmingsplannen (bron:
QGIS, eigen bewerking)
pl
FJ
Projectlocatie Enkelbestemming Lintzone
Bouwvlak
Functieaanduiding specifieke vorm
van
wonen
plattelandswoning Maatvoering ©
maximum
bouwhoogte:
e
maximum
goothoogte:
10 7
m
m
Gebiedsaanduiding d
geluidzone
-spoor
Gebiedsaanduiding geluidzone weg -
Gebiedsaanduiding veiligheidszone vervoer gevaarlijke stoffen
-
weg
-
-
risicozone 2
Enkelbestemming Agrarisch
-
Glastuinbouw
Functieaanduiding ecologische verbindingszone Gebiedsaanduiding wro-zone wijzigingsgebied -
Mees
Ruimte
9
& Milieu | (geanonimiseerd)
Pagina | 10
Parapluplan Flitsbezorging Het parapluplan Flitsbezorging is vastgesteld op 27 juni 2023. Het paraplubestemmingsplan biedt een nieuw planologisch kader voor flitsbezorgsupermarkten in de vorm van darkstores. Onderhavige ontwikkeling voorziet niet in een flitsbezorgsupermarkt waardoor in deze ruimtelijke onderbouwing niet nader op dit parapluplan wordt ingegaan. 2.4.1
Toets
aan
De beoogde ontwik! West” en “Verzamel e
Het
bestemmingsplan
eling op de projectlocatie is in strijd met de geldende bestemmingsplannen “Zuidplas plan Zuidplas 2021”. De strijdigheden zijn gelegen in:
gebruik: o
o
e
het
he
in gebruik nemen van de plattelandswoning op de beoogde locatie is binnen het geldende bestemmingsplan niet toegestaan; he in gebruik nemen van het zuidwestelijk deel van de tuin is binnen het geldende bestemmingsplan niet toegestaan;
Het bouwen: o he bouwen van de beoogde vervangende woning is voorzien binnen het bouwvlak maar buiten de functieaanduiding voor de plattelandswoning en daardoor in strijd met de o
bouwregels
van
he
van
bouwen
bouwregels van de tuininrichting Geconcludeerd wordt procedure is derhalve
Mees
Ruimte
& Milieu
het geldende het beoogde het geldende betreft.
dat het
bestemmingsplan; bruggetje over het nieuw aan te leggen water is in strijd met de bestemmingsplan doordat dit een bouwwerk in het kader van
beoogde plan strijdig is met het geldende bestemmingsplan. benodigd om de beoogde ontwikkeling van de woning toe te staan.
(geanonimiseerd) rl
Een
planologische
Pagina | 11
RUIMTELIJK 3.1
BELEID
RIJKSBELEID 3.1.1
Nationale
Omgevingsvisie
Per 11
september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie vastgesteld. Hierin zijn de kaders van het nieuwe rijksbeleid opgenomen. Deze Omgevingsvisie vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruimtelijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld. In de Nationale
Omgevingsvisie (NOVI) wordt door het Rijk een langetermijnvisie gegeven op de toekomstige ontwikkeling van de leefomgeving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De combinatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. Figuur 6.
Afwegen
met de NOVI
(bron: Nationale Omgevingsvisie)
TOEKOMSTIGE ONTWIKKELINGEN prioriteiten
nationale .
belangen en
opgaven
Kiimaatadaptatie
afwegingsprincipes
en energietransitie
duurzaam economi
groeipotentieel sterke steden
en en
gezonde regio's
afwentelen
De NOVI beschrijft een toekomstperspectief met de ambities: wat willen we bereiken? Vervolgens worden de 21 nationale belangen in de fysieke leefomgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. De vier prioriteiten De Uitvoeringsagenda beschrijft de vier prioriteiten. De opgaven uit de toelichting kunnen veelal niet apart van elkaar worden aangepakt. Als een samenhangende, integrale aanpak nodig is, over de sectoren heen, vraagt dit een andere inzet. De samenhang tussen opgaven manifesteert zich rond vier prioriteiten.
AN Mees
Ruimte
klimaatadaptie en energietransitie groeipotentieel Sterke en gezonde steden en regio's Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied voor
Duurzaam economisch
Ruimte
& Milieu
(geanonimiseerd)
Pagina | 12
Drie afwegingsprincipes Het doel van de Omgevingswet is het bereiken
‘(a) het bereiken en in stand houden veilige gezonde fysieke leefomgeving goede omgevingskwaliteit en (b) doelmatig beheren, en ontwikkelen van de ter gebruiken fysieke leefomgeving vervulling van maatschappelijke behoeften’. van
een
van
en
een
en
balans tussen:
een
Beschermen en ontwikkelen sluiten elkaar niet per definitie uit en kunnen elkaar zelfs versterken. Echter, gaan beschermen en ontwikkelen niet altijd en overal zonder meer samen en zijn soms echt onverenigbaar. Een optimale balans tussen deze twee vergt steeds een zorgvuldige afweging en prioritering van ongelijksoortige belangen. Om dit afwegingsproces en de omgeving inclusieve benadering richting te geven, is in de NOVI een drietal afwegingsprincipes geformuleerd: 1.
Combineren boven
2.
Kenmerken & identiteit
enkelvoudig
3.
Afwentelen voorkomen
Relatie tot de ontwikkeling Het project betreft de vervangende nieuwbouw van de bestaande woning op een locatie elders binnen het perceel. Het project betreft daarmee een ontwikkeling op perceelsniveau. Op het projectgebied en het
project zijn geen nationale belangen voor het projectgebied. Conclusie De Nationale
3.1.2
Omgevingsvisie
Besluit
van
vormt geen
toepassing.
Hiermee is de Nationale
belemmering
voor
de
Omgevingsvisie
niet relevant
beoogde ontwikkeling.
algemene regels ruimtelijke ordening
Het Besluit
algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) geeft de juridische kaders die nodig zijn om het vigerend ruimtelijk rijksbeleid te borgen en legt daarmee nationale ruimtelijke belangen vast. De ruimtelijke onderwerpen van nationaal belang zijn daardoor beperkt. Het bevat regels die de beleidsruimte van andere overheden ten aanzien van de inhoud van ruimtelijke plannen inperken, daar waar nationale belangen dat noodzakelijk maken. In hoofdstuk 2 van het Barro is, om de nationale belangen te beschermen per onderwerp (één onderwerp per titel) aangegeven welke beperkingen er per welk (ruimtelijk) gebied gelden. Relatie tot de ontwikkeling Het project raakt geen nationale de gewenste functiewijziging. Conclusie Het Barro vormt geen
3.1.3
Besluit
ruimtelijke belangen.
belemmering
voor
de
Het Barro heeft daardoor geen directe
gevolgen
voor
beoogde ontwikkeling.
ruimtelijke ordening (Bro)
Het Bro stelt vanuit de Rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij de verschillende overheden. Onderwerpen zoals Ladder voor duurzame verstedelijking en de proceseisen voor goed ontwerp, aandacht voor de waterhuishouding (watertoets), het milieu en het cultureel erfgoed zijn allen geborgd in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). De relevante onderwerpen voor onderhavig project worden behandeld in hoofdstuk 4, waarin de ruimtelijke en milieutechnische aspecten worden behandeld. Ladder voor duurzame verstedelijking De Ladder voor duurzame verstedelijking is als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen. Het doel van de Ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening in de vorm
van
afweging
Mees
Ruimte
een en
optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Met de Ladder wordt een zorgvuldige transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd.
& Milieu
| (geanonimiseerd)
Pagina | 13
Wettelijk kader De Ladder voor duurzame e
e
verstedelijking is verankerd in het Bro. Artikel 1.1.1. definieert relevante begrippen: bestaand stedelijk gebied: bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur; _ stedelijke ontwikkeling: ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.
Artikel 3.1.6 van het Bro: e Lid 2: de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. e Lid 3: indien in een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid toepassing is gegeven aan artikel
3.1.6,
eerste
lid, onder a of b, van de
wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in beschrijving het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Lid 4: een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat het bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke actuele economische gevolgen van die vestiging, van
e
slechts tot doel
na
te gaan
of de
vestiging van een dienst
in
overeenstemming
is met
een
goede
ruimtelijke ordening. Relatie tot de ontwikkeling Het projectplan is niet te typeren als
stedelijke ontwikkeling. Er is sprake van een plattelandswoning blijft sprake plattelandswoning, die weliswaar elders op de locatie wordt Uit wanneer een gesitueerd. jurisprudentie blijkt ruimtelijk plan voorziet in de realisatie van 11 woningen (of die hun afstand als één woningbouwlocatie als bedoeld in artikel 1.1.1, eerste minder), gelet op onderlinge van het Bro kunnen worden deze lid, aangemerkt, ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling kan worden aangemerkt (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Dit heeft als gevolg dat de Ladder voor duurzame verstedelijking niet doorlopen hoeft te worden. en
er
een
nieuwe
van
een
Conclusie De Ladder
3.2
voor
duurzame
PROVINCIAAL 3.2.1
verstedelijking
hoeft niet
doorlopen
te worden
voor
de
beoogde ontwikkeling.
BELEID
_Omgevingsvisie Zuid-Holland
Per 1 april 2023 is de
geconsolideerde versie van de Zuid-Hollandse Omgevingsvisie in werking getreden. De met de Omgevingsverordening en het Omgevingsprogramma het provinciale Omgevingsvisie van de Omgevingsbeleid provincie Zuid-Holland. De Omgevingsvisie is opgebouwd uit een groot aantal waaronder beleidskeuzes, ‘gezonde en veilige leefomgeving’, ‘ruimtelijke kwaliteit’, ‘verstedelijking’, etc. Op iedere beleidskeuze is in de visie een toelichting gegeven en wordt het provinciaal belang gemotiveerd. Enkele relevante beleidskeuzes worden in deze paragraaf behandeld. vormt samen
Gezonde en veilige leefomgeving De provincie wil zorgen voor een
gezonde en veilige leefomgeving. Een omgeving die inwoners als prettig ervaren, uitnodigt gezond gedrag en beschermt tegen negatieve invloeden, zoals luchtvervuiling, bodemverontreiniging, veiligheidsrisico’s, geluid, wateroverlast en hittestress. Naast het beschermen wil de tot
Mees
Ruimte
& Milieu
(geanonimiseerd) rl
Pagina | 14
provincie een duidelijke verbetering gezond gedrag in te richten.
van
de
huidige leefomgeving
bevorderen
door de
leefomgeving
ook op
Ruimtelijke kwaliteit De provincie stuurt op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit, als onderdeel van de kwaliteit van de leefomgeving. Ruimtelijke kwaliteit is het evenwicht en samenspel van toekomstwaarde, gebruikswaarde en belevingswaarde. Ruimtelijke ontwikkelingen moeten niet alleen functioneel zijn, maar ook duurzaam houdbaar (of bewust tijdelijk) en in hun uiterlijke verschijning op een positieve manier bijdragen aan de kwaliteit van de omgeving. Ruimtelijke kwaliteit begint met het kiezen van de juiste plek voor nieuwe ontwikkelingen. Bij ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening gehouden worden met de gebruikswaarde, de toekomstwaarde en de belevingswaarde van een gebied. Hoe ruimtelijke ontwikkelingen een bijdrage kunnen leveren aan het behouden en versterken van ruimtelijke kwaliteit is een ontwerpopgave. Om hier richting aan te heeft de provincie richtpunten voor ruimtelijke ontwikkelingen opgesteld. Om
te kunnen bepalen of een ruimtelijke ontwikkeling passend is, is vooral de ruimtelijke impact van belang. Daarbij hanteert de provincie met het oog op de wisselwerking tussen gebiedskwaliteiten en ontwikkelingen de volgende uitgangspunten: e
e
e
De aard en schaal van een gebied bepalen of een ontwikkeling in meer of mindere mate passend is. In een agrarisch gebied passen stedelijke functies als woonwijken of bedrijventerreinen niet bij de aard en zijn daarmee gebiedsvreemd. De schaal van een gebied (‘korrelgrootte’) bepaalt of een ontwikkeling al dan niet past bij die schaal. Het ‘laadvermogen’ van een coulisselandschap is immers anders dan dat van een open veenweidepolder. Een
ontwikkeling die past bij de schaal en aard van een gebied heeft in beginsel weinig ruimtelijke impact op gebiedskwaliteiten en vraagt daarom weinig tot geen provinciale betrokkenheid. _Hoe meer een ontwikkeling afwijkt van de aard en schaal van een gebied, des te groter is in beginsel de ruimtelijke impact van nieuwe ontwikkelingen en des te eerder raken ze provinciale doelen of belangen. Dit geldt eveneens naarmate de kwaliteit van een gebied bijzonderder of kwetsbaarder is.
De
gebiedsprofielen ruimtelijke kwaliteit bieden handvatten om te bepalen hoe groot de ruimtelijke impact in specifieke gevallen is. In dit licht wordt onderscheid gemaakt in drie soorten ontwikkeling: (1) inpassing, (2) aanpassing en (3) transformatie. Bij inpassen gaat het om een ontwikkeling die sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap, dorp of stad. De impact op het gebied is klein. Een aanpassing betreft een wijziging in de structuur van een gebied die aansluit bij de huidige gebiedsidentiteit. De impact op het gebied is groter. Bij transformatie gaat het om een verandering van een gebied van dusdanige aard en omvang dat een nieuwe gebiedsidentiteit ontstaat. De impact van dit type ontwikkeling op een gebied is enorm. Bij transformatie is het dan ook belangrijk om goed vorm te geven aan de ontwikkeling van een nieuwe ruimtelijke kwaliteit, met vaak ook een nieuwe identiteit. Verstedelijking De provincie streeft naar een compact, samenhangend en kwalitatief hoogwaardig bebouwd gebied en wil de bebouwde ruimte daarom beter benutten. De provincie zet in op verdichting, concentratie, diversiteit en specialisatie binnen het bestaand stads- en dorpsgebied, en ten tweede op een hiërarchie van complementaire knooppunten en centra met een goede onderlinge bereikbaarheid. Relatie tot de ontwikkeling De locatie van de ontwikkeling bevindt zich in het
gebied dat is aangegeven als ‘bodemdalingsgevoelig gebied’ (kaart 3). In specifiek de veen(weide)gebieden wil de provincie de bodemdaling beperken. Er is reeds sprake van een woning en bijgebouw op de projectlocatie, waardoor in het kader van deze ruimtelijke ontwikkeling de afweging niet hoeft plaats te vinden ten aanzien van de bodemdalingsgevoeligheid. Onderhavige ontwikkeling heeft geen negatief onevenredig effect op de bodemdalingsgevoeligheid.
Mees
Ruimte
& Milieu
| (geanonimiseerd)
Pagina | 15
Om
te beoordelen
ruimtelijke de locatie)
of de ruimtelijke kwaliteit passend is, is de ontwikkeling kwaliteit. Beoordeeld is welke kwaliteitskaarten van toepassing en welke richtpunten hierbij horen.
aan de gebiedsprofielen de ontwikkellocatie (hierna: zijn op
getoetst
De relevante kwaliteitskaarten ter
plaatse van de locatie, zijn de kaarten ‘Laag van de ondergrond’ en ‘Laag van de cultuur- en natuurlandschappen’. Op de kwaliteitskaarten bij de ‘Laag van de stedelijke occupatie’ en de ‘Laag van de beleving’ is de locatie niet aangegeven. De weergegeven richtpunten vormen randvoorwaarden bij de uitwerking van het plan. Laag
van de ondergrond De locatie is gelegen in het
veen’ en ‘Bijzonder relief — oude stroomgordels Veencomplex geulafzettingen’. Daarbij gelden de volgende richtpunten: —
en
e
_ Ontwikkelingen in het veenlandschap dragen zorg voor behoud van het veen en zijn met name bij de
©
_ Ontwikkelingen houden
diepe veenpakketten gericht op het beperken van de bodemdaling. de onregelmatige patronen en het reliëf in het landschap stand. Waar mogelijk worden de archeologische waarden nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen.
e
van
deze
structuren meer
herkenbaar
herkenbaar
en
in
gemaakt bij
Figuur 7. Uitsnede kwaliteitskaart Laag van de ondergrond. Ontwikkellocatie: oranje ster (bron: gebiedsprofielen Zuid-Holland)
PARA!
Laag
van
De locatie e e
de cultuur- en natuurlandschappen ligt in de ‘linten’ en ter plaatse van het
Linten
blijven linten
als onderscheidende
gebied ‘droogmakerijen (veen)’. bebouwingsvorm
in het
De
richtpunten hierbij zijn:
gebied.
_ Linten behouden hun lineaire karakter, waarbij de achterzijde van de bebouwing
een
direct contact
met het
e
e
e
Mees
landschap heeft en de voorzijde aan de openbare weg of waterloop grenst. _ Bij nieuwe ontwikkelingen zijn de huidige korrel, profiel, transparantie en respect voor historische gaafheid van een lint richtinggevend. _ Bij grootschalige ontwikkelingen blijft het lint herkenbaar als bebouwingsvorm. Dit betekent dat op gepaste afstand van het lint gebouwd wordt, waarbij het landschap, het lint en de nieuwe ontwikkeling bepalend zijn voor deze afstand. Het lint behoudt zijn eigen gezicht. Bewaren verkavelingspatroon. Lengtesloten zijn beeldbepalend en worden behouden.
Ruimte
& Milieu
| (geanonimiseerd)
Pagina | 16
_ Behoud
e
van
maat
en
bouwwerken worden
weidsheid
van
de
geplaatst binnen
poldereenheden.
Eventuele
nieuwe
de bestaande structuren/ linten
en
bebouwing
en
niet in de
veenweidepolders. Figuur 8.
Uitsnede kwaliteitskaart Laag
van
de stedelijke occupatie. Ontwikkellocatie: oranje ster
(bron: gebiedsprofielen Zuid-Holland 19
Voor de
beoogde ontwikkeling op de locatie kan als volgt worden gereageerd op de richtpunten. De ontwikkeling heeft geen onevenredig negatief effect op het behoud van het veenlandschap. Ook blijft het patroon van het landschap behouden. De bebouwing in het lint is passend gepositioneerd op het voormalige agrarische erf en is zo vormgegeven dat het lint zijn eigen gezicht behoud. De lengtesloten aan weerzijden van het perceel blijven behouden maar worden verbreed om wateroppervlak te kunnen toevoegen op de locatie. Dit komt ook de weidsheid van de locatie ten goede. Voor een uitgebreider onderbouwing van de inpassing van het plan wordt verwezen naar paragraaf 2.3.1 van deze rapportage. Conclusie De Omgevingsvisie Zuid-Holland vormt geen
3.2.2
Omgevingsverordening
belemmering
voor
de
beoogde ontwikkeling.
Zuid-Holland
Per 1 april 2023 is, naast de Omgevingsvisie, ook de Zuid-Hollandse Omgevingsverordening onherroepelijk geworden. De inhoud van de Omgevingsvisie is voor een groot deel leidend voor de inhoud van de Omgevingsverordening. In de verordening van provinciale staten van Zuid-Holland zijn de regels opgenomen voor het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. Aan deze regels moeten ruimtelijke plannen van de gemeenten voldoen. Enkele relevante speerpunten uit de omgevingsverordening zijn de regels voor ruimtelijke kwaliteit en de ladder voor duurzame verstedelijking.
Regels voor ruimtelijke kwaliteit Voor toetsing aan de provinciale regels met betrekking tot ruimtelijke kwaliteit is vooral de ruimtelijke impact van een ontwikkeling van belang. Hoe groot die ruimtelijke impact is wordt in specifieke gevallen bepaald aan de hand van gebiedsprofielen en door onderscheid te maken in drie soorten ontwikkeling: inpassing, aanpassing en transformatie. Gelet op het uitgangspunt dat de ruimtelijke kwaliteit als gevolg van ontwikkeling per saldo niet afneemt, dient de toetsing aan ruimtelijke kwaliteit een integraal onderdeel te vormen van de planvorming en afweging. In artikel 6.9 Ruimtelijke kwaliteit van de Omgevingsverordening is opgenomen aan welke voorwaarden een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient te voldoen ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. In geval van het type
Mees
Ruimte
& Milieu
(geanonimiseerd)
Pagina | 17
ontwikkeling ‘inpassing’ (zie ook voorgaande paragraaf) speelt de ontwikkeling zich af op het niveau van een kavel. Bestaande structuren en kwaliteiten veranderen niet tot nauwelijks en er wordt voldaan aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaarten. Ladder
verstedelijking sprake is van een stedelijke ontwikkeling, dient eveneens te worden voldaan aan artikel 6.10 Stedelijke ontwikkelingen van de Omgevingsverordening. Bij een stedelijke ontwikkeling in het bestaand stads- en dorpsgebied dient in de toelichting van het bestemmingsplan ingegaan te worden op de ladder voor duurzame verstedelijking. De provincie heeft de ladder voor duurzame verstelijking, zoals opgenomen in het Bro, ook opgenomen in de verordening om het provinciaal belang bij de toepassing van de ladder te benadrukken. Indien de ontwikkeling niet binnen bestaand stads- of dorpsgezicht kan worden voorzien kan gebruik worden gemaakt van de aangewezen locaties in het Programma ruimte. voor
duurzame
Indien
Relatie tot de ontwikkeling Uit artikel 6.9 Omgevingsverordening Zuid-Holland volgt dat sprake is van het type ontwikkeling ‘inpassing’ wanneer de ruimtelijke ontwikkeling sterk aansluit bij de bestaande identiteit en structuur van het landschap,
dorp of stad. Bij een dergelijke ontwikkeling is de impact op het gebied klein. Dit geldt ook voor onderhavige ontwikkeling. Ontwikkelingen kunnen worden toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten voor ruimtelijke kwaliteit. De locatie
van de ontwikkeling bevindt zich in het gebied dat is aangegeven als ‘beschermingscategorie 3 buitengebied’ (kaart 14). In dit gebied zijn ruimtelijke ontwikkelingen toegestaan mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast. Op de projectlocatie is reeds sprake van een woning en wordt de nieuwe woning elders op het perceel gepositioneerd. Dit heeft geen onevenredig nadelig effect op de openheid. Het groene karakter van het landschap wordt door onderhavige ontwikkeling verder versterkt. Hiervoor wordt verwezen naar de landschappelijke inpassing zoals beschreven in paragraaf
23.1. De
projectlocatie ligt binnen het ‘gebied met waterkwantiteitsnorm en waterschappen’ (kaart 4) en het ‘gebied met verplichte peilbesluiten’ (kaart 17). Op het aspect water in relatie tot de beoogde ontwikkeling wordt nader ingegaan in de waterparagraaf, zoals opgenomen in hoofdstuk 4, Conform
de
Omgevingsverordening
van de provincie Zuid-Holland moeten tevens de volgende risico's in wateroverlast door overvloedige neerslag, overstroming, hitte, droogte en beschouwing genomen: van de klimaatatlas van Zuid Holland (kaart hitte), blijkt dat een deel van de locatie bodemdaling. Op grond een hoge gevoelstemperatuur kent tijdens een extreem hete zomermiddag. In de nieuwe situatie worden nieuwe bomen en bossages aan de randen van het perceel aangeplant. Minimaal één derde van het perceel wordt in gebruik genomen als nieuwe natuur, waarvan ook het creëren van extra waterberging onderdeel is. Dit komt ten goede van de gevoeligheid van locatie voor extreme hitte.
worden
—
Op grond van de themakaart (overstromingen) van de provincie kan geconcludeerd worden dat de projectlocatie gelegen is binnen een gebied met een zeer kleine overstromingskans. Deze kaart geeft inzicht in de kans op het optreden van een overstroming met een waterdiepte > 20 cm. In de voorwaarden bij de reeds verkregen watervergunning is onder andere opgenomen dat het verhard oppervlak op de locatie niet meer mag bedragen dan 2.430 m? en dat ter compensatie van het verminderen van het bergingsvolume als gevolg van de toename van het verharde oppervlak vooraf de vervangende waterberging moet worden gegraven tot een oppervlak van minimaal 45,1 m?. Tot slot kan geconcludeerd worden dat de projectlocatie gelegen in een gebied dat bodemdalingsgevoelig is, maar niet zeer sterk gevoelig is voor bodemdaling. Bij de inrichting van de projectlocatie is nadrukkelijk rekening gehouden met biodiversiteit, duurzaamheid en waterhuishouding, waardoor er sprake is van een structuurverbetering van de bovengrond. In paragraaf 4.5 en 4.12 van voorliggende rapportage wordt nader het duurzaamheid en water. ingegaan op aspect
Mees
Ruimte & Milieu
(geanonimiseerd)
Pagina | 18
Conclusie De Omgevingsverordening Zuid-Holland vormt geen
3.3
REGIONAAL 3.3.1
belemmering
voor
de
beoogde ontwikkeling.
BELEID
Regionale Agenda
Wonen
2019
Midden-Holland is een
aantrekkelijke woonregio waar belangrijke waarden met betrekking tot wonen, werken, van groot belang worden geacht voor de ontwikkeling van de Randstad als geheel. in het ligging (internationale) handelsnetwerk en bedrijvigheid maakt de regio een aantrekkelijke te om mede omdat wonen, plek regio’s Utrecht, Holland Rijnland en de metropoolregio's Rotterdam en zijn. De centrale Haaglanden nabij ligging wordt kracht bijgezet doordat de regio goed bereikbaar is met zowel openbaar vervoer als auto, dankzij onder meer het Hoogwaardig Openbaar Vervoersnetwerk (HOV) in combinatie met de A12 en de A20. Het unieke landschap en het erfgoed in de regio maakt Midden-Holland tot een fijne plek om te wonen. Ook door een variatie in woonmilieus zoals stedelijke of dorps/landelijk wonen. Mensen hebben wat te kiezen. Dan gaat het om bereikbaarheid, ligging, nabijheid van steden, cultuur, landschap en sociale binding. ondernemen Een centrale
en
recreëren
De grote aantrekkingskracht van de regio gecombineerd met de toenemende spanning op de woningmarkt resulteert in een netto uitbreidingsbehoefte van de woningvoorraad met zo’n 10.000 woningen tot 2030 (Marktonderzoek regio Midden-Holland, Fakton). De regiogemeenten verdelen en realiseren deze grote opgave met erkenning voor de lokale verschillen en identiteiten. Elk woongebied in de regio kent een eigen karakter. De profielen tezamen geven de breedte van het aanbod in de Regio Midden-Holland weer.
Zuidplas Zuidplas
bestaat uit een viertal kernen met een verschillend karakter. De kernen hebben een dorps karakter; de kern Nieuwerkerk is door groei de afgelopen decennia het karakter van dorp ontgroeid. Belangrijk voor de ontwikkeling van Moerkapelle en Zevenhuizen is de ligging dicht tegen het randstedelijk gebied van Rotterdam en Den Haag, met recente verstedelijking in Lansingerland en Nesselande. Nieuwerkerk
aan den IJssel heeft al de groeispurt doorgemaakt en heeft als profiel: veel laagbouw maar eigen karakter van een kleiner dorp. Moordrecht ligt wat in de luwte ten opzichte van het verstedelijkt gebied met een dorpskern van beperkte omvang. Nieuwbouw in Westergouwe maakt de afstand
zonder het van
Moordrecht
met Gouda
kleiner.
Relatie tot de ontwikkeling In Midden-Holland is sprake van een netto uitbreidingsbehoefte van de woningvoorraad met zo'n 10.000 woningen tot 2030. Het beoogde plan betreft een vrijstaande plattelandswoning in het buitengebied van Zuidplas. De ontwikkeling voorziet in de vervangende nieuwbouw van de bestaande plattelandswoning. Leegstand van de verouderde woning wordt hiermee voorkomen. Het plan resulteert in nieuwbouw van een woning die voldoet aan de eisen van de huidige tijd, waardoor er sprake van de verbetering van de kwaliteit van de woonvoorraad. Conclusie De beoogde
Mees
Ruimte
ontwikkeling draagt bij aan
& Milieu
(geanonimiseerd)
de
Regionale Agenda
Wonen
2019.
Pagina | 19
3.4
GEMEENTELIJK BELEID 3.4.1 De
_Omgevingsvisie Zuidplas
gemeenteraad
voor een
van de gemeente Zuidplas heeft op 13 juli 2021 de ‘Omgevingsvisie Zuidplas' vastgesteld deel van het In de groot gemeentelijk grondgebied. omgevingsvisie staan de ambities voor de lange tot 2040. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan toekomstige ontwikkelingen die
termijn, plaatsvinden
in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. In de
omgevingsvisie staan e
de
volgende
ambities centraal:
_ Aantrekkelijk Zuidplas: Ingezet wordt op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen.
Daarnaast wordt ingezet op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Als dorpen in Zuidplas uit willen breiden kan dat, maar alleen als een bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen. Duurzaam Zuidplas: Nieuwe ontwikkelingen zijn zoveel mogelijk energieneutraal. Voor bestaande gebouwen wordt ook hierop ingezet, hoewel dit niet overal haalbaar zal zijn. Naast de energiedoelstellingen wordt gewerkt aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie, onder andere het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast, heeft daarbij nadrukkelijk aandacht. Ondernemend Zuidplas: Zuidplas wil in 2040 een aantrekkelijke gemeente zijn voor ondernemers en ervoor zorgen dat er voldoende eigen werkgelegenheid is. Een gemeente met een aantrekkelijk
e
_
e
_
e
vestigingsklimaat en belangrijke speler in de regio. _ Gezond Zuidplas: Zuidplas wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn. Een gemeente met een gezonde en veilige leefomgeving én met aandacht voor de gezondheid van onze inwoners.
De omgevingsvisie is uitgewerkt in een visie per dorp. Hierin is aangegeven hoe een aantrekkelijk, duurzaam, ondernemend en gezond Zuidplas eruitziet per dorp. De omgevingsvisie geeft per thema, voor heel Zuidplas en per deelgebied en per dorp ambities, opgaven, kansen en te maken keuzes weer. Relatie tot de ontwikkeling Voor Nieuwerkerk aan den IJssel is een
dorpsvisiekaart opgesteld die onderdeel uitmaakt van de Omgevingsvisie Zuidplas. Op dorpsvisiekaart is te zien dat de locatie onderdeel is van de Zuidplaspolder en (het buitengebied) geen specifieke aanduidingen kent. Kenmerkend is nog het agrarische karakter en de van het openheid landschap. In het buitengebied wordt gekozen voor rust, groen en kleinschaligheid. sluit Onderhavig plan hierbij aan doordat het programma op de locatie niet wordt uitgebreid; er is sprake van een plattelandswoning en blijft sprake van een plattelandswoning. Door de nieuwbouw van de woning en de daarbij gepaard gaande landschappelijke inpassing wordt de locatie verder vergroend. de
Mees
Ruimte
& Milieu
| (geanonimiseerd)
Pagina | 20
Figuur 9.
Uitsnede dorpsvisiekaart Nieuwerkerk
aan
den IJssel. Ontwikkellocatie: oranje ster (bron: Omgevingsvisie Zuidplas) Dorpsvisie
Nieuwerkerk
aan
den
IJssel
Woongebied Bedrijventerrein
Groene
Zoom
verbinding
te"
noord
en
zuid
À, || 4 Lintbebouwing ed
fietsverbinding
Gouda-Rotterdam
VA
El @
Verbreden
A20
Dorpscentrum Verduurzamen
Nieuwe
met diverse voorzieningen bestaande woningvooraad
dorpsentree
eË ‘Aantrekkelijk (energie
landschap
Daarnaast
zijn opgaven en waarden beschreven die belangrijk zijn in de gemeente Zuidplas en meer specifiek in Nieuwerkerk aan den IJssel, bijvoorbeeld het groene en recreatieve karakter, maar ook de mogelijkheid om het groen toegankelijk te maken. Het groene karakter van het landschap wordt door onderhavige ontwikkeling verder versterkt. Hiervoor wordt verwezen naar de landschappelijke inpassing zoals beschreven in paragraaf 2.3.1. Gezien de zeer beperkte omvang van de ontwikkeling kan niet worden bijgedragen aan het toegankelijk maken van het groen, zoals beschreven als opgave in de Omgevingsvisie Zuidplas. De beoogde ontwikkeling heeft hierop echter ook geen negatief effect. Conclusie De Omgevingsvisie
3.4.2
Zuidplas vormt
Woonvisie
geen
belemmering
voor
de
beoogde ontwikkeling.
2025
De gemeenteraad heeft op 23 januari 2019 de Woonvisie 2025 vastgesteld. In de visie wordt beschreven de gemeente een aantrekkelijke woongemeente kan blijven en kan omgaan met de veranderende woningvraag. De visie kent drie speerpunten: 1. 2. 3.
Een divers en betaalbaar woningaanbod Duurzaam wonen Experimenten in wonen en ontmoeten.
voor
alle
doelgroepen
Bij de speerpunten stelt de gemeente een aantal randvoorwaarden, uitwerking ervan. De randvoorwaarden zijn: e
Het kenmerkende
hoe
die worden meegenomen
bij de
het dorpse woonmilieu in Zuidplas is dat de vier dorpen en de twee elkaar buurtschappen gescheiden zijn door ruime groene corridors. Deze blijven bestaan, ook al wordt er aan de randen van de dorpen bijgebouwd, waardoor ze niet aan elkaar vastgroeien. Ook van
van
eventueel vijfde dorp zal omgeven zijn door groen. De identiteit per dorp en buurtschap blijft behouden. Bij de doorontwikkeling van de dorpen worden de specifieke kernmerken vastgehouden. De thema’s hebben betrekking op de totale bestaande voorraad en nieuwbouw. Het ontwikkelen van nieuwe woningen of de herinrichting of het herinrichten van de buitenruimte worden ingezet om hiaten in de bestaande situatie op te lossen. een
e
e
Mees
Ruimte
& Milieu
(geanonimiseerd)
Pagina | 21
Relatie tot de ontwikkeling De beoogde ontwikkeling voorziet in de vervangende nieuwbouw van een bestaande plattelandswoning. De vervangende nieuwbouw van de woning heeft tot gevolg dat een verouderde woning vervangen wordt voor een woning met energetisch veel betere prestaties. Het beoogde plan leidt niet tot een bijdrage aan de
woningbehoefte
in de gemeente doordat niet kan worden voorzien in de toename
Conclusie De Woonvisie 2025 vormt geen
3.4.3
Nota
belemmering
voor
de
van
het aantal
woningen.
beoogde ontwikkeling.
Omgevingskwaliteit Zuidplas
De
gemeenteraad heeft de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas vastgesteld en deze nota is in werking getreden vanaf 19 december 2023. Door vaststelling van de Nota Omgevingskwaliteit is de Welstandsnota Zuidplas 2015 vervangen. De Nota vormt de basis van het ruimtelijk kwaliteitsbeleid en geeft aan hoe er in de gemeente met de kwaliteit van (nieuwe) ruimtelijke initiatieven wordt omgegaan. De ruimtelijke indeling van Zuidplas wordt bepaald door de gebieden, structuren en objecten. Afhankelijk van de kenmerken van een plek en de omvang van een initiatief wordt bepaald hoe actief de rol van de gemeente is in het planproces. Er wordt daarbij gebruik gemaakt van vier regieniveaus: 1.
2. 3. 4.
inimale regie: De verantwoordelijkheid voor een goede omgevings-kwaliteit ligt in eerste instantie bij de initiatiefnemer. Basisregie: De regie vanuit de gemeente is gericht op behouden of versterken van de basiskwaliteit om verrommeling te voorkomen. aatwerkregie: De regie is gericht op zorgvuldige inpassing waarbij maatwerk centraal staat. Dat betekent dat meer zorg besteed wordt aan behoud of versterken van de aanwezige kwaliteit.
Eigen regie: Grotere ontwikkelingen heel erg veranderen vragen om een beeldkwaliteitplan of kwaliteitsteam.
of veranderingen die de bestaande karakteristiek of het eigen regie met nieuwe instrumenten zoals een
gebruik
Er zijn acht basisregels (‘gouden regels’) om te sturen op een goede omgevingskwaliteit, welke altijd en voor iedereen gelden. Verder kent de Nota beoordelingskaders voor het uiterlijk van bouwwerken en cultureel
erfgoed. Relatie tot de ontwikkeling De locatie bevindt zich in het gebied waar niveau 2 (basisregie) geldt. De regie in dit gebied is gericht op behouden of versterken van de basiskwaliteit om verrommeling te voorkomen. Bij veranderingen of ontwikkelingen is de regie er op gericht dat een ingreep moet ‘passen’ in de omgeving. Doordat onderhavige
ontwikkeling niet passend is binnen het geldende bestemmingsplan is een ambtelijk advies benodigd wordt een beoordelingsgericht advies door de gemeentelijke adviescommissie gegeven.
en
Bij de advisering wordt gezocht naar een balans tussen herkomstwaarde (de geschiedenis), belevingswaarde (een mooie en aangename omgeving), gebruikswaarde (een bruikbare en functionele omgeving) en toekomstwaarde (duurzaamheid) van de fysieke leefomgeving. In dit kader wordt opgemerkt dat de geschiedenis een van de uitgangspunten is geweest bij het uitwerken van het ontwerp voor de beoogde ontwikkeling. Onder andere door de beoogde landschappelijke inpassing van het plan wordt een bijdrage geleverd aan de belevingswaarde van de locatie. Verder verbetert de gebruikswaarde en de toekomstwaarde door de vervangende nieuwbouw van de verouderde woning op de locatie. Conclusie De Nota Omgevingskwaliteit
Mees
Ruimte
& Milieu
Zuidplas
(geanonimiseerd) Gr
vormt geen
belemmering
voor
de
beoogde ontwikkeling.
Pagina | 22
4
OMGEVINGSASPECTEN
41
ARCHEOLOGIE Erfgoedwet In 1992 werd in Valletta door de Ministers van Cultuur van de bij de Raad van Europa aangesloten landen het ‘Europees Verdrag inzake de bescherming van het Archeologisch Erfgoed, beter bekend onder de naam ‘Verdrag van Malta’, ondertekend. In vervolg hierop is op 1 september 2007 de Wet op de Archeologische Monumentenzorg (WAMZ) in werking getreden. Inmiddels is in de Erfgoedwet de bescherming van archeologisch erfgoed in de bodem opgenomen. De uitvoering van de Erfgoedwet en de integratie van archeologie en ruimtelijke ordening is primair een gemeentelijke opgave. De gemeente is verplicht om in nieuwe bestemmingsplannen rekening te houden met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Dit volgt uit een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening en maakt onderdeel uit van de
modernisering
van
de monumentenzorg.
Cultuurhistorische kaart Zuid-Holland De cultuurhistorische kaart van Zuid-Holland geeft een overzicht van de cultuurhistorische kenmerken en waarden in Zuid-Holland. De kaart, ook bekend als Cultuurhistorische Hoofdstructuur (CHS), gaat in op drie thema's: archeologie, historische stedenbouw en historisch landschap. Sinds januari 2017 is de geldende cultuurhistorische kaart van kracht.
Gemeentelijk beleid De gemeenteraad van Zuidplas heeft op 23 november 2010 de gemeentelijke beleidsnota archeologie vastgesteld. In deze nota is voor het gehele gemeentelijke grondgebied een archeologische inventarisatie uitgevoerd en vervolgens een archeologische verwachtings- en beleidsadvieskaart opgesteld. Het meest recente geactualiseerde archeologiebeleid is vastgelegd in de nota “Actualisatie archeologische beleidskaart gemeente Zuidplas” (juni 2017) dat als aanvulling gezien wordt op de in 2010 vastgestelde beleidsnota. De juridische doorvertaling van het geactualiseerde archeologiebeleid heeft de gemeenteraad vastgesteld in het bestemmingsplan 'Parapluherziening Archeologie! (zie ook paragraaf 2.4). 4.1.1
Relatie tot de
ontwikkeling
Op de projectlocatie geldt dat er op basis van het bestemmingsplan “Parapluherziening Archeologie” geen archeologische waarden te verwachten zijn op de ontwikkellocatie. Een archeologisch onderzoek is derhalve niet benodigd in het kader van de voorgenomen ontwikkeling. 4.1.2
Conclusie
Het aspect
42
archeologie
BEDRIJVEN
EN
vormt geen
belemmering
voor
de
beoogde ontwikkeling.
MILIEUZONERING
Milieuzonering is een instrument dat helpt bij het afwegen en verantwoorden van keuzes aangaande nieuwe woningbouw- en bedrijvenlocaties en beperkt zich tot milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie. Het gaat hierbij om de milieuaspecten: geluid, geur, stof en gevaar, waarbij de belasting afneemt naarmate de afstand tot de bron toeneemt. Om ervoor te zorgen dat nieuwe woningen op een verantwoorde afstand van bedrijven gesitueerd worden en dat nieuwe bedrijven een passende locatie in de nabijheid van woningen krijgen, is de handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ opgesteld. Door toepassing te geven aan deze handreiking wordt
Mees
Ruimte
& Milieu
| (geanonimiseerd)
Pagina | 23
zoveel mogelijk voorkomen dat woningen hinder hun milieugebruiksruimte worden beperkt.
en
gevaar ondervinden
van
bedrijven en dat die bedrijven
in
In de
handreiking zijn richtafstanden opgenomen voor een scala aan milieubelastende activiteiten, opslagen en installaties. De richtafstand geldt vanaf de grens van de inrichting tot de bestemmingsgrens van omliggende woningen en betreft nadrukkelijk een leidraad en geen norm. Indien goed gemotiveerd en onderbouwd door middel van relevant milieutechnisch onderzoek, kan ervoor worden gekozen van de richtafstand af te wijken. Tabel 1.
_Richtafstanden bedrijven
en milieuzonering. _Richtafstanden tot omgevingstype rustige woonwijk
Milieucategorie
Richtafstanden
tot
omgevingstype
De richtafstanden zijn afgestemd op het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied. Zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat kan de richtafstand met één stap worden verlaagd indien sprake is van een omgevingstype gemengd gebied. In gemengd gebied komen direct naast woningen bijvoorbeeld winkels, horeca en kleine bedrijven voor. De VNG-brochure definieert een gemengd gebied als: “Een gebied met matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals
winkels, horeca
kleine bedrijven. Ook lintbebouwing in het buitengebied met overwegend andere bedrijvigheid. Daarnaast gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen.”
4.2.1
en
Relatie tot de
agrarische
en
ontwikkeling
— ypering locatie De projectlocatie kent in de
huidige situatie de bestemmingen ‘Lintzone' en ‘Agrarisch Glastuinbouw’. Omliggende bestemmingen betreffen eveneens de bestemmingen ‘Lintzone’ en ‘Agrarisch Glastuinbouw’. Op basis hiervan kan worden geconcludeerd dat in het kader van bedrijven en milieuzonering sprake is van een gemengd gebied. -
-
Omliggende bestemmingen Binnen de bestemming ‘Lintzone' zijn bestaande (bedrijfs)woningen toegestaan en bestaande bedrijven tot en met milieucategorie 2. Binnen de bestemming ‘Agrarisch Glastuinbouw’ zijn volwaardige tuinbouwbedrijven en sierteeltbedrijven zijn toegestaan. Deze activiteiten vallen onder milieucategorie 2. Voor milieucategorie 2 geldt op basis van het omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied een richtafstand van 30 meter. Binnen het omgevingstype ‘gemengd gebied’ kan deze afstand verlaagd worden naar 10 meter. De nieuw te realiseren woning bevindt zich niet binnen de richtafstand behorende bij deze activiteiten. Voor omliggende bedrijven is daarom geen sprake van een (extra) belemmering in vergelijking met de bestaande situatie. Ook voor (toekomstige) bewoners is er geen sprake van een verslechtering van het woon- en leefklimaat in het gebied door de realisatie van onderhavig plan. —
4.2.2
Conclusie
Het aspect
bedrijven
Mees
& Milieu
Ruimte
en
milieuzonering
(geanonimiseerd)
vormt geen
belemmering
voor
de
beoogde ontwikkeling.
Pagina | 24
4,3
BODEM Voor bodem en bodemverontreiniging is de Wet bodembescherming (Wbb) inclusief de aanvullende besluiten leidend. In de Wbb wordt een algemeen beschermingsniveau ingesteld voor de bodem ten aanzien van het voorkomen van nieuwe verontreiniging van de bodem. De Wbb of in het
geeft regels voor bodemverontreiniging, waarvan sprake is als het gehalte van een stof in de grond grondwater de voor die stof geldende streefwaarde overschrijdt. Of een verontreiniging acceptabel is, hangt af van de aard van de verontreiniging en van de bestemming van de gronden. 4.3.1
Relatie tot de
ontwikkeling
Het
project betreft de vervangende nieuwbouw van de bestaande woning op een locatie elders binnen het perceel. De locatie van de woning bevindt zich binnen de enkelbestemming ‘Lintzone’, maar buiten de functieaanduiding plattelandswoning, waardoor het beoogde gebruik nog niet is toegestaan. Ook voorziet het plan in bouwwerkzaamheden en leidt het daarmee tot werkzaamheden in de bodem. In dit kader is een verkennend bodemonderzoek benodigd. De rapportage van het onderzoek is opgenomen in de bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Onderstaand is de conclusie uit de rapportage overgenomen. Puinlaag In de ongeroerde grond onder de puinlaag is een lichte verontreiniging van zware metalen aangetoond. In het puin zelf is een geringe concentratie asbest aangetoond, ruimschoots lager dan de hergebruikwaarde. De verontreiniging wijkt niet af van de verwachte kwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart. De hypothese “verdacht” wordt op basis hiervan verworpen.
Gedempte sloot In de
bovengrond van de gedempte sloot is een lichte verontreiniging van zware metalen en OCB's aangetoond. In de ondergrond is een lichte verontreiniging van zware metalen aangetoond. De verontreiniging wijkt echter niet af van de verwachte kwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart. hypothese “verdacht” wordt op basis hiervan verworpen.
De
Voormalige kas Op het deel waar de kas heeft gestaan (het overgrote deel van de locatie) is in de bovengrond een lichte verontreiniging aangetoond met zware metalen en OCB's. De verontreiniging wijkt echter niet af van de verwachte kwaliteit op basis van de bodemkwaliteitskaart. De hypothese “verdacht” wordt op basis hiervan verworpen. Asbest is kwalitatief niet aangetoond in monsters die afkomstig