Bijlage 8 Beeldkwaliteitsplan Kamerlingh Onnes A24.000743
Tekst van het document
Kamerlingh Onne s Beel dk wali tei t s p lan
Nieuwerkerk aan den IJ s s el
PROJECT Beeldkwaliteitsplan Kamerlingh Onnes Nieuwerkerk aan den IJssel Projectnummer: SR230257
INITIATIEFNEMER Gemeente Zuidplas
OPSTELLER Buro SRO ‘t Goylaan 11 3525 AA Utrecht T
030 - 267 91 98
E
utrecht@buro-sro.nl
DATUM 24 november 2023 2
Inhoud 1
Inleiding
5
5
Beeldkwaliteit buitenruimte
18
1.1
Aanleiding
5
5.1
Beeldambitie en sfeer
18
1.2
Doel
5
5.2
Verharding en parkeren
18
1.3
Plangebied
5
5.3
Groen en beplanting
19
1.4
Leeswijzer
5
5.4
Duurzaamheid buitenruimte
20
2
Analyse ruimtelijke context
7
2.1
Dorrestein
7
2.2
Directe omgeving plangebied
7
3
Nota van Uitgangspunten
11
3.1
Programma
11
3.2
Ruimtelijke randvoorwaarden
11
3.3
Modelkeuze
12
4
Beeldkwaliteit bebouwing
14
4.1
Beeldambitie en sfeer
14
4.2
Situering en oriëntatie
14
4.3
Massa en vorm
14
4.4
Architectonische uitwerking
15
4.5
Materiaal- en kleurgebruik
16
4.6
Duurzaamheid bebouwing
16
3
4
1 Inleiding 1.1
Aanleiding
1.2
Doel
1.3
Plangebied
Het plangebied, Kamerlingh Onnesstraat in Nieuwer-
Het beeldkwaliteitsplan geeft de kaders mee voor de
Het plangebied ligt in de wijk Dorrestein in Nieuwerkerk aan
kerk aan den IJssel, is met de verplaatsing van de Prins
uitwerking van de gebouwen en de inrichting van de bui-
den IJssel en wordt grotendeels omsloten door woningbouw
Willem Alexanderschool naar de Brede School in Esse
tenruimte. Doel daarvan is om te komen tot een goede
en de Thorbeckeschool (Thorbecke, locatie Nieuwerkerk
Zoom Hoog beschikbaar gekomen voor herontwikke-
kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling en een passende
aan den IJssel). Het gebied ligt ingeklemd tussen de Ka-
ling. Het voornemen bestaat om hier woningbouw te
aansluiting op de directe omgeving en de wijk Dor-
merlingh Onnesstraat aan de noordzijde, de Zernikestraat
ontwikkelen.
restein.
aan de oostzijde, het Tinbergenpad aan de zuidzijde en de Zeemanstraat aan de westzijde. Het plangebied is kadas-
Hiervoor heeft Gemeente Zuidplas een Nota van Uit-
Dit beeldkwaliteitsplan (hierna BKP) geeft de beoogde
traal bekend onder de (voormalige) gemeente Nieuwerkerk
gangspunten (vastgesteld d.d. 27 juni 2023) opge-
sfeer en kwaliteit aan, maar is dermate flexibel dat ontwer-
aan den IJssel, sectie A, perceelnummer 7312. Het totale
steld, waarin de stedenbouwkundige opzet van vari-
pers een eigen invulling aan de richtlijnen kunnen geven.
plangebied heeft een omvang van 4.940 m².
ant C als voorkeursvariant naar voren komt. Op basis
Het BKP vormt geen blauwdruk, maar tipt principes (niet
van de voorkeursvariant wordt een bestemmingsplan
uitputtend) aan om tot de beoogde sfeer en ruimtelijke
1.4
opgesteld dat deze herontwikkeling planologisch mo-
kwaliteit te komen. Dit BKP geeft het minimale ambitieni-
Gezien het doel om passend aan te sluiten op de bestaande
gelijk maakt. Het bestemmingsplan bevat echter geen
veau aan. Indien met andere principes hetzelfde wordt be-
omgeving waarin deze ontwikkeling een plaats in zal nemen
kwaliteitseisen voor de beoogde uitstraling van de be-
reikt dan is dit ‘in de geest van het plan’ en wordt daarmee
vangt dit beeldkwaliteitsplan na deze inleiding aan met een
bouwing en de buitenruimte. Aangezien het gebied wel-
ook aan de richtlijnen voldaan. Dit BKP wordt door de ge-
duiding en analyse van die bestaande omgeving. Daarna
standsvrij is biedt ook de welstandsnota geen houvast
meenteraad van Zuidplas vastgesteld en vormt daarmee
volgt in hoofdstuk 3 een samenvattende uiteenzetting van
om dit te waarborgen. Daarom is er een beeldkwaliteits-
het toetsingskader voor de Commissie Omgevingskwaliteit
de relevante ambities die in de Nota van Uitgangspunten
plan gewenst.
en voor de verdere planuitwerkingen.
zijn opgetekend. Hoofdstuk 4 en 5 bevatten achtereenvol-
Leeswijzer
gens de richtlijnen voor de bebouwing en buitenruimte. Gezien het belang dat de gemeente hecht aan een duurzame ontwikkeling bevatten die beide hoofdstukken een paragraaf over duurzaamheid. 5
6
Ligging planlocatie binnen Dorrestein
2 Analyse ruimtelijke context 2.1
Dorrestein
Dorrestein is een woonwijk aan de westzijde van Nieuwerkerk aan den IJssel. De wijk dateert grotendeels uit de jaren zestig van de vorige eeuw en kent een combinatie van grondgebonden woningen, gestapelde bebouwing en diverse voorzieningen. De gestapelde bebouwing bevindt zich hoofdzakelijk aan de zuidrand bij het spoor en in het centrale gedeelte waar ook de voorzieningen zich concentreren. Dit centrumgebied ligt niet ver van de planlocatie, even ten oosten daarvan. In de rest van de wijk staan vooral grondgebonden woningen. Hierbij komt er een grote diversiteit aan woningtypen voor. Overwegend is er echter sprake van rijwoningen van twee bouwlagen met kap met voortuinen gericht op de straat. Een hoofdstructuur van singels met brede oevers geeft de wijk een groen karakter. De overige openbare ruimte is afwisselend stenig en groen ingericht.
2.2
Directe omgeving plangebied
Direct rond het plangebied is er sprake van een gevarieerd bebouwingsbeeld. Ook hier zijn de rijwoningen van twee lagen met kap te vinden. Deze bevinden zich aan de noordzijde en kijken uit op het plangebied. De rijwoningen zijn opgetrokken uit licht zandkleurig metsel-
Centrale zone in Dorrestein
7
Parkeerterrein Zernikestraat
8
Context directe omgeving plangebied
Aangrenzende school
werk en voorzien van een antracietkleurig pannendak.
Net als de bebouwing is ook de buitenruimte direct rond
Deze woningen kennen een sterke horizontale belijning
het plangebied gevarieerd. De Kamerlingh Onnesstraat
door de horizontaal doorlopende vensters direct onder
bevat momenteel aan beide zijden langsparkeren langs
de goot en de luifels die zich per cluster van twee wonin-
de rijbaan en wordt begeleid met hagen en bomenrijen.
gen over de entree en een groot bloemkozijn uitstrekken.
De voortuinen en de bomen geven de straat een groen karakter. De Zeemanstraat aan de westzijde is veel ste-
Bebouwing Zeemanstraat
Aan de westzijde bevinden zich drive-in woningen van
niger. De voortuinen worden benut als parkeerplaats
drie lagen plat afgedekt. De woonkamers en de balkons
evenals beide zijden van de rijbaan en er is hier geen
liggen op de eerste verdieping en kijken uit op de plan-
begeleidend groen. De zuidzijde toont met het Tinber-
locatie. De begane grond kent een wat introverter ka-
genpad een wat intiemer karakter en heeft een vrien-
rakter met de entree en de garage. Ook deze woningen
delijke uitstraling. Het smalle parkeervrije profiel van
bestaan uit licht zandkleurig metselwerk. Door te toe-
het woonpad, de groene haag langs het plangebied, de
passing van een donkerder materiaal voor de begane
nette voortuinen met afwisselend parkeren en groen en
grond en het donkere houtwerk hebben de woningen
tuinmuurtjes zorgen hiervoor. De noordoostzijde kent
een sobere uitstraling.
het meest lommerrijke beeld en bestaat uit een parkeerterrein met veel groen in de vorm van blokhagen
Bebouwing Kamerlingh Onnestraat
Ook aan de zuidzijde liggen woningen met een gevari-
en bomen tussen de parkeerplaatsen en een groene
eerdere massaopbouw van twee bouwlagen en een
afscherming van het schoolperceel.
opbouw op de derde laag. De woningen zijn eenduidig vormgegeven met wederom licht zandkleurig metsel-
Het plangebied bestaat voor het grootste deel uit een
werk en donkerdere opbouwen en houtwerk. Twee van
open grasweide. Langs de uiterste randen staan bomen
de blokken zijn gericht op het plangebied, het andere
en is er onderbegroeiing die het plangebied afschermt.
blok is een kwartslag gedraaid en juist met de kopgevel
Op de grasweide staan enkele solitaire bomen.
naar het plangebied gekeerd. Aan de oostzijde is er geen woonbebouwing maar bevindt zich de school. Dit is een Bebouwing Tinbergenpad
solitair gebouw van één tot twee bouwlagen. 9
10
3 Nota van Uitgangspunten Met de Nota van Uitgangspunten zijn de kaders vast-
Woningtypologie
3.2
gelegd voor de beoogde ontwikkeling. De Nota van
Het streven is de bouw van huurappartementen met
Bouwvolumes maximaal 3 lagen hoog
Uitgangspunten vormt dan ook de basis voor dit beeld-
een mix in huurprijzen, in de vorm van appartementen
Het maximaal aantal bouwlagen bedraagt niet meer
kwaliteitsplan en het vertrekpunt voor het ontwerp van
van ca. 65 – 75 m² gebruiksoppervlakte (GBO). Gezien
dan het aantal bouwlagen van de omliggende wonin-
het gebouw. Daarom formuleren we in dit hoofdstuk de
de omvang van de locatie, de parkeernorm, de mix van
gen aan de Kamerlingh Onnesstraat, het Tinbergenpad,
randvoorwaarden en ruimtelijke kaders uit de Nota van
huurwoningen en de bouw van één appartementen-
Zeemanstraat en de Zernikestraat.
Uitgangspunten die relevant zijn voor de beeldkwaliteit.
complex heeft de locatie een capaciteit van 44 appar-
Deze geformuleerde punten zijn een samenvatting van
tementen.
de Nota van Uitgangspunten. Bij de toelichting van het
Ruimtelijke randvoorwaarden
Groen Beplanting biedt verkoeling, bergt regenwater (klimaat-
bestemmingsplan is de gehele Nota van Uitgangspun-
Binnen de gemeente Zuidplas is de doelstelling om 30%
adaptatie) en is in de vorm van een parkje een fijne
ten als bijlage bijgevoegd.
sociale huur te bouwen en 7% middenhuur woningen.
verblijfsplek. De haag langs het Tinbergenpad blijft be-
Dit vertaalt zich in een programma van 35 sociale huur-
houden. Te verwijderen bomen moeten worden gecom-
woningen en 9 middenhuur woningen.
penseerd.
Voor de locatie Kamerlingh Onnes bestaat de doelgroep
Overige randvoorwaarden bij ouderenwoningen:
Parkeren
voornamelijk uit één- en tweepersoonshuishoudens
▪ De woning is bij voorkeur drempelloos of in elk geval
Er wordt voldoende parkeergelegenheid gerealiseerd
3.1
Programma
Doelgroep
voor ouderen die aangewezen zijn op een sociale huur-
eenvoudig drempelloos te maken.
en wel zo dat deze gelijkmatig verdeeld wordt over het
woning of een middeldure huurwoning. De woningen
▪ Buiten de woning dient een individuele bergruimte
plangebied en zo mogelijk afgeschermd dan wel afge-
worden levensloopbestendig gebouwd. Dit betekent
gecreëerd te worden voor het stallen van (elektri-
wisseld met groen. Het toekomstige gebouw zal meer-
dat alle leeftijdscategorieën zich hier kunnen vestigen,
sche) fietsen.
dere toegangen kennen. Daarmee wordt ook gestreefd
maar dat de woning zodanig is ingericht dat de bewoner zo lang mogelijk zelfstandig thuis kan blijven wonen en indien nodig zorg kan inkopen en thuis kan ontvangen.
▪ In het complex dient het mogelijk te zijn om scoot-
naar een spreiding van het parkeren.
mobielen brandveilig te stallen. ▪ Een gemeenschappelijke ruimte of ontmoetingsplek voor de bewoners. 11
Klimaatadaptief bouwen en inrichten De druk op het bebouwd gebied neemt door de klimaatverandering toe. De gemeente streeft om bij (her)ontwikkelingen hierop in te spelen door de bebouwing en het omliggende gebied klimaatadaptief in te richten.
Voor de ontwikkeling aan de Kamerlingh Onnesstraat dient in de nadere uitwerking te worden ingespeeld op natuurinclusief ontwerp, natuurinclusieve kansen, groen en bomen, hittestress, extreme neerslag en droogte, waterberging, energieopwekking, bodemdaling en circulariteit. Het hierna beschreven BKP geeft hierbij een eerste aanzet in de belangrijkste uitgangspunten op basis van het voorgenomen voorkeursmodel.
3.3
Modelkeuze
De omgeving wordt gedomineerd door grondgebonden woningen met voor- en achtertuin. Hierbij passen appartementen met een hoogte van maximaal drie lagen en met een groene voortuin. Aangezien de omliggende bebouwing de voorgevel heeft in de richting van het bouwperceel moeten duidelijke achtergevels worden vermeden. Een bebouwingstypologie zonder duidelijke achtergevel en voorgevel is dan ook gewenst.
12
Voorkeursvariant uit de Nota van Uitgangspunten
Op basis van de hiervoor genoemde punten zijn twee
De voorkeursvariant is de slinger (variant C’) vanwege
modellen uitgewerkt tot een verkavelingsstudie.
de hogere woningkwaliteit en hogere kwaliteit van de
De voorkeursvariant is de “slinger”. Deze vormt de basis
buitenruimte. Door het toepassen van zowel 2 als 3
van dit beeldkwaliteitsplan en is hiernaast weergege-
bouwlagen wordt ingespeeld op de omliggende bebou-
ven.
wing van het plangebied. Extra aandacht moet besteed worden aan de vormgeving van de galerij die ook breder
Parkeerterrein oostzijde
De slinger biedt woningen die hun buitenruimtes naar
ontworpen moet worden om te kunnen dienen als ver-
de twee tuinen gericht hebben. Die buitenruimtes be-
blijfsruimte.
staan uit brede galerijen met zitruimte. De slinger omvat twee groene ruimten die dienen als semi-openbare binnentuin en zo nodig als locatie voor waterberging.
De bestaande haag maakt van een van de parkjes een besloten groene plek. Het andere parkje is een groene voorruimte van de hoofdentree van het gebouw die daardoor geaccentueerd wordt. De groene rand is niet Zeemanstraat
Kamerlingh Onnesstraat
overal even diep en is smal op de koppen van het perceel.
13
4 Beeldkwaliteit bebouwing 4.1
Beeldambitie en sfeer
4.3
Massa en vorm
Het nieuwe appartementengebouw voegt zich in de be-
▪ De appartementen maken deel uit van één steden-
staande structuur van Nieuwerkerk aan den IJssel en de
bouwkundige eenheid met als basisvorm een slinger
wijk Dorrestein. Daarbij is de dorpse schaal, passend bij
van maximaal drie bouwlagen hoog (exclusief installa-
de structuur en afgestemd op de ligging in de wijk, het uit-
ties en liftopbouwen).
gangspunt. Een eigentijds zorgvuldig vormgegeven bebou-
▪ Deze basisvorm is opgedeeld in vier herkenbare volu-
wingsbeeld is daarbij de ambitie. Wat betreft materiaalge-
mes met een onderling sterke samenhang. Deze opde-
bruik refereert het gebouw aan de directe omgeving, maar
ling dient om het gebouw visueel te verkleinen en vari-
dan met een kwalitatieve en passende twist. Uitgangs-
atie in het beeld aan te brengen.
punt is zoveel mogelijk klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen.
Basis: slinger van maximaal 3 lagen
▪ De opdeling van de bouwmassa vindt enerzijds plaats door te wisselen in bouwhoogte; drie bouwlagen voor
Massa opdelen door hoogteverschil
de noordoostelijke delen van de slinger en twee bouw-
4.2
Situering en oriëntatie
▪ De bebouwing ligt in het verlengde van of achter de bestaande voorgevelrooilijnen in de directe omgeving.
lagen voor de zuidwestelijke delen. Anderzijds vindt de opdeling plaats door het duidelijk onderling losknippen van de vier afzonderlijke delen van de slinger.
▪ De bebouwing is gesitueerd in een slinger rond twee
▪ Bebouwingsaccenten zijn toegestaan en wenselijk:
grote groene semi-openbare binnentuinen, conform
geschikte middelen hierbij zijn lichte sprongen in de
de opzet van het model ‘slinger’ uit de Nota van Uit-
gevels, een verbijzondering van de entree of subtiele
gangspunten.
plaatselijke uitkragingen of inkepingen in de bouw-
▪ Het gebouw krijgt een alzijdige oriëntatie. Dit betekent
massa. Voorwaarde is dat alle massa’s en volumes één
dat de appartementen zowel gericht zijn op de be-
duidelijke familie van elkaar zijn en in samenhang met
staande openbare ruimte als de nieuwe binnentuinen.
elkaar zijn ontworpen.
Massa opdelen door losknippen volumes
▪ Met uitzondering van de benodigde ruimte voor bergingen en eventuele groene kopgevels komen er 14
geen blinde gevels voor.
Beperkte accenten voor verdere variatie
4.4
Architectonische uitwerking
▪ Het gebouw heeft geen duidelijke voor- of achtergevels. Dit betekent dat de gevels aan de bestaande openbare ruimte én de gevels aan de binnentuinen representatief zijn. ▪ De situering van gevelopeningen vertoont samenhang over alle bouwlagen. De voorkeur gaat uit naar een gevarieerd beeld waarbij een te strikte symmetrie wordt vermeden. Appartementen alzijdig ontwerpen
▪ Gevels krijgen voldoende plasticiteit (dieptewerking, reliëf) bijvoorbeeld met diep liggende kozijnen en gevarieerd metselwerk. ▪ De hoofdentree is aantrekkelijk en duidelijk onderscheiVoldoende gevelplastiek
dend ten opzichte van de overige gevels vormgegeven. ▪ Galerijen worden gecombineerd met een zitruimte en krijgen een open en zorgvuldige vormgeving aan de zijde rond de binnentuinen. De gecombineerde galerij voorziet in voldoende buitenruimte voor de woningen. Aan de overige zijden zijn dan ook geen balkons of buitenruimten toegestaan. ▪ De gecombineerde galerij wordt eenduidig bij alle volumes uitgevoerd.
Duidelijke vormgegeven en aantrekkelijke entree
Gevelplastiek en licht metselwerk
15
▪ Er is aandacht voor een zorgvuldige inpassing van
▪ De gecombineerde galerij met buitenruimten wordt
de hemelwaterafvoer. Hemelwaterafvoeren worden
mee-ontworpen als volwaardig onderdeel van het
mee-ontworpen en bijvoorkeur verwerkt in de ge-
gebouw. Deze wordt hierbij ofwel eenduidig vorm-
vels.
gegeven met borstweringen in hetzelfde materiaal
▪ Beweegbare zonwering wordt integraal meeontwor-
als de gevel, ofwel onderscheidend met afwijkend
pen. Hiertoe worden voldoende diepe negges ge-
transparant materiaalgebruik van rustige houten of
maakt zodanig dat de zonweringskasten binnen de
metalen hekwerken al dan niet in combinatie met
negges vallen.
glas. Uitgangspunt bij een transparante afscheiding
▪ Zonnepanelen worden evenwichtig en zorgvuldig
is dat deze niet nader wordt afgeschermd.
Galerij en balkon combineren, privéruimte aan woningzijde
binnen het dakvlak ingepast. Waar mogelijk gecombineerd met groen en waterberging.
4.6
Duurzaamheid bebouwing
▪ Installaties zijn bij voorkeur inpandig opgelost, op-
Vanuit de Nota van Uitgangspunten wordt ingezet op een
genomen in de architectuur of niet zichtbaar vanaf
duurzame ontwikkeling die bijdraagt aan een gezonde leef-
de openbare ruimte.
omgeving. Daarbij gaat het om diverse maatregelen op gebouwniveau om in te zetten op minder en andere vormen
4.5
Materiaal- en kleurgebruik
van energiegebruik, het tegengaan van hittestress, het
▪ Het materiaal- en kleurgebruik van de bebouwing is
voorkomen van wateroverlast en het bevorderen van de bio-
passend bij de directe omgeving en is daarom eendui-
diversiteit. In deze paragraaf worden daarom de wenselijke
dig en ingetogen.
en passende duurzaamheidsmaatregelen voor de bebou-
▪ Het hoofdmateriaal voor de gevels is baksteen in lichte
▪ Het gebouw wordt zo duurzaam mogelijk gemaakt en
▪ Voor een afwisselend gevelbeeld kunnen enkele delen
voldoet aan BENG-niveau. Daarbij wordt onder andere
of verbijzonderingen in een afwijkende donkere kleur-
gekeken naar mogelijkheden van nieuwe duurzame
stelling worden uitgevoerd.
energievormen en toepassing van groene daken en
te zijn. 16
wing beknopt aangegeven.
zandkleur als afgeleide van de omliggende bebouwing.
▪ Toe te passen materialen dienen zo duurzaam mogelijk
Galerij en balkon combineren, privéruimte aan binnentuin
gevels. Accenten met afwisselend materiaalgebruik
▪ Toe te passen materialen dienen zo duurzaam mogelijk te zijn. Het materiaal moet goed (technisch) toepasbaar zijn voor de gekozen vormgeving, detaillering en moet toekomstbestendig zijn (onderhoud). ▪ Het dakoppervlak wordt optimaal benut door een goede verdeling tussen zonnepanelen, waterberging en groen, waar mogelijk deze te combineren. ▪ Gebouwen worden zoveel mogelijk voorzien van maatregelen om de biodiversiteit te stimuleren en nestge-
Toepassen van groene gevels
Dakoppervlak wordt optimaal benut
Sedumdaken
Toepassen van zonnepanelen
legenheid/onderkomen te bieden. Daarbij kan worden gedacht aan onder andere nestkastjes, vegetatiedaken, spandraden voor klimplanten etc. Deze maatregelen worden meegenomen in het ontwerp van de bebouwing. ▪ Verblijfsplaatsen voor vleermuizen worden meegenomen in het ontwerp van de gebouwen. ▪ Kopgevels kunnen uitgevoerd worden in (deels) groene gevels als schuil- en broedplaats voor zangvogels als de merel.
Nestkasten in gevel
17
5 Beeldkwaliteit buitenruimte 5.1
Beeldambitie en sfeer
Voor de inrichting van de (openbare) buitenruimte wor-
▪ De inrichting van de buitenruimte krijgt zo min mogelijk verharding.
den de aanwezige kwaliteiten van het bestaande groen
▪ Voor de materialisering van de parkeervakken, voet-
verbeterd en versterkt. Het streven is een aantrekkelijke
paden en entreepleintjes is een rustig en eenduidig
woon- en leefomgeving, waarmee een bijdrage wordt ge-
beeld het streven.
leverd aan onder andere klimaatadaptatie, biodiversiteit, bewegen en ruimte voor ontmoeting.
▪ Voetpaden worden uitgevoerd in een 30 x 30 cm formaat qua kleur en textuur passend en in aansluiting
Materialen aansluiten bij bestaand straatbeeld
op de bestaande trottoirs. De entreepleintjes mogen Uitgangspunt is een rustig, neutraal en eigentijds beeld,
zich hiervan onderscheiden met bijvoorbeeld gebak-
waarbij inrichtingselementen zich onopvallend schikken
ken klinkers, hoogwaardige betonstraatstenen, half-
in hun groene en bebouwde context. Inrichtingselemen-
verharding of groene verharding.
ten als verlichtingsmasten, afvalbakken, nutsvoorzie-
▪ Afval wordt ingezameld middels gebruik van nieuwe
ningen en hekwerken krijgen over het gehele openbare
ondergrondse afvalcontainers langs de Kamerlingh
gebied een uniforme vormgeving conform de DIOR van
Onnesstraat conform het DIOR van de gemeente.
de gemeente. Dit wordt nader uitgewerkt middels een in-
▪ In het plangebied worden parkeerplaatsen gerea-
richtingsplan voor de openbare ruimte. De buitenruimte
liseerd grenzend aan openbaar gebied, door mid-
op de gronden van de corporatie wordt vormgegeven via
del van haaksparkeerplaatsen en een parkeerveld.
een integraal ontwerp dat is afgestemd op de inrichting
Beide worden uitgevoerd met grasbetonstenen. Par-
van de openbare ruimte.
keervakken wateren waar mogelijk direct af op groen. ▪ Voor bezoekers van de appartementen dient reke-
5.2
18
Verharding en parkeren
ning te worden gehouden met voldoende fietspar-
▪ De verharding grenst aan bestaande rijbanen en be-
keerplaatsen nabij de hoofdentree. Deze worden
staat in het plangebied uit nieuw aan te leggen voet-
zorgvuldig ingepast op of aan de entreepleintjes en
paden, parkeervakken en entreepleintjes.
krijgen een rustige en onopvallende uitstraling.
Referentiebeeld groen parkeervak
5.3
Bestaande haag handhaven
Groen en beplanting
De groeninrichting van de openbare en semi-openbare
▪ voorkeur voor inheems.
ruimte draagt in belangrijke mate bij aan de sfeer en leef-
▪ onderhoudsvriendelijk.
baarheid van de buurt. Belangrijk is om de beplanting zo
▪ ziekteresistent.
te kiezen dat deze een robuuste groene sfeer uitstraalt en
▪ geen overlast met luis ‘drup’.
aansluit bij het bestaande groen van de omgeving.
▪ jaarrond aantrekkelijk.
▪ De inrichting van de buitenruimte is zo groen mogelijk
▪ Erfafscheidingen vormen de overgang tussen de ka-
om maximaal bij te dragen aan enerzijds een groen
vel en de private of openbare buitenruimte en zijn
beeld en anderzijds klimaatadaptatie en biodiversiteit.
beeldbepalend in het straatbeeld. De privé buiten-
▪ Aan de zuidzijde van het plangebied, aan het Tinber-
ruimten/tuinen bij de appartementen op de begane
genpad blijft een ruime groenstrook behouden en
grond krijgen een mix van haagplanten die uitgroei-
wordt de locatie afgeschermd met de bestaande haag
en tot een gemengde haag als erfafscheiding. Dit
van circa 1.8 meter hoog.
om de overgang van openbaar en privé een eendui-
▪ Aan de overige zijden krijgen de appartementen op de
Onderbreking parkeren met hagen
Privétuinen bij begane grond appartementen
▪ ecologische waarden.
dige groene uitstraling te geven.
begane grond een privé buitenruimte/voortuin. Deze
▪ De slingervormige opzet vormt twee binnentuinen
dient voldoende diep te zijn om een groene inrichting
die beide een groene inrichting krijgen maar zich
mogelijk te maken.
duidelijk in sfeer van elkaar onderscheiden.
▪ Het groen en parkeren wordt zorgvuldig op elkaar af-
▪ De zuidelijke binnentuin aan het Tinbergenpad heeft
gestemd. Tussen parkeervakken worden bomen en/
een afgesloten karakter. Streefbeeld is hier een in-
of onderbeplanting ingepast.
richting als gezamenlijke, intieme, besloten en weel-
▪ Bestaande beplanting dient zoveel mogelijk te worden
derige tuin. Bloeiende vaste planten in plantvakken,
ingepast, bomen die niet behouden kunnen worden
heesters, (bestaande) bomen en boomgroepen en
dienen te worden gecompenseerd.
verschillende zitelementen worden hier daarom
▪ De boomspiegels worden beplant met robuuste vaste
beeldbepalend. Dit beeld zet zich door langs de
planten of een lage blokhaag. Uitgangspunten bij de
groenstrook richting Zeemanstraat die aansluit op
beplantingskeuze daarbij zijn:
deze binnentuin. 19
▪ De noordelijke binnentuin krijgt een meer open karakter, ligt in het zicht van de straat en kan worden afgeschermd met lage beplanting. Daarbinnen is het een open veld met enkele bomen of boomgroepen en plaatselijke velden met bloeiende beplanting.
5.4
Duurzaamheid buitenruimte
Vanuit de Nota van Uitgangspunten wordt ingezet op
Beukenhaag als afscheiding voortuinen
een duurzame ontwikkeling die bijdraagt aan een gezonde leefomgeving. De maatregelen daarbij voor de inrichting van de buitenruimte hebben invloed op de beeldkwaliteit die ontstaat. In deze paragraaf worden daarom de wenselijke en passende duurzaamheidsmaatregelen voor de buitenruimte en hun effect op het beeld beknopt aangegeven. ▪ Inrichting van de (semi) openbare buitenruimte dient zo groen mogelijk te zijn met een diversiteit aan groen. Dit om een aantrekkelijk beeld te bereiken, maar ook om hittestress tegen te gaan, bij te dragen aan het zo lang mogelijk vasthouden van water en aan het vergroten van de biodiversiteit (o.a. door middel van de keuze beplanting en het plaatsen van insectenhotels). Om dit beeld en deze functies continu te laten zijn dient het groen bestand te zijn tegen droogte. 20
Typering buitenruimten rond appartementen
Openbare ruimte bevordert biodiversiteit
▪ Toe te passen materialen dienen zo duurzaam mogelijk te zijn. Het materiaal moet goed (technisch) toepasbaar zijn voor de gekozen vormgeving, detaillering en moet toekomstbestendig zijn (onderhoud). ▪ Hitte absorberende (bouw-)materialen worden zoveel mogelijk beperkt. ▪ De binnentuinen dienen in beeld zo min mogelijk verharding te krijgen, alleen de noodzakelijke paden ten behoeve van onderhoud of bereikbaarheid van de woningen mogen worden aangelegd. ▪ Elke woning dient zicht te hebben op de groene buitenruimte. ▪ Bestaande bomen zullen zoveel als mogelijk behouden blijven. Nieuw te planten bomen dragen bij aan de doelsoorten die in de kansenscan zijn bepaald en aan het vergroten en verbeteren van de lokale habitat. Daarnaast dienen ze in beeld aan te sluiten bij de bestaande omgeving. ▪ Gestreefd wordt naar minimaal 30% beschaduwde omgeving bij de hoogste zonnestand, te koppelen aan de omvang van de boomkronen van bestaande en toekomstige (nieuwe) bomen en hagen en te bereiken in een tijdsspan van 5 jaar na oplevering van de gebouwen.
Zuidelijke binnentuin; intieme, gezamenlijke tuin
Noordelijke binnentuin; open groene ruimte aan entree
21
burosro.nl
stedenbouw
+
ruimtelijke ordening
+
ontwikkelingsmanagement