CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 Quickscan Flora en Fauna gemaal Hitland (geanonimiseerd) A23.001444

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Instemming Nota van zienswijzen en definitieve verklaring van geen bedenkingen gemaal Hitland12.777 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

îquoyal

HaskoningDHV Enhancing Society Together

REPORT

Quickscan gemaal Hitland In het kader van Wet natuurbescherming en de omgevingsverordening provincie Zuid-Holland Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpener-

Klant:

waard

Referentie:

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0013

Status:

A2/C02

Datum:

13 maart 2023

Projectgerelateerd

ìì’Royal

HaskoningDHV HASKONINGDHV

NEDERLAND

B.V.

Larixplein 1 5616 VB

Eindhoven

Water & Maritime

Titel document: Ondertitel:

Quick

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0013

Status:

Projectnaam:

Projectnummer: Auteur(s):

Opgesteld door: Gecontroleerd

door:

Datum:

Goedgekeurd door: Datum:

56515154

+3188

3484250

T

reception.ein-la@nl.hdhv.com

E

royalhaskoningdhv.com

W

Quickscan gemaal Hitland

Referentie: Datum:

Trade register number:

scan

F&F

C02/A2 13 maart 2023 PG

Hitland

KGM245

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 13 maart 2023

(geanonimiseerd) 13 maart 2023

(geanonimise rd)

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets u it document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Hasko-

ningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V..

Voor-

dat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

ï

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV

Inhoud

aon_NMN

1

Inleiding

141

Aanleiding

12

Doelstelling en scope onderzoek

13

Leeswijzer

2

Plangebied en voorgenomen

21

Ligging en begrenzing van het plangebied

22

Beschrijving en impressie van het plangebied

23

Voorgenomen ingreep

3

Onderzoeksvragen en -methode

31

Toetsingskader beschermde gebieden

32

Toetsingskader beschermde soorten (H3 van de Wnb)

3.3

Toetsingskader beschermde houtopstanden

4

Beschermde gebieden

11

41

Ligging van het plangebied t.0.v. Natura 2000-gebieden (H2 van de Wnb)

11

42

Storingsfactoren en effectbeoordeling

12

43

Conclusie en advies

12

44

Planologisch beschermde gebieden (NNN)

13

441

Effect beoordeling NNN

14

442

Conclusie

14

5

Beschermde

51

Vaatplanten

15

52

Grondgebonden zoogdieren

16

53

Vleermuizen

17

54

Broedvogels

19

55

Vissen

20

56

Amfibieën

21

57

Reptielen

23

58

Ongewervelden

23

59

Algemene Zorgplicht

24

_ Conclusie en advies

26

5.10

ingreep

soorten

o 15

6

Beschermde houtopstanden

27

6.1

Voorgenomen kapomvang en beoordeling

27

13 maart 2023

QUICK

SCAN

F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

Projectgerelateerd

î1’Royal

HaskoningDHV 6.2

Conclusie houtopstanden

27

7

Conclusies en vervolgstappen

28

74

Beschermde gebieden

28

72

Beschermde

29

73

Beschermde houtopstanden

29

8

Geraadpleegde literatuur

30

soorten

31

Bijlage |: Beknopt kader natuurwet- en regelgeving

VERSIEBEHEER:

V

ie

Datum

Statu:

Auté

E

Opmerking

P01.01

22-10-2021

(geanonimiseerd)

Versie, ingediend bij ODMH

c02

13-03-2023

-

Update n.a.v. opmerkingen ODMH

13 maart 2023

QUICK

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

SCAN

F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV

1

Inleiding

141

Aanleiding

In Nieuwerkerk aan den IJssel wordt het gemaal “Hitland” vervangen voor een nieuw gemaal op een andere locatie, circa 120 meter ten zuidwesten van de huidige gemaal. Dit zal gepaard gaan met de kap van bomen.

Bij het nieuwe gemaal wordt ook een vispassage, tevens waterinlaat gerealiseerd. De watergangen in het plangebied worden hiervoor opgeschoond, waarbij ook één van de bestaande watergangen wordt verbreed. De aanleg van een nieuw gemaal en het verbreden van een watergang zijn ruimtelijke ingrepen zoals be-

doeld in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb). De beoogde ruimtelijke ingrepen leiden mogelijk tot negatieve effecten op onderde Wet natuurbescherming beschermde gebieden, soorten of houtopstanden. Ook kunnen de ingrepen leiden tot negatieve effecten op het planologisch beschermde Natuurnetwerk Nederland. Om de effecten van de ingreep op beschermde gebieden, dier- en plantensoorten en houtopstanden in kaart te brengen en de haalbaarheid van het voornemen te beoordelen heeft het Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenerwaard aan Royal Hasko-

ningDHV verzocht een quickscan in het kader van de wettelijke en planologische natuurregelgeving uit te voeren

1.2

Doelstelling en scope onderzoek

Om na te gaan of (negatieve) effecten als bedoeld in de Wb beschermde gebieden en beschermde soorten kunnen

optreden,

is een toetsing nodig.

Dit wordt gedaan

in het kader van de Wnb

voor de onderdelen

Gebiedsbescherming (Hoofdstuk 2 van de Wnb), Soortenbescherming (Hoofdstuk 3 van de Wnb) en Houtopstanden (Hoofdstuk 4 van de Wnb). Daarnaast is een toetsing noodzakelijk aan het planologische beschermingsregime van het Natuurnetwerk Nederland (hierna: NNN). Dit om na te gaan of de ingreep effec-

ten heeft op de wezenlijke kenmerken en waarden. Dit rapport geeft een algemene indruk van het plangebied en de daar mogelijk voorkomende juridisch dan wel beleidsmatig beschermde natuurwaarden. Ook worden de mogelijke effecten van de voorgenomen ingreep op deze beschermde gebieden en soorten onderzocht. Het betreft een quickscan; een eerste verkenning of effecten kunnen optreden. De gegevens voortvloeiend uit onderhavige quickscan geven duideijkheid of een aanvullend onderzoek en een daaruit volgende toet-

sing aan de Wet natuurbescherming en/of een aanvullende beoordeling in het kader van de planologische gebiedsbescherming noodzakelijk is. Een beknopte beschrijving van de natuurwet- en regelgeving is in bijlage 1 opgenomen.

1.3

Leeswijzer

Hoofdstuk 2 geeft een algemene indruk van het plangebied en beschrijft de voorgenomen

ontwikkelingen.

In hoofdstuk 3 zijn per toetsingskader de relevante onderzoeksvragen en -methode beschreven. In hoofdstuk 4 is de toetsing aan de wettelijke en planologische gebiedsbescherming beschreven. In hoofdstuk 5 is de toetsing ten aanzien van beschermde soorten opgenomen.

In hoofdstuk 6 is de toetsing ten aanzien van

beschermde houtopstanden opgenomen. In hoofdstuk 7 zijn de conclusies van het onderzoek samengevat. In hoofdstuk 8 is een overzicht van de geraadpleegde literatuur te vinden. In de bijlage is een beknopt kader van de relevante natuurwet- en regelgeving opgenomen

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

1

Projectgerelateerd

ì\ Royal HaskoningDHV 2

Plangebied en voorgenomen

ingreep

21

Ligging en begrenzing van het plangebied

Het plangebied ligt in de gemeente Nieuwerkerk aan de IJssel in de provincie Zuid-Holland. Het is gelegen

ten oosten van Capelle aan den IJssel, in het park Hitland. In de onderstaande afbeelding is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven (Figuur 2-1). Het plangebied wordt in het zuiden begrensd

door de rivier Hollandsche IJssel. In het westen grenst het

plangebied aan de bebouwde kom van Capelle aan den IJssel. Het noorden en oosten van het plangebied bestaan voornamelijk uit polder landschap.

onarkeek

Figuur 2-1.

Ligging en begrenzing van het plangebied (rood) in Nieuwerkerk aan de IJssel.

22

Beschrijving en impressie van het plangebied

znder

e

Het plangebied is gelegen in park Hitland de aanwezige begroeiing bestaat it struweel, bos en graslanden Door het landschap lopen vele watergangen en sloten. In de afbeeldingen op de volgende pagina's is een

impressie van het plangebied opgenomen. De afbeeldingen geven de verschillende elementen weer die binnen het plangebied voorkomen, of van belang zijn n het kader van de voorgenomen werkzaamheden (Figuren 2-2 U/m 2-7).

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

2

Projectgerelateerd

> Royal HaskoningDHV

Figuur 2-1. Links,

at van de h

dige ger

nd de groene

t omheen

d igt.

groeit.

Foto's:

Rec

Royal

Hask

Figuur 2-2. Het hui

van

de

H

n de pa nieuwe

13

ger

maart 2023

ko

QUICK

SCAN

F&F

1245-RHD-ZZXX-RP-OM-0013

Projectgerelateerd

Royal HaskoningDHV

we gemaal. Foto's:

Rechts,

watergang

Royal HaskoningDHV,

die

nzend aan de bestaande watergang zal worden uitgegraven voor de aanstroming wordt verbreed en verdiept met links in de foto waar een rustplaats voor viss

6 oktober 2021

Figuur zuide

jke

ri

ting vanaf hetzelfde

punt.

2021

. Links, [oopbrug Ze zijn voorne mens de bes

13 maant

2

QUICK

noordzijde van het plangebied e watergangen hier te verbrede

SCAN

F&F

f de brug ligt. Rechts, var pen. Foto's: Roye

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

estelijke richting. ktober

2021

4

Projectgerelateerd

ìì’Royal

HaskoningDHV

Figuur 2-7. Links, In de verte het bos waarachter de visrustplaats moet komen (gezien in zuidelijk ichting), verder bestaat het gebied uit hoge/dichte graslanden.

Rechts, bosrand aan weerszijde van de graslanden, waar veel vogels zíchtbaar gebruik van maakte van

beschutting. Foto's: Royal HaskoningDHV, 6 oktober 2021.

2.3

_ Voorgenomen ingreep

In Nieuwerkerk aan den IJssel wordt gemaal Hitland vervangen voor een nieuw gemaal (Figuur 2-8). Het nieuwe gemaal zal op een afstand van ongeveer 120m zuidwestelijker komen te staan. De sloop en de nieuwbouw gaan gepaard met de inzet van zware machines zoals graafmachines met rupsbanden. Naast de bouw van het nieuwe gemaal zijn de volgende werkzaamheden beoogd (Figuren 2-9 en 2-10): e Op de locatie van het nieuwe gemaal moeten ca. 20 stuks bomen gekapt worden. e _ Op het terrein van het nieuwe gemaal worden een kroosvuilopslag, een trafostation, een helofytenfilter

en 3 st. windwokkels geplaatst. e Naast het nieuwe gemaal wordt een vispassage, tevens waterinlaat gerealiseerd. e _ Aan de binnenzijde van de dijk wordt een afsluiterput geplaatst, langs de Hollandsche IJssel wordt een uitlaatwerk geplaatst. Het nodige leidingwerk wordt (onder maaiveld) aangelegd. e De watergang direct ten noorden van het nieuwe gemaal, wordt met ca. 15 verlengd in de richting van de dijk. Hiervoor word grond die momenteel nog grasland is weggegraven. e

De watergang ten noorden van het nieuwe gemaal wordt geschoond.

°

De smalle sloot ten noorden van het nieuwe gemaal (in het verlengde van de bredere watergang) wordt verbreed en verdiept tot aan de open plas aan de noordzijde van het plangebied. e _ Halverwege de hiervoor genoemde verbrede sloot wordt een zijtak opgeschoond en verdiept. e

Aan de noordzijde van het plangebied staat een brug waaronder de watergang wordt opgeschoond.

e

Voor de sloop van het oude gemaal zal tot een halve meter onder het maaiveld worden gegraven.

Het graven, verdiepen en verbreden van watergangen gaat eveneens gepaard met de inzet van zware machines.

Volgens de huidige planning zullen de werkzaamheden in/aan de dijk in Q3 2023 plaatsvinden en wordt het werk binnendijks in de periode Q4 2023 U/m Q2 2024 plaatsvinden. Het werk is naar verwachting in juli 2024 gereed. Waarschijnlijk is dat alleen overdag gewerkt gaat worden. Het oude gemaal wordt naar verwachting

in Q3 2024 gesloopt.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

s

Projectgerelateerd

ì«’Roya L

HaskoningDHV

Locatie bestaand

gemaal Hitland

Locatie

nieuw

gemaal Hitland

Kispasads] lniaatvoorziening|

Figuur 2-9. Globaal locatie overzicht van het nieuwe gemaal, de vispassage, de afsluiterput, het uitlaatwerk en het [eidingwerk.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

H

Projectgerelateerd

AR Royal HaskoningDHV

B

Figuur 2-10.

Locaties binnen het plangebied waar watergangen worden verdiept en verbreed en waar watergangen worden ge-

schoond.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

7

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 3

Onderzoeksvragen en -methode

Hieronder is per toetsingskader beschreven, welke methode

gebruikt is om

na te gaan wat het be-

lang is van het plangebied voor de (wettelijk) beschermde gebieden, soorten en houtopstanden die in of nabij het plangebied voorkomen. Daarbij zijn de onderzoeksvragen benoemd.

31

Toetsingskader beschermde gebieden

Voor (natuur)gebieden geldt in Nederland dat zij op verschillende wijzen beschermd kunnen zijn. Gebieden kunnen namelijk zijn aangewezen als Natura 2000-gebied, en zijn dan beschermd onder Hoofdstuk 2 van de Wet natuurbescherming. Gebieden kunnen ook planologisch beschermd zijn, wanneer zij zijn aangewezen als onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Wettelijk beschermde gebieden (H2 van de Wnb) Voor een beoordeling of sprake kan zijn van effecten op beschermde Natura 2000-gebieden is het van belang na te gaan of in de nabijheid van het plangebied wettelijk beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden) zijn gelegen. Hiervoor is de Atlas Leefomgeving van de Riijjksoverheid geraadpleegd (RIVM, 2018).

Vervolgens is op basis van expert judgement een inschatting gemaakt van de effecten van de geplande ingreep in relatie tot de omliggende Natura 2000-gebieden. Dit is beoordeeld aan de hand van de storingsfactoren zoals geformuleerd in de zogenoemde Effectindicator’.Vervolgens is nagegaan of en in hoeverre enige relatie te verwachten is tussen de voorgenomen ingreep en de onderde Wnb geformuleerde instandhoudingsdoelen van in deze omgeving liggende Natura 2000-gebieden. De onderzoeksvragen zijn:

e e «

Ligt het plangebied in of in de omgeving van beschermde Natura 2000-gebieden? Is er een kans op het optreden van storingsfactoren vanuit het project welke mogelijke een negatief effect hebben op de instandhoudingsdoelstellingen van deze gebieden? Is er mogelijk sprake van significante aantasting van de natuurlijke kenmerken van het Natura 2000gebied (gelet op de doelstellingen en de staat van instandhouding)?

e

Zijn er vervolgstappen nodig?

Planologisch beschermde gebieden (NNN) Bij dit onderdeel is onderzocht of het plangebied in of nabij het Natuurnetwerk Nederland (NNN) ligt. Op grond van de aard van de ingreep en de afstand tot het NNN wordt bepaald of negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN

naar verwachting aan de orde kan zijn.

De onderzoeksvragen zijn e Ligt het plangebied in of in de buurt van het Natuurnetwerk Nederland (NNN)? Zo ja, wat zijn de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN? e Veroorzaakt de voorgenomen activiteit negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN? Zo ja, welke vervolgstap is noodzakelijk?

* Ministerie van LNV, Effectenindicator Natura2000-gebieden, via: https://www.synbiosys.alterra.nl/bijt2/effectenindicatoraspx, geraadpleegd 20 juli 2021

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

8

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 3.2

Toetsingskader beschermde soorten (H3 van de Wnb)

Om na te gaan wat het belang is van het plangebied voor de wettelijk beschermde soorten die in of nabij het plangebied voorkomen, zijn op 5 oktober 2021 verspreidingsgegevens van beschermde soorten opgevraagd uit de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) voor het plangebied en enkele kilometers rondom het plangebied. Daarnaast zijn verspreidingsatlassen geraadpleegd om inzicht te krijgen in de regionale

verspreiding van soorten. Door deze bestaande verspreidingsgegevens te raadplegen, is inzicht verkregen in de aanwezige beschermde soorten in of in de directe omgeving van het projectgebied. Op dinsdag 5 oktober 2021

is een verkennend veldbezoek uitgevoerd (droog,

maar ook momenten

met

(geanonimiseerd) regen., bewolkt, 17 graden Celsius, 2 Beaufort) doorüdeskundlge ecologen werkzaam bij Royal HaskoningDHV. Tijdens het veldbezoek is een habitatgeschiktheidsanalyse gedaan

voor voorkomende en te verwachten soorten. Door middel van een beknopte analyse van mogelijk optredende verstoring vanuit het project in relatie tot de biotoopeisen van de beschermde soorten uit het plange-

bied, is beoordeeld welke negatieve effecten de voorgenomen werkzaamheden kunnen hebben op mogelijk in het plangebied voorkomende beschermde soorten.

De onderzoeksvragen zijn: e Welke beschermde soorten komen voor in of nabij het plangebied of zijn op basis van aanwezige biotopen niet uit te sluiten? « Welke (negatieve) effecten kunnen deze beschermde soorten ondervinden als gevolg van de voorgenomen

e

e e

activiteit?

Kunnen voorzorgsmaatregelen genomen

worden om

negatieve effecten en daarmee

een overtreding

van verbodsbepalingen te voorkomen? Zo ja, wat zijn die voorzorgsmaatregelen dan? s nader veldonderzoek nodig om de aanwezigheid van beschermde soorten vast te stellen of uit te sluiten? Zo ja, voor welke soorten? Is voor het uitvoeren van de werkzaamheden een ontheffingsaanvraag in het kader van de Soortenbescherming noodzakelijk?

Indien de onderzoeksresultaten voldoende zekerheid geven over het voorkomen van beschermde soorten, zijn de mogelijke (negatieve) effecten van de voorgenomen ingreep op deze soorten bepaald. Vervolgens is beoordeeld of overtreding van de verbodsbepalingen van de Wnb aan de orde is. In hoeverre het mogelijk is om een complete effectanalyse te maken, is afhankelijk van de volledigheid en bruikbaarheid van de beschikbare verspreidingsgegevens en duidelijkheid over de uit te voeren werkzaamheden en uitvoeringsplanning.

3.3

_ Toetsingskader beschermde houtopstanden

Wettelijk beschermde houtopstanden (H4 van de Wnb) De bescherming betreft de houtopstanden die zijn gelegen buiten de bebouwde kom (Boswet) en die een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit meer dan 20 laanbomen. Indien houtopstanden groter dn

0,1 hectare gekapt worden,

is het onderdeel van toepassing.

Er geldt dan een

meldplicht én herplantplicht. Deze herplanting hoeft echter niet altijd op dezelfde plek plaats te vinden. Voor dit project is beoordeeld of te kappen houtopstanden binnen of buiten de bebouwde kom boswet zijn gelegen. Vervolgens is van de bomen buiten deze begrenzing beoordeeld of zij een oppervlakte hebben van meer dan 1.000 m2 (0,1 hectare) of bestaan uit meer dan 20 laanbomen.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

E

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV De onderzoeksvragen zijn: e

Zijn er wettelijk beschermde houtopstanden aanwezig in het plangebied?

°

Leidt de voorgenomen activiteit tot negatieve effecten op onder de Wnb beschermde houtopstanden? Zo ja, welke vervolgstap is noodzakelijk?

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

10

Projectgerelateerd

ì1’Royal

HaskoningDHV 4

Beschermde gebieden

In dit hoofdstuk is beschreven of in de nabijheid van het plangebied wettelijk beschermde gebieden (Natura 2000-gebieden) gelegen zijn en wordt beoordeeld of storingsfactoren kunnen optreden (beknopte Voortoets). Daarnaast is beschreven of in de nabijheid van het plangebied planologisch beschermde Natuurnetwerk Nederland (NNN)-gebieden gelegen zijn en wordt beoordeeld of er vervolgstappen, als een Nee-Tenzij-Toets nodig zijn.

41

Ligging van het plangebied t.0.v. Natura 2000-gebieden (H2 van de Wnb)

In de onderstaande afbeelding is de ligging van het plangebied te zien ten opzichte van de nabijgelegen Natura 2000-gebieden (Figuur 4-1). Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000-gebieden zijn "Boezems

Kinderdijk”, Donkse Laagten” en “Broekvelden, Vet-

tenbroek & Polder Stein". Deze Natura 2000-gebieden liggen in de provincie Zuid-Holland. Natura 2000gebied “Boezems Kinderdijk”, is met ongeveer 5,5 kilometer het dichtstbij gelegen ten opzichte van het plangebied.

Nesderp

g

)

E

\berkël en

Rodenrijs

Rolterdam Legenda

B

aa2000 Broekvelden Vetenbroek & PolderStin

E

aa2000 Donise Laogten

B

aa2000 Boezems Kaderaik

teikeke N

o

a

Slikkereer

4

B o2

S Klones

nidderker

e Figuur 4-1.

SAE

Ligging van het plangebied ten opzichte van Natura 2000 gebieden.

Bron:

e

e

r

Ministerie van Landbouw,

om

Natuur en Voedsel-

veiigheid.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

e

"

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 42

Storingsfactoren en effectbeoordeling

De Effectenindicator zoals aangereikt door het Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit (Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Voedselkwaliteit, 2020) geeft een negentiental mogelijke effecten, de zogenoemde storingsfactoren, waarmee in ieder geval rekening moet worden gehouden ten aanzien

van in Natura 2000-gebieden beschermde waarden. Op basis van deze storingsfactoren worden de effecten op de Natura 2000-gebieden in de omgeving beoordeeld. De voorgenomen activiteiten vinden plaats buiten de begrenzing van Natura 2000-gebieden, waarmee fysieke effecten -volgend uit oppervlakteverlies (1), versnippering (2) en mechanische effecten (17) op voorhand kunnen worden uitgesloten. De inzet van werktuigen (met verbrandingsmotoren) tijdens werkzaamheden

leidt mogelijk tot een tijdelijke

toename n stikstofdepositie in de omgeving van het plangebied. De tjdelijk uitstoot kan leiden tot de volgende storingsfactoren: Effecten ten gevolge van verzuring door N-depositie uit de Iucht (3), vermesting door N-depositie uit de lucht (4). De gebruiksfase leidt niet tot een toename

in stikstofdepositie. Een toe-

name van verkeer (met verbrandingsmotoren) is bijvoorbeeld niet aan de orde. stikstofdepositie worden in de volgende paragraaf nader beoordeeld.

De tijdelijke effecten van

Het voornemen voorziet niet in ingrepen in de (regionale) hydrologie, waarmee hydrologische effecten (in de Effectenindicator samengebracht onder de storingsfactoren: verzoeting (5), verzilting (6), verontreiniging (7) verdroging (8), vernatting (9), Verandering stroomsnelheid (10), verandering overstromingsfrequentie (11) en verandering dynamiek substraat (12)) op voorhand kunnen worden uitgesloten. De storingsfactoren door geluid (13), triling (14), verlichting (15) en optische verstoring (16) zullen als gevolg van tussenliggend landgebruik als snelwegen en woonkernen, in combinatie met de afstand, ter plaatse van geen enkele Natura 2000-gebied nog waarneembaar zijn.

Bij de beoogde plannen is geen sprake van verandering van populatiedynamiek (18) en bewuste verandering soortensamenstelling (19)

Stikstofdepositie in de aanlegfase Het gemotoriseerde materieel dat wordt ingezet tijdens de werkzaamheden stoot uitlaatgassen uit waarin

zich stikstofoxiden bevinden. In de Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied zijn diverse stikstofgevoelige habitattypen aanwezig. Een toename van stikstofdepositie in deze gebieden kan leiden tot verzuring en vermesting. Door verzuring kunnen daarvoor gevoelige plantensoorten verdwijnen, wat kan resulteren in een verslechtering van de kwaliteit van een habitattype en daarmee mogelijk het verdwijnen

(dier)soorten. Door vermesting kan een beperkt aantal plantensoorten sterk toenemen ten koste van andere (zeldzame) plantensoorten die vaak gebaad zijn bij weinig stikstof. Dit heeft effect op diersoorten doordat hierdoor verandering van het leefgebied optreedt. De nieuwe Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), die op 1 juli 2021 n werking is getreden, vereist het doen van onderzoek naar eventuele stikstofdepositie voor de definitieve fase van het planvoornemen.

Sinds de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 dienen ook effecten van tijdeijke

bouw- en sloopactiviteiten (aanlegfase) onderzocht te worden. Uit een (AERIUS-)berekening moet vervolgens blijken of de waarde van 0,00 mol N/ha/jaar wordt overschreden, en indien dat het geval is, of sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

12

Projectgerelateerd

ì1‚Royal

HaskoningDHV 43

Conclusie

en advies

Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied.

Natura 2000-gebied “Boezems

dijk”, is met ongeveer 5,5 kilometer het dichtstbij gelegen ten opzichte van het plangebied.

Kinder-

De meeste ne-

gatieve effecten door storingsfactoren zoals geluid, licht en optische verstoring zijn uitgesloten, vanwege de

grote afstand tussen het plangebied en omliggende Natura 2000-gebieden en tussenliggend landgebruik. Uit de berekeningen met AERIUS Calculator blijkt dat de stikstofdepositie ten gevolge van optredende emissies niet meer is dan 0,00 mol N/ha/jaar op de omliggende Natura 2000-gebieden. Dit betekent dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de bouwfase uit te sluiten zijn en het project daarmee niet vergunningplichtig is in het kader van de Wnb.

44

_ Planologisch beschermde gebieden (NNN)

Een deel van het plangebied ligt binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (Figuur 42). Binnen het NNN

zullen werkzaamheden

plaatsvinden. Er moet tot een halve meter onder het maaiveld

worden gegraven voor het slopen en dichten van het oude gemaal (Figuur 4-3). Gegraven delen worden weer dichtgemaakt. Voor de beoogde werkzaamheden is geen bestemmingswijziging van het NNN

Legende E v

00805

edetang km @

e

B

a

ij e

| E3 i

)

‚_ &

Figuur 4-2. Ligging van het plangebied ten opzichte van Natuumetwerk Nederland. Bron: Provincie Zuid-Holland.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

13

nodig.

Projectgerelateerd

ì1’Royal

HaskoningDHV

a

Figuur 4-3. Detailkaart van Natuumetwerk Nederland (NNN), dat deels overlapt met het plangebied.

Het nieuwe gemaal zal ten zui-

den van het NNN komen te liggen. Binnen het NNN zal de oude gemaal uitlaat worden afgesloten (aangegeven met een pij). Bron: Provincie Zuid-Holland.

441

Effect beoordeling NNN

Het plangebied overlapt deels met het planologische beschermde NNN. Binnen het NNN zullen graafwerkzaamheden plaatsvinden om het oude gemaal te slopen. Hierbij zal tot een halve meter onder het maaiveld worden gegraven. Het NNN heeft ter plaatse het beheertype kruiden- en faunarijk grasland (N12.02). Bij de graafwerkzaamheden wordt natuur-technisch gewerkt. De toplaag van het kruiden- en faunarijk grasland (20 - 30cm)

wordt apart gehouden

en na afloop weer teruggezet.

Negatieve

effecten op de wezenlijke

kenmerken en waarden zijn op die manier niet aan de orde. Aan de grens van het NNN word de uitlaat van het huidige gemaal gedicht. Omdat deze werkzaamheden

buiten het NNN plaatsvinden zijn negatief effecten op de beheertypen en/of de wezenlijke kenmerken en waarden van het omliggend NNN op voorhand uitgesloten. De beoogde ruimtelijke ingreep vraagt niet om een bestemmingsplan wijziging, waardoor geen verder toetsing noodzakelijk is. Er hoeft geen ‘Nee, tenzij’-toets te worden doorlopen. 442

Conclusie

De beoogde ruimtelijke ingreep heeft geen negatieve effecten op de lokale wezenlijke kenmerken en waarden. Tevens vraagt het project niet om een bestemmingsplan wijziging van het NNN. Het uitvoeren van een “Nee, tenzij-toets s niet noodzakelijk. Er zijn geen verder vervolgstappen nodig.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

14

Projectgerelateerd

ìï’Royal

HaskoningDHV 5

Beschermde

soorten

In dit hoofdstuk is de (mogelijke) aanwezigheid van onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten beschreven en wordt voor de aanwezige habitats beoordeeld of ze geschikt zijn voor onder de Wet natuurbescherming beschermde soorten. Tevens is per soort(groep) een effectbeoordeling opgenomen en worden eventuele vervolgstappen beschreven.

51

Vaatplanten

Voorkomen

Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat er in de ruime omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van de beschermde soorten. Het betreft waarnemingen van kruiptijm, wilde rid-

derspoor en wolfskers. Kruiptijm? is een soort die groeit op voedsel- en stikstofarme grond. Wilde ridderspoor groeit op matig voedselrijke en matig bemeste kalkrijke gronden. Wolfskers* heeft een voorkeur voor een voedsel- en stikstofrijke kalkhoudende bodem. De soort groeit op kap- en brandvlakten, op open plekken in bossen en langs bosranden. Maar ook op ruderale plaatsen en braakliggende grond wordt de soort aangetroffen.

De aanwezigheid van soorten als brandnetel en verschillende algemene grassoorten duidt op een voedselrijke tot zeer voedselrijke, met name stikstofrijke, bodem

(figuur 5-1). Vrijwel alle beschermde

vaatplanten

zijn gebonden aan natuurgebieden, schrale gronden of extensief beheerde gronden. Dergelijk biotoop is niet aanwezig in het plangebied. Hierdoor kunnen groeiplaatsen van beschermde vaatplanten worden uitgesloten binnen het plangebied.

Figuur 5-1.

Een deel van het plangebied waar grassen en brandnetels overheersen.

Foto:

RHDHV,

6 oktober 2021.

2 NDFF Verspreidingsatlas | Thymus praecox - Kruiptijm 7 NDEE Verspreidingsatlas | Consolida regalis - Wilde ridderspoor * NDFE Verspreidingsatlas | Atropa bella-donna - Wolfskers

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

15

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Effectenbeoordeling Het plangebied en de directe omgeving daarvan voorziet op grond van de geraadpleegde verspreidings-

gegevens en de aanwezige biotoop niet in groeiplaatsen van onder de Wb beschermde vaatplanten. Het is uitgesloten dat negatieve effecten op beschermde vaatplanten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing wordt niet noodzakelijk geacht.

52

Grondgebonden zoogdieren

Voorkomen

Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF

blijkt dat in de directe omgeving van het plangebied waame-

mingen bekend zijn van een aantal beschermde grondgebonden zoogdiersoorten namelijk, de bever, damhert en steenmarter. Ook kunnen algemenere beschermde grondgebonden zoogdieren als bosmuis, bunzing, egel, hermelijn, haas, konijn, ree, vos en wezel (artikel 3.10 soorten) binnen het gebied voorkomen. Voor deze soorten geldt dat ze door de provincie Zuid-Holland bij ruimtelijke ontwikkelingen zijn vrijgesteld

van ontheffingsplicht ten aanzien van de Wnb (zie Bijlage |). Voor een overtreding van de Wnb ten aan zien van deze soorten hoeft daarom geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dienen negatieve effecten op deze soorten als gevolg van het voornemen te allen tijde voorkomen of zo veel mogelijk beperkt te worden

door het nemen van voorzorgsmaatregelen (zie hoofdstuk 5.9). Damhert

Damhert is een soort die leeft in lichte loofbossen en gemengde bossen en minder wordt waargenomen in

uitgestrekte naaldbossens.

In het plangebied zijn in het zuidwesten bossen aanwezig. Echter zijn deze

dichtbegroeid en erg gering. Hierdoor vormen ze geen geschikt leefgebied voor het damhert. Het voorkomen van de soort binnen het plangebied is uitgesloten. Bever

Net buiten het plangebied langs de Hollandsche IJssel zijn meerdere waarnemingen bekend van de bever (NDFF). Deze soort komt voor in het overgangsgebied tussen land en water en heeft een voorkeur voor rivieren en meren omzoomd door bossen. In het plangebied zijn verschillende wateren aanwezig en grenzen

delen van de oevers aan bossen. De holen van bevers zijn lastig of helemaal niet zichtbaar doordat deze onder water zitten. Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen van bevers waargenomen zoals omgeknaagde

bomen of holen. Echter, tijdens het veldbezoek kon niet het gehele plangebied worden doorzocht. Er kan daarom niet worden uitgesloten dat de soort verblijfplaatsen en/of foerageergebied heeft binnen het plangebied. Steenmarter

De steenmarter wordt vooral aangetroffen in de nabijheid van dorpen en boerderijen. De soort heeft een groot territorium met daarin verschillende verblijfplaatsen. Als verblijfplaats gebruikt de soort boomholtes, takkenhopen,

dichte struwelen maar ook zolders of kruipruimtes van gebouwen.

De steenmarter is vooral

's nachts actief en foerageert vooral n groene delen van zijn territorium®. Door de variatie aan structuur in het plangebied en de aanwezigheid van dichte bosschages kan de soort het plangebied gebruiken als zowel voor verblijfplaatsen als foerageergebied.

Effectbeoordeling Bever en steenmarter De werkzaamheden aan watergangen en kap van bomen,

kunnen leiden tot het permanent vernietigen

van vaste voortplantings- of rustplaatsen en mogelijk tot verstoring en doding van individuen. Hetgeen is een overtreding van artikel 3.10, lid 1a en 1b voor wat betreft de steenmarter. Bever is zwaarder beschermd, hiervoor geld overtreding van artikel 3.5, lid 1, 3 en 4.

5 NDFE

Verspreidingsatlas | Dama

dame - Damhert

° Steenmarter | De Zoogdiervereniging

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

16

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Voorzorgsmaatregelen en vervolgstappen Voor het kappen van bomen en de werkzaamheden aan watergangen geldt dat voor het potentieel verstoren

en doden van individuen en het potentieel vernietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen van bever en steenmarter geen voorzorgsmaatregelen te treffen zijn. Een nader onderzoek moet dan uitwijzen of er daadwerkelijk individuen van de soorten in het plangebied aanwezig zijn. Op basis van de uitkomst van nader onderzoek dient dan bepaald te worden of en zo ja, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn en of een ontheffingsaanvraag ingediend moet worden.

5.3

_ Vleermuizen

Voorkomen

Verspreidingsgegevens van de NDFF laten in de omgeving van het plangebied waarnemingen zien van de

gewone

dwergvleermuis,

laatvlieger,

rosse vleermuis, ruige dwergvleermuis en tweekleurige

vleermuis.

Daarnaast valt het plangebied binnen de bekende verspreiding van de gewone grootoorvleermuis en watervleermuis. Vleermuizen maken op verschillende manieren gebruik van het landschap. Zo hebben ze ver-

blijfplaatsen, afhankelijk van de soort, in bebouwing of in bomen. Ze gebruiken daarnaast lijnvormige structuren om zich te oriënteren in het landschap en hierlangs en ook boven open weilanden, watergangen en/of

plassen te foerageren. Verblijfplaatsen

Afhankelijk van de soort gebruiken vleermuizen gebouwen en/of bomen als verblijfplaats. Het enige gebouw binnen het plangebied is het gemaal gebouw. Deze is ongeschikt als vleermuisverblijfplaats door de afwezigheid van de voor vleermuizen geschikte elementen als een spouw of dakrand met dakpannen. Daarnaast is het gebouw ook minder dan 2meter hoog en biedt het daarmee onvoldoende hoogte om in/uit te vliegen Daarnaast zijn er bomen aanwezig in het gebied. Tijdens het veldbezoek is globaal gekeken naar de geschiktheid van de bomen in het plangebied, als verblijfplaats voor boombewonende vleermuizen. Daarbij is gekeken naar de aanwezigheid van holtes, spleten

en loszittende stukken bast. Naar aanleiding van het veldbezoek kan voor een groot gedeelte van het plangebied uitgesloten worden dat verblijfplaatsen voor boombewonende vleermuizen aanwezig zijn. Alleen de bossen in het (zuid)westen van het plangebied konden niet worden geïnspecteerd op de aanwezigheid van

holten en spleten (Figuur 5-2). Door de dichte begroeiing was het lastig om op de locatie te komen en een goede inventarisatie te doen. Verblijfplaatsen van boombewonende vleermuissoorten zijn daar niet uitgesloten.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

17

Projectgerelateerd

ì‘AkRoyal HaskoningDHV

n

Hierdoor

kan

Vliegroutes en foerageergebied In het plangebied zijn lijnvormige structuren aanwezig in de vorm van bomen en watergangen die vleermuizen kunnen gebruiken als foerageergebied en vliegroute. In de directe omgeving van het plangebied (Park Hitland) is echter veel vergelijkbaar biotoop aanwezig dat eveneens geschikt is als foerageergebied. Daarnaast zijn er in Park Hitland voldoende aaneengeschakelde bospercelen, lanen en watergangen geschikt als vliegroute. Aanwezigheid van essentiële vliegroutes binnen het plangebied kan daarom worden uitgesloten

Effectbeoordeling vleermuizen De kap van bomen kan leiden tot venietiging van een verblijfplaats en verstoring en/of doden van vleermui-

zen (Figuur 5-3).

De werkzaamheden leiden daardoor potentieel tot een overtreding van artikel 3.5 lid 1, 2

en 4. Het plangebied

vormt her en der een aaneengeschakeld

en als foerageergebied.

lijnvormig element geschikt als vliegrouten

Deze elementen worden niet permanent aangetast omdat er langs de randen wordt

gekapt.

De tijdelijke effecten van de werkzaamheden zijn afhankelijk van het moment van uitvoering (periode in het jaar en op de dag). Wanneer de werkzaamheden 's nachts worden uitgevoerd in het actieve seizoen van vleermuizen (grofweg half maart t/m half november) en daarbij kunstverlichting wordt toegepast, is versto-

ring van langs vliegende en foeragerende vleermuizen niet uit te sluiten.

Ook kunnen

plaatsen in en direct langs het plangebied ongeschikt worden. De werkzaamheden tot een overtreding van artikel 3.5, lid 2 en 4, van de Wnb,

13 maart 2023

QUICK

SCAN

F&F

potentiële verblijf-

kunnen daardoor leiden

GM245-RHD-ZZXX-RP-OM-0013

18

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Voorzorgsmaatregelen en vervolgstappen Om het verstoren van foeragerende of langsvliegende vleermuizen, of verblijfplaatsen in de omgeving van het plangebied (en overtreding van verbodsartikelen van de Wnb) te voorkomen zijn de volgende maatregelen nodig: °

De aanlegwerkzaamheden bij daglicht uit te voeren van zonsopkomst tot zonsondergang of bij nachtelijke werkzaamheden aangepaste verlichting te gebruiken die gericht is op de bouwplaats en niet op het

omringende landschap. e _ Bovenstaande maatregel is van toepassing indien gewerkt wordt in de actieve periode van vleermuizen,

indien buiten de actieve periode van vleermuizen gewerkt wordt, dus in de winterrustperiode van half november t/m half maart, zijn geen aanvullende maatregelen nodig en kan regulier licht worden toegepast, met de aantekening dat het voorkomen van verstrooiing naar de omgeving ook in de winterperiode

nodig blijft ten aanzien van leefgebieden van bijvoorbeeld zoogdieren en overwinterende (trek)vogels. Voor het kappen van bomen

n het plangebied geldt dat voor het potentieel verstoren en doden van indivi-

duen en het potentieel venietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen geen voorzorgsmaatregelen te treffen zijn. Een nader onderzoek naar boomholtes moet dan uitwijzen of er daadwerkelijk individuen in het

plangebied aanwezig (kunnen) zijn. Op basis van de uitkomst van nader onderzoek dient dan bepaald te worden of en zo ja, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn en of een ontheffingsaanvraag ingediend moet worden

54

_ Broedvogels

Voorkomen

Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF blijkt dat binnen het plangebied of in de directe omgeving daarvan waarnemingen bekend zijn van verschillende soorten broedvogels met zowel jaarrond als niet-jaarrond beschermde

nesten

Broedvogels met jaarrond beschermd nest De vogelsoorten met jaarrond beschermd nesten waarvan in de omgeving van het plangebied waarnemin-

gen van bekend zijn, zijn: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Echter was het niet mogelijk om de bossen in het zuidwesten te betreden waardoor jaarrond beschermde nesten daar niet uitgesloten kunnen worden (figuur 5-3). Broedvogels zonder jaarrond beschermd nest In het plangebied komen verschillende broedvogels voor zonder jaarrond beschermd nest. Tijdens het veld-

bezoek zijn soorten als: houtduif, kauw en merel waargenomen. Daarnaast zijn vijf patrijzen waargenomen bij de bossen in het zuidwesten van het plangebied. Patrijs staat op de Rode Lijst van Nederlandse broedvogels in de categorie kwetsbaar en is de afgelopen jaren sterk afgenomen. Aannemelijk is dat door aan-

wezigheid van geschikt leefgebied als bossen en vele oevers, broedvogels zonder jaarrond beschermd nest in het plangebied tot broed komen.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

19

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Effectbeoordeling Bij de kap van de bospercelen in het zuidelijk deel van het plangebied, kunnen jaarrond beschermde nesten

worden vernietigd. Indien jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dan mogen de bomen niet worden gekapt, ook niet in de winter. Het vernietigen van nesten is een overtreding van artikel 3.1, lid 1, 2 en 4, van de Wnb. Daarnaast geldt dat, wanneer de werkzaamheden (gedeeltelijk) worden uitgevoerd in het broedseizoen broedende vogels kunnen worden verstoord en nesten worden vernietigd. Wanneer broedende vogels voortijdig het nest verlaten, geldt dit als het opzettelijk vernietigen of beschadigen eieren van vogels. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 1, 2 en 4, van de Wnb. De wet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen.

van nesten en

Het broedseizoen varieert van soort tot soort,

maar loopt globaal van maart U/m begin juli. Een soort als de wilde eend kan echter half februari al op eieren zitten terwijl de houtduif tot diep n september kan broeden. Ook daarbuiten is het mogelijk dat broedende vogels worden aangetroffen.

Voorzorgsmaatregelen en vervolgstappen Ontheffing voor vernietiging van broedgevallen wordt in principe niet verleend, waardoor het voorkomen van (langdurige) verstoring of vernietiging van broedgevallen noodzakelijk is. Het verstoren van broedgevallen van algemene broedvogels

° e °

is te voorkomen door:

Buiten het broedseizoen te werken, vaak wordt hier van half augustus tot half maart aangehouden, of: Voorafgaand aan het broedseizoen de broedbiotoop voor vogels ongeschikt te maken (bijvoorbeeld oevervegetatie verwijderen) en (gedurende het broedseizoen) ongeschikt te houden. Werken onder ecologische begeleiding. Hierbij wordt direct voorafgaande aan het begin van verstorende werkzaamheden door een ter zake kundige ecoloog onderzocht of er wel of geen broedvogels in het relevante deel van het plangebied voorkomen. Hierdoor kan ook in het broedseizoen gewerkt worden maar bestaat het risico dat als een broedvogel wordt aangetroffen de planning daarop aangepast moet worden.

Veel methoden om tijdens het broedseizoen door te kunnen werken, zijn niet “waterdicht’; het is vaak niet te garanderen dat broedgevallen niet zullen optreden. Buiten het broedseizoen werken heeft dan ook de

voorkeur om overtreding van de Wnb ten aanzien van broedvogels te voorkomen en risico's voor de planning te beperken. Voor het kappen van bomen geldt dat voor het potentieel vernietigen van jaarrond beschermde nesten geen voorzorgsmaatregelen te treffen zijn. Een nader onderzoek moet uitwijzen of er daadwerkelijk jaarrond beschermde nesten in het plangebied aanwezig zijn. Op basis van de uitkomst van nader onderzoek dient dan bepaald te worden of en zo ja, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn. 5.5

Vissen

Voorkomen

Uit de geraadpleegde verspreidingsgegevens van de NDFF directe omgeving geen waarnemingen

is gebleken

dat er in het plangebied en de

bekend zijn van beschermde vissen. Wel zijn op enkele kilometers

afstand van het plangebied waarnemingen bekend van de grote modderkruiper. Dit is een soort die een voorkeur heeft voor ondiepe wateren met een dikke modderlaag. De soort wordt aangetroffen in sloten, vennen en plassen”. In het plangebied zijn grote wateren maar ook smalle sloten aanwezig (Figuur 5-2). Verder hebben de leefgebieden van de grote modderkruiper een rijke oever- en onderwatervegetatie. Het plangebied

zijn voor een groot deel begroeide

oevers

aanwezig.

Een

rijke onderwatervegetatie

is in de

sloten afwezig. Geschikt leefgebied voor de grote modderkruiper ontbreekt daarmee. Het voorkomen van 7 Grote modderkruiper (ravon.nl

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

20

Projectgerelateerd

ìì’Royal HaskoningDHV

de soort in het plangebied kan worden uitgesloten. In het plangebied is het niet uitgesloten dat niet-beschermde vissoorten voorkomen, voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht (zie hoofdstuk 5.9) Effectbeoordeling De aanwezigheid van beschermde vissoorten is uitgesloten binnen het plangebied.

sloten dat door het project en de uitvoering van de werkzaamheden

Het is daardoor uitge-

negatieve effecten optreden

op be-

schermde vissen. Het uitvoeren van nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing wordt niet noodzakelijk geacht. Voor mogelijk voorkomende algemene vissoorten geldt te allen tijde de algemene zorgplicht, zie bijlage I en voorzorgsmaatregelen hieronder.

Figuur

5-2. Een slootin het plangebied die verbre

56

wordt.

Foto:

RHDHV,

6 oktober

2021

Amfibieën

Voorkomen

Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn van de beschermde alpenwatersalamander en kamsalamander. Daarnaast valt het plangebied binnen de bekende verspreiding van de rugstreeppad Ook kunnen algemenere beschermde amfibieën (artikel 3.10 soorten) als bastaardkikker, gewone pad kleine watersalamander en meerkikker voorkomen binnen het plangebied. Tijdens het veldbezoek is een bruine kikker waargenomen. Voor deze soorten geldt dat ze door de provincie Zuid-Holland bij ruimtelijke

ontwikkelingen 13 maart 2023

zijn vrijgesteld QUICK

SCAN

van F&F

ontheffingsplicht

ten aanzien

van

de Wnb

(zie bijlage

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

|).

Voor een 2

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV overtreding van de Wnb ten aan zien van deze soorten hoeft daarom geen ontheffing aangevraagd te worden. Wel dienen negatieve effecten op deze soorten als gevolg van het voornemen te allen tijde voorkomen of zo veel mogelijk beperkt te worden door het nemen van voorzorgsmaatregelen (zie hoofdstuk 5.9). Alpenwatersalamander

Alpenwatersalamander is een soort die weinig kritisch in met betrekking tot de habitat. De soort komt voor in verschillende soorten wateren zoals sloten en vennen®. Echter ontbreekt de soort in grotere wateren en wordt zee- en rivierklei vermeden. Het plangebied bestaat voor een groot gedeelte uit klei of veen met daaronder klei. Daarnaast ontbreken in het plangebied geschikte sloten en vennen. Het voorkomen van de Alpenwatersalamander binnen het plangebied kan daarom op voorhand worden uitgesloten Kamsalamander

De kamsalamander is een kritische soort met betrekking tot zijn habitat.

De soort heeft een voorkeur voor

grote en diepe, stilstaande, geïsoleerde wateren. Daarbij is van belang dat er een goed ontwikkelde onderwatervegetatie is en dat er geen vissen aanwezig zijn. In het plangebied zijn grotere wateren aanwezig die in verbinding staan met andere wateren buiten het plangebied. Tijdens het veldbezoek zijn vissen waar-

genomen in het water. Doordat de wateren met elkaar in verbinding staan is het aannemelijk dat vissoorten van verschillende formaten in de wateren aanwezig zijn. Het voorkomen van de kamsalamander in het plangebied kan daarom op voorhand worden uitgesloten. Rugstreeppad

Rugstreeppad is een soort van open zandige locaties en/of gebieden met veel ondiep water, zoals poelen,

greppels en poldersloten’°. Vaak graven rugstreeppadden zichzelf in vergraafbare bodem onder elementen zoals tegels, pellets, tractorbanden.

in of schuilen

Maar ook bestaande ruimtes, zoals muizenholletjes,

worden gebruikt. In de winter moeten de verblijfplaatsen vorstvrij zijn en boven het grondwaterpeil liggen. Binnen het plangebied zijn er geen ondiepe poelen of ondiepe watergangen aanwezig. Er zijn alleen grote wateren aanwezig maar deze worden door de rugstreeppad vermeden vanwege de grote kans op predatie door vissen. Tevens ontbreken open zandige locaties binnen het plangebied, waardoor zowel land- als

voortplantingshabitat van de rugstreeppad op dit moment kan worden uitgesloten binnen het plangebied. Ondanks dat rugstreeppadden in staat zijn snel nieuwe gebieden te koloniseren als hier geschikte condities ontstaan, bijvoorbeeld tijdens graafwerkzaamheden, wordt het voorkomen van de soort op deze locatie niet verwacht. De dichtbijzijnde waarnemingen zijn op ongeveer 4 kilometer afstand van het plangebied aan de

overzijde van de Hollandsche IJssel. Dit is een onoverkomelijke barrière voor de rugstreeppad. Effectbeoordeling

Het plangebied is geschikt voor algemeen voorkomende amfibieën zoals bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker. Deze soorten zijn door de provincie Zuid-Holland bij ruimtelijke ontwikkelingen vrijgesteld van ontheffingsplicht ten aanzien van de Wnb. Wel dienen negatieve

effecten op deze soorten als gevolg van het voornemen voorkomen of o veel mogelijk beperkt te worden door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Het voorkomen van de Alpenwatersalamander, kamsalamander en rugstreeppad binnen het plangebied is uitgesloten. Negatieve effecten op deze soorten zijn daarom uitgesloten. Nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing wordt niet noodzakelijk geacht.

* Alpenwatersalamander (ravon.nl) * Kamsalamander (ravon.nl ' Rugstreeppad (ravon.nl

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

22

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 5.7

Reptielen

Voorkomen

Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dat er in de directe omgeving van het plangebied geen waarnemingen bekend zijn van reptielen. Wel zijn op enkele kilometers afstand waarnemingen bekend van de ringslang. Ringslang

Dit is een watergebonden soort die veel op zandgronden en de overgang van zandgrond naar klei of veen voorkomt. In het plangebied zijn wateren aanwezig en is een variatie aan structuur, het behoort echter niet tot het natuurlijk verspreidingsgebied van de soort!’2. Ringslangen uit de nabije omgeving betreffen uitgezette populaties en zijn niet inheems. Effectbeoordeling Aanwezigheid van de ringslang in het plangebied

kan worden uitgesloten. Het gebied is geen onderdeel

van het natuurlijk areaal van de soort. Het is daardoor uitgesloten dat door de uitvoering van werkzaamhe-

den negatieve effecten optreden op beschermde reptielen. Nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing wordt niet noodzakelijk geacht.

58

Ongewervelden

Voorkomen

Uit de verspreidingsgegevens van de NDFF is gebleken dt er in de directe omgeving van het plangebied

geen waarnemingen bekend zijn van beschermde ongewervelden. Wel zijn op enkele kilometers afstand van het plangebied waarnemingen bekend van de groene glazenmaker, grote vos, platte schijfhoren en rivierrombout. Tijdens het veldbezoek is een paardenbijter aangetroffen. Dit is een zeer algemene libel die voorkomt bij veel verschillende typen wateren. Deze soort is niet beschermd volgens de Wnb.

Groene glazenmaker

De groene glazenmaker is een libel die alleen voorkomt op plaatsen waar krabbenscheer groeit’3. Krabbenscheer is een plant die groeit in zonnige, ondiepe en voedserrijke wateren. Deze wateren zijn minimaal 50 cm en maximaal twee meter diep. De wateren in het plangebied zijn op de meeste plaatsen meer dan 2

meter diep. Verder is de krabbenscheer tijdens het veldbezoek niet aangetroffen. Hierdoor kan het voorkomen van de groene glazenmaker in het plangebied worden uitgesloten. Grote vos

Grote vos is een soort die voorkomt bij open bossen, bosranden en andere plaatsen met grote vrijstaande

bomen'‘. De waardplanten van de soort zijn vooral iep, soms zoete kers en enkele wilgensoorten. Binnen het plangebied zijn twee kleine bossen aanwezig in het zuidwesten van het plangebied. Deze zijn dichtbegroeid en open plekken zijn afwezig. Verder zijn n het plangebied bomen (voornamelijk populieren) aanwezig maar dit zijn geen

soorten die door de soort als waardplant gebruikt worden.

Het voorkomen

soort binnen het plangebied kan daarom worden uitgesloten.

”!

Ringslang atlastekst.pd! (ravon.nl)

2 NDFF Verspreidingsatlas | Natrix helvetica - Ringslang ? De Viinderstichting | Libe!: groene glazenmaker / Aeshna viridis '* De Vlinderstichting | Vlinder: grote vos / Nymphalis polychloros

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

23

van de

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Platte schijfhoren Platte schijfhoren is een soort die voorkomt in zoete, helderen en schone wateren met een rijke begroeiing . Dit zijn vaak draadalg-vegetaties maar ook in andere vegetaties met krabbenscheer. De waarnemingen zijn afkomstig van een locatie waar krabbenscheer aanwezig is. In het plangebied ontbreekt het krabbenscheer en rijke onderwaterbegroeiing.

Hierdoor

kan

het voorkomen

van de soort binnen het plangebied

worden

uitgesloten. Rivierrombout

De rivierrombout wordt vooral langs grote rivieren waargenomenS. De habitat van larven van de soort bestaat uit zandige substraten die ondiep, onbegroeid en een lage stroomsnelheid hebben. De larven van de

soort worden voornamelijk tussen kribben aangetroffen. In het zuiden van het plangebied stroomt de Hollandsche IJssel en het ontbreekt in dit deel aan zandig substraat. Het voorkomen van de soort binnen het plangebied kan hierdoor worden uitgesloten

Effectbeoordeling De aanwezigheid van beschermde ongewervelden is vanwege afwezigheid van geschikt leefgebied uitgesloten binnen het plangebied. Het is daardoor uitgesloten dat door de uitvoering van de werkzaam-heden negatieve effecten optreden op beschermde ongewervelden. Het uitvoeren van nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing wordt niet noodzakelijk geacht.

5.9

_ Algemene Zorgplicht

Voor alle soorten, zowel beschermd als niet beschermd, geldt te allen tjde de algemene zorgplicht. Voor

het werken in het buitengebied dient zorgvuldig handelen ten aanzien van aanwezige natuurwaarden te zijn geborgd in het bestek of ecologisch werkprotocol, en te worden nageleefd tijdens de uitvoering. Onderstaand is een aantal maatregelen beschreven om aan de algemene zorgplicht te voldoen, zowel tijdens de uitvoering van de werkzaamheden.

Planning van de uitvoering van de werkzaamheden e Bij de planning van de werkzaamheden dient men rekening te houden met de kwetsbare voortplantings- en overwinteringsperiode van beschermde soorten (indien zij aanwezig zijn). e De voortplantingsperiode loopt globaal van half maart tot en met september. De overwinteringsperiode loopt globaal van oktober tot en met half maart. Afhankelijk van de soort, het seizoen en de weersomstandigheden

e

e

late avond

e

kunnen deze perioden langer dan wel korter zijn.

De geschiktheid van de periode voor het starten en uitvoeren van de werkzaamheden dient te worden bepaald door een ecologisch deskundige op het gebied van de aanwezige beschermde soort of soorten. De planning en alle werkzaamheden binnen het leefgebied moet worden uitgevoerd onder begeleiding van de ecologisch deskundige. De werkzaamheden worden bij voorkeur alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd. Veel algemene en beschermde diersoorten zijn vooral actief gedurende de vroege ochtend, en nacht.

Ongeacht de uitvoeringsperiode van de werkzaamheden kunnen broedende vogels aanwezig zijn op de projectlocatie.

De werkzaamheden kunnen een negatief effect hebben op broedende vogels. Het is

niet toegestaan opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Om negatieve effecten op broedende vogels en daarmee overtreding van de verbodsbepalingen te voorkomen, moeten voorzorgsmaatregelen genomen worden.

Het is niet mogelijk om een ontheffing aan te vragen voor het verstoren van broedende vogels. *S https:/www.anemoon orgfflora-en-fauna/soorteninformatie/soorten/id/826/platte-schijfhoren ° De Vlinderstichting | Libel: rivierrombout / Stylurus flavipes

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

24

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Veel methoden om tjdens het broedseizoen door te kunnen werken zijn niet “waterdicht’; het is vaak niet te garanderen dat broedgevallen niet zullen optreden. Buiten het broedseizoen werken heeft dan ook de voorkeur om overtreding van de Wnb ten aanzien van broedvogels te voorkomen.

Het broedseizoen loopt grofweg van maart tot en met juli (afhankelijk van weersomstandigheden).

Het

is echter niet te garanderen dat buiten deze periode geen broedgevallen plaatsvinden. Laatbroeders

zoals houtduif kunnen afhankelijk van de temperaturen a in februari tot half oktober nog broeden. Daarom wordt geadviseerd om buiten deze periode (uitgezonderd de periode november U/m januari omdat de kans op broedgevallen dan klein is) één tot twee weken voor aanvang van de werkzaamheden het terrein te aten inspecteren op aanwezigheid van broedende vogels door een kundig ecoloog. Gefaseerd

werken

Er wordt één richting opgewerkt, zodat kleine (zoog)dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten. Houd hierbij rekening met vluchtwegen (werk dus niet richting een doodlopende hoek) en zorg dat de dieren voldoende vrije ruimte hebben.

Voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden kan een ecoloog het onderzoeksgebied nalopen en eventueel aanwezige (niet-beschermde) amfibieën en grondgebonden zoogdieren oppakken of verjagen naar omringend geschikt terrein.

Voorafgaand aan de uitvoering van werkzaamheden aan watergangen dienen eventueel aanwezige vissen en amfibieën uit de watergangen te worden weggevangen en uitgezet in soortgelijk geschikt water in de omgeving.

erkend ecoloog. worden

Voorgaande dient te worden uitgevoerd door, of onder begeleiding van, een

Hierbij dient verspreiding van eventuele ziektes (0.a. chytridiomycose en ranavirus) te

voorkomen.

De aannemer maakt enkel gebruik van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden, en ontziet daarbij plaatsen met begroeiing en/of beplanting zoveel als mogelijk. Zo wordt onnodige verstoring van dieren en planten voorkomen. Wanneer de werkzaamheden gedurende langere tijd stiliggen, dient het terrein vóór herstart van de werkzaamheden geïnspecteerd te worden door een erkend ecoloog. Dit geldt in het bijzonder tijdens

de periode dat vogels kunnen broeden, doorgaans van maart tot en met augustus (afhankelijk van weersomstandigheden).

Werken onder begeleiding van een ter zake kundige ecoloog Bij de uitvoer van de werkzaamheden dient een erkend ecoloog nauw betrokken te zijn, om toe te zien op zorgvuldig handelen ten aanzien van eventueel aanwezige diersoorten.

De werkwijze wordt in een ecologisch werkprotocol vastgelegd, waarvan een logboek integraal onderdeel

uitmaakt.

Wanneer voor aanvang of tijdens de werkzaamheden

blijkt dat er broedgevallen in het onderzoeksge-

bied aanwezig zijn, of andere (beschermde) soorten of functies, moetende werkzaamheden (tjdelijk) gestaakt worden en zal door de ter zake kundig beoordeeld worden of het mogelijk is om de werkzaamheden te kunnen uitvoeren. Dit dient onder ecologische begeleiding te gebeuren.

13 maart 2023

QUICK SCAN F&F

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

25

Projectgerelateerd

b Royal HaskoningDHV 5.10

Conclusie

en advies

Het onderstaande overzicht (Tabel 5-1) geeft een samenvatting van de mogelijk voorkomende beschermde soorten in en rondom het plangebied en de hierboven beschreven effecten. In deze samenvatting is ook beschreven of nader vervolgonderzoek noodzakelijk s en eventueel ontheffing noodzakelijk is. Tabe/ 5-1. Overzicht van voorkomende en niet uitgesloten soorten in het onderzoeksgebied,

de mogelijk optredende negatieve tjdelijke

en permanente effecten, en welk verbodsartikel van toepassing is. Er is ook aangegeven of vervolgonderzoek noodzakelik is Soortgroep

Soort

of soorten

Tijdelijke en/of per-

Verbodsartikel

Vervolgstappen/voor-

manente

Wnb

zorgsmaatregelen

effecten?

noodza-

kelijk?

Grondgebonden

Steenmarter

Doden duen

zoogdieren

van en

indivi-

aantasten

Artikel 3.10, lid 1a

Nader onderzoeken

en1b

kappen bomen en te slopen gebouwen.

nvt

Neren van voorzorgsmaatregelen (zie paragraaf 5.9)

van verblijfplaatsen

En algemene soorten als: bosmuis, bunzing, egel, ‘haas, hermelijn, korijn, ree,

van

te

veldmuis, vos, wezel en woerrat Verstoren

Bever

den en

van

en/of doindividuen

aantasten

Artkel3.5,

d

1,2

Nader

onderzoeken

van

te

kappen bomen bij de oevers

en4

binnen het plangebied.

van

verblifplaatsen Vleermuizen

Gewone dwergvieermuis,

Verstoring en moge-

laatvlieger, rosse vleermuis,

ljk doding van indi

ruige dwergvleermuis, twee-

viduen

kleurige vleermuis en ge-

van verblifplaatsen,

wone grootoorvleermuis.

foerageergebied en

Artikel 3.5, d 2 en 4

Nader onderzoeken

van te

kappen bomen (Figuur 5-3).

en aantasten

&

Neren van voorzorgsmaatregelen (paragraaf Fout!

vliegroutes

Verwijzingsbron niet gevonden.)

Boomvalk, buizerd, gierzwa-

Verstoring van broe-

Artkel3.1,

jaarrond be-

luw, grote gele kwikstaart,

dende vogels en do-

en4.

schermd

havik, huismus, ooïevaar,

den van individuen,

ransuil, roek, slechtvalk,

en mogelijk vernieti-

sperwer en wespendief.

ging van jaarrond

Broedvogels met nest

beschermde

d

1, 2

Nader onderzoeken

van

te

kappen bomen Figuur 5-3).

Neren van voorzorgmaatregelen (paragraaf Fout! Ver-

nesten.

wijzingsbron niet gevon-

den.4) Algemene broed-

houtduif, kauw, patrijs en

Verstoring van broe-

Artikel

vogels

merel

dende vogels en do-

en4.

3.1, lid 1, 2

ding van individuen

Neren van voorzorgmaatre-

gelen (paragraaf Fout! Verwijzingsbron niet gevon-

den.4) Amfibieën

Algemene soorten als: bastaardkikker, bruine kikker,

Doden

gewone pad, kleine watersa-

van verblijfplaatsen

lamander

13

maart

2023

QUICK

en meerkikker.

SCAN

F&F

duen

van

indivi-

en aantasten

Artikel 3.10, lid 1a

Neren van voorzorgmaatre-

en1b

gelen (paragraaf Fout! Verwijzingsbron niet gevon-

den.9)

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0013

2

Projectgerelateerd

ì\ Royal HaskoningDHV 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13992658/1