Bijlage 7 Ecologisch werkprotocol gemaal Hitland (geanonimiseerd) A23.001435
Tekst van het document
ìq_Royal HaskoningDHV Enhancing Society Together
REPORT
Ecologisch werkprotocol
gemaal
Hitland
Maatregelen ten behoeve van het voorkomen van negatieve effecten en overtredingen van verbodsbepalingen van de Wnb Klant:
Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenwaard
Referentie:
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
Status:
A2/C02
Datum:
13 maart 2023
Projectgerelateerd
ìì’Royal
HaskoningDHV HASKONINGDHV
NEDERLAND
B.V.
Larixplein 1 5616 VB
Eindhoven
Water & Maritime
Titel document: Sub titel: Referentie: Status: Datum:
Datum:
Goedgekeurd door: Datum:
T
E
royalhaskoningdhv.com
W
C02/A2 13 maart 2023 KGM245
door:
3484250
info@rhdhv.com
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
Projectnaam:
Gecontroleerd
+3188
Maatregelen ten behoeve van het voorkomen van negatieve effecten en overtredingen van verbodsbepalingen van de Wnb
Projectnummer:
Opgesteld door:
56515154
Ecologisch werkprotocol gemaal Hitland
BH8919
Auteur(s):
Trade register number:
(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) )dresimnoaeg( (geanonimiseerd) 13 maart 2023
(geanonimiseerd) 13 maart 2023
(geanonimise rd)
Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets u dit document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd.
HaskoningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V.
Voordat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat. 13
maart
2023
ECOLOGISCH
WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0066
ü
Projectgerelateerd
î1’Royal
HaskoningDHV Inhoud
oM
1
Inleiding
141
Doel van het ecologisch werkprotocol (EWP)
12
Achtergrond en aanleiding
13
Leeswijzer
2
Plangebied en voorgenomen
21
Beschrijving en impressie plangebied
22
Voorgenomen ingreep
23
Voorkomende soorten in of nabij het plangebied
3
Algemene voorschriften EWP
11
31
Verantwoordelijkheden en uitgangspunten
11
32
Aantoonbaar handelen volgens het ecologisch werkprotocol
11
33
Algemene maatregelen voor de uitvoering van het werk
12
34
Begeleiding door een ter zake kundige ecoloog
12
4
Specifieke voorschriften
13
41
Maatregelen in het kader van broedvogels
13
42
Maatregelen in het kader van vleermuizen
14
43
Maatregelen in het kader van amfibieën
14
44
Maatregelen voor werkzaamheden aan watergangen
14
45
Maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht
15
46
Logboek
15
5
Maatregelen in het geval van calamiteiten
17
ingreep
Geraadpleegde literatuur
18
Bijlagen Bijlage 1: Checklist en voorbeeldlogboek Bijlage 2: Juridisch kader van de soortenbescherming VERSIEBEHEER:
ie
Datum
PO1.01
12-10-2022
(geanonimiseerd) -
Versie, ingediend bij ODMH
€
e
(geanonimiseerd) n
Update projectbeschrijving n.a.v.
13 maart 2023
ECOLOGISCH
WERKPROTOCOL
opmerkingen ODMH
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV
1
Inleiding
141
Doel van het ecologisch werkprotocol (EWP)
In een
ecologisch
werkprotocol
(hierna:
EWP)
staat duidelijk omschreven
welke
maatregelen
getroffen
worden om negatieve effecten op beschermde en niet-beschermde flora en fauna tijdens werkzaamheden te voorkomen dan wel te verzachten. Hierbij zijn te nemen voorzorgs- en/of mitigerende maatregelen door (of ten minste onder begeleiding van) een ecologisch deskundige uitgewerkt. Voor het onderhavige project betreft het uitsluitend maatregelen om optredende negatieve effecten te voorkomen, op zo'n wijze dat de staat van instandhouding van voorkomende beschermde en/of nietbeschermde soorten niet in het geding komt. Hierdoor wordt meteen geborgd dat geen sprake is van overtreding van verbodsbepalingen, waardoor, indien conform de voorwaarden uit dit werkprotocol gewerkt wordt, geen ontheffing aangevraagd behoeft te worden. Het voorliggend EWP heeft uitdrukkelijk alleen betrekking op de beschreven projectlocatie (zie hoofdstuk 2) De beschreven maatregelen dienen aantoonbaar worden opgevolgd. Het EWP dient daarom voorafgaande aan de uitvoering bij de aannemer bekend te zijn én ondertekend te zijn. Daarnaast dient het EWP gedurende
de uitvoering van werkzaamheden
op de locatie aanwezig
te zijn dan
wel geraadpleegd
te
kunnen worden. Dit EWP heeft als tweede doel dat het voor betrokken werknemers duidelijk is wat van hen wordt verwacht. Door voorafgaand aan de werkzaamheden een EWP op te stellen, is het voor de opdrachtgever en aannemer gemakkelijker om toe te zien op de naleving van de maatregelen.
Met een EWP wordt ook aantoonbaar invulling gegeven aan het criterium ‘zorgvuldig handelen’, dat geldt voor zowel strikt beschermde als niet-beschermde soorten. Op grond van de zorgplichtbepaling van artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming dienen namelijk bij de uitvoering van handelingen nadelige effecten voor alle ter plaatse in het wild voorkomende planten en dieren voorkomen te worden.
1.2
Achtergrond en aanleiding
Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenwaard is voornemens om in Nieuwerkerk aan den IJssel het huidige gemaal “Hitland” te vervangen door een nieuw gemaal op een andere locatie, circa 120 meter ten zuidwesten van het huidige gemaal. Dit is een ruimtelijke ingreep zoals bedoeld in het kader van de Wet natuurbescherming
(Wnb).
De gewenste ontwikkeling kan mogelijk eiden tot negatieve effecten op onder
de Wnb beschermde gebieden, houtopstanden en/of soorten indien zij aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de voorgenomen werkzaamheden. Royal HaskoningDHV heeft daarom in opdracht van Hoogheemraadschap van Schieland en Krimpenwaard onderzoek gedaan naar de voorkomende natuurwaarden in en rondom de locatie waar de werkzaamheden worden
uitgevoerd. Hierbij is gekeken
naar de onderdelen gebiedsbescherming,
soortenbescherming
en
beschermde houtopstanden. De resultaten van deze onderzoeken zijn beschreven in het rapport “Quickscan gemaal Hitland: In het kader van de Wet Natuurbescherming en omgevingsverordening provincie Zuid-Holland” (Royal HaskoningDHV, d.d. 22 oktober 2021, update 13 maart 2023) en “Nader onderzoek gemaal Hitland: Toets aan de Wet natuurbescherming, onderdeel Soortenbescherming” (Royal HaskoningDHV, d.d. 21 juli 2022, update 13 maart 2023).
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
1
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV 1.3
Leeswijzer
In hoofdstuk 2 wordt het plangebied, het voornemen en de te verwachten soorten beschreven. Hoofdstuk 3 beschrijft de algemene voorschriften en maatregelen die altijd van toepassing zijn voor werkzaamheden op de locatie. In hoofdstuk 4 zijn specifieke maatregelen beschreven. Hoofdstuk 5 gaat in op de te nemen maatregelen n het geval dat tijdens de werkzaamheden onverwacht beschermde soorten worden aan-
getroffen (calamiteitenprotocol).
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
2
Projectgerelateerd
ì1‚Royal
HaskoningDHV 2
Plangebied en voorgenomen
ingreep
21
Beschrijving en impressie plangebied
Het plangebied ligt in de gemeente Nieuwerkerk aan de IJssel in de provincie Zuid-Holland. Het is gelegen
ten oosten van Capelle aan den IJssel, in het park Hitland. Het plangebied wordt in het zuiden begrensd door de rivier Hollandsche IJssel. In het westen grenst het plangebied aan de bebouwde kom van Capelle aan den IJssel. Het noorden en oosten van het plangebied bestaan voornamelijk uit polderlandschap. In de
onderstaande afbeelding is de ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven (Figuur 2-1).
Figuur 2-1. Ligging en begrenzing van het plangebied (rood) in Nieuwerkerk aan de IJssel.
Het
plangebied
graslanden.
Door
is gelegen
in park
het landschap
Hitland
en de aanwezige
lopen vele watergangen
begroeiing
bestaat uit struweel,
en sloten. In de afbeeldingen
bos
pagina's is een impressie van het plangebied opgenomen (Figuur 2-2 tot en met Figuur 2-7).
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
en
op de volgende
3
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV
k
Figuur
2-3.
Het huidige
‘oto:
ECOLOGISCH
waara
Google street view, 2018
WERKPROTOCOL
Projectgerelateerd
ÏARoyal HaskoningDHV
Figuur
2-6.
n voor
de
ober
2021
aanstromint
L
noordwest
Figuur
2-7. Li nks, van de
oktober
impressie
van het plangebied dat voor een deel bestaatuit hoge/dichte
graslanden,
waar
ve:
vogels
zic
aar gebru
van maakte
gras!
nden,
Rechts,
van beschutting.
Foto's:
Ro)
2021
ECOLOGISCH
WERKPROTOCOL
(245-RHD-ZZXX-RP-OM-00
bosrand
aan
{ HaskoningDHV,
&
Projectgerelateerd
ìì’Royal
HaskoningDHV 22
Voorgenomen
ingreep
In Nieuwerkerk aan den IJssel wordt gemaal Hitland vervangen voor een nieuw gemaal (Figuur 2-8). Het nieuwe gemaal zal op een afstand van ongeveer 120m zuidwestelijker komen te staan. De sloop en de nieuwbouw gaan gepaard met de inzet van zware machines zoals graafmachines met rupsbanden.
Naast de bouw van het nieuwe gemaal zijn de volgende werkzaamheden beoogd (Figuren 2-9 en 2-10): e
Op de locatie van het nieuwe gemaal moeten ca. 20 stuks bomen gekapt worden.
°
Op het terrein van het nieuwe gemaal worden een kroosvuilopslag, een trafostation, een helofytenfilter en 3 st. windwokkels geplaatst. e _ Naast het nieuwe gemaal wordt een vispassage, tevens waterinlaat gerealiseerd. e _ Aan de binnenzijde van de dijk wordt een afsluiterput geplaatst, langs de Hollandsche IJssel wordt
e
een uitlaatwerk geplaatst. Het nodige leidingwerk wordt (onder maaiveld) aangelegd. De watergang direct ten noorden van het nieuwe gemaal, wordt met ca. 15 verlengd in de richting van de dijk. Hiervoor word grond die momenteel nog grasland is weggegraven.
e °
De watergang ten noorden van het nieuwe gemaal wordt geschoond. De smalle sloot ten noorden van het nieuwe gemaal (in het verlengde van de bredere watergang) wordt verbreed en verdiept tot aan de open plas aan de noordzijde van het plangebied.
° _ Halverwege de hiervoor genoemde verbrede sloot wordt een zijtak opgeschoond
e e
en verdiept.
Aan de noordzijde van het plangebied staat een brug waaronder de watergang wordt opgeschoond. Voor de sloop van het oude gemaal zal tot een halve meter onder het maaiveld worden gegraven.
Het graven, verdiepen en verbreden van watergangen gaat eveneens gepaard met de inzet van zware machines.
Volgens de huidige planning zullen de werkzaamheden in/aan de dijk in Q3 2023 plaatsvinden en wordt het werk binnendijks n de periode Q4 2023 t/m Q2 2024 plaatsvinden. Het werk is naar verwachting in juli 2024 gereed. Waarschijnlijk is dat alleen overdag gewerkt gaat worden. Het oude gemaal wordt naar verwachting
in Q3 2024 gesloopt.
Locatie nieuw
gemaal Hitland
Figuur 2-8. Globaal locatie overzicht van het bestaande (te slopen) gemaal en het nieuwe gemaal
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0066
H
ì«’Roya L
Projectgerelateerd
HaskoningDHV
|
_®
Kispasads] e
Figuur 2-9. Globaal [ocatie overzicht van het nieuwe gemaal, de vispassage, de afsluiterput, het uitlaatwerk en het [eidingwerk.
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0066
7
Projectgerelateerd
AR Royal HaskoningDHV
B
Figuur 2-10. geschoond.
13 maart 2023
Locaties binnen het plangebied waar watergangen worden verdiept en verbreed en waar watergangen worden
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
8
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV 23
Voorkomende soorten in of nabij het plangebied
Binnen het plangebied zijn beschermde vaatplanten, vissen, amfibieën, reptielen en ongewervelden afwezig. Het is uitgesloten dat negatieve effecten op deze soortgroepen optreden. Het uitvoeren van nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. Wel komen in het plangebied niet-beschermde vaatplanten, vissen en ongewervelden voor. Voor deze soorten geldt de algemene zorgplicht. Negatieve
effecten op deze soorten
dienen zo veel mogelijk voorkomen
of beperkt worden
door het nemen
van
voorzorgsmaatregelen.
Grondgebonden zoogdieren Het plangebied is geschikt voor meer algemeen voorkomende zoogdieren zoals muizen, spitsmuizen, egel,
haas en konijn. Deze soorten zijn door de provincie Zuid-Holland echter vrijgesteld van ontheffingsplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel dienen negatieve effecten op deze soorten als gevolg van het voornemen
voorkomen of zo veel mogelijk beperkt te worden door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Broedvogels
Het plangebied en de directe omgeving hiervan is geschikt voor broedvogels met zowel een jaarrond beschermd nest als zonder jaarrond beschermd nest. De voorgenomen werkzaamheden kunnen leiden tot het opzettelijk vernietigen of beschadigen van nesten en eieren van vogels of het voortijdig verlaten van het
nest, hetgeen is een overtreding van artikel 3.1, lid 1, 2 en 4 van de Wnb. Dit geldt voor zowel algemene broedvogels als broedvogels met een jaarrond beschermd nest. In het plangebied dienen voorzorgsmaatregelen te worden getroffen om negatieve effecten op broedvogels te voorkomen.
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
E
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Vleermuizen
In het plangebied en de directe omgeving hiervan zijn verblijfplaatsen van boombewonende vleermuizen niet uitgesloten. Het voornemen leidt niet tot permanent negatieve effecten op deze soorten. Verder kunnen in het plangebied langsvliegende en foeragerende vleermuizen worden waargenomen. Wanneer de werkzaamheden s nachts worden uitgevoerd in het actieve vleermuisseizoen (grofweg half maart tot en met half november) en daarbij kunstverlichting wordt toegepast, kan dit leiden tot verstoring van langsvliegende en foeragerende vleermuizen, hetgeen een overtreding van artikel 3.5, lid 2, van de Wnb. Met behulp van het nemen van voorzorgsmaatregelen kan een overtreding worden voorkomen. Amfibieën
Het plangebied biedt geschikt leefgebied voor de bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander en meerkikker. Deze soorten zijn door de provincie Zuid-Holland vrijgesteld van ontheffingsplicht bij ruimtelijke ontwikkelingen.
van het voornemen maatregelen.
13 maart 2023
voorkomen
Wel dienen negatieve effecten op deze soorten als gevolg
of zo veel mogelijk beperkt te worden
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
door het nemen
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
van voorzorgs-
10
Projectgerelateerd
ì\ Royal HaskoningDHV 3
Algemene voorschriften EWP
31
Verantwoordelijkheden en uitgangspunten
ledere opdrachtnemer is tenminste verantwoordelijk voor: ° _ Het kennisnemen van de maatregelen beschreven n het protocol. ° _ Het naleven van het werkprotocol e _
Het voorkomen
van
calamiteiten
e _ Het beschermen van de aanwezige beschermde en niet-beschermde planten en dieren. °
Hettot een minimum beperken van natuurschade ten gevolge van activiteiten.
Op dit ecologisch werkprotocol zijn enkele algemene uitgangspunten van toepassing: °
Dit EWP
°
werknemers bekend te zijn Bij uitbesteding aan (onder)aannemers blijft de verantwoording en de zorgplicht bij de aannemer. De opdrachtgever heeft de eindverantwoording als initiatiefnemer voor het conform de voorwaarden uit het EWP
dient altijd op
uitvoeren
van
de werklocatie
aanwezig
te zijn en
onder
betrokken
(onder)aannemers
en
de werkzaamheden.
« _ Hiertoe zetten zijin Tabel 3-1 een handtekening ter bevestiging van het bekend zijn met de voorwaarden uit het EWP
e
en voor akkoord
voor
het uitvoeren
van
de werkzaamheden
conform
deze voorwaarden
Uitecologische overwegingen kunnen bepaalde werkzaamheden worden stilgelegd of naar het oordeel van een ter zake kundige op een andere manier worden uitgevoerd. Dit gebeurt n overleg met de betrokken partijen. Het stilleggen van de werkzaamheden
kan ook door het bevoegd gezag gebeuren,
bijvoorbeeld op aanwijzing van de ecoloog of een BOA van de handhavende (omgevings)dienst.
3.2
Aantoonbaar handelen volgens het ecologisch werkprotocol
Het is van belang dat de beschreven
maatregelen
uit dit EWP
daadwerkelijk worden opgevolgd.
dan kan de aannemer verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming overtreden.
Zo niet,
Dit EWP moet altijd
aanwezig zijn in het werkgebied, zodat controlerende instanties en alle betrokkenen het EWP tijdens hun werkzaamheden kunnen raadplegen. Daarnaast moet iedere betrokkene op de hoogte zijn van de inhoud
van dit plan. Voor de erkenning en ondertekening dient het onderstaande overzicht (Tabel 3-1). Tabel 3-1.
Overzicht van de erkenning van onderhavig ecologisch werkprotocol, wanneer naam, datum en handrekening zijn ingevuld,
houdt dit in dat van de voorschriften van voorliggend EWP kennis genomen is e beschreven maatregelen worden toegepast.
laam Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard
Parti
Opdrachtgever Uitvoerende
Datum en ondertekening
aannemer
Begeleidende ecoloog (geanonimiseerd) Roial Haskt inHv Overige uitvoerders
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
"
Projectgerelateerd
îï’Royal HaskoningDHV 3.3 °
Algemene maatregelen voor de uitvoering van het werk Werkzaamheden
soorten.
worden
zoveel
mogelijk
uitgevoerd
buiten
de kwetsbare
perioden
van
aanwezige
Deze perioden kunnen door seizoensvariaties, weersomstandigheden en de aard van de werk-
zaamheden zowel eerder als later starten en eindigen °
Het werkterrein wordt na zonsondergang
niet verlicht.
Indien bij werkzaamheden
dit toch noodzakelijk
is, wordt met een ter zake kundige overlegd waar en onder welke voorwaarden dit mogelijk is.
34
Begeleiding door een ter zake kundige ecoloog
Bij het uitvoeren van de inrichtingsmaatregelen en beschermende maatregelen, zoals beschreven in dit ecologisch werkprotocol, wordt een deskundige ecoloog betrokken als lid van de uitvoeringsdirectie (Figuur
3-1). Deze verzorgt de nodige ecologische begeleiding rondom uitvoering van de inrichtingsmaatregelen. Denk hierbij aan het uitzetten van de af te schermen waardevolle locaties, het eventueel wegvangen van beschermde soorten en het geven van aanwijzingen tijdens het werk. e
Let op: aanwijzingen
van de ecoloog dienen
altijd opgevolgd te worden.
Verder heeft de ecoloog de
bevoegdheid om werkzaamheden tijdelijk stilte leggen. e _ In onvoorziene situaties en bij vragen moet altijd direct in overleg worden getreden
met de toezicht-
houder en contact opgenomen worden met de begeleidende ecoloog. Figuur 3-1 Definitie deskundig ecoloog Wat is een deskundig
ecoloog? (aan we een persoon die in een bepaalde situatieer heeft op het gel oorlspecifieke ecologie.
soorten gevra g voldoet aan een of meer
De persoon Nederlan: Natuur
n Landelijk gebied; an
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
de monitoring en/ofbe
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
12
van
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV 4
Specifieke voorschriften
Het nemen van de onderstaande maatregelen is afdoende om een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming zo veel als mogelijk te voorkomen (doden en/of verwonden dan wel vernietigen van de verblijfplaats). Hierdoor hoeft voor het onderhavige project geen ontheffing van de verbodsbepalingen van de Wnb aangevraagd te worden bij de provincie Zuid-Holland.
41
Maatregelen in het kader van broedvogels
Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. Deze verbodsbepaling geldt te allen tijde, ongeacht de periode van het jaar. In de periode maart-juli is de kans het grootst op aanwezigheid van broedende vogels.
Voor een begrip als ‘broedseizoen’ is geen standaardperiode te hanteren. Afhankelijk van de soort en weersomstandigheden in een bepaald jaar kunnen soorten veel eerder of juist veel later broeden dan normaal het geval zou zijn. Voor de wet is van belang of een broedgeval verstoord wordt, ongeacht de datum.
De vaak geciteerde periode 15 maart t/m 15 augustus is slechts een indicatie.
Voor aanvang van de werkzaamheden dient altijd op broedgevallen binnen de invloedsfeer van de ingreep gecontroleerd te worden, wanneer vermoed
kan worden dat er geschikte broedlocaties binnen de invloed-
sfeer van de werkzaamheden aanwezig zijn. Uitzondering hierop is de periode november-januari omdat het voorkomen van broedgevallen dan nihilis. Om overtreding van de verbodsbepaling te voorkomen volgende voorzorgsmaatregelen nageleefd: °
Tijdens de werkzaamheden
wordt rekening gehouden
worden
voor onderhavig
met broedende
projectvoornemen
vogels. Vanwege
de
de planning
wordt een deel van de werkzaamheden uitgevoerd tijdens het broedseizoen van vogels (globaal van 15 maart tot en met 15 augustus). Daarom dient voorafgaand aan het broedseizoen voorzorgsmaatregelen te worden genomen ter voorkoming van broedende vogels of dient uit inspectie gebleken te zijn dat er geen broedende vogels aanwezig zijn binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden. Deze voorzorgsmaatregelen kunnen bestaan uit: ° Voorafgaand aan het broedseizoen de broedbiotoop voor vogels ongeschikt e maken. Dit kan gedaan worden door vegetatie kort te maaien en gedurende het broedseizoen kort te houden. Dit geldt ook voor de oevers die aanwezig zijn in het plangebied;
©° °
Buiten het broedseizoen bomen te kappen. Zo wordt voorkomen dat de bomen niet gekapt kunnen worden omdat er vogels in broeden; De werkzaamheden voorafgaand aan het broedseizoen te laten beginnen en in een, voor zover mogelijk, constante intensiteit te laten doorgaan gedurende het broedseizoen.
Het grote voordeel
van deze methode is, dat de verstoringsafstand ‘automatisch” bepaald wordt: vogels zullen uit eigen beweging een nestplaats kiezen buiten hun specifieke verstoringsafstand. Nadeel is dat de constante intensiteit (zowel in tijd als in ruimte) lastig te realiseren is.
e
Op basis van de bevindingen zaamheden
leiden
van de controle door de ter zake kundige wordt bepaald of de werk-
tot verstoring,
beschadigen
en/of vernietigen
van
in gebruik zijnde
nestplaatsen
binnen de invloedsfeer van de werkzaamheden.
e _ In het geval dat in gebruik zijnde nesten worden aangetroffen of aanwijzingen worden verkregen van de aanwezigheid van nesten (nest-indicerende waarnemingen), moet ter hoogte van de nestlocatie een rustzone (te bepalen door ecoloog) worden ingesteld, waarbinnen geen werkzaamheden worden uitgevoerd, totdat de betreffende nesten door de betreffende broedende vogel(s) zijn verlaten. De rustzone wordt - bijvoorbeeld - door midde! van pylonen afgebakend.
Gebruik geen bouwlinten omdat
die door de beweging in de wind juist voor verstoring zorgen.
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
13
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV 42
Maatregelen in het kader van vleermuizen
Het is verboden om opzettelijk vleermuizen te verstoren, beschadigen of doden. Deze verbodsbepaling geldt te allen tijde, ongeacht de periode van het jaar. Voor dit project geldt dat overtreding van verbodsbepalingen aan de orde kunnen zijn in de periode half maart tot en met half november.
Om overtreding van verbodsbepalingen te voorkomen volgende voorzorgsmaatregelen nageleefd: e
e
worden
voor
onderhavig
projectvoornemen
de
De aanlegwerkzaamheden worden bij daglicht uitgevoerd, van zonsopkomst tot zonsondergang.
Indien dit niet mogelijk is wordt bij nachtelijke werkzaamheden
aangepaste verlichting gebruikt die
gericht is op de bouwplaats en niet op het omringende landschap. °
Bovenstaande
vleermuizen,
maatregelen
zijn
van
toepassing
indien
gewerkt
indien buiten de actieve periode van vleermuizen
wordt
in de
actieve
periode
van
gewerkt wordt, dus in de winterrust-
periode van half november tot en met half maart, zijn geen aanvullende maatregelen nodig en kan regulier licht worden toegepast, met de aantekening dat het voorkomen van verstrooing naar de
omgeving in de winterperiode nodig blijft ten aanzien van leefgebieden van bijvoorbeeld zoogdieren en vogels.
43
Maatregelen in het kader van amfibieën
In het plangebied
kunnen
amfibieën
voorkomen
die door de provincie Zuid-Holland
zijn vrijgesteld
van
ontheffingsplicht bij ruimtelijke ingrepen. Negatieve effecten op deze soorten dienen zoveel mogelijk worden voorkomen door het nemen van de volgende voorzorgsmaatregelen: e Voorafgaand aan de werkzaamheden de locatie van het nieuwe gemaal en het werkgebied kort te maaien en deze gedurende de werkzaamheden
kort te houden.
© _ Indien de werkzaamheden worden opgestart tijdens de winterrustperiode (globaal van 1 november tot 1 maart) van amfibieën dient voorafgaand aan deze periode (voor 1 oktober) de vegetatie al kort
gemaaid te worden en tot aanvang en gedurende de werkzaamheden kort te houden. e _ Indien tijdens de werkzaamheden amfibieën worden aangetroffen dienen deze verplaatst te worden naar
buiten
44
de
invloedsfeer van
de werkzaamheden
Maatregelen voor werkzaamheden aan watergangen
Voor het voornemen zijn verschillende werkzaamheden voorzien aan watergangen. Voor deze werkzaamheden dienen de volgende maatregelen in acht te worden genomen: e
Veel vissen planten zich in het voorjaar voort en zowel de volwassen
vissen zijn extra watergangen.
kwetsbaar voor een
Eieren en jonge vissen
ingrijpende operatie zoals kunnen
dan
nog
dieren als de eieren en jonge
het opschonen
niet wegkomen
en gaan
en verdiepen
van
hierdoor dood. Voor
sommige soorten begint die voortplantingsperiode l in februari, maar voor de meeste vissen is de voornaamste kwetsbare periode april — juli. Deze periode dient dus zoveel als mogelijk gemeden te worden
voor het uitvoeren van werkzaamheden
worden
gemeden
aan het oppervlaktewater.
Als deze periode niet kan
is ecologische begeleiding verplicht en dient vooraf aangetoond te worden dat er
geen voortplanting plaatsvindt op deze locatie. Indien er wel voortplanting plaatsvindt op deze locatie
e
kan er niet gewerkt worden tot eind juli. Vermijden van deze periode voorkomt risico's voor de planning. De rest van het jaar kunnen werkzaamheden aan watergangen worden uitgevoerd. In de zomer i het echter ongewenst om bij te hoge temperaturen (boven de 25 graden watertemperatuur, een hogere luchttemperatuur is geen bezwaar als de vissen maar in koeler water blijven) de werkzaamheden aan watergangen uit te voeren. In de winter kan niet gewerkt worden wanneerde water- of luchttemperatuur lager dan 5 graden Celsius is. Vissen en waterdieren zijn koudbloedig en kunnen bij lage temperaturen
bijna niet bewegen en bij temperatuur rond het vriespunt zelfs doodvriezen. In onderstaande tabel is weergegeven welke periode geschikt is voor het werken in watergangen.
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
14
Projectgerelateerd
ì1’Royal
HaskoningDHV e
Verder dient bij het opschonen en verdiepen van de watergangen het slib en de planten eerst op de kant dicht bij de oever te worden gelegd zodat kleine dieren via lekwater of kruipen de kans krijgen om de watergangen weer te kunnen bereiken.
Tabel 4-1. Periode van geschiktheid voor de werkzaamheden aan watergangen. Maand
t
|m
m
Niet geschikt
Geschikt mits watertemperatuur tussen 5 en 25 graden 45
-
-
-
--
Maatregelen in het kader van de algemene zorgplicht
Voor alle soorten, ongeacht bescherming via natuurwetgeving of niet, geldt de zorgplicht waarbij eenieder voldoende zorg in acht neemt voor de in het wild levende dieren en planten en hun directe leefomgeving.
Dit betekent in ieder geval dat eenieder die weet of redelijkerwijs kan vermoeden dat door zijn handelen of nalaten nadelige gevolgen voor flora of fauna worden veroorzaakt, verplicht is dergelijk handelen achterwege te laten voor zover dat in redelijkheid kan worden gevraagd. Anders dienen maatregelen te worden
genomen
die redelijkerwijs worden gevraagd om de gevolgen te voorkomen of, voor zover die gevolgen
kunnen worden voorkomen, deze zoveel mogelijk te beperken of ongedaan
te maken. Negatieve effecten
op beschermde planten en dieren dienen zo veel mogelijk te worden voorkomen. Hieronder zijn een aantal maatregelen beschreven om aan de algemene zorgplicht te voldoen:
e
e
Dewerkzaamheden worden alleen overdag, tussen zonsopgang en zonsondergang uitgevoerd. Vooraf gaand aan de uitvoering van de werkzaamheden kan de projectlocatie worden gecontroleerd en kunnen eventueel aanwezige (niet-beschermde of vrijgestelde) dieren opgepakt of verjaagd worden naar omringend geschikt terrein Er wordt verder altijd één richting opgewerkt, zodat kleine (zoog)dieren van de werkzaamheden vandaan kunnen vluchten.
hoek
of hek),
zorg
Houd hierbij rekening met vluchtwegen, (werk dus niet richting een doodlopende
dat de dieren
groenstructuren. ° Voor de werkzaamheden
e
vrije ruimte
hebben
en
werk
richting
te behouden
aan de watergangen geldt dat richting het grote water gewerkt wordt en
niet richting de kant De aannemer maakt enkel gebruik van de ruimte die noodzakelijk is voor het uitvoeren van de werkzaamheden,
°
voldoende
en ontziet daarbij
plaatsen
met begroeiing en/of beplanting
zoveel
mogelijk.
Het werk-
gebied wordt zo klein als mogelijk gehouden. Het aantal benodigde transportbewegingen wordt ook zo klein als mogelijk gehouden. Er zal niet onnodig worden aan- en afgereden.
46
Logboek
Soms gebeurt het dat tijdens werkzaamheden nieuwe inzichten ontstaan over de aanwezigheid van beschermde soorten. In overleg met een erkend ecoloog wordt het ecologisch werkprotocol hierop aan-
gepast als dit nodig is. Dit wordt bijgehouden in het logboek (zie bijlage 1). e Het logboek bestaat uit korte verslagen van veldbezoeken, uitgevoerde ecologische begeleiding, gemaakte afspraken en gesignaleerde problemen en hoe deze opgelost zijn. e Destartcontrole en eindcontrole zijn minimaal vereist. Het logboek dient ook als bewijslast bij eventuele controles door bijvoorbeeld de regionale uitvoeringsdienst.
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
15
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV « _ Afwijking van het protocol is alleen mogelijk na overleg met de ecologisch toezichthouder, dit dient in het logboek gemeld te worden
Let wel: het is mogelijk dat er gedurende de werkzaamheden komende
beschermde
soorten.
In overleg
nieuwe
met een ter zake kundige
inzichten ontstaan omtrent voorwordt het ecologisch
werkprotocol
hierop aangepast als dit nodig is. Dit werkprotocol is dus een levend document. Bij aantreffen van een beschermde soort, dienen de werkzaamheden gestaakt te worden en een ter zake kundige ecoloog geraadpleegd te worden (zie bij calamiteiten).
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
16
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV 5
Maatregelen in het geval van calamiteiten
Onder de Wet natuurbescherming wordt onder calamiteiten verstaan: het aantreffen van andere beschermde dier- en plantensoorten dan uit voorafgaande inventarisaties vastgesteld en waarvoor een ontheffing noodzakelijk is (zou zijn). Omdat
bij projecten sprake
is van verschillende typen calamiteiten
is onderstaand
onderscheid
gemaakt
tussen 1) algemene calamiteiten, ‘afwijken van de afgesproken werkwijzen’ en 2) calamiteiten in relatie tot beschermde natuurwaarden, ‘aantreffen beschermde soorten of noodzaak tot andere handelingen dan voorzien’. Daarnaast zijn de te nemen maatregelen bij het onverwachts aantreffen van dieren beschreven.
Afwijken van afgesproken werkwijze In geval van calamiteiten kan afgeweken worden van de procedures die in dit ecologisch werkprotocol staan
als er anders risico's voor personen, de volksgezondheid of het milieu ontstaan als niet meteen opgetreden wordt. Als de verwachting bestaat dat door calamiteitenbeheer schade ontstaan is of kan worden aan beschermde dieren of planten dient onmiddellijk contact opgenomen te worden met de ecoloog. Deze kan dan bepalen of er daadwerkelijk schade ontstaan is of kan ontstaan en welke mitigerende maatregelen mogelijk getroffen moeten worden. Onverwachte aantreffen van beschermde planten of dieren Tijdens de werkzaamheden kan onverwacht op planten, maar vooral op dieren gestuit worden. Denk hierbij
aan het aantreffen van broedende vogels, een hol van een vos, een rugstreeppad enzovoorts. In de praktijk gaat het vooral om grotere zoogdieren en (broedende) vogels. Uiteraard worden er ook overal kleinere dieren (muizen, insecten enzovoorts) aangetroffen, maar dat is niet onverwacht omdat deze nu eenmaal vrijwel overal voorkomen. Formeel is er pas sprake van een calamiteit als het een beschermde dier- of plantensoort betreft, maar daarvoor is voldoende kennis nodig om dat vast
te stellen. De maatregel gaat er daarom van uit dt eerst door een voldoende ter zake kundige vastgesteld wordt om welke soort het gaat. Nesten van algemene broedvogels kunnen aangetroffen worden (met of nog zonder eieren) zonder dat daar ouderdieren bij aanwezig zijn. Enige ervaring is dan nodig om te bepalen of het een oud en verlaten nest is of een nieuw en in gebruik zijnde nest. Te nemen maatregelen bij onverwachte vondsten van dieren:
e _ Als er grotere en minder algemene dieren aangetroffen worden, moeten deze met rust gelaten worden en moet de ecoloog geïnformeerd worden. °
e
Met rust laten betekent zo snel mogelijk afstand nemen en voldoende aanwezige dieren in ieder geval geen gealarmeerd gedrag meer vertonen.
Samen
met de ter zake
kundige wordt gekeken
om
welke
ver wegblijven
soort het gaat en worden,
zodat
de
indien
van
toepassing, nadere vervolgmaatregelen afgestemd. e _ Indien de werkzaamheden
leiden tot overtreding van verbodsbepalingen, worden de werkzaamheden
stilgelegd en wordt een melding gedaan bij het bevoegd gezag, in dit geval de provincie Zuid-Holland.
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
17
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Geraadpleegde literatuur NDFF.
Nationale
Databank
Flora
en
Fauna.
Royal HaskoningDHV (2021). Quickscan gemaal Hitland: In het kader van Wet natuurbescherming en de omgevingsverordening provincie Zuid-Holland, d.d. 22 oktober 2021, _ kenmerk BH8919WMRP2110121204.
Royal HaskoningDHV (2022). Nader onderzoek gemaal Hitland, d.d. 21 juli 2022, kenmerk: KGM245-RHDZZ-XX-RP-Om-0059
Verschillende verspreidingsatlassen soorten, via de verspreidingsatlassen van RAVON, Zoogdiervereniging, via ravon.nl, sovon.nl en zoogdiervereniging.nl.
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
SOVON
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
en de
18
Y
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV Bijlage 1: Checklist en voorbeeldlogboek Checklist ecologisch werkprotocol Soms gebeurt het dat tijdens werkzaamheden nieuwe inzichten ontstaan over de aanwezigheid van beschermde soorten. In overleg met een erkend ecoloog wordt het ecologisch werkprotocol hierop aangepast als dit nodig is. Dit wordt bijgehouden n het logboek. Het
logboek
bestaat
uit korte
verslagen
van
veldbezoeken,
uitgevoerde
ecologische
begeleiding,
gemaakte afspraken en gesignaleerde problemen en hoe deze opgelost zijn. De startcontrole en eindcontrole zijn minimaal vereist. Het logboek dient ook als bewijslast bij eventuele controles door bijvoorbeeld de regionale uitvoeringsdienst.
Afwijking van het protocol i alleen mogelijk na overleg met de ecologisch toezichthouder, dit dient in het logboek gemeld te worden. Algemene aandachtspunten 1.
Is het uitvoerend personeel op de hoogte van de omgang met beschermde flora en fauna in dit project, de van toepassing zijnde maatregelen en de geldende wettelijke zorgplicht? Ja/Nee Is het (uitvoerend) personeel op de hoogte gebracht van de inhoud van het ecologisch werkprotocol? (bijvoorbeeld door een presentatie tijdens een kick-off meeting) Ja, door. Datum:
Is er sprake van een (onder)aannemer? Bij ja > is de (onder)aannemer ook op de hoogte gebracht?
Ja/Nee Ja/Nee
Wie controleert of volgens het ecologisch werkprotocol wordt gewerkt? (naam/namen 5.
erkende ecologen)
Data en bevindingen van de controle (eventueel via aparte bijlagen/notities):
Specifieke onderwerpen bij controles 6.
Is er sprake van verwijderen van beplanting en vegetatie?
Ja/Nee
Worden er sloten, poelen of watergangen gedempt?
Ja/Nee
Indien bij vraag 6 en/of 7 Ja > is kennisgenomen van het meest recente ecologisch werkprotocol?
Ja/Nee
Stemt de periode van uitvoering overeen met het werkprotocol?
Ja/Nee
10.
Worden de soortspecifieke maatregelen n de juiste volgorde uitgevoerd?
Ja/Nee
11
Heeft voorafgaand aan de werkzaamheden overleg met dan wel een controle
plaatsgevonden door een ter zakenkundige, gericht op broedvogels?
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
Ja/Nee
19
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Zo ja, door wie, met wie en wanneer:
Voorbeeld logboek Datum
13 maart 2023
|_
Deelgebied
Bevindingen
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
Afspraken
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0066
20
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Bijlage 2: Juridisch kader van de soortenbescherming Inleiding Wet natuurbescherming In Nederland
is de
bescherming
bescherming (hierna:
van
bepaalde
soorten
planten
en dieren
geregeld
in de Wet
natuur-
Wnb). Deze wet bevat regels voor de bescherming van natuurgebieden, in het wild
Ievende dier- en plantensoorten en houtopstanden in Nederland.
Naast de bescherming
van natuur en biodiversiteit voorziet de Wnb
in de decentralisatie van taken en
bevoegdheden en de vereenvoudiging van regelgeving. De Europese regelgeving, met name de Vogel- en Habitatrichtlijn, vormt het kader en het uitgangspunt van deze wet. Het instrumentarium van de Wnb sluit
aan op het huidige omgevingsrecht en de toekomstige Omgevingswet. vastgelegd in de regeling en het besluit natuurbescherming’.
De
De Wet
een
natuurbescherming
kent
naast de algemene
zorgplicht
(art 1.11)
uitwerking
van
de wet
drietal hoofdstukken
is
die
relevant zijn voor voorliggend voornemen. Hoofdstuk 2 van de Wnb gaat over de Natura 2000-gebieden en hoofdstuk 3 over soorten en hoofdstuk 4 over houtopstanden. Wat betreft de Wnb is het onderdeel Soortenbescherming van belang in het licht van de voorgenomen activiteit. Gebiedsbescherming (Hoofdstuk 2 van
de Wnb) en de bescherming van Houtopstanden (Hoofdstuk 4 van de Wnb) i niet van toepassing voor het projectvoornemen. Onderstaande is voor het onderdeel Soortenbescherming het kader opgenomen.
Soortenbescherming De Wnb kent drie algemene beschermingsregimes waarin de voorschriften van de Vogelrichtlijn, Habitatrichtlijn en twee verdragen (Bern en Bonn) zijn geïmplementeerd en waarin aanvullende voorschriften zijn gesteld voor de dier- en plantensoorten die niet onder die specifieke voorschriften vallen, maar wel bescherming nodig hebben. Het gaat om de volgende beschermingsregimes (verwezen wordt naar de
paragrafen van de wet): e _ Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1) Dit zijn alle van nature in Nederland in het wild levende vogels (zoals bedoelt in artikel 1 van de Vogelrichtlijn). e _ Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (paragraaf 3.2) Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, Bijlage I of I! bij het Verdrag van Bern en Bijlage I! bij het Verdrag van Bonn. e Beschermingsregime andere soorten (paragraaf 3.3). Dit zijn soorten die genoemd zijn in Bijlage A en B van de Wnb.
Het gaat hier om de bescherming
van
libellen,
kevers
zijn
verbodsbepalingen
zoogdieren,
voorkomend
amfibieën,
reptielen,
vissen,
dagvlinders,
en
vaatplanten
in Nederland.
Verbodsbepalingen Elk
van
de
beschermingsregimes
van
de
soortenbescherming
kent
eigen
en
vereisten voor vrijstelling of ontheffing van de verboden. De verbodsbepalingen in de paragrafen 3.1 en 3.2 (van de wet) zijn een-op-een overgenomen uit de genoemde richtijnen (zie onderstaande tabel) en verdragen en zijn uitsluitend van toepassing op de in deze richtlijnen en verdragen genoemde soorten. De
bepalingen in paragraaf 3.3 zien toe op de ‘nationale’ andere soorten die zijn genoemd
in de bijlagen A en
B bij de Wnb. Hiervoor geldt een kleiner aantal verbodsbepalingen.
* http:wetten.overheid.n/BWBR0038662/2017-01-01
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
2
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Tabel 1: Soortenbescherming: [Beschermingsregime ogelrichtlijn $ 3-1
overzicht verbodsartikelen Wet natuurbescherming voor flora en fauna.
soorten
Beschermingsregime Habitatrichtijn $3.2
soorten
[Beschermingsregime andere koorten $ 3.3
Art.3.1lid 1 Art 3.5lid 1 _ Hetis verboden in het wid levende vogels _ Het is verboden soorten in hun natuurlijk _ fer i verteden soorten
opzettelijk te doden of te vangen. Art.3.1lid
verspreidingsgebied opzettelijk e doden of DE te vangen. te vangen.
opzetteik e doden
GEEL
2
Het is verboden opzettelijk nesten,
Art 3.5lid 2
ustplaatsen en eieren van vogels te
Het is verboden dieren opzetteljke
Art. 3.10 lid 1b
vernielen of te beschadigen, of nesten van _ verstoren.
Het is verboden de vaste
vogels weg te nemen.
voorplantingsplaatsen of rus!plaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of e
Art.3.1lid3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben.
Art 3.5lid3 _ Het is verboden eieren van dieren n de natuur opzettelij te vernielen ofte rapen. Art. 3.5lid
Art.3.1lid4
vemielen.
4
Het is verboden de voortplantingsplaatsen
Het is verboden vogels opzettelik te storen. of rustplaatsen van dierente beschadigen _ Art, 3.40 id 1c
Focime mm
Het is verboden plantensoorten in hun
haonmG
natuurljke verspreidingsgebied opzetielijk te
verboden indien de Hetis verboden plantensoorteninhun
__ Plukken en te verzamelen, af e snijden, te
van wezenljke invloed is op de _ natuurlk verspreidingsgebied opzettelijk te ontwortelen of te vernielen. staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort.
plukken en te verzamelen, afte srijden, te ontwortelen of te verrielen.
Bij de toetsing aan het soortbeschermingsdeel van de Wnb wordt bepaald of er beschermde plant- en diersoorten kunnen voorkomen n het plangebied en of de functionaliteit van het Ieefgebied van deze soorten aangetast wordt als gevolg van het project, waardoor de gunstige staat van instandhouding in gevaar komt.
Ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden In beginsel moet met mitigerende maatregelen ervoor worden gezorgd dat de functionaliteit van het leefgebied niet wordt aangetast. Lukt dat niet en worden dus verbodsbepalingen overtreden, dan is een ontheffing nodig. Het beschermingsregime van de soort bepaalt de mogelijkheid tot het verkrijgen van een ontheffing. Artikelen 3.3, 3.8 en 3.10 van de Wnb bevatten de ontheffings- en vrijstellingsmogelijkheden van de genoemde verboden. Voor soorten van de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn kan alleen vrijstelling worden
verleend op basis van
de in deze
richtlijnen genoemde
belangen
(bijvoorbeeld
openbare veiligheid
of
dwingende reden van groot openbaar belang). Onder de Wnb geldt voor deze soorten een ontheffingsplicht,
behalve als het bevoegd gezag door middel van een zogenoemde vrijstelling anders besluit2. Voor de ‘andere soorten’ van artikel 3.10 kunnen provincies en het ministerie van LNV een algemene vrijstelling van de ontheffingsplicht vaststellen middels
een verordening.
In specifieke gevallen geldt een vrijstelling van
ontheffingsplicht als ruimtelijke ontwikkelingen uitgevoerd worden volgens een goedgekeurde gedragscode.
Voorzorgs- en mitigerende maatregelen Indien
door voorzorgsmaatregelen
de negatieve
effecten volledig
kunnen
worden
opgeheven,
waardoor
overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Het gaat erom dat de voorzorgsmaatregel zorgt dat de functionaliteit van voortplantings- en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van de aanwezige
beschermde soort blijft behouden en de betreffende soort niet
gedood, verwond of verstoord wordt.
? Met uitzondering van een aantal in art 1.3 van de Wnb genoemde projecten (van nationaal belang)
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
22
Projectgerelateerd
îï’Royal HaskoningDHV De
voorzorgsmaatregelen
wenselijk of mogelijk effecten
worden
als randvoorwaarde
is, dan dienen
mitigerende
meegegeven
maatregelen
aan
genomen
de
aannemer.
te worden
om
Indien
dit niet
de optredende
te verzachten.
Zorgplicht soortenbescherming Voor alle planten en dieren (dus ook voor soorten, die niet zijn opgenomen
zorgplicht conform Wnb artikel 1.11.
in de Wnb) geldt de algemene
Deze plicht houdt in dat iedereen ‘voldoende zorg’ in acht moet nemen
voor alle in het wild levende planten en dieren en hun leefomgeving.
Veelal komt de zorgplicht erop neer
dat tijdens werkzaamheden negatieve effecten op planten en dieren zoveel mogelijk dienen te worden voorkomen en dat bij de inrichting aandacht moet worden besteed aan de realisatie van geschikt habitat voor plant en dier.
De zorgplicht geldt altijd en voor alle planten en dieren, of ze beschermd zijn of niet, en
in het geval dat ze beschermd zijn ook als er ontheffing of vrijstelling is verleend. De zorgplicht betekent niet dat er geen effecten mogen optreden, maar wel dat dit, indien noodzakelijk, op zodanige wijze gebeurt dat de verstoring en eventueel lijden zo beperkt mogelijk i.
Werkwijze bij ruimtelijke ingrepen Bij ruimtelijke ingrepen dient beoordeeld te worden welke negatieve gevolgen de ingrepen zullen hebben voor de eventueel aanwezige aspecten duidelijk worden:
° e
beschermde
inheemse
soorten.
Hierbij is het van
belang dat de volgende
Welke beschermde plant- en diersoorten komen in en rondom het gebied voor? Leidt het realiseren van de plannen of de uitvoering van de geplande werkzaamheden tot handelingen die strijdig zijn met de verbodsbepalingen van de Wnb betreffende planten op hun groeiplaats of dieren
e
in hun natuurlijke leefomgeving? Kunnen de plannen of de voorgenomen
werkzaamheden
zodanig
aangepast worden
dat dergelijke
handelingen niet of n mindere mate gepleegd worden?
° _ Is om de plannen te kunnen uitvoeren of de werkzaamheden te kunnen verrichten ontheffing (ex. art 3.3, 3.8 of 3.10 van de Wnb) van de verbodsbepalingen van de Wnb vereist? lopzettelijkheid n de Wet natuurbescherming is voor veel verbodsbepalingen de term opzettelijk van toepassing. Niet-opzettelijk Inandelingen waarbij verbodsbepalingen overtreden worden zijn niet verboden. Daarbijis van belang dat het Europ [Hof van Justitie in zijn jurisprudentie heeft bepaald dat onder opzet ook voorwaardelijke opzet moet worden begrepen. aarvan is sprake als iemand een handeling verricht en daarbij bewust de aanmerkelijke kans aanvaardt dat zin lgedragingen schadelijke gevolgen hebben voor een dier of plant Wezenlijke invloed Imet de term ‘wezenlijke invloed’ wordt gedoeld op een wezenlijk negatieve invloed op een soort of populatie. Om t Ibepalen of er sprakeís van een wezenlijk (negatieve) invloed dienen de effecten van de activiteiten of werkzaamheden lop de populatie te worden onderzocht. Of hiervan sprake ís hangt af van de lokale, regionale, landelijke en Europ: stand van de soort. Op welk van deze niveaus de effecten op een soort moeten worden onderzocht, hangt af van d e voorbeelden).
Er is geen sprake van een wezenijke invloed wanneer de populatie de mogelijke negati effecten van de activiteiten of werkzaamheden zelf op een zodanige wijze (bijvoorbeeld doord uitwijkmogelijkheden zijn naar een volwaardig leefgebied elders) teniet kan doen dat er geen invloe staat van instandhouding van de soort. In alle gevallen geldt proportionaliteit. Effecten op ullen op een lager niveau moeten
worden bezien dan een
zeer algemene
oorten die zich
niet over grote
lafstanden kunnen verplaatsen, zoals amfibieën, reptielen, planten en veel , er sprake van een wezenlijk negatieve invloed dan bij soorten die zich over grotere afstanden kunnen verplaatsen. Verder is van belan of het effect van tijdelijke of permanente aard is. Van tijdelijke effecten kan een populatie van een soort zich over he! lagemeen gemakkelijker herstellen dan wanneer het om een aanhoudend negatief effect gaat.
13 maart 2023
ECOLOGISCH WERKPROTOCOL
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0066
23