Bijlage 7 Beantwoording technische vragen VVD Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023 A23.000642
Tekst van het document
*A23.000642*
Memo
Onderwerp Beantwoording technische vragen VVD Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023 ter attentie van
datum 11/05/2023
kenmerk A23.000642
kopie aan
bijlage
Afzender S. Tjon Poen Gie
telefoon 0180-330300
e-mail suleika.tjonpoegie@zuidplas.nl
Cluster Ruimtelijk beleid
De VVD heeft technische vragen gesteld over de Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023. Hieronder de gestelde vragen met de bijbehorende antwoorden.
VRAAG 1: Uit het onderzoek van RIGO blijkt dat middeninkomens uit de sociale huursector niet goed kunnen doorstromen naar een betaalbare koopwoning. Is overwogen om, bijvoorbeeld bij nieuwbouw, deze groep voorrang te geven om zo de doorstroming uit de sociale huur te verhogen? Antwoord: Ja, in artikel 15 lid 2 is opgenomen dat woningzoekenden uit een dorpskern voorrang krijgen op een nieuwbouw middenhuurwoning op andere woningzoekenden uit de gemeente, waarbij degene die een sociale huurwoning achterlaten voorgaan. Hiermee willen we doorstroming vanuit de sociale huur naar middenhuur stimuleren. VRAAG 2: Uit het onderzoek van RIGO blijkt dat er veel meer kleine en goedkope 1 en 2 kamerwoningen zijn dan er vraag is. Is er overwogen om, naar het Haaglanden model, starters die een 1 kamerwoning accepteren hun inschrijfduur te laten behouden? Antwoord: Ja, Bodegraven-Reeuwijk is in 2021 een experiment gestart met behoud van leeftijdspunten (voor woningenzoekenden tot 30 jaar) voor kleine woningen gelabeld voor jongeren met 1 of 2 kamers. Dit experiment moet nog geëvalueerd worden. We zijn in afwachting van deze evaluatie en wat het effect op doorstroming is. In Gouda, Waddinxveen en Zuidplas is een dergelijk experiment niet opgestart. Artikel 44 biedt de ruimte om ook een dergelijk experiment ook in Zuidplas op te starten. VRAAG 3: Uit artikel 8.b.
blijkt dat men voor het aanvragen van urgentie ingeschreven moet zijn in het woonruimteverdeelsysteem. Is overwogen om hier een minimale termijn aan te verbinden?
Pagina 1 van 3
onderwerp
registratienummer
Beantwoording technische vragen VVD Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000642
Antwoord: Ja, het is overwogen om hier een minimaal termijn van 1 jaar aan te verbinden. De overweging was om te voorkomen dat woningzoekenden zich tijdelijk inschrijven in Zuidplas om zo langere wachttijden van omliggende gemeenten (zoals Rotterdam, Den Haag en Zoetermeer) te omzeilen. Er is niet voor gekozen om dit minimale termijn op te nemen, omdat de huidige algemene voorwaarden streng worden toegepast bij tijdelijke huisvesting en excessen nauwelijks voorkomen. En er is voor gekozen om in de algemene voorwaarden voor urgentie geen beleid op uitzonderingen te maken. Regionaal worden dezelfde voorwaarden gehanteerd. VRAAG 4: Is het niet noodzakelijk dat een aanvrager van urgentie aan kan tonen dat deze zichzelf inspant om een oplossing te vinden? Bijvoorbeeld door al zelf actief op woningen te reageren? Dit staat alleen in de toelichting, maar blijkt niet uit de verordening. Antwoord: Ja, dat is noodzakelijk. In artikel 8.e is als voorwaarde opgenomen dat de noodsituatie niet door de woningzoekenden op eigen kracht binnen zes maanden opgelost kan worden. In de toelichting wordt uitgelegd wat er van een woningzoekende wordt verwacht en hoe deze voorwaarden worden getoetst. Het is niet noodzakelijk om dit in de verordening zelf te zetten. VRAAG 5: In artikel 8.e.
staat dat urgentie aangevraagd kan worden als de aanvrager de noodsituatie niet binnen zes maanden op kan lossen, maar in artikel 9.e. staat dat urgentie mogelijk is als iemand na een calamiteit (dus noodsituatie) geen woning meer heeft en dit niet binnen drie maanden te herstellen is. Waarom verschillen deze termijnen? Antwoord: Artikel 8 bevat algemene toetsingsvoorwaarden voor alle urgentiecategorieën. Alleen bij urgentiecategorie 9.e wijkt deze af vanwege de bijzondere noodsituatie waarbij iemand acuut dakloos is en niet in de gelegenheid is geweest om eerst zelf de situatie binnen zes maanden op te lossen. Zes maanden is in deze situatie onredelijk lang. Vandaar dat er in artikel 9.e een afwijkende termijn van drie maanden is opgenomen. VRAAG 6: Artikel 9.L spreekt alleen van werknemers van politie en brandweer, is overwogen om dit breder te trekken naar ‘werkzaam bij hulpdiensten’? Nu worden ambulancemedewerkers/medische personeel uitgesloten. Antwoord: Deze medewerkers worden niet direct uitgesloten. Van belang is dat de functie een direct oproepbaar karakter heeft, waarbij het wonen in nabijheid van de oproepplaats een vereiste is van de werkgever. VRAAG 7: Artikel 10.2, volgens mij kan het college alleen via de corporatie een bod doen of de corporatie doet een bod?
Pagina 2 van 3
onderwerp
registratienummer
Beantwoording technische vragen VVD Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023
A23.000642
Antwoord: Het is de bevoegdheid van het college om een urgentieverklaring af te geven onder voorwaarden zoals opgenomen in de huisvestingsverordening. De woningcorporatie dient uitvoering te geven aan de voorwaarden opgenomen in de urgentieverklaring. VRAAG 8: Is het in het licht van het bevorderen van de doorstroming niet logischer om artikel 15.1 en 15.2 om te draaien? Dus eerst voorrang voor woningzoekenden uit eigen kern of dorp die een sociale huurwoning achterlaten en vervolgens voorrang voor woningzoekenden uit eigen kern of dorp? Samen met het gevraagde onder 2 zou dit er toe kunnen leiden dat starters makkelijker een 1 kamerwoning accepteren, omdat ze weten dat ze later kans maken op een grotere woning in de eigen kern of dorp en dus makkelijker doorstromen en weer een woning voor een starter vrij maken. Antwoord: Artikel 15.1. is gericht op toewijzing van sociale huurwoningen. Artikel 15.2 is gericht op de toewijzing van middenhuurwoningen. Deze artikelen richten zich op een andere woningcategorie en betreffen geen opvolgende volgordecriteria. Op het moment dat er eerst voorrang wordt gegeven aan woningzoekenden die een sociale huurwoning achterlaten, worden de kansen van starters uit het dorp (nog) kleiner.
Als doorstromers voorrang zouden krijgen op een sociale huurwoning geldt dat mogelijk ook voor achtergelaten sociale huurwoningen waardoor starters uit het dorp minder kans hebben. De slaagkansen van starters zijn kleiner dan van doorstromers. Daarnaast is de groep actief woningzoekende starters in Zuidplas bijna twee keer zo groot als de groep doorstomers. Met artikel 15.1 en 15.2. worden de kansen van starters uit een dorp in ieder geval niet extra belemmerd. Er wordt hen juist een kans gegeven om in het dorp te blijven. Het labelen van woningen voor jongeren is een optie om de slaagkansen van starters te vergroten. Vrijkomende woningen moeten dan weer naar de doelgroep gaan. Labelen is ook een vorm van voorrang die gecombineerd kan worden met de voorrangregeling uit artikel 15. Uit een experiment voor behoud van leeftijd- of starterspunten (zie antwoord bij vraag 2) moet nog blijken welk effect het behoud heeft op de doorstroming. Als de evaluatie van het experiment in Bodegraven-Reeuwijk een duidelijk positief beeld laat zien, kan het college besluiten om zelf een experiment op te zetten in Zuidplas gedurende de verdere looptijd van de verordening. Het behoud van leeftijdspunten wordt ook meegenomen in de regionale gesprekken over de B/L-score.
Pagina 3 van 3