CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 7 B 1211 - Infonota Wettelijke vereisten Erfgoedvisie Z21.000248

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Erfgoedvisie 2021-2026 'verbindend erfgoed'2.667 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z21.000248*

Informatienota aan de raad

onderwerp

nummer raadsstuk

Erfgoedvisie

B 1211

datum 02-02-2021 afzender

portefeuillehouder

behandelend ambtenaar

College van burgemeester en

J.A. Verbeek

C.P. Quik

registratienummer

Bijlagen

Openbaar

Z21.000248

-

wethouders

Aan de raad van de gemeente Zuidplas

1. Inleiding Op dinsdag 19 januari 2021 heeft de gemeenteraad de erfgoedvisie behandeld. In deze behandeling was er veel waardering voor de visie en het bijbehorende participatietraject. De vragen die er waren gingen voornamelijk om de financiering en de structurele lasten voor de gemeente. Het college heeft voorgesteld om de financiële gevolgen van de erfgoedvisie mee te nemen in het kader van het project keuzes maken om tot een sluitende meerjarige begroting te komen. Een aantal raadsleden wilde graag meer inzicht in wat wettelijk moet en wat de kosten hiervan zijn. Wethouder Verbeek heeft toegezegd met een aanvullende informatienota te komen om u hierover te informeren. In deze informatienota zijn deze antwoorden opgenomen. Eerst wordt toegelicht wat wettelijk moet, wat niet wettelijke taken zijn en welke taken voor draagvlak bedoeld zijn. Hierbij verliezen we niet uit het oog dat er reeds sprake is van een achterstand in het werk. Dit brengt risico’s met zich mee in de uitvoering van onze ruimtelijke taken, maar ook in de relationele sfeer met erfgoedorganisaties. Vervolgens wordt financieel inzicht gegeven hoe nu al zou kunnen worden gestart met de taken die wettelijke moeten, mits de gemeenteraad hiervoor middelen beschikbaar stelt en niet wil wachten op het project keuzes maken. Dit aansluitend op de door de gemeenteraad gestelde vragen.

Tot slot wordt het standpunt van het college verwoord.

2. Wat zegt de wet? 2.1 Wettelijke verplichtingen Er is een vijftal wettelijke verplichtingen waaraan een gemeente moet voldoen. Hierbij houden we onder andere rekening met de invoering van de Omgevingswet (1 januari 2022) en de bestaande Erfgoedwet (2016). Vanaf 1 januari 2022 worden de verplichtingen voor gemeenten door de invoering van de Omgevingswet met betrekking tot erfgoed uitgebreid. Een aantal zaken waren al eerder verplicht gesteld voor de wetgever. De vijf verplichtingen zijn de volgende: 1. Sinds de Modernisering van de Monumentenwet in 2012 is erfgoed een verplicht onderdeel in de ruimtelijke ordening. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen en in bestemmingsplannen moest, conform artikel 3.1.6. lid 5 Besluit Ruimtelijke Ordening/ BRO, in de toelichting van een bestemmingsplan aangegeven hoe rekening was gehouden met het aanwezige erfgoed in het plangebied. De verplichting uit het BRO is erg vrijblijvend en zegt niets over op welke wijze rekening moet worden gehouden met erfgoed. Echter de wetgever had wel de doelstelling dat gemeenten hiermee hun kennis over het erfgoed op orde zouden krijgen. Met de komst van de pagina 1 van 6

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z21.000248

2.

3.

4.

5.

Omgevingswet (2022) heeft de wetgever dit aspect aangescherpt. Erfgoed wordt een volwaardig onderdeel van de aspecten van de fysieke leefomgeving. In het bestemmingsplan moet vanaf 1 januari 2022 rekening worden gehouden met het aanwezige (beschermde en niet beschermde) erfgoed bij het opstellen in omgevingsplannen en nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Erfgoed moet daarmee een plek vooraan in de ruimtelijke processen krijgen. Om dit te kunnen doen is het noodzakelijk om te weten wat er binnen de gemeente als erfgoed kan worden aangemerkt en welke waarde dit heeft. De enige manier om al het erfgoed van bodem tot gebouwd object volledig en inzichtelijk in beeld te krijgen, is door het uitvoeren van een gemeentebrede inventarisatie van het erfgoed en het opstellen van een cultuurhistorische waardenkaart. Voor de compleetheid van de inventarisatie is aanvullend een inventarisatie van de begraafplaatsen nodig. Door gemeentebreed te kijken naar erfgoed kan het verschillende erfgoed binnen de juiste context worden geplaatst zowel qua geschiedeniswaarde als qua noodzaak om iets te behouden binnen ruimtelijke ontwikkelingen. De kaart moet daarna een plek krijgen binnen het omgevingsplan, inclusief passende regels. Dit proces is door veel gemeenten al kort na 2012 opgestart.

De zorgplicht die in het Besluit Activiteiten leefomgeving (BAL) is opgenomen vergt een actievere rol van de gemeenten in de bescherming van rijksmonumenten en hun omgeving. Niet alleen initiatiefnemers moeten het monument in hun eigendom onderhouden maar ook moeten initiatiefnemers die iets in de omgeving van een monument gaan doen, aantonen dat er geen schade aan een monument in de directe omgeving ontstaat. In de Omgevingswet is een zorgplichtrol voor gemeenten weggelegd om bij het opstellen van een omgevingsplan of een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling de omgeving van rijksmonumenten te beschermen tegen wijzigingen die nadelige gevolgen hebben voor de waarde van rijksmonumenten (monumentenbiotoop). Daarnaast is de gemeente al sinds de invoering van de Erfgoedwet in 2016 verplicht om een actuele erfgoedlijst bij te houden. Deze lijst is bij de gemeente nog niet op orde. Op dit moment voldoet de gemeente niet aan deze verplichting. De intellectuele ondersteuning van de eigenaren van monumenten en erfgoed (denk aan kerken, woonhuizen, industriële gebouwtjes) behoort al sinds het laatste kwart van de 20 e eeuw ook tot de taken van de gemeente. Het gaat dan vooral om het leveren van noodzakelijke informatie voor instandhouding, verduurzaming, herbestemming e.d..

We leveren nu wel informatie aan eigenaren via de Omgevingsdienst Midden-Holland, maar deze partij heeft ook beperkt ruimte voor het overleg met eigenaren en heeft eigenlijk alleen overleg met eigenaren in het kader van concrete vergunningsaanvragen. Dit tijdstip is echter vaak te laat omdat plannen dan al gemaakt zijn. De gemeente moet vroeger in proces een vraagbaak voor eigenaren/ initiatiefnemers zijn. Een gemeente moet een commissie instellen met een in ieder geval enkele deskundige leden die kunnen adviseren over rijksmonumenten. De huidige monumentencommissie, met overwegend lokale deskundigen, voldoet niet aan de nieuwe eisen van de wetgever. Ook de huidige welstandscommissie, die op afroep een monumenten lid kan betrekken bij advisering, voldoet niet aan de eisen zoals deze in de Omgevingswet aan een integrale commissie voor advisering over activiteiten in de fysieke leefomgeving stelt.

Om aan de wettelijke taken te voldoen is een deskundige medewerker erfgoed noodzakelijk. Er moet hierbij rekening worden gehouden met het feit dat de bovengenoemde activiteiten geen eenmalige activiteiten zijn. Zowel de erfgoedlijst als de waardenkaart zijn dynamische documenten, die als gevolg van ontwikkelingen kunnen wijzigen. Ook het opbouwen van contacten en het blijven meedenken bij ruimtelijke ontwikkelingen behoort tot de structurele taken van een erfgoedmedewerker. 2.2 Sancties niet nakomen wettelijke taken Bij het niet uitvoeren van de wettelijke taken zijn er geen sancties die worden opgelegd, wel kan het niet op orde hebben van het vakgebied erfgoed nadelige gevolgen hebben voor de gemeente. Het betekent dat er risico’s zijn t.a.v. erfgoed bij het opstellen van een bestemmingsplan of het Omgevingsplan. Dit kan gevolgen hebben voor zowel het (niet goed kunnen) beschermen van erfgoed pagina 2 van 6

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z21.000248

en daarmee het verdwijnen van voor onze gemeente waardevol erfgoed. Hiermee kan uiteindelijk de identiteit van de gemeente als geheel en de afzonderlijke dorpskernen verloren gaan. Ook kan de afwezigheid van een kennis over erfgoed ertoe leiden dat nieuwe ruimtelijke plannen geen doorgang vinden, omdat het aspect erfgoed niet goed is afgewogen. Een derde bijkomstigheid van het niet op orde hebben van het taakveld erfgoed is het verpauperen van erfgoed. Indien de gemeente weet wat zij heeft aan erfgoed en er voldoende capaciteit beschikbaar is, kan in dit soort situaties tijdig worden ingespeeld op het voorkomen van achterstallig onderhoud en het gesprek met eigenaren worden gestart over financierings-, herbestemmings-, en verduurzamingsmogelijkheden. 2.3 Uitstel is geen afstel Om de basis tijdig gereed te hebben en blijvend op orde te houden moet zo snel als mogelijk een medewerker worden geworven en de wettelijke taken worden uitgevoerd. Uitstel van het oppakken van de wettelijke taken met enkele maanden zorgt voor langere risico’s op het beleidsveld van erfgoed zoals hierboven geschetst, terwijl de werkzaamheden t.a.v. de wettelijke taken sowieso uitgevoerd moeten gaan worden. Daarbij is er in het proces van de erfgoedvisie een goede samenwerking en positieve sfeer ontstaan tussen verschillende erfgoedorganisaties (o.a. historische verenigingen) en de gemeente Zuidplas.

Wanneer deze dynamiek tot na de zomer wordt onderbroken zal het moeizamer worden om gezamenlijk met betrokkenen uit Zuidplas te komen tot verdere uitvoering. Daarbij zullen deze partijen nogmaals teleurgesteld worden, dit gezien het feit dat de gemeente de laatste jaren nauwelijks aandacht aan erfgoed heeft gegeven en zij vele malen op verschillende manieren hier aandacht voor hebben gevraagd. Nu uitstellen van de uitvoering betekent dat geen gebruik kan worden gemaakt van het ontstane enthousiasme in het veld en dit zal tevens het vertrouwen van deze partijen in de gemeente verder onder druk zetten. 2.4 Niet wettelijk, wel noodzakelijk Naast de wettelijke taken, zijn er in het voorstel van de erfgoedvisie ook een aantal niet wettelijke taken opgenomen. Zo wordt bijvoorbeeld tevens voorgesteld om de gemeentelijke redengevende omschrijvingen (het juridische document op basis waarvan een gemeentelijk monument/ beeldbepalend pand wordt aangewezen) aan te passen. De huidige redengevende omschrijvingen zijn zeer mager en voldoen niet meer aan (juridische) standaard van dit soort documenten. De aanwijzing van een monument door het college van burgemeester en wethouders geschiedt op basis van een vijftal aspecten. In de redengevende omschrijvingen van de gemeente is over het algemeen slechts een van deze aspecten benoemd.

Jurisprudentie geeft duidelijk aan dat een redengevende omschrijving niet uitputtend hoeft te zijn, maar wel de juiste informatie moet geven die heeft geleid tot het aanwijzen van het object als beschermd monument. Het is dus onverstandig dit niet te doen, ook al is het geen direct wettelijke vereiste. 2.5 Draagvlak Tot slot is ook draagvlakcreatie van belang, zeker bij erfgoed. De overige voorstellen in de visie zijn dan ook bedoeld om draagvlak te creëren en het besef van de waarde van erfgoed te vergroten. Door samen met de erfgoedstakeholders te werken aan het zichtbaar maken van erfgoed kan daarmee ook een meerwaarde bereikt worden voor de samenleving. Toerisme, aantrekkingskracht van dorpskernen op nieuwe bewoners en bedrijven, e.d. leiden tot positieve voordelen voor de gemeente en de samenleving. Het oprichten van een fonds ter stimulering van onderhoud en zichtbaarheid erfgoed moeten bijdragen aan het voorkomen van dossiers als de Geertruidahoeve en de bovengenoemde meerwaarde van het erfgoed bevorderen. Deze projecten vormen geen wettelijke verplichting, maar zullen bijdragen aan betere bescherming van erfgoed in de toekomst.

pagina 3 van 6

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z21.000248

Indien deze projecten t.a.v. draagvlak niet worden uitgevoerd ontstaat de situatie waarin we wel kunnen voldoen aan onze wettelijke taken, maar waarin de samenleving niet wordt betrokken bij het erfgoed. Er is dan geen ruimte om samen met erfgoedeigenaren, stakeholders en initiatiefnemers te werken aan het creëren van dorpsgerichte en gemeente brede initiatieven en een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor het erfgoed. De gewenste meerwaarde, die voort moet vloeien uit deze investering, zal dan uitblijven.

3

Financiële gevolgen

De voorliggende erfgoedvisie is dus gebaseerd op het voldoen aan de wettelijke taken en het creëren van brede bewustwording en draagvlak voor erfgoed, dat leidt tot het kunnen realiseren van een meerwaarde van erfgoed voor de samenleving. Binnen dit voorstel is een scheiding te maken tussen wat echt moet en wat eventueel ook later kan. Over de zaken die ook nog even kunnen wachten, kan bij het herstelplan 2021 besloten worden. 3.1 Eerste jaar en daarna In de onderstaande begroting is opgenomen wat echt in het eerste jaar moet worden uitgevoerd om aan de wettelijke taken te kunnen gaan voldoen en daar zou zo snel mogelijk mee gestart moeten worden. Hierbij moet ook rekening gehouden worden met het feit dat er in de afgelopen jaren geen werkzaamheden op het erfgoedvlak zijn uitgevoerd en er geen budget was om belangrijke zaken op te pakken. Er is dus sprake van een achterstand in de kennisontwikkeling met betrekking tot het erfgoed. Deze achterstand zal ingehaald moeten worden. Er is in de gesplitste begroting op de volgende pagina wel uitgegaan van het totaalpakket aan projecten, zoals deze is opgenomen in de erfgoedvisie. N.B. We hebben de kosten voor de leden van de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit buiten deze begroting gelaten, omdat we ervanuit gaan dat de kosten hiervoor via de leges kunnen worden verhaald. Per beleidsjaar Beleidsjaar/

jaarlijkse begroting

2021

165.000

2022

191.000

2023

191.000

2024

191.000

2025

191.000

2026

191.000

3.2 Lasten eerste jaar De begroting voor het eerste jaar is gebaseerd op structurele en incidentele lasten voor het voldoen aan de wettelijke taken. De inzet van de erfgoedmedewerker zal gericht zijn op voldoen aan de wettelijke taken en de ‘kosteloze’ activiteiten om de omgang met erfgoed te versterken in de vorm van het opbouwen van communicatie met erfgoedeigenaren en -stakeholders, interne positionering van erfgoed, informatievoorzieningen op orde brengen, e.d. pagina 4 van 6

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z21.000248

Pijler/actiepunt 1/A1

Pijler/actiepunt 1/A3

Structurele personele lasten per beleidsjaar Doel 1.A1 Erfgoedmedewerker

Kosten 80.000

Totaal

80.000

Incidentele kosten per beleidsperiode Doel Opstellen digitale cultuurhistorische waardenkaart Inventarisatie begraafplaatsen en grafmonumenten

Kosten 65.000 20.000

Totaal over gehele beleidsduur

85.000

3.3 Lasten vanaf het tweede jaar Vanaf het tweede jaar (medio 2022) worden de structurele lasten verhoogd voor de inzet op communicatie en stimulering van erfgoed. Nadat we de basis op orde hebben om aan de wettelijke taken te kunnen voldoen, is het een logisch moment om ook te starten met communicatie over het erfgoed. We weten op dat moment immers wat we hebben en dat is essentiële input voor het creëren van meerwaarde uit het erfgoed. In de lasten vanaf het tweede jaar zijn dus ook de structurele kosten opgenomen om te zorgen dat gezamenlijk met de historische verenigingen en andere erfgoedbelanghebbenden ingezet wordt op behoud en verbetering van het erfgoed met de samenleving. Binnen die kosten wordt ook rekening gehouden met een stimuleringsfonds voor onderhoud aan gemeentelijke monumenten. Dit fonds, hoewel nog nader uit te werken, zou ten doel moeten hebben eigenaren te ondersteunen in het tijdig onderhouden van hun erfgoed. Hiermee willen we voorkomen dat er nieuwe dossiers à la de Geertruidahoeve ontstaan en erfgoed onnodig en onbedoeld verpauperd. De structurele kosten voor de creatie van draagvlak die in het eerste jaar niet zijn gemaakt, zijn in onderstaande begroting opgeteld bij de opvolgende jaren.

Door focus aan te brengen in het eerste jaar op wat echt moet, kan een erfgoedmedewerker ook goed op gang komen, om dan vanaf 2022 meer te gaan doen met de samenleving en co-creatie samen met bestaande initiatieven.

Pijler/actiepunt 1/A1

Pijler/actiepu nt 3/A2 en A4 4/A4 – A5

Structurele personele lasten per beleidsjaar Doel 1.A1 Erfgoedmedewerker

Kosten 80.000

Totaal

80.000

Structurele lasten projecten per beleidsjaar Doel

Kosten

Informatievoorzieningen en recreatie – eigen projecten

24.000

Stimuleringsbudget publieksbereik en onderhoud

66.000

Totaal

90.000 pagina 5 van 6

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z21.000248

Pijler/actiepunt 3/A1 3/A5 3/B1-B4 4/A2

Incidentele kosten per beleidsperiode Doel Monumentenschildjes Uitbreiden redengevende omschrijvingen Dorpsgerichte projecten identiteit versterken, excl. de planontwikkeling Steenovens Klein-Hitland Brochure Omgang met erfgoed Totaal over gehele beleidsduur

4

Kosten 15.000 20.000 60.000 10.000 105.000

Standpunt college

Het college stelt zich op standpunt dat de wettelijke taken conform de opgave in de informatienota moeten worden opgepakt en dat daarvoor dekking moet worden gevonden binnen het project keuzes maken. Het college houdt dus vast aan de strategie aan het eerder aangeboden raadsvoorstel om een integrale afweging van het complete beleidsplan te kunnen maken. Dit betekent nu de uitgangspunten en ambitie van de erfgoedvisie vaststellen en de financiering in zijn geheel betrekken bij het project ‘keuzes maken’ in april en mei 2021. Het college acht het niet onmogelijk om na deze tijd en met beschikbare middelen goed aan de slag te kunnen gaan en binnen aanzienlijke tijd aan de wettelijke verplichtingen te kunnen voldoen.

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas,

J.F. Weber Burgemeester

R.C.L. Heijdra Gemeentesecretaris

pagina 6 van 6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9708689/1