Bijlage 7 Amendement zienswijze uittreedmogelijkheid Grondbank RZG Zuidplas (2024A40) A24.002208
Tekst van het document
AANGENOMEN Voor: 24 stemmen (unaniem)
Amendement zienswijze uittreedmogelijkheid Grondbank RZG Zuidplas Raadsvoorstel R24.000045: Ontwerpwijziging gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas Agendapunt 12a van de Raadsvergadering van 18 juni 2024 Amendement van ChristenUnie/SGP Ondergetekende stelt voor de volgende alinea’s toe te voegen in de zienswijze ontwerpwijziging gemeenschappelijke regeling Grondbank RZG Zuidplas: ■
Wij verzoeken u artikel 31a lid 10 van de regeling als volgt te wijzigen: “Het risico van de eigendommen en activa wordt bepaald door het verwachte eindsaldo van de grondbank bij het opheffen van de regeling. Daarbij wordt rekening gehouden met alle bekende feiten, overeenkomsten en risico’s op de datum van het uittredingsbesluit plus een bedrag voor onvoorzien.” Door bij het berekenen van de uittreedsom (positief of negatief) te werken met een bedrag voor onvoorzien wordt recht gedaan aan het uitgangspunt dat de achterblijvers geen schade mogen ondervinden van de uittreding. Immers, als ná het uittreden van een deelnemer de kosten toenemen/het resultaat verslechtert lijden de achterblijvers extra schade, waar zij tevens voor een groter % op aanspreekbaar zijn.
■
Tevens verzoeken we u artikel 31a lid 12 van de regeling als volgt te wijzigen: “Recht op nabetaling bij opheffing van de grondbank ontstaat wanneer sprake is van een gerealiseerd positief verwacht eindsaldo. De nabetaling kan niet hoger zijn dan het bij uittreding verwachte eindsaldo” We onderschrijven dat bij een verwacht positief eindsaldo op moment van uittreden een recht op nabetaling ontstaat, dat bij opheffing van de grondbank kan worden uitgekeerd. Er moet dan echter wel daadwerkelijk een positief eindsaldo gerealiseerd zijn.
Namens de fractie van ChristenUnie/SGP
PvdA/GroenLinks
Ard Bakker
Martin Damen