Bijlage 6a Besluit college B&W naar aanleiding van advies bezwaarschriftencommissie A23.000447
Tekst van het document
gemeente
Zuidplas
N
)dreesimin(geanonimiseerd) onaeg(
verzenddatum
zaaknummer
2021112988104
cluster
chdjnhéR 2027
documentnummer
behandeld door
besluit op bezwaarschrift
Juridische
2500116211
bijlage
m
Uw kenmerk
Telefoon
0180 330
Bij brief van 25 november 2021 heeft u| collegebesluit van 20 oktober 2021, wad
Zaken
300
en bezwaarschrift ingediend tegen het lder dwangsom op te leggen
Het bezwaarschrift is voorgelegd aan de bezwaarschriftencommissie die geadviseerd heeft het bezwaarschrift ongegrond te verklaren. Besloten is om dit advies over te nemen, uw bezwaarschrift ongegrond te verklaren en het bestreden besluit ongewijzigd in stand te laten Het advies van de bezwaarschriftencommissie maakt integraal deel uit van het collegebesluit, zodat voor de motivering hiernaar verwezen wordt. Een afschrift van het advies, alsmede een verslag van de
hoorzitting treft u hierbij aan
Vertrouwend u met het bovenstaande voldoende te hebben ingelicht. Voor meer informatie over dit besluit kunt u contact opnemen
met de behandelend ambtenaar.
Met vriendelijke groet, Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas,
De manager van
Gemeentehuis Postadres
Raadhuisplein
Postbus
het cluster
1. 2914 AC
KM
Communicatie,
Nieuwerkerk
Nieuwerkerk
aan
den
aan
FAZA, HR, JZ & Inkoop
den
IJssel
IJs E
SI
IS
gfm=enln
Zuidplas
_ e h
Niet eens
e EE
met het besluit?
U kunt op grond van de Algemene wet bestuursrecht binnen zes weken na
verzending van dit besluit schriftelijk beroep aantekenen bij de rechtbank Den Haag, Postbus 20302, 2500 EH 's-GRAVENHAGE. Hiervoor moet u griffierecht betalen, waarover u bericht krijgt van de griffier. Voorlopige voorziening
Hebt u een beroepschrift ingediend en meent u dat de betrokken belangen zo zwaar wegen dat u de beslissing hierop niet kunt afwachten? De Algemene wet bestuursrecht geeft u dan de mogelijkheid om een voorlopige voorziening te vragen bij de voorzieningenrechter. Postbus 20302,
2500 EH 's-Gravenhage.
Hiervoor moet u gríffierecht betalen, waarover u bericht krijgt van de griffier. U kunt ook digitaal een verzoek om een voorlopige voorziening indienen bij de rechtbank
's-Gravenhage. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD).
Kijk op de website http:/Ioket rechtspraak nl/bestuursrechtspraak voor meer informatie over het digitaal indienen van een verzoek om een voorlopige voorziening.
Postadres Postbus 100, 2910 AC Nieuwerkerk aan den LJsse! T 0180 330300 F 0180 230329 E gemeente@zuidplas.nl www.zuidplas.nl Gemeentehuis Raadhuisplein 1, 2914 KM
Nieuwerkerk aan Gen IJssel
Pagina 2 van 2
ET
gemeente
T =l Zuidplas
Commissie
voor de bezwaarschriften
Algemene kamer
Vergadering van 2 maart 2022 Aan: het college van burgemeester en wethouders
Onderwerp: Het bezwaarschrift van
d.d.
25 november
2021 tegen het collegebesluit van 20 oktober 2020, waarbij een last onder dwangsom is opgelegd Omtrent de ontvankelijkheid: De commissie constateert dat het bezwaarschrift is gemotiveerd en binnen de in artikel 6:7 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) genoemde termijn is ontvangen. Het bezwaarschrift voldoet voorts aan de overige vereisten van ontvankelijkheid.
Gelet op dat gegeven adviseert de commissie het
college om het bezwaarschrift ontvankelijk te verklaren. Omtrent de feiten:
verhuurt dit perceel aan
gebruikt als parkeerterrein voor
het perceel 's-Gravenweg 114 te Nieuwerkerk aan den IJssel. Zij T. Boer & Zn B.V. Het perceel dat tegenover het bedrijf ligt, wordt de werknemers van het bedrijf, alsmede voor personeel van
leveranciers, bouwbedrijven en installateurs. Het perceel ligt naast het reguliere parkeerterrein van het
bedrijf
Op 22 juni 2017 is een omgevingsvergunning verleend voor de tijdelijke uitbreiding van het bestaande, reguliere bedrijfsparkeerterrein van 162 plaatsen met 48 extra plaatsen tot 1 december 2018.
De aanvraag is destijds ingediend in verband met de bouwwerkzaamheden voor de realisatie
van een kelder bij slachterij T. Boer & Zn. op het perceel 's-Gravenweg 108 te Nieuwerkerk aan den IJssel, omdat tijdens de bouw niet op het bedrijfsterrein geparkeerd kon worden. inmiddels al geruime tijd in gebruik.
De kelder is
Een toezichthouder van de Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) voert op 21 juli 2020 een
controle uit. Uit deze controle blijkt dat het perceel 's-Gravenweg 114 nog steeds in gebruik is als parkeerterrein De
ODMH
stuur
op 14 juni 2021 een constateringsbrief, waarin zij verzocht wordt om
de overtreding te beëindigen.
Slachterij T. Boer & Zn. B.V. dient op 23 juni 2021 N
+ Jeen zienswijze in.
Een toezichthouder van de ODMH constateert op 30 juni 2021 dat het perceel nog steeds als parkeerterrein in gebruik i.
De ODMH stuurt|
op 2 augustus 2021 namens het college een voorgenomen besluit tot
het opleggen van een last onder dwangsom.
Slachterij T. Boer & Zn. B.V. dient op 30 augustus 2021 namens N 7 Jeen zienswijze in De ODMH besluit op 20 oktober 20:
dwangsom op te eggen. N besluit:
7]
mens het college om NNN 7 Jeen 'ast onder
/ordt gelast om binnen zes weken na verzending van het
1van6
EN
TI
1.
het gebruik van het op de foto gearceerde deel van het perceel als parkeerterrein te (laten) staken
2.
gemeente
Zuidplas
en dat gebruik als parkeerterrein ook gestaaktte (laten) houden. Als hieraan niet, niet geheel of niet tijdig wordt voldaan, dan moet u ons een eenmalige dwangsom van € 10.000 betalen. de voorzieningen die het op de foto gearceerde deel van het perceel tot een parkeerterrein
maken, te verwijderen en verwijderd te houden. Als hieraan niet, niet geheel of niet tijdig wordt voldaan, dan moet u ons een eenmalige dwangsom betalen van € 1.100
Het besluit heeft zakelijke werking.
Het besluit is verzonden op 21 oktober 2021
In het besluit staat vermeld:
“Een parkeerterrein draagt niet bij aan het behoud en herstel van de actuele en potentiële landschapswaarden. Op of in de gronden mag uitsluitend worden gebouwd ten dienste van de bestemming. Het parkeerterrein staat niet ten dienste van de agrarische bestemming en is daarmee in strijd met het bestemmingsplan. Bij de beslissing om al dan niet een vergunning te verlenen voor met het bestemmingsplan strijdig gebruik hebben wij beleidsruimte. Vanuit een ruimtelijk oogpunt bestaan er bezwaren tegen afwijking van het bestemmingsplan in het kader van het vasthouden aan een parkeerterrein op deze locatie. Het doet:
- een aanzienlijke afbreuk aan de ruimtelijke uitstraling van de omgeving en het leidt tot verstening van het gebied, en;
- afbreuk aan de openheid van het gebied, en; - afbreuk aan de landschapswaarden van de gronden
Het voorgaande brengt mee dat het toestaan van de parkeerplaatsen op deze locatie onaanvaardbaar en ongewenst wordt geacht.”
De ODMH besluit op 1 december 2021 namens het college om de begunstigingstermijn van de
opgelegde last te verlengen tot zes weken na de beslissing op bezwaar.
T. Boer & Zn. B.V. dient op 18 februari 2022 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het legaliseren van het parkeerterrein. Omtrent de bezwaren:
Kort samengevat komen de bezwaren neer op het volgende: 1. Bezwaarmaker is niet in staat om de huurovereenkomst direct te beëindigen, ook omdat de gemeente de situatie al drie jaar gedoogt.
2.
Bezwaarmaker vraagt zich af waarom in de omgevingsvergunning van 2017 voor het tijdelijk gebruik als parkeerterrein de agrarische bestemming destijds niet van belang was en nu wel. De overtreding moet worden gezien in het licht van de situatie ter plaatse en het gegeven dat voor
een interne verbouwing geen omgevingsvergunning nodig is. Dit dient meegewogen te worden in 3. 4.
5.
de beoordeling.
Er is wel concreet zicht op legalisatie.
Erzijn geen klachten over het gebruik van het parkeerterrein. ’s-Gravenweg leert dat de uitbreiding wenselijk is. De parkeerplaatsen zijn ‘groen’ uitgevoerd.
Overleg met de Belangenvereniging
Dit draagt bij aan het behoud van het agrarische
karakter. Bezwaarmaker kan het college niet volgen in haar stelling dat het parkeerterrein een aanzienlijke afbreuk doet aan de ruimtelijke uitstraling van de omgeving en de verstening van het gebied. Het parkeerterrein doet geen afbreuk aan de openheid van het gebied. Het betreft slechts een kleine uitbreiding van een bestaand parkeerterrein.
T. Boer & Zn. B.V. verkeert op het moment in een grote onderhoudsfase met meer verkeersintensiteit. Dit onderhoud bestaat uit een generieke upgrading van het totale slachtequipement.
Mede vanwege deze vergrote verkeersintensiteit heeft T. Boer & Zn. B.V. in ieder geval een
tijdelijke vergunning ter legalisatie voor de periode tot 1 januari 2025 nodig. Gezien de toekomstige ontwikkelingen en de situatie van het bedrijf en met name de verkeersbewegingen op de 's-Gravenweg ligt een permanente vergunning meer in de rede. Het bedrijf wil in overieg met de gemeente over het aanvragen van een vergunning. Met het vergunnen van het parkeerterrein is het algemeen belang gediend. Bezwaarmaker is van mening dat haar belang en het algemeen 2van6
TI
EN S
gemeente
Zuidplas
belang van verkeersveiligheid zwaarder dienen te wegen dan het algemeen belang om de wet- en regelgeving te handhaven. Er is een onjuiste belangenafweging gemaakt en het zorgvuldigheids6.
7. 8.
beginsel is geschonden.
Het college heeft in redelijkheid niet tot dit besluit kunnen komen.
Het is niet wenselijk om de werknemers die niet kunnen parkeren op het vergunde parkeerterrein elders te laten parkeren. Dit komt er namelijk op neer dat de werknemers langs de 's-Gravenweg zullen parkeren. Dit zorgt voor overlast en voor gevaarlijke (verkeers)situaties. Het gebruik van personeelsbusjes zal voor veel overbodige verkeersbewegingen en milieuvervuiling zorgen. De parkeerproblematiek wordt verplaatst naar andere parkeerplaatsen.
Een parkeerterrein is op grond van artikel 3.1 van het bestemmingsplan toegestaan, wanneer zij behoort tot één van de in punt a tot en met e genoemde bestemmingen. Het bedrijfT. Boer & Z. B.V. is vergelijkbaar met een veehouderij Terzitting is aangevoerd dat het betreffende parkeerterrein niet in strijd is met het geldende bestemmingsplan. De agrarische bestemming laat dit parkeerterrein toe.
Omtrent de van toepassing zijnde regelgeving: Artikel 2.1 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo) bepaalt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel en gedeeltelijk bestaat uit:
c.
het gebruiken van gronden of bouwwerken in strijd met een bestemmingsplan, een beheersverordening, een exploitatieplan, de regels gesteld krachtens artikel 4.1, derde lid, of 4.3, derde lid, van de Wet ruimtelijke ordening of een voorbereidingsbesluit voor zover toepassing is gegeven aan artikel 3.7, vierde lid, tweede volzin, van die wet.
Artikel 2.12, lid 1 van de Wabo bepaalt dat voor zover de aanvraag betrekking heeft op een activiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, onderc‚ de omgevingsvergunning slechts kan worden verleend
indien de activiteit niet in strijd is met een goede ruimtelijke ordening en: a. indien de activiteit in strijd is met het bestemmingsplan of de beheersverordening: 1°. met toepassing van de in het bestemmingsplan of de beheersverordening opgenomen regels inzake afwijking,
2°. in de bij algemene maatregel van bestuur aangewezen gevallen, of 3°. in overige gevallen, indien de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing bevat.
Van toepassing is het bestemmingsplan “Hitland 2020". ‘Agrarisch met waarden - Landschapswaarden'.
De gronden hebben de bestemming
Artikel 3.1 van het bestemmingsplan bepaalt dat de voor 'Agrarisch met waarden — Landschaps-
waarden' aangewezen gronden bestemd zijn voor: grondgebonden veehouderij;
oe
het behoud en herstel van actuele en potentiële Iandschapswaarden;, een bedrijfswoning per agrarisch bedrijf;
verkoop streekeigen producten;
extensieve dagrecreatie; met de daarbij behorende: f parkeervoorzieningen;
g. h. i
5
fiets- en voetpaden;
waterlopen en waterpartijen; groenvoorzieningen; kunstwerken.
Artikel 3.4.1, sub c van het bestemmingsplan bepaalt dat het verboden is op of in de gronden met de bestemming 'Agrarisch met waarden - Landschapswaarden' zonder of in afwijking van een schriftelijke 3van6
i
T
gemeente
Zuidplas
vergunning van burgemeesteren wethouders (omgevingsvergunning) de volgende werken of werkzaamheden uit te voeren: het aanleggen of verharden van wegen, paden, banen of parkeergelegenheid en het aanbrengen van andere oppervlakteverhardingen, tenzij het kavelpaden betreft ten behoeve van agrarische bedrijfsvoering. Artikel 26.1 van het bestemmingsplan bepaalt dat het verboden is de in artikelen 3 tot en met 23 bedoelde gronden en bouwwerken te gebruiken en/of te doen en/of laten gebruiken en/of in gebruik te geven op een wijze of tot een doel strijdig met de aan de grond gegeven bestemming, zoals die nader is aangeduid in de doeleinden. Tot een met de bestemmingsregels strijdig gebruik wordt in ieder geval gerekend:
a.
hetopslaan van onbruikbare of althans aan hun oorspronkelijke gebruik onttrokken voorwerpen, goederen, stoffen, materialen, emballage en/of afval, behoudens voor zover zulks noodzakelijk is in verband met het op de bestemming gerichte gebruik van de grond
Artikel 125, lid 2 van de Gemeentewet bepaalt dat de bevoegdheid tot oplegging van een last onder bestuursdwang wordt uitgeoefend door het college, indien de last dient tot handhaving van regels
welke het gemeentebestuur uitvoert.
Artikel 5:32, lid 1 bepaalt dat een bestuursorgaan dat bevoegd is een last onder bestuursdwang op te
leggen, in plaats daarvan aan de overtreder een last onder dwangsom kan opleggen.
Omtrent de overwegingen van de commissie: Niet in geschil is dat de bestemming van het perceel 's-Gravenweg 114 'Agrarisch met waarden —
Landschapswaarden' is en het perceel gebruikt wordt als parkeerterrein voor het bedrijf T. Boer & Zn. BV.
In 2017 is een omgevingsvergunning verleend voor het met het (toenmalige) bestemmingsplan strijdige gebruik van het perceel als parkeerterrein. Deze vergunning is verleend naar aanleiding van specifieke omstandigheden, te weten tijdelijke bouwwerkzaamheden voor een kelder bij het bedrijf.
Om die reden had deze omgevingsvergunning werking tot 1 december 2018. Niet in geschil is dat het gebruik van het perceel als parkeerterrein na die datum niet is gestaakt. In het bezwaarschrift staat immers aangegeven dat het college het gebruik van het perceel als parkeerterrein al drie jaar zou gedogen. Ter zitting is bevestigd dat het perceel nog steeds als parkeerterrein in gebruik is.
Bezwaarmaker stelt zich ter zitting op het standpunt dat het gebruik van het perceel als parkeerterrein alsnog in overeenstemming zou zijn met de bestemming, omdat het bedrijfT. Boer & Zn. B.V. een agrarisch bedrijf is, dan wel een bedrijf dat met een agrarisch bedrijf vergelijkbaar zou zijn. De commissie is echter met verweerder van oordeel dat er wel sprake is van een overtreding van de geldende bestemmingsplanbepalingen. Het bedrijf is immers op een ander perceel gevestigd dat tegenover het parkeerterrein ligt. Dit perceel heeft een bedrijfsbestemming. Op het perceel met het parkeerterrein mag conform de agrarische bestemming bijvoorbeeld een grondgebonden veehouderij
worden gevestigd. Bij een veehouderij mag op grond van de planregels een parkeervoorziening
worden aangebracht op het perceel. Er s echter geen veehouderij op het perceel 's-Gravenweg 114 gevestigd, zodat ook geen sprake kan zijn van een bij een veehouderij behorende parkeervoorziening. Het bedrijfT. Boer & Zn. B.V is niet te kwalificeren als veehouderij, nu in het bedrijf slechts van elders aangevoerde dieren verwerkt worden en er van agrarische productie derhalve geen sprake is. Op het perceel 's-Gravenweg 114 wordt ook geen ander door het bestemmingsplan “Hitland 2020" op gronden met de bestemming “Agrarisch met waarden — Landschapswaarden toegelaten gebruik gebezigd.
Bezwaarmaker is de eigenaar van het betreffende perceel. Volgens vaste rechtspraak (0.a
ECLI:NL:RVS:2008:BF8999 en ECLI:NL:RVS:2020:2639) is de overtreder in de eerste plaats degene
die de verboden handeling fysiek verricht. Daarnaast kan degene die de overtreding niet zelf feitelijk 4van6
AI
Ï A
gemeente
Zuidplas
begaat, maar aan wie de handeling is toe te rekenen, voor de overtreding verantwoordelijk worden
gehouden en daarom als overtreder worden aangemerkt. Bezwaarmaker heeft het terrein verhuurd aan het bedrijf T. Boer & Zn. B.V. om dit als parkeerterrein te gebruiken. Daarmee is bezwaarmaker naar het oordeel van de commissie als overtreder aan te merken.
Gelet op het algemeen belang dat gediend is met handhaving, zal in geval van overtreding van een wettelijk voorschrift het bestuursorgaan dat bevoegd is om met een last onder bestuursdwang of een
last onder dwangsom op te treden, in de regel van deze bevoegdheid gebruik moeten maken. Slechts
onder bijzondere omstandigheden mag van het bestuursorgaan worden gevergd, dit niet te doen. Dit kan zich voordoen indien concreet zicht op legalisatie bestaat. Voorts kan handhavend optreden zodanig onevenredig zijn in verhouding tot de daarmee te dienen belangen, dat van optreden in die concrete situatie behoort te worden afgezien
Volgens vaste rechtspraak (0.a. ECLI:NL:RVS:2019:2568 en ECLI:NL:ECLI:2020:622) volstaat in beginsel het enkele feit dat het college niet bereid is een omgevingsvergunning te verlenen voor
afwijking van het bestemmingsplan voor het oordeel dat geen concreet zicht op legalisering aanwezig
is. In hetgeen bezwaarmaker heeft aangevoerd, ziet de commissie geen aanknopingspunten voor het
oordeel dat op voorhand moet worden geconcludeerd dat het door het college ingenomen standpunt rechtens onjuist is en de voor strijdig gebruik vereiste omgevingsvergunning, waarvoor inmiddels aanvraag is ingediend, niet kan worden geweigerd.
Ter zitting is door verweerder desgevraagd
bevestigd dat het college het eerder ingenomen standpunt bij de vergunningverlening in 2017, dat gebaseerd is op het landschapsadvies van 20 juni 2017 van Dorp, Stad & Land, handhaaft. In dit
advies is naar het oordeel van de commissie helder geformuleerd waarom permanente ingebruikname
van het perceel als parkeerterrein ruimtelijk ongewenst is. Nu verweerder ter zitting heeft aangegeven
dat de uitgebreide procedure van toepassing is op de inmiddels ingediende aanvraag en het college
voornemens is om de raad voor te stellen om de gevraagde omgevingsvergunning te weigeren, is er
naar het oordeel van de commissie geen concreet zicht op legalisatie.
Bezwaarmaker heeft naar het oordeel van de commissie verder niet aannemellijk gemaakt dat de
gevolgen van het handhavend optreden onevenredig zijn, omdat als gevolg van het niet kunnen uitbreiden van het bestaande bedrijfsparkeerterrein de verkeersveiligheid op de 's-Gravenweg in
gevaar zou komen.
Daarbij weegt de commissie mee dat er al in ruime mate parkeergelegenheid
beschikbaar is op het reguliere parkeerterrein van het bedrijf en dat zitting is verklaard dat 30% van
het personeel van het bedrijf reeds met busjes wordt vervoerd.
Bezwaarmaker heeft niet aannemelijk
gemaakt waarom het (in tegenstelling tot hetgeen in aangegeven bij de vergunningverlening in 2017)
nu niet meer mogelijk zou zijn om deels ook op het bedrijfsterrein zelf te parkeren.
Tenslotte heeft
bezwaarmaker niet aannemelijk gemaakt waarom het vervoer van werknemers per busjes niet verder uitgebreid zou kunnen worden of dat niet op een andere wijze het aantal personeelsleden dat met de auto naar het werk komt verminderd kan worden. Hetgeen is aangevoerd over de wisselende starttijden van de diensten is daartoe onvoldoende. Daar komt bij dat in geval van parkeeroverlast op
de 's-Gravenweg verweerder verkeersmaatregelen zou kunnen treffen om parkeeroverlast te voorkomen.
De commissie is dan ook van oordeel dat de bezwaren ongegrond zijn. Advies:
De commissie komt tot de conclusie dat het college het bestreden besluit terecht en op goede gronden heeft genomen. Het bovenstaande in acht nemend adviseert de commissie het college om: 1. 2.
het bezwaarschrift ontvankelijk te verklaren; het bezwaarschrift ongegrond te verklaren;
3.
het bestreden besluit in stand te laten,
Svan6
gemeente
;|Ä Zuidplas 4.
het verzoek om een proceskostenvergoeding af te wijzen
De voorzitter,
de secretaris,
6van6
AT
I S
gemeente
Zuidplas
Samenvattend verslag van de hoorzitting van de Algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie
van 2 maart 2022
Algemene kamer
K
r
hotbezwarscii r
7
novem-ber 2021 tegen het collegebesluit van 20 oktober 2020, waarbij een last onder
2
dwangsom is opgelegd. Aanwezigen Bezwaarmake
Namens het college:
De voorzitter opent de vergadering en geeft uitleg over de procedure. Hij geeft het woord aan W overlegt een pleitnota en houdt een betoog.
7]
De pleitnota is als bijlage bij dit
verslag gevoegd.
geeft aan dat er wel zicht op legalisatie is, omdat er nu een goed onderbouwde vergunningaanvraag ligt. De vergunning van 2017 zag op een ander bestemmingsplan, maar ook onder het huidige bestemmingsplan kan het parkeerterrein vergund worden d graag goed overieg gevoerd met de gemeente, maar dit kwam niet van de grond. Hij verzoekt het college om hangende de vergunningprocedure de behandeling van het bezwaarschrift tegen de last onder dwangsom aan te houden.
Er zijn geen klachten van
omwonenden over het parkeerterrein. Het bedrijf groeit en er vindt een interne verbouwing plaats. Het bedrijf moet aan steeds meer regels voor voedselveiligheid voldoen. Er zijn hierdoor meer verkeersbewegingen. Er is een permanente behoefte aan meer parkeerplaatsen. Dit is dan ook de insteek voor het verkrijgen van een omgevingsvergunning. Parkeren op het eigen bedrijfsterrein kan niet vanwege de veiligheidsvoorschriften. Er is geen parkeerruimte bij de kerk. Dat parkeerterrein is dienstbaar voor de kerk. Busjes laten rijden is ook geen alternatief. De uitbreiding van het parkeerterrein doet geen afbreuk aan het landschappelijk karakter. Een parkeerterrein bij een agrarisch bedrijf is toegestaan. De Belangenvereniging van de 's-Gravenweg juicht deze ontwikkeling toe.
eft aan daf
7] v e terein on het perceel aan
\verhuurt. De reden voor de vergunningverlening in 2017 is heel helder. De vergunning is voor een jaar verleend vanwege de bouw van de kelder en woning. De kelder en woning zijn beide
gerealiseerd en in gebruik genomen.
De ODMH controleert periodiek op tijdelijke vergunningen.
Bij de
controle op dit perceel bleek dat het gebruik niet gestaakt was. Daarop is er een constateringsbrief gestuurd en vervolgens het voornemen om handhavend te gaan optreden. Tenslotte s de last onder dwangsom opgelegd. Het klopt dat er een vergunningsprocedure loopt. Omdat het perceel buiten de bebouwde kom ligt, is hier de uitgebreide procedure van toepassing. Er is een besluit van de gemeenteraad nodig. Dit zal vanwege de komende gemeenteraadsverkiezingen langer duren dan normaal het geval is. Daarom is deze hoorzitting doorgegaan. Het college wil het advies van de
commissie hebben.
Er is geen zicht op legalisatie, omdat hier de uitgebreide procedure wordt gevolgd
Alleen bij een gebonden beschikking of een kruimelprocedure biedt een aanvraag voor een omgevingsvergunning concreet zicht op legalisatie. Voor wat betreft het niet strjdig zijn met de
m
j
__
S Zuidplas
bestemming geeft| jan dat een slachterij niet onder het begrip ‘agrarisch’ valt, maar onder de bedrijfsbestemming. Het perceel waarop de slachterij s gevestigd heeft ook een bedrijfsbestemming. In het bedrijf worden agrarische producten verwerkt, niet geproduceerd. Verder ligt het parkeerterrein aan de overkant van de weg. Nadere regels voor het bewaren en verwerken van voedsel waaraan het bedrijf moet voldoen, zijn er altijd geweest. Die waren er ook al in 2017
B e vast cet wordt aangevoerd dat de noodzaak voor meer parkeerplaatsen gelegen is in de groei van het bedrijf. Tvraagt hoe de groei van het bedrijf op de bestaande locatie heeft kunnen plaatsvinden, nu er kennelijk onvoldoende parkeerplaatsen zijn
B
oo
dt r niet meer dieren worden geslacht, maar dat het vleesverwerkende
proces als gevolg van strengere regelgeving arbeidsintensiever is geworden.
Daarom heeft hij meer
personeel nodig
raagt of er in de berm van de ’s-Gravenweg geparkeerd mag worden. hntwoordt bevestigend.
peeft aan dat de auto's dan half op de weg staan. [vraagt of er een reden is voor het college om de zaak aan de gemeenteraad voor te leggen als het college niet bereid is mee te werken, omdat de ontwikkeling landschappelijk ongewenst is.
nteraad zal worden voorgelegd, ook ntwoord\ dat de zaak sowieso aan de g‘ als het college voornemen is om te weigeren. N + J eeft de aanvraag nog niet beoordeeld
B
o9 dzt ook in deze bezwaarprocedure het standpunt van het college ten aanzien
van de vergunningaanvraag van belang is voor de te nemen beslissing op bezwaar. geeft aan dat de aanvraag pas vorige week is ingediend. Het college handhaaft het eerder ingenomen standpunt. raagt naar het beoogde gebruik van het parkeerterrein voor de kerk
jeeft aan dat het parkeerterrein gebruikt zou kunnen worden tijdens bijvoorbeeld de bid- en gewasdag.
Het parkeerterrein biedt mogelijkheden voor een betere
verkeersveiligheid
vraagt of het parkeerterrein daadwerkelijk beschikbaar kan zijn voor de kerk, gezien het gebruik voor de werknemers. antwoordt dat het parkeerterrein voornamelijk tussen 8.00 en 14.00 uur wordt gebruikt \vraagt of alle omwonenden vertegenwoordigd zijn in de Belangenvereniging lantwoordt dat er veel leden zijn en dat de Belangenvereniging de bewoners van het Nieuwerkerkse deel van de 's-Gravenweg vertegenwoordigt in overleggen met de gemeente en het Hoogheemraadschap. De Belangenvereniging bewaaktde omgeving, met name om verdere bebouwing te voorkomen. De Belangenvereniging toetst voorstellen bij alle leden. raagt hoe vastgesteld is dat de Belangenvereniging voor het parkeerterrein is.
antwoordt dat er een gesprek is geweest waarin dit is aangegeven. \bevestigt dat de Belangenvereniging een belangrijke stem heeft. Zij heeft het besproken met de verantwoordelijke wethouder, maar die oordeelde negatief. raagt of het bedrijf heeft nagedacht over een andere locatie ntwoordt dat hier wel een gesprek over is gevoerd, maar dat de kosten van verplaatsing te hoog zijn. Dit vergt hoge financiële investeringen. Ook een groot deel van de parkeerterrein
werknemers
E
zou dan niet mee
e
kunnen.
2 o2 o nu vooral gesprekken gaande zijn met bedrijven die moeten
verplaatsen als gevolg van het Middengebied. Zij geeft aan dat het bedrijf er in 2018 al voor had kunnen kiezen om de omgevingsvergunning aan te vragen raagt waarom dit verschil had gemaakt. Zou er destijds gunstiger zijn geoordeeld? eeft aan dat zij dit niet weet. Het standpunt van het college is verwerkt in het bestreden
besluit.
i
gemeente
Zuidplas
De voorzitter verwijst naar het landschapsadvies van Dorp Stad Land van 20 juni 2017, dat uitgebreid is gemotiveerd. Daarin is aangegeven dat beslist niet ingestemd kan worden met een permanent
parkeerterrein.
[T}r=act B
kntwoordt bevestigend
7 Jo het coiege nog steeds achter deze motivering staat
De voorzitter constateert dat de 's-Gravenweg niet geschikt s voor autoverkeer. Waarom is er geen parkeerverbod?
Entwoordt dat J]dit niet weet
antwoordt dat dit niet kan, omdat dan een aantal plaatsen niet meer te bereiken zou zijn
De voorzitter constateert dat er bij het bedrijf een pick-up plaats en een bushalte zijn gerealiseerd.
Hij
vraagt of er al een vervoerssysteem met busjes bestaat
B
Jenoor da i 600 medewerkers heeft en dat 30% ingeleend personeel is dat met
busjes wordt gebracht.
De voorzitter vraagt of het niet mogelijk is om het bedrijfsvervoersplan aan te passen en bijvoorbeeld
busjes vanaf de omliggende stations te regelen gelet op de ongeschiktheid van de ’s Gravenweg voor veel verkeer en het gebrek aan parkeergelegenheid
e
22 da meer dan de hefft van het personeel binnen 10 kilometer van het bedrijf
woont. De werknemers hebben wisselende begintijden, waardoor collectief vervoer niet mogelijk is Het bedrijf zit al 135 jaar op deze locatie en is echt agrarisch.
D
7J
22 ë ten onrechte meer belang wordt gehecht aan het handhaven
van de wet dan aan andere belangen. De voorzitter geeft de verdere procedure weer en sluit onder dankzegging de hoorzitting
De voorzitter,
De secretaris,
DE HAU VAN
'
DER
WENDE
advocaten PLEITNOTITIE
Gemeente Zuidplas, commissie voor bezwaarschriften Mondelinge behandeling d.d. woensdag 2 maart 2022 om 18.30 uur. Zaaknummer:
2021333888
Inzake:
Tegen: Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas, gevestigd en kantoorhoudende te Nieuwerkerk aan den IJssel,
Geachte leden van de commissie,
1 -s aangeschreven in onderhavige zaak, omdat het perceel in geding eigendom is, maar fll5 niet de gebruiker en kan niet zelfstandig voor een beëindiging van het huidige gebruik zorgdragen.
2
-naakt bezwaar tegen het besluit van het college d.d. 20 oktober 2021 om aan
haar een last onder dwangsom op te leggen voor het gebruiken van het terrein tegenover de 's-Gravenweg 114 als parkeerterrein voor de werknemers en bezoekers van T. Boer
& Zn. B.V., zonder een daarvoor vereiste omgevingsvergunning. 3
Het college heeft aangegeven dat er geen sprake is van concreet zicht op legalisatie, omdat het gebruik van het perceel in strijd is met de planregels. Echter, bij vergunnen van het tijdelijke parkeerterrein in de periode 22 juni 2017 - 1 december 2018 is met
geen woord
gerept over de strijdigheid met de planregels.
Het is onlogisch
dat de
agrarische bestemming destijds niet van belang was en dat nu wel het geval is. Daarbij zijn er geen klachten bekend over het huidige gebruik van het terrein als parkeerplaats.
DE HAIJ VAN
DER
WENDE
advocaten
Sterker
nog,
de
Belangenvereniging
's-Gravenweg
heeft
in
een
overleg
zelfs
aangegeven dat de uitbreiding van het parkeerterrein wenselijk is en dus zou zijn, met
name in verband met de gevaarlijke situatie die ontstaat op de 's-Gravenweg wanneer de werknemers van T. Boer & Zn. B.V. hun auto daar noodgedwongen moeten parkeren. Daarnaast houdt T. Boer & Zn. B.V. bij het gebruik van het perceel als parkeerterrein
rekening met het agrarische karakter. Er wordt namelijk gebruik gemaakt van een onverharde, doorlatende stabilisatie laag, in plaats van asfalt. De afwerking van deze stabiliserende laag wordt uitgevoerd in graskeien ter plaatse van de parkeerplaatsen en halfopen klinkers ter plaatse van de rijpaden.
T. Boer & Zn. B.V. heeft ondertussen een permanente omgevingsvergunning aangevraagd (kenmerk: 2022047795), welke in redelijkheid niet geweigerd kan worden. Van belang bij de toetsing van deze permanente omgevingsvergunning is dat met een éénmalige finale uitbreiding het parkeerterrein definitief mag worden aangelegd, op een manier waarbij de gemeente, provincie, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, en het recreatieschap van Hitland kunnen meedenken over de manier
waarop de landschappelijke inpassing plaats dient te vinden. Op deze manier kunnen de door het college aangehaalde afbreuk aan de landschapswaarden en de landschappelijke openheid van het gebied worden voorkomen. Het college zal ook begrijpen
dat een
bedrijf zoals T. Boer & Zn. B.V. groeit en de
hoeveelheid werknemers logischerwijs mee groeit. Deze werknemers hebben ook een plek nodig om te parkeren. Het is dan ook niet redelijk om te verwachten dat het reeds vergunde deel van het parkeerterrein al die tijd voldoende ruimte biedt voor de auto's van
alle werknemers.
Voorts stelt het college dat de parkeerproblematiek ook verholpen kan worden door de werknemers ergens anders te laten parkeren en gebruik te maken van shuttlebusjes. Dit is echter niet wenselijk, omdat het er dan namelijk op neer komt dat de werknemers
langs de 's-Gravenweg zullen parkeren. Dit leidt tot overlast en een onwenselijke, gevaarlijke (verkeers)situatie. Wat betreft de shuttlebusjes het volgende: het gebruik van shuttlebusjes tussen
verzamelpunten
en het bedrijf zorgt voor veel extra,
onnodige
verkeersbewegingen, wat niet bevorderlijk is voor de uitstoot van uitlaatgassen en dus voor de milieuvervuiling. Er zijn namelijk ook momenten waarop slechts één werknemer bij zo'n verzamelpunt staat, die ook moet worden vervoerd. Daarnaast moeten de werknemers alsnog naar het verzamelpunt rijden, dus de shuttlebusjes zorgen niet voor
minder verkeersbewegingen. Daarbij komt ook nog dat deze oplossing van het college de parkeerproblematiek enkel verlegd, terwijl door het vergunnen van de vergroting van het huidige parkeerterrein juist een structurele oplossing kan worden gevonden
5
DE HAIJ ' VAN
DER
WENDE
advocaten
8.
_ Daarnaast beweert het college dat het parkeerterrein een aanzienlijke afbreuk doet aan
de ruimtelijke uitstraling van de omgeving. -en
T. Boer & Zn. B.V. hebben echter
al aangegeven dat ze het bestaande landschap op een bewaken dat het parkeerterrein op een landschappelijk
dusdanige manier willen optimale manier worden
ingepast. Denk hierbij aan beplanting aan de randen van het parkeerterrein. 9.
_ Ookstelt het college dat het parkeerterrein afbreuk doet aan de openheid van het gebied. an deze stelling niet volgen, omdat deze niet gemotiveerd, er slechts sprake is
van een kleine uitbreiding van het permanent vergunde parkeerterrein en er geen sprake zal zijn van hoogbouw. De uitbreiding heeft derhalve nagenoeg geen consequenties voor de zichtlijnen.
10.
Bovendien, er wordt feitelijk gezien niet afgeweken van het bestemmingsplan. Op grond van artikel 3.1 van het bestemmingsplan zijn de voor ‘Agrarisch met waarden — Landschapswaarden'
onder andere bestemd voor grondgebonden
veehouderij met de
daarbij behorende parkeervoorzieningen. T. Boer & Zn. B.V. is van mening dat haar parkeerterrein ook zou moeten worden toegestaan, omdat dat in principe ook een parkeervoorziening ten behoeve van een bedrijf is. De parkeervoorziening en het bedrijf van T. Boer & Zn. B.V. liggen weliswaar niet op hetzelfde perceel, maar het is niet redelijk om een veehouderij dat op hetzelfde perceel zou liggen wel de bevoegdheid te geven om de grond te verh: n ten behoeve van het bedrijf, maar dit niet toe te staan voor het bedrijf van| verigens is T. Boer & Zn. B.V. een bedrijf dat behoort tot de keten van grondgebonden veehouderij
11. _n
T. Boer & Zn. B.V. zijn van mening dat hun belang, gelegen in het verkrijgen
van een vergunning voor het parkeerterrein, en het algemeen belang van verkeersveiligheid zwaarder moeten wegen dan het algemeen belang om de wet- en regelgeving te handhaven. Het college heeft in redelijkheid niet tot de conclusie kunnen komen dat het algemeen belang om de wet- en regelgeving te handhaven zwaarder
weegt dan het belang van —
n het algemeen belang van verkeersveiligheid.
Daarnaast heeft de Belangenvereniging 's-Gravenweg tijdens een overleg me(_
aangegeven onder parkeerterrein.
voorwaarden
akkoord
te
gaan
met
een
uitbreiding
van
het
Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties terugvinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht. Uitzonderingsgrond
Artikel 5.1 lid 1 Woo - Absolute uitzonderingsgronden De openbaarmaking van deze informatie:
A
art.5.1lid1a
_ Kan de eenheid van de Kroon in gevaar brengen
8
art.5.1lidib
_ Kan de veiligheid van de Staat schaden
c
art.5.1lidic
_ Betreft bedrijfs- en fabricagegegevens die vertrouwelijk aan de overheid zijn meegedeeld
D
art.5.1lid1d
_ Betreft persoonsgegevens als bedoeld in paragraaf 3.1 (bijzondere persoonsgegevens) of paragraaf 3.2 (persoonsgegevens van strafrechtelijke aard) van de Uitvoeringswet Algemene verordening gegevensbescherming, waarvoor geen toestemming betrokkene kennelijk zelf openbaar zijn gemaakt
E
art.5.1lidie
is gegeven of door de
_ Het betreft nummers die dienen ter identificatie van personen die bij wet of algemene maatregel van bestuur zijn voorgeschreven als bedoeld in artikel 46 van de Uitvoeringswet Algemene verordening de
levenssfeer
maakt
gegevensbescherming, tenzij de verstrekking kennelijk geen inbreuk op
Artikel 5.1 lid 2 Woo
— Relatieve uitzonderingsgronden
Het belang van de openbaarmaking van deze informatie E
art.5.1lid2a
_ Het belang van de betrekkingen
s
art.5.1lid2b
_ De economische of financiële belangen van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen of
H
art.5.1lid2c
_ Het belang van de opsporing
1
art.5.1lid2d
_ Het belang van de inspectie, controle en toezicht door bestuursorganen
3
art.5.1lid2e
_ Het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van
K
art.5.1lid2f
_ Het belang van de bescherming van andere dan in art. 51 lid 1 sub € genoemde concurrentiegevoelige bedrijfs- en fabricagegegevens
L
art.5.1lid29
_ Het belang van de bescherming van het milieu waar deze informatie betrekking op heeft
"
art.5.1lid2h
_ Het belang van de beveiliging van personen
N
art.5.1lid2i
_ Het belang van het goed functioneren van de Staat, andere publiekrechtelijke lichamen bestuursorganen
°
art.5.1lid4
_
Het belang dat de geadresseerde erbij heeft om informatie (tijdelijke beperking)
P
art.5.1lid5
_
De onevenredige
Q
art.5.1lid6
_
organisaties
van
Nederland
weegt niet op tegen:
met andere staten en met internationale
bestuursorganen
en vervolging van strafbare feiten
betrokkenen
en bedrijven en het voorkomen
als eerste kennis te kunnen
benadeling welke, in uitzonderlijke gevallen, wordt toegebracht aan een ander
Het belang genoemd
in artikel 5.1 lid 1 c, het hier milieu-informatie betreft waardoor,
openbaarmaking, ernstige schade wordt toegebracht aan het genoemde
De
_
lid 1 Woo
informatie
Art.5.2lid2
_
bij
belang in artikel 5.1 lid
— Persoonlijke beleidsopvattingen uit documenten
Persoonlijke beleidsopvattingen.
betreft:
Onder persoonlijke beleidsopvattingen
worden
verstaan
ambtelijke adviezen, visies, standpunten en overwegingen ten behoeve van intern beraad, niet zijnde feiten, prognoses, beleidsalternatieven, de gevolgen van een bepaald beleidsalternatief of andere onderdelen
s
van de
in art. 5.1 de leden 1 en 2, bij andere informatie dan milieu-informatie.
Artikel .2
art.5.2lid1
nemen
of
belang dan genoemd
1c
R
van sabotage
met een overwegend
objectief karakter
Tot personen te herleiden gegevens, met betrekking tot door het bestuursorgaan, met het oog op een goede en democratische bestuursvoering, verstrekte informatie die kwalificeert als persoonlijke beleidsopvattingen