CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 6 Voortoets stikstof - ten zuiden van Julianaweg 6 in Zevenhuizen A24.000855

Gemeenteraad 28 mei 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Ontwerpverklaring van geen bedenkingen - woning ten zuiden van Julianaweg 6 in Zevenhuizen3.708 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voortoets stikstofdepositie Julianaweg, Zevenhuizen Gemeente Zuidplas

Gegevens over het plan: Plannaam:

Voortoets stikstofdepositie Julianaweg, Zevenhuizen

Datum:

14-02-2023

Projectnummer Buro SRO:

89.102.02

Gegevens projectbetrokkenen:

Opdrachtgever:

Contactpersoon opdrachtgever:

Tukker Architectuur en Advies

Gegevens Buro SRO:

Bezoekadres vestiging Arnhem:

Sweerts de Landasstraat 50 6814 DG te Arnhem

Telefoon:

026-35 23125

Internet:

www.Buro-SRO.nl

E-mail:

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

arnhem@buro-sro.nl

Inhoudsopgave Hoofdstuk 1

Inleiding

11

Doelstelling onderzoek

12

Projectbeschrijving .

13

Maatgevende Natura 2000-gebieden.

Hoofdstuk 2

Wettelijk kader

21

Landelijke wet- en regelgeving

22

Voortoets

23

Intern salderen

24

Passende beoordeling

Hoofdstuk 3

Berekeningssystematiek..

31

Gebruikt rekenmodel

3.2

Input rekenmodel

3.2.1 Toekomstig gebruik 3.2.2 Aanlegfase Hoofdstuk4 _ Resultaten berekening 4.1 Gebruiksfase

4.2 Aanlegfase. Hoofdstuk5 _ Conclusies

Bijlagen Bijlage 1: Toelichting uitgangspunten aanlegfase Bijlage 2: AERIUSberekening gebruiksfas: Bijlage 3: AERIUSberekening aanlegfase

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

3

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

Hoofdstuk 1

Inleiding

1.1 _ Doelstelling onderzoek Initiatiefnemer is voornemens

n woning op het perceel naast Julianaweg 6 in Zevenhuizen te realiseren.

Doel van dit onderzoek is toetsing van mogelijke (negatieve) effecten op Natura 2000-gebieden, als gevolg van de activiteiten die een vergunning mogelijk maakt, aan de Wet natuurbescherming. Ten behoeve van een voortoets in het kader van de Wet natuurbescherming is de toekomstige gewenste

situatie gemodelleerd op basis van de aangeleverde gegevens door de opdrachtgever, ervaringscijfers en kengetallen. De depositie is op de omliggende Natura 2000-gebieden berekend en getoetst of het plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000gebieden. Voorliggende rapportage geeft een overzicht van de gehanteerde uitgangspunten en rekenmethodiek, de berekende resultaten en de conclusie.

1.2

Projectbeschrijving

Het plangebied is gelegen aan de Julianaweg te Zevenhuizen. Onderstaande afbeelding toont de ligging van het plangebied in de omgeving.

Ligging van het plangebied

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

5

Op het perceel naast Julianaweg 6 in Zevenhuizen wordt een nieuwe woning gerealiseerd. Er wordt op eigen

terrein een oprit en parkeerplaatsen aangelegd.

e

FT]

1.3 _ Maatgevende Natura 2000-gebieden Voor het uitvoeren van de stikstofdepositieberekening moet rekening gehouden worden met Natura 2000gebieden. AERIUS toetst automatisch aan alle Natura 2000-gebieden in Nederland en aan nabijgelegen buitenlandse Natura 2000-gebieden. Het meest nabijgelegen en maatgevende Natura 2000-gebied voor dit

project is De Wilck. Deze ligt op een afstand van ca. 8 km van het project. Op de afbeelding hieronder zijn het plangebied en de betreffende Natura 2000-gebieden weergegeven.

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

6

.

2000-gebieden

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

7

Hoofdstuk 2

Wettelijk kader

2.1 _ Landelijke wet- en regelgeving In het kader van de toets aan de Wet Natuurbescherming wordt bepaald of een project of plan (mogelijke) significant negatieve effecten veroorzaakt op de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. Voor plannen en projecten dient middels een voortoets, eventueel gevolgd door een passende beoordeling, getoetst te worden of het plan mogelijk significant negatieve effecten kan hebben op gevoelige habitattypen die gelegen zijn binnen omliggende Natura 2000-gebieden. De beoordeling van plannen, projecten en andere

handelingen is uitgewerkt in paragraaf 2.3 van de Wet natuurbescherming. Met het verdwijnen van het Programma Aanpak Stikstof is de ontwikkelingsruimte en standaard grenswaarde voor projecten niet meer beschikbaar.

Op 16juni 2020 hebben provincies de geldende beleidsregels voor intern en extern salderen vastgesteld. Dit vormt het nieuwe beleid op basis waarvan de vergunningverlening binnen de Wet natuurbescherming met betrekking tot stikstofdepositie plaatsvindt. 2.2

Voortoets

Een voortoets heeft tot doel te onderzoeken of er sprake kan zijn van significante gevolgen voor beschermde Natura 2000 gebieden. De significantie van de gevolgen voor een gebied als gevolg van een plan worden

afgezet tegen de instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied. De instandhoudingsdoelstellingen zijn neergelegd in het aanwijzingsbesluit en zijn uitgewerkt in het beheerplan voor dat gebied. Wanneer een plan of project gevolgen heeft voor het gebied, maar de instandhoudingsdoelstellingen daarvan niet in gevaar brengt, zijn significante gevolgen uitgesloten.

Bij de voortoets wordt bekeken of het bestemmingsplan afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben. In hoeverre stikstofdepositie voor significante gevolgen op Natura 2000-gebieden kan zorgen, wordt in eerste instantie bepaald door te bezien of de ontwikkelingen die het plan mogelijk maakt tot een toename van stikstofdepositie leiden. Hierbij mag een vergelijking worden gemaakt

met het bestaande gebruik (referentiesituatie) binnen het project zelf (intern salderen) of mag met het stoppen van een stikstofuitstotende activiteit elders worden gecompenseerd (extern salderen). Van plannen die ten opzichte van de feitelijke situatie geen toename van de stikstofdepositie veroorzaken op Natura 2000-gebieden met stikstofgevoelige gebieden waarvan de Kritische Depositie Waarde (KDW) wordt

overschreden of bijna wordt overschreden (achtergrondwaarde 70 mol/ha/j onder de KDW), zijn significante gevolgen met zekerheid uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld. In het geval uit de voortoets blijkt dat: e de ontwikkeling wel kan leiden tot een toename van stikstofdepositie op n of meer in het kader van Natura 2000 beschermde stikstofgevoelige gebieden; e van deze stikstofgevoelige gebieden de KDW al wordt overschreden of door de toename van de stikstofdepositie kan worden overschreden; dient een volgende stap gezet te worden. Op dat moment wordt door middel van een ecologische voortoets

onderzocht of ecologische significante effecten uitgesloten kunnen worden. Het gaat hierbi ijvoorbeeld om kleine deposities en/of deposities voor een korte tijd. Mocht dat laatste ook niet het geval zijn dan is een passende beoordeling en een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) noodzakelijk. 2.3 _ Intern salderen

Om te bepalen wat de referentiesituatie is waarmee intern mag worden gesaldeerd, is het in eerste instantie van belang de referentiedatum te bepalen. Dit betreft de datum van het definitieve aanwijzingsbesluit van het

desbetreffende Natura 2000-gebied of diens voorganger Vogelrichtlijngebied of Habitatrichtlijngebied.

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

Vervolgens is het voor de referentiesituatie bepalend welke ruimtelijke procedure gevolgd wordt: is er sprake

van een plan of een project? Bij een berekening in het kader van een bestemmingsplanprocedure (een plan) is de feitelijke en planologisch legale situatie ten tijde van de vaststelling van het nieuwe bestemmingsplan de referentiesituatie. In het geval van een vergunningsprocedure (een project) is een geldige natuurvergunning of natuurtoestemming de referentiesituatie. Als er geen natuurvergunning of natuurtoestemming is, is de milieuvergunning of milieumelding, die gold op de referentiedatum bepalend voor de referentiesituatie. Als na de referentiedatum een milieutoestemming is verleend, die minder stikstofuitstoot mogelijk maakt dan de vergunning die gold op de referentiedatum, bepaalt dat de referentiesituatie. Is er ook geen milieumelding of milieuvergunning, dan geldt de activiteit die op de referentiedatum was toegestaan en sindsdien onafgebroken aanwezig is geweest als referentiesituatie.

24

Passende beoordeling

Wanneer een plan significante negatieve gevolgen kan hebben, moet het bestuursorgaan ingevolge de Wet natuurbescherming een passende beoordeling opstellen v rdat het plan kan worden vastgesteld. Deze passende beoordeling moet de zekerheid geven dat de natuurlijke kenmerken van het betreffende gebied niet worden aangetast. Het bestemmingsplan zal rekening moeten houden met de in het aanwijzingsbesluit voor het betrokken gebied vastgestelde instandhoudingsdoelstellingen en de wijze waarop deze zijn uitgewerkt in het voor het gebied vastgestelde beheerplan. Als het bevoegd gezag (in veel gevallen Provinciale Staten) op grond van de passende beoordeling niet de vereiste zekerheid heeft verkregen dat een plan de natuurlijke kenmerken niet zal aantasten, kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. Dat is alleen anders als er geen alternatieve oplossingen beschikbaar zijn, sprake is van dwingende redenen van openbaar belang en compenserende maatregelen worden getroffen, dan kan een plan toch worden vastgesteld.

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

9

Hoofdstuk 3

Berekeningssystematiek

3.1 _ Gebruikt rekenmodel In deze voortoets is gerekend met de AERIUS Calculator. De rekenkern van AERIUS wordt gevormd door het

Operationeel Prioritaire Stoffen model (OPS) van het RIVM. Dit model berekent de verspreiding van stikstof door de lucht en de depositie. OPS houdt daarbij rekening met verschillende factoren die de verspreiding en depositie van stikstof be nvloeden, bijvoorbeeld de windrichting en -kracht, de ruwheid van het terrein en de hoogte van de vegetatie. Voor wegverkeer wordt gebruikt gemaakt van Standaard Rekenmethode 2 (SRM2). Daarmee sluit AERIUS aan op de modellering in het Nationaal Samenwerkingsverband Luchtkwaliteit.

3.2

Input rekenmodel

Belangrijk voor elk rekenmodel is de kwaliteit van de input. In deze paragraaf wordt voor elk onderdeel de bijbehorende uitgangspunten beschreven en onderbouwd.

3.2.1 Toekomstig gebruik Verkeersbewegingen Met betrekking tot het beoogde plan is het van belang te kijken naar de verwachte toename van het aantal verkeersbewegingen. Voor het bepalen van de extra verkeersbewegingen wordt gebruik gemaakt van de publicatie 381: Toekomstbestendig parkeren van het CROW. In deze publicatie geldt als uitgangspunt 8,6 motorvoertuigbewegingen voor een vrijstaande woning in rest bebouwde kom van weinig stedelijk gebied. Het plan gaat uit van 1 woning waardoor het aantal verkeersbewegingen in de toekomstige situatie circa 8,6zal bedragen. Deze verkeersbewegingen bestaan enkel uit licht verkeer. Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de woning tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op de Julianaweg op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen. Overige bronnen De woning wordt conform het Bouwbesluit gasloos uitgevoerd. Daarmee is er geen sprake van een verbrandingsinstallatie in het huis. Mogelijke stikstofuitstoot door de toekomstige woningen en bijgebouwen is kleinschalig en incidenteel en daardoor niet modelleerbaar, zoals ook beargumenteerd in de Handreiking

woningbouw en AERIUS van de Rijksoverheid (januari 2020).

3.2.2 Aanlegfase Naast het toekomstig gebruik is ook de stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase van het project van belang. Bij de realisatie van de woning zijn gedurende korte tijd werktuigen en machines van de bouwer in het plangebied aanwezig. Ook de verkeersbewegingen van de werklieden van en naar de bouwplaats geven een korte

toename van stikstof emissie. Van een deel van de machines (handgereedschap, snelbouwkranen, liften) wordt ervan uit gegaan dat deze elektrisch zijn en dus geen stikstofuitstoot veroorzaken. Voor de daadwerkelijke aanleg is nog geen bestek gemaakt. Daarom is er op basis van vergelijkbare projecten en ervaringen elders een zo goed mogelijke raming gemaakt van de activiteiten die zorgen voor stikstofuitstoot tijdens de aanlegfase. In deze berekening is ervan uitgegaan dat de aanlegfase van het project maximaal 1 jaar duurt. Verkeersbewegingen Tijdens de aanlegfase zal er sprake zijn van verkeersbewegingen door de werklieden die met de bouw van de woning bezig zijn. Bij de gemaakte inschatting van het aantal verkeersbewegingen van licht verkeer is er

rekening mee gehouden dat werklieden met werkbusjes arriveren, waarbij er meerdere werklieden in

n

werkbus zitten. Daarnaast zorgen de aan- en afvoer van materiaal en de mobiele werktuigen voor

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

10

verkeersbewegingen door middelzwaar en zwaar vrachtverkeer. De schatting van de verkeersbewegingen in de

aanlegfase is weergegeven in onderstaande tabel. Type verkeer

Gem. aantal per jaar

Licht

200

Middel zwaar Zwaar

20 40

Verkeersbewegingen worden in AERIUS als lijnbronnen weergegeven. Deze lijnbronnen worden ingetekend van de locatie van de werkzaamheden tot het punt waar de verkeersbewegingen opgaan in het algemene verkeer. In dit geval gaan de verkeersbewegingen op in het algemene verkeer op de Julianaweg op het punt waar het verkeer op snelheid is gekomen. Mobiele werktuigen Er zijn mobiele werktuigen nodig voor het realiseren van de woning. Voor het invoeren van de mobiele werktuigen is een inschatting gemaakt van de STAGE klassen van de werktuigen, het brandstofverbruik, het aantal draaiuren van een werktuig en mits van toepassing het AdBlue verbruik, waarmee de uitstoot NOx en

NH door AERIUS is bepaald. Het brandstofverbruik is bepaald op basis van een inschatting van het totale aantal draaiuren (belast en stationair) van het werktuig. De uitstoot van de mobiele werktuigen wordt in AERIUS als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de werkzaamheden. De overige machines zoals vrachtwagens voor de aan- en afvoer van materieel vallen onder de verkeersbewegingen. Het stationair draaien van vrachtwagens tijdens het laden en lossen is als aparte bron gemodelleerd. In paragraaf 4.2 is te zien wat de uitgangspunten voor de aanlegfase zijn per bron. In bijlage 1 is toegelicht hoe tot de uitgangspunten voor de aanlegfase is gekomen.

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

11

Hoofdstuk 4

Resultaten berekening

4.1 Gebruiksfase In het model is de beoogde situatie ingevoerd. Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van

invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief. Bron 1 en 2 betreft de verkeersbewegingen.

Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS gebruiksfase Toekomstige emissies door verkeersbewegingen Uit de berekening volgt dat door het toekomstig aantal verkeersbewegingen (conform paragraaf 3.2.1) de

uitstoot van NOx 0,1 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH311,8 g/j.

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

12

Bron 1 Wegverkeer

sluit

Sectorgroep

Wegverkeer

Loaatie

x:99476,55Y:450316,55

Lengte: 165,18m Kenmerken

Wegtype

Buitenweg

Tunnelfactor

E

Type hoogteligging Weghoogte Rijichting

Normaal

Afschermende constructie

Type scherm

om

Beide richtingen

Links

Rechts

Aanal

n flle

Hoogte

Afstand tot de weg Verkeer

Voorgeschreven factoren Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

voertuigen 43p/etmaal 0,0% Op/etmaal _ 0,0% Op/etmaal _ 0,0% Op/etmaal _ 0,0%

Totale wegverkeer emissies NO:

NO: NH;

SLlg/j uUAg/j 598/j

Bron 2 Wegverkeer Sectorgroep

Wegverkeer

Locatie

x:994T6,56 Y:450316,56

Lengte: 165,14 m Kenmerken

Wegtype

Buitenweg

Tunnelfactor

1 Normaal

Type hoogteligging Weghoogte

om

Rijrichting

Beide richtingen

Afschermende constructie

Type scherm Hoogte

Links

Rechts

Afstand tot de weg Verkeer

Voorgeschreven factoren Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer Busverkeer

Aantal Infile voertuigen 43p/etmaal

0,0%

Op/etmaal _ 0,0% Op/etmaal _ 0,0% Op/etmaal _ 0,0%

Totale wegverkeer emissies NOz NO; NH;

SLlg/j 114g/j 598/j

Stikstofdepositie op de Natura 2000-gebieden De uitstoot van NOx als gevolg van het toekomstig gebruik zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00

mol/ha/j op (bijna) overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden.

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

13

4.2 Aanlegfase Op navolgende uitsnede zijn de bronnen weergegeven die van invloed zijn op de stikstofdepositie van het initiatief tijdens de aanlegfase. Bron 1 t/m 4 betreft de verkeersbewegingen en bron 5 en 6 betreft de mobiele werktuigen. a

oereriaan

Afbeelding ingevoerde bronnen AERIUS aanlegfase Emissies door verkeersbewegingen Uit navolgende tabellen volgt dat door de verkeersbewegingen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de

uitstoot van NOx 57,7 g/j bedraagt en de uitstoot van NH:32,1 g/j.

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

14

Bron 1 Wegverkeer Sectorgroep

Locatie

Kenmerken

Wegverkeer

Xx:99472,01 Y:450343,57T Lengte: 142,58 m

Wegtype

Buitenweg

Type hoogteli

Normaal

Tunnelfactor

Weghoogte

t

om

Rijrichting Beide richtingen Afschermende constructie Links Rechts Typescherm

Hoogte Afstand tot de weg

E

5

55

s=

Verkeer

Voorgeschreven factoren Aantal

voertuigen (Dai-3 100p/jaar 0,0%

Licht verkeer Middelzwaar vrachtverkeer _ O p/jaar Zwaar vrachtverkeer Op/iaar

00% 0,0%

Busverkeer Op/jaar Totale wegverkeer emissies

NO: NO:

288/j 0,0 kg/j

NHs

0,0kg/j

00%

Bron 2 Wegverkeer

Sectorgroep Locatie

Wegverkeer x:99475,13V:450322,82 Lengte: 144,69m

Kenmerken

Wegtype Type hoogteligging Weghoogte Rijrichting

Buitenweg Normaal om Beiderichtingen

Afschermendeconstructie _ Links

Rechts

Typescherm

-

-

Hoogte

-

-

Afstand tot de weg

-

-

Tunnelfactor

1

Verkeer

Voorgeschreven factoren Aantal

voertulgen !nfle Licht verkeer

100p/jaar _ 00%

Middelzwaarvrachtverkeer _ Op/jaar Zwaar vrachtverkeer Op/jaar

Busverkeer

Op/jaar

NO: NO;

298/j 0,0kg/j

NH

0,0kg/j

Totale wegverkeer emissies

0,0% 0,0%

0,0%

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

15

Bron 3 Wegverkeer

Sectorgroep Locatie

Kenmerken

sluit

Wegverkeer

Xx:99462,12 Y:450429,43 Lengte: 314,79 m

Wegtype

Buitenweg

Type hoogteligging

Normaal

Tunnelfactor

Weghoogte

1

om

Rijichting Beiderichtingen Afschermende constructie Links Rechts Type scherm

-

-

Afstand tot de weg

-

:

Hoogte

-

-

Verkeer

Voorgeschreven factoren Aantal

voertuigen !" E Licht verkeer Op/jaar 00% Middelzwaarvrachtverkeer _ 10p/jaar _ 0,0% Zwaar vrachtverkeer 20 p/jaar 0,0%

Busverkeer

Op/jaar

NO: NO; NH,

26,1g/j T2g/ 0,0 kg/j

Totale wegverkeer emissies

0,0%

Bron 4 Wegverkeer

Sectorgroep Locatie

Kenmerken

Wegverkeer

Xx:99484,89Y:450238,13 Lengte: 313,96m

Wegtype

Buitenweg

Type hoogteligging

Normaal

Tunnelfactor

Weghoogte

Rijrichting

1

om

Afschermende constructie

Beiderichtingen Links

Rechts

Type scherm

-

-

Hoogte

-

-

Afstand tot de weg

-

-

Verkeer

Voorgeschreven factoren Aantal

voertuigen

Licht verkeer Op/iaar Middelzwaar vrachtverkeer _ 10 p/jaar Zwaar vrachtverkeer 20 p/jaar

Busverkeer Op/jaar Totale wegverkeer emissies NO: NO; NH;

/nfle 00% 0,0% 0,0%

00%

26,0g/j

T28/j 0,0kg/j

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

Emissies door mobiele werktuigen

Uit navolgende tabellen volgt dat door de mobiele werktuigen in de aanlegfase (conform paragraaf 3.2.2) de uitstoot van NOx 5,5 kg/j bedraagt en de uitstoot van NH:30,2 kg/j.

ED Mobiele werktuigen | Bouw, Industrie en Delfstoffenwinning

Naam L

Bron5 Werktuigen x:99498,71

NOx NHa

4,2kgj 0,2kg/j

Y:450357,55

Oppenvlakte Naam

0,22ha stageklasse

Brandstofverbruik Draaiuren AdBlue _ Stof Emissie verbruik

Graafmachine100 _ Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, kW diesel, SCR:ja

143lj

8uj

10l/j

NOx

02 kg/i

NH:

343

8

Graafmachine 60

kwW

Stage-1V,2014-2018,56-75kW,diesel, 109 l/j

SCR:ja

10u/

Tlj

NO:z NH2

04

kg/j 262

g

Mobielekraan 210 _ Stage-lIIB, 2011-2013, 75-560 kW, w

196l/j

Guj

Tlj

NOx

diesel, SCR:ja

17 Kgij

NH2

470

g

Laadschop30kW _ Stage-V >=2019, <=56 kW, diesel,

65

14u/j

NOx

SCR:nee

14 Kg/j

NH:

00

kg/

Trilplaat/stamper _ Stage-IIIA,2006-2010, <=56KkWdiesel, 8/ 10kW SCR:nee

4uij

NOx

03 kg/j

NH2

00

kg/j

Heistelling300kW _ Stage-IV,2014-2018, 75-560 kW,

231V/j

8uj

161/j

NO

diesel, SCR: ja

003

kgij NH:2

554

g

EEB onders. | Anders.. Naam ocatie

Bron6Werktuigen Uittreedhoogte

stationair x:99498,71

Warmteinhoud _ ,000MW Spreiding om

v:450357,55

Oppervlakte

00m

0,22ha

Wijze van ventilatie Niet geforceerd Temporele variatie Continue Emissie

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

NOx

NH3

13kg/j

20,0g/j

Stikstofdepositie de Natura 2000-gebieden

De uitstoot van NOx als gevolg van de verkeersbewegingen en de mobiele werktuigen in de aanlegfase zorgt niet voor een bijdrage hoger dan 0,00 mol/ha/j op (bijna) overbelaste hexagonen van Natura 2000-gebieden.

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

18

Hoofdstuk 5

Conclusies

De berekening ten behoeve van de Wet natuurbescherming is uitgevoerd in het kader van een omgevingsvergunning. Het plan voorziet in het realiseren van n woning aan de Julianaweg te Zevenhuizen. Eindconclusie

Als gevolg van de ontwikkelingen in het plangebied waarvoor de berekeningen zijn uitgevoerd neemt de stikstofdepositie op (bijna) overbelaste hexagonen van de Natura 2000-gebieden in zowel de gebruiksfase als de aanlegfase niet toe. Er is dus geen sprake van mogelijke negatieve effecten op beschermde Natura 2000gebieden. Het aanvragen van een Wnb-vergunning is daarom niet nodig voor dit project.

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

19

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

20

Bijlagen

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

21

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

22

Bijlage 1: Toelichting uitgangspunten aanlegfase Onderstaand is toegelicht hoe is gekomen tot de uitgangspunten voor het modelleren van de aanlegfase. STAGE klasse

De stageklassen betreffen emissienormen voor mobiele werktuigen en zijn afhankelijk van het bouwjaar en het vermogen van het mobiele werktuig. Bij de emissieberekening op basis van brandstofverbruik per stageklasse, rekent AERIUS met categorie n stageklassen en emissiefactoren die betrekking hebben op dieselmotoren en zijn overgenomen uit het Emissiemodel Mobiele Machines (TNO-rapport 2009). Voor elk werk wordt door een bouwer normaal gesproken een machine ingezet met het laagste vermogen dat werkbaar is voor de uitvoering. Dit omdat machines met een hoger vermogen meer brandstofverbruik hebben. Bij de selectie van het vermogen is dan ook gekozen voor een gemiddeld vermogen passend bij het werk. Voor wat betreft het bouwjaar is gekeken naar de gemiddelde levensduur van de gebruikte werktuigen. Hierbij is aangesloten bij de mediane levensduur (TNO-rapport 2009) van de betreffende werktuigen, afgerond op hele jaren. Het jaar van uitvoering minus de levensduur geeft een goede raming van het gemiddelde bouwjaar van

de gebruikte machines. Als de initiatiefnemer heeft aangegeven oudere of nieuwere mobiele werktuigen te gebruiken, is van de door de initiatiefnemer opgegeven bouwjaren uitgegaan. Brandstofverbruik

Om het brandstofgebruik (Diesel) per jaar te schatten is aangesloten bij de formule die is opgenomen in het TNO rapport 2020 R11528. De formule is als volgt: Brandstofverbruik [liters] = 0,245 * arbeid [kWh] + (0,52 + 0,0034 * maximaal vermogen [kW]) * draaiuren [h] AdBlue verbruik

Het AdBlue verbruik in liters varieert van 4% tot 7% van het dieselgebruik. Per STAGE klasse is er een maximum aan AdBlue verbruik. In deze berekening is uitgegaan van het maximale AdBlue verbruik voor de betreffende STAGE klasse.

Stationair draaien vrachtwagens De duur van het laden en lossen van een vrachtwagen is afhankelijk van de vracht die wordt geladen of gelost en de wijze van laden en lossen. De duur loopt uiteen van 10 minuten tot 60 minuten. Niet iedere vrachtwagen zal stationair draaien tijdens het laden en lossen. Ook dit is afhankelijk van de wijze van laden en lossen en van de duur van het laden en lossen. Hoe langer het laden of lossen duurt, hoe groter de kans dat de motor wordt uitgezet, om brandstof te besparen (als de wijze van laden/lossen dat toelaat). Sommige vrachtwagens hebben

de motor nodig om te laden/lossen. Er zijn daarmee veel variabelen die bepalend zijn voor de uitstoot vanwege het stationair draaien van vrachtwagens. Voor deze berekening is de aanname dat iedere vrachtwagen gemiddeld 30 minuten stationair draait tijdens het laden en lossen. Voor het bepalen van de emissie wordt aangesloten bij de emissiefactoren die B 12 heeft gedeeld. Voor het jaar 2023 is de emissie van een zware

vrachtwagen (>20 ton) 85 g/u NOx en 0,916 g/u NH:. Deze emissiefactoren worden voor alle vrachtwagens gehanteerd. Voor het berekenen van de emissie wordt onderstaande formule gebruikt, conform de Rekeninstructie

stationaire emissies wegverkeer (B 12, 2022). Emissie = EFstationair* Tijdstationair

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

23

Emissie = emissie in kilogram per jaar

EFstationair = emissiecijfer zoals gegeven door TNO Tijdstationair = tijd in uur dat het voertuig stationair is De uitstoot van het stationair laden wordt in AERIUS als een vlakbron ingetekend, op de locatie van de

werkzaamheden. De berekende uitstoot wordt handmatig ingevoerd onder de sector Anders . De overige kenmerken blijven op de standaard ingevulde waarden staan.

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

24

Bijlage 2: AERIUSberekening gebruiksfase

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

25

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

26

Bijlage 3: AERIUSberekening aanlegfase

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

27

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

28

Plannaam Julianaweg, Zevenhuizen

29

buro-sro.nl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14102106/1