Bijlage 6 Reactie Adviesraad Sociaal Domein op definitieve versie E25.002729
Tekst van het document
Adviesraad Sociaal Domein Zuidplas ’s Gravenwal 27 2761 JG Zevenhuizen secretaris @adviesraadsociaaldomeinzuidplas.nl www. adviesraadsociaaldomeinzuidplas. nl
Datum: 27 mei 2025
Onderwerp: Concept integrale visie sociaal-maatschappelijk domein 13-5-2025 Geacht college , Wij hebben uw adviesaanvraag over de Integrale visie sociaal-maatschappelijk domein ontvangen.
Algemeen In het algemeen willen we opmerken dat de participatie van betrokken ambtenaren en instanties in de ontwikkelfase van deze visie zeer gewaardeerd wordt. We adviseren u , bij de verdere uitwerking van de visie in de uitvoeringsplannen , dezelfde werkwijze te volgen. Zo blijven direct betrokkenen die de uitvoering ter hand moeten nemen betrokken bij een evaluatie en eventueel daarop gebaseerde bijstellingen van beleid en/of uitvoeringspraktijk. Verder zijn we verheugd dat de opmerkingen , die we in een eerder stadium hebben gemaakt , geleid hebben tot een aanpassing van de tekst. Desondanks hebben we nog wel enkele adviezen. Participatiewet
Ondanks dat de participatiewet wat nadrukkelijker naar voren komt , achten we dit nog steeds onvoldoende. Inwoners kunnen pas (weer) participeren als aan basale levensbehoeften is voldaan. Eten , een dak boven je hoofd , hulp bij oplossen van schulden en hebben van zinvol werk is het absolute minimum. Daar speelt met name de Participatiewet een rol in. Gebrek aan deze zaken leidt vaak tot multi-problematiek. De invoering van de integrale aanpak van het sociaal-maatschappelijke sector vindt in bijna alle gemeenten in Nederland plaats. Er zijn gemeenten die minder ver zijn maar ook gemeenten die verder zijn. Wij adviseren u bij deze laatste groep te rade te gaan wat wel werkt en wat niet en dit in de uitwerking van de uitvoeringsplannen mee te nemen en daarnaast ook te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om gebruik te kunnen maken van elders ontwikkelde systemen.
Cultuurverandering Normaal gesproken duurt een cultuurverandering een generatie. U geeft aan dat dit ook speelt bij onze gemeente. Tot op heden was er sprake van een ’verkokering` die gekoppeld was aan de diverse wetten en hun invloedgebieden.
Met het ontwikkelen van deze visie is , naar ons beeld , een start gemaakt met het niet meer alleen denken binnen de eigen´koker`. Echter de ervaring leert dat heel gemakkelijk wordt teruggevallen in oude gewoonten. Daarom adviseren wij u om organisatorische waarborgen in te bouwen waardoor bij de ontwikkeling van uitvoeringsplannen alle ´kokers` automatisch en aantoonbaar betrokken zijn geweest. Een duidelijke en gemandateerde ambtelijke en bestuurlijke coördinatie van van
het integraal werken lijkt ons een absolute voorwaarde voor het doen slagen dit veranderingstraject.
Ketensamenwerking De adviesraad ondersteunt de gedachte dat ketensamenwerking voordelen heeft , mits deze goed functioneert. In veel gevallen waar gestreefd werd naar ketensamenwerking is dat mislukt omdat er situaties ontstaan waarbij men alleen maar verantwoordelijk is voor zijn of haar stukje van de keten. Doordat de integrale verantwoordelijkheid , met de daarbijbehorende doorzettingsmacht , niet is benoemd wordt (de uitkomst van) het proces gefrustreerd. Wij adviseren u de integrale verantwoordelijkheid voor idere keten die ontwikkeld wordt van te voren vast te leggen. Monitoring Monitoring van de uitvoering is noodzakelijk om vast te kunnen stellen of de gewenste resultaten en kwaliteit worden behaald. Wij adviseren u deze monitoring in te bouwen in de uitvoeringsplannen Daarnaast is het ook zinvol om het proces van de uitvoering van de visie te monitoren. Dit om vast te stellen of de verwachtingen die we hadden reëel zijn gebleken en om hiervan te leren. De zo verworven inzichten kunnen gebruikt
worden bij andere uitvoeringsplannen. Wij adviseren u om na 2 jaar dit proces te evalueren. Spiegelnotitie Naar aanleiding van de startnotitie heeft de adviesraad u een spiegel notitie gestuurd. Daarin hebben het aangeven welke principes leidend zijn en aan de hand van welke beoordelingscriteria de adviesraad de uitvoeringsplannen zal toetsen. Voor de volledigheid voegen we deze nogmaals toe. De volgende principes zijn leidend: 1. waarborging van de positie van de burger: wie willen we als gemeente voor onze
burger(s) zijn? 2. de plannen en voornemens moeten efficiënt en effectief zijn. Vragen als “moet de gemeente wel al deze dingen blijven doen of zijn er andere stakeholders , die dat (ook) (al) doen”? 3. bezien waar winst te behalen is (zie vorige punt) 4. terreinen , die ontzien moeten worden , vooral die op korte termijn wat opleveren maar op de lange termijn meer kosten Beoordelingscriteria
Om
voornoemde te realiseren, zijn oi. de volgende beoordelingscriteria van belang; we zouden ook uit kunnen gaan van de 5 pijlers van het Sociaal Cultureel Planbureau. Echter, ook die vergelijkbaar met de geformuleerde te veel aan het euvel van ‘wie kan daar nou tegen zijn’ uitgangspunten- lijden de ongelijksoortigheid van de opgevoerde punten: —
e
e
e
Meetbaar
(of merkbaar): de opbrengst van de plannen moet vooraf vastgelegd worden, zodat structureel bekeken kan worden of de doelen gehaald zijn; niet alle onderwerpen laten zich zo kwantificeren, maar dan is er een alternatief in de vorm van ‘merkbaar’, hetgeen omschreven kan worden; Consistent (samenhang): er moet samenhang bestaan tussen de diverse doelen en maatregelen, zodat niet aan de ene kant iets opgebouwd wordt, wat aan de andere kant wordt afgebroken; anders gezegd: de plannen en voornemens moeten in hun samenhang bezien worden. Er dient een ‘rode verbindingsdraad’ zichtbaar te zijn tussen alle voorstellen, die gedaan worden; Consequent (logisch): de voorstellen moeten logisch voortkomen uit de gegevens/ervaringen/evaluaties, die er zijn: dat voorkomt ongewenste bokkensprongen; Lange termijn: een belangrijk gegeven, omdat voorkomen moet worden, dat (bezuinigings-)maatregelen, die nu genomen worden en winst opleveren op korte termijn, juist op lange termijn kostenverhogend werken; Samenhang met andere beleidsterreinen: Proces monitoring van het participatieproces met daarbij de volgende drie aandachtspunten: de kwantiteit (het aantal deelnemers), de kwaliteit (van de bijdragen); het proces zelf (hoe verloopt dat (tijdsdruk; afvallers enz.)). —
e
e
Met
vriendelijke groet,
(geanonimise rd) J
(geanonimiseerd) J
A.P.
en
Van
(Voorzitter)
Sprang
J.F.M.
Eliens
(Secretaris)
—
Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.
J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen