Bijlage 6 bodem- en milieuregels A25.003162
Tekst van het document
Bijlage 1 Toelichting bodem- en milieuaspecten Onderwerp 1: Peilbuis olieafscheider in zettingsgevoelig gebied Toelichting: Een olie/benzine afscheider is bedoeld voor de verwijdering van minerale oliën en vetten en bezinkbare delen (slib) uit afvalwater. Deze afvalstoffen mogen niet op de riolering of oppervlaktewater geloosd worden en dienen uit het afvalwater afgescheiden te worden. Vanwege de zettingsgevoeligheid van de bodem is er risico op lekkage door kapotte aansluitingen. Hiervoor is het van belang dat de werkzaamheid van de olieafscheider op regelmatige basis gecontroleerd wordt. Consequenties: Het niet opnemen van deze regels vertaald zich naar extra kosten. Bij afwezigheid van de regels voor dit onderwerp, zal de ODMH dit (tijdelijk) moeten oplossen met een maatwerkvoorschrift. Onderwerp 2: Zichtbaarheid Nota Bodembeheer Toelichting: Het gebied specifiek beleid uit de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023, de bijbehorende bodemkwaliteitskaart (BKK) en de bodemfunctieklassenkaart (BFK) vallen onder het overgangsrecht. Daarmee is de juridische doorwerking geborgd. Voor de zichtbaarheid in het omgevingsplan is het wenselijk een ‘haakje’ aan te brengen. Dit is een tijdelijke oplossing. Uiterlijk 2030 moet alle regelgeving met een fysieke component uit de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023 zijn omgezet naar regels voor het omgevingsplan.
In de regio Midden-Holland zijn de kwaliteitseisen voor het toepassen van grond en baggerspecie minder streng dan de regelgeving in het Bal. Binnen de regio wordt een lagere bodemkwaliteit toegestaan. Als er grond wordt toegevoegd op een locatie met bodemvreemd materiaal (andere hoeveelheid, bijmengingen of kwaliteit dan al in de bodem zat) worden minder strenge eisen gesteld. Grond is binnen de regio zeer waardevol en dient daar waar mogelijk binnen de regio te blijven. Door het opnemen van deze regel gelden in afwijking van de kwaliteitseisen in het Bal de kwaliteitseisen zoals vastgesteld in de Nota bodembeheer Midden-Holland 2023. Consequenties: Het gaat hier vooral om de zichtbaarheid (dienstverlening) van de Nota Bodembeheer. Het gebied specifiek beleid voor regionaal grondverzet dat vastligt in de Nota bodembeheer valt onder het overgangsrecht. Het wordt deels juridisch onderdeel van het omgevingsplan-van-rechtswege. Daarmee is er ook na 1 januari 2024 een juridische borging. Gemeenten hebben vervolgens tot 2032 de tijd om het gebied specifiek beleid uit de Nota Bodembeheer om te zetten in planregels in het omgevingsplan. De Nota Bodembeheer en in het bijzonder de onderdelen die direct (juridisch) landen in het tijdelijk deel van het omgevingsplan zijn echter niet zichtbaar in het DSO (‘regels op de kaart’).
Middels deze regel wordt duidelijk gemaakt dat de nota bodembeheer en de aspecten die hierin staan onderdeel zijn van het omgevingsplan van de gemeente. Hierdoor is het voor initiatiefnemers duidelijk(er) welk regels er voor grondverzet gelden.
Onderwerp 3: Vetafscheider Onderstaande regels zijn ter vervanging van artikel 22.198 (water) in de bruidsschat. Toelichting: Het is aan de gemeente te zorgen voor een goed functionerend rioolstelsel. Hoe goed de gemeente zich ook inspant, verstoppingen komen voor. Het lozen van vet en olie zorgt vaak voor verstopping van het riool. Onderzoek toont aan dat als warm afvalwater, met daarin bijvoorbeeld vet of olie, afkoelt, vet en olie stolt en zich hecht aan de wanden van het riool. De afvoer wordt minder en dit leidt tot verstoppingen, overstromingen, viezigheid, stank en hoge kosten voor herstel. Ieder bedrijf dat vethoudend afvalwater loost moet daarom een vetafscheider met bijbehorende slibvangput hebben. Denk bijvoorbeeld aan horecabedrijven die door koken, bakken en frituren met vethoudende producten zoals vlees of friet met mayonaise vethoudend afvalwater lozen. Voor deze bedrijven is een vetafscheider verplicht. Het is niet toegestaan om afvalwater via een voedselrestvermaler te lozen op het vuilwaterriool. Een voedselrestvermaler vermaalt verteerbare etensresten met toevoeging van water tot een vloeibare afvalstof. Deze vloeibare afvalstof wordt vervolgens met het afvalwater geloosd. De vermalen stoffen kunnen leiden tot verstopping, maar zorgen ook voor een ongewenste toename van organisch afval in het afvalwater.
In de regels is ook een verbod opgenomen om afvalwater vanuit voertuigen of andere mobiele installaties (denk aan oliebollenkramen of foodtrucks) op de standplaats te lozen. Het is de bedoeling dat de initiatiefnemer het afvalwater in deze voertuigen opvangt en naar een erkende verwerker afvoert. Bij het lozen van vethoudend afvalwater is het toepassen van een vetafscheider en slibvangput verplicht. Deze moeten voldoen aan en worden gebruikt conform NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2. Op grond van lid 6 kan in afwijking van NEN-EN 1825-1 en NEN-EN 1825-2, met een lagere frequentie van het legen en reinigen dan daar vermeld worden volstaan als dit geen nadelige gevolgen heeft voor het doelmatig functioneren van de afscheider. In bepaalde gevallen kan het acceptabel zijn dat afvalwater vanuit voertuigen of andere mobiele installaties op het vuilwaterriool (of zelfs, na behandeling, in een regenwaterriool) wordt geloosd. Artikel 20.14 Maatwerkvoorschrift biedt dan de mogelijkheid om dat met een maatwerkvoorschrift toe te staan. Door goed keukenmanagement en/of door de aard en omvang van de horeca-activiteiten kan het voorkomen dat er vrijwel geen vethoudend afvalwater wordt geloosd. In dat geval is een vetafscheider niet nodig kan de gemeente middels een maatwerkvoorschrift ontheffing verlenen van de verplichting om een vetafscheider te hebben.
Consequenties: De ODMH beveelt aan om de optie tot het stellen van maatwerkvoorschriften op te nemen in het omgevingsplan van de gemeente. Wanneer dit gebeurt kan de ODMH maatwerkbesluiten verlenen, dit is vergelijkbaar met de huidige ontheffing. Een maatwerkbesluit volgt de reguliere voorbereidingsprocedure. Hiervoor staat een maximale periode van 8 weken, maar gaat – kijkend naar de huidige praktijk rondom ontheffingen voor vetafscheiders – waarschijnlijk sneller dan 8 weken. Per jaar ontvangt de ODMH gemiddeld tussen de 7 en 13 verzoeken rondom vetafscheiders.
Onderwerp 4: Terugplaatsen grond bij werk in kabel- en leidingentracés Toelichting: Paragraaf 4.3.5 van de regionale Nota bodembeheer 2023 geeft initiatiefnemers de mogelijkheid om bij werkzaamheden in kabel- en leidingtracés de vrijgekomen grond geroerd in het ontgravingsprofiel terug te plaatsen. Om dit ook na inwerkingtreding van de Omgevingswet mogelijk te maken, is een maatwerkregel opgenomen. Consequenties: Bijgaand aspect is nu geregeld in de Nota bodembeheer. Bij het tijdelijk uitnemen van grond bij graven ten behoeve van kabels, leidingen en rioleringen hoeven initiatiefnemers de grond niet in het ontgravingsprofiel terug te plaatsen. De voorgestelde regel geeft een verlichting ten opzichte van de huidige algemene rijksregels. Het kost initiatiefnemers immers meer tijd en geld om volgens de algemene rijksregels te werken, als dit niet is geregeld/geformaliseerd in het omgevingsplan. Onderwerp 5: Wijzigen van het gebruik waardoor een bodemgevoelige locatie ontstaat Toelichting: Onder de Omgevingswet verplicht het Rijk de gemeenten niet tot het stellen van regels over de bodemkwaliteit in relatie tot een functiewijziging naar een gevoeliger gebruik, zonder bouwactiviteit. De regulering richt zich op de bouwactiviteiten. Het Rijk heeft het overgelaten aan gemeenten om hier invulling aan te geven.
In artikel 3.1.6 van het (nu vervallen) Besluit ruimtelijke ordening (hierna Bro) is aangegeven met welke onderwerpen rekening moet worden gehouden bij het opstellen en vaststellen van een bestemmingsplan. Hierin is geen rechtstreekse verplichting opgenomen voor het uitvoeren van bodemonderzoek of sanering van de bodem. Wel dient inzicht te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan. Vanuit dat gegeven werd een bodemtoets uitgevoerd. Onder de Omgevingswet is het Bro vervallen. In de Omgevingswet zijn geen regels opgenomen over het uiteenzetten van de inzichten over de uitvoerbaarheid. Er is dan geen grondslag meer om, enkel bij functiewijziging, een bodemtoets uit te voeren. Ten behoeve van het beschermen van de gezondheid betrekken wij de bodemkwaliteit bij een functiewijziging naar een gevoelig gebruik, ook zonder een bouwactiviteit. Consequenties: Ongeveer 10 keer per jaar ontvangt de ODMH een aanvraag voor een functiewijziging die niet gepaard gaat met bouwactiviteiten. Indien deze regels niet worden opgenomen is er straks onder de Omgevingswet geen juridische grond meer om de bodemgesteldheid en daarmee de bodemkwaliteit te beoordelen. Dit levert vooral een (gezondheid)risico op voor de (eind)gebruiker. De regels zijn dan ook vooral bedoeld om gebruikers te beschermen tegen de risico’s die gepaard gaan met bodemverontreiniging.
Onderwerp 6: XML Toelichting: In de Nota bodemkwaliteit bij bouwen 2013 is opgenomen dat onderzoeksgegevens ook in XMLformaat moeten worden aangeleverd. Bij inwerkingtreding van de Omgevingswet vervalt deze nota. Voor een efficiënte invoer van gegevens en voor het bevorderen van hergebruik en uitwisseling van grond is het wenselijk dat de onderzoeksgegevens ook in het bestandsformaat XML worden aangeleverd. Het gaat daarbij om diverse activiteiten in het Bal waar wordt verwezen naar de module eindonderzoek bodem of de module voorafgaand bodemonderzoek. In de toekomst wordt vastlegging en uitwisseling van bodemgegevens voorzien vanuit de Wet basisregistratie ondergrond (Bro). Consequenties: Op basis van gegevens over de afgelopen 5 jaar is de conclusie dat de ODMH gemiddeld 200 bodemonderzoeken per jaar ontvangt. Hiervan moet circa 20% handmatig worden ingevoerd, omdat de onderzoeksrapporten niet in het juiste format (XML) worden aangeleverd. Let op: met de juridische regel in het omgevingsplan is er ook geen zekerheid dat alle rapporten in XML-format worden aangeleverd, maar de regel geeft wel een instrument om op terug te vallen. Het opnemen van deze verplichting maakt dat de ODMH het aanleveren van de onderzoeksrapporten in
het juiste format kan eisen bij een aanvrager/initiatiefnemer. Dit opvragen kost aanzienlijk minder tijd dan het handmatig invoeren van het onderzoeksrapport. Tot slot is het belangrijk om te weten dat de bronhouders (gemeenten) straks verplicht worden om bodemonderzoeksgegevens aan te leveren aan de Basisregistratie ondergrond (BRO). Dit is ook een reden waarom er is gepleit om dit landelijk te regelen. (zie ook: https://basisregistratieondergrond.nl/actueel/nieuws/nieuws/2023/juli/kans-milieukwaliteitaansluiten-inwerkingtreding/)