CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Samenvatting van de gesprekken over zonne-energie A23.001846

Gemeenteraad 13 februari 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Wensen en bedenkingen programma Zon op Veld3.848 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Samenvatting van het Verslag van de gesprekken over zonne-energie in RES Midden-Holland Gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas

29 augustus 2023

1

Welk type gebied is geschikt voor zonnevelden? Bijvoorbeeld een landbouwgebied, natuurgebied of een gebied met bedrijventerreinen? En als er zo’n zonneveld komt, wat is dan belangrijk? Moet er bijvoorbeeld rekening worden gehouden met planten en dieren of moeten mensen uit de omgeving meepraten over het zonneveld? Deze en andere vragen zijn gesteld aan inwoners, bedrijven en andere organisaties van gemeenten Bodegraven-Reeuwijk, Gouda, Krimpenerwaard, Waddinxveen en Zuidplas. Samen vormen zij de Regionale Energiestrategie (RES) MiddenHolland. Van april tot en met juni 2023 dachten mensen mee via een online vragenlijst, straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken. De uitkomsten gebruiken de gemeenten om afspraken te maken over het opwekken van zonne-energie op land. Dit document is de samenvatting van het hoofddocument: ‘Verslag van de gesprekken over zonne-energie in RES Midden-Holland’. Het hoofddocument heeft twee bijlagen: bijlage 1 ‘Samenvatting’ (dit document) en bijlage 2 ‘Tabellen en grafieken’ met de belangrijkste cijfers van het verslag. We noemen bedrijven en andere organisaties ook wel ‘stakeholders’. De gesprekken met hen heten daarom stakeholdergesprekken. ‘Respondenten’ zijn alle inwoners en stakeholders die meedachten via de vragenlijst, straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken.

We zien de online vragenlijst ook als een van de ‘gesprekken’ van gemeenten met inwoners en stakeholders, net als de straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken. Het onderzoek is uitgevoerd in opdracht van de gemeenten, onder leiding van bureau EMMA. De gemeenten dachten mee over de opzet van het onderzoek en spraken met mensen op straat en tijdens inwoneravonden. Gemeenten hebben geen invloed gehad op de analyse van de resultaten.

Waarom gingen de gemeenten met inwoners en stakeholders in gesprek over het opwekken van zonne-energie? De gemeenten spraken in 2021 af meer duurzame energie op te wekken. Het doel van de gemeenten is om zoveel duurzame energie op te wekken met zonnepanelen op daken en zonnepanelen langs snelwegen, N-wegen en spoorlijnen. Maar zonnepanelen op deze plekken kunnen niet genoeg duurzame energie opwekken. Daarom komen er ook zonnepanelen op het land, dat noemen we zonnevelden. In het najaar van 2023 spreken de gemeenten af waar en hoe deze zonnevelden in hun gemeenten het beste kunnen komen. De gebieden waar zonnevelden kunnen komen, noemen we ‘zoekgebieden’. Deze liggen bijvoorbeeld in landbouwgebied of gebieden die in de toekomst veranderen door bijvoorbeeld de bouw van woningen of bedrijventerreinen. De zonnevelden gaan effect hebben op de leefomgeving van mensen. Daarom vroegen gemeenten in het voorjaar van 2023 aan hun inwoners, bedrijven en andere organisaties wat zij van zonnevelden vinden.

2

Windmolens worden op dit moment niet gebruikt om meer duurzame energie mee op te wekken. Gemeenten hebben ‘reservezoekgebieden’ voor windmolens aangewezen. Als met zonne-energie niet voldoende duurzame energie kan worden opgewekt, komen windmolens in beeld.

Wat was het doel van de gesprekken? Het belangrijkste doel van de gesprekken was een beeld te krijgen van wat inwoners, bedrijven en andere organisaties in de gemeenten vinden van zonnevelden: in wat voor soort gebieden kunnen die het beste komen? En als er zonnevelden komen, wat zijn dan belangrijke voorwaarden? Dus wilden we zo veel mogelijk verschillende opvattingen, wensen, zorgen en ideeën verzamelen over dit onderwerp, bij zo veel mogelijk verschillende mensen. Daarom voerden we de gesprekken op verschillende manieren, locaties en tijden. Door deze diverse opzet kunnen we een goed beeld schetsen van de meningen die leven onder de inwoners van de gemeenten. Ook kunnen we de verschillen en overeenkomsten laten zien tussen de antwoorden van respondenten uit drie leeftijdsgroepen en de vijf gemeenten.

Wat gebeurt er met de resultaten van de gesprekken? Alle resultaten zijn in de zomer van 2023 aan de gemeenten overhandigd en gelezen. De gemeenten gebruiken deze resultaten bij het maken van afspraken over het opwekken van zonne-energie. De gemeenten leggen in een apart document uit hoe zij de resultaten wel of niet gebruiken. De afspraken over het opwekken van zonne-energie op het land komen te staan in het programma ‘Zon op veld’, dat in het najaar van 2023 te lezen is op de websites van de gemeenten en andere organisaties. In dit programma staan de regels waaraan iedereen zich moet houden die zonnepanelen op daken of zonnevelden op land wil plaatsen in een van de vijf gemeenten. Vanaf 2024 kunnen bijvoorbeeld bedrijven of energiecoöperaties voorstellen doen voor het starten van een project om zonne-energie op te wekken.

Hoe hebben gemeenten met inwoners en stakeholders gesproken? De online vragenlijst was de eerste stap in het participatietraject. Deze vragenlijst is ingevuld door 1.848 respondenten. We keken in de resultaten van alle respondenten, en naar de verschillen tussen de antwoorden van respondenten uit verschillende leeftijdsgroepen en gemeenten. De tweede stap waren de straatgesprekken. In elke gemeente van de RES-regio Midden-Holland hebben we op twee verschillende locaties op straat gesprekken gevoerd met willekeurige voorbijgangers. In totaal spraken we 394 mensen op straat. Het derde onderdeel van de participatie waren de inwoneravonden. In iedere gemeente organiseerden we één inwoneravond en in gemeente Bodegraven-Reeuwijk twee. Deze waren op locaties die goed bereikbaar, algemeen bekend en toegankelijk zijn. In totaal kwamen 84 inwoners naar de inwoneravonden. Tot slot organiseerden we twee stakeholdergesprekken. Stakeholders noemen we in dit verslag bedrijven en andere organisaties die een belang hebben bij het onderwerp. Het eerste gesprek was met GGD Hollands Midden en Veiligheidsregio Hollands Midden over de risico’s en mogelijke maatregelen bij het ontwikkelen van zonne-energie. Het tweede gesprek was met boeren, natuurorganisaties, energiecoöperaties en ontwikkelaars.

3

Wat zijn de belangrijkste resultaten van de gesprekken? Er zijn zes onderwerpen waarover een overgrote meerderheid van de respondenten hetzelfde denkt. En er zijn vijf onderwerpen waarover de meningen van respondenten verdeeld zijn. We laten dit zien met de resultaten van de vragenlijst, straatgesprekken, inwoneravonden en stakeholdergesprekken. Daarnaast spraken we respondenten ook over een aantal andere onderwerpen. Onderaan deze samenvatting en in het ‘Verslag van de gesprekken over zonne-energie in RES Midden-Holland’ staat hier meer over.

Onderwerpen waarover een grote meerderheid van de respondenten hetzelfde denkt 1. Gebieden met bedrijventerreinen zijn geschikt voor zonnevelden. Het overgrote deel van de respondenten vindt gebieden met bedrijventerreinen geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen. Er worden nauwelijks zorgen of risico’s bij zonnevelden in deze gebieden genoemd. Stakeholders twijfelen of de beschikbare ruimte op de grond tussen en naast bedrijven groot genoeg is voor een zonneveld. Respondenten die zonnevelden in gebieden met bedrijventerreinen een goed idee vinden, willen vaak dat een zonneveld zo min mogelijk zichtbaar is en dat het past in het landschap. Een argument dat zij noemen, is dat minder mensen last hebben van deze zonnevelden en er dus ook minder weerstand tegen de zonnevelden zal zijn. Een ander argument voor zonnevelden in gebieden met bedrijventerreinen is de korte afstand van het opwekken van de energie tot de gebruiker van de energie. Veel respondenten vinden ook dat zonnepanelen op de daken van bedrijven en industrie moeten komen, of op parkeerterreinen bij bedrijventerreinen en industrie.

2. Gebieden die in de toekomst een andere functie krijgen zijn geschikt voor zonnevelden. Gebruik de ruimte voor meer dan alleen een zonneveld. Bepaalde gebieden in de gemeenten krijgen in de toekomst een andere functie. Bijvoorbeeld gebieden waar woningen of bedrijventerreinen worden gebouwd. Of landbouwgebieden die voor iets anders gebruikt gaan worden. Het overgrote deel van respondenten vindt deze gebieden geschikt voor zonnevelden. Voorstanders geven het argument dat zonnevelden bij de bouw van woningen en bedrijventerreinen dan meteen dicht bij de gebruikers liggen. Zij zien dit als efficiënt en minder belastend voor het elektriciteitsnet. Ten tweede horen we vaak het argument dat de ruimte in Nederland schaars is. Respondenten zeggen daarom: gebruik (tijdelijk) ongebruikte grond op een nuttige manier en plaats er zonnevelden als het kan. Bijvoorbeeld op landbouwgrond dat (tijdelijk) niet meer gebruikt kan worden voor landbouw. Ook vinden veel respondenten het belangrijk om zonnevelden te combineren met andere doelen, zoals de opslag van energie of waterberging. Ook stakeholders vinden het belangrijk dat ruimte op meerdere manieren gebruikt wordt. Zij zeggen ook dat het mogelijk is om zonnevelden te combineren met het herstellen van natuur onder of in de buurt van zonnevelden. Respondenten noemen ook risico’s voor zonnevelden in gebieden die een andere functie krijgen.

Bijvoorbeeld dat zonnevelden niet meer weggehaald worden en de ruimte blijven innemen van de oorspronkelijke plannen in dat gebied. Ook vragen respondenten zich af hoe lang het 4

zonneveld er moet liggen voor de kosten zijn terugverdiend. Respondenten willen liever een permanente dan een tijdelijke oplossing zien.

3. Natuur- en weidevogelgebieden zijn niet geschikt voor zonnevelden. Beschermen van planten en dieren is een belangrijke voorwaarde voor zonnevelden. Natuur- en weidevogelgebieden worden door het overgrote deel van de respondenten gezien als niet geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen. Respondenten vinden zonnevelden schadelijk voor de natuur en weidevogels. Het overgrote deel wil zuinig zijn op de zeldzame natuur in Nederland, waarvan de kwaliteit al achteruitloopt. Het opwekken van duurzame energie heeft als uiteindelijk doel ook natuurherstel. Respondenten vinden het vreemd als de zonnevelden in de natuur worden geplaatst, omdat ze de natuur verstoren of in de weg zitten. Respondenten verschillen van mening over de definitie van natuur- of weidevogelgebied aan de ene kant, en landbouwgebied aan de andere kant. Sommigen vinden landbouwgebied hetzelfde als een natuurgebied, anderen zien hier wel verschil tussen. Deze discussie leggen we verder uit in het hoofddocument ‘Verslag van de gesprekken over zonne-energie in RES Midden-Holland’.

4. Gebieden met erfgoed zijn niet geschikt voor zonnevelden. Erfgoed is een verzamelnaam voor natuurlijk erfgoed (bijvoorbeeld veenweidegebieden) en cultureel erfgoed (monumentale boerderijen of steenplaatsen). Een groot deel van de respondenten vindt gebieden met erfgoed niet geschikt voor het plaatsen van zonnepanelen. De discussie over gebieden met erfgoed ligt niet gevoelig. De discussie over gebieden met erfgoed ligt niet gevoelig. De gesprekken hierover duren vaak kort. Zonnepanelen passen volgens hen niet in het landschap van een gebied met erfgoed en gaan ten koste van historisch cultureel en natuurlijk erfgoed. Ze tasten het uitzicht of karakter van het gebied aan.

5. Inwoners moeten op verschillende manieren kunnen meedoen aan projecten voor duurzame energie. Gemeenten maken afspraken over hoe mensen meedoen aan projecten voor duurzame energie. Onze respondenten willen dit op verschillende manieren. De een vertrouwt op experts en wil er niks mee te maken hebben. De ander wil meepraten bij de komst van een zonneveld in de buurt. En een derde wil dat mensen die overlast van de projecten hebben, ook profiteren van de financiële opbrengsten. Meerdere respondenten zeggen dat als mensen kunnen participeren zoals zij dat het liefste doen, zij de projecten voor duurzame energie sneller accepteren en bij betrokken willen zijn. Ook stellen ze dat de opbrengsten, en de overlast, van deze projecten eerlijker worden verdeeld. De meeste respondenten vinden het logisch dat mensen in de buurt van projecten kunnen meepraten. Dit is voor velen de minimale vorm van meedoen van inwoners. Respondenten stellen dat inspraak bij de komst van een zonneveld weerstand voorkomt of beperkt. Anderen twijfelen of het zin heeft dat mensen meepraten, omdat besluiten al genomen zijn. Een klein deel zegt juist weer dat inspraak van burgers de komst van het zonneveld vertraagt en dat het daarom helemaal niet moet gebeuren. Mensen in de omgeving kunnen ook financieel voordeel hebben van het zonneveld: we noemen dit meeprofiteren.

Een deel van de respondenten weet niet goed hoe dit kan. We leggen het 5

daarom uit met verschillende voorbeelden. Een groot deel van de respondenten vindt het vooral ‘eerlijk’ als iedereen in de omgeving iets terugkrijgt voor de komst van zonnevelden in hun buurt, ook mensen die zelf geen geld kunnen investeren in het project. Respondenten vinden het bijvoorbeeld een goed idee om dit te doen via korting op de energierekening, een buurtfonds of energiecoöperaties. Anderen willen opbrengsten van de duurzame energieprojecten investeren in goede doelen in de buurt.

6. Zo veel mogelijk zonnepanelen langs wegen, op daken en parkeerterreinen Veel respondenten, inwoners en stakeholders, benadrukken hoe belangrijk zij het vinden dat er zonnepanelen komen op grote daken, langs snelwegen, N-wegen of spoorlijnen en boven parkeerterreinen. Bijna niemand is tegen het plaatsen van zonnepanelen op deze locaties. In de gesprekken over dit onderwerp leggen we uit dat gemeenten op dit moment al de voorkeur hebben voor deze vormen van het opwekken van zonne-energie en er alles aan doen om dit mogelijk te maken. Ook zeggen we dat we op deze locaties te weinig duurzame energie kunnen opwekken om de doelen van de gemeenten te halen. Toch noemen nog steeds veel respondenten dat zij een voorkeur hebben voor zonnepanelen langs infrastructuur, op daken van woningen, bedrijven, industrie, boerderijen en boven parkeerterreinen. Velen stellen dat er wel genoeg ruimte beschikbaar is om alle (of in ieder geval veel van de) nodige duurzame energie op te kunnen wekken. De meeste respondenten kunnen zich moeilijk voorstellen hoeveel ruimte voor zonnevelden nodig is. Respondenten geven als argument dat we met deze opties de beperkte ruimte op een goede manier gebruiken. Ook stellen respondenten dat iedereen zijn steentje moet bijdragen, dus ook (of vooral) bedrijven met grote daken. Het is voor velen onbegrijpelijk dat sommige daken nog leeg zijn.

De een vindt dat de overheid zonnepanelen op daken moet stimuleren met (meer) subsidies. Anderen willen zonnepanelen verplichten bij de bouw van woningen of op bedrijfsdaken. Een ander argument is dat zonnepanelen langs infrastructuur, op daken en boven parkeerterreinen het landschap, natuur of uitzicht niet verstoren. Mensen hebben er op deze locaties minder last van, is de algemene opvatting. Want: infrastructuur is al rommelig, zonnepanelen op daken zijn minder zichtbaar en boven parkeerterreinen wordt de ruimte handig dubbel gebruikt. Een laatste element van dit onderwerp is dat respondenten de optie ‘langs infrastructuur’ ook vaak noemen als locatie voor windmolens. Voorstanders van windmolens geven vaak als voorwaarde dat ze langs infrastructuur worden geplaatst, omdat ze dan verder van bebouwing staan en minder overlast geven.

Onderwerpen waarover de meningen van respondenten verdeeld zijn Er zijn vijf onderwerpen waarover de meningen van respondenten verdeeld zijn. We laten dit zien met de resultaten van de vragenlijst, straatgesprekken, inwoneravonden en gesprekken met stakeholders.

1. Het gebruik van landbouwgebieden voor zonnevelden Respondenten verschillen van mening over het gebruiken van landbouwgebied voor zonnevelden. Onder de respondenten van de vragenlijst zijn ongeveer evenveel voor- als tegenstanders. Op straat en tijdens inwoneravonden spraken we drie keer meer voorstanders

6

dan tegenstanders van zonnevelden in landbouwgebied. Een belangrijk element in deze discussie is de definitie van landbouw: een deel vindt landbouw hetzelfde als natuur, anderen vinden dat landbouw en natuur verschillende soorten gebieden zijn. Bijna iedereen die wij spraken, heeft een uitgesproken mening over landbouwgebied. Het is bijvoorbeeld het meest besproken type gebied, na natuur- en weidevogelgebied. We hoorden uiteenlopende argumenten. Respondenten die vinden dat landbouwgebied niet geschikt is voor zonnevelden, stellen dat boeren de grond zelf hard nodig hebben. Deze respondenten vinden vaak dat zonnevelden niet passen in landbouwgebied, ze gaan ten koste van het uitzicht of de natuur. Vaak vinden zij ook dat zonnevelden helemaal onzichtbaar zouden moeten zijn. Respondenten die voorstander zijn van zonnevelden in landbouwgebied, stellen dat er juist veel ruimte is voor zonnevelden. Bijvoorbeeld aan de randen of op grond die niet meer gebruikt kan worden of onvruchtbaar is. Veel respondenten noemen hier vaak bepaalde voorwaarden bij. Zoals dat er rekening moet worden gehouden met de boer, zonnevelden moeten passen bij of op voldoende afstand van woningen komen. Anderen zeggen dat zonnevelden moeten worden gecombineerd met landbouw, bijvoorbeeld door verplaatsbare installaties.

Tot slot noemen respondenten dat zonnevelden een bron van inkomsten voor boeren kunnen zijn. Respondenten jonger dan 35 jaar zijn positiever over het gebruik van landbouwgebied dan respondenten ouder dan 35 jaar. Respondenten uit Bodegraven-Reeuwijk en Krimpenerwaard zijn negatiever over landbouwgebied voor zonnevelden dan de andere drie gemeenten. Ook onder stakeholders is discussie over landbouwgebied. Natuurorganisaties, energiecoöperaties en ontwikkelaars zien kansen voor zonnevelden in landbouwgebied. Boeren vinden grondbehoud voor landbouw juist belangrijk. Wel is het mogelijk om ‘verloren’ of ongeschikte landbouwgrond te gebruiken, of grond ‘in transitie’ of grond die overblijft na verkaveling.

2. Het gebruik van recreatiegebieden voor zonnevelden Recreatiegebied is een verzamelnaam voor verschillende soorten gebieden waar mensen zich in de buitenlucht kunnen ontspannen. Er bestaan verschillende opvattingen over zonnevelden in recreatiegebieden. Maar respondenten hebben minder uitgesproken meningen over recreatiegebieden dan over landbouwgebieden. Voorstanders van zonnevelden in recreatiegebieden zien vooral mogelijkheden om de beperkte ruimte op verschillende manieren te gebruiken. Bijvoorbeeld zonnepanelen boven parkeerterreinen of op daken van gebouwen in deze gebieden. Dit is voor veel respondenten een reden om positief te zijn over zonnevelden in recreatiegebieden. Ook hier speelt mee dat respondenten niet goed kunnen voorstellen hoeveel ruimte nodig is voor een zonneveld. Onder de stakeholders zijn de aanwezige boeren de enige voorstanders van recreatiegebieden voor zonnevelden. De andere aanwezige stakeholders vinden het geen goed idee. Zij zien te veel nadelen voor de planten en dieren en de ruimte die nodig is voor de recreatie. Respondenten die recreatiegebieden niet geschikt voor zonnevelden vinden, geven vergelijkbare antwoorden als bij de landbouwgebieden: zonnevelden passen niet bij recreatie en verdringen het groen, planten en dieren, het uitzicht of de beperkte ruimte.

7

3. Hoe een zonneveld past bij het landschap of zichtbaar is Respondenten zijn verdeeld over deze twee voorwaarden voor het plaatsen van een zonneveld: dat het zonneveld moet passen bij het landschap of dat het zelfs helemaal onzichtbaar is. Deze voorwaarden worden ook vaak genoemd bij andere onderwerpen. De gevolgen voor de afspraken tussen gemeenten hierover kunnen groot zijn. Het kan veel geld kosten om een zonneveld onzichtbaar te maken en het te laten passen bij het landschap. Het kan ook zijn dat bepaalde gebieden afvallen als zonnevelden moeten voldoen aan deze voorwaarden. De ene respondent vindt het prima om een zonneveld te zien. Maar ook deze respondenten willen het liefst struiken of bomen rond het zonneveld. Zonnevelden passen volgens velen het beste bij gebieden met industrie of bedrijventerreinen. Anderen vinden een zonneveld zo lelijk of verstorend dat ze het helemaal niet willen zien in het landschap. Dit kan bijvoorbeeld door een verhoogde wal rond het zonneveld te maken. Zij zeggen ook vaak dat het helemaal niet mogelijk is om een zonneveld te laten passen bij het landschap. Opvallend is dat respondenten onder de 35 jaar vaker zeggen dat ze het niet erg te vinden om een zonneveld te zien. Ook de stakeholders die wij spraken, zijn verdeeld over inpassing en zichtbaarheid.

Aanwezige ontwikkelaars willen graag helpen om het zonneveld te laten passen bij het landschap. Natuurorganisaties en energiecoöperaties die wij spraken, willen dat zonnevelden niet zichtbaar zijn. De aanwezige boeren vinden dat de kosten voor een zonneveld niet te hoog moeten worden.

4. De rol van windenergie De gemeenten hebben afgesproken meer duurzame energie op te wekken met zonne-energie. Windmolens komen pas in beeld als met zonne-energie niet voldoende opgewekt kan worden. De gesprekken met inwoners en stakeholders gingen daarom vooral over het opwekken van zonne-energie. Daarnaast wilden de gemeenten ook dat we inwoners en stakeholders vroegen naar hun mening over windenergie. In de vragenlijst is ongeveer een derde van alle respondenten voor windmolens als met zonneenergie niet voldoende duurzame energie kan worden opgewekt. Deze optie krijgt meer steun dan de optie om meer zonnevelden in landbouwgebied te plaatsen. Van de respondenten onder de 35 jaar is ongeveer de helft voor windmolens als alternatief. Daarnaast is bijna twee derde van de respondenten van de vragenlijst voor het vervangen van de huidige windmolens bij de A12 voor windmolens die meer energie kunnen opwekken. Tegenstanders van windmolens spreken zich duidelijk uit, vooral in de open antwoorden van de vragenlijst. Zij vinden windmolens ongewenst vanwege de geluidsoverlast en horizonvervuiling en waarschuwen voor gevaren voor de gezondheid van mensen en dieren. Ook zeggen ze dat de productie van windmolens vervuilend is en onderdelen niet te recyclen zijn.

Tijdens de straatgesprekken spraken we meer voorstanders van windmolens als alternatieve manier om duurzame energie op te wekken, dan tegenstanders van windmolens. Tijdens inwoneravonden zijn meer kansen en wensen over windenergie uitgesproken dan risico’s en zorgen. De meeste stakeholders die wij spraken, onder boeren, energiecoöperaties, natuurorganisaties en ontwikkelaars, zijn voorstander van meer duurzame energie opwekken met windmolens, grote en kleine bij boerenerven. Volgens deze respondenten nemen windmolens minder ruimte in en leveren ze meer energie op. Ook zeggen zij dat wind- en zonne-energie elkaar aanvullen in het opwekken van duurzame energie. Volgens hen zorgt de combinatie voor een goede balans op het elektriciteitsnet en

8

lagere kosten. We spraken zowel inwoners als stakeholders die stellen dat met zonnevelden alleen de opgave niet zal worden gehaald. Een voorwaarde die respondenten vaak noemen: plaats windmolens bij infrastructuur, daar is het landschap al verstoord. Soms wordt dit ook als uiterste optie genoemd door respondenten die tegen windmolens zijn. Daarnaast vinden velen dat ze geen schade aan de gezondheid van mens en dier mogen veroorzaken.

5. Zonnepanelen op daken van monumenten en beschermde stads- en dorpsgezichten In Gouda, Krimpenerwaard en Zuidplas staan monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten met daken die geschikt kunnen zijn voor zonnepanelen. Deze gemeenten wilden de gesprekken over zonnevelden gebruiken om hun inwoners ook te vragen naar zonnepanelen op monumenten en beschermde dorps- en stadsgezichten. Op dit moment zijn zonnepanelen niet toegestaan op daken van deze gebouwen als ze vanaf de straat zichtbaar zijn. We vroegen inwoners van deze gemeenten via de vragenlijst wat zij van deze regel vinden. De resultaten per gemeenten worden uitgebreid toegelicht in het hoofddocument ‘Verslag van de gesprekken over zonne-energie in RES Midden-Holland’.

Andere onderwerpen waarover opmerkingen zijn gemaakt Ideeën over specifieke locaties In het najaar van 2023 spreken de gemeenten af waar en hoe deze zonnevelden in hun gemeente het beste kunnen komen. De gebieden waar zonnevelden kunnen komen, noemen we ‘zoekgebieden’. We hebben respondenten tijdens inwoneravonden gevraagd wat zij vinden als in deze gebieden zonnevelden komen. In het hoofddocument ‘Verslag van de gesprekken over zonne-energie in RES Midden-Holland’ leest u wat respondenten zeiden over specifieke locaties in de gemeenten.

Opmerkingen over andere onderwerpen Respondenten spraken ook over andere onderwerpen dan zonnevelden. Het ging dan vooral over andere vormen van duurzame energie en andere manieren om duurzame energie op te wekken, gebruiken en opslaan. Daarnaast zijn ook opmerkingen gemaakt over de vragen uit de online vragenlijst en het nut van de gesprekken met inwoners over dit onderwerp in het algemeen. Ook deze wensen, zorgen en ideeën zijn gelezen door medewerkers van de gemeenten en worden waar mogelijk meegenomen.

Risico’s en maatregelen ten aanzien van (brand)veiligheid van zonnevelden en grote daken met zonnepanelen We spraken met GGD Hollands Midden en Veiligheidsregio Hollands Midden over de veiligheid en publieke gezondheid in verband met zonnepanelen en zonnevelden. Het belangrijkste risico voor de openbare gezondheid en veiligheid zijn de gevolgen van branden in zonnevelden en in daken met zonnepanelen. Het is mogelijk deze risico’s te beperken door het nemen van een aantal maatregelen. Het belangrijkste doel is brandveiligheid en dat de brandweer de branden kan controleren en bestrijden. De risico’s en maatregelen worden verder toegelicht in het hoofddocument ‘Verslag van de gesprekken over zonne-energie in RES MiddenHolland’. 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13738100/1