Bijlage 5 Quickscan ODMH IJsselpark Z24.001047
Tekst van het document
Team ROM, Externe veiligheid en Ecologie Y. Karels 088 - 54 50 472 Postbus 45 2800 AA Gouda 088 - 54 50 000 www.odmh.nl
Per email verzonden: gemeente@zuidplas.nl en j.vankleef@zuidplas.nl Gemeente Zuidplas T.a.v. J. van Kleef Postbus 100 2910 AC NIEUWERKERK AD IJSSEL
Besluitdatum Verzenddatum
08-04-2024
Ons kenmerk
2024-00007747
Uw kenmerk Bijlagen
1
Onderwerp ROM quickscan – IJsselpark te Nieuwerkerk aan den IJssel
Beste J. van Kleef, Op 4 april 2024 heeft u ons gevraagd om voor het project ‘Nieuwbouw scholen Nieuwerkerk wijk Zuidplas’ op perceel B6845 (IJsselpark te Nieuwerkerk aan den IJssel) een quickscan ruimtelijke ordening en milieu op te stellen. Doel van de quickscan is om te beoordelen welke milieukundige onderzoeken noodzakelijk zijn in het kader van deze ontwikkeling. Ons advies leest u in deze brief. Situatie Het plangebied maakt momenteel onderdeel uit van het IJsselpark. Binnen het plangebied is een verhard basketbalveld aanwezig. De rest van het plangebied is in gebruik als park/grasveld. De gemeente is voornemens om op de locatie een (tijdelijke) school te bouwen. Er zijn nog geen ontwerptekeningen beschikbaar. Het plangebied is momenteel bestemd als ‘Groen’. Binnen deze bestemming is geen bebouwing toegestaan. Voor de realisatie van het schoolgebouw zal een BOPA aangevraagd moeten worden.
Figuur 1: Ligging planlocatie Afkadering
Identificatie D-2024-00040564
1 van 8
De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) adviseert gemeenten op de omgevingsaspecten geluid (weg, spoor, industrie), trillingen, luchtkwaliteit, licht, activiteiten & milieuzonering, externe veiligheid, bodem en ondergrond (verontreiniging, archeologie, ontplofbare oorlogsresten en overige ondergrond), natuur (gebieds- en soortenbescherming, natuurinclusief bouwen en biodiversiteit), klimaatadaptatie en duurzaamheid (circulariteit, mobiliteit, energietransitie). Daarnaast gaat de Omgevingsdienst bij elke ontwikkeling na of er sprake is van m.e.r.-plicht en/of een provinciaal milieubelang in het geding is. Advies De onderstaande tabel vat de quickscan samen. Bijlage 1 bevat een uitgebreidere bespreking van de diverse omgevingsaspecten. Thema Ondergrond
Omgevingsveiligheid
Gezondheid in relatie tot milieu
Aspect Bodemverontreiniging
Bespreking Van het plangebied zijn geen bodemgegevens bekend.
Archeologie
Voor het plangebied geldt geen archeologische waarde. Het plangebied is onverdacht.
Ontplofbare oorlogsresten Externe veiligheid
Geluid van weg, spoor en/of industrieterrein Trillingen Activiteiten en milieuzonering
Geurhinder Luchtkwaliteit
Lichthinder Klimaatadaptatie
Ecologie
Gebiedsbescherming Soortenbescherming
Identificatie D-2024-00040564
De locatie bevindt zich in het aandachtsgebied van de weg en het spoor. Het plangebied ligt in het aandachtsgebied van de weg en het spoor. De locatie bevindt zich niet nabij een bron van trillingen. De ontwikkeling betreft zowel een milieugevoelige als een milieubelastend activiteit. In de omgeving zijn bedrijven en woningen aanwezig. De locatie ligt niet nabij een bron van geurhinder. De luchtkwaliteit is voldoende voor de gewenste ontwikkeling. Er is sprake van een voorziening van kwetsbare groepen. De locatie ligt niet in de buurt van een bron van lichthinder. Voor het plangebied vormen hitte, overstroming en bodemdaling aandachtspunten. De locatie bevindt zich op ca. 16,8 km van Natura-2000 gebied Nieuwkoopse Plassen. Het plangebied is momenteel in gebruik als park. Er staan diverse bomen en lage begroeiing.
Vervolgactie Minimaal uitvoeren historisch vooronderzoek conform NEN 5725 Opstellen verantwoording van het groepsrisico. Uitvoeren akoestisch onderzoek. Onderbouw of de aanwezigheid van de school een belemmering vormt voor de bedrijven en woningen in de omgeving. Houdt in het ontwerp rekening met de richtlijnen van de GGD. Neem de klimaatadaptatie mee in de ruimtelijke onderbouwing. Uitvoeren ecologische quickscan.
2 van 8
Thema Procedurele aspecten
Aspect Milieueffectrapportag e (m.e.r.) Provinciale milieubelangen
Bespreking Ontwikkeling wordt niet genoemd in bijlage V van het Omgevingsbesluit. n.v.t.
Vervolgactie -
Heeft u vragen? Neem dan contact op met Y. Karels. Dat kan via 088 - 54 50 472 of per e-mail via ykarels@odmh.nl. Vermeld dan het kenmerk 2024-00007747. Zo kunnen wij u sneller helpen. Met vriendelijke groet, Y. Karels ROM Adviseur Dit document is digitaal vastgesteld.
Bijlage 1: Beoordeling en conclusie per aspect
Identificatie D-2024-00040564
3 van 8
Bijlage 1 Beoordeling en conclusie per aspect Bodem Voorafgaand aan de bouw van een bodemgevoelig c.q. grondwatergevoelig gebouw moet vooronderzoek uitwijzen of verder onderzoek van bodem en/of grondwater nodig is om vast te kunnen stellen of de toelaatbare kwaliteit van de bodem niet wordt overschreden en/of dat er sprake is van een significante verontreiniging van grondwater. In dit geval is sprake van een bodemgevoelig gebouw. Onderzoek is daarom noodzakelijk. Er zijn van het plangebied bij de Omgevingsdienst Midden-Holland geen bodemkwaliteitsgegevens bekend. Het vooronderzoek moet worden uitgevoerd volgens de norm NEN 5725. Het onderzoek is noodzakelijk voor de omgevingsvergunning activiteit Bouwen; er is geen onderzoek noodzakelijk in het kader van de ruimtelijke procedure. Als een locatie verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging en onvoldoende informatie bekend is over de daadwerkelijke kwaliteit van de bodem of het grondwater, dan is vervolgonderzoek conform de norm NEN 5740 noodzakelijk. Archeologie Op grond van de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente ‘Zuidplas’ geldt geen archeologische waarde. Voor de realisatie van (tijdelijke) school is geen archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk.
Ontplofbare oorlogsresten Uit ervaring blijkt dat circa 10 à 15% van de tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte munitie niet tot de gewenste uitwerking kwam en als blindganger in de bodem is achtergebleven. Op grond van Arbowetgeving moet in alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten een oriënterend onderzoek worden gedaan voordat werkzaamheden kunnen starten. Indien nodig gevolgd door een nader onderzoek, indien nodig gevolgd door opsporing van ontplofbare oorlogsresten of andere passende maatregelen. Uit eerder uitgevoerd grootschalig vooronderzoek blijkt dat het plangebied onverdacht is op ontplofbare oorlogsresten. Verder onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten is naar onze mening niet noodzakelijk. Hoewel er geen indicaties zijn voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, kunnen wij niet met zekerheid stellen dat die er niet zijn. Als men bij graafwerk stuit op een verdacht object, zijn passende maatregelen nodig. Externe veiligheid Het plangebied ligt in het invloedsgebied/aandachtsgebied van twee risicobronnen (weg en spoor). Aan de oostzijde ligt het plangebied deels in het gifwolkaandachtsgebied van het spoor. Daarnaast ligt bevindt het noordelijke deel van het plangebied zich in het aandachtsgebied van de Schielandweg.
Het plangebied ligt niet in het aandachtsgebied van een hoogspanningsleiding. Er moet een verantwoording van het groepsrisico te worden opgesteld.
Identificatie D-2024-00040564
4 van 8
Figuur 2: Ligging plangebied in aandachtsgebied spoor (links) en weg (rechts) Geluid van weg, spoor en/of industrieterrein Er wordt een geluidsgevoelige bestemming gerealiseerd. Op grond van het Besluit kwaliteit leefomgeving geldt er een onderzoeksplicht. Weg: Als de ontwikkeling plaats vindt langs een weg met een intensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal, dan moet in het kader van het ‘evenwichtig toedelen van functies aan locaties’ (ETFAL) een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd. De locatie ligt binnen het aandachtsgebied van de weg (Schielandweg), akoestisch onderzoek is noodzakelijk. Spoor: De locatie ligt binnen het aandachtsgebied van het spoor, akoestisch onderzoek is noodzakelijk. Daarnaast is geluidtoetsing in het kader van het evenwichtig toedelen van functies aan locaties noodzakelijk. Industrieterrein: De locatie/ontwikkeling ligt niet binnen de aandachtsgebied van een gezoneerd industrieterrein. Trillingen De locatie ligt niet in de nabijheid van een spoorweg, drukke weg of andere bron van trillingen. Activiteiten en milieuzonering De ontwikkeling betreft, vanuit Activiteiten en Milieuzonering bezien, een milieugevoelige activiteit. In de directe nabijheid liggen milieubelastende bestemmingen. Ten noorden van het plangebied is een onbemand tankstation en een autohandel aanwezig.
De ontwikkeling betreft, vanuit Activiteiten en milieuzonering bezien, ook een milieubelastende activiteit (schoolplein). In de directe nabijheid liggen gevoelige bestemmingen. Ten oosten en zuiden van het plangebied zijn diverse woningen aanwezig. Gezien nog geen ontwerp beschikbaar is, is niet bekend welke invloed de ontwikkeling op de omliggende woningen zal hebben.
Identificatie D-2024-00040564
5 van 8
Voor de realisatie van de school moet onderbouwd worden dat de aanwezigheid van de school geen belemmering vormt voor de bedrijfsactiviteiten van de bedrijven ten noorden van het plangebied. Tevens moet onderbouwd worden dat de aanwezigheid van de school geen belemmering vormt voor de woningen ten oosten en zuiden van het plangebied. De richtafstanden uit de VNG-publicatie ‘Activiteiten en milieuzonering’ zijn een hulpmiddel om in te schatten of een activiteit voor wat betreft de benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur (van omliggende milieubelastende activiteiten) in een bepaald gebied inpasbaar is. De richtafstanden hebben geen juridische status; om effecten daadwerkelijk vast te stellen is nader onderzoek noodzakelijk. Geurhinder De geplande ontwikkeling ligt niet in de nabijheid van een agrarisch bedrijf of andere bron van geurhinder. Een onderzoek naar geurhinder is niet noodzakelijk. Luchtkwaliteit Het toetsen aan de omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is alleen nodig als een project of activiteit weinig bijdraagt aan luchtverontreiniging (niet in betekenende mate: NIBM), óf buiten de aandachtsgebieden valt. Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO2) of fijnstof (PM10). Uitgezonderd gemeente Zuidplas vallen alle gemeenten uit de regio van Omgevingsdienst Midden-Holland buiten de aandachtgebieden.
De ontwikkeling is niet te onderbouwen door middel van een verwijzing naar de regeling NIBM. De verkeersaantrekkende werking van het plan moet worden bepaald en hiermee kan worden doorgerekend of deze ontwikkeling al dan niet in betekenende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De ontwikkeling betreft de realisatie van een voorziening voor kwetsbare groepen (school). De GGD heeft hiervoor richtlijnen opgesteld1. Houdt in het ontwerp zo mogelijk rekening met de richtafstanden uit deze richtlijn. De GGD kan desgewenst adviseren over deze ontwikkeling. Uit de monitoringtool van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse voldoende is voor de gewenste ontwikkeling. Er wordt voldaan aan de wettelijke omgevingswaarden van 40 μg/m³ voor stikstofdioxide en fijnstof PM10, en 25 µg/m³ voor fijnstof PM2,5. De gemeente is aangesloten bij het Schone Luchtakkoord, met als doel het permanent verbeteren van de luchtkwaliteit in Nederland. Hiervoor gelden bovenwettelijke doelen. Voor de ontwikkeling wordt aanbevolen om te toetsen aan deze doelwaarden (WHO-advieswaarden). Lichthinder De geplande ontwikkeling betreft een gevoelige bestemming voor lichthinder. De ontwikkeling ligt niet in de buurt van een bron van lichthinder. Een onderzoek naar lichthinder is niet noodzakelijk.
1
Zie: Beleidsadvisering ruimtelijke planvorming | RIVM
Identificatie D-2024-00040564
6 van 8
Klimaatadaptatie Risico's door klimaatverandering Conform de Omgevingsverordening art 7.23 “Risico's van klimaatverandering” van Provincie ZuidHolland moeten in elk omgevingsplan de volgende aspecten in beschouwing worden genomen: Wateroverlast door overvloedige neerslag; Overstroming; Hitte; Droogte; Bodemdaling. Voor dit plan zullen de risico’s door de initiatiefnemer nader moeten worden beoordeeld. ODMH voorziet voor deze ontwikkeling de volgende mogelijke aandachtspunten: hitte, overstroming en bodemdaling. Indien blijkt dat er risico's voor (een van) bovengenoemde aspecten aanwezig is/zijn dan dienen maatregelen of voorzieningen te worden genomen en geborgd in het omgevingsplan. Klimaatadaptatie Herontwikkeling is een natuurlijk moment om ook klimaatadaptieve maatregelen te nemen. De gemeente het 'Convenant klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland' omarmd. Voor richtlijnen wordt verwezen naar de Leidraad klimaatadaptief bouwen. Dit heeft een overlap met natuurinclusief bouwen. De provinciale verordening vereist dat klimaatadaptatie wordt meegenomen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Indien gewenst kan de ODMH voor het aspect klimaatadaptatie een advies geven. Ecologie Gebiedsbescherming: Als een ontwikkeling in of in de buurt van een beschermd gebied plaatsvindt, kunnen mogelijk negatieve effecten ontstaan.
Gezien de omvang van de ontwikkeling en de afstand tot een daarvoor gevoelig Natura2000-gebied (ca. 16,8 km tot de Nieuwkoopse Plassen en De Haeck) is een AERIUSberekening niet nodig2. Mocht de ontwikkeling gevoelig liggen, adviseren wij de gemeente om wel stikstofberekeningen uit te laten voeren (één voor de bouwfase en één voor het gebruik van de nieuwe situatie). De ontwikkeling ligt niet binnen Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt niet in een zone met aanduiding als belangrijk weidevogelgebied (Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland). Het plangebied ligt niet in de strategische reservering natuur. Soortenbescherming: Ten behoeve van de gewenste ontwikkeling is een ecologische quickscan noodzakelijk. Het plangebied betreft momenteel een park met diverse bomen en andere lage begroeiing. De aanwezigheid van beschermde soorten kan op voorhand niet worden uitgesloten. Uit de resultaten van deze quickscan kan volgen dat nader onderzoek nodig is. Natuur-inclusief bouwen Bij de realisatie van het initiatief kan aandacht worden gegeven aan de toegankelijkheid van de woningen voor beschermde soorten zoals vleermuizen, de gierzwaluw of de huismus. Denk aan vogel- of vleermuiskasten. Meer informatie staat op de websites van bijvoorbeeld de vogelbescherming of de zoogdiervereniging. Identificatie D-2024-00040564
7 van 8
M.e.r. Het initiatief betreft een ontwikkeling die niet wordt genoemd in Bijlage V van het Omgevingsbesluit en geen aanzienlijke milieueffecten heeft. Een (plan) m.e.r. of m.e.r. beoordeling is niet noodzakelijk. Provinciale milieubelangen De provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsbeleid een aantal provinciale milieubelangen. Namens de provincie toetst ODMH initiatieven op vier van deze belangen 2: De provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsverordening een aantal provinciale milieubelangen. Namens de provincie toetst ODMH initiatieven op vier van deze belangen 3: Bescherming van stiltegebieden (Omgevingsverordening artikel 3.14) De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de buurt van) een stiltegebied. Windenergie stimuleren (Omgevingsverordening artikel 7.76) De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de buurt van) een plaatsingsgebied voor windmolens. Beschermen van (watergebonden) bedrijventerreinen (Omgevingsverordening artikel 7.52) De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een (watergebonden) bedrijventerrein. Afname van of beperkingen aan (watergebonden) bedrijventerreinen is derhalve niet aan de orde. Beschermen van grote groepen mensen (Omgevingsverordening artikel 7.18) De voorgenomen ontwikkeling ligt wel in een invloedsgebied Groepsrisico van een EVrelevante risicobron.
Met het opstellen van een verantwoording van het groepsrisico wordt deze strijd weggenomen. De voorgenomen ontwikkeling is niet in strijd met deze provinciale milieubelangen.
2
Toetsingskader: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening 1 januari 2024, i.c.m. kaarten in bijlage II. Het gaat om in de Omgevingsverordening aangewezen locaties. 3 Toetsingskader: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening 1 januari 2024, i.c.m. kaarten in bijlage II. Het gaat om in de Omgevingsverordening aangewezen locaties. Identificatie D-2024-00040564
8 van 8