Bijlage 5 Quickscan Flora en Fauna - Nest Natuurinclusief - April 2023 A23.000606
Tekst van het document
Bijlage 4 bij NvU Kamerlingh Onnes
QUICKSCAN Notitie Quickscan Kamerlingh Onnesstraatschool te Nieuwerkerk a/d IJssel
ONDERWERP PROJECT DATUM VAN ADVISEUR(S) REFERENTIE
Ecologische Quickscan Wet natuurbescherming Kamerlingh Onnesstraat gemeente Zuidplas 6 april 2023 Nest Natuurinclusief B.V. David de Vos
De Vos, D., 2023. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Zuid-Holland. Projectgebied: Kamerlingh Onnesstraat Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas. Nest Natuurinclusief.
© copyright Nest Natuurinclusief. 2023
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Nest Natuurinclusief kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. 1
INHOUDSOPGAVE 01
AANLEIDING EN CONCLUSIE
Aanleiding
3
Conclusie
3
Kwaliteitsborging
3
02
INLEIDING
Plangebied
4
3
4
Geplande werkzaamheden
4
Gebiedenbescherming en planologische bescherming
4
Vrijstelling
5
03
METHODIEK
Functie voor beschermde soorten
6 6
Vogels met jaarrond beschermde nestplaats (cat. 1-4)
6
Vogels met jaarrond beschermde nestplaats (cat. 5)
6
Algemene broedvogels
6
Vleermuizen
7
Planten
7
Maatregelen algemene broedvogels Maatregelen zorgplicht
7
04
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Internet
9
Beschermde gebieden & soorten Kadastrale Kaarten
9 9
9
Nationale Databank Flora en Fauna Natuurwetgeving
7
9
9
PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart Vleermuisprotocol 2021
9
05
TOETSINGSKADER
Gebiedsbescherming
10
Natura 2000
10
Natuurnetwerk
10
Soortenbescherming
10
9
10
2
01
Aanleiding en conclusie
Aanleiding Het planvoornemen is om in de groenzone aan de Kamerlingh Onnesstraat te Nieuwerkerk a/d IJssel (hierna: plangebied) een nieuwe woningen te realiseren. Om te bepalen of de voorgenomen plannen leiden tot een overtreding van de natuurwetgeving, heeft De Vos Ecologie op basis van een oriënterend veldonderzoek (dd. 31-03-2023) en bronnenonderzoek de effecten van deze geplande ingreep beoordeeld. Deze quickscan is 5 jaar geldig, tenzij in of rond het plangebied in de tussentijd een ander biotoop is ontstaan.
Conclusie Gedurende het globale broedseizoen (1 maart – 1 september) moet rekening worden gehouden met algemene broedvogels door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Verder moet rekening worden gehouden met grondgebonden zoogdieren met een vrijstelling in het kader van de zorgplicht. De geplande werkzaamheden hebben geen negatief effect op beschermde soorten zonder vrijstelling en beschermde gebieden. Het uitvoeren van nader onderzoek en een ontheffing Wnb wordt daarom niet nodig geacht. Deze conclusie wordt hieronder toegelicht.
Kwaliteitsborging David de Vos is reeds 6 jaar als ecoloog werkzaam, eerst bij Bureau Waardenburg en daarna bij ATKB. Op 1 januari 2022 is hij begonnen als zelfstandig ecoloog. In totaal is hij bij meer dan 275 projecten betrokken geweest en heeft meerdere ontheffingen Wnb aangevraagd en verkregen. David voldoet daarmee aan de definitie die Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hanteert van een ecologisch deskundige. Zie voor de definitie: https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-ennatuur/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige
3
02
Inleiding
Plangebied Het plangebied (afbeelding 1) bevindt zich in het stedelijk gebied van Nieuwerkerk a/d IJssel. Het plangebied (afbeelding 3) bestaat uit een soort klein park: een gedeelte met een korte, grazige vegetatie met struiken en bomen langs de rand. In het plangebied is geen bebouwing of open water aanwezig.
Afbeelding 1 Ligging plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van beschermde gebieden in de omgeving (ca. 1,7 km van NNN en ca. 11,5 km van N2000).
Geplande werkzaamheden Het planvoornemen is het realiseren van woningbouw (afbeelding 2). Hierbij wordt vegetatie (tevens bomen) verwijderd, wordt de ondergrond bouwrijp gemaakt met (enig) grondverzet en uiteindelijk nieuwbouw gerealiseerd. Bij de ingreep worden enigszins zware werkzaamheden zoals heiwerkzaamheden uitgevoerd.
Gebiedenbescherming en planologische bescherming Het plangebied ligt buiten beschermde gebieden: Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein (N2000) op ca. 11,5 km en Natuurnetwerk Nederland (NNN) op ca. 1,7 km (zie afbeelding 1). De provincie Zuid-Holland kent voor NNN geen externe werking. Door de afstanden en tussenliggende barrières worden directe effecten op voorhand uitgesloten. De kap van bomen is wel onderdeel van de werkzaamheden, maar door de geringe hoeveelheid (minder dan 1 are) is toetsing aan het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Het plangebied ligt niet in weidevogelgebied. Toetsing aan gebiedenbescherming is niet nodig. De natuurwetgeving en Verordening Ruimte worden niet overtreden door directe effecten.
4
Afbeelding 2 De toekomstige situatie
Afbeelding 3 Impressies plangebied.
Vrijstelling Voor uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling ten aanzien van de volgende algemeen voorkomende beschermde soorten amfibieën en zoogdieren: Bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Een aantal van deze soorten zoals de egel komt naar verwachting voor in het plangebied, maar worden individueel niet behandeld in deze quickscan. De vrijgestelde soorten vallen wel onder de zorgplicht (artikel 1.11) (zie Maatregelen zorgplicht).
5
03
Methodiek
Een quickscan is een eenmalige beoordeling van het plangebied, waarin globaal wordt gekeken naar aanwezige en te verwachten (beschermde) soorten op basis van eigen soorten gebiedskennis (expert judgement) en bronnenonderzoek. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de vigerende natuurwetgeving: Wet natuurbescherming (Wnb). Deze onderscheidt drie beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1), Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10). Het plangebied is op 31-03-2023 bezocht. De weersomstandigheden waren: bewolkt, miezer, 10 graden en 5bft. Aanvullend op het terreinbezoek heeft beperkt bronnenonderzoek plaatsgevonden door de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en verspreidingsatlas.nl te raadplegen. Functie voor beschermde soorten Voor strikt beschermde vissen, grondgebonden zoogdieren, ongewervelden, amfibieën en reptielen is geen geschikt habitat aanwezig door de kleinschaligheid van het terrein en de afwezigheid van (vervallen) bebouwing, open water met redelijke/goede waterkwaliteit en goed ontwikkelde onderwatervegetatie en specifieke waardplanten zoals sleedoorn. Bovendien zorgen honden(bezitters) op het veld en spelende kinderen in de struiken voor de nodige verstoring. Deze soortgroepen worden daarom verder niet behandeld.
Vogels met jaarrond beschermde nestplaats (cat. 1-4) Raadpleging van de NDFF leverde waarnemingen van enkele vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats in de omgeving op zoals de huismus, gierzwaluw, havik, buizerd, boomvalk, sperwer en ransuil. Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels met een jaarrond beschermde nestplaats waargenomen. In het plangebied staat geen bebouwing. Er zijn geen grote nesten aangetroffen. Het plangebied bevindt zich mogelijk in het grotere leefgebied van soorten als de sperwer, maar door de kleinschaligheid van het terrein en de aanwezigheid van hoogwaardiger foerageergebied in de omgeving wordt een negatief effect op voorhand uitgesloten. Het plangebied is geschikt als foerageergebied van huismussen. Door aanwezigheid van tuinen en perken in de directe omgeving heeft het plangebied geen functie als essentieel foerageergebied. Doordat dit geen essentiële functies betreft, is echter een overtreding van de natuurwetgeving niet aan de orde. Vogels met jaarrond beschermde nestplaats (cat. 5) Door de aanwezigheid van voldoende alternatieven in de omgeving heeft het project geen invloed op de lokale staat van instandhouding van deze soortgroep. Deze soorten krijgen in dit geval niet de jaarrond beschermde status en worden behandeld als algemene broedvogels.
Algemene broedvogels Het plangebied heeft voor soorten als de groenling, merel en vink de functie van broedgebied en/of foerageergebied. Tijdens de werkzaamheden zijn in de opgaande begroeiing mogelijk bewoonde vogelnesten aanwezig indien de werkzaamheden plaatsvinden tussen 1 maart en 1 september. Het opzettelijk verstoren of aantasten van nesten waarbij het broedsel mislukt (wezenlijke verstoring of aantasting), is een overtreding van artikel 3.1 van de Wnb.
6
Vleermuizen In de omgeving zijn verschillende soorten waargenomen (NDFF), zoals de gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) vleermuizen waargenomen. Verblijfplaatsen De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan op voorhand worden uitgesloten door het ontbreken van bebouwing en bomen met holten in het plangebied. Een overtreding van de natuurwetgeving is niet aan de orde. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied is geschikt als foerageergebied, maar wordt door de aanwezigheid van tuinen, groenzones en open water (binnen 105 m) in de directe omgeving niet beoordeeld als essentieel foerageergebied. De bomen vormen een lijnvormige structuur en zijn geschikt als onderdeel van een vliegroute, maar worden door de aanwezigheid van andere lijnvormige structuren (bebouwing) niet als onderdeel van een essentiële vliegroute beoordeeld. Een negatief effect op mogelijk foerageergebied en een mogelijke vliegroute kan niet op voorhand worden uitgesloten. Doordat dit geen essentiële functies betreft, is echter een overtreding van de natuurwetgeving niet aan de orde. Planten Raadpleging van de NDFF leverde een waarneming van smalle raai op in de buurt van het plangebied. Deze soort leeft in ponierssituaties zoals akkerranden, spoorbermen etc. Dit habitat is in het plangebied niet aanwezig.
Er zijn geen waarnemingen andere beschermde soorten bekend. Op grond hiervan is beoordeeld dat het plangebied geen betekenis heeft voor beschermde soorten planten. Een overtreding van de natuurwetgeving is niet aan de orde. Maatregelen algemene broedvogels Een overtreding artikel 3.1 van de Wnb (als gevolg van wezenlijke verstoring of aantasting van vogelnesten) kan worden voorkomen door onderstaande voorzorgsmaatregelen: •
•
•
•
Werkzaamheden buiten het globale broedseizoen (deze loopt van 1 maart tot 1 september) uitvoeren. Elk broedgeval is beschermd; ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet wezenlijk verstoord of aangetast dat het broedsel mislukt. Voor wezenlijke verstoring of aantasting van broedgevallen kan geen ontheffing van de Wnb worden verkregen. Voorafgaand aan de werkzaamheden en buiten het broedseizoen (indien nodig) struiken en andere beplanting rooien. De beste periode hiervoor is december t/m februari. Als struiken en andere beplanting niet kunnen worden gerooid buiten het broedseizoen of als andere luidruchtige werkzaamheden in de buurt van de beplanting tijdens het broedseizoen plaatsvinden: voorafgaand aan het werk een broedvogelcontrole uitvoeren en een gebied van normaliter 20-70 meter (afhankelijk van de vogelsoort) rondom de bewoonde nesten tijdens de werkzaamheden ontzien. Raadpleeg bij twijfel een ecoloog.
Maatregelen zorgplicht In het kader van zorgvuldige omgang met alle in het wild levende soorten, moet het opzettelijk verwonden of doden van dieren voorkomen worden om een overtreding van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) te voorkomen. • •
Behoud zoveel mogelijk van de aanwezige beplanting binnen het plangebied (met name bomen en struiken). Werk bij het verwijderen van vegetatie van één kant af naar een (relatief) veilige richting om fauna de kans te geven zelfstandig te vluchten.
7
•
Snoeiafval en hopen stenen/puin direct afvoeren of in een container plaatsen. Deze hopen vormen geschikte broedplaatsen voor diverse soorten broedvogels en verblijfplaatsen voor bijvoorbeeld egels.
8
04
Geraadpleegde bronnen
Internet Beschermde gebieden & soorten • https://pzh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html • https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl Kadastrale Kaarten • https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html • Kennisdocumenten soorten: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuurenlandschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wetnatuurbescherming/ Nationale Databank Flora en Fauna https://ndff-ecogrid.nl/
Natuurwetgeving • www.rvo.nl • https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/aanvraag-wetnatuurbescherming.html
PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart • http://pdokviewer.pdok.nl
Vleermuisprotocol 2021 • https://www.netwerkgroenebureaus.nl/downloads/category/20
9
Toetsingskader
05
Gebiedsbescherming Natura 2000 Het is verboden om zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit wordt ook wel de vergunningplicht genoemd. Deze vergunningplicht is opgenomen in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Artikel 2.7, derde lid, in samenhang met artikel 2.8 Wnb bepaalt wanneer een vergunning mag worden verleend. Natuurnetwerk In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is vastgelegd welke gebieden vanuit Nederlandse wetgeving worden beschermd. Onderdeel van de beschermde gebieden in de Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland betreft een netwerk aan gebieden en verbindingszones die tezamen één geheel vormen en de Nederlandse natuurgebieden verbinden. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de provinciale regels zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe wat inhoudt dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN niet zijn toegestaan tenzij deze geen schadelijke effecten op de aanwezige (natuur)waarden hebben.
Deze waarden zijn vastgelegd als de “wezenlijke kenmerken en waarden” van het NNN. In tegenstelling tot Natura 2000 is toetsing van externe effecten op de aanwezige kenmerken en waarden in de provincie Zuid-Holland niet van toepassing. Naast het NNN kunnen provincies ook andere gebieden planologisch beschermen. In de provincie Zuid-Holland betreft dit Strategische reservering natuurgebied en Belangrijk weidevogelgebied.
Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming worden in het wild levende dier- en plantsoorten beschermd via verschillende bepalingen. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wet natuurbescherming heeft voor soorten drie verschillende beschermingsregimes: •
•
•
Vogelrichtlijn (vogels) (paragraaf 3.1 Wnb): Het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de Vogelrichtlijn. In Nederland gaat het om alle soorten die als broedvogel, standvogel, wintergast, dwaalgast of doortrekker aanwezig kunnen zijn. Habitatrichtlijn (paragraaf 3.2 Wnb): Het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn. Andere (nationale) soorten (paragraaf 3.3 Wnb): Het gaat hier om soorten die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd.
10
•
Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag.
11