CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Nota uitvoering erfgoedvisie 2021-2026 A20.001377

Gemeenteraad 9 februari 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Erfgoedvisie 2021-2026 'verbindend erfgoed'2.506 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Colofon Nota uitvoering erfgoedvisie 2021 - 2026 Versie: B Datum: 10 december 2020 Verantwoordelijke afdeling: Ruimtelijke ontwikkeling Opsteller: Culthis adviesbureau cultuurhistorie, in opdracht van de gemeente Zuidplas.

Fotoverantwoording voorzijde: Molen nummer 1 van de Molenviergang Tweemanspolder, Zevenhuizen (Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, Amersfoort / Documentnummer 530.573)

2

Inleiding

6

Hoofdstuk 1 Personele gevolgen visie 1.1. Positie en samenhang taakvelden 1.2. Formatie 1.3. Samenwerkingen

9 39 39 39

Hoofdstuk 2 Financiële gevolgen visie 2.1. Financiële gevolgen 2.2. Uitgangspunten 2.3. Begroting

40

44 46 48 50

Hoofdstuk 3 Evaluatie 3.1. Evaluatiemomenten Hoofdstuk 4 Uitvoeringsagenda 4.1. Toelichting 4.2. Agenda

3

INLEIDING De Erfgoedvisie Verbindend Erfgoed stelt een ambitieniveau voor de komende jaren. Het niveau is bepaald op basis van de wettelijke verplichtingen met betrekking tot erfgoed en kansen die het erfgoed biedt om bekendheid en draagvlak voor erfgoed te genereren.

Deze visie kan echter niet gerealiseerd worden als er geen budget of fte’s beschikbaar zijn voor de uitvoering van het beleid. Deze Nota uitvoering erfgoedvisie 2021 – 2026 geeft inzage in de personele en financiële gevolgen. Daarnaast geven we in deze nota inzicht in de evaluatiemomenten van de erfgoedvisie. Als laatste is er in deze nota een uitvoeringsagenda opgenomen. Deze is gebaseerd op de in deze nota opgenomen begroting en inzet van 1 fte erfgoedmedewerker. Indien de begroting of de personele bezetting wordt gewijzigd, zal ook de uitvoeringsagenda aangepast moeten worden.

4

HOOFDSTUK 1 PERSONELE GEVOLGEN VISIE 1.1. Positie en samenhang taakvelden De erfgoedmedewerker zal worden gepositioneerd op de afdeling Ruimte, cluster Ruimtelijk beleid. De verschillende taken en aandachtvelden waarmee de erfgoedmedewerker te maken zal krijgen, maakt een keuze voor de plek van de medewerker niet eenduidig. Toch is er vanuit het oogpunt van de aanstaande Omgevingswet een weloverwogen keuze gemaakt voor positionering binnen de afdeling Ruimte. De raakvlakken met de fysieke leefomgeving zijn sterk en de tijdsdruk bij ontwikkelingen vaak groot. Korte lijnen met de medewerkers ruimtelijke ontwikkeling en planologie zijn essentieel voor het tijdig inpassen van erfgoed in de fysieke leefomgeving.

De erfgoedmedewerker is een allrounder, tenminste in de zin dat deze persoon moet kunnen schakelen met alle verschillende taakvelden binnen de gemeente. Hierbij heeft de erfgoedmedewerker ook vaak alleen een advies- of initiatiefrol, waarbij de uitvoering door een ander taakveld wordt opgepakt. Hierbij valt te denken aan projecten/ beleidsontwikkeling rondom cultuur, educatie, recreatie, natuur en vastgoedbeheer. Deze verdeling is terug te zien in de formatie die we noodzakelijk achten voor de erfgoedmedewerker. 1.2. Formatie De verschillende taken en aandachtvelden, de benodigde integraliteit en proactieve houding van de nieuwe erfgoedmedewerker vereisen een inzet tussen o,8 tot 1 fte. Gedurende deze beleidsperiode zal deze fte projectmatig moeten worden aangevuld om alle activiteiten uit de visie uit te kunnen voeren. Hiermee is in de begroting van de diverse projecten rekening gehouden. Na deze eerste zes jaar zullen alle grote projecten gerealiseerd zijn. De ervaring bij andere gemeenten leert, dat de werkzaamheden van de vaste medewerker erfgoed niet zullen afnemen. De toename van de focus op het taakveld vraagt ook na deze fase continue input in verschillende projecten en in de contacten met de erfgoedpartners. De aanvullende projectinzet zal na het uitvoeren van de in deze visie genoemde projecten nog slechts incidenteel noodzakelijk zijn.

Het werk- en denkniveau van een beleidsmedewerker erfgoed dient minimaal HBO te zijn. In de meest ideale situatie wordt een medewerker ingezet met aantoonbare deskundigheid (opleiding) en ervaring op het werkgebied van erfgoed. In andere gevallen is met name de gedrevenheid om het vakgebied op de rails te willen zetten en affiniteit met het onderwerp noodzakelijk. Aanvullende deskundigheid moet dan door middel van bijscholing gerealiseerd worden. 1.3. Samenwerkingen De gemeente is verantwoordelijk voor het stellen van kaders en de erfgoedzorg in het kader van de ruimtelijke ontwikkeling en vergunningsplichtige activiteiten aan een monument. Voor de andere doelstellingen in deze visie ziet de gemeente vooral een rol voor zichzelf weggelegd als aanjager, initiator en opdrachtgever. Daarbij trekt zij waar nodig de regierol naar zich toe, maar zal zij waar mogelijk alleen faciliteren. De zorg voor erfgoed is namelijk niet een taak van de overheid alleen. Er is ook een duidelijke rol weggelegd voor de inwoners en de belangenorganisaties. Om het werk van de erfgoedmedewerker in te kaderen, zullen we binnen projecten steeds zoeken naar intergemeentelijke samenwerkingen, zoals de recreatieschappen, en naar samenwerkingspartners uit de samenleving. Dat kunnen historische verenigingen of molenvereniging zijn, maar ook platforms als Mooi Zuidplas.

Daarnaast ligt in de huidige situatie een rol voor de vergunningverlening rondom monumenten bij de Omgevingsdienst Midden-Holland. Hoewel er afstemming zal moeten plaatsvinden over de kaders en de vergunningverlening voor monumenten, blijft deze taak bij de Omgevingsdienst.

5

HOOFDSTUK 2 FINANCIËLE GEVOLGEN VISIE

2.1. Financiële gevolgen De financiën voor het uitvoeren van deze visie bestaan uit structurele en incidentele kosten. De structurele kosten zijn bedoeld om jaarlijks te kunnen investeren in de zichtbaarheid van erfgoed, educatie, ondersteuning monumenteneigenaren en publieksbereik. Onder deze kosten vallen ook de erfgoedleden van een erfgoedcommissie. Daarnaast zijn de structurele kosten voor 1 fte erfgoedmedewerker in het overzicht opgenomen. De incidentele kosten zijn bedoeld voor het realiseren van enkele projecten, die onder andere noodzakelijk zijn om een inhaalslag te maken, zoals de gemeentebrede inventarisatie. Daarnaast wordt nog een indicatie gegeven van de kosten van nader uit te werken projecten. Deze maken nu nog geen onderdeel uit van de financiële gevolgen van deze visie. Dit zijn concrete projecten, zoals de dorpsgerichte projecten en een eventuele stimuleringsregeling. 2.2 Uitgangspunten De begroting is gebaseerd op de ontwikkeling van het taakveld vanaf het huidige nulpunt naar een punt waarop we als gemeente voldoen aan onze wettelijke taken en erfgoed zichtbaar en bekend is binnen de gemeente. Daarvoor is het noodzakelijk om een inhaalslag te maken. Het betreft dus opbouwkosten voor taakveld voor de komende zes jaar. Na deze beleidsperiode komt het taakveld in een onderhoudssituatie, waarop de begroting aangepast kan worden.

Dit zal worden meegenomen in een evaluatie aan het einde van de beleidsperiode. Dit betekent niet dat na zes jaar alle structurele en incidentele lasten komen te vervallen. Het komt erop neer dat bedragen bijgesteld kunnen worden, dan wel niet meer allemaal noodzakelijk zijn. De lasten voor de erfgoedmedewerker, ondersteuning aan projecten en eigenaren en dergelijken zullen ook in een onderhoudssituatie noodzakelijk zijn om te voorkomen dat behaalde resultaten verloren gaan. De kosten voor de adviescommissie kunnen dan geëvalueerd worden. Indien het aantal vergaderingen en de lengte van de vergaderingen dat toestaat kan bij de evaluatie van het beleid in 2024 (paragraaf 4.5) gekeken worden of het gehele budget noodzakelijk is of dat de kosten kunnen worden bijgesteld. Het doel van de onderstaande begroting is gebaseerd op samenwerking. Wij willen zelf initiatief nemen en investeren in projecten, maar zullen waar mogelijk steeds zoeken naar cofinanciering bij en met onze erfgoedpartners. Toch zijn er ook projecten die geheel onder onze verantwoordelijkheid en taakstelling vallen. Deze zijn ook als zodanig begroot. Net als bij de personele gevolgen hebben we gekeken ook voor de begroting gekeken naar onze omgeving. De beschikbare budgetten voor erfgoed zijn zeer wisselend en hangen nauw samen met de stand van het beleid.

Zo zitten veel gemeenten met een lange geschiedenis aan erfgoedbeleid, lees up-to-date erfgoedbeleid, op een bedrag tussen €50.000 en €70.0001 per jaar exclusief de kosten voor een erfgoedmedewerker en de adviescommissie. De gemeente Krimpenerwaard heeft eind 2016 erfgoedbeleid vastgesteld. Dit was toen ook om een inhaalslag te maken na de fusie, waarbij sommige voormalige gemeenten wel beleid hadden gevoerd en andere niet. Voor de harmonisatie en het invullen van de wettelijke taken is destijds voor een beleidsperiode van 6 jaar een structureel budget vastgesteld dat net iets boven het voor deze visie geraamde budget ligt2. Los hiervan stonden ook de personeelskosten en de kosten van een adviescommissie. 2.3. Begroting Op dit moment is er binnen de begroting geen budget opgenomen voor erfgoed. Alleen voor de huidige monumentencommissie is een bedrag van € 1700 beschikbaar, die wordt gebruikt voor de vergoeding van de aanwezigheid van de leden. Voor het uitvoeren van de werkzaamheden en de 1 Leiderdorp, Kaag en Braassem, Nissewaard 2 Beleidsnota ‘Rijker door erfgoed 2017 – 2022’

6

erfgoedmedewerker zullen structurele en incidentele kosten gemaakt moeten worden. In de hieronder opgenomen tabel is een overzicht van de kosten die we jaarlijks zullen maken gedurende de looptijd van het beleid. Beleidsjaar/ 2021 2022 2023 2024 2025 2026

jaarlijkse begroting

225.000 225.000 225.000 225.000 170.000 170.000

De jaarlijkse begroting is gebaseerd op de onderstaande besteding aan structurele en incidentele lasten voor de realisatie van het beleid. Structurele personele lasten per beleidsjaar Pijler/actiepunt Doel 1/A1 1.A1 Erfgoedmedewerker 1/A5 Erfgoedleden commissie ruimtelijke kwaliteit3

Totaal

Kosten 80.000 20.000 100.000

Structurele lasten projecten per beleidsjaar Pijler/actiepunt Doel 3/A2 en A4 Informatievoorzieningen en recreatie – eigen projecten

Kosten 20.000

4/A4 – A5

Stimuleringsbudget publieksbereik en onderhoud

55.000

Totaal

75.000

Incidentele kosten per beleidsperiode Pijler/actiepunt Doel 1/A3 Opstellen digitale cultuurhistorische waardenkaart Inventarisatie begraafplaatsen en grafmonumenten 3/A1 Monumentenschildjes 3/A5 Uitbreiden redengevende omschrijvingen 3/B1-B4 Dorpsgerichte projecten identiteit versterken, excl. de planontwikkeling Steenovens Klein-Hitland4 4/A2 Brochure Omgang met erfgoed

Totaal over gehele beleidsduur

Kosten 65.000 20.000 15.000 20.000 60.000 10.000 190.000

3 Bij dit bedrag is uitgegaan van meerdere deskundige erfgoedleden met diverse disciplines, die één à twee keer per maand tegen een BNA

uurtarief (dat landelijk voor de meeste professionele adviescommissies wordt gehanteerd) maximaal 3 uur vergaderen. De samenstelling en adviestaken van deze commissie zal in de Verordening Leefomgeving worden uitgewerkt. 4 Een raadsvoorstel voor een begroting op basis van een concreet planvoorstel zal eind 2020 aan de raad worden voorgelegd.

7

Nadere uitwerking projecten In deze visie wordt rekening gehouden met het verder uitwerken van de dorpsgerichte identiteitsversterkende projecten en onderzoeken, en het opstellen van een stimuleringsregeling voor het zichtbaar maken van erfgoed en het stimuleren van onderhoud (acties 3/B1-B4 en 4/A4 – A5). Voordat het hiervoor gereserveerde budget wordt ingezet zal een voorstel voor de invulling van deze projecten/ regelingen aan de raad worden voorgelegd.

8

HOOFDSTUK 3 EVALUATIE

3.1 Evaluatiemomenten Nu we een visie met concrete actiepunten hebben, zullen we eraan moeten werken om de aandacht te behouden. Het is in het belang van het erfgoed dat er continuïteit en draagvlak is voor het taakveld. Het beleid heeft een looptijd van 6 jaar. In deze beleidsperiode gaan we ons inzetten voor het behalen van al onze doelen. We realiseren ons echter dat zich gedurende de beleidsperiode omstandigheden voor kunnen doen, die het noodzakelijk maken nog eens goed naar de haalbaarheid van onze doelen te kijken. Het bovengenoemde geeft aanleiding jaarlijks een voortgangsrapportage in de vorm van een raadsmemo op te stellen om zo de stand van zaken te delen. Waar nodig kan op die momenten worden bijgestuurd of prioriteiten worden gesteld. Deze visie biedt immers voldoende ruimte om binnen de hierin vastgestelde kaders en doelstellingen, indien dat uit het beleidsverslag naar voren komt, te acteren op vragen uit de samenleving of veranderende inzichten. Ook aan het einde van de beleidsperiode, zullen we als voorzet naar een nieuwe visie, verslag doen van de uitkomsten van de behaalde doelen uit deze visie.

9

HOOFDSTUK 4 UITVOERINGSAGENDA

4.1. Inleiding In de visie erfgoed Verbindend Erfgoed 2021 – 2026 is de visie geformuleerd om het erfgoed binnen de gemeente beter onder de aandacht te brengen en tevens de wettelijke taken op juiste wijze in te richten. Om de doelen te bereiken zijn concrete acties benoemd. We realiseren ons dat we niet alles tegelijkertijd kunnen doen. Sommige dingen kosten meer tijd om voor te bereiden of om overleg met andere partijen te voeren of vragen veel inzet binnen de organisatie. Om niet gelijk spaak te lopen in het realiseren van de doelstellingen van de visie, houden we de bijgevoegde agenda als leidraad. We willen voorkomen dat het een keurslijf wordt, waardoor we niet kunnen anticiperen op wat er op ons pad komt. Daarom zullen we binnen de jaarlijkse evaluatie beoordelen of agenda nog voldoet of dat het noodzakelijk is binnen de kaders van de visie andere prioriteiten te stellen. Overigens geldt voor een aantal projecten die een relatie met de wettelijke verplichten hebben, dat deze niet voor ons uit geschoven kunnen worden. Om de doelen van de visie te kunnen behalen, zullen deze zo spoedig als mogelijk opgepakt moeten worden. 4.2. Agenda We realiseren ons dat er veel te doen is. De agenda bepaalt waar we in welk tijdvak van de beleidsperiode aan willen werken.

Sommige projecten zullen daarbij snel klaar zijn en andere zullen de gehele beleidsperiode in beslag nemen of komen later pas aan de orde om uit te voeren. Het onderstaande schema brengt dit in beeld per actie. De agenda kan het beeld schetsen dat er in het begin van de beleidsperiode (te) veel wordt opgestart, maar zaken als het onderhouden en versterken van contacten (pijler 2) is een punt dat vanaf het begin moet worden opgepakt. Door de verdeling van taken over de (externe) projectondersteuning, projectuitvoerders en interne medewerkers, kunnen zaken naast elkaar worden opgestart. Bij het opstellen van deze agenda is rekening gehouden met het type project/actie en de eventuele verdeling van werkzaamheden tussen afdelingen, erfgoedpartners en de erfgoedmedewerker. In de aanloop naar acties en na het realiseren van een doel, is het vaak nodig daarna het eindresultaat te onderhouden door het steeds terug te laten komen in de werkzaamheden, te evalueren/monitoren of het in te passen in het beleid. Ook hier is in de agenda rekening mee gehouden.

Pijler/Actie 1.A1 - Aanstellen erfgoedambassadeur 1.A2 - De keten op orde – uitvoering ‘dagelijkse praktijk’ - activiteiten (intern advies, e.d.) 1.A3 - Bestaande monumenten in beeld 1.A3 - Bestaand dorpsgezicht in beeld

2021

2023

2024

2025

2026

Na helder stellen taken/rollen – blijvende actie om de plek van erfgoed te bewaken.

Voor 1e Inpassen in beleid helft Inpassen in beleid

1.A3 - Gemeentebrede inventarisatie 1.A3 - Inventarisatie begraafplaatsen 1.A4 – Beeldbepalende panden 1.A5 – Kaders omgang eigen erfgoed 1.A6 – Integrale adviescommissie

2022

Begin 2021 realiseren

Vóór 1 jan 2022

2. A1 – Contacten monumenteneigenaren 2.A2 – Externe contacten versterken 2.A3 – Contacten cultuurorganisaties 2. B1- Contacten erfgoedorganisaties 3.A1 - Monumentenschildjes 3.A2 – Informatie bij relevant erfgoed

10

3.A3 – Versterken erfgoed in recreatie 3.A4 – Samenhang erfgoed verbeteren 3.A5 – Vertellen verhalen 3.A6 – Erfgoedonderwijs basisonderwijs 3.A6 – erfgoedonderwijs MO en volwassenen 3.A7 – Open Monumentendag 3.B1 - Moerkapelle 3. B2 – Moordrecht 3.B3 – Nieuwerkerk aan den IJssel 3.B4 – Zevenhuizen 4.A1 – Kennisoverdracht site 4.A2 – Richtlijnen omgang met erfgoed 4.A3 + A4 – stimuleringsregeling

Monitoring effecten Monitoring effecten

Gedurende beleidsperiode opbouwen Opstellen jaar 1

Verwerken aanvragen 1e kwartaal

Evaluatie beleid

4e kwartaal

- Concrete actie om doel te behalen of taakveld op orde te krijgen (werklast hoog) - Doorlopende aandacht, maar doel spreidt zich over meerdere jaren uit (werklast beperkt) of aan-/uitloopperiode naar/na een concrete actie. - Geen concrete actie op dat moment

11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9584882/1