CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Bijlage 2 MER Middengebied Zuidplaspolder A24.000169

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 131.396 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Middengebied Zuidplaspolder Milieueffectrapport

Sweco Nederland B.V. Onderwerp: Projectnummer: Klant: Datum: Auteur:

Handelsregister 30129769 Middengebied Zuidplaspolder 51007971 Gemeente Zuidplas 18-08-2023 Matthijs Vrij Peerdeman

2/324

Inhoudsopgave

1.

Inleiding ....................................................................................................................... 22 1.1 Zuidplaspolder ................................................................................................... 22 1.2 Milieueffectrapportage ....................................................................................... 24 1.3 Bestemmingsplan verbrede reikwijdte .............................................................. 28 1.4 Leeswijzer ......................................................................................................... 29

2.

Locatiekeuze, beleidskader en ambities ..................................................................... 32 2.1 Locatiekeuze ..................................................................................................... 32 2.2 Beleidskader...................................................................................................... 35

3.

Onderzoeksmethodiek ................................................................................................ 40 3.1 Inleiding ............................................................................................................. 40 3.2 Plangebied en studiegebied .............................................................................. 40 3.3 Opbouw effectbeoordeling ................................................................................ 41 3.4 Beoordelingskader ............................................................................................ 47 3.5 Mitigerende, optimaliserende en compenserende maatregelen ....................... 49

4.

Huidige situatie en autonome ontwikkeling: beschrijving en waardering .................... 50 4.1 Inleiding ............................................................................................................. 50 4.2 Samenvatting referentiesituatie en ambities ..................................................... 51

5.

Planvoornemen en alternatieven................................................................................. 53 5.1 Inleiding ............................................................................................................. 53 5.2 Samenvatting alternatieven ............................................................................... 54 5.3 Planvoornemen (basisalternatief) ..................................................................... 58 5.4 Alternatieven ..................................................................................................... 61

6.

Effectbeoordeling alternatieven ................................................................................... 67 6.1 Inleiding ............................................................................................................. 67 6.2 Mobiliteit ............................................................................................................ 68 6.3 Geluid ................................................................................................................ 80 6.4 Luchtkwaliteit ..................................................................................................... 93 6.5 Gezondheid ..................................................................................................... 100 6.6 Externe veiligheid ............................................................................................ 109 6.7 Archeologie, cultuurhistorie en landschap ...................................................... 117 6.8 Bodem ............................................................................................................. 130 6.9 Water ............................................................................................................... 139 6.10 Natuur 163 6.11 Duurzaamheid ................................................................................................. 179 6.12 Klimaat 188

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: sweco.projectId Datum: 18-08-2023

Versie:

Document referentie: \\sweco.se\nl\ams01\project\5305\51007971_zuidplaspolder_mer_bestemmingsplan\02_project\c_werkdocumenten\mer\mer middengebied zuidplaspolder - d0.docx

3/324

6.13 6.14 6.15 6.16

Wonen 193 Werken 201 Onderscheidende effecten realisatiefase ........................................................ 209 Doorkijk naar Omgevingswet .......................................................................... 214

7.

Voorkeursalternatief .................................................................................................. 216 7.1 Inleiding ........................................................................................................... 216 7.2 Voorstellen voor Voorkeursalternatief (VKA) .................................................. 216 7.3 Voorkeursalternatief: een beschrijving ............................................................ 230

8.

Effectbeoordeling VKA en doelbereiking alternatieven ............................................. 235 8.1 Inleiding ........................................................................................................... 235 8.2 Effectbeoordeling Voorkeursalternatief ........................................................... 236 8.3 Botsproef maatregelen .................................................................................... 292 8.4 Doelbereiking ambities .................................................................................... 292

9.

Realisatiefase en tussenfase .................................................................................... 294 9.1 Inleiding ........................................................................................................... 294 9.2 Activiteiten realisatiefase ................................................................................. 294 9.3 Beoordelingskader .......................................................................................... 295 9.4 Effectenanalyse realisatiefase ........................................................................ 296 9.5 Effecten tussenfases ....................................................................................... 304 9.6 Samenvatting realisatiefase/tussenfase en conclusie .................................... 308

10.

Borging maatregelen, leemte in kennis en monitoring en evaluatie ......................... 309 10.1 Inleiding ........................................................................................................... 309 10.2 Borging van maatregelen ................................................................................ 310 10.3 Leemten in kennis ........................................................................................... 316 10.4 Monitoring en evaluatie ................................................................................... 321

Bijlagen: Bijlage 0 Geraadpleegde bronnen Bijlage 1 Toetsing bouwstenen provincie Bijlage 2 Beleidskader Bijlage 3 Foto van de leefomgeving Bijlage 4 Alternatieven Bijlage 5 Ambities Bijlage 6 Confrontatie maatregelen VKA

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: sweco.projectId Datum: 18-08-2023

Versie:

Document referentie: \\sweco.se\nl\ams01\project\5305\51007971_zuidplaspolder_mer_bestemmingsplan\02_project\c_werkdocumenten\mer\mer middengebied zuidplaspolder - d0.docx

4/324

Samenvatting Introductie In de Zuidelijke Randstad is er een grote vraag naar nieuwe woningen en nieuwe locaties voor bedrijven. De gemeente Zuidplas wil een deel van de vraag naar woningen beantwoorden door de realisatie van een nieuw dorp in het Middengebied van de Zuidplaspolder. Daarnaast wordt er nieuwe bedrijfsruimte gerealiseerd naast de bestaande bedrijventerreinen Doelwijk en Gouwepark. Op de daken van de woningen en bedrijven en aan de randen van het dorp is ruimte voor het opwekken van duurzame energie en het realiseren van een blauw-groen netwerk. De ontwikkeling van het Middengebied heeft gevolgen voor de huidige fysieke leefomgeving. Daarnaast vindt de ontwikkeling plaats in een gebied dat vanuit bereikbaarheid over de weg en vanuit klimaatverandering nu al onder druk staat. In dit MER is onderzocht wat de effecten zijn van de ontwikkelingen in het Middengebied, maar ook op welke manier deze ontwikkeling op een toekomstbestendige manier uitgevoerd kan worden. Uit het MER blijkt dat de ontwikkeling zowel negatieve als positieve effecten heeft. Negatieve effecten door bijvoorbeeld een toename van hinder voor huidige bewoners van het Middengebied. Ook de bestaande infrastructuur (N219, A12 en A20) zullen zwaarder worden belast. Daar staat tegenover dat de ontwikkeling kansen biedt voor de ontwikkeling van meer natuur en kan leiden tot meer biodiversiteit.

Daarnaast kan als onderdeel van de ontwikkeling beter worden ingespeeld op de klimaatverandering, wat het gebied klaar maakt voor de toekomst. In deze samenvatting worden de belangrijkste resultaten van het MER op een rijtje gezet. Een uitgebreidere toelichting op de onderzochte effecten is te vinden in het hoofdrapport van het MER of in meer detail in de diverse deelrapporten die bij het MER zitten.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

5/324

Figuur S.1 | Ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving, inzet is de grens van het plangebied Middengebied Zuidplaspolder.

Planvoornemen Het planvoornemen is de realisatie van 8.000 woningen in 2040. De woningen komen in een nieuw dorp in de gemeente Zuidplas (Vijfde Dorp). Het Vijfde Dorp kent ook een voorzieningengebied in het hart van het dorp. Ten noordoosten van het Vijfde Dorp worden twee bedrijventerreinen mogelijk gemaakt: Doelwijk II en Gouwepark II. Samen hebben deze bedrijventerreinen een uitgeefbaar oppervlak van 47 hectare. Uitgangspunt is dat er bedrijven in milieucategorie 3 komen, in Doelwijk II kan op een enkele plek in het midden van het bedrijventerrein een hogere milieucategorie (4), komen. Verder bestaat het planvoornemen uit het toekomstbestendig maken van het watersysteem, het realiseren van verschillende groenzones/natuurgebieden rondom het Vijfde Dorp (Groene Schakel, Koning Willem I bos, Groene Waterparel) en minimaal één park in het Vijfde Dorp). Er worden twee nieuwe ontsluitingswegen aangelegd en ook de bestaande Middelweg zal als ontsluitingsweg worden ingericht. In het Vijfde Dorp komt een rondweg (Groene Slinger). Tot slot is het voornemen om de ontwikkeling energieneutraal te maken. Daarvoor wordt onder meer voorzien in de realisatie van een energielandschap. Doel van het milieueffectrapport De gemeente Zuidplas wil de ontwikkeling van het Middengebied mogelijk maken door een nieuw bestemmingsplan vast te stellen.

Op basis van het nieuwe bestemmingsplan kunnen vergunningen worden verleend om tot realisatie van het planvoornemen te komen. Het bestemmingsplan wordt vastgesteld door de gemeenteraad. Voorafgaande daaraan besluit het college dat het ontwerp van het bestemmingsplan ter inzage wordt gelegd. De procedure voor de milieueffectrapportage (m.e.r.) wordt doorlopen ter ondersteuning van de besluitvorming over het bestemmingsplan. Deze procedure zorgt ervoor dat het milieubelang volwaardig wordt meegewogen in de planvoorbereiding. In een MER – het rapport waarin de resultaten van de m.e.r.-procedure wordt vastgelegd – worden de gevolgen van de voorgenomen activiteit voor het milieu en de fysieke leefomgeving in bredere zin, inzichtelijk gemaakt.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

6/324

Kader 10.1: Twee bestemmingsplannen voor het Middengebied Gekozen is om voor het Middengebied Zuidplaspolder twee Crisis- en herstelwet (Chw)bestemmingsplannen op te stellen: één voor het ontwikkelgebied en één voor het gebied dat meer conserverend bestemd wordt. Beide plannen worden kort na elkaar opgesteld en in procedure gebracht. Het MER Middengebied Zuidplaspolder is opgesteld ten behoeve vn beide bestemmingsplannen. Wanneer in deze samenvatting over ‘bestemmingsplan’ wordt gesproken, wordt beide bestemmingsplannen bedoeld, tenzij expliciet anders aangegeven. Het Chw-bestemmingsplan voor het ontwikkelgebied van het Middengebied Zuidplaspolder maakt de realisatie van het Vijfde Dorp, de bedrijventerreinen, het energielandschap en het bosgebied mogelijk. Het Chw-bestemmingsplan voor het conserverende deel van het Middengebied Zuidplaspolder voorziet allereerst in een passende en actuele regeling voor de bestaande functies in het gebied en biedt beperkt ruimte voor natuur- en waterontwikkeling, transformatie en (door)ontwikkeling van agrarische en andere bestaande functies. Het Chw-bestemmingsplan voorziet in een juridisch-planologisch kader met de benodigde flexibiliteit.

Opbouw van het milieueffectrapport: een leeswijzer Hoofdrapport, bijlagen en deelrapporten Het resultaat van de procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) is het milieueffectrapport (MER). Dit is het centrale document waarin het plan, de alternatieven en de resultaten van alle onderzoeken en analyses zijn samengevat en waarin de conclusies worden beschreven. Bij het MER zitten verschillende bijlagen. Er zijn twee type bijlagen: uitgebreidere uitwerkingen van het hoofdrapport (bijlage 1 t/m 6) en deelrapporten. Deze deelrapporten bevatten de volledige analyse en effectbeschrijving en -beoordeling van één omgevingsthema. Figuur S.2 geeft een overzicht van de bijlagen en deelrapporten bij het MER.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

7/324

Figuur S.2 | Overzicht van bijlagen en deelrapporten bij het MER Middengebied Zuidplaspolder

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

8/324

Van referentiesituatie, via alternatievenvergelijking naar voorkeursalternatief In dit milieueffectrapport is in een aantal stappen onderzocht wat de effecten zullen zijn van de ontwikkeling van het Middengebied. De stappen zijn weergegeven in figuur S.3. Als eerst is de huidige situatie beschreven om een beeld te krijgen van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Hierbij zijn ook de ambities van de gemeente beschreven. Mede op basis van de beschrijving van de referentiesituatie, de ambities van de gemeente en advies van de Commissie m.e.r., zijn alternatieven samengesteld. De effecten van de alternatieven zijn onderzocht, beschreven en onderling met elkaar vergeleken. Dit geeft een eerste beeld van de effecten en van de bandbreedte waarbinnen deze kunnen optreden. Op basis van de effectbeoordeling van de alternatieven, is een advies gegeven voor een voorkeursalternatief (VKA). Mede op basis van dit advies heeft het College van B&W een VKA vastgesteld. Doordat het VKA is samengesteld uit onderdelen van verschillende alternatieven, kunnen de effecten ook net anders uitpakken. Daarom zijn de effecten van het VKA apart in beeld gebracht.

De gemeente had vooraf ambities bij de ontwikkeling van het Middengebied. Getoetst is of met het VKA de ambities bereikt kunnen worden. Het MER eindigt met een overzicht van hoe er voor wordt gezorgd dat de maatregelen uit het VKA worden uitgevoerd en welke onderwerpen in de toekomst vragen om monitoring en evaluatie. Figuur S.3 | Stappenplan MER Middengebied Zuidplaspolder

In deze samenvatting wordt niet ingegaan op hoe de referentiesituatie er uit ziet en welke ambities de gemeente heeft bij de ontwikkeling van het Middengebied (stap 1). Hiervoor wordt verwezen naar hoofdstuk 5 van het milieueffectrapport en bijlage 3 en 5 bij het MER. In het MER is twee keer een effectbeschrijving en -beoordeling uitgevoerd. In stap 3 zijn vijf alternatieven met elkaar vergeleken (zie voor een toelichting op de alternatieven: ‘Welke situaties zijn in het MER onderzocht?’). Met deze alternatievenvergelijking zijn de bandbreedtes van de effecten in beeld gebracht. Dit effectonderzoek heeft vooral tot doel om te bepalen wat er

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

9/324

maximaal mogelijk is in het gebied. Dit kan per omgevingsaspect verschillen. Het resultaat van deze alternatievenvergelijking heeft geleid tot een voorkeursalternatief (VKA). Van dit VKA zijn vervolgens opnieuw de effecten (integraal) beschreven en beoordeeld. Omdat het VKA is samengesteld uit verschillende elementen van de vijf eerder onderzochte alternatieven, kunnen effecten anders zijn dan eerder beschreven en beoordeeld. Bij het lezen van dit MER is het dus belangrijk om in het oog te houden naar welke effectbeoordeling u op dat moment kijkt. De effectbeschrijving/beoordeling van de vijf alternatieven kunnen op onderdelen zijn gebaseerd op andere uitgangspunten dan de effectbeschrijving/-beoordeling van het VKA. Om snel te kunnen zien op welke punten de effecten van het VKA afwijkt van de effecten van het eerste effectonderzoek, worden in hoofdstuk 8 van het MER afwijkende effecten gemarkeerd weergegeven. De effecten zijn in de vorm van een relatieve plus/min-beoordeling weergegeven ten opzichte van de referentiesituatie. Om de effecten van het planvoornemen te kunnen bepalen ten opzichte van de referentiesituatie, is de referentiesituatie in stap 3 en 5 altijd het 0-punt. Een effect is namelijk ten opzichte van deze referentiesituatie neutraal, positief of negatief.

Voor de beoordeling van de milieueffecten zijn de volgende aanduidingen gehanteerd: ++ sterk positief effect + positief effect 0/+ beperkt positief effect 0 geen positief en geen negatief effect 0/negatief effect beperkt negatief effect -sterk negatief effect Bij de effectbeschrijving en -beoordeling van de vijf alternatieven beoordelen we in eerste instantie de effecten van het basisalternatief. Vervolgens wordt ingegaan op de onderscheidende verschillen van de overige vier alternatieven ten opzichte van het basisalternatief. Daarbij is elke keer de vraag: verandert de beoordeling van het basisalternatief wanneer de maximale maatregelen uit één van de overige vier alternatieven wordt toegepast. Dit wordt als volgt in een tabel weergegeven:

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

10/324

Alternatievenvergelijking

Nulmeting

Figuur S.4 | Voorbeeld beoordeling basisalternatief en alternatieven ‘hoeken van het speelveld’

Welke situaties zijn in het MER onderzocht? In dit MER zijn de volgende situaties onderzocht: • Huidige situatie: De situatie zoals die op dit moment buiten te zien is. • Referentiesituatie: de huidige situatie aangevuld met de nu bekende autonome ontwikkelingen. • Basisalternatief: de ontwikkeling van het Middengebied zoals beschreven in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder en vastgesteld door de gemeenteraad (19 mei 2021), afgesproken in de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (1 juli 2021) en verder uitgewerkt in het Stedenbouwkundige Casco Middengebied Zuidplaspolder (januari 2022). Dit alternatief bevat uitgangspunten voor o.a. wonen, bedrijvigheid, natuur/groen, waterhuishouding, klimaatadaptatie, mobiliteit, circulariteit en energie. • Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’: In dit alternatief gelden dezelfde uitgangspunten als het basisalternatief. Er is echter gezocht naar maatregelen die er voor zorgen dat het plangebied maximaal klimaatrobuust wordt. • Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’: In dit alternatief gelden dezelfde uitgangspunten als het basisalternatief. Er worden echter extra maatregelen getroffen om de mobiliteit in het gebied duurzamer te maken. • Alternatief ‘Circulair / energieneutraal’: In dit alternatief gelden dezelfde uitgangspunten als het basisalternatief.

Op het gebied van circulariteit en duurzame energie worden echter extra maatregelen aan dit alternatief toegevoegd. • Alternatief ‘Groen-blauw raamwerk’: In dit alternatief gelden dezelfde uitgangspunten als het basisalternatief. Het groen-blauwe raamwerk wordt in dit alternatief verder uitgebreid en maximaal ingezet op natuurontwikkeling.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

11/324

Planvoornemen

•

Voorkeursalternatief: Het alternatief dat – mede op basis van de alternatievenvergelijking – door het College van B&W is vastgesteld en wordt opgenomen in het bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder. Het college is vrij om, op basis van de uitkomsten van het MER, een bestuurlijke afweging te maken over de samenstelling van het Voorkeursalternatief. In deze afweging kunnen, naast milieueffecten, ook politiek-bestuurlijke aspecten en (financiële) haalbaarheid worden meegewogen. Het vastgestelde VKA kan daarom afwijken van de adviezen die uit het MER naar voren komen. Het VKA bestaat uit het basisalternatief, aangevuld met elementen uit alle vier de onderzochte alternatieven (Maximaal klimaatrobuust, Duurzame mobiliteit, Circulair/duurzame energie en Groen-blauw raamwerk). Zie hoofdstuk 7.3 van het MER voor een vergelijking tussen de adviezen uit het MER voor het VKA en het uiteindelijk vastgestelde VKA.

In hoofdstuk 5 van het MER zijn de alternatieven samengevat beschreven. Daar zijn ook kaartjes opgenomen die visualiseren wat er als onderdeel van de alternatieven is onderzocht. Een uitgebreide beschrijving van de alternatieven met toelichting op gemaakte keuzes, is opgenomen in bijlage 4 bij het MER (Alternatievenbeschrijving). Op zoek naar uitersten: de hoeken van het speelveld In de vier alternatieven die naast het basisalternatief worden betrokken, wordt gezocht naar de hoeken van het speelveld. Daarmee wordt bedoeld: “wat is er maximaal mogelijk in het plangebied? En wat zijn daarvan de potentiële effecten?”. Deze benadering is gekozen op advies van de Commissie voor de milieueffectrapportage (advies voor de reikwijdte en detailniveau van het MER, oktober 2021). Om te komen tot een maximale invulling op themaniveau, is gezocht naar uiterste maatregelen die daar aan kunnen bijdragen. Dit betekent echter niet dat deze maatregelen ook daadwerkelijk in het Middengebied uitgevoerd gaan worden. Het onderzoek naar deze uiterste maatregelen (hoeken van het speelveld) kan worden gezien als een zoektocht naar wat maximaal in het gebied gedaan kan worden en wat daarvan de effecten zullen zijn. Of maatregelen vervolgens ‘gekozen’ worden als onderdeel van het VKA, hangt van veel verschillende factoren af.

Naast de effecten die optreden als gevolg van een maatregel, kan een maatregel ook ‘botsen’ met een andere maatregel, kunnen er praktische redenen zijn waarom een maatregel niet mogelijk blijkt te zijn en worden er bestuurlijke afwegingen gemaakt. Het MER is bedoeld om input te geven voor het maken van deze keuzes.

Wat zijn de resultaten van het MER? De effectbeschrijving en -beoordeling van de alternatieven levert inzicht op in de bandbreedtes van de te verwachten effecten als gevolg van de ontwikkeling van het Middengebied. Naast het inzichtelijk maken van de effecten, is ook een toetsing gedaan op de manier waarop de alternatieven voldoen aan de ambities van de gemeente. In bijlage 5 bij het MER is hiervan een uitwerking opgenomen. De inzichten van de effecten en de mate van doelbereiking hebben geleid tot een door het College van B&W vastgesteld voorkeursalternatief (VKA). Daarvan zijn opnieuw de effecten in beeld gebracht. In onderstaande tabel zijn de effectbeoordelingen van alle onderzochte alternatieven naast elkaar gezet. Het VKA is daarbij omkaderd, omdat dit uiteindelijk het alternatief is dat ook wordt opgenomen in het bestemmingsplan

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

12/324

Middengebied Zuidplaspolder. Onder de tabel worden de belangrijkste conclusies van het VKA per thema beschreven.

Voorkeursalternatief (VKA)

Basisalternatief

Maximaal klimaatrobuust

Duurzame mobiliteit

Circulair/duurzame energie

Groen-blauw raamwerk

Tabel S.1 | Samenvatting effectbeoordeling Middengebied Zuidplaspolder

Bereikbaarheid voor wegverkeer

-

-

-

-

-

-

OV en fiets

+

+

+

++

+

+

Verkeersveiligheid

+

+

+

++

+

+

Duurzame mobiliteit

++

+

+

++

+

+

Wegverkeerslawaai

-

-

-

-

-

-

Railverkeerslawaai

0

0

0

0

0

0

Industrielawaai

--

--

--

--

--

--

Cumulatieve geluidsbelasting

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Concentratie fijnstof en stikstofdioxide

-

-

-

-

-

-

Geurhinder

0/-

0/+

0/+

0/+

0/+

0/+

Gezondheidsbescherming

-

-

-

-

-

-

Gezondheidsbevordering

++

+

++

++

++

++

Plaatsgebonden risico

0

0

0

0

0

0

Groepsrisico

-

-

-

-

-

-

Archeologische waarden

--

--

--

--

--

--

Cultuurhistorische waarden

0

0

-

0

0

0

Landschappelijke waarden

-

-

-

-

--

--

Bodemkwaliteit

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Bodembeweging - veenoxidatie

0/+

0/+

+

0/+

0/+

+

Bodembeweging - zetting

0/+

--

0/+

--

0/-

0/-

Bodembeweging – beïnvloeding bestaande (lint) bebouwing

0/-

0

-

0

0/-

0/-

Oppervlaktewaterkwantiteit

++

+

++

+

-

++

Oppervlaktewaterkwaliteit

+

0/+

+

0/+

0/+

++

Grondwaterkwantiteit: terugdringen kwel

+

0/+

+

0/+

0/+

++

Thema / Aspect: Mobiliteit

Geluid

Luchtkwaliteit

Gezondheid

Externe veiligheid

Archeologie, cultuurhistorie en landschap

Bodem

Water

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

13/324

Grondwaterkwantiteit: drooglegging

0/+

+

+

+

0/-

0/+

Grondwaterkwantiteit: grondwateroverlast omgeving

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

-

Grondwaterkwaliteit

0/+

0/+

+

0/+

0/-

++

Waterveiligheid

+

-

++

-

--

+

Water aan- en afvoer

+

0/+

++

0/+

0/+

+

Beschermde gebieden

0/+

0/-

0/-

0/-

0/-

0/+

Beschermde en bedreigde soorten

0/+

0/+

0/+

0/+

0/-

0/+

Totstandkoming robuuste ecologische verbinding

++

+

+

+

+

++

Biodiversiteit

++

+

+

+

+

++

Klimaatmitigatie

+

0/+

0/+

0/+

++

+

Circulariteit

+

0/+

0/+

0/+

++

0/-

+

+

++

+

+

+

Woningbouwprogramma

+

+

+

+

+

+

Ruimtelijke kwaliteit wonen

++

+

++

++

++

++

Werkgelegenheid

+

+

+

+

+

+

Bedrijven en milieuzonering

0

0

0

0

0

0

Behoud ondernemers

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

0/-

Natuur

Duurzaamheid

Klimaat Klimaatscenario’s hitte en droogte Wonen

Werken

Mobiliteit Het VKA leidt tot een verslechtering van de bereikbaarheid voor wegverkeer voor een aantal wegen rondom het plangebied. Het wegennet, dat in de autonome situatie op enkele wegvakken reeds vol raakt, raakt als gevolg van de ontwikkeling van het Middengebied nog voller. In het plangebied zelf is de bereikbaarheid redelijk goed. In het VKA zitten verschillende maatregelen om het effect op de bereikbaarheid zo klein mogelijk te houden. Die maatregelen zorgen er voor dat het VKA tot een verbetering leidt van de kwaliteit van het OV (o.a. frequentie) en het fietsnetwerk (uitgebreider en fijnmaziger) in en rondom het plangebied. Daarnaast leiden die maatregelen tot een sterk positieve bijdrage aan een duurzamere mobiliteit. In het VKA wordt bij de aanleg van de nieuwe wegen goed rekening gehouden met verkeersveiligheid. Ook op de bestaande wegen verbetert de situatie doordat fietsverkeer daar zo veel als mogelijk gescheiden wordt gehouden van autoverkeer. De snelheid op de drie ontsluitingswegen is buiten de bebouwde kom 60 km/h, de wegen binnen de bebouwde kom hebben een maximumsnelheid van 30 km/h en in de woonwijken 15 km/h. Dat maakt de kans op en de impact van ongevallen kleiner. Er is een aandachtspunt voor enkele smalle bestaande polderwegen, waar fietsers samen met vracht- en landbouwverkeer rijden.

Geluid Als gevolg van het VKA ontstaat er een toename van wegverkeer op de lokale wegen en het omliggende wegennet. Met name op de lokale wegen (Middelweg, Bredeweg en de nieuwe rondweg (Groene Slinger) leidt dit tot een

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

14/324

toename van de geluidbelasting boven de 50 dB. Dit leidt tot een beperkt negatief effect ten opzichte van de referentiesituatie. Als gevolg van het VKA verandert er niets aan het railverkeer rondom het plangebied. De woningen van het Vijfde Dorp liggen buiten de 50 dB contour van de spoorwegen. Wel ontstaat er een grote toename van geluidbelast oppervlak van >63 dB rondom de nieuwe bedrijventerreinen. Dit leidt ook bij enkele bestaande woningen tot een toename van de geluidbelasting. Dit is als zeer negatief beoordeeld. De cumulatieve geluidtoename (dus de geluidtoename als gevolg van wegverkeer, rail, industrie samen) als gevolg van het VKA is relatief beperkt. De veranderingen treden voornamelijk op in gebied waar in de referentiesituatie geen woningen staan. Ter hoogte van het Vijfde Dorp is de verandering van cumulatieve geluidbelasting te zien langs de nieuwe rondweg (Groene Slinger), maar in de rest van het Vijfde Dorp blijft de geluidbelasting binnen dezelfde geluidklasse. Het effect wordt daarom als beperkt negatief beoordeeld. In het geluidmodel is geluidhinder als gevolg van luchtvaartlawaai niet meegenomen. Het plangebied ligt niet binnen het beperkingengebied van luchthaven ‘Rotterdam The Hague Airport’. Daardoor zijn er geen planologische beperkingen voor de bouw van het Vijfde Dorp.

In de praktijk zullen nieuwe bewoners echter wel degelijk iets gaan merken van het vliegverkeer vanaf ‘Rotterdam The Hague Airport’ doordat luchtvaartlawaai zich niet constant voordoet (en dus wegvalt tegen het geluid van bijvoorbeeld autoverkeer) maar op momenten (in pieken) voordoet. Zie voor een nadere toelichting paragraaf 6.3.1. Luchtkwaliteit Als gevolg van het VKA zal de concentratie stikstofdioxide en in mindere mate fijnstof toenemen. Ondanks deze toename wordt in alle gevallen nog ruimschoots voldaan aan de wettelijke normen. De geurhinder in het plangebied neemt af. Dit komt doordat als onderdeel van het planvoornemen een aantal ondernemingen met hindercontouren uit het gebied verdwijnen om plaats te maken voor woningen. Gezondheid De milieugezondheidskwaliteit is in het plangebied vrij matig tot zeer matig. Als gevolg van het VKA verslechtert de milieugezondheidskwaliteit als gevolg van geluidtoename en luchtkwaliteit. Dit is negatief beoordeeld. Ondanks dat er maatregelen in het VKA zijn opgenomen om de verkeerstoename als gevolg van het planvoornemen te beperken, verandert de GES scores 1 niet. Het VKA scoort positief op het gebied van gezondheidsbevordering. Het kent veel maatregelen/ontwikkelingen die bewegen, participeren en ontmoeten bevorderen: veel groengebieden, recreatiemogelijkheden, diverse sport- en culturele voorzieningen en ontmoetingsplekken.

Externe veiligheid Door de grote toename van het aantal woningen in de nabijheid van een buisleidingenzone, neemt het groepsrisico toe. Dat betekent dat in het geval van een ongeval met een van de buisleidingen, de kans op overlijden van meerdere mensen toeneemt. Om deze reden wordt in het planvoornemen een 1 GES staat voor Gezondheidseffectscreening. Dit is een screeningsmethode om de blootstelling

aan verschillende gezondheidseffecten te kunnen beoordelen. Met deze methode kunnen de gezondheidseffecten tussen alternatieven met elkaar worden vergeleken.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

15/324

zone rondom de buisleidingenzone vrij gehouden van woningen. Daarnaast zal één van de buisleidingen, die parallel aan de Middelweg loopt, worden omgelegd tot buiten de bebouwde kom van het Vijfde Dorp. Verder worden in het bestemmingsplan diverse maatregelen opgenomen om de kans op ongevallen en het effect van een ongeval te verkleinen. Daarmee wordt het grotere groepsrisico als een verantwoord risico beschouwd. Archeologie, cultuurhistorie en landschap Het VKA levert een sterk negatief effect op voor het aspect archeologische waarden. Dit heeft te maken met de hoge verwachtingswaarde in relatie tot het grote oppervlak aan potentiële aantasting als gevolg van de bouw van woningen, bedrijventerreinen en de aanleg van opgaande begroeiing. Het gebied kent relatief weinig cultuurhistorische waarden, waardoor het effect daarop neutraal is beoordeeld. Het VKA leidt wel tot een negatief effect op het landschap. Dit effect ontstaat met name door het verdwijnen van het huidige grondgebruik en het verdwijnen van de openheid in het gebied. Het gaat daarbij dus om de verschijningsvorm van het landschap. Het effect op de beleving van het landschap is meegenomen onder het thema ‘Wonen’. Bodem Als gevolg van het VKA is op sommige plekken mogelijk sanering van grondwaterverontreinigingen nodig om verspreiding daarvan te voorkomen. Het VKA leidt zelf niet tot nieuwe bodemverontreinigingen.

Het VKA leidt tot het stoppen van de veenoxidatie in het gebied. Als gevolg van de restzettingseis van 10 - 20 cm in 30 jaar ontstaat een (licht) verhoogde onderhoudsfrequentie van infrastructuur en grondgebonden gebouwen. Er wordt op bestaande woningen en infrastructuur beperkte effecten verwacht als gevolg van zetting. Water Het VKA kan de getoetste neerslagextremen (vergelijkbaar met een ‘Limburgbui’) opvangen zonder dat schade optreedt aan nieuw te bouwen objecten, vitale voorzieningen, infrastructuur en bestaande (lint) bebouwing, ook in 2100. Dit komt onder meer door de afname van het aantal peilvakken, de grotere buffercapaciteit en de afname van kwel in het gebied. Het VKA leidt verder tot een positief effect op de oppervlaktewaterkwaliteit als gevolg van de verbetering van de chemische en ecologische waterkwaliteit. Afhankelijk van precieze ingrepen kan nalevering van nutriënten uit de bodem wel invloed hebben op de waterkwaliteit. Verder is het een uitgangspunt dat effecten op de Groene Waterparel als gevolg van peilverhoging in het Middengebied wordt voorkomen. Dit vraagt om nader onderzoek en monitoring. In het VKA vinden in het algemeen positieve effecten plaats op de grondwaterkwantiteit. Dit komt door het terugdringen van de kweldruk en voldoende drooglegging. Wel kan er overlast ontstaan bij bestaande woningen waar geen opmaling plaatsvindt.

De grondwaterkwaliteit wordt in het VKA beperkt positief beïnvloed door het stoppen van de kweldruk in het Vijfde Dorp, in combinatie met de bodempassage van afstromend regenwater. In het VKA zijn maatregelen opgenomen die ervoor zorgen dat er bij een extreem overstromingsscenario voldoende evacuatiemogelijkheden zijn. Zo blijven eerste verdiepingen in het VKA droog, waardoor verticaal evacueren mogelijk is. Daarnaast blijven hoofdwegen de eerste 12-24 uur droog en

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

16/324

worden vitale functies hoger aangelegd. Daarmee zorgt het VKA er voor dat het planvoornemen toekomstbestendig is. Natuur Het VKA leidt niet tot effecten op Natura 2000-gebieden. Dit komt doordat het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ruim buiten het plangebied ligt. Doordat binnen het plangebied stikstofdepositie van het huidige agrarische gebruik wegvalt, leidt het VKA ook niet tot een toename van de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Het VKA zorgt er voor dat het provinciale Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt vergroot en er meer leefgebied ontstaat voor in dat netwerk aanwezige soorten. Omdat het voorgenomen plan vaste rust- en verblijfplaatsen en leefgebied van beschermde soorten aantast of vernietigt, maar door de inrichting van het plangebied ook meer leefgebied wordt gecreëerd voor (meer) andere beschermde soorten, is het effect van dit alternatief beoordeeld als beperkt positief. Door de ontwikkeling van een robuust groen-blauw netwerk, ook binnen het bebouwde gebied van het Vijfde Dorp en de bedrijventerreinen, en het nemen van natuurinclusieve maatregelen in de bebouwde omgeving neemt de biodiversiteit toe. Duurzaamheid Het VKA scoort positief op klimaatmitigatie. Het zet namelijk in op een plangebied dat als geheel energieneutraal is, waarbij in totaal ca 60 ha zonneweide wordt gerealiseerd in het energielandschap en het zogenoemde ‘visje’.

Verder kent het VKA diverse maatregelen die bijdragen aan klimaatmitigatie (o.a. aanleg zonnepanelen t.b.v. realisatiefase, aangescherpte BENG norm voor woningen). Het VKA scoort positief omdat wordt ingezet op verschillende maatregelen om zowel de bouw als het gebruik van het Middengebied circulair te maken (o.a. biobased bouwen, inzet pijpleiding voor aanvoer zand, deels hergebruik afvalwater, concept ‘industrial symbioses’ toepassen op bedrijventerreinen). Klimaat De gevolgen van wateroverlast en overstroming zijn meegenomen onder het thema ‘water’. Onder het thema ‘klimaat’ is ingegaan op de aspecten ‘hitte’ en ‘droogte’. Het VKA voldoet voor wat betreft hittebestrijding aan de maatregelen uit het convenant Klimaatadaptie bouwen 2.0 (KAB). Door toepassing van 50% schaduwplekken in het verblijfsgebied van het Vijfde Dorp ontstaat een reductie van 2,5°C. Tijdens droge periodes duurt het ca. 2 maanden voor het minimumpeil wordt bereikt. Dit is het gevolg van de bandbreedte waarbinnen het nieuwe waterpeil kan fluctueren. Door het waterpeil aan het einde van het natte seizoen op de bovenzijde van de bandbreedte te houden, kan het gedurende een droge periode langzaam zakken. Wonen Het aantal woningen neemt in het VKA sterk toe. Tot 2030 wordt voorzien in bijna 30% van de woningbehoefte binnen de regio.

De belevingswaarde in het plangebied zal in het algemeen toenemen, hoewel dit door met name bestaande bewoners in het Middengebied anders beleefd kan worden. De gebruikswaarde neemt eveneens toe als gevolg van een toename aan voorzieningen in het gebied en een betere bereikbaarheid. De toekomstwaarde zal veranderen doordat het watersysteem beter ingericht wordt en de nieuwe functies hierop kunnen worden aangepast. De ruimtelijke kwaliteit zal als gevolg

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

17/324

van de verbetering van de belevingswaarde, toekomstwaarde en gebruikswaarde er per saldo op vooruit gaan. Werken De werkgelegenheid zal als gevolg van het VKA toenemen. Dit komt met name door de ontwikkeling van voorzieningen in het Vijfde Dorp. Dit zijn namelijk allemaal nieuwe bedrijven en daarmee nieuwe banen. De bedrijven op de twee bedrijventerreinen leveren ook nieuwe banen op, maar zullen daarnaast in grote mate een verplaatsing zijn van werkgelegenheid van elders uit de gemeente/regio. Uitgangspunt is dat bestaande milieucontouren in het plangebied verdwijnen, zodat deze geen beperking opleveren voor de nieuwbouw. Voor bedrijven die zich op de nieuwe bedrijventerreinen vestigen zal de realisatie van de nieuwbouw het uitgangspunt zijn. Alleen wanneer het bedrijf ervoor zorgt dat er geen milieucontour over deze nieuwe woningen komt te liggen kan het zich daar vestigen. Daarom worden er geen effecten verwacht voor bedrijven of als gevolg van milieuzoneringen. Het VKA zorgt voor een afname van het aantal bestaande ondernemers. De meeste ondernemers in het Middengebied kunnen echter behouden blijven. Botsproef maatregelen VKA Het VKA bestaat uit veel maatregelen die stuk voor stuk bijdragen aan het behalen van ambities en het verminderen van de negatieve effecten / het versterken van de positieve effecten van de ontwikkeling.

Als onderdeel van het MER is gekeken of deze maatregelen in de praktijk ook samen kunnen gaan. Of zijn er maatregelen die met elkaar ‘botsen’? In een aparte bijlage (bijlage 6 Confrontatie maatregelen VKA) is deze confrontatie uitgewerkt. Daarbij is de volgende classificatie gebruikt: Maatregelen / keuzes versterken elkaar

Maatregelen / keuzes botsen met elkaar

Er is zowel sprake van dat maatregelen / keuzes elkaar versterken en met elkaar botsen

Maatregelen / keuzes hebben geen effect op elkaar

Uit de analyse blijkt dat de meeste maatregelen / keuzes elkaar versterken danwel geen onderling effect hebben. Er zijn echter maatregelen / keuzes die om nadere aandacht vragen, omdat ze elkaar kunnen tegenwerken. Maatregelen die zonder nadere aandacht kunnen leiden tot botsing met andere maatregelen zijn het ophogen van het waterpeil, het reduceren van het aantal peilvakken, de realisatie van een zonneweide in het zogenoemde ‘visje’, de keuze voor de restzettingseis en de aanleg van de extra groene natuurverbinding zonder EVZ-status over de buisleidingenzone langs de Vierde Tocht. Er zitten geen conflicten tussen de maatregelen, die er op voorhand al voor zorgen dat een of meer maatregelen niet uitvoerbaar zijn of dat het doel van de maatregel niet wordt gehaald. Toetsing doelbereiking ambities In Bijlage 5 Ambities bij dit MER is uitgebreid ingegaan op de vooraf gestelde ambities en doelen vanuit de gemeente. Dit zijn gemeentebrede ambities/doelen die de gemeente heeft opgenomen in beleidsstukken, maar ook projectspecifieke ambities die benoemd zijn in het Masterplan Middengebied van de gemeente Zuidplas. In het bijlagendocument is getoetst in hoeverre deze ambities met het VKA worden bereikt. In het algemeen blijkt dat

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

18/324

het VKA voldoet aan veel van de gestelde ambities. Een aantal punten vallen op. Deze worden hieronder behandeld. Niet behaalde ambities • De ambities op het gebied van de autobereikbaarheid (oplossen van bestaande knelpunten) worden niet gehaald. Ondanks verschillende maatregelen zal de autobereikbaarheid verslechteren ten opzichte van de referentiesituatie. → Om toch zoveel mogelijk aan de ambities te voldoen, wordt in het Mobiliteitsconcept Middengebied verder onderzocht op welke manier het autogebruik als gevolg van het Middengebied zo veel mogelijk beperkt kan worden. Dit zal echter gepaard moeten gaan met fysieke maatregelen aan bestaande infrastructuur, aanvullend op de reeds afgesproken maatregelen in de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (juli 2021) en verder uitgewerkt in de Deelovereenkomst Mobiliteit Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (juni 2023). Hierover moeten aanvullende afspraken worden gemaakt met regionale partners. Eventuele extra maatregelen worden na overeenstemming met regionale partners in een separate (indien nodig planologische) procedure mogelijk gemaakt. • Het VKA kent verschillende maatregelen om bodembeweging te stoppen. Desondanks zal er enige mate van bodemdaling op blijven treden. → Er wordt in het VKA uitgegaan van een restzettingseis van 20 cm in 30 jaar (=standaardnorm).

Waar mogelijk wordt echter gestreefd naar een kleinere restzetting (10 cm in 30 jaar). Hiervoor is op het moment van opstellen van het MER echter nog geen dekkende financiering. • In een deel van het gebied wordt de kwel tegengegaan (Vijfde Dorp). Daarmee wordt in dat gebied voldaan aan de gestelde ambitie. Dit gebeurt echter niet in het Koning Willem I bos en de nieuwe bedrijventerreinen. Door in die gebieden het waterpeil niet op te hogen, hoeft hier minder opgehoogd te worden. Dit is beter vanuit het oogpunt van grondgebruik, aanpassen kunstwerken en daarmee kostenbesparend. Gevolg hiervan is echter wel dat kwel hier niet wordt tegengegaan, en de kwel dus de grondwaterkwaliteit negatief kan blijven beïnvloeden. Hoger dan ambitieniveau •

•

•

Op het gebied van verkeersveiligheid kent het VKA meer maatregelen dan van tevoren beoogd (m.n. wijken waar de auto ondergeschikt is aan langzaam verkeer, met lage snelheden op de Groene Slinger (30 km/h) en in de wijken (15 km/h)). Daarmee wordt het op het gebied van verkeersveiligheid beter dan in de ambitie vastgelegd. Het VKA kent meer maatregelen om wateroverlast te voorkomen dan beoogd. Het plangebied biedt ruimte om ook extreme neerslag lokaal te bergen. Opbarsten wordt in het Vijfde Dorp voorkomen door het opzetten van het grondwaterpeil. In het gebied wordt – naast de provinciaal aangeduide EVZ – een extra groene natuurverbinding zonder EVZ-status gerealiseerd over de buisleidingenzone ter hoogte van de Vierde Tocht. Daarnaast wordt in het plangebied zoveel mogelijk ruimte geboden aan natuurontwikkeling. Daarmee wordt meer gedaan aan de ontwikkeling van een robuuste natuurzone dan vooraf gesteld. Dit komt ook ten goede aan de biodiversiteit.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

19/324

• •

Het VKA zet extra in op voorkomen van hittestress en wateroverlast en scoort daarmee beter dan het gestelde ambitieniveau. Doordat zowel de belevingswaarde, als de toekomstwaarde en gebruikswaarde sterk wordt verbeterd, wordt de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe woonomgeving beter dan het ambitieniveau.

Wat volgt er op het MER: Vervolgonderzoeken en monitoring De totstandkoming van het Middengebied betreft een grote integrale en daarmee een relatief complexe opgave die tot stand komt over een periode van ongeveer 20 jaar. Het bestemmingsplan – met daarbij dit MER – is daarin een relatief kleine stap. Het is de bedoeling dat besluiten in het hele besluitvormingsproces zo min mogelijk leiden tot dichtgetimmerde (sectorale) uitgangspunten. De besluiten moeten juist kaders geven waarbinnen op een later moment – afhankelijk van de dan geldende omstandigheden – bewogen kan worden in het belang van de integrale ontwikkeling. Alles met als doel om van het Middengebied een gebied te maken waar bewoners graag wonen en ondernemers graag ondernemen. In de fase waarin dit MER is opgesteld, is bepaald welke maatregelen, eisen en normen in het bestemmingsplan bindend worden geregeld. Maar ook welke juist meer flexibel worden meegenomen in de rest van het proces. Het MER geeft daarom inzicht in de manier waarop maatregelen worden geborgd en welke partijen nodig zijn om de maatregel uit te voeren. Veel maatregelen moeten samen met of door andere overheden worden uitgevoerd, zoals provincie ZuidHolland of Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK).

In het MER en de daarbij behorende deelrapporten zijn de effecten voor de gehele ontwikkeling van het Middengebied zo goed mogelijk in beeld gebracht, passend bij het moment in het ontwikkelproces waarin we ons momenteel bevinden. Na vaststelling van het bestemmingsplan wordt het gebied in meerdere fases verder uitgewerkt in stedenbouwkundige plannen en worden vergunningen aangevraagd. Daarnaast moeten nog andere besluiten worden genomen om de ontwikkeling mogelijk te maken, zoals een peilbesluit door HHSK. Bij deze nadere uitwerkingen is het nodig om specifieke onderzoeken uit te voeren. Onder Leemten in kennis is in dit MER aangegeven welke onderzoeken in ieder geval nog nodig zijn om de juiste kennis op het goede moment in het proces beschikbaar te hebben. In de gebiedsontwikkeling van het Middengebied ziet de gemeente Zuidplas monitoring als een belangrijke manier om in het ontwikkelproces in te kunnen spelen op nieuwe kennis en ontwikkelingen. Door het plan gefaseerd uit te voeren, kunnen na realisatie van elke fase via monitoring en evaluatie lessen worden getrokken voor de volgende fase.

Het gaat dan zowel om de effecten van het planvoornemen (komen die overeen met wat in het MER werd verwacht?), het behalen van ambities (bijvoorbeeld op het gebied van bereikbaarheid (mobiliteit), leefkwaliteit, natuur, gezondheid en duurzaamheid) als ontwikkelingen in de woningmarkt en de bedrijventerreinen (bouwen we nog wat nodig is?). De milieueffectrapportage wordt daarmee niet alleen een toets voor het plan dat in het bestemmingsplan wordt mogelijk gemaakt, maar een doorlopend proces waarmee de gebiedsontwikkeling ook kan worden bijgestuurd/verbeterd. De monitoring is gericht op zowel de externe effecten (effecten van het nieuw te ontwikkelen dorp/bedrijventerreinen op de omgeving) als de interne effecten (leef- en omgevingskwaliteit van de nieuwe bewoners en

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

20/324

gebruikers). In hoofdstuk 10 van het MER is daarom ingegaan op de onderwerpen die in de monitoring in ieder geval meegenomen moeten worden. Hoe verhoudt dit MER zich tot de Omgevingswet? Dit milieueffectrapport is geschreven om milieu-informatie te geven voor de besluitvorming over het bestemmingsplan. De wet- en regelgeving voor de milieueffectrapportage is opgenomen in de Wet milieubeheer. Het bestemmingsplan is het juridisch bindende document waarmee onder de Wet ruimtelijke ordening ontwikkelingen mogelijk gemaakt worden. In het bestemmingsplan worden gebruiks- en bouwmogelijkheden vastgelegd. Vanaf 1 januari 2024 verandert de wetgeving voor ruimtelijke ordening en milieu. Veel verschillende wetten die gaan over de fysieke leefomgeving worden vervangen door één nieuwe wet: de Omgevingswet. Dit geldt ook voor de Wet milieubeheer en de Wet ruimtelijke ordening. Onder de Omgevingswet wordt het bestemmingsplan vervangen door een nieuw instrument: omgevingsplan. De omgevingswet beoogt op hoofdlijnen een systematiek waarbij meer flexibiliteit wordt geboden en waarbij het bevoegd gezag ‘de vinger aan de pols’ houdt. Om hier in het bestemmingsplan voor het Middengebied al op aan te kunnen sluiten, is gebruik gemaakt van de huidige Crisis- en herstelwet (hierna Chw).

Deze Chw biedt meer mogelijkheden om in het huidige bestemmingsplan ruimte te bieden aan de ambities en wensen van de gemeente voor de ontwikkeling van het Middengebied. Vanaf 1 januari 2024 zullen alle bestemmingsplannen in een gemeente van rechtswege gaan gelden als het omgevingsplan van die gemeente. Een nadere toelichting op het Chw bestemmingsplan is te vinden in paragraaf 1.3. Het instrument m.e.r. blijft in de Omgevingswet bestaan. In de Omgevingswet veranderen een aantal zaken rondom de procedure van de milieueffectrapportage. Kort gezegd worden een aantal processtappen vereenvoudigd of komen te vervallen. Omdat dit MER nog uitgaat van de Wet milieubeheer, wordt nu nog uitgegaan van de ‘uitgebreide’ procedure. De inhoudelijke vereisten aan het MER zullen onder de Omgevingswet niet veranderen.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

21/324

1. Inleiding 1.1 Zuidplaspolder De gemeente Zuidplas werkt aan de ontwikkeling van het Middengebied Zuidplaspolder. Het gaat om een integrale gebiedsontwikkeling waarin ruimte wordt geboden aan woningen, bedrijvigheid, (maatschappelijke) voorzieningen, infrastructuur, natuur en recreatie. De kern van de ontwikkeling wordt gevormd door de realisatie van een nieuw dorp van 8.000 woningen. Tevens is een uitbreiding beoogd van de industrieterreinen Doelwijk en Gouwe Park. Het Middengebied ligt in de oksel van de A12 en de A20, tussen de kernen Nieuwerkerk a/d IJssel, Moordrecht en Zevenhuizen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1, in figuur 1.2 is de begrenzing van het plangebied weergegeven.

Figuur 1.1 | Ligging van het plangebied ontwikkeling Middengebied (rode omlijning).

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

22/324

Figuur 1.2 | Plangebied ontwikkeling Middengebied (wit omlijning). Kader 1.1: Concreetheid van het planvoornemen Aan dit MER ligt het Masterplan Middengebied van de gemeente Zuidplas (2021) ten grondslag. Dit Masterplan beschrijft het planvoornemen en geeft daar inhoud aan. Zo wordt daarin gesproken over 8.000 woningen en twee bedrijventerreinen. De ontwikkeling van het Middengebied kent echter een lange doorlooptijd van circa 20 jaar. Het is op dit moment nog moeilijk te zeggen wat de wensen en behoeftes zijn op het moment van realisatie van het Middengebied. De concrete verschijningsvorm van het planvoornemen (zowel programmatisch in termen van aantallen woningen / bedrijven als fysiek in termen van type bouwvorm of inrichting van het gebied) kan daarom nog veranderen. Om in dit MER toch handen en voeten te kunnen geven aan het beoordelen van de effecten van dit planvoornemen, is de concrete verschijningsvorm zoals geschetst in het Masterplan het uitgangspunt. Op basis daarvan wordt beoordeeld welke effecten te verwachten zijn en welke maatregelen nodig zijn om deze effecten te verminderen / weg te nemen. Daarmee wordt het lopende besluitvormingsproces voor het bestemmingsplan voorzien van voldoende (milieu)informatie.

Het bestemmingsplan dat de ontwikkeling uiteindelijk mogelijk gaat maken, zal echter ruimte bieden om gedurende de ontwikkelperiode in te spelen op gewijzigde inzichten, wensen en behoeftes. Dit kan door functies globaal te bestemmen. In paragraaf 1.3 wordt nader toegelicht hoe het bestemmingsplan hier op in springt. Voor de m.e.r.procedure betekent dit dat je gedurende de ontwikkelperiode constant wil blijven toetsen of veranderingen nog passen binnen de bandbreedte van effecten en maatregelen die in dit MER naar voren komen. En dat je constant blijft leren op de vraag of je goed bezig bent of dat dingen misschien beter kunnen. De gemeente Zuidplas heeft daarom voor ogen dat er na dit MER geen punt volgt, maar een komma. Het MER wordt vervolgens gedurende het verdere ontwikkelproces onder de armen meegenomen en geactualiseerd op momenten dat dit nodig is. Hoe daaraan invulling wordt gegeven, wordt verder beschreven in paragraaf 10.3.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

23/324

1.2 Milieueffectrapportage 1.2.1

Waarom een milieueffectrapportage?

De procedure van de milieueffectrapportage (m.e.r.) is bedoeld om het milieubelang vroegtijdig en volwaardig in de plan- en besluitvorming in te brengen. Een m.e.r. is altijd gekoppeld aan een besluit, in dit geval het bestemmingsplan. Het centrale onderdeel van de m.e.r. is het milieueffectrapport (MER), een rapport waarin de (verwachte) milieueffecten voor een tal van aspecten voor één of meerdere alternatieven worden geanalyseerd en beoordeeld. De Wet milieubeheer (hierna: Wm) en het Besluit milieueffectrapportage (hierna: Besluit m.e.r.) geven aan of voor een project een m.e.r.(beoordelings)plicht van toepassing is. Activiteiten die worden gekenmerkt door het feit dat zij over het algemeen belangrijke nadelige milieugevolgen hebben, staan in het Besluit m.e.r. op de zogenaamde ’C-lijst’. Voor andere activiteiten geldt dat zij afhankelijk van de omstandigheden nadelige milieugevolgen kunnen hebben. Hiervoor is een ’D-lijst’ opgesteld. De voorgenomen activiteit is voor wat betreft de ontwikkeling van 8.000 woningen en de twee bedrijventerreinen opgenomen in onderdeel D onder categorie D11.2 (woningbouw) en categorie D11.3 (bedrijventerreinen). Bij ontwikkelingen van deze omvang zijn belangrijke (milieu)effecten niet op voorhand uit te sluiten.

De gemeente Zuidplas heeft daarom besloten om bij het bestemmingsplan de m.e.r.-procedure te doorlopen en een ProjectMER op te stellen. Op die manier wordt het milieubelang volwaardig meegenomen bij de besluitvorming over dit plan. Kader 1.2: Provinciale MER provincie Zuid-Holland Op het moment van opstellen van dit ProjectMER heeft de provincie Zuid-Holland een deel van haar omgevingsbeleid herzien, zodat de ontwikkeling van het Middengebied zoals opgenomen in de overeenkomst van 1 juli 2021 hier binnen past. Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 12 oktober 2022 de Herziening van het provinciale omgevingsbeleid voor het Middengebied van de Zuidplaspolder vastgesteld. Deze is daarna op 1 november in werking getreden. Voor de herziening is begin 2022 een Provinciale MER opgesteld (MER Herziening provinciaal omgevingsbeleid, Witteveen+Bos, maart 2022). In juli 2022 is een aanvulling opgesteld naar aanleiding van het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. In het MER voor de herziening van het provinciale Omgevingsbeleid zijn twee alternatieven onderzocht: een provinciaal basisalternatief (gebaseerd op de toenmalige planologische mogelijkheden in het provinciale beleid) en een alternatief met de voorgenomen ontwikkeling.

De belangrijkste verandering is de verplaatsing van de woningbouwontwikkeling en de bedrijventerreinen binnen het Middengebied (conform het Masterplan Middengebied van de gemeente Zuidplas). In figuur 1.3 is de ligging van beide alternatieven weergegeven. Naast de ligging van de ontwikkellocaties zijn er ook inhoudelijke verschillen tussen de twee alternatieven. In het provinciale basisalternatief worden 7.000 woningen voorgesteld op 236 hectare. Er is 41 hectare (netto) voor werken voorzien. De voorgenomen ontwikkeling betreft 8.000 woningen op 325 hectare en 47 hectare (netto) voor werken. De voorgenomen ontwikkeling voorziet in een integralere ontwikkeling met meer aandacht voor groen, recreatie en natuur.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

24/324

Figuur 1.3 | Overzichtskaart onderzochte alternatieven in Provinciale MER herziening provinciaal omgevingsbeleid (de drie zuidelijke oranje en roze stippen: oorspronkelijk alternatief in overeenkomst; drie paarse en rode stippen noordelijk: voorgenomen ontwikkeling).

In het provinciale MER is primair onderzocht wat het verschil is in effecten tussen de ontwikkeling aan de zuidzijde van het Middengebied (in dat provinciale MER het basisalternatief) en de ontwikkellocatie aan de noordzijde, zoals beoogd in de voorgenomen ontwikkeling. Daarin verschilt het provinciale MER van voorliggend MER voor het bestemmingsplan Middengebied. In voorliggend MER wordt alleen gekeken naar de effecten van de ontwikkellocatie aan de noordzijde van het Middengebied en alternatieven die daarbinnen mogelijk zijn. Voorliggend MER van de gemeente gaat daarnaast op enkele thema’s dieper in dan het provinciale MER van de provincie. Waar mogelijk is uiteraard wel gebruik gemaakt van informatie uit het provinciale MER. Het provinciale MER heeft onder meer bouwstenen meegegeven voor het voorliggend MER van de gemeente. In bijlage 1 is beschreven hoe daar mee is omgegaan.

1.2.2

De procedure van de milieueffectrapportage

Onderstaande stappen zijn de stappen die doorlopen zijn of worden bij het opstellen van dit ProjectMER. In deze procedure is de gemeenteraad van Zuidplas het bevoegd gezag. De procedure bestaat uit verschillende stappen: Stap 1: Openbare kennisgeving van de procedure (2021) In een openbare kennisgeving is door het bevoegd gezag het voornemen om een project-m.e.r.-procedure te doorlopen aangekondigd. In deze openbare kennisgeving is tevens aangegeven wie in de gelegenheid worden gesteld advies uit te brengen over de inhoud van het MER. Dit zijn de bestuursorganen en de wettelijke adviseurs. Stap 2: Reikwijdte en detailniveau (2021) Na de publicatie van de openbare kennisgeving is de reikwijdte en het detailniveau van het MER bepaald. Dit is gedaan door middel van een Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD). De NRD gaf een beschrijving van het voornemen en de reikwijdte en het detailniveau van het op te stellen MER. Stap 3: Raadplegen betrokken adviseurs en bestuursorganen (2021) Betrokken bestuursorganen zijn door het bevoegd gezag om advies gevraagd over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. Betrokken bestuursorganen

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 18-08-2023

Versie: D0

25/324

zijn de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) en de gemeentes Gouda, Rotterdam, Capelle a/d IJssel, Lansingerland, Krimpenerwaard en Waddinxveen. Als adviseurs zijn het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV), Rijkswaterstaat, de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT) en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed geraadpleegd. Verder is de NRD ook naar Dunea, Gasunie, GGD Hollands midden, Kamer van Koophandel, Liander, Oasen, ODMH, Rekam, TenneT, Veiligheidsregio, LTO Noord en Grondbank RZG gestuurd. Stap 4: Zienswijzen en raadplegen Commissie m.e.r. (2021) Op de NRD kon een ieder gedurende 6 weken zienswijzen indienen bij het bevoegd gezag. Daarbij kon men aangeven wat er onderzocht moet worden in het MER en op welke manier. Daarnaast is de onafhankelijke Commissie voor de milieueffectrapportage (Cie-m.e.r.) gevraagd advies uit te brengen over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. Het bevoegd gezag heeft de NRD vervolgens vastgesteld, rekening houdend met de binnengekomen reacties en het advies van de Cie-m.e.r. over de reikwijdte en het detailniveau van het MER. De reacties en adviezen zijn voorzien van een antwoord in een Nota van Beantwoording (begin 2022). Hierin zijn enkele aanscherpingen/wijzigingen benoemd ten opzichte van de NRD.

Op basis van de NRD en de Nota van Beantwoording is het voorliggend MER opgesteld. Stap 5: Opstellen en openbaar maken van het MER (april 2022 – september 2023) Het MER is opgesteld op basis van de eerder bepaalde reikwijdte en het detailniveau en de raadpleging daarover. Het MER is een centraal onderdeel van de procedure waarin het voornemen en alternatieven worden beoordeeld op milieueffecten. Het MER is opgesteld parallel aan het voorontwerp bestemmingsplan. Er heeft een constante wisselwerking plaatsgevonden tussen het opstellen van het MER en het voorontwerp bestemmingsplan. Deze wisselwerking is in figuur 1.4 aangegeven. Stap 6: Terinzagelegging en zienswijzen (september – oktober 2023) Het MER heeft tegelijkertijd met het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegen. Iedereen kon gedurende een periode van 6 weken schriftelijk of mondeling een reactie op beide documenten geven. Voorafgaand aan de terinzagelegging heeft het wettelijk vooroverleg plaatsgevonden met de provincie Zuid-Holland en het HHSK. De vooroverlegreacties zijn voor terinzagelegging verwerkt in het MER en het voorontwerpbestemmingsplan. Stap 7: Advies van de Commissie m.e.r. over het MER De Cie-m.e.r. heeft een advies gegeven over de kwaliteit van het opgestelde MER.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14084314/1