CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Bestemmingsplan ‘Knibbelweg-Oost’, Regels – Bijlagenboek A23.000462

Gemeenteraad 6 juni 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan 'Knibbelweg-Oost'22.669 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

21

Loopafstanden Als maat voor de situering van de parkeerplaatsen ten opzichte van de functies dienen de maximaal acceptabele loopafstanden zoals hieronder weergegeven. De acceptatie van die loopafstand hangt af van de parkeerduur en van het motief van het bezoek aan het bestemmingsadres. De acceptatie van loopafstanden vertoont marges en wordt mede bepaald door de aantrekkelijkheid van de looproute, de prijsstelling en de concurrentiekracht van alternatieven. Vanwege de steeds schaarser wordende ruimte zal in het centrum en in intensief bebouwde gebieden een grotere loopafstand geaccepteerd moeten worden. Uitgangspunt voor de acceptabele loopafstanden zijn de richtlijnen zoals deze zijn opgenomen in de CROW publicatie. De gemeente Zuidplas streeft ernaar deze maximaal acceptabele loopafstanden bij nieuwe ontwikkelingen toe te passen. Echter, er kunnen zich altijd omstandigheden voordoen dat afwijken van de maximaal acceptabele loopafstanden legitiem is. • Wonen (Zone A) max. 200 meter • Wonen (Zone B en C) max. 150 meter • Werken (Zone A) max. 600 meter • Werken (Zone B en C) max. 350 meter • Bezoekers (Zone A) max. 300 meter • Bezoekers (Zone B) max. 250 meter • Bezoekers (Zone C) max. 200 meter. De hierboven genoemde maximale loopafstanden gelden niet voor bestaande situaties.

Stap 6 – Aanvraag ontheffing Als de realisatie van de benodigde parkeerplaatsen binnen de contouren van de eigen ontwikkeling niet mogelijk is en de parkeerbehoefte middels een privaatrechtelijke overeenkomst niet elders kan worden gecompenseerd, kan het college van burgemeester en wethouders besluiten ontheffing te verlenen van de gemeentelijke parkeereis. De ontheffing kan worden verleend wanneer het college van burgemeester en wethouders de realisatie van het initiatief belangrijker acht dan de (al dan niet tijdelijke) nadelige gevolgen op het gebied van bereikbaarheid en leefbaarheid. Om voor ontheffing in aanmerking te komen dient de initiatiefnemer een schriftelijk verzoek in bij het college van burgemeester en wethouders, Dit schriftelijk verzoek moet aannemelijk maken dat redelijkerwijs niet op een andere wijze aan (het resterende deel van) de normatieve parkeeropgave kan worden voldaan, tenzij: • gebruik wordt gemaakt van gemeentelijke parkeerplaatsen (zei stap 6a). De initiatiefnemer dient voorafgaand aan de aanvraag van een omgevingsvergunning voor eigen rekening te onderzoeken of ontheffingsverlening mogelijk is. Hetzij door gebruik van restcapaciteit op gemeentelijke parkeerplaatsen hetzij door de gemeente parkeercapaciteit te laten realiseren.

Stap 6a – Gebruik gemeentelijke parkeerplaatsen Als alle bovengenoemde oplossingen (zie stap 4 en stap 5) echt niet mogelijk blijken, dan kan in overleg met de gemeente onderzocht worden of de resterende parkeervraag in of op gemeentelijke parkeerplaatsen kan worden opgelost, De gemeente Zuidplas beschikt zelf over vele duizenden auto- en fietsparkeerplaatsen gelegen in de openbare ruimte of in gemeentelijke parkeervoorzieningen. In sommige gevallen wordt een gedeelte van deze parkeerplaatsen - op bepaalde tijden - minder intensief gebruikt. De gemeente hanteert hierbij de volgende voorwaarden: • De parkeerplaatsen moeten binnen acceptabele loopafstand van de te realiseren functie(s) liggen (zie kader bij paragraaf 4.10); • De parkeerplaatsen moeten op die momenten dat ze benodigd zijn ook daadwerkelijk beschikbaar (en toegankelijk) zijn. Bij het beoordelen hiervan dient door de gemeente en voor rekening van de initiatiefnemer een parkeeronderzoek te worden uitgevoerd (ten minste een 0meting en een herhaalonderzoek/monitorings-onderzoek tijdens de maatgevende dagen en dagdelen van de week). De gemeente zal vervolgens aangeven of de door de initiatiefnemer

22

benoemde parkeerplaatsen geschikt en beschikbaar zijn om (een deel van) de normatieve parkeeropgave te faciliteren. Eén van de toetsingscriteria daarbij is dat de bezetting van de betreffende parkeerplaatsen, inclusief het beoogde gebruik van de door de initiatiefnemer te realiseren functies, niet hoger mag uitkomen dan 95% voor auto’s en 90% voor fietsen voor parkeerplaatsen in Zone A en 85% voor auto’s en 90% voor fietsen voor parkeerplaatsen in Zone B en C. Deze percentages houden rekening met de gewenste leegstand van parkeerplaatsen zodat onnodig zoekgedrag wordt voorkomen. Anders gezegd: zonder rekening te houden met deze zogenaamde ‘frictieleegstand’ neemt de zoektijd naar een parkeerplaats sterk toe, de bereikbaarheid van een locatie af en wordt verkeersoverlast voor de omgeving veroorzaakt, hetgeen ongewenst is. De gemeente behoudt altijd het recht om het toekennen van bestaande overcapaciteit op parkeerplaatsen van de gemeente als oplossing voor de parkeeropgave van de initiatiefnemer te weigeren, bijvoorbeeld in relatie tot andere voorziene ontwikkelingen (overige projectontwikkelingen, infrastructurele maatregelen, toename van autobezit en gebruik van reeds bestaande functies e.d.).

Belangrijk uitgangspunt daarbij blijft dat daarmee de parkeerdruk in de omgeving acceptabel blijft. Als de resterende parkeervraag in de omgeving wordt opgelost, dan worden alle daarmee gemoeide kosten betaald door de aanvrager van de omgevingsvergunning.

Stap 7 – Borging afspraken Wanneer de normatieve parkeeropgave voor een ontwikkeling (zie stap 1 t/m 3) kan worden opgelost (zie stappen 4 t/m 6) dan voldoet de aanvraag omgevingsvergunning aan het onderdeel ‘parkeren’. De resultaten en de daartoe gemaakte afspraken dienen nauwkeurig te worden vastgelegd in de omgevingsvergunning en eventuele overige overeenkomsten (o.a. anterieure overeenkomst), zodat de initiatiefnemer en zijn rechtsopvolger(s) aan de benoemde parkeeroplossing kan worden gehouden. Dit geeft de gemeente de mogelijkheid om altijd te kunnen controleren of de parkeeroplossing wordt gebruikt zoals is afgesproken en om eventueel benoemde terugvalopties te kunnen effectueren.

23

5 Specifieke situaties De werkelijkheid van het parkeren blijkt soms weerbarstiger dan de theorie. En uiteindelijk gaat het erom dat ontwikkelingen mogelijk zijn zonder dat de leefbaarheid en bereikbaarheid van de ontwikkellocatie en de omgeving daarvan er onder lijden. Niemand heeft iets aan projecten met in de toekomst ongebruikte parkeerplaatsen of aan projecten die leiden tot een tekort aan parkeergelegenheid, waardoor overlast ontstaat in de directe (woon)omgeving en in het openbaar gebied. Dit hoofdstuk beschrijft specifieke situaties en maatwerkmogelijkheden die er zijn voor partijen die onder bijzondere omstandigheden of met bijzondere doeleinden iets willen realiseren. Maatwerk is mogelijk wanneer de kaders bij zowel initiatiefnemer als gemeente goed bekend zijn en wanneer er een open discussie en argumentatie en bewijsvoering mogelijk is.

Berekenwijze bij wijziging van gebruik en sloop Bij het bepalen van de parkeerbehoefte bij wijziging of sloop van een bestaande functie wordt rekening gehouden met de parkeerbehoefte en parkeeroplossing van de oorspronkelijke situatie (voorafgaand aan de wijziging of sloop). Het uitgangspunt is dat de parkeerbehoefte van het laatste legale gebruik van de oorspronkelijke situatie (< 2 jaar) - voor zover die parkeerbehoefte werd gefaciliteerd in het openbare parkeerareaal - negatief wordt opgenomen bij de te berekenen parkeerbehoefte van de nieuwe situatie. Daarbij dient rekening te worden gehouden met de aanwezigheidspercentages die voor de oorspronkelijke functie gelden. De berekening van de ‘oude’ versus de ‘nieuwe’ situatie is dus per dagdeel uitgewerkt Als een gebouw of terrein gedurende een langere periode (ten minste 2 jaar) ongebruikt of ’tijdelijk’ gebruikt is gebleven, wordt de parkeerbehoefte van de bestaande situatie geacht nihil te zijn. Tijdelijk gebruik ter overbrugging van een permanent gebruik wordt (als het niet langer dan twee jaar heeft geduurd) buiten beschouwing gelaten bij de beoordeling van het laatste legale gebruik. Het is ter beoordeling van de gemeente of er sprake is van tijdelijk gebruik.

Het maatgevend moment is bepalend Hoewel de normatieve parkeerbehoefte van een oude functie groter kan zijn dan die van een nieuwe functie, kan de nieuwe functie op bepaalde momenten in de week een hogere parkeerbehoefte genereren dan de oude functie. In die gevallen kan dus niet worden verondersteld dat de nieuwe functie zonder aanleg van extra parkeerplaatsen kan worden gerealiseerd. Het is dan geheel afhankelijk van de aard (privaat of openbaar), de omvang (het aantal aanwezige plaatsen) en de beschikbaarheid van aanwezige parkeerplaatsen op verschillende momenten, of de transformatie zonder gevolgen voor de bestaande parkeersituatie kan plaatsvinden.

Specifieke (tijdelijke) activiteiten Bij ruimtelijke activiteiten waarvoor geen omgevingsvergunning is vereist, maar waarbij wel de parkeervraag tijdelijk verandert (bijvoorbeeld bij een evenement) geldt dat de initiatiefnemer de parkeerbehoefte adequaat opvangt en in een mobiliteitsplan/verkeersplan vastlegt. In dit plan dient speciale aandacht te worden besteed aan het parkeren van auto’s en stallen van fietsen. Bij evenementen dient de fietsstallingsbehoefte op het evenemententerrein zelf of een gehuurde tijdelijke private of gemeentelijke locatie te worden opgevangen.

24

Bij evenementen die plaatsvinden op of in parkeervoorzieningen, dienen ten minste ook de voorzieningen voor speciale doelgroepen (mindervaliden) en special voertuigen (elektrisch laden) gecompenseerd te worden.

Bouwen op een bestaande parkeervoorziening Bij bouwinitiatieven die gerealiseerd moeten gaan worden op een bestaande parkeervoorziening moet rekening gehouden worden met de effecten van het verlies van de bestaande parkeercapaciteit. In principe moet het verlies aan capaciteit binnen het project zodanig worden gecompenseerd dat er geen structureel nadelig effect is op de parkeerdruk in de directe omgeving, Met andere woorden: dat de parkeerdruk in de omgeving (loopafstand 300 meter) op het maatgevende4 moment in de week onder de 95% voor auto’s en 90% voor fietsen voor parkeerplaatsen in Zone A en 85% voor auto’s en 90% voor fietsen voor parkeerplaatsen in Zone B en C uitkomen. Bovendien zullen de door de gemeente aangegane verplichtingen voor deze parkeervoorziening moeten worden gerespecteerd (ook financieel). In de regel vereist dit maatwerk en aanvullende afspraken tussen de initiatiefnemer en de gemeente.

Vrijstellingsmogelijkheid bij wijziging van gebruik, sloop of uitbreiding Indien de toename van de parkeervraag bij wijzing van gebruik, sloop of uitbreiding, maximaal 0,5 parkeerplaatsen bedraagt, dan wordt vrijstelling gegeven, zonder dat hier een financiële bijdrage tegenover staat

Het maatgevende moment is de periode (dagdeel) van de week waarop de verschillende functies samen gelijktijdig een maximale parkeervraag hebben. 4

25

Bijlage 1 Gebiedsindeling parkeernormen

26

27

28

29

30

31

32

33

34

Bijlage 2

Auto- en fietsparkeernormen beknopt

Bijlage 2 is qua opzet een Excelbestand en de uitgebreide versie is als Excel ingevoegd in dit document. In dit tekstdeel staat een beknopte bewerking in Word.

Voor de toepassing van de normen DIENT ALTIJD het uitgebreide Excel document te worden gebruikt.

Zone A = Centrum

Zone B = Rest bebouwde kom

Zone C = Buitengebied

35

36

Bijlage 3

Aanwezigheidspercentages

woningen bewoners woningen bezoekers kantoor/bedrijven commerciële dienstverlening detailhandel grootschalige detailhandel supermarkt sportfuncties binnen sportfuncties buiten bioscoop/theater/podium/ enzovoort sociaal medisch: arts/maatschap/ therapeut/consultatiebureau verpleeg-/verzorgingstehuis/ aanleunwoning/verzorgingsflat ziekenhuis patienten inclusief bezoekers ziekenhuis medewerkers dagonderwijs avondonderwijs

werkdag- werkdag- werkdagochtend middag avond 50% 50% 90% 10% 20% 80% 100% 100% 5% 100% 100% 5% 30% 60% 10% 30% 60% 70% 30% 60% 40% 50% 50% 100% 25% 25% 50% 5% 25% 90% 100% 75% 10% 50% 50% 100% 60% 100% 60% 75% 100% 40% 100% 100% 0% 0% 0% 100%

koopavond 80% 70% 5% 75% 75% 80% 80% 100% 50% 90% 10% 100% 60% 40% 0% 100%

werkdag- zaterdag- zaterdagnacht middag avond 100% 60% 80% 0% 60% 100% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 0% 100% 0% 0% 100% 0% 0% 100% 40% 0% 100% 100% 0% 100% 25% 0% 40% 100% 0% 10% 10% 25% 100% 100% 5% 60% 60% 25% 40% 40% 0% 0% 0% 0% 0% 0%

37

zondagmiddag 70% 70% 0% 0% 0% 0% 0% 75% 100% 40% 10% 100% 60% 40% 0% 0%

Bijlage 4

Kwaliteitseisen fietsparkeren

Het gebruik van een fietsparkeervoorziening hangt sterk af van de kwaliteit, de bruikbaarheid en het comfort. Er zijn voorbeelden van voorzieningen waar fietsers onvoldoende gebruik van maken, terwijl er in de omgeving toch grote behoefte aan fietsparkeerplaatsen is. De aanwezigheid van een fietsparkeervoorziening is dus geen garantie dat hij goed wordt gebruikt. Er kunnen diverse redenen zijn voor tegenvallend gebruik. Naast slechte vindbaarheid speelt slechte toegankelijkheid een rol: een moeizaam openende toegangsdeur, een te steile hellingbaan of een te steile trap met fietsgoot, lastig te nemen bochten, etc. Ook de routing binnen een gebouwde voorziening, de sociale veiligheid en de afmeting van de fietsparkeerplaatsen en de stabiliteit van de fiets in de aangeboden voorzieningen beïnvloeden het gebruik, evenals de(on)mogelijkheid om fietsen met bijzondere afmetingen te stallen (zie Leidraad Fietsparkeren, CROW publicatie 291, hoofdstuk 6) De Leidraad Fietsparkeren gaat uitgebreid in op de kwaliteitsrichtlijnen voor fietsenstallingen. Hierna zijn de belangrijkste kwaliteitseisen opgenomen voor toegankelijkheid, inrichting en bruikbaarheid.

Toegankelijkheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goed toegankelijke en bruikbare fietsenstalling zijn: • Vanuit de openbare ruimte is de toegang van de stalling duidelijk zichtbaar en herkenbaar, gezien vanaf de aanrijroute richting bestemming(en). • De stalling heeft bij voorkeur een voetgangersuitgang in de richting van de eindbestemming, • De afstand mag maximaal ca. 75 meter zijn van de stalling tot de hoofd-/neven/personeelsingang van de bestemmingen en/of functies waarvoor de stalling is bestemd. • De toegang vanaf de weg naar een stalling op lager of hoger niveau is goed en comfortabel te gebruiken voor alle fietsen en scooters; dus ook voor zware fietsen, elektrische fietsen en fietsen met afwijkende maten (kratten, brede sturen, brede banden, lange fietsen, etc.) • Het hellingspercentage van een hellingbaan is maximaal 22%; een trap heeft ideaal een hellingspercentage van 18%, met een aantrede van 500 mm en een optrede van 90 mm of met een aantrede van 600 mm en een optrede van 100 mm. Naast een trap horen fietsgoten, bij voorkeur aan beide zijden. • Voor een stalling waar ook scooters, bakfietsen en andere zware fietsen in gestald worden kan geen trap worden toegepast.

Het hellingpercentage moet zodanig zijn dat het hoogteverschil doorbakfietsen, elektrische fietsen en scooters zonder ondersteuning overbrugd kan worden • Een gebruiker moet de toegang van een stalling gemakkelijk kunnen openen: automatisch, meteen eenvoudig te bedienen drukknop of chipkaartlezer. • Voor bestemmingen voor kinderen moet rekening gehouden worden met het feit dat ze kleineren minder sterk zijn dan volwassenen. Denk bijvoorbeeld aan het hellingspercentage van de trap. Inrichting en bruikbaarheid De belangrijkste kwaliteitseisen voor een goede inrichting en goed bruikbare fietsenstalling zijn:  De stalling moet logisch en overzichtelijk zijn ingedeeld.  Binnen en vanuit de fietsenstalling naar de bijbehorende bestemming is een logische, snelle en eenvoudige routing. Bij voorkeur kan men vanuit de stalling rechtstreeks (liefst binnendoor) doorlopen naar de bestemming, zonder terug te hoeven lopen door de stalling.  De sociale veiligheid wordt gewaarborgd door een overzichtelijke inrichting, goede verlichtingen bij voorkeur daglichttoetreding. Als een stalling openbaar toegankelijk is kan (camera)toezicht of bewaking overwogen worden.  Gebruikers moeten elkaar in de verkeersruimtes van de stalling kunnen passeren.

38

   

 

Stallingssystemen voor fietsen moeten voldoen aan de eisen van Fietsparkeur (zie www.fietsparkeur.nl voor meer informatie) of zijn gelijkwaardig daaraan, met een hart op hart afstand van minimaal 400 mm. De minimale vrije hoogte in een gebouwde stalling is 2900 mm om dubbellaags rekken te kunnenplaatsen. Bij gebouwen voor kinderen kan dit 2300 mm zijn, want dubbellaags rekken zijn ongeschikt voor kinderen. De hart-op-hart afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een stallingssysteem op gelijk niveau is minimaal 800 mm breed; De hart-op-hart-afstand tussen twee fietsparkeerplaatsen bij een hoog/laag fietsparkeersysteem is minimaal 400 mm breed voor zowel onder- als bovenlaag; De gangpaden in de stalling zijn minimaal 2100 mm breed en een hoofdgang is minimaal 3000mm breed, zowel voor fiets als scooter; De stalling moet voldoende parkeermogelijkheden bieden voor fietsen die afwijken van de standaard maten: o minimaal 5% van de plaatsen is geschikt voor bakfietsen of andere fietsen met sterk afwijkende maten (vakken minimaal 100 mm breed); o minimaal 15% van de plaatsen is geschikt voor fietsen die niet in een standaard fietsenrekpassen (hart-op-hart afstand minimaal 500 mm); Een parkeersysteem waarin naast standaardfietsen ook fietsen passen met veel voorkomende afwijkende maten, heeft de voorkeur.

Dan passen nagenoeg alle fietsen probleemloos op elke stallingsplek, ook die met een krat, bagagedrager vóór, breed stuur, brede banden, etc. Een andere mogelijkheid is een apart parkeervak, waarin afwijkende maten fietsen op hun standaard kunnen worden gestald. De stalling biedt oplaadmogelijkheden voor elektrische tweewielers. De netto-afmetingen van een scooter parkeerplek in een gebouwde stalling zijn minimaal 750 mm breed x 1800 mm lang.

Nb. Stallingen waar scooters met verbrandingsmotoren mogen staan, moeten aan de geldende milieu-en bouwvoorschriften voldoen, waaronder eisen aan de veiligheid (brand), aan installaties (ventilatie van (rook)gassen) en aan de kwaliteit van de vloerafwerking (vloeistofdichtheid).

39

printdatum: 4-12-2019

Parkeernormen auto en fiets AUTO

Oppervlakte (bvo) Wonen

Type woning

FIETS

Zone A

Zone B

Zone C

Zone A/B/C

Parkeernorm

Parkeernorm

Parkeernorm

Parkeernorm

Eenheid van

tot > 120 m2

totaal

aandeel bezoek

totaal

aandeel bezoek

totaal

aandeel bezoek

totaal

aandeel bezoek

gestapeld

zeer groot

per woning

1,6

0,2

2,4

0,3

2,5

0,3

5,0

1,0

gestapeld

groot

90 m2

120 m2

per woning

1,5

0,2

2,3

0,3

2,4

0,3

4,0

1,0

gestapeld

gemiddeld

70 m2

90 m2

per woning

1,4

0,2

2,2

0,3

2,3

0,3

4,0

1,0

gestapeld

klein

40 m2

70 m2

gestapeld

zeer klein

niet-gestapeld

zeer groot

niet-gestapeld

groot

110 m2

150 m2

niet-gestapeld

gemiddeld

80 m2

niet gestapeld

klein

50 m2

niet-gestapeld

zeer klein

overig

sociale huur/goedkope huur

overig

per woning

1,3

0,2

2,0

0,3

2,0

0,3

3,0

1,0

< 40 m2

per woning

1,0

0,2

1,4

0,3

1,6

0,3

2,0

1,0

> 150 m2

per woning

1,8

0,2

2,6

0,3

2,8

0,3

5,0

1,0

per woning

1,7

0,2

2,5

0,3

2,6

0,3

4,0

1,0

110 m2

per woning

1,5

0,2

2,3

0,3

2,4

0,3

4,0

1,0

80m2

per woning

1,3

0,2

1,8

0,3

2,0

0,3

3,0

1,0

< 50 m2

per woning

1,0

0,2

1,4

0,3

1,6

0,3

2,0

1,0

< liberal.grens

per woning

1,3

0,2

2,0

0,3

2,0

0,3

3,0

1,0

1-kamer appartement (zelfstandig)

< 40 m2

per woning

0,55

0,2

0,8

0,2

0,8

0,2

2,0

1,0

overig

Kamerverhuur

< 40 m2

per kamer

0,25

0,2

0,3

0,2

0,3

0,2

2,0

1,0

grondgebonden

Tiny houses

< 50 m2

per woning

0,55

0,3

0,8

0,3

0,8

0,3

2,0

1,0

overig

Aanleunwoning, serviceflat

per woning

1,0

0,2

1,3

0,3

1,4

0,3

1,0

0,5

Parkeernorm Werkgelegenheid Functie

Eenheid totaal

totaal

Parkeernorm

aandeel bezoek

totaal

aandeel bezoek

Kantoor

100 m2 bvo

1,55

5%

2,3

5%

2,8

5%

Commerciële dienstverlening

100 m2 bvo

2,05

20%

3,1

20%

3,8

20%

Bedrijf arbeidsintensief/bezoekersextensief

100 m2 bvo

1,55

5%

2,6

5%

2,6

5%

Bedrijf arbeidsextensief/bezoekersextensief

100 m2 bvo

0,65

5%

1,3

5%

1,3

5%

Bedrijfsverzamelgebouw

100 m2 bvo

1,25

10%

2,1

10%

2,2

10%

Functie

Eenheid

Parkeernorm Winkels

Parkeernorm

aandeel bezoek

totaal

aandeel bezoek

1,9

Parkeernorm

Parkeernorm

totaal

aandeel bezoek

totaal

89%

4,5

89%

n.v.t.

3,35

93%

6,4

93%

n.v.t.

84%

8,7

84%

n.v.t.

6,9

80%

n.v.t.

7,4

80%

n.v.t.

Buurtsupermarkt

100 m2 bvo

Fullservice supermarkt (laag en middellaag prijsniveau)

100 m2 bvo

Fullservice supermarkt (middelhoog en hoog prijsniveau)

100 m2 bvo

Grote supermarkt (XL)

100 m2 bvo

6,0

Groothandelspecialist (levensmiddelen, kantoorart.)

100 m2 bvo

n.v.t.

Groothandel algemeen

aandeel bezoek

101 m2 bvo

n.v.t.

Binnenstad of hoofdwinkel(stads)centrum 20.000-30.000 inw. 100 m2 bvo

3,45

Buurt- en dorpscentrum

100 m2 bvo

n.v.t.

4,7

72%

n.v.t.

Wijkcentrum (klein)

100 m2 bvo

n.v.t.

5,5

76%

n.v.t.

Wijkcentrum (gemiddeld)

100 m2 bvo

n.v.t.

6,1

79%

n.v.t.

Wijkcentrum (groot)

100 m2 bvo

n.v.t.

6,7

81%

n.v.t.

Stadsdeelcentrum

100 m2 bvo

n.v.t.

7,3

85%

n.v.t.

Woonwarenhuis (zeer groot)

100 m2 bvo

n.v.t.

n.v.t.

Meubelboulevard/woonboulevard

100 m2 bvo

n.v.t.

2,6

93%

n.v.t.

Winkelboulevard

100 m2 bvo

n.v.t.

4,4

94%

n.v.t.

Outletcentrum

100 m2 bvo

n.v.t.

11,1

94%

11,4

94%

Bouwmarkt

100 m2 bvo

n.v.t.

2,6

87%

2,7

87%

Tuincentrum (inclusief buitenruimte)

100 m2 bvo

n.v.t.

2,8

89%

3,1

89%

Groencentrum (inclusief buitenruimte)

100 m2 bvo

n.v.t.

2,8

89%

3,1

89%

82%

n.v.t.

Voor fietsparkeernormen bij woonfuncties zijn de eisen uit het vigerend bouwbesluit van toepassing. Het bouwbesluit borgt dat iedere woning is voorzien van een berging waarin fietsen gestald kunnen worden. Vanaf de inwerkingtreding van de nieuwe omgevingswet en het bijbehorende Besluit Bouwwerken Leefomgeving zullen voor woonfuncties de fietsparkeernormen van toepassing zijn zoals weergegeven in hiernaast weergegeven tabel.

n.v.t.

5,9

95%

zie volgend tablad "fietsparkeerkencijfers"

printdatum: 4-12-2019

Parkeernorm Ontspanning

Functie

Eenheid

Parkeernorm

totaal

aandeel bezoek

totaal

aandeel bezoek

Parkeernorm totaal

aandeel bezoek

97%

Bibliotheek

100 m2 bvo

0,45

97%

1,4

97%

1,6

Museum

100 m2 bvo

0,6

95%

1,2

95%

n.v.t.

Bioscoop

100 m2 bvo

3,2

94%

12,2

94%

14,7

94%

Filmtheater/filmhuis

100 m2 bvo

2,6

97%

8,9

97%

10,9

97%

Theater/schouwburg

100 m2 bvo

7,4

87%

11,3

87%

13,5

87%

Musicaltheater

100 m2 bvo

2,9

86%

4,5

86%

5,6

86%

Casino

100 m2 bvo

5,7

86%

7,0

86%

8,5

86%

Bowlingcentrum

bowlingbaan

1,6

89%

3,3

89%

3,3

89%

Biljartcentrum/snookercentrum

tafel

0,85

87%

1,6

87%

2,0

87%

Dansstudio

100 m2 bvo

1,6

93%

6,0

93%

7,9

93%

Fitnessstudio/sportschool

100 m2 bvo

1,4

87%

5,3

87%

7,0

87%

Fitnesscentrum

100 m2 bvo

1,7

90%

6,8

90%

7,9

90%

Wellnesscentrum

100 m2 bvo

n.v.t.

9,8

99%

10,8

99%

Sauna/hammam

100 m2 bvo

2,5

99%

7,2

99%

7,8

99%

Sporthal / gymlokaal

100 m2 bvo

1,55

96%

3,1

96%

3,7

96%

Sportzaal

100 m2 bvo

1,15

94%

3,0

94%

3,8

94%

Tennisbaan/hal

baan

0,3

87%

0,6

87%

0,6

87%

Squashbaan/hal

baan

1,6

84%

2,8

84%

3,3

84%

Zwembad (overdekt)/

100 m2 bvo

n.v.t.

12,5

97%

14,3

97%

Zwembad (openlucht)

100 m2 bvo

n.v.t.

13,9

99%

16,8

99%

Zwemparadijs

100 m2 bvo

n.v.t.

5,0

99%

5,0

99%

Sportveld

Ha. netto terrein

20,0

95%

27,0

95%

27,0

95%

Kunstijsbaan (<400 meter)

100 m2 bvo

1,25

98%

2,1

98%

2,3

98%

Kunstijsbaan (400 meter)

100 m2 bvo

n.v.t.

2,8

98%

3,0

98%

Jachthaven

ligplaats

0,6

0,7

n.t.b.

0,7

n.t.b.

Golfoefencentrum

totaal

n.v.t.

53,1

93%

58,2

93%

Golfbaan (18 holes)

18 holes, 60 ha

n.v.t.

106,0

98%

128,3

98%

- gemiddeld en kleiner

100 m2 bvo

3,1

97%

7,2

97%

7,6

97%

- groot

100 m2 bvo

3,7

98%

8,1

98%

8,6

98%

- zeer groot

100 m2 bvo

4,0

98%

7,3

98%

7,9

98%

Kinderboerderij

per gem. boerderij

3,1

97%

7,2

97%

7,6

97%

Manege

box

n.v.t.

Dierenpark, Attractie- en pretpark

ha. netto terrein

8,0

Volkstuin

10 tuinen

Plantentuin

tuin

Functie

Eenheid

n.t.b.

Indoorspeeltuin/kinderspeelhal

Horeca en (verblijfs)recreatie

0,5

90%

12,0

99%

12,0

99%

n.v.t.

1,5

100%

1,6

100%

n.v.t.

13,0

100%

16,0

100%

n.v.t. 99%

Parkeernorm totaal

aandeel bezoek

Parkeernorm totaal

aandeel bezoek

n.v.t.

Parkeernorm totaal

aandeel bezoek

1,3

90%

Camping (kampeerterrein)

standplaats

n.v.t.

Bungalowpark (huisjescomplex)

bungalow

n.v.t.

2,2

91%

Budgethotel/hostel

10 kamers

0,4

77%

2,5

77%

4,6

77%

Hotel (2-3 sterren)

10 kamers

1,35

80%

4,3

80%

6,5

80%

Luxe hotel (4 - 5 sterren)

10 kamers

3,4

72%

7,7

72%

9,5

72%

Café/bar/cafetaria

100 m2 bvo

5,0

90%

7,0

90%

n.v.t.

Restaurant

100 m2 bvo

9,0

80%

14,0

80%

n.v.t.

Discotheek

100 m2 bvo

6,9

99%

22,8

99%

22,8

Evenementenhal/beursgebouw/congresgebouw

100 m2 bvo

5,5

99%

11,0

99%

n.v.t.

n.v.t.

99%

printdatum: 4-12-2019

Parkeernorm Gezondheidszorg Functie

Eenheid totaal

totaal

aandeel bezoek

Overig

Parkeernorm totaal

aandeel bezoek

57%

Huisartsenpraktijk/centrum

behandelkamer

2,05

57%

3,2

57%

3,5

Apotheek

apotheek

2,25

45%

3,4

45%

n.v.t.

Fysiotherapiepraktijk/centrum

behandelkamer

1,25

57%

2,0

57%

2,2

57%

Consultatiebureau

behandelkamer

1,35

50%

2,1

50%

2,4

50%

Consultatiebureau voor ouderen

behandelkamer

1,3

38%

2,0

38%

2,3

38%

Tandartsenpraktijk/centrum

behandelkamer

1,55

47%

2,6

47%

2,9

47%

Gezondheidscentrum

behandelkamer

1,55

55%

2,4

55%

2,7

55%

Functie

Eenheid

Parkeernorm Onderwijs

Parkeernorm

aandeel bezoek

totaal

aandeel bezoek

Parkeernorm

Parkeernorm

totaal

aandeel bezoek

totaal

aandeel bezoek

0%

1,5

0%

1,6

0%

Kinderdagverblijf (crèche)

100 m2 bvo

1,0

Basisschool

leslokaal

0,75

0%

1,0

0%

1,0

0%

Middelbare school

100 leerlingen

3,7

11%

5,9

11%

5,9

11%

ROC

100 leerlingen

4,7

7%

6,8

7%

6,9

7%

Hogeschool

100 studenten

9,4

72%

12,7

72%

12,9

72%

Universiteit

100 studenten

13,2

48%

18,5

48%

18,8

48%

Avondonderwijs of vrijetijdsonderwijs

10 studenten

4,5

95%

7,8

95%

11,5

95%

Kiss & Ride basisonderwijs

100 leerlingen

1,0

100%

1,0

100%

2,0

100%

Functie

gelijktijdige plechtigheid

Parkeernorm totaal

aandeel bezoek

Parkeernorm

Parkeernorm

totaal

aandeel bezoek

totaal

aandeel bezoek

Crematorium

gelijktijdige plechtigheid

n.v.t.

35,1

97%

35,1

97%

Begraafplaats

gelijktijdige plechtigheid

n.v.t.

36,6

99%

36,6

99%

Penitentiaireinrichting

10 cellen

1,65

37%

3,5

37%

3,9

37%

Religiegebouw

bid-/zitplaats

0,15

99%

0,2

99%

0,2

99%

Bijlage IV Regeling stikstof

R065442aa.213GX8X.jwi | versie 06_001_VAST_TE_STELLEN | 30 maart 2023

Bijlage Regeling Stikstof Datum:

29 maart 2023

Plan:

Bestemmingsplan Knibbelweg-Oost

Ons kenmerk:

V065442aa.227GCMI.pvv

Fase:

Vast te stellen bestemmingsplan

Versie:

01_001_VAST_TE_STELLEN

Betreft:

Verdeling stikstofruimte

1

Inleiding

In het bestemmingsplan Knibbelweg-Oost wordt een aantal functies mogelijk gemaakt die emissie van stikstof (NOx en ammoniak) tot gevolg kunnen hebben. Het huidig gebruik van het plangebied is agrarisch; het telen van gewassen zoals tarwe en spruitjes. Ook dit gebruik, met name de bemesting van de akkers, brengt emissie van stikstof met zich mee. Vanwege de overmatige stikstofdepositie in natuurgebieden c.q. stikstofgevoelige habitats in Nederland is er geen of zeer beperkte ruimte voor een toename van de stikstofemissie.

Figuur 1 Het plangebied links (agrarisch gebruik) en rechts Natura-2000-gebieden in de omgeving Als door stikstofemissie als gevolg van nieuwe functies de depositie in overbelaste natuurgebieden hoger wordt dan de depositie door het huidige gebruik, dan is een nadere ecologische (passende) beoordeling nodig van de effecten van extra stikstof. Een toename kan waarschijnlijk niet worden toegestaan. In de regels van het bestemmingsplan is daarom een regeling opgenomen om de stikstofemissie en -depositie per functie juridisch te begrenzen (dit geldt voor de bepalende gebruiksfase; de aanlegfase kent een lager emissieniveau en is dus niet bepalend.. Met deze aanpak wordt, analoog aan de al gebruikelijke regeling van geluidquota per perceel, juridisch hard geregeld dat de effecten van het totale plangebied binnen de afgesproken perken blijft. Deze notitie bevat de uitwerking van deze regeling. Hierna wordt in hoofdstuk 2 de regeling uitgelegd. Hoofdstuk 3 beschrijft de begroting van de stikstofemissie per functie en de resulterende depositie in de omliggende natuurgebieden. De verdeling van de stikstofruimte over de functies en de werkwijze voor aanpassing van deze verdeling is verwoord in hoofdstuk 4. Hoofdstuk 5 beschrijft de wijze van toetsing van een activiteit.

Kelvinbaan 40 2e verd., 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01

2

Het plan

Het plan bestaat uit 15 ha logistiek/distributiecentra, 4 ha bedrijventerrein en ca. 18,5 tot 19 ha glastuinbouw. Hieronder de verbeelding van het bestemmingsplan.

BT-L

BT

A-G

Figuur 2 Verbeelding bestemmingsplan Knibbelweg-Oost De bebouwing in het lint (woningen en kleine bedrijven) ligt hoofdzakelijk buiten het plangebied. Er worden wel zeven nieuwe woningen geprojecteerd. Deze worden gasloos, hebben een zeer beperkte verkeersaantrekkende werking en worden daarom buiten beschouwing gelaten. Ook de incidentele en gering te achten activiteiten binnen de bestemmingen Groen en Tuin hoeven niet meegenomen te worden.

3

De stikstofregeling

In het bestemmingsplan zijn in de gebruiksregels voor de bestemmingen ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en ‘Bedrijven – Logistiek’ begrenzingen opgenomen van de emissie van stikstof als gevolg van de activiteiten binnen deze bestemmingen. Hierbij wordt verwezen naar deze notitie (bijlage bij de regels), waarin de toegewezen gebruiksruimte, de gebiedseenheden voor de emissie van stikstof, is opgenomen. Hieronder zijn deze regels ter informatie overgenomen. Op de verbeelding zijn de functieaanduidingen opgenomen voor het gebied waar de betreffende begrenzing geldt. Dit betreft het gehele gebied van de bestemmingen ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ en ‘Bedrijven – logistiek’.

V065442aa.227GCMI.pvv | versie 01_001_VAST_TE_STELLEN| 29 maart 2023

2

13.4 Stikstofdepositie - natuurgebieden 13.4.1 Begrenzing stikstofdepositie per functie Ter plaatse van de functieaanduidingen ‘specifieke vorm van agrarisch – stikstof’ en ‘specifieke vorm van bedrijventerrein – stikstof’ mag de stikstofdepositie als gevolg van emissies door de diverse aanwezige functies en activiteiten niet meer bedragen dan de in ‘Regeling stikstof’ in Bijlage IV bij deze regels bij deze regels opgenomen emissie- en depositieruimte voor de betreffende functie en percelen op de in de bijlage aangegeven beoordelingsplaatsen. De depositieruimte die beschikbaar is door interne saldering van het huidige gebruik wordt verdeeld over de functies distributiecentra, bedrijven en glastuinbouw. Hierbij wordt een aantal uitgangspunten gehanteerd: -

Alle akkerbouw en bemesting van de beoogde percelen wordt gestaakt.

-

Er wordt rekening gehouden met een normale verkeersgeneratie door deze functie en de normale ontwikkeling van het wagenpark. Het te genereren wegverkeer van het naar het plangebied wordt voor het totaal meegenomen conform de prognose; deze stikstofemissie wordt afgetrokken van het te verdelen stikstofquotum.

-

De gebouwen voor distributiecentra en bedrijven worden gasloos gebouwd (het bouwen zelf heeft een verwaarloosbare bijdrage en blijft verder buiten beschouwing).

-

Glastuinbouw blijft mogelijk gas gebruiken voor verwarming en/of warmtekrachtkoppeling; CO2 in de verbrandingsgassen worden ingezet in de kassen, zodat de stookinstallaties zijn voorzien van nageschakelde techniek om stikstofoxiden en zo nodig ammoniak te verwijderen.

-

Alle intern transport is elektrisch.

Per bestemming wordt in de regels een emissiekengetal voor NOx en ammoniak per oppervlakteeenheid opgenomen, waarmee de totale emissie van deze functie is begrensd. In deze notitie is een tabel opgenomen met de deeldeposities door stikstof per functie op de omliggende natuurgebieden. Een project binnen het plangebied is alleen toegestaan als het op depositieniveau voldoet aan betreffende waarden in de tabel. Voor elke bestemming is er dus een plafond voor de resulterende depositie en daardoor voor de totale emissie van NOx en voor glastuinbouw ook voor ammoniak. Deze emissieruimte geldt naar rato van het perceeloppervlakte voor de eigenaar/gebruiker. Het aantal stikstofequivalenten per vierkante meter of hectare levert een perceel een bepaalde stikstofemissieruimte, waarbinnen een eigenaar kan bewegen zonder dat er effecten zijn te verwachten op de natuurgebieden. Daarmee blijven de activiteiten wat stikstof betreft buiten het regime van de Wet natuurbescherming. Als een eigenaar meer stikstofruimte nodig heeft dan is daarvoor een ruimtelijke toestemming nodig, naast mogelijk een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming. Burgemeester en wethouden kunnen via een omgevingsvergunning afwijkingen van de deelbijdrage van een functie, mits er geen significatie toename is van de depositie. Burgemeester en wethouders hebben

V065442aa.227GCMI.pvv | versie 01_001_VAST_TE_STELLEN| 29 maart 2023

3

daarnaast de wijzigingsbevoegdheid om stikstofemissie en –depositie te herverdelen tussen functies, binnen het toegestane totaal: 13.4.2 Afwijking van de bouw- en gebruiksregels Burgemeester en wethouders kunnen bij omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 13.4.1 voor de stikstofdepositie voor een functie, indien de totale depositie vanuit het plangebied op de beoordelingspunten niet toeneemt met meer dan 0,00 mol/ha/j. Indien het herverdelen van stikstofdepositie tussen functies nodig is, wordt artikel 15.3 toegepast. Via een omgevingsvergunning kan de gemeente de emissieruimte van een perceel veranderen, mits het systeem van het bestemmingsplan zich daartegen niet verzet, dat wil zeggen dat de totale depositie niet toeneemt. In dat geval kan het nodig zijn de verdeling van stikstofruimte binnen dezelfde bestemming te wijzigen, een andere verhouding tussen NOx en ammoniak toe te staan, of de verdeling van stikstofruimte tussen de verschillende bestemmingen aan te passen. Daarvoor wordt in dat geval artikel 15.3 toegepast.

Dit artikel regelt ook dat dat in geval van wettelijke wijzigingen (Wet natuurbescherming, aanwijzing/beheerdoelen van de betreffende natuurgebieden) de regeling in de het bestemmingsplan kan worden bijgesteld: 15.3 Wijziging – Regelgeving en stikstofverdeling Burgemeester en wethouders zijn bevoegd de in het plan opgenomen bestemmingen te wijzigen, overeenkomstig het bepaalde in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), ten behoeve van het aanpassen van opgenomen bepalingen in de voorafgaande artikelen, waarbij verwezen wordt naar bepalingen in wettelijke regelingen of grenswaarden, indien deze wettelijke regelingen of grenswaarde na het tijdstip van tervisielegging van het ontwerp van het plan worden gewijzigd. Deze bevoegdheid geldt ook als het gewenst is de stikstofruimte of de verdeling van de stikstofemissie binnen een bestemming of tussen bestemmingen te wijzigen, inclusief de bijlage bij deze regels inzake stikstofdepositie, binnen het kader van de Wet natuurbescherming.

4

De verdeling van stikstofruimte

In LBPSight-rapportage ‘Bestemmingsplan Knibbelweg-Oost, Stikstofemissie en -depositie; huidig gebruik en toekomstige functies (gebruiksfase en aanlegfase)’, kenmerk R065442aa.227DVU9.pvb, zijn de stikstofemissies en overeenkomstige deposities in beeld gebracht. voor het huidig agrarisch gebruik en voor de toekomstige situatie die het bestemmingsplan beoogt. In dit rapport dat als bijlage I bij deze notitie is opgenomen is bepaald: 1.

De stikstofemissie en -depositie vanuit het plangebied als gevolg van het huidige gebruik.

2.

De aard en (maximaal realistische) omvang van stikstofbronnen die te verwachten zijn binnen de bestemmingen ‘Bedrijventerrein – Logistiek’, ‘Bedrijven’ en ‘Agrarisch – Glastuinbouw’.

V065442aa.227GCMI.pvv | versie 01_001_VAST_TE_STELLEN| 29 maart 2023

4

3.

De verwachte en maximaal toelaatbare bijdragen in de stikstofemissie door de genoemde bestemmingen, waarmee de totale depositie door het plangebied in de toekomst maximaal gelijk is aan de depositie in de huidige situatie.

Hieronder worden de resultaten samengevat. In paragraaf 4.4 is dit voor de te onderscheiden bestemmingen vertaald naar een stikstofemissiemaat per oppervlakte-eenheid.

4.1

Huidig agrarisch gebruik en stikstofdepositie

Het huidige gebruik is geïnventariseerd aan de hand van registratiegegevens van landbouwgrond (systeem Boer&Bunder). Onderstaande afbeelding laat de agrarische percelen zien die met het plan buiten gebruik zullen worden gesteld. Het gaat om 48 hectare. Deze akkers en de bemesting zijn goed voor een emissie van totaal ca. 1.526,9 kg ammoniak per jaar. Ter plaatse van de omliggende natuurgebieden leidt dit tot een maximale depositie tot 0,11 mol per hectare per jaar.

Figuur 3 Landbouwpercelen binnen het plangebied (in geel)

V065442aa.227GCMI.pvv | versie 01_001_VAST_TE_STELLEN| 29 maart 2023

5

Figuur 4 Depositie (gele hexagonen) in natuurgebieden door agrarisch gebruik ([ 1 ]: plangebied) Deze emissie en depositie komt te vervallen door het realiseren van het plan en kan daarmee via intern saldering worden toegekend aan de nieuwe functies. Dit is hieronder beschreven.

4.2

Situatie na realisatie bestemmingsplan

Voor de planrealisatie wordt ervan uitgegaan dat logistieke gebouwen en andere bedrijfsgebouwen, niet zijnde kassen, gasloos worden verwarmd. De stikstofuitstoot door deze activiteiten komt daarmee alleen van het verkeer. De aantallen verkeersbewegingen zijn hieronder opgegeven. Tabel 1 Onderverdeling verkeersbewegingen Verkeers-

Richting de

Richting

Via

Onderzoek

A12

de A20

distributiecentra

Totaal

[bewegingen/etmaal]

2.800

1876

924

1.400

Licht verkeer

[bewegingen/etmaal]

1680

1126

554

840

Middelzwaar vrachtverkeer

[bewegingen/etmaal]

280

188

92

140

Zwaar vrachtverkeer

[bewegingen/etmaal]

840

563

277

420

Onderstaande afbeelding geeft een impressie van het rekenmodel in het programma Aerius. Met het Aerius-rekenmodel uit figuur 5 is nagegaan welke emissie en depositie het gevolg is van het extra verkeer als gevolg van de totale planontwikkeling. Bij de natuurgebieden in de omgeving leidt dit tot een maximale depositie van 0,03 mol/ha/j. Met deze bijdrage is nagegaan welke stikstofruimte er het gevolg kan zijn de glastuinbouw, zodanig dat de totale depositie niet boven de depositie van de bestaande situatie komt.

V065442aa.227GCMI.pvv | versie 01_001_VAST_TE_STELLEN| 29 maart 2023

6

Figuur 5 Stikstofbronnen verkeersnetwerk en totale emissie in het Aerius-rekenmodel Intern salderen van het huidige gebruik (48,5 ha akkerbouw) volstaat om de effecten van het plan voor 15 ha logistieke bedrijvigheid (distributiecentra), 4 ha algemene bedrijvigheid en 18,5 glastuinbouw te compenseren, mits de emissie van glastuinbouw niet hoger is dan ca. 7.000 kg NOx/jaar (berekening 1) of 6.080 kg NOx/jaar en 76 kg NH3/jaar (berekening 2) en de overige plannen gasloos worden uitgevoerd. In de glastuinbouw worden reductietechnieken toegepast om NOx te verwijderen, zodat de CO2 in de rookgassen veilig voor de medewerkers in de kassen aan de gewassen kan worden toegediend. Afhankelijk van de procesvoering en de hulpstoffen kan bij het reduceren van NOx een geringe ammoniakemissie optreden. Ook voor het beperken van ammoniakemissie worden in de praktijk bewezen technieken toegepast. Er is daarom een berekening gemaakt met de emissie van NOx (6.000 kg NOx/j) met een klein aandeel ammoniak (NH3), in een verhouding 80 : 1 (75 kg NH3/j). In het geval dat er geen sprake is van ammoniakemissie, is er meer NOx-emissie mogelijk, namelijk ca. 6.850 kg NOx/j. De verhouding NOx : NH3 kan in de praktijk anders liggen, afhankelijk van de voorzieningen en reductietechnieken.

De tuinder heeft de vrijheid om technieken en oplossingen te kiezen en zo ook de emissie van ammoniak (dat zwaarder meetelt in de depositie) te elimineren. De regels voorzien er in dat indien gewenst via een omgevingsvergunning de verhouding NOx : NH3 voor een tuinder kan worden aangepast, zodat er wat extra ruimte ontstaat voor NOx.

V065442aa.227GCMI.pvv | versie 01_001_VAST_TE_STELLEN| 29 maart 2023

7

4.3

Maximale bijdrage aan de depositie op beoordelingsplaatsen

Uitgaande van de hiervoor beschreven emissie-omvang is er vanwege stikstof geen significant extra nadelig effect te verwachten voor Natura 2000-gebieden (ofwel: de depositie is lager of gelijk aan de depositie met het huidig agrarisch gebruik). De bijdrage aan de totale depositie na realisatie van het bestemmingsplan, inclusief het wegverkeer, is dan maximaal als volgt op de hieronder aangegeven beoordelingsplaatsen. Tabel 2 Beoordelingsplaatsen en maximale depositie (Aerius versie 2022) Natura 2000 gebied

Hoogste bijdrage op de depositie door bronnen in het plangebied (mol/ha/jr)*

Nieuwkoopse Plassen & De Haeck Meijendel & Berkheide Uiterwaarden Lek Westduinpark & Wapendal Biesbosch

0,11 0,03 0,03 0,01 0,01

* verschilberekening met huidig gebruik levert op: 0,00 mol/ha/j

4.4

Vertaling naar gebiedseenheden per type bestemming

Om de maximaal toegestane emissie en depositie voor een functie te begrenzen wordt de berekende emissie toegekend aan de betreffende bestemming. Hierbij wordt de vracht aan NOx en ammoniak (kilogrammen per jaar) naar rato van het beschikbare oppervlak toegekend. Een perceeleigenaar krijgt daarmee een stikstofruimte die recht evenredig is met de perceelgrootte. In onderstaande tabel zijn de divers grootheden opgenomen en zijn de gebiedseenheden voor logistiek en glastuinbouw bepaald. Tabel 3 Emissies voor NOx en ammoniak (NH3,, oppervlakten en gebiedseenheden 1

2

3

4

Oppervlakte

Emissie NOx

Emissie NH3

(m2)

(kg)*

(kg)*

(gram/m2/jaar)*

(gram/ha/jaar)*

Bedrijventerrein

40.000

0

0

0

0,00

Bedrijventerrein – Logistiek

150.000

0

0

0

0,00

Glastuinbouw

185.000

6.000

75

33

4,05

Bestemming

5

6

Gebiedseenheid NOx Gebiedseenheid NH3

* exclusief emissies door motorvoertuigen voor het wegverkeer De emissie van een activiteit (exclusief de emissie door het wegverkeer) mag niet meer bedragen dan de betreffende oppervlakte van het perceel dat in gebruik genomen wordt vermenigvuldigd met de overeenkomstige emissiefactoren (gebiedseenheden) voor NOx en NH3. Dit wordt hieronder verder toegelicht.

V065442aa.227GCMI.pvv | versie 01_001_VAST_TE_STELLEN| 29 maart 2023

8

5

Toetsing van een activiteit

5.1

Algemeen

Het toetsen van een activiteit binnen de bestemmingen vindt plaats zoals in dit hoofdstuk 5 is bepaald. Voor berekeningen van de emissie van alle activiteiten c.q. stikstofbronnen geldt: ▪

Activiteiten binnen de bestemming ‘Wonen’, ‘Tuin’, ‘Groen’ en ‘Verkeer’ worden buiten beschouwing gelaten (wegverkeer is verdisconteerd en overige activiteiten hebben verwaarloosbare bijdragen).

▪

Motorvoertuigen voor het wegverkeer worden als emissiebronnen niet meegenomen in de toetsing. Mobiele werktuigen voor werkzaamheden binnen de bestemmingen Bedrijventerrein en Bedrijventerrein - Logistiek worden wel meegenomen.

▪

De jaaremissie van de bronnen wordt bepaald aan de hand van de kengetallen zoals opgenomen in het actuele rekenmodel Aerius en de voor Aerius aangewezen rekenmethode op het moment van de berekening.

5.2

Toetsing activiteit binnen bestemming ‘Bedrijven – Logistiek’

1.

De emissie door gebouwinstallaties (energievoorziening) moet nihil zijn.

2.

Andere stikstofbronnen (niet zijnde motorvoertuigen voor het wegverkeer) mogen alleen aanwezig of in gebruik zijn, nadat hiervoor in het kader van het bestemmingsplan een omgevingsvergunning is afgegeven en onherroepelijk is geworden.

5.3 1.

Toetsing activiteit binnen bestemming ‘Agrarisch – Glastuinbouw’ Van een activiteit door een initiatiefnemer wordt de bruto-oppervlakte bepaald; dat wil zeggen de totale oppervlakte in vierkante meters van alle primaire activiteiten en ondersteunende activiteiten die beslag leggen op gronden binnen deze bestemming.

2.

De aard en de omvang van de stikstofbronnen van de activiteiten zoals bedoeld onder 1 worden bepaald. Dit kan gaan om verbrandingsinstallaties, intern transport en overige processen en activiteiten (niet zijnde motorvoertuigen voor het wegverkeer). Het gaat om de emissies na eventuele zuiveringstechnieken om rookgassen te zuiveren van NOx of NH3.

3.

De totale vracht van de jaaremissie zoals bepaald onder 2 wordt voor NOx uitgedrukt in grammen NOx per jaar en gedeeld door het totale oppervlakte zoals bepaald onder 1 in m2.

4.

De totale vracht van de jaaremissie zoals bepaald onder 2 wordt voor NH3 uitgedrukt in grammen NH3 per jaar en gedeeld door het totale oppervlakte zoals bepaald onder 1 in ha.

5.

De verkregen getallen verkregen onder 3 en 4 worden vergeleken met de gebiedseenheden voor glastuinbouw zoals opgenomen in tabel 3. Als het plan de getallen uit tabel 3 overschrijdt is sprake van een strijdig gebruik.

-o-o-o-o-o-o-o-

V065442aa.227GCMI.pvv | versie 01_001_VAST_TE_STELLEN| 29 maart 2023

9

Bijlage I

Stikstofberekening (referentiesituatie, gebruiksfase en aanlegfase)

V065442aa.227GCMI.pvv | versie 01_001_VAST_TE_STELLEN| 29 maart 2023

10

Bestemmingsplan Knibbelweg-Oost Stikstofemissie en -depositie; huidig gebruik en toekomstige functies (gebruiksfase en aanlegfase)

Kenmerk R065442aa.227DVU9.pvb Versie 03_001_VAST_TE_STELLEN Datum 29 maart 2023 Auteur P.M. (Priska) van Binsbergen MSc ing. P.A.G. (Paul) van der Vleuten

Kelvinbaan 40 2e verd., 3439 MT Nieuwegein | Postbus 1475, 3430 BL Nieuwegein | T (030) 231 13 77 | F (030) 234 17 54 E info@lbpsight.nl | www.lbpsight.nl | IBAN: NL62 RABO 036 42 36 558 | KvK 30073990 | BTW NL007076083B01

Inhoudsopgave

1

Inleiding ..................................................................................................................................... 3

2

Ligging plangebied .................................................................................................................... 4

3

Emissiekwantificering ................................................................................................................ 5

4

3.1

Referentiesituatie – Landbouw ................................................................................................................... 5

3.2

Beoogde situatie – Bestemmingsplan: Verkeer ................................................................................... 8

3.3

Beoogde situatie – gebruik distributiecentra, glastuinbouw en bedrijven ............................. 11

3.4

Tijdelijke situatie – aanlegfase .................................................................................................................. 11

Resultaten en conclusie ...........................................................................................................13 4.1

Resultaten ......................................................................................................................................................... 13

4.2

Conclusie ........................................................................................................................................................... 13

Bijlagen Bijlage I

AERIUS-verschilberekening 1 (beoogde situatie glastuinbouw uitsluitend NOx)

Bijlage II

AERIUS-verschilberekening 2 (beoogde situatie glastuinbouw met NOx en NH3-slip)

Bijlage III Factsheets Boer&Bunder Bijlage IV Beoordeling aanlegfase en toelichting regressiemodel

R065442aa.227DVU9.pvb | versie 03_001_ | 29 maart 2023

2

1

Inleiding

Knibbelweg-Oost in Zevenhuizen maakt onderdeel uit van de grootschalige gebiedsontwikkeling van de Zuidplaspolder. De eerste fase van Knibbelweg-Oost bestaat uit de realisatie van 15 ha logistieke bedrijvigheid, 4 ha kleine bedrijvigheid en 18,5 tot 19 ha glastuinbouw. Uitgangspunt is dat het plan ten opzichte van het huidige agrarisch gebruik geen extra bijdrage levert aan de depositie van stikstof in gevoelige natuurgebieden in de omgeving. Voor het bestemmingsplan Knibbelweg-Oost is er daarom gekeken naar het effect van de realisatie van dit bestemmingsplan op de (bestaande) stikstofdepositie. Projecten en plannen die aantoonbaar geen (extra) bijdrage leveren aan de stikstofdepositie op stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden (in zowel de aanlegfase als de gebruiksfase) kunnen zonder (nieuwe) natuurvergunning worden gerealiseerd. Als een project of plan wel stikstofeffecten kent, maar deze effecten worden gecompenseerd door de stikstofeffecten van functies die aantoonbaar niet meer zullen plaatsvinden als gevolg van de ontwikkeling, dan is hiervoor geen nieuwe natuurvergunning nodig. In deze rapportage is een berekening van de stikstofeffecten uitgevoerd voor de huidige situatie en de situatie na de maximale realistische situatie van het bestemmingsplan Knibbelweg-Oost. Zowel de aanlegfase als de gebruiksfase van de boogde plannen is beschouwd.

De aanlegfase kent een lager emissieniveau dan de gebruiksfase en is daarmee niet bepalend. In de gebruiksfase is nagegaan wat de stikstofruimte is voor glastuinbouw of het distributiecentrum bij het uitgangspunt dat de depositie op natuurgebieden niet toeneemt. De stikstofdepositieberekening is uitgevoerd met behulp van AERIUS Calculator (versie 2022). Hoofdstuk 2 beschrijft de ligging van het plangebied en de omliggende natuurgebieden. De kwantificering van de emissies en deposities als gevolg van het huidig agrarisch gebruik en de beoogde situatie is opgenomen in hoofdstuk 3. Hoofstuk 4 bevat de resultaten samengevat en ook de conclusies.

R065442aa.227DVU9.pvb | versie 03_001_ | 29 maart 2023

3

2

Ligging plangebied

Het plangebied ligt aan de oostzijde van Zevenhuizen, ten noordoosten van de Knibbelweg en ten noordwesten van de N219. De ligging van Knibbelweg-Oost Fase 1 is weergegeven in figuur 2.1. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied is ‘ Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein’ op circa 10 km. Het meest nabijgelegen Natura 2000-gebied met stikstofgevoelige habitattypen zijn de ‘Nieuwkoopse Plassen & De Haeck’ op een afstand van circa 14 km (figuur 2.2.).

BT-L

BT A-G

Figuur 2.1 Globale indeling plangebied Knibbelweg-oost

Figuur 2.2 Natura-2000 gebieden rondom het plangebied (rode stip)

R065442aa.227DVU9.pvb | versie 03_001_ | 29 maart 2023

4

3

Emissiekwantificering

Dit hoofdstuk behandelt de emissiekwantificering van zowel de referentiesituatie (landbouwgebruik) als ook de beoogde situatie (het beoogde bestemmingsplan). Voor de beoogde situatie is als rekenjaar het jaar 2025 genomen, omdat het plan op zijn vroegst in dat jaar volledig is ontwikkeld.

3.1

Referentiesituatie – Landbouw

Binnen het plangebied bevinden zich landbouwgronden, in onderstaande figuur zijn deze weergegeven. Gegevens van het perceelgebruik van de afgelopen jaren zijn afkomstig van Boer&Bunder1 en het het BRP2. In bijlage III zijn de factsheets van Boer&Bunder van de betreffende percelen opgenomen. Het huidig gebruik van de gronden is akkerbouw, hiervoor kan een specifieke stikstof- (ammoniak)emissie worden berekend door mesttoediening. Deze stikstofemissie dient als referentiesituatie. Deze stikstofemissies worden gebruikt om intern te salderen omdat de akkerbouw volledig zal verdwijnen binnen het plangebied.

Figuur 3.1 Landbouwpercelen binnen het plangebied (in geel) 1

www.boerenbunder.nl, geraadpleegd 14-03-2023

2

Basisregistratie Gewaspercelen (BRP),m https://www.pdok.nl/introductie/-/article/basisregistratie-gewaspercelen-brp-, geraadpleegd 14-03-2023

R065442aa.227DVU9.pvb | versie 03_001_ | 29 maart 2023

5

Door middel van bemesting komt er stikstof in de vorm van ammoniak vrij. De hoeveelheid stikstof die (per hectare) als emissie naar de lucht optreedt wordt als volgt berekend: Berekening TAN (Totaal Ammoniakaal Stikstof) Niet al het stikstof vervluchtigt na toediening op een weiland. De hoeveelheid stikstof die beschikbaar is om te vervluchtigen is de TAN. Dit is een percentage van de totale hoeveelheid stikstof die uitgereden wordt. In deze berekening is uitgegaan van een TAN van 65%.3 Emissiefactor bij meststoftoediening De totale emissie hangt samen met de manier waarop de mest aan de bodem wordt toegediend. De manier van bemesting bepaalt hoeveel stikstof daadwerkelijk vervluchtigt. De emissiefactor wordt uitgedrukt als percentage van de TAN. Voor de toedieningstechniek wordt uitgegaan van toediening in sleufjes (zodenbemester). De emissiefactor hiervan is 24%. 4 Stikstofgebruiksnorm De stikstofgebruiksnorm (kilo stikstof per hectare per jaar, N/ha/jaar) is afhankelijk van het landbouwgebruik. Door gewasrotatie zijn er door de jaren heen verschillende gewassen geteeld op bovengenoemde percelen (zomer- en wintertarwe, bieten, zaaiuien, snijmais, consumptieaardappelen, etc.5) met elk een eigen stikstofgebruiksnorm, grofweg tussen de 120 en 290 N/ha/jaar6.

De gebruiksnorm voor stikstof uit dierlijke mest betreft maximaal 170 kilogram per hectare landbouwgrond7, er is daarom gerekend met een gemiddelde stikstofgebruiksnorm van 170 N/ha/jaar voor alle percelen. Oppervlakte landbouwgrond Binnen het plangebied bevinden zich meerdere percelen met landbouwgronden. Het totale oppervlak aan landbouwgronden dat zal verdwijnen binnen het plangebied bedraagt 48,4 ha. Gegevens van de perceeloppervlakken zijn afkomstig van Boer&Bunder 8 en samengevat in tabel 3.2.

3

Uit literatuur kan een TAN van 52% tot 78% worden afgeleid afhankelijk van de diersoort waarvan de mest afkomstig is. In deze berekening is uitgegaan van een waarde van 65%, dit is het gemiddelde percentage van alle categorieën. Bruggen, C. van, et al. (2021). Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019. Wageningen, WOT Natuur & Milieu, WOt-technical report 203. (Tabel B3.2 voor het jaar 2019)

4

Bruggen, C. van, et al. (2021). Emissies naar lucht uit de landbouw berekend met NEMA voor 1990-2019. Wageningen, WOT Natuur & Milieu, WOt-technical report 203. (Tabel B17.3 voor bouwland in het jaar 2019)

5

www.boerenbunder.nl, geraadpleegd 14-03-2023 (zie ook bijlage III), en Basisregistratie Gewaspercelen (BRP), https://www.pdok.nl/introductie/-/article/basisregistratie-gewaspercelen-brp-, geraadpleegd 14-03-2023

6

RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), Tabel 2 Stikstof landbouwgrond, februari 2023

7

RVO (Rijksdienst voor Ondernemend Nederland), Hoeveel mest gebruiken. Hoe rekent u dat uit?, november 2019

8

www.boerenbunder.nl, geraadpleegd 14-03-2023

R065442aa.227DVU9.pvb | versie 03_001_ | 29 maart 2023

6

Tabel 3.1 Oppervlakte landbouwpercelen (ha) Perceelnummer

Perceelnummer

figuur 3.1

Boer&Bunder

Grondsoort

Oppervlak (ha)

1

388512

klei

7,6711

2

91100

klei

5,9077

3

562565

klei

5,9538

4

468532

klei

5,7512

5

698288

klei

7,9665

6

507846

klei

4,1865

7

498005

klei

1,7416

8

592326

klei

1,9777

9

404096

klei

1,7289

10

286682

klei

4,0258

11

97900

klei

1,4942

Totaal

48,4050

Kwantificering ammoniakemissie De totale emissie stikstof kan als volgt berekend worden: [oppervlakte ha] * [stikstofgebruiksnorm kg N/ha] * [65% TAN] * [24% Emissiefactor] * [Ammoniakequivalent NH3/N]. Omrekenen voor ammoniakequivalent betekent toepassen van onderstaande formule: Jaarvracht in NH3 = [17 g/mol NH3] / [14 g/mol N]. Hieronder is de emissie NH3 gekwantificeerd. Tabel 3.2 Berekening ammoniakemissie Oppervlak landbouwpercelen (totaal) [ha]

48,4050

Stikstofgebruiksnorm[kg N/ha/jaar]

170

TAN [%]

65%

Emissiefactor (% van TAN)

24%

Ammoniakequivalent [-]

17/14

Ammoniak emissie [kg NH3/jaar]

1.558,8

De referentiesituatie heeft een emissie van 1.558,8 kg NH3/jaar. Deze emissie leidt tot een bepaalde depositie, die beschikbaar is voor intern salderen binnen de bestaande stikstofruimte. Voor zover deze bestaande depositie niet wordt overschreden is een vergunning ingevolge de Wet natuurbescherming vereist.

R065442aa.227DVU9.pvb | versie 03_001_ | 29 maart 2023

7

3.2

Beoogde situatie – Bestemmingsplan: Verkeer

Verkeer door bedrijfsmatige bestemmingen De realisatie van het bestemmingsplan heeft een verandering van de verkeergeneratie als gevolg. De verkeersgeneratie voor het bestemmingsplan is onderzocht in een verkeersstudie9. De aantallen van de ritproducties zijn uit dit rapport gehaald (scenario 1b) en gebruikt bij de huidige berekeningen. Scenario 1b focust zich enkel op de ontwikkeling van het gehele Knibbelweggebied (circa 65 ha). Aangezien het bestemmingsplan fase 1 anders is ten opzichte van de aannames in het genoemde rapport, is de verkeersgeneratie naar rato teruggebracht naar de huidige situatie voor Knibbelweg-Oost: 15 ha logistiek, 4 ha kleine bedrijven en 14 tot 18,5 ha glastuinbouw. Zie tabel 3.4 voor de uiteindelijke aantallen. Tabel 3.3 Verkeersbewegingen door bedrijfsmatige bestemmingen Verkeersbewegingen 2.800

Totaal

(waarvan 40% vrachtverkeer, waarvan 75% zwaar vrachtverkeer)

Van plangebied richting het noorden (A12) Van plangebied richting het zuiden (A20)

1.876 (waarvan 40% vrachtverkeer, waarvan 75% zwaar vrachtverkeer) 924 (waarvan 40% vrachtverkeer, waarvan 75% zwaar vrachtverkeer)

Over het plangebied loopt een centrale weg die het verkeer ontsluit naar de N219. Alle verkeersbewegingen worden over de volle lengte van de centrale weg gemodelleerd. Verkeersbewegingen voor de glastuinbouw en het bedrijventerrein die eventueel eerder afbuigen zijn hierdoor voldoende meegerekend omdat deze de volledige lengte van de weg worden gemodelleerd. Op het distributiecentrum wordt het grootste deel van de verkeersbewegingen verwacht. Om dit te modelleren worden er twee rijlussen rondom de twee potentiële distributie centra gemodelleerd met elk de helft van al het verkeer. Na het ontsluiten van het verkeer op de N219 wordt een gedeelte van het verkeer richting het noorden afgevoerd en wordt vanaf de A12 beschouwd als opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Het overige verkeer dat richting het zuiden (richting de A20) wordt afgevoerd, wordt vanaf de rotonde met de Zuidplasweg beschouwd als opgenomen in het heersend verkeersbeeld. Op basis van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK)10 geldt dat op bovengenoemde ontsluitingspunten de verkeersgeneratie minder is dan 5% van het totaal aantal bewegingen, het verkeer wordt daarom beschouwd als opgenomen in het heersend verkeersbeeld.

9

Goudappel Coffen, Modelberekeningen Knibbelweg-Oost Notitie uitgangspunten en resultaten (verkeersmodel RVMH3.2), 8 maart 2021

10

Verkeersintensiteiten: Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit, https://www.cimlk.nl/kaart

R065442aa.227DVU9.pvb | versie 03_001_ | 29 maart 2023

8

Bovendien volgt uit CIMLK een file factor van 16% voor de N219, in het rekenmodel is voor deze wegen gerekend met 16% stagnatie. Zie ook figuur 3.2 voor een visualisatie van de wegen. De verkeersbewegingen over de N219 zijn gemodelleerd als ‘buitenwegen’, de verkeersbewegingen over de centrale as en het distributieterrein zijn gemodelleerd als ‘binnen de bebouwde kom’. Alle verkeersbewegingen zijn onderverdeeld in ‘licht verkeer’, ‘middelzwaar vrachtverkeer’ en ‘zwaar vrachtverkeer’ volgens de verdeling uit het verkeersonderzoek welke te zien zijn in tabel 3.4. Onderstaande tabel maakt de specifieke aantallen inzichtelijk. Tabel 3.4 Onderverdeling verkeersbewegingen Totaal / Centrale as (Verkeers-

Via Richting de A12

Richting de A20

Distributiecentra (2x)

onderzoek) Totaal

[bewegingen/etmaal]

2.800

1876

924

700*

Licht verkeer

[bewegingen/etmaal]

1680

1126

554

420*

[bewegingen/etmaal]

280

188

92

70*

[bewegingen/etmaal]

840

563

277

210*

Middelzwaar vrachtverkeer Zwaar vrachtverkeer

* De wegen rondom het distributiecentrum zijn als lus gemodelleerd. Er zijn daarom geen losse aanrij- en vertrekroute bewegingen waardoor het totaal aantal bewegingen de helft bedraagt.

R065442aa.227DVU9.pvb | versie 03_001_ | 29 maart 2023

9

Figuur 3.2

Verkeersbewegingen (In rood de wegen van logistiek, bedrijven en glastuinbouw, in blauw de wegen van woningen aan de Knibbelweg) Verkeer als gevolg van woningen Aan de Knibbelweg (tussen de Noordelijke Dwarsweg en de N219) wordt een aantal woningen mogelijk gemaakt in de lintzone. Het gaat hierbij om maximaal 9 vrijstaande woningen of tweeonder-een-kap woningen. De nieuwe woningen worden gasloos uitgevoerd c.q. niet aangesloten op het gasnet. Dit betekent dat er geen emissies zijn door gebouwverwarming. Het in gebruik nemen van de woningen genereert wel verkeersbewegingen tijdens de gebruiksfase. De verkeersgeneratie als gevolg van deze 9 nieuwe woningen is bepaald aan de hand van de CROW kengetallen.11 Daarbij wordt uitgegaan van een gemiddelde verkeersgeneratie voor een locatie in het ‘buitengebied’ van een ‘weinig stedelijk’ gebied. Op basis hiervan generen de woningen in hetplangebied circa 74 verkeersbewegingen per etmaal, uitgaande van 9 vrijstaande woningen12. Het gaat hierbij om bewegingen van personenauto’s in de categorie ‘licht verkeer’. Het verkeer vanaf de woningen aan de Knibbelweg kan ontsluiten via de noordelijke en zuidelijke richting (zie Figuur 3.2). Aangenomen wordt dat het totaal aantal verkeersbewegingen zich 11

CROW-publicatie 381: ‘Toekomstbestendig parkeren - Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie

12

8,2 bewegingen per etmaal voor een vrijstaande woningen en 7,8 bewegingen per etmaal voor een twee-onder-eenkap woning. Door te rekenen met alleen vrijstaande woningen is er een worst-case berekening uitgevoerd.

R065442aa.227DVU9.pvb | versie 03_001_ | 29 maart 2023

10

evenredig over de beide richtingen verdeelt. Het verkeer in noordelijke richting ontsluit via de Knibbelweg direct op de Noordelijke Dwarsweg. Het verkeer in zuidelijke richting ontsluit via de Knibbelweg en splitst zich vervolgens op over de Zuidelijke Dwarsweg tot aan de Bredeweg of de N219. De verkeersgeneratie op deze ontsluitingspunten is minder dan 5% van het totaal aantal bewegingen 13. Het verkeer wordt daarom vanaf deze ontsluitingspunten beschouwd als opgenomen in het heersend verkeersbeeld.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12790586/1