Bijlage 5 Beheerplan bomen en groen Z25.002470
Tekst van het document
Beheerplan bomen en groen Zuidplas
Zuidplas, 25 augustus 2025 Eindconcept versie 1.0
1
Inhoudsopgave 1
INLEIDING .............................................................................................................................. 4
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
DOELEN BEHEERPLAN GROEN EN BOMEN ....................................................................................... 4 ALGEMEEN WETTELIJK KADER ..................................................................................................... 4 WETTELIJK KADER AANSPRAKELIJKHEID ......................................................................................... 5 REIKWIJDTE EN UITGANGSPUNTEN BEHEERPLAN BOMEN EN GROEN ...................................................... 5 LEESWIJZER ............................................................................................................................ 6
2
AREAAL IN BEELD ................................................................................................................... 8
2.1 2.2 2.3
OP ORDE BRENGEN DIGITALE BEHEERINFORMATIE ............................................................................ 8 EVALUATIE KWALITEIT BEHEERDATA GROENAREAAL ........................................................................... 8 AREAAL BOMEN EN GROEN ........................................................................................................ 9
3
PRESTATIES EN RISICO’S ........................................................................................................ 12
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
FUNCTIONELE EN BEELDKWALITEIT IN DE OPENBARE RUIMTE ............................................................. 12 VEILIGHEID IN DE OPENBARE RUIMTE .......................................................................................... 12 PRESTATIES BOMEN EN GROEN .................................................................................................. 12 RISICO’S .............................................................................................................................. 14 LEVENSCYCLUSANALYSE (LCA) .................................................................................................. 15
4
INSPECTIE EN MONITORING .................................................................................................. 16
4.1 4.2 4.3
INSPECTIERESULTATEN ............................................................................................................. 16 RESULTATEN INSPECTIE BOMEN 2024 EN PERIODE 2020-2023 ......................................................... 17 RESULTATEN TOESTANDSINSPECTIES BEPLANTINGEN EN BLOK- EN LIJNHAGEN 2024 ................................ 18
5
ONDERHOUDSSTRATEGIE...................................................................................................... 19
5.1 STORINGSAFHANKELIJK ONDERHOUD (SAO) ................................................................................ 19 5.2 GEBRUIKERSAFHANKELIJK ONDERHOUD (GAO) ............................................................................. 19 5.3 TOESTANDSAFHANKELIJK ONDERHOUD (TAO)............................................................................... 19 5.3.1 WAARDEVOLLE BOMEN .................................................................................................................. 19 5.3.2 STRUCTUURBOMEN ....................................................................................................................... 20 5.3.3 FUNCTIONELE BOMEN .................................................................................................................... 20 5.4 STRATEGISCHE KEUZE: COMBINEREN VOOR MAATWERK ................................................................... 21 6
2
MAATREGELEN ..................................................................................................................... 22
6.1 6.2 6.3 6.4
DAGELIJKS (TECHNISCH) ONDERHOUD (DO) ................................................................................. 22 VERVANGING (VV) ................................................................................................................ 22 INTEGRAAL PROGRAMMEREN ................................................................................................... 22 MEERJARENONDERHOUDSPLAN (MJOP) ................................................................................... 23
7
TOEKOMSTVISIE EN FINANCIEEL KADER ................................................................................ 24
7.1 TOEKOMSTVISIE VOOR BEHEER .................................................................................................. 24 7.1.1 FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN ........................................................................................................ 24 7.1.2 KOSTEN ONDERHOUD TOT 2030...................................................................................................... 24 7.1.3 VERVANGINGSWAARDE .................................................................................................................. 25 8
CONCLUSIE ........................................................................................................................... 27
BIJLAGEN ................................................................................................................................... 28 1
OVERZICHT LEEFTIJD ............................................................................................................. 28
2
SPELREGELS VOOR ZELFBEHEER IN DE OPENBARE RUIMTE VAN DE GEMEENTE ZUIDPLAS ....... 29
3
KWALITEITSCATALOGUS OPENBARE RUIMTE ZUIDPLAS.......................................................... 30
3
1 Inleiding Voor u ligt het beheerplan groen en bomen van de gemeente Zuidplas. Dit beheerplan beschrijft hoe wij als gemeente zorgen voor het beheer en onderhoud van de groenvoorzieningen. Het beheer van groenvoorzieningen speelt een essentiële rol in de leefbaarheid en duurzaamheid van de gemeente Zuidplas. Groen draagt bij aan een gezonde leefomgeving, versterkt de biodiversiteit, biedt ruimte voor recreatie en ontspanning en helpt klimaatverandering tegen te gaan door bijvoorbeeld verkoeling en wateropname. Dit beheerplan beschrijft de manier waarop de groenvoorzieningen in de gemeente Zuidplas in stand gehouden worden. Dit beheerplan dient als richtinggevend document voor de periode 2026-2030. Het plan sluit aan bij de doelen van de gemeente: de openbare ruimte is goed, veilig en toekomstbestendig. Door regelmatig te actualiseren en aan te passen aan nieuwe inzichten, wetgeving en beleidsontwikkelingen en te blijven inspelen op de veranderende behoeften van inwoners zorgt de gemeente voor het optimaal blijven functioneren van de bomen en het groen.
1.1 Doelen beheerplan groen en bomen De doelen zijn afgeleid van de wettelijke taak rond het bevorderen van de volksgezondheid en om de openbare ruimte veilig te houden. Daarnaast zijn doelmatigheidsaspecten opgenomen in het Collegeprogramma. De doelen geven een kader waarbinnen de beheertaken worden uitgevoerd en daarmee een beeld van de opgave waaraan de gemeente werkt. De doelen voor het beheerplan groen en bomen zijn: 1. Bijdragen aan een goede volksgezondheid door een veilige en aantrekkelijke groene openbare ruimte. 2. Bijdragen aan een pretÝge leefomgeving. 3. Inwoners kwaliteit leveren tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
1.2 Algemeen wettelijk kader In tabel 1.1 staan de voornaamste wetten die gelden voor bomen en groen.
4
Tabel 1.1: Wettelijk kader van toepassing op groenbeheer Wet/regelgeving Wet milieubeheer
Inhoud Afvalstoffen die alleen met beschermende maatregelen in het milieu kunnen worden afgevoerd.
Omgevingswet - Natuur (voorheen Wet natuurbescherming)
Kwetsbare dieren en planten worden beschermd. Een ecologische check is verplicht.
Omgevingswet
Deze wet regelt het beheer van oppervlakte- en grondwater. Eén en ander is ook uitgewerkt in de omgevingsvisie. Ook grondwateroverlast en onderlast is hierin geregeld.
Invloed op civiele bomen en groen Bij onderhoud en vervanging van groenvoorzieningen kunnen er afvalstoffen vrijkomen die vallen onder de Wet milieubeheer. Plantenresten, mits goed gescheiden, vallen onder de vrijstelling plantenresten. Er is een verbod op het zonder vrijstelling in of op de bodem brengen van snoeihout. Kwetsbare dieren en planten komen vooral voor in bomen en groenvoorzieningen. Er is een gedragscode voor invasieve exoten die op de Europese unie lijst staan en een zorgplicht voor beschermde soorten bij het beheren van bomen en groen. Bij onderhoud en vervanging van groenvoorzieningen mag er geen verontreinigd materiaal in het oppervlaktewater terecht komen. Aanpassen op grondwaterproblematiek kan consequenties hebben voor de maaiveldhoogte (bijvoorbeeld bij noodzaak tot ophogen). Dat heeft invloed op beplanting en bomen.
1.3 Wettelijk kader aansprakelijkheid De artikelen BW6:174 en BW6:162 uit het Burgerlijk Wetboek zijn belangrijk voor het beheer van bomen en groen. Artikel 6:174 gaat over de verantwoordelijkheid van de gemeente in de rol van groenbeheerder, als er schade ontstaat door een gebrekkig onderhoud. Als het groen niet goed onderhouden wordt en dit leidt tot schade, kan de gemeente aansprakelijk worden gesteld. Artikel 6:162 gaat over onrechtmatige daad. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk kan zijn voor schade als zij niet genoeg zorg heeft gedragen voor de veiligheid van het groen. Beide artikelen laten zien dat het belangrijk is dat de gemeente goed zorgt voor het onderhoud en de veiligheid van het groen.
1.4 Reikwijdte en uitgangspunten beheerplan bomen en groen Dit beheerplan betreft de volgende beheergroepen: ▪
▪ ▪
▪
Bomen, waaronder: bomen in beplanting, bomen in bosplantsoen, bomen in gazon, bomen in ruw gras, bomen in verharding, bomen particulier, gekandelaberde bomen, knotbomen en leibomen. Beplantingen waaronder: blokbeplanting, bodembedekkers, bosplantsoen, botanische rozen, half opgaande heesters, opgaande sierheesters, struikrozen, tiny forests en vaste planten. Grassen waaronder: grasstroken, uitzichthoeken, bloemrijk grasland, bermen/taluds, soortenarme ruigte, bloemrijke ruigte, waterriet, oevers, gazon, gazon met bloembollen, half verharde berm, ruw gras. Hagen waaronder: blokhaag, lijnhaag.
Dit beheerplan beschrijft de methoden die ingezet worden om de beoogde kwaliteit van deze groenvoorzieningen te borgen en dient als leidraad voor zowel de gemeente als de betrokken 5
partners, zoals aannemers en ontwikkelaars. Gestreefd wordt naar een duurzaam en toekomstbestendig areaal voor de huidige én toekomstige bewoners. Het beheer en onderhoud van het groen binnen de gemeente wordt verzorgd door verschillende groenaannemers en de eigen buitendienst. In dit beheerplan zijn nieuwe (aankomende) wettelijke kaders en regelgeving nog niet opgenomen. In de komende planperiode moet hier een inhaalslag op gemaakt worden en eventueel beleid voor ontwikkeld worden. Nieuwe ontwikkelingen die in de komende planperiode waarschijnlijk ingevoerd moeten worden in het beheer zijn: ▪ ▪ ▪
▪ ▪ ▪
De bestrijding van de nijlgans. Verplichting vanuit de gedragscode tot toetsen met ecologische expertise. Trends voor het toenemen van het belang van bomen in het kader van waardering woon- en werkomgeving, boomkroonvolume, leefbaarheid en klimaatadaptatie (voorkomen van hittestress). Bomen die een positieve bijdrage leveren aan de biodiversiteit en meer tegen de klimaatontwikkeling bestand zijn. Verbod vanuit de gedragscode tot klepelen. Nieuw groenstructuurplan wat invloed heeft op de status van de bomen (structuur of functioneel)
De verzorging van de buitenruimte is onderdeel van de groenbeheertaak. Hieronder valt straatvegen, onkruidbestrijding en het onderhoud van het oppervlaktewater. Deze taken worden deels gefinancierd uit het beleidsplan Riolering (BRIO). Dierenwelzijn taken, ongediertebestrijding en vandalismebestrijding zijn ook onderdeel van de scope van beheerder groen (separate grootboeknummers). Voorbeelden hiervan zijn: ▪ ▪ ▪
De bestrijding van de rat en wesp/aziatische hoornaar. Wettelijke gemeentelijke taken rond dierenwelzijn (o.a. bewaarplicht zwerfdieren). Vandalismebestrijding, zoals grafÏti (wel worden aanstootgevende uitingen verwijderd).
De watertaken zijn beperkt tot het schonen en maaien. Beeldkwaliteit van de oevers en daarmee samenhangende taludbekleding zijn hiervan geen onderdeel. Wel wordt ingegrepen bij technische problemen zoals uitspoeling (zie beheerplan kunstwerken). Voor civiele kunstwerken geldt dat houtgewassenopschot en uitspoeling wordt voorkomen in het profiel van het civiele kunstwerk (zie beheerplan kunstwerken). De kwaliteit van de openbare ruimte voldoet aan de geldende regelgeving. Daardoor wordt het risico op juridische aansprakelijkheid beperkt. Dit plan gaat niet over extra doelen zoals minder CO₂-uitstoot, natuur of het aanpassen aan het klimaat. Het beheerplan richt zich uitsluitend op de wettelijke verplichtingen en het in stand houden van het huidige areaal en functionaliteit.
1.5 Leeswijzer Na de inleiding in dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het areaal beschreven. In hoofdstuk 3 komen de beoogde prestaties en risico’s aan bod en in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de inspectie en monitoring. Hoofdstuk 5 beschrijft vervolgens de strategie en hoofdstuk 6 de daarbij behorende 6
maatregelen. Hoofdstuk 7 behandelt de financiële uitgangspunten en in hoofdstuk 8 is de conclusie opgenomen.
7
2 Areaal in beeld 2.1 Op orde brengen digitale beheerinformatie Om het beheer van de groenvoorzieningen zo goed mogelijk te ondersteunen wordt gewerkt volgens het ABC-principe. Dit houdt in dat het Digitale beheersysteem Obsurv en GRIB en andere beheersystemen voorzien moet zijn van Actuele, Betrouwbare en Complete informatie. Actueel betekent dat de kerngegevens recent zijn bijgewerkt, terwijl compleet inhoudt dat alle relevante gegevens beschikbaar zijn. Denk hierbij aan de decompositie volgens CROW IMBOR, aanlegjaar, sortiment, status en gebruiksfunctie. Er is al een inhaalslag gemaakt in de informatieachterstand, waardoor de gegevens beter op orde zijn. Door onderhoud, renovaties, vervangingen en uitbreidingen verandert het areaal continu. Om het beheerplan actueel te houden, worden wijzigingen in het areaal zo snel mogelijk verwerkt in Obsurv. Dit geldt niet alleen voor interne mutaties, maar ook voor de wijzigingen ten gevolge van de samenwerking met externe partijen, zoals Rijkswaterstaat, de provincie Zuid-Holland, het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard, ProRail, aannemers en particulieren. Bomen en groenvoorzieningen grenzen namelijk vaak aan weg-, water- en spoorwegen van externe partijen.
Om ervoor te zorgen dat de beheerder nauwkeurige onderhoudsplanningen en begrotingen kan opstellen die gebaseerd zijn op de actuele staat van het areaal worden de inspectieresultaten altijd verwerkt in Obsurv. Daarnaast wordt gewerkt aan het bijhouden van de onderhouds-maatregelen in Obsurv, zodat de onderhoudsplanning actueel blijft. Het actualiseren van het beheersysteem beperkt zich dus niet tot kerngegevens, maar omvat ook de volgende dynamische gegevens: ▪ ▪
Inspectieresultaten. Onderhoudsmaatregelpakketten en bijbehorende eenheidsprijzen.
2.2 Evaluatie kwaliteit beheerdata groenareaal In tabel 2.1 is met kleuren aangegeven in hoeverre de kerngegevens en dynamische data van de bomen en het groen op orde zijn. Over het algemeen zijn de gegevens van bomen op een goed niveau. Bij de overige beheergroepen (beplantingen, grassen en blok- en lijnhagen) mist er echter relevante informatie met betrekking tot de sortimenten, het aanplantjaar en de functie van het groen. Waar mogelijk wordt deze missende informatie in Obsurv aangevuld zodat de kerngegevens compleet worden. Deze inhaalslag wordt in 2025/2026 uitgevoerd.
8
Zo worden de sortimenten van de groenvoorzieningen meegenomen in de eerstvolgende inspectie. De functie van de groenvoorzieningen wordt op basis van het Uitvoeringsplan Dorpsgroen aangevuld. Tabel 2.1: Evaluatie kerngegevens en dynamische data van het groen
Planjaar
Maatregel
Kwaliteit o.b.v. inspectie
Functie
Dynamische data Aanplantjaar
Afmetingen
Sortiment
Kerngegevens Algemeen
Areaaldeel
Bomen Beplantingen Grassen Blokhagen Lijnhagen Data op orde Data bijna op orde Data in ontwikkeling Data niet op orde
2.3 Areaal Bomen en groen Het beheerplan heeft betrekking op de bomen en groenvoorzieningen die in beheer en/of eigendom zijn van de gemeente Zuidplas. In tabel 2.2 is de onderverdeling in beheergroepen weergegeven.
9
Tabel 2.2: Areaal bomen en groen (2025) Beheergroep Bomen
Objectsoort Aantal (st) Boom in groen Boom in verharding Knotboom Lei- en vormboom Gekandelaberde boom Waardevolle bomen particulier Totaal bomen
Oppervlakte (m²)
Lengte
15.163 1.225 4.176 337 214 334 21.449
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 0 0 0
Beplantingen
Bosplantsoen Sierplantsoen incl rozen en bodem Vaste panten Blokbeplanting Tiny forest openbaar groen beheer derden Totaal beplanting
0 0 0 0 0 0 0
181.300 195.120 24.045 18.990 500 106.662 417.831
0 0 0 0 0 0 0
Hagen
Blokhagen Hoge haag Lage haag intensief (2x) Totaal hagen
0 0 0 0
56.173 190 565 75.920
0 5.544 11.666 0
Grassen
Gazon Ecologisch gras Ruig gras/klepelen Halfverharde berm Oevers Totaal gras/oever
0 0 0 0 0 0
440.669 689.935 431.587 1.678 27.115 1.590.984
0 0 0 0 0 0
0 0 0 0 42.898
2.240.839 2.240.839 0 0 2.084.735
0 0 0 0 17.210
Overige taken
Onkruid op verharding Vegen & zwerfvuiilverharding 0 Schonen watergangen incl ontvan 0
Totaal groen
In de gemeente Zuidplas zijn de bomen verdeeld in 3 statuscategorieën: waardevolle bomen, structuurbomen en functionele bomen. Iedere categorie vervult een verschillende functie en hebben daarmee ook een verschillende status met betrekking tot het onderhoud, de kap, herinrichting of vervanging. In het Bomenbeleidsplan 2016 worden de statuscategorieën uitgebreid beschreven. In tabel 2.3 zijn de statuscategorieën samengevat. Om de geografische uitwerking van de verschillende statuscategorieën meer te duiden is in figuur 2.4 een uitsnede van Moerkapelle opgenomen. Tabel 2.3: SamenvatÝng statuscategorieën groen
Statuscategorie
Ambitie levensduur
Bescherming
Functie
Eigenaar
80 jaar
Maximale individuele bescherming
Gemeente, derden
Structuurbomen
50 jaar
Functionele bomen
30 jaar
Geringe bescherming; Structuur gaat voor de individuele boom Geen bescherming
Duurzame groeiplaats, ecologische waarde, cultuurhistorie, beeldbepalend, zeldzaam. Stedenbouwkundig, historische structuur verbinding tussen elementen Groene leefomgeving
Waardevolle bomen
Figuur 2.4: Uitsnede van Moerkapelle
10
Gemeente Gemeente
11
3 Prestaties en risico’s 3.1 Functionele en beeldkwaliteit in de openbare ruimte In plaats van frequentie wordt een beeldkwaliteit voorgeschreven. Dit kan in een meerjarenonderhoudscontract bij verzorgingsonderhoud. In de landelijke systematiek van CROW (Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte 2023), worden 5 kwaliteitsniveaus onderscheiden: ▪ A+ (zeer hoog): uitstekend onderhouden. Als nieuw en volledig schoon ▪ A (hoog): goed onderhouden, bijna niets op aan te merken en schoon ▪ B (basis): voldoende onderhouden, wel wat op aan te merken en redelijk schoon ▪ C (laag): sober tot onvoldoende onderhouden, enige achterstand en pleksgewijs vuil ▪ D (zeer laag): onvoldoende onderhouden, achterstanden en vuil De gemeente streeft ernaar in het gehele openbare gebied minimaal een kwaliteitsniveau C te realiseren, ook op de accentplekken zoals de dorpskernen met als uitzondering het onderhoud op de begraafplaatsen (minimaal B). Deze beleidskeuze is in de gemeenteraad in november 2023 gemaakt. Vaste planten worden op A niveau onderhouden omdat een duurzame instandhouding niet op C kan worden gegarandeerd.
3.2 Veiligheid in de openbare ruimte De gemeente streeft ernaar om de veiligheid in de gehele openbare ruimte te waarborgen. Als dat door omstandigheden zoals een incident, vandalisme, of ongunstige weersomstandigheden niet meer zo is, worden onmiddellijk maatregelen genomen. Waar nodig eerst met snelle tijdelijke (nood)maatregelen zoals een afzetÝng of afsluiting. Daarna met structurele maatregelen om de openbare ruimte weer naar een veilig niveau te brengen. De gemeente kan als beheerder op grond van artikel 6:174 BW aansprakelijk worden gesteld voor de schade die personen lijden, als blijkt dat de bomen en het groen ‘niet de veiligheid biedt die men gerechtigd is te verwachten in de gegeven omstandigheden’. Het gaat daarbij dus om de verwachtingen die mensen redelijkerwijs kunnen hebben over hun veiligheid in de situatie. De gemeente kan zich daarbij wettelijk niet beroepen op overmacht en moet rationeel onderhouden om deze situaties te voorkomen.
3.3 Prestaties bomen en groen In de gemeente Zuidplas voldoen de bomen en groenvoorzieningen niet alleen aan de wettelijke vereisten, maar ook aan aanvullende prestatie-eisen. Voor deze voorzieningen zijn prestaties en risico’s gedefinieerd die voortdurend worden gevolgd om functionaliteit, veiligheid en duurzaamheid te garanderen. Bomen en groenvoorzieningen spelen een essentiële rol in het verbeteren van de leefbaarheid, beweging, recreatie en het ondersteunen van biodiversiteit. Voor de bomen en groenvoorzieningen in de gemeente Zuidplas zijn de volgende prestatie-eisen opgesteld die zowel betrekking hebben op individuele objecten als op het bredere netwerk waarin ze functioneren.
12
De bomen en groenvoorzieningen binnen de gemeente Zuidplas zijn daarnaast onderhevig aan risico’s. De prestatie-eisen zijn daarom gekoppeld aan de algemeen aanvaarde RAMSSHEEPS risicothema’s. Net zoals bij andere beheergroepen, zijn voor de bomen en het groen prestatie-eisen opgesteld. Deze eisen richten zich niet alleen op technische aspecten, maar houden ook rekening met sociale, ecologische en economische waarden. De bomen en het groen zijn daarnaast onderhevig aan risico’s. Voor de analyse van de risico’s wordt gebruikgemaakt van de Prestatiegestuurde Risicoanalyse (PRA) volgens de RAMSSHEEPS-methode. RAMSSHEEPS is een Engels acroniem waarbij de letters staan voor Reliability (Betrouwbaarheid), Availability (Beschikbaarheid), Maintainability (Onderhoudbaarheid), Safety (Veiligheid), Security (Sociale veiligheid), Health (Gezondheid), Environment (Millieu en omgeving), Economics (Kosten(efÏciëntie), Politics (Politiek en imago) en Sustainability (Duurzaamheid). Tabel 3.1: RAMSSHEEPS-risicothema’s
Aspect
Omschrijving
Kritische indicatoren
Beschikbaarheid
Groenvoorzieningen zijn toegankelijk en functioneel, tenzij gepland onderhoud anders vereist.
Onderhoudbaarheid
Bomen en groenvoorzieningen worden zo aangelegd dat onderhoud efÏciënt en met minimale hinder kan worden uitgevoerd. Bomen en groenvoorzieningen zijn veilig voor alle gebruikers en de omgeving en voldoen aan (inter)nationale normen.
Beperkingen door calamiteiten (zoals stormschade) of onderhoud worden tot een acceptabel tijdsinterval beperkt. Belemmeringen in de uitvoering van snoei, verwijdering of herplanting.
Betrouwbaarheid
Veiligheid
Bomen en groenvoorzieningen voldoen aan de ontwerpeisen en functioneren gedurende hun levensduur naar behoren.
Sociale veiligheid
Bomen en groenvoorzieningen dragen bij aan een veilige en pretÝge omgeving.
Gezondheid
Bomen en groenvoorzieningen dragen bij aan een gezonde leefomgeving voor mens en dier.
Milieu en omgeving
Groenbeheer heeft een positieve impact op biodiversiteit.
13
Ziekten, plagen of structurele gebreken die de stabiliteit of vitaliteit van bomen en groen aantasten.
Risicovolle bomen of takken die kunnen leiden tot schade of letsel. Achterstallig onderhoud of overgroei die zichtlijnen en de verkeersveiligheid belemmeren. Achterstallig onderhoud of overgroei die kan bijdragen aan verloedering of onveiligheid. Gebruik van niet-allergene en niet-giftige beplanting, bevordering van biodiversiteit en natuurlijke plaagbestrijding. Verstoring van habitats, vermindering van biodiversiteit, aanwezigheid van invasieve exoten, overmatig gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Wijze van aantonen
Cyclische boomveiligheidsinspecties, NEN-keuringen plantvakken, monitoring van ziekten en plagen, beeldkwaliteitsmetingen van het verzorgingsonderhoud. Onderhouds- en vervangingsmaatregelen van bomen en groenvoorzieningen zijn volgend aan andere beheergroepen. Onderhoudsmaatregelen kunnen cyclisch uitgevoerd worden met een acceptabele hoeveelheid hinder. Verzorgingsonderhoud wordt uitgevoerd op beeldkwaliteit. Cyclische boomveiligheidinspecties, preventief onderhoud en tijdige verwijdering van gevaarlijke bomen. Verkeers- en uitzichthoeken krijgen extra aandacht. Cyclische boomveiligheidsinspecties, preventief onderhoud en meldingen van bewoners meenemen in het onderhoud. Monitoring van soorten en toepassing van ecologisch verantwoord beheer. Extra acties op berenklauw en brandnetels bij speelplekken. Monitoring van biodiversiteit en exoten, gebruik van ecologisch beheer en inpassing van natuur inclusieve maatregelen.
Kosten(efÏciëntie)
Politiek en imago
Duurzaamheid
Groen wordt kosteneffectief beheerd, met een focus op levensduur verlengend onderhoud. Bomen en groenvoorzieningen dragen bij aan de uitstraling en leefbaarheid van de gemeente. Bomen en groenvoorzieningen worden zo onderhouden dat de levensduur maximaal wordt benut.
Onverwachte kosten door ziekten, stormschade of vervroegde vervangingen. Onveilige bomen, onverzorgd groen of kale plekken die kunnen leiden tot meldingen en imagoschade. Te vroeg noodzakelijke vervangingen en verlies van ecologische waarde.
Cyclisch inspecteren en afstemming vervangingen met andere beheergroepen voor kostenbeheersing. Tijdig handelen op meldingen en communicatie met bewoners over beeldkwaliteit C en vervangings-maatregelen. Inzetten op klimaatbestendige beplanting en vergroening van stedelijke gebieden.
3.4 Risico’s De hierboven beschreven prestaties zijn nauw verbonden met diverse risico’s. Voor de gemeente Zuidplas, met haar waterrijke omgeving en drukke verkeersaders is een systematische aanpak van risico’s cruciaal. De belangrijkste interne en externe risico’s voor bomen en groen in de gemeente Zuidplas zijn: ▪
▪
▪
▪
▪ ▪
Extreme weersomstandigheden: Hittegolven, langdurige droogte of hevige stormen kunnen bomen verzwakken, waardoor takken afbreken of bomen omwaaien. Daarnaast kan langdurige droogte de groei van groenvoorzieningen beperken en bodemerosie veroorzaken. Overbelasting: Toename in de belasting van groen door de aanleg van nieuwe infrastructuur of woningen, bijvoorbeeld door het gebruik van rij- of terreinplaten of het achterlaten van afval, heeft tot gevolg dat het groen niet meer kan herstellen. Plagen en ziekten: De opkomst van plagen, zoals de eikenprocessierups waardoor extra maatregelen nodig zijn. Ziektes zoals essentaksterfte, veroorzaakt aanzienlijke schade aan het bomenbestand waardoor bomenlanen niet beschikbaar zijn en de onderhoudskosten zullen stijgen. Onvoldoende middelen: Beperkte budgetten of tekort aan personeel kunnen leiden tot achterstallig onderhoud. Door de aanleg van Cortelande ontstaat tijdelijk een situatie waarin hetzelfde budget een groter areaal moet dekken. Waterbeheerproblemen: Onvoldoende afvoer van regenwater leidt tot wateroverlast rondom groeiplaatsen van bomen en planten. Conflicten met andere infrastructuur: Bomenwortels kunnen schade veroorzaken aan wegen, trottoirs, rioleringen of kabels en leidingen. Daarnaast kan overhangend groen verkeershinder veroorzaken en beperkt zicht bij openbare verlichting, verkeersregelinstallaties of verkeersborden.
Om bovengenoemde risico’s te beheersen, zijn gerichte risicobeperkende maatregelen nodig (de zogenaamde mitigerende maatregelen). In combinatie met de resultaten uit de technische inspecties worden deze maatregelen afgestemd op de onderhoudsstrategie. Bovenstaande risico’s worden met de volgende risicobeperkende maatregelen beheerst: ▪
14
Cyclisch inspecteren: Twee keer per jaar wordt er een visuele inspectie uitgevoerd volgens beeldkwaliteitsmaatlatten (KOR) voor bomen en groen om de verzorging te monitoren. Daarnaast worden de Boom Veiligheidscontrole en Onderhoudsinventarisatie (driejaarlijkse cyclus) en NEN2767 inspecties voor de groenvakken (vierjaarlijkse cyclus) uitgevoerd om de conditie en veiligheid te monitoren.
▪
▪
Jaarlijks herzien meerjarige onderhoudsplanning (MJOP): Op basis van de inspectieresultaten wordt het MJOP jaarlijks herzien en worden, wanneer nodig, onderhoud en vervangingsmaatregelen naar voren gehaald of uitgesteld. Integraal beheren: Door integraal te beheren kunnen maatregelen voor verschillende beheergroepen worden samengevoegd tot één multidisciplinair project of gebiedsgerichte aanpak, waardoor de beschikbare middelen efÏciënter kunnen worden benut. Groen volgt de planning van Wegen en Riolering.
3.5 Levenscyclusanalyse (LCA) Door gegevens over de bomen en het groen en het onderhoud ervan te verzamelen, kan een levenscyclusanalyse worden uitgevoerd. Deze analyse helpt bij het plannen van onderhoudswerkzaamheden op een kostenefÏciënte manier en voorkomt dat er onnodige reparaties of renovaties worden uitgevoerd. In de komende planperiode worden de lopende analyses op basis van verzamelde data opnieuw geëvalueerd. Daarbij kunnen voorstellen worden gedaan voor realistische afschrijvingsperioden.
15
4 Inspectie en monitoring Bomen De WA- en Instandhoudingsinspectie wordt voor bomen volgens de Boom Veiligheidscontrole en Onderhoudsinventarisatie (BVO) uitgevoerd. Elk jaar wordt 1/3 van het areaal aan bomen volgens deze methode geïnspecteerd, waardoor het gehele areaal aan bomen in een driejaarlijkse cyclisch geïnspecteerd wordt. Voor bomen wordt ook een Toestandsinspectie uitgevoerd bij veranderende omstandigheden door gepland groot onderhoud, vervangingen of aanleg in de directe omgeving. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de Boom Effect Analyse (BEA), een methode om de impact van geplande werkzaamheden in kaart te brengen. Dit gebeurt alleen binnen gemeentelijke projecten op basis van het voorlopig ontwerp. Hierbij wordt een check gedaan en advies uitgebracht met eventuele te nemen maatregelen ter mitigatie van nadelige effecten. Beplantingen en hagen De WA-inspectie en Toestandsinspectie voor beplantingen en blok- en lijnhagen wordt twee keer per jaar met visuele inspecties volgens de CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (KOR) uitgevoerd. De Instandhoudingsinspectie voor beplantingen en blok- en lijnhagen wordt eens per vier jaar volgens de NEN2767 uitgevoerd. Grassen De WA-inspectie en Toestandsinspectie voor grassen wordt twee keer per jaar met visuele inspecties volgens de CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte (KOR) uitgevoerd.
Er wordt geen instandhoudingsinspectie voor grassen uitgevoerd.
4.1 Inspectieresultaten In 2024 is er een WA-inspectie en instandhoudingsinspectie uitgevoerd op 8367 bomen die in beheer zijn van de gemeente Zuidplas. Het betreft alle bomen ten zuidoosten van de spoorlijn RotterdamGouda en steekproefsgewijs 100 bomen in de rest van de gemeente. Het doel van deze inspectie was om te controleren of de bomen voldoen aan de veiligheidsnormen en om de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen in beeld te krijgen. Ook wordt er ééns in de drie jaar een toestandsinspectie uitgevoerd voor elke boom. Van 19.799 bomen is de conditie en veiligheid tussen 2020 en 2024 gemeten en geregistreerd in Obsurv. In 2024 is er een toestandsinspectie uitgevoerd voor alle beplantingen en blok- en lijnhagen. In een aantal gevallen zijn groenvakken niet geïnspecteerd omdat deze in 2024 zijn aangelegd. In het digitale beheersysteem Obsurv is een gedetailleerd inspectierapport van alle bomen te vinden. Het areaaldeel grassen wordt niet geïnspecteerd omdat, de keuze is gemaakt om deze storingsafhankelijk te beheren.
16
4.2 Resultaten inspectie bomen 2024 en periode 2020-2023 Op basis van de resultaten uit de Wettelijke Aansprakelijkheid (WA) inspectie uit 2024 kan worden geconcludeerd dat 85,78% van het geïnspecteerde areaal aan bomen veilig is, zie figuur 4.1. Dit betekent dat 13,84% van de geïnspecteerde bomen niet aan de prestatie-eis voldoet en correctief onderhoud behoeft. Bij een zeer beperkt deel namelijk 0,38% van de geïnspecteerde bomen is de conditie dermate slecht dat direct ingegrepen moet worden om wettelijke aansprakelijkheidsrisico’s te mitigeren. Figuur 4.1: Conditiebomen op basis van de WA-inspectie
Conditie bomen WA 2024 1,72%
0,38%
12,12% Voldoende Onvoldoende Slecht Zeer slecht
85,78%
De toestandsinspecties (VTA) van de periode 2020-2024 zoals opgenomen in figuur 4.2 laten zien dat 90,66% van de bomen veilig is. Figuur 4.2: Veiligheidsklasse bomen op basis van de VTA-inspectie
Veiligheidsklasse Bomen VTA 2020-2024 7,90% 1,43%
Veilig Risico Attentie
90,66%
Uit de VTA-inspectie komt ook naar voren dat van 91,24% (38,34+52,90%) van de geïnspecteerde bomen het boombeeld voldoende is. Dit houdt in dat ongeveer 10% van de bomen niet aan de gestelde prestatie-eis voldoet.
17
Figuur 4.3: Boombeelden (VTA) 2024
Boombeeld VTA 2024 3,23%5,53%
52,90%
38,34%
Regulier
Aanvaard
Achterstallig
N.v.t.
4.3 Resultaten toestandsinspecties beplantingen en blok- en lijnhagen 2024 De toestandsinspecties van de beplantingen en blok- en lijnhagen heeft geresulteerd in een overzicht van de gebreken en de omvang en intensiteit van de gebreken. Op basis van de resultaten uit de toestandsinspectie uit 2024 wordt geconcludeerd dat er bij 73,42% van de beplantingen, 76,92% van de blokhagen en 83,70% van de lijnhagen geen gebrek is geconstateerd. In tabel 4.4 is het aantal gebreken per geïnspecteerd object afgezet tegen het totaal aantal objecten en de bijbehorende lengte- of breedtematen. Tabel 4.4: Overzicht gebreken aan groen areaal op basis van de Toestandsinspectie
Beplantingen
Aantal (st)
Aandeel (%)
Oppervlakte (m²)
Aandeel (%)
Blokhagen
Aantal (st)
Aandeel (%)
Oppervlakte (m²)
Aandeel (%)
Lijnhagen
Aantal (st)
Aandeel (%)
Oppervlakte (m²)
Aandeel (%)
Geen gebreken 1 gebrek 2 gebreken 3 gebreken Totaal Geen gebreken 1 gebrek 2 gebreken 3 gebreken Totaal Geen gebreken 1 gebrek 2 gebreken 3 gebreken
18
3.905 1.248 150 16 5.319 1110 294 35 4 1443 565 104 5 1
73,42% 23,46% 2,82% 0,30% 100% 76,92% 20,37% 2,43% 0,28% 100% 83,70% 15,41% 0,74% 0,15%
241.670 170.061 12.174 1.744 425.649 50.166 15.803 2980 322 69.271 14.959 2382 93 16
56,78% 39,95% 2,86% 0,41% 100% 72,42% 22,81% 4,30% 0,46% 100% 85,73% 13,65% 0,53% 0,09%
5 Onderhoudsstrategie Voor de bomen en het groen zijn onderhoudsstrategieën bepaald. Daarbij zijn de volgende hoofdstrategieën gebruikt: storingsafhankelijk onderhoud (SAO), gebruikersafhankelijk onderhoud (GAO) en toestandsafhankelijk onderhoud (TAO). Hieronder wordt elke onderhoudsstrategie kort toegelicht.
5.1 Storingsafhankelijk onderhoud (SAO) Deze strategie is geschikt voor objecten in de openbare ruimte waarvan een defect of storing niet direct leidt tot grote gevolgen of kosten. Deze strategie wordt toegepast toe bij bepaalde activiteiten zoals inboet, schade herstel. Voor bomen geldt dat de risico’s op gevolgschade en onveilige situaties dermate groot zijn dat deze strategie niet wordt toegepast. Voor een relatief klein aantal activiteiten is storingsafhankelijk onderhoud echter een passende strategie. Binnen deze strategie worden maatregelen pas uitgevoerd nadat een gebrek is waargenomen of een melding is ingediend.
5.2 Gebruikersafhankelijk onderhoud (GAO) Bij gebruikersafhankelijk onderhoud wordt onderhoud uitgevoerd op basis van de intensiteit en frequentie van gebruik van het object in de openbare ruimte. Bij groenvoorzieningen waar de gebruiksbelasting voorspelbaar is, wordt gebruiksafhankelijk onderhoud aanvullend toegepast. Zo worden grassen volgens een vaste cyclus gemaaid of met een vaste beeldkwaliteitseis. De verzorging van groen en bomen vindt plaats op basis van beeldkwaliteit of frequentie. Bomen worden gesnoeid zodat ze tijdens hun groei de juiste opkroonhoogte krijgen voor het gebruik.
5.3 Toestandsafhankelijk onderhoud (TAO) Toestandsafhankelijk onderhoud richt zich op de daadwerkelijke conditie van een object. De onderhoudsmaatregelen (preventief en correctief) worden daarbij afgestemd op de geconstateerde gebreken. Voor deze onderhoudsstrategie speelt het op orde zijn van de data een grote rol. Door de inspectiedata door de jaren heen te monitoren, wordt de degradatie van een object nauwkeurig in beeld gebracht en wordt er met onderhoud of vervanging tijdig ingegrepen. Deze strategie wordt toegepast voor vrijwel alle bomen en groenvoorzieningen, met uitzondering van grassen. Door op het juiste moment te onderhouden, wordt het risico op falen of functieverstoring van een boom of groenvoorziening zo veel mogelijk beperkt. Met deze strategie wordt onnodig onderhoud en daarmee kosten voorkomen. Deze strategie biedt ook de kans om de levensduur van een object te verlengen door de juiste maatregelen toe te passen. Voor groen is een combinatie van onderhoudsstrategieën mogelijk. Voor alle bomen in beheer van de gemeente Zuidplas wordt toestandsafhankelijk onderhoud toegepast. De onderhoudsstrategieën in de gemeente Zuidplas zijn per boomstatus vastgesteld in het Bomenbeheerplan 2016-2030. Voor de waardevolle-, structuur- en functionele bomen is de onderhoudsstrategie hieronder uiteengezet.
Een uitgebreide toelichting en onderbouwing van deze onderhoudsstrategieën staan beschreven in het Bomenbeheerplan 2016-2030.
5.3.1 Waardevolle bomen De waardevolle bomen kennen maximale individuele bescherming met een hoge investeringsbereidheid. De bomen hebben een groeiplaats die het mogelijk maakt een leeftijd van 80 19
jaar te bereiken of die een leeftijd van 40 jaar al mogelijk heeft gemaakt. Een omgevingsvergunning voor het vellen is noodzakelijk. In principe vindt altijd herplanting plaats wanneer een gemeentelijke boom uit deze categorie wordt geveld (zie Algemene Plaatselijke Verordening, Afdeling 3, Het bewaren van houtopstanden). Gemeentelijke waardevolle bomen krijgen onderhouds- en veiligheidsmaatregelen volgens de inspectietermijn. Bij noodzaak voor behoud kunnen extra investeringen, zoals kroonverankering of groeiplaatsverbetering, worden verantwoord. Particuliere waardevolle bomen kunnen eens per drie jaar op kosten van de gemeente worden geïnspecteerd; onderhoudskosten zijn voor de eigenaar.
5.3.2 Structuurbomen Structuurbomen hebben een groeiplaats die een streefleeftijd van 50 jaar mogelijk maakt, of 50% hebben zich als structuurversterkende bomenrij of -groep al 30 jaar bewezen. Gewenste ingrijpende onderhoudsmaatregelen moeten goed worden onderbouwd voordat hiervoor toestemming wordt verleend. De structuur als geheel kent een hoge mate van bescherming, waarbij de structuur vóór de individuele boom gaat. Het verwijderen van één boom kan de kwaliteit van de structuur als geheel in sommige gevallen verbeteren. Herplanting op dezelfde locatie moet passen binnen de structuur, anders dient elders een geschikte locatie gevonden te worden. Bij structuurbomen staat veiligheid centraal. Kap, verplanting of ingrijpende snoei zijn toegestaan onder voorwaarden, zoals verbetering van de groenstructuur of duurzaam behoud. Kosten voor ingrepen liggen bij de aanvrager (zoals bijvoorbeeld Rijkswaterstaat bij bomen langs de A20).
5.3.3 Functionele bomen Reguliere straat- en laanbomen zijn geclassificeerd als functionele bomen. Bij aanplant krijgen deze bomen een groeiplaats die een boomleeftijd van 30 jaar mogelijk maakt. Ingrijpende onderhoudsmaatregelen worden onderbouwd door de gemeente, waarbij vervanging vaak eerder de meest wenselijke optie is. Deze bomen bereiken hun streefleeftijd zonder grote overlast te veroorzaken. Bij onoplosbare overlast is velling vaak de beste optie. De wens van de inwoners staat centraal, maar wordt afgewogen tegen de kosten. Voor herplanting wordt gekeken naar groeiplaatsverbetering of alternatieve boomsoorten. Grote investeringen in onderhoud of groeiplaatsen zijn niet voorzien; regulier snoeiwerk volstaat. In tabel 5.1 wordt de beheerstrategie per statuscategorie uiteengezet.
20
Tabel 5.1: Beheerstrategie per statuscategorie
Status
Waardevol
Structuur
Functioneel
Omvat
Monumentale bomen, waardevolle bomen Gemeente, derden Beleving, emotie, cultuurhistorie
Belangrijkste structuren voor kernen Gemeente Stedenbouwkundig, landschappelijk: volgt hoofdinfrastructuur of watergang, of historische lijn Bomen 1e grootte en knotwilgen, uniform in beeld Jonge bomen eerste 10 jaar altijd inboeten. Daarna inboet alleen bij uitval van meer dan 25% van de structuur, tenzij streefleeftijd bereikt
Overige, vervangbare/ te missen bomen Gemeente Opvulling / aankleding straatbeeld
Eigenaar Functie
Ambitie Vervanging bij uitval
Bescherming
Snoei
Verplanten
Groeiplaats Bestrijding risicovolle ziekten en aantastingen Aanpak onoverkomelijke overlast
Bomen 1e, 2e en 3e grootte Alleen bij gemeentelijke boom
Geen omgevingsvergunning kappen, tenzij sociaal maatschappelijk belang of veiligheid Ook intensievere maatregelen toegestaan, mits acceptabel met oog op verlenging levensduur Nee, tenzij enige mogelijkheid tot behoud én positief verplantbaarheidsadvies Ten minste geschikt voor 80 jaar Maximale inzet op bestrijding ter bescherming van de boom Boomsparende maatregelen
Omgevingsvergunning (kappen) vrij, structuur handhaven of versterken
2e en 3e grootte Herplanten als de groeiplaats geschikt is, rekening houden met wens inwoners en totale bomenbestand op orde houden. Compensatie elders mogelijk. Minimaal, vellen mogelijk als geen andere (betaalbare) mogelijkheid, rekening houdend met wens inwoners
Ingrijpende snoei alleen als ondergrondse ruimte beperkend is voor boombehoud
Alleen begeleiding-, onderhoudsen specifieke snoei
Nee, tenzij boom andere structuur gaat versterken of status waardevol wordt én positief verplantbaarheidsadvies Minimaal geschikt voor 50 jaar
Nee
Progressieve aanpak om verspreiding te voorkomen. Structuur gaat voor de individuele boom Afhankelijk van invloed op structuur. Structuur gaat voor de individuele boom
Boom verwijderen/vervangen
Ten minste geschikt voor 30 jaar
Boom verwijderen/vervangen
5.4 Strategische keuze: Combineren voor maatwerk De keuze voor een onderhoudsstrategie hangt af van verschillende factoren, zoals hoe belangrijk en kritisch de boom is, de kosten en de beschikbare technologie. Door vooral onderhoud te doen op basis van de staat van de bomen en het groen, maar ook gebruiksafhankelijk onderhoud op de juiste momenten toe te passen, kan de gemeente Zuidplas kosten besparen, risico’s verminderen en de kwaliteit van de bomen en het groen behouden. Dit vraagt om een flexibele aanpak, waarbij kennis over de specifieke situatie van de bomen en het groen belangrijk is. Na iedere toestandsinspectie wordt de onderhouds-strategie daarom herzien.
21
6 Maatregelen Op basis van de WA- en toestandsinspecties zijn onderhoudsmaatregelen voor bomen, beplantingen en blok- en lijnhagen bepaald. Onderscheid wordt gemaakt tussen Dagelijks (technisch) Onderhoud en Vervangingen (VV). Deze verschillende onderhoudstypen worden hieronder kort toegelicht.
6.1 Dagelijks (technisch) onderhoud (DO) Dit type onderhoud bestaat uit dagelijkse onderhoudsmaatregelen zoals het verwijderen van bladafval en loshangende takken. Daarnaast worden alle andere onderhoudsmaatregelen die zowel preventief als correctief van aard zijn beschouwd als DO. Voorbeelden hiervan zijn: ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪ ▪
Onderhoud watergangen inclusief ontvangstplicht. Vegen van de verhardingen en bestrijden van onkruid. Zwerfvuil ruimen. Maai- en snoeiwerkzaamheden inclusief uitzicht- en verkeershoeken. Verwijderen van opkomend onkruid of invasieve soorten in beperkte mate. Aanvullen van grond of bemesting. Aanbrengen van beschermende maatregelen, zoals boomkorven of palen. Herstellen of verwijderen van beschadigde bomen, watergeven bomen. Herstellen of vernieuwen van planten of hagen of inboeten inclusief watergeven.
Bij groen wordt Groot onderhoud (GO) gehanteerd als onderdeel van het dagelijks onderhoud. Hieronder valt verjonging snoei, omvorming in het kader van gebruik of beheer (uitstel van vervanging). Herstel met een maximum van 50%.
6.2 Vervanging (VV) Kenmerkend voor vervangingen (VV) is dat het is gericht op noodzakelijke vervanging van een object omdat het niet meer voldoet aan de gestelde prestatie-eisen. VV wordt uitgevoerd wanneer (een onderdeel van) een bomenrij of park niet meer door GO in stand kan worden gehouden. VV heeft geen betrekking op losse planten maar op (grote delen van) een groenvak of op hele bomenrijen. Wanneer er groot onderhoud of vervangingsmaatregelen worden gepland, raakt dit vrijwel altijd andere beheergroepen en leidt over het algemeen tot afstemming of een integraal project. Groen is volgend op wegen en riolering ook wanneer het groen nog wel aan de prestatie-eisen voldoet.
6.3 Integraal programmeren Streven is integraal programmeren, maar dit streven wordt losgelaten wanneer de veiligheid in het geding is of wanneer het om andere redenen echt niet mogelijk is. Integraal programmeren zorgt voor minder overlast voor inwoners en soms lagere kosten, doordat 22
werkzaamheden efÏciënter worden uitgevoerd. Soms vallen de kosten hoger uit, omdat andere onderdelen te vroeg worden vervangen (niet alle onderdelen bereiken tegelijkertijd het einde van hun levensduur). Het wordt bovendien steeds ingewikkelder om alles integraal aan te pakken. Dit komt bijvoorbeeld door personeels- en planningsproblemen bij leveranciers en aannemers. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in de gemeente Zuidplas vraagt primair om een integrale analyse, waarin samenwerking centraal staat. Door de instandhoudingsbehoeften van alle beheergroepen in kaart te brengen, kunnen onderhoudsmaatregelen efÏciënt worden gepland en uitgevoerd. Doordat bomen en groenvoorzieningen vrijwel altijd in contact staan met andere beheergroepen, zal het vaak voorkomen dat de samenwerking wordt gezocht met aanpalende beheergroepen. Dagelijks onderhoud aan een boom of groenvak wordt over het algemeen vormgegeven als monodisciplinaire project.
6.4 MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) In het MJOP zijn alle kosten opgenomen die nodig zijn voor het onderhoud in de periode 2026-2030 en voor de vervanging in de periode 2026-2030. Voor elk object zijn het dagelijks onderhoud en de gangbare levensduur opgenomen, inclusief een kostenraming. Voor de vervangingen zijn eenmalige kosten opgenomen; deze kosten komen na het jaar van uitvoering niet meer voor. Op basis van de inspectie is voor elk object bepaald in welk jaar het eerstvolgende onderhoud nodig is. Ook is het jaar waarin vervanging van een object noodzakelijk is opgenomen. De kosten in het MJOP zijn berekend volgens de CROW Kwaliteitscatalogus Openbare Ruimte.
23
7 Toekomstvisie en financieel kader 7.1 Toekomstvisie voor beheer Het werk van BOR bestaat uit het uitvoeren van beheer op basis van dit beheerplan. Op dit moment is er sprake van een flinke achterstand, waardoor niet al het beheer kan worden uitgevoerd zoals gepland. De komende jaren wordt er gewerkt om te voorkomen dat deze achterstand verder oploopt. Over vijf jaar wordt een stabiel beheerniveau bereikt: er wordt dan precies genoeg gedaan om niet verder achterop te raken. Vanaf dat moment kan worden gewerkt aan het inhalen van de achterstand. Dan ontstaat er ruimte om uitgesteld beheer alsnog uit te voeren. Er wordt erkend dat dit een langdurig proces is. Met een goede planning, samenwerking en focus kan er stap voor stap worden toegewerkt naar volledig beheer volgens de plannen. In de volgende paragraaf is opgenomen welke middelen daarvoor noodzakelijk zijn.
7.1.1 Financiële uitgangspunten In de ramingen is met de volgende zaken rekening gehouden: • • •
•
Prijspeil 1 januari 2025 Areaalomvang 1 januari 2025 Bedragen zijn inclusief VAT, verkeers- en milieumaatregelen maar exclusief: o Kapitaallasten o Doorberekening interne producten zoals de kosten van de buitendienst o Personeelskosten BOR o Softwarecontracten die beheerd worden door ICT o BTW Het budget voor groot onderhoud en investeringen bereikt pas in 2030 de omvang die benodigd is. Dit betekent dat de achterstand de komende beheerplanperiode nog verder toeneemt en pas in de volgende beheerplanperiode af gaat nemen.
7.1.2 Kosten onderhoud tot 2030 In tabel 7.1 zijn de kosten voor het onderhoud en de vervanging van de bomen en groenvoorzieningen in de planperiode 0 tot 5 jaar weergegeven. De onderhoudsmaatregelen per object zijn uiteengezet in Obsurv. Gemiddeld gezien is er in de periode 2026-2030 ongeveer € 6.377.200 per jaar nodig, waarvan € 4.164.000 per jaar voor onderhoud en gemiddeld € 2.213.200 voor vervanging (VV) is begroot. Tabel 7.1: Kosten groenonderhoud en -investeringen en bijkomende kosten
Groen
2026
2027
2028
2029
2030
totaal 2026-2030
Dagelijks onderhoud Groot onderhoud
4.164.000 0
4.164.000 0
4.164.000 0
4.164.000 0
4.164.000 0
20.820.000 0
Investering
1.660.000
1.936.000
2.213.000
2.490.000
2.766.000
11.066.000
24
Groen kent geen separate posten voor groot onderhoud, deze worden meegenomen in het dagelijks onderhoud omdat de omvang van groot onderhoud verwaarloosbaar is vergeleken bij de omvang het dagelijks onderhoud. De investeringskosten betreffen voor 80% de kosten van groen binnen de integrale reconstructieprojecten en voor 20% monodisciplinaire groenprojecten, zoals vervangingen van parken en andere groenstructuren.
7.1.3 Vervangingswaarde In tabel 7.2 is de vervangingswaarde van het areaal uitgesplitst per objecttype. De vervangingswaarde van het totale areaal bomen en groen is € 78,3 miljoen.
25
Tabel 7.2: Vervangingswaarde
Objectsoort
Aantal (st)
Oppervlakte (m²)
Lengte
Vervangingswaarde
Boom in groen
15.163
18.953.750
Boom in verharding
1.225
2.625.000
Knotboom
4.176
2.175.696
Lei- en vormboom
337
589.750
Gekandelaberde boom
214
374.500
Waardevolle bomen particulier
334
0
Totaal bomen
24.718.696
Bosplantsoen
181.300
4.154.792
Sierplantsoen incl rozen en bodembedekkers
195.120
7.926.750
Vaste panten
24.045
2.033.806
Blokbeplanting
18.990
771.469
Tiny forest
500
28.125
openbaar groen beheer derden
106.662
5.066.445
Totaal beplanting
417.831
14.914.942
Blokhagen
56.173
Hoge haag
190
5.544
261.030
Lage haag intensief (2x)
565
11.666
549.274
2.644.812
Totaal hagen
75.920
3.455.116
Gazon
440.669
3.305.018
Ecologisch gras
689.935
9.486.606
Ruig gras/klepelen
431.587
5.934.321
Halfverharde berm
1.678
99.981
Oevers
27.115
700.471
Totaal gras/oever
1.590.984
19.526.397
Subtotaal groen/gras
37.896.455
Totaal openbaar groen
62.615.151
dus niet over schonen verharding/water
15.653.788
21.449
26
4.259.264
17.210
78.268.938
8 Conclusie Het areaal aan bomen en groen verkeert in een gevarieerde staat. Kijkend naar de WA-inspectie (2024) en de toestandsinspecties VTA (2020-2024) van de bomen wordt geconcludeerd dat er achterstallig onderhoud is: 14,2% (WA-inspectie) en 12,4% (VTA-inspectie) van de bomen voldoen niet aan de veiligheidseisen. In figuur 8.1 is de conditie van de bomen weergegeven gemeten met de methode ‘VTA’ (Vitual Tree Asessment). Figuur 8.1: Conditie bomen
Conditie bomen VTA 2024 1,72%
0,38%
12,12%
85,8%
85,78% Voldoende
Onvoldoende
Slecht
Zeer slecht
Voor de groenvoorzieningen beplantingen en blok- en lijnhagen is het niet mogelijk om achterstallig onderhoud vast te stellen. Wel wordt op basis van de toestandsinspectie VTA uit 2024 geconcludeerd dat er bij 73,42% van de beplantingen, 76,92% van de blokhagen en 83,70% van de lijnhagen geen gebrek is geconstateerd.
27
Bijlagen 1 Overzicht leeftijd In onderstaan grafieken is te zien dat 88.82% van de waardevolle bomen, 65.27% van de structuurbomen en 43,06% van de functionele bomen inmiddels de geambieerde leeftijd hebben bereikt.
Aanplantjaar structuurbomen
Aanplantjaar waardevolle bomen
2,73%0,43% 13,09 %
8,82% 2,35% 5,88%
31,58 %
23,53%
59,41% 52,18 % <1960
1961-1980
1981-2000 0,14%
21,59%
2001-2020
13,31%
29,75%
35,21%
Aanplantjaar functionele bomen
28
2020>
2 Spelregels voor zelfbeheer in de openbare ruimte van de gemeente Zuidplas Bewoners verklaren hierbij een deel van de openbare ruimte zelf te onderhouden en komen met gemeente Zuidplas overeen de volgende 10 gouden regels in acht te nemen: 1. Op een kaart, behorend bij deze spelregels, is vastgelegd welk deel van de openbare ruimte is aangemerkt als zelfbeheergebied. Dit gebied blijft eigendom van gemeente Zuidplas. 2. Bewoners maken in onderling overleg een plan voor het zelfbeheergebied. Het plan wordt besproken met de contactpersoon van gemeente Zuidplas. De aan te brengen materialen moeten de instemming hebben van gemeente Zuidplas. 3. Voor wijziging van de inrichting van de openbare ruimte worden maatwerkafspraken gemaakt tussen bewoners en Gemeente Zuidplas. Voor wijziging moet voldoende draagvlak zijn bij alle omwonenden of belanghebbenden. Bij individuele, kleinschalige wijzigingen wordt volstaan met de instemming van de buren. 4. Het gebied moet het openbaar karakter blijven behouden. Het plaatsen van afrasteringen zoals hekjes en hagen is niet toegestaan. 5. De activiteiten mogen de natuurwaarden van de openbare ruimte niet verminderen. Het gebruik van chemische onkruidbestrijdingsmiddelen is niet toegestaan. 6. Continuïteit in het onderhoud van het zelfbeheergebied moet gewaarborgd zijn. 7. Het snoeien dient in overleg met de gemeente te gebeuren.
Het onderhoud aan bomen in het zelfbeheergebied wordt uitgevoerd door de gemeente. 8. Gemeentelijke diensten, nutsbedrijven, e.d. hebben altijd toegang tot hun kabels, leidingen en riolering. Het kan voorkomen dat de door bewoners aangebrachte materialen verwijderd moeten worden voor werkzaamheden. Schade aan materialen veroorzaakt door werkzaamheden aan kabels, leidingen en riolering wordt niet vergoed tenzij hierover afspraken gemaakt worden met gemeente Zuidplas. 9. Het project wordt beëindigd als niet aan de bovenstaande voorwaarden wordt voldaan. Hierover wordt te allen tijde eerst het gesprek gevoerd. 10. Voor vragen is gemeente Zuidplas bereikbaar via uw contactpersoon.
29
3 Kwaliteitscatalogus openbare ruimte Zuidplas
30