Bijlage 5 Beantwoording Technische vragen NvUen Grondexploitatie Fase 1a Ontwikkeling Middengebied Z23.002330
Tekst van het document
Pagina 20 van 26
onderwerp Technische vragen R23.000084
registratienummer Z23.002330
5. De gebouwde hub zal conform het bouwbesluit gebouwd moeten worden. Vraag 63: Er wordt een parkeerregime ontwikkeld, gericht op financiële ontmoediging van de tweede (en volgende) auto’s. Aan wat voor financiële ontmoedigingen wordt gedacht? Antwoord: Dit is een suggestie in de concept-Nota maatwerk parkeren, waarvoor nadere uitwerking nodig is. Er zijn daarbij verschillende invullingen mogelijk. Een voorbeeld is het werken met een (betaalde) parkeervergunning vanaf de tweede auto, waardoor het bezit van meer dan één auto enigszins ontmoedigd wordt. Vraag 64: In de randvoorwaardelijke uitgangspunten parkeren’ worden parkeervergunningen genoemd om te komen tot reductie van auto's. 1. Moet iedere auto een parkeervergunning hebben om te kunnen parkeren? 2. Hoe wordt omgegaan met bezoekers en winkelend publiek in het Vijfde Dorp? 3. Vindt u parkeervergunningen passen in een dorpse woonomgeving? Antwoord: 1. Dit dient nog nader verkend te worden. 2. . Voor de voorzieningen worden ook parkeerplaatsen voorzien. Een gebouwde parkeerhub in het centrum maakt daar onderdeel van uit. 3. Wij zien dit als een politieke vraag, tijdens uw inbreng in de programmacommissie of raad kunt u hierover met het college van gedachte wisselen. Energie / duurzaamheid Vraag 65: Er wordt minimaal evenveel energie jaarlijks opgewekt als gebruikt in het gebied.
Dit is inclusief laden voor grootschalige elektrificatie en mobiliteit in de nabije toekomst. 1. Wat wordt verstaan onder grootschalige elektrificatie? 2. Met hoeveel elektrische “mobiliteit in de toekomst” wordt er rekening gehouden en hoe is hiertoe gekomen? Antwoord: 1. Hieronder wordt verstaan het electrificeren van het autobezit. 2. Dit is toegelicht in de notitie met kenmerk A23.000499. Vraag 66: Er wordt ingezet op de realisatie van lokaal voedsel te produceren en te consumeren. Bent u van mening dat dit vanuit inwoners zelf moet komen en geen publieke taak is? Zo nee, waarom niet? Antwoord: De lokale productie van voedsel draagt bij aan diverse maatschappelijke doelen, bijvoorbeeld ten aanzien van lokale economie, CO2-reductie en sociale binding. De gemeente heeft in de NvU de ambitie opgenomen op dit te stimuleren en faciliteren.
Pagina 21 van 26
registratienummer
onderwerp Technische vragen R23.000084
Z23.002330
Overig Vraag 67: Er wordt een bewonersraad opgericht. Wat wordt de rol en het mandaat van de bewonersraad? Antwoord: Dit wordt de komende periode nog nader uitgewerkt. Hier is nog geen besluit over genomen. Vraag 68: Een groot deel van de neerslag (50 mm) van een hevige bui (70 mm/u) moet op privaat terrein worden verwerkt. 1. Hoe wordt hierop toegezien en gehandhaafd? 2. Welke voorwaarden en maatregelen worden getroffen om dit te bewerkstelligen? Antwoord: 1. Dit is nog niet uitgewerkt en volgt in de vervolgfase. Voor iedere nieuwbouwlocatie is dit momenteel een opgave (Convenant Klimaatadaptief bouwen) dus haalt de gemeente ook nadrukkelijk referentie en kennis van elders op. 2. Dit wordt nader uitgewerkt. Omvang dorp en dichtheid bebouwing Vraag 69: Het Kreekrugdorp is 45% van fase 1 A ad. 155 hectare (dus 69,75 hectare). Er komen 2.370 woningen, wat neerkomt op 34 woningen per hectare. Onderstaand een weergave van de woningdichtheid per dorp in Zuidplas (bron: kadastralekaart.com cijfers per ultimo 2021)
Woningdichtheid Moerkapelle Moordrecht Nieuwerkerk Zevenhuizen
TOTAAL
Bedrijven Dorp Nieuwbouw Buitengebied
0,9 19,7 20,2 0,2
0,1 28,4 10,1 0,2
0,1 24,4 4,5 0,5
0,2 25,1 8,0 0,2
0,2 24,7 9,1 0,3
TOTAAL
2,2
2,8
4,9
1,4
2,8
NB: Bij nieuwbouw is de dichtheid laag (en dus nog niet representatief) omdat er nog woningen opgeleverd/gebouwd moeten worden in het gebied. Er zijn slechts 3 wijken in Zuidplas met een grotere woningdichtheid dan het Vijfde Dorp:
Plaats
Categorie
Moerkapelle Dorp Nieuwerkerk Dorp Nieuwerkerk Dorp
Wijk Wilde Veenen Bomenbuurt Zuidplas Dalen
Hectare 3 8 29
Woningen Woningdich 125 564 996
41,7 70,5 34,3
Deze wijken beslaan “slechts” 40 hectare, tegenover 155 hectare aan fase 1A in het middengebied. De getoonde verbeeldingen doen veel weidser en groener aan dan de cijfers doen vermoeden. 1. Deelt u de constatering dat de gemiddelde woningdichtheid in fase 1A ruim 1/3 hoger is dan wat we in de huidige dorpen van Zuidplas gemiddeld gewend zijn?
Pagina 22 van 26
onderwerp Technische vragen R23.000084
registratienummer Z23.002330
2. Kunt u aangeven wat de woningdichtheid voor de totale ontwikkeling per fase/deelplan gaat worden in het Vijfde Dorp? 3. Bent u van mening dat de verbeeldingen stroken met de uiteindelijke realisatie? Zo ja, waar blijkt dat uit? Antwoord: 1. Het klopt dat Fase 1a een woningbouwdichtheid heeft van circa 34 woningen/ha. U kunt daardoor deze constatering maken. Fase 1a is echter maar een deel van de totale opgave, en heeft een hogere woningbouwdichtheid omdat het centrum hierin zit (hetgeen een woningbouwdichtheid van 40-50 woningen/ha heeft). Het Kreekrugdorp met circa 5.500 woningen heeft een woningbouwdichtheid van circa 30 woningen/ha. De Watertuinen kennen daarentegen een lagere woningbouwdichtheid circa 20-25 woningen/ha. De totale ontwikkeling van het Kreekrugdorp en Watertuinen (exclusief Buitenplaatsen) kent een gemiddelde woningbouwdichtheid van 25-30 woningen/ha. Dit is vergelijkbaar met de door u aangeleverde gegevens voor de woningbouwdichtheid van Moordrecht. 2. Zie antwoord hierboven. 3. Wij zien dit als een politieke vraag, tijdens uw inbreng in de programmacommissie of raad kunt u hierover met het college van gedachte wisselen. Daarbij wordt opgemerkt dat meerlaagse woningbouw lastig kan zijn om af te lezen uit een platte verbeelding. Met gestapeld bouwen kunnen hogere dichtheden worden behaald met behoud van een kwalitatieve openbare ruimte.
Vraag 69: Er geldt een maximale bouwhoogte van 8 bouwlagen, m.u.v. het dorpsicoon. 1. Hoe hoog mag het dorpsicoon worden? 2. Hoe komt het dorpsicoon tot stand? Antwoord: 1. De bouwhoogte is maximaal 35 meter. 2. In de nadere stedenbouwkundige uitwerking van het dorp zal een locatie worden benoemd voor de ontwikkeling van het dorpsicoon. Dan zullen we inventariseren welke functies hier onderdeel van kunnen maken en vervolgens onderzoeken of de gemeente hier zelf een actieve rol in speelt of dat we de markt bevragen het te ontwikkelen. Vragen van D66 Vraag 70: In de stukken is nergens terug te vinden dat het woningbouwaanbod op een adaptieve manier gebouwd gaat worden, ondanks dat circulariteit een belangrijk onderwerp is bij het ontwikkelingen van het nieuw dorp: 1. Op welke manier komt het adaptief vermogen van gebouwen terug in de plannen? 2. Is er onderzocht of het woningaanbod flexibel ingericht kan worden? Voorbeeld: woningen (appartementen) met een scheidingsmuur die doorbroken kan worden wanneer de woonbehoefte van inwoners veranderd (twee woningen samenvoegen tot één of functiewijzigingen in de plint van een gebouw? Antwoord: 1. Adaptiviteit komt op verschillende manieren terug in de plannen. Er wordt ingezet op een adaptieve ontwikkeling door fysieke ruimte te laten in de plannen.
Ook zijn er ambities en uitgangspunten geformuleerd ten aanzien van klimaatadaptiviteit om ervoor te zorgen dat de ontwikkeling en gebouwen mee kunnen bewegen met het veranderende klimaat. Adaptiviteit op gebouwniveau is
Pagina 23 van 26
onderwerp Technische vragen R23.000084
registratienummer Z23.002330
met name vertaald in/onder circulariteit, bijvoorbeeld door in te zetten op bouw met materialen die meer dan één keer bruikbaar zijn (zodat sloop niet de laatste halte voor het materiaalgebruik betekent). 2. Bij het opstellen van het programma is gekeken welk programma qua adaptiviteit het meest kwetsbaar is, dat wil zeggen; moeilijk aan te passen aan veranderingen in de demografie. Dit is een van de redenen waarom er in beperkte mate hele kleine goedkope woningen gebouwd worden, omdat deze moeilijk aan te passen zijn en afhankelijk zijn van hele specifieke doelgroepen. Ten aanzien van het maatschappelijk vastgoed wordt bijvoorbeeld met het Kulturhus ingezet op een multifunctioneel gebouw dat kan meegroeien en veranderen van functie naar gelang de behoeften. Voor het woningaanbod zal hierover het gesprek gevoerd moeten worden met marktpartijen en wooncorporaties. Demontabel bouwen, zoals de indiener omschrijft, is een vorm van circulair bouwen (hergebruik van materialen en onderdelen) en is als zodanig als ambitie meegenomen. Vraag 71: Waarom is er in de uitgangspunten gekozen voor de MKI en niet voor de MPG? Zijn er voor dit plan ambities om op een strengere MPG in te zetten dan dat wettelijk vereist is? Antwoord: MKI heeft betrekking op de inrichting/openbare ruimte. MPG heeft betrekking op gebouwen. Dit wordt in het puntensysteem duurzaamheid (in wording) betrokken.
Vraag 72: ‘Een dorpsicoon in het centrum vormt het hoogste punt in het dorp’. Gaat het dan om de hoogte van 8 bouwlagen (gebouw) of kan het ook om een ander bouwwerk gaan (kunstwerk)? Antwoord: Met een dorpsicoon wordt geen kunstwerk bedoeld. Vraag 73: Er zou ruimte zijn voor 50 ecokavels in de watertuinen waar ruimte is voor alternatieve bouwvormen? 1. Wat wordt beschouwd onder alternatieve bouwvormen? 2. Waarom alleen in de watertuinen? Antwoord: 1. Onder alternatieve bouwvormen wordt verstaan niet-gangbare bouwmethoden zoals bijvoorbeeld bouwen met strobalen, leem, groene daken, ecofiltering van afvalwater (bijvoorbeeld geen aansluiting op riolering), etc. 2. Voor bijvoorbeeld ecofiltering, bijvoorbeeld bij een helofytenfilter, is vaak ruimte nodig in de vorm van riet. En het zijn vaak eenlaags woningen. Die lijken beter te passen in de overgangsgebieden en minder in de meer verdichte delen van het dorp. Vraag 74: In de nota van uitgangspunten wordt basisonderwijs en voortgezet onderwijs genoemd, wordt hiermee middelbaar beroepsonderwijs uitgesloten in het vijfde dorp? Antwoord: In de NvU is geen rekening gehouden met middelbaar beroepsonderwijs. Vraag 75: Hoe wordt geborgd dat de tijdelijke functie binnen de witte vlekken ook echt tijdelijk blijven?
Pagina 24 van 26
onderwerp Technische vragen R23.000084
registratienummer Z23.002330
Antwoord: Dit zal afhangen van de type functies die uiteindelijk op de witte vlekken geprogrammeerd worden. Hierop kan worden gestuurd door middel van bijvoorbeeld tijdelijke huur- of bruikleencontracten. Vraag 76: Gaat het duurzaamheidspuntensysteem verder dan alleen materiaalgebruik? Valt natuur inclusief bouwen hier ook onder? In andere gemeenten (zoals Den Haag & Katwijk) wordt er gebruik gemaakt van een puntensysteem natuurinclusief bouwen. Krijgt het middengebied ook zo’n puntensysteem? Antwoord: Het puntensysteem duurzaamheid moet nog nader worden uitgewerkt. Maar de ambitie voor dat puntensysteem is om duurzaamheid in de brede zin (dus inclusief natuurinclusief bouwen) op te nemen, dat wil zeggen alle duurzaamheidsambities uit de NvU (die niet hard planologisch verankerd zijn in het bestemmingsplan). Vraag 77: Is er een goede en betaalbare mix van woningtypes te maken waarbij er 8% ipv 2% goedkope woningen gepland zijn? Antwoord: Het woningbouwprogramma is opgesteld met als doel het bedienen van alle mogelijke doelgroepen zodat er een evenwichtige bevolkingsopbouw ontstaat in het dorp. Daarbij is gekeken welke doelgroepen voor welk woningtype in aanmerking komen, waarbij de leengrenzen van banken voor een groot deel sturen welke doelgroepen voor welke type koopwoning in aanmerking komen.
Een eenverdiener heeft circa € 55.000 jaarinkomen nodig om een goedkope koopwoning te kunnen financieren. Voor tweeverdieners is dit beter bereikbaar, echter zal deze doelgroep de voorkeur geven aan een drie- of vierkamerappartement of een rijwoning. Het type woningen dat onder de goedkope koop grens (< € 252.000 vrij-op-naam prijs) kan worden gerealiseerd is daarmee een erg specifiek type woning, aantrekkelijk voor een beperkte doelgroep. Door het realiseren van 2% van de woningen onder deze prijsgrens wordt wel ruimte gegeven aan de doelgroep die behoefte heeft aan deze woningen, maar blijft een evenwichtige en kwalitatief duurzame opbouw van de toekomstige woningvoorraad het uitgangspunt. Vraag 78: Er wordt ingezet op dubbel ruimtegebruik. Is er binnen de ontwikkeling ook ruimte voor parkeren onder zonnepanelen? Antwoord: Dat is mogelijk ter plaatse van de hubs, waar er geparkeerd wordt op maaiveldniveau. Vraag 79: Is het bouwrijp maken van de grond voor zonnepanelen anders dan het bouwrijp maken voor windmolens? Waar zitten de verschillen in? Antwoord: Bouwrijp maken gaat over bereikbaar maken en geschikt maken van terreinen om er op te kunnen bouwen (met een beoogd programma). Voor windmolens betreft dit in het algemeen een specifieke (beperkte) locatie die voor zwaar en omvangrijk transport en fundatie beschikbaar moet zijn.
Voor zonnepanelen betreft dit in het algemeen een groter oppervlak wat voor lichter verkeer toegankelijk
Pagina 25 van 26
onderwerp Technische vragen R23.000084
registratienummer Z23.002330
gemaakt moet worden. Voor beide opties is niet per definitie ophoging van bestaande percelen nodig maar in beide gevallen wel een opwaardering van het elektriciteitsnetwerk als dit nu nog niet toereikend is. Vraag 80: In de Notitie Samenlevingsopbouw en woningbouwprogramma Middengebied, hoofdstuk 'Doelgroepfasering' staat dat in de "tweede fase " en "derde fase " ...gerealiseerd wordt. Vraag: komt de tweede fase die in dit stuk genoemd wordt DIRECT na fase1A van de grex of zit daar fase 1b..x nog tussen? Antwoord: In de context van de notitie wordt bedoeld de volgende fase na fase 1A. Deze fase zal waarschijnlijk fase 1B heten en betreft de westelijke zijde van de kreekrug. Op dit moment wordt er vanuit gegaan dat de Watertuinen als laatste worden ontwikkeld. Het ontwikkelen van eerst de kreekrug is ook een van de uitgangspunten geweest bij de toegekende Woningbouwimpulssubsidie.
Pagina 26 van 26