CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Beantwoording technische vragen fractie CU-SGP Rv NvU 100 MW EOS Z25.000630

Gemeenteraad 25 maart 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Nota van Uitgangspunten 100 MW EOS (Energie Opslag Systeem)1.333 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z25.000630*

Memo

onderwerp Beantwoording technische vragen fractie CU/SGP Rv NvU 100 MW EOS ter attentie van

datum 06/03/2025

kenmerk Z25.000630

kopie aan

Bijlage nvt

afzender D. van den Bos

telefoon 0180-330300

e-mail dennis.vandenbos@zuidplas.nl

cluster Projectmanagement Bureau

Op 26 februari 2025 heeft de fractie CUSGP technische vragen gesteld ter voorbereiding op het agendapunt Rv Nota van Uitgangspunten 100 MW EOS (Energie Opslag Systeem) in de Programma Commissie Ruimte van 11 maart 2025. De beantwoording van deze vragen treft u hieronder aan: Vraag 1 Gaat de beoogde ontwikkeling ten koste van glastuinbouw op de Knibbelweg Oost locatie en zo ja, wat is het standpunt van Glastuinbouw NL over deze beoogde ontwikkeling? Antwoord 1 Het EOS komt binnen het nu als glastuinbouw bestemde oppervlak en qua oppervlak gaat deze ontwikkeling inderdaad ten koste van de bestemming glastuinbouw, door de benutting van de restwarmte is het initiatief wel ondersteunend aan de glastuinbouw. Daarnaast is dit een initiatief van een lokale glastuinbouwer en wordt juist de realisatie van een nieuwe duurzame onderneming in de glastuinbouw mogelijk. En dit initiatief is in lijn met de doelen en ambities van het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030. Het betrekken van stakeholders zoals Glastuinbouw NL is verder de verantwoordelijkheid van de initiatiefnemer. We zullen in het kader van de BOPA-procedure toetsen of voldaan wordt aan een evenwichtige toedeling van functies aan locaties.

Vraag 2 Via een BOPA volgt de ruimtelijke procedure, 3 vragen hierover: a) BP Knibbelweg Oost is nog niet definitief, hoe verhoudt zich dit alles, alle (fin) risico`s voor dit plan liggen bij de initiatiefnemer en zijn ook zo fin geborgd? b) Check: deze BOPA komt naar de gemeenteraad en is geen collegebevoegdheid? c) Wat is de inschatting van wanneer behandeling RvS BP KO? Antwoord 2 a) Zoals verwoord bij kanttekening 1.2 is het bestemmingsplan vastgesteld en dus in werking getreden maar nog niet onherroepelijk. Afwijken van een bestemmingsplan (nu: omgevingsplan) dat in werking is getreden is, maar nog niet onherroepelijk, is ongebruikelijk maar wel mogelijk. De uitspraak op beroep hoeft niet te worden afgewacht, tenzij alsnog een voorlopige voorziening wordt toegekend. Het risico voor het proces en initiatiefnemer is dus: een toegekende voorlopige voorziening en/of vernietiging/aanpassing van het bestemmingsplan door de RvS. Ook de financiële gevolgen hiervan zijn voor rekening en risico van de initiatiefnemer. Het kostenverhaal is vastgelegd middels een intentieovereenkomst, waarbij zoals te doen gebruikelijk bij anterieure overeenkomsten de gemeente

Pagina 1 van 4

onderwerp Beantwoording technische vragen fractie CU/SGP

registratienummer Z25.000630

geen financieel risico loopt indien de ontwikkeling om wat voor reden dan ook geen doorgang kan vinden. b) Het verlenen van de BOPA is een collegebevoegdheid, met bindend adviesrecht van de raad. Vanwege het unieke karakter van het initiatief zou het niet opportuun zijn om uw raad pas bij het bindend adviesrecht te betrekken en daarom is gekozen voor de toepassing van een Nota van uitgangspunten (NvU). c) Dit is nog onbekend want de behandeling is, nu circa 1,5 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan, nog niet gepland. Vraag 3 Helpt de beoogde ontwikkeling van deze systeembatterijen wel of niet met de regionale netcongestie? (zie RV 1.2 + NVU 4.4.2) Antwoord 3 Zoals verwoord in die beide paragrafen is op die vraag vanuit de gemeente geen garantie te geven. De precieze mate van positieve invloed van het EOS op het lokale net is niet met zekerheid vast te stellen Door de complexiteit van ons elektriciteitsnet is niet te bepalen waar de elektriciteit die opgeslagen zal worden vandaan komt of waar deze heen gaat bij ontlading van het EOS. De nationale Netbeheerder TenneT heeft aangegeven energieopslag nodig te hebben om ons energiesysteem betrouwbaar te houden.

Echter doet TenneT geen uitspraken over specifieke locaties voor batterijopslag en zijn hierdoor vanuit de netbeheerders geen toezeggingen of voorspellingen te doen over precieze directe of indirecte positieve effecten van een specifiek EOS op het landelijke of regionale net. Wel lijkt de positionering vooralsnog gunstig vanwege de korte afstanden ten opzichte van het hoogspanningsstation, het energie intensieve glastuinbouwgebied, en grote hoeveelheden toekomstige zonnepanelen op de daken van de grootschalige logistiek in Knibbelweg-Oost en de bedrijven zelf, en het energielandschap van het Middengebied. Vraag 4 Kan deze 100 MW EOS naast het initiatief van warmtesamenwerking Oostland bestaan (de ontwikkeling van een gezamenlijk warmtenet) Antwoord 4 Ja, zoals verwoord in argument 1.5 is er in dit geval één individuele glastuinbouwonderneming aan de rand van het kernglastuinbouwgebied die profiteert van de kansen die de ontwikkeling van dit EOS biedt. Deze individuele warmte oplossing heeft dan ook verder geen invloed op de ontwikkeling van een gezamenlijk warmtenet door de Warmtesamenwerking Oostland. Wanneer het haalbaar is, kan de restwarmte van de EOS wellicht op termijn als restwarmtebron fungeren binnen het warmtenet. Beide initiatieven moeten in een verder stadium zijn om de haalbaarheid en voorwaarden hiervan te kunnen toetsen.

Vraag 5 Kan deze beoogde ontwikkeling ook kansen bieden voor de ontwikkeling van Cortelande? Zo ja welke? Antwoord 5 Zie antwoord op vraag 3. Vraag 6 In hoeverre wordt de VRHM betrokken bij de ontwerp en realisatiefase van deze ontwikkeling? En is dit advies bindend of vrijblijvend? Antwoord 6 Formeel gezien is de rol van de VRHM beperkt tot het geven van advies met betrekking tot veiligheid aan de ODMH ten behoeve van de toetsing van de BOPA-vergunningaanvraag en daarna voor de omgevingsvergunningaanvraag.

Pagina 2 van 4

onderwerp Beantwoording technische vragen fractie CU/SGP

registratienummer Z25.000630

Aangezien veiligheid voor dit initiatief een aspect is met grote impact op het ontwerp is de VRHM betrokken via een periodieke ambtelijke begeleidingsgroep die als klankbord dient voor de initiatiefnemer. Daarnaast maakt de VRHM onderdeel uit van de omgevingstafel en als zodanig hebben ze ook input geleverd voor paragraaf 3.7 van de NvU. Verder voert de initiatiefnemer ook directe overleggen met de VRHM om de uitgangspunten voor het ontwerp scherp te krijgen. Adviezen van de VRHM zijn hierbij bindend. Vraag 7 De onderlinge afstand tussen de batterijen dient nog onderzocht te worden. Is bekend hoe groot het gebouw minimaal dient te zijn en hoe groot maximaal? Antwoord 7 Het minimale oppervlak is circa 1.5 ha en het maximaal benodigde oppervlak is circa 2 ha. Daarmee is de oppervlakte van het EOS 7-9% van de totale oppervlakte van het glastuinbouw gebied. Met de BOPA zal het EOS planologisch mogelijk gemaakt worden binnen de gele arcering in onderstaande figuur.

Vraag 8 In het kader van het VAWOZ-programma zijn er nog ideeën voor een elektrolyzer aan de andere zijde van de A12. Heeft dit initiatief hier impact op qua haalbaarheid en/of (veiligheid)risico’s?

Pagina 3 van 4

onderwerp Beantwoording technische vragen fractie CU/SGP

registratienummer Z25.000630

Antwoord 8 Nee, er is geen impact op haalbaarheid en/of veiligheidsrisico’s. Met betrekking tot de haalbaarheid is er een groot verschil in de functie die deze ontwikkelingen vervullen. De batterij heeft als functie om de netstabiliteit (de frequentie) en de netbalans (de dagelijkse pieken en dalen afvlakken) te waarborgen. Indien er vanuit het programma VAWOZ een aanlanding komt van wind op zee inclusief grootschalige elektrolyse, dan heeft die elektrolyzer als functie om bij perioden met veel windopbrengst het grote elektrische vermogen dat over is (omdat dit niet het hoogspanningsnet op kan) nuttig toe te passen door hiermee waterstof te produceren. Met betrekking tot veiligheidsrisico’s is de onderlinge afstand dusdanig groot dat deze verschillende ontwikkelingen geen invloed op elkaar kunnen hebben. Vraag 9 Geldt voor de bouw van een EOS een meldingsplicht of een vergunningsplicht? Antwoord 9 Na vaststelling van de NvU wordt eerst het EOS planologisch mogelijk gemaakt met behulp van een BOPA-vergunning, daarna is nog een omgevingsvergunning voor het bouwen van de installatie nodig. Vraag 10 Conflicteert de bouw van een EOS qua milieu en veiligheid met de ontwikkeling van Cortelande? Antwoord 10 Nee en er zijn ook geen conflicten met de dichtstbijzijnde woningen en bouwmogelijkheden aan de Knibbelweg.

Pagina 4 van 4

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15303817/1