Bijlage 5 Beantwoording Technische vragen CU-SGP Mobiliteitsvisie Z25.003079
Tekst van het document
*Z25.003079*
Memo
onderwerp Technische vragen PC Ruimte 4 nov Mobiliteitsvisie
datum 27/10/2025
kenmerk Z25.003079
ter attentie van
kopie aan
Bijlage
afzender A Koudijzer
telefoon 0180-330300
e-mail anna.koudijzer@zuidplas.nl
cluster Ruimtelijk beleid
Door de fractie van ChristenUnie/SGP zijn drie technische vragen gesteld over de mobiliteitsvisie. 1. In het RV is te lezen dat deel B (uitvoeringsprogramma) tweejaarlijks wordt geactualiseerd, vastgesteld door het college van B&W en gedeeld met de raad. Hoe vindt dit in de huidige situatie plaats? En waarom wordt het vaststellen van Deel B niet samen met Deel A gedaan? De huidige mobiliteitsvisie heeft geen uitvoeringsprogramma. De nieuwe mobiliteitsvisie zal een uitvoeringsprogramma hebben waarin koers aan de mobiliteitsaanpak wordt gegeven binnen de kaders van de mobiliteitsvisie. Het uitvoeringsprogramma geeft ruimte aan het opnemen van een focus uit een nieuw coalitieakkoord of collegeprogramma, maar ook voor het verwerken van moties. Ook is het mogelijk de raad informatie te delen over uitgevoerde onderzoeken, waarop dan een vervolgstrategie opgenomen kan worden. Het uitvoeringsprogramma geeft inzicht ten behoeve beschikbare of aan te vragen financiële en personele middelen. Het college van B&W is bevoegd om het uitvoeringsprogramma vast te stellen. Indien er binnen de organisatie onvoldoende middelen beschikbaar zijn dan zal de vraag voor extra middelen aan de raad worden voorgelegd. Het college van B&W kan Deel B pas vaststellen nadat de gemeenteraad Deel A heeft vastgesteld.
2. Er wordt in de visie relatief weinig gesproken over mobiliteitsbeinvloeding/sturing. Klopt dit? Dit kan juist wel interessant zijn om doorgaande verkeersstromen door onze gemeente te sturen (denk aan verkeer van de A20 naar de A12 gaat via de N219). Waarom wordt hier beperkt op ingegaan? Het STOMP-principe vormt de basis van de mobiliteitsvisie en is een vorm van mobiliteitsbeïnvloeding/sturing binnen ontwikkeling van bestaande of nieuwe gebieden. Het STOMPprincipe zet in op meer duurzame manieren van vervoer, wat in de toekomst leidt tot gedragsveranderingen. In de mobiliteitsvisie is een toelichting per modaliteit opgenomen (STOMP): stappen (lopen), trappen (fietsen), openbaar vervoer (bus, trein), mobiliteit als een service (deelmobiliteit, ketenmobiliteit e.d.), privéauto. De inzet op al deze modaliteiten is onderdeel van de mobiliteitsvisie en een integrale mobiliteitsaanpak. De mobiliteitsvisie zet zich sterk in voor het facilteren van meer duurzame vormen van mobiliteit, bijvoorbeeld in het opstellen van een fietsroutenetwerk, de inzet op opwaardering station Nieuwerkerk aan den IJssel en de ambitie een nieuw station Gouda-Zuidplas te realiseren. Ook wordt ingezet op het
Pagina 1 van 2
onderwerp Technische vragen PCR 4 nov Mobiliteitsvisie
registratienummer Z25.003079
uitbreiden van de huidige deelmobiliteit binnen Zuidplas. In regionaal verband is er samenwerking met Zuid-Holland Bereikbaar.
3. In hoeverre is er in deze visie rekening gehouden met geluidsoverlast van wegen en het treffen van maatregelen? In de mobiliteitsvisie is niet specifiek rekening gehouden met geluidsoverlast. Het is niet ondenkbaar dat specifieke maatregelen die volgen uit het uitvoeringsprogramma wel van invloed zijn op de geluidsoverlast. Bij ruimtelijke ontwikkelingen en of infrastructurele aanpassingen moeten binnen het kader van verantwoorde ruimtelijke ordening geluidsberekeningen worden uitgevoerd.
Pagina 2 van 2