CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Beantwoording technische vragen CU-SGP Integrale Verordening Sociaal-Domein 2024 Z24.000528

Gemeenteraad 12 maart 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Aanpassing Integrale Verordening Sociaal Domein 2024838 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z24.000528*

Memo

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP Integrale Verordening Sociaal Domein 2024 ter attentie van Gemeenteraad

datum 04/03/2024

kenmerk Z24.000528

kopie aan --

Bijlage --

afzender I. Bennis en L. Timmermans

telefoon 0180-330300

e-mail i.bennis@zuidplas.nl

cluster Beleid Samenleving en Bestuursadvies

Geachte leden van de gemeenteraad, De fractie van ChristenUnie/SGP heeft technische vragen ingediend bij het raadsvoorstel Aanpassing Integrale Verordening Sociaal Domein Zuidplas 2024:

Vraag 1: Artikel 19: bij de beperkingen in de zelfredzaamheid is ‘van de jeugdige’ toegevoegd als voorwaarde voor vervoer bij jeugdhulp. Wordt daarmee expliciet uitgesloten dat beperkte zelfredzaamheid van ouders/verzorgers ook een reden kan zijn voor het verkrijgen van vervoer. Antwoord: Nee, dat wordt niet expliciet uitgesloten. De allereerste vraag die beantwoord moet worden in het onderzoek of er een vervoersvoorziening toegekend moet worden, is of de jeugdige voldoende zelfredzaam is om zelf naar de behandeling te reizen. Als dat zo is, dan volgt er geen vervoersindicatie. Mocht een jeugdige niet voldoende zelfredzaam zijn dan wordt er altijd eerst gekeken naar de mogelijkheden die ouders en/of hun netwerk hebben. Mochten daarin geen mogelijkheden zitten, dan kan er alsnog een vervoersvoorziening worden toegekend. Vraag 2: Artikel 25: Lid 3a. Waarom geldt als grens voor deze toelage dat de mantelzorger specifiek drie maanden lang (gemiddeld) 8 uur per week mantelzorg verleent? Wat is de achterliggende reden daarvoor? Toegevoegd aan dit artikel (lid 8) is dat de toelage wordt verstrekt tot het einde van het kalenderjaar (tot en met 31 december) en niet automatisch verlengd wordt.

Wat is de reden dat gekozen wordt voor het einde van het kalenderjaar als grens (geldt dat bijvoorbeeld ook als vanaf bijvoorbeeld november wordt toegekend) en wat is de reden voor het niet automatisch verlengen, bijvoorbeeld in geval de situatie ongewijzigd is aan het einde van een kalenderjaar Antwoord: De grens van drie maanden (gemiddeld) acht uur per week is een gebruikelijke richtlijn en wordt door zowel zorgverzekeraars, gemeenten, als MantelzorgNL gehanteerd. Het snel en laagdrempelig kunnen blijven aanbieden van de voorziening stond centraal voor de wijziging. De huidige omschrijving van artikel 25 lid 3 zorgt ervoor dat de toegang onderzoek moet doen, wat niet past bij een laagdrempelige voorziening. Om deze reden sluiten wij ons aan bij de gebruikelijke richtlijn.

Pagina 1 van 2

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP Integrale Verordening Sociaal Domein 2024

registratienummer Z24.000528

De huishoudelijke hulp toelage (HHT) kent al sinds de invoering een jaarlijkse einddatum op 31 december. Echter was dit voorheen niet geborgd in de verordening. De reden dat er destijds voor 31 december is gekozen, is omdat de gebruiker 26 uur per kalenderjaar gebruik kan maken van deze voorziening. De gebruiker mag in overeenstemming met de zorgaanbieder zelf bepalen wanneer de HHT-uren worden ingezet. Ook als de voorziening in november wordt toegekend heeft de gebruiker recht op 26 uur en kan het dus zo zijn dat alle uren aan het einde van het kalenderjaar op zijn. De toegang kan niet weten of de situatie van de mantelzorger dan wel van de persoon waar hij/zij voor zorgt of van Wmo-cliënten ongewijzigd is gebleven. Op basis van het gelijkheidsbeginsel is ervoor gekozen om jaarlijks de situatie van de gebruikers d.m.v. een lichte toets te beoordelen. Vraag 3: Artikel 36: waarom geldt er geen afschrijvingsperiode voor een traplift? Antwoord: Er heeft een periode een afschrijvingstermijn van 10 jaar gegolden voor de trapliften. Op het moment dat een traplift ouder was dan 10 jaar werd overgegaan tot vervanging. Echter, in de praktijk werd gezien dat een traplift dan soms inderdaad aan vervanging toe was en soms nog prima een aantal jaar meekon.

Om die reden is bij een voorgaande wijziging van de verordening de afschrijvingstermijn van 10 jaar voor trapliften uit de verordening gehaald. Op die manier kon er per traplift bekeken worden of deze reeds aan vervanging toe was. Vanuit de uitvoering was het ontbreken van de traplift in het rijtje afschrijvingstermijnen echter een gemis, omdat voor hen op die manier niet helder was hoe hiermee omgegaan moet worden. Door nu in de verordening vast te leggen dat er geen afschrijvingstermijn geldt, is deze onduidelijkheid weggenomen. Vraag 4: Artikel 42, lid 3: ‘de organisatie en hulpverlener mogen geen enkel ander voordeel aan de ondersteuningsrelatie ontlenen dan de betaling uit het pgb’. Omdat ‘voordeel’ een ruim begrip is, zien wij graag een toelichting hierop. Kan het hierbij bijvoorbeeld gaan om een andere betaling dan uit de pgb, een fiscaal voordeel of geschenken ontvangen van degene die hulp ontvangt? Antwoord: In het derde lid is opgenomen, dat de organisatie, noch de hulpverlener een ander voordeel aan de ondersteuningsrelatie mogen ontlenen dan de betaling vanuit het pgb. Hiermee wordt bijvoorbeeld gedoeld op het opnemen van een hulpverlener of organisatie in een testament of het doen van schenkingen.

Hoewel dit ook al volgt uit diverse gedragscodes die van toepassing zijn, wordt dit toch apart in dit lid opgenomen, omdat niet voor alle vormen van ondersteuning een dergelijke landelijke gedragscode bestaat.

Pagina 2 van 2

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13907284/1