CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 Beantw. Technische vragen Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening Z23.000624

Gemeenteraad 14 maart 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening2.175 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z23.000624*

Memo

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening ter attentie van Gemeenteraad

datum 08/03/2023

kenmerk Z23.000624

kopie aan

Bijlage -

afzender E. Reussink

telefoon 0180-330300

e-mail elja.reussink@zuidplas.nl

cluster Ruimtelijk beleid

De VVD, D66 en CU/SGP hebben technische vragen gesteld over het raadsvoorstel R23.000013 “Vaststellen inspraak- en participatieverordening”. Via dit schrijven beantwoorden wij de door u gestelde technische vragen. Technische vragen Fractie VVD Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening Vraag 1: Er wordt veel gerefereerd aan de nieuwe Omgevingswet, maar dit voorstel voor de nieuwe inspraak- en participatieverordening lijkt verder te strekken. Klopt het dat deze nieuwe inspraak- en participatieverordening geldt voor alle gevallen waar participatie van toepassing is? Antwoord 1: Ja het klopt dat deze verordening geldt voor alle gevallen waar participatie van toepassing is. Vraag 2: Wat is het voordeel om de inspraak- en participatieverordening vast te stellen voor de invoering van de Omgevingswet en de Wet versterking participatie op centraal niveau? De Omgevingswet wordt weliswaar dit jaar nog verwacht, maar zou het niet efficiënter zijn hierop te wachten? Antwoord 2: Met de huidige maatschappelijke ontwikkelingen, zoals de energietransitie en de Omgevingswet, verandert er veel in het dagelijkse leven van inwoners. Dit leidt tot een grote behoefte bij inwoners om invloed uit te oefenen op de democratische besluitvorming. Het is juist nu van belang dat gemeenten inwoners blijven betrekken bij de ontwikkelingen in de samenleving.

Uit de praktijk blijkt dat dit verder moet gaan dan alleen inspraak bij de voorbereiding van beleid. Ook omdat we nu al in de ‘geest van de Omgevingswet werken, ondanks dat deze nog niet in werking is getreden. Onze huidige inspraakverordening is ontoereikend voor burgerparticipatie en geldt alleen voor de gemeentelijke inspraak. Onder de Omgevingswet is participatie deels een indieningsvereiste en deels een verplichting voor initiatiefnemers. Er worden echter geen regels gesteld aan de vorm waarin dit door initiatiefnemers moet gebeuren. Om als gemeente elk ingekomen initiatief met participatie gelijk te kunnen beoordelen is het nodig hier middels deze verordening regels aan te stellen. Zo kunnen we als gemeente neutraal afwegen of participatie goed is gebeurd en/of uitgevoerd en of elke belanghebbende daadwerkelijk zijn inbreng heeft kunnen geven. Het is dus van belang om voor de invoering van de Omgevingswet hier al op voorbereid te zijn.

Pagina 1 van 5

onderwerp

registratienummer

Beantwoording Technische vragen Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening

Z23.000624

De Wet versterking participatie op centraal niveau loopt niet gelijk op met de invoering van de Omgevingswet. Het is dus niet efficiënter om hierop te wachten. Vraag 3: Wat is het “uitdaagrecht”? Kan er een korte toelichting worden gegeven waarom hier financiële, personele en andere consequenties aan (gaan) zitten? Antwoord 3: Via het “uitdaagrecht” of Right to challenge kunnen inwoners hun gemeente uitdagen om gemeentelijke taken (en budget) over te nemen om hun buurt te verbeteren. Denk hierbij aan het onderhoud van groen, beheren van sportvelden, etc. Als burgers de taken van de gemeente over nemen heeft dit consequenties voor personeel dat wellicht hiermee boventallig is geworden. Ook gaat er een deel van het budget naar burgers toe wat invloed kan hebben op het gehele takenpakket van de gemeente. Burgers hoeven zich ook niet te houden aan het beleid dat de gemeente hiervoor heeft. Alhoewel er veel voordelen kunnen zitten aan het uitdaagrecht is het van belang om als gemeente alle voor- en nadelen in beeld te brengen alvorens hiertoe over te gaan. Vraag 4: Graag een toelichting op art.

6, lid 4 sub a (‘Indien het belang van inspraak niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving.’): wat wordt hier bedoeld? Graag een toelichting waarom de verordening hier niet toegepast? Antwoord 4: Als gemeente hebben we een taak om kwetsbare groepen in de samenleving te beschermen. Onder kwetsbare groepen verstaan we, onder meer, mensen met een laag inkomen of schulden, met huisvestingsproblematiek, een arbeidsbeperking en mensen met een lichamelijke, psychische of geestelijke beperking. Deze kwetsbare groepen zijn wellicht niet altijd in staat om via de normale inspraakprocedure hun meningen en wensen kenbaar te maken. De gemeente kan er dan voor kiezen om hiervoor maatwerk toe te passen. Technische vragen Fractie D66 Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening Vraag 1: U stelt in paragraaf 1.3 p.2 Handvaten voor eenduidige beoordeling “Om een eenduidige beoordeling mogelijk te maken is het nodig om…” Bedoelt u hiermee dat u specifieke beleidsregels opstelt of de huidige beleidsregel “beleid inzake participatie Omgevingswet van Zuidplas” herijkt zodat u kunt beoordelen of voldaan is aan de participatieverplichting bij aangewezen gevallen van buitenplanse omgevingsplanactiviteiten (16.55, lid 7, Omgevingswet)? Antwoord 1: het beleid inzake participatie Omgevingswet behoeft geen herijking.

Hierin heeft de gemeenteraad vastgelegd in welke gevallen participatie onder de Omgevingswet verplicht is. Om de ingediende stukken straks te kunnen beoordelen is het wel noodzakelijk om aan te geven wat de initiatiefnemers moeten indienen. Dit wordt geregeld middels de Verordening inspraak en participatie. Vraag 2: U stelt in paragraaf 1.6 p.3 Evaluatie van de inspraak- en participatieverordening kan tot bijstellingen leiden “Gemeenten hebben tot 2029 tijd om…” a. Om hoeveel plannen gaat het? b. Wat is uw jaarlijkse doelstelling, nadat de Omgevingswet in werking is getreden, tot aan 2029? c. Hoeveel capaciteit (mensen en middelen) denkt u hiervoor nodig te hebben? d. In welke mate kunt u de raad tussentijds op de hoogte stellen van de voortgang?

Pagina 2 van 5

onderwerp

registratienummer

Beantwoording Technische vragen Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening

Z23.000624

Antwoord 2a: Het aantal plannen is nog niet aan te geven. Dit hangt af van het aantal aanvragen dat we als gemeente binnen krijgen dat middels een buitenplanse omgevingsplan activiteit (hierna BOPA) vergunt kan worden. Hierop heeft de gemeenteraad participatie verplicht gesteld. Antwoord 2b: De doelstelling is om binnen 5 jaar na de invoering van de Omgevingswet een gemeentedekkend omgevingsplan te hebben. Hiermee is de verwachting dat het aantal BOPA’s zal afnemen. Antwoord 2c: Bij het Kader Participatie zijn reeds middelen vrijgemaakt voor het uitbreiden van de capaciteit. Inmiddels is er een communicatiemedewerker aangenomen die specifiek ingezet gaat worden op participatie door initiatiefnemers. We verwachten niet dat we aanvullende capaciteit en middelen nodig hebben. Antwoord 2d: Alle BOPA’s waarvoor verplichte participatie geldt vallen ook onder het beleid voor bindend adviesrecht. Dit zijn plannen die voor bindend advies langs de raad komen. De raad heeft dus zelf continue zicht op de participatie door initiatiefnemers. Uiteraard kunnen we, indien gewenst, de raad aanvullend op de hoogte stellen. Vraag 3: In paragraaf 1.6 p.3 heeft u het over dat niet alle bestemmingsplannen tot omgevingsplannen zijn omgevormd.

Kunt u uitleggen waarom U dit noemt? Dus wat is de invloed op deze verordening? Antwoord 3: Een bestemmingsplan kent een andere indeling en andere vereisten en (beperktere) regels dan een omgevingsplan. Een omgevingsplan gaat over de gehele fysieke leefomgeving, waar een bestemmingsplan “slechts” gaat over de bebouwde omgeving. Kort na de invoering van de Omgevingswet zal er naar verwachting veel vaker gebruik gemaakt van worden van een BOPA in plaats van een aanpassing van het omgevingsplan. Dit omdat de gemeente dan nog geen gemeentebreed omgevingsplan heeft waarin alle onderdelen van de fysieke leefomgeving uitgewerkt zijn. Voorheen konden we werken met bijv. een verzamel bestemmingsplan of een los bestemmingsplan. Dit is in de overgangsperiode niet wenselijk omdat er nog veel uitgewerkt moet worden ten aanzien van de omgevingsplannen. Omdat de BOPA valt onder de verplichte participatie houdt dit in dat we in de eerste periode wellicht veel vaker participatie door initiatiefnemers zullen zien dan in de periode waarin we een gemeentebreed omgevingsplan hebben. Vraag 4: U stelt in paragraaf 1.1 Kanttekeningen p.3 De wetgeving is nog niet in werking getreden “Er zouden nog wijzigingen in het wetsvoorstel aangebracht kunnen worden…” a. Wat is de afweging om nu alvast te gaan werken met de inspraak- en participatieverordening? b.

Verwacht u weinig wijzigingen in het wetsvoorstel en dat de impact voor het aanpassen van de verordening gering blijft? Antwoord 4a: Zie hiervoor het antwoord onder 2 bij de raadsvragen van de VVD. Antwoord 4b: Voor de Omgevingswet verwachten we op het gebied van participatie geen wijzigingen meer. Omdat de wetgeving participatie op centraal niveau minder ver is, is het lastiger te zeggen. Alle reacties tot nu toe vanuit het rijk wijzen op minimale wijzigingen. De enige wijziging die nodig is als de wet participatie door gaat is het uitdaagrecht. Vraag 5: U stelt in paragraaf 1.2 Kantekeningen p.3 Uitdaagrecht is niet opgenomen “Om hier goed vorm aan te geven…” a. Wanneer verwacht u het onderzoek te hebben afgerond? b. Hoe is het dan nu geregeld/geborgd?

Pagina 3 van 5

onderwerp

registratienummer

Beantwoording Technische vragen Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening

Z23.000624

c. Waarom is het geen optie om deze verordening uit te stellen tot dit wel opgenomen is? Antwoord 5a: Dit onderzoek zal in gang gezet worden zodra duidelijk is wanneer de Wet participatie op centraal niveau in werking zal treden. Antwoord 5b: Wij blijven op de hoogte van de stand van zaken en zullen gepaste actie ondernemen zodra dit noodzakelijk is. Antwoord 5c: Omdat de Omgevingswet eerder in werking treedt. Zie hiervoor ook het antwoord onder 2 bij de raadsvragen van de VVD. Vraag 6: A22.002386 Verordening inspraak- en participatie Zuidplas 2023 U stelt op pagina 1 “Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023 Intitulé Verordening inspraak en participatie gemeente Zuidplas 2023 De raad van de gemeente Zuidplas...”. Wat is de gedachte achter het gebruik van 'Intitulé’? We zien dat niet terug in andere verordeningen en lijkt niet in lijn met het streven naar toegankelijker taalgebruik Antwoord 6: Dit was zo opgenomen in de inspraakverordening 2010 welke we in zijn geheel over hebben genomen. Uiteraard staan we open voor het aanpassen van het begin van de verordening om deze toegankelijker te maken. Technische vragen Fractie ChristenUnie/SGP Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening Vraag 1: In het raadsvoorstel wordt geschreven over een evaluatie (onder 1.6). a. Sluit dat aan bij de evaluatie en herijking van de visie op Participatie in 2025 (zie pag.

7 Kader Participatie) of gaat het hier om een andere evaluatie? b. Worden bij deze evaluatie ook inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties betrokken die ervaringen met deze verordening en de procedure hebben opgedaan? Antwoord 1a: De resultaten van de evaluatie zullen input zijn voor de evaluatie en eventuele herijking van de visie op participatie. Antwoord 1b: Ja bij de evaluatie zullen we ook initiatiefnemers, inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en andere betrokkenen betrekken die ervaringen hebben opgedaan. Vraag 2: Bij kanttekening 1.2 staat dat het uitdaagrecht niet is opgenomen, omdat hier eerst meer onderzoek voor nodig is. Staat dat al wel op de planning of moet hierover nog een besluit worden genomen? Antwoord 2: Zie het antwoord bij vraag 5 van D66 Vraag 3: Het moment waarop de participatie of inspraak plaats kan vinden is van groot belang. En wordt verschillende keren in andere termen benoemd. a. Wat is bijvoorbeeld “tijdig” betrekken en “vroeg in het proces als er nog iets te kiezen valt”? b. Hoe bepalen wij en/of de initiatiefnemers het goede moment? Antwoord 3a + 3b: Op dit moment werken we aan een intaketafel en een omgevingstafel (vereiste vanuit de Omgevingswet) waar initiatieven vroegtijdig en laagdrempelig besproken gaan worden.

Hier zullen gemeente, samen met de initiatiefnemers bepalen wat de gewenste vorm van participatie is en op welk moment dit ingezet gaat worden. Het ‘betrekken als er nog te kiezen valt’ is in lijn met de

Pagina 4 van 5

onderwerp

registratienummer

Beantwoording Technische vragen Rv Vaststellen inspraak- en participatieverordening

Z23.000624

Omgevingswet. Waar er nu nog vaak geparticipeerd wordt als er al een vastomlijnd plan is, is dit onder de Omgevingswet anders geregeld en het wordt zelfs gestimuleerd om vroegtijdig te participeren. Vraag 4: In de verordening wordt geschreven in artikel 3 lid 7g gesteld dat de verordening niet wordt toegepast als het belang van participatie niet opweegt tegen het belang van de verantwoordelijkheid van de gemeente voor kwetsbare groepen in de samenleving. Waar moeten we dan (bijvoorbeeld) aan denken? Wat zijn kwetsbare groepen (definitie) en hoe stellen we dat vast? Antwoord 4: Zie de beantwoording bij vraag 4 van de VVD Vraag 5: Over de eindverslagen wordt in de algemene toelichting (bij artikel 5 lid 5, artikel 6 lid 2b) geschreven dat het “voor de hand ligt om degenen die hebben geparticipeerd een exemplaar van het eindverslag te sturen”. Waarom is dit niet in de betreffende leden als opdracht opgenomen? Antwoord 5: Omdat we initiatiefnemers niet kunnen dwingen het verslag toe te sturen. We hebben daar als gemeente geen controle op en tevens zijn er geen sancties mogelijk als de initiatiefnemer dit niet doet.

Vraag 6: Wat betekent de nieuwe inspraak- en participatieverordening voor (bijvoorbeeld de werkwijze en processen van) de ambtelijke organisatie? Antwoord 6: De nieuwe inspraak- en participatieverordening past binnen de werkwijze van de ambtelijke organisatie die reeds ingezet is bij het vaststellen van het Kader Participatie. Er zijn geen aanvullende wijzigingen te verwachten.

Pagina 5 van 5

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12489587/1