Bijlage 5 Beantw. technische vragen Rv Integrale Verordening Sociaal Domein 2023 Z23.000617
Tekst van het document
*Z23.000617*
Memo
onderwerp Beantwoording technische vragen RV Integrale Verordening Sociaal Domein 2023 ter attentie van Gemeenteraad
datum 06/03/2023
kenmerk Z23.000617
kopie aan
Bijlage --
afzender I. Bennis, L. Timmermans en L. Burger
telefoon 0180-330300
e-mail i.bennis@zuidplas.nl
cluster Beleid Samenleving en Bestuursadvies
Geachte leden van de gemeenteraad, Naar aanleiding van het raadsvoorstel betreffende de Integrale Verordening Sociaal Domein 2023 hebben de fracties van ChristenUnie/SGP, SP, VVD en D66 technische vragen gesteld. Deze worden in deze memo beantwoord. Fractie ChristenUnie/SGP Vraag 1: Deze integrale verordening is voorgelegd aan de adviesraad. Is aan andere inwoners of gremia waarin inwoners over wie deze verordening gaat of waarin klanten vertegenwoordigd zijn gevraagd om een reactie. Antwoord: De Integrale Verordening Sociaal Domein is alleen voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein en niet aan andere inwoners of gremia. Dit, omdat de Adviesraad een brede vertegenwoordiging van de samenleving is. Vraag 2: Bekostiging leerlingenvervoer: in de was-wordt lijst staat dat uit het oude artikel 51 lid 2a is overgenomen in het nieuwe artikel 50. Echter is het deel van het lid weggelaten waarin staat ‘van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting, dan wel de openbare school’. Kunnen wij aannemen dat dit per abuis is weggelaten en nog wordt hersteld, gezien de Wet Primair Onderwijs, artikel 4, lid 3? Antwoord: Dit is niet weggelaten. Er wordt in artikel 50 gesproken over ‘toegankelijke school’.
Bij het begrip ‘toegankelijke school’ in de begripsomschrijving (artikel 44) staat het volgende: ‘school waarop de leerling is aangewezen van de verlangde godsdienstige of levensbeschouwelijke richting dan wel de openbare school’. Omdat artikel 50 door de term ‘toegankelijke school’ verwijst naar de verlangde godsdienstig of levensbeschouwelijke richting of de openbare school, wordt dit niet meer woordelijk herhaald in dit artikel. Uit de was-wordtlijst is dat niet helder te herleiden, omdat het begrip ‘toegankelijke school’ niet is gewijzigd en daarom niet op de was-wordtlijst te vinden is.
Pagina 1 van 4
onderwerp
registratienummer
Beantwoording technische vragen RV Integrale Verordening Sociaal Domein 2023
Z23.000617
Vraag 3: Over Collectief vraag afhankelijk vervoer (CVV): in het raadsvoorstel staat dat wanneer inwoners met pensioenleeftijd recht hebben op een indicatie, dit kan leiden tot meer mensen die een aanvraag doen, maar dat dit niet de verwachting is. Waarop is deze verwachting gebaseerd? Er staat ook dat dit een keuze is. Waarom is die keuze gemaakt? Antwoord: De verwachting dat dit niet leidt tot meer aanvragen, is gebaseerd op de ervaring dat mensen liever zo lang mogelijk zelfstandig reizen dan met het collectief vraagafhankelijk vervoer. Zo lang iemand bijvoorbeeld zelf nog kan autorijden, zal deze persoon niet snel een aanvraag voor een CVV pas doen. Men doet vaak pas een aanvraag voor een CVV pas wanneer er geen andere vervoersmogelijkheden meer zijn. Er worden in de praktijk dan ook vrijwel geen aanvragen voor een CVV pas afgewezen. De keuze om aanvragers die de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt, alleen al op die grond een CVV pas toe te kennen, is daarop gebaseerd. Aanvragers op of boven die leeftijd krijgen na het doen van het onderzoek, vrijwel altijd de pas toegekend. Terwijl er wel tijd, energie en daarmee ook kosten gestoken worden in het onderzoek om tot de toekenning te komen. De keuze is dan ook gemaakt om die tijd bij Stichting ZO! en de gemeente te besparen.
Vraag 4: In artikel 19 lid 1 staat dat vervoer jeugdhulp kan worden aangevraagd als er een medische noodzaak is of beperkingen in de zelfredzaamheid. Hoe wordt dit bepaald? Kan het ook gaan om een beperking in de zelfredzaamheid van ouders/ verzorgers? Antwoord: Artikel 19 lid 1 gaat over de beperking in de zelfredzaamheid van de jeugdige en niet over een beperking in de zelfredzaamheid van ouders/verzorgers. De medische noodzaak of de beperking in de zelfredzaamheid wordt bepaald in het onderzoek (zoals bedoelt in artikel 6) dat gedaan wordt, bijvoorbeeld door middel van gegevens die ouders of behandelaars verstrekken of door onderzoek of adviezen van onafhankelijke (medische) deskundigen. Vraag 5: Ook in artikel 47 lid 1 wordt gesproken over de zelfstandigheid en zelfredzaamheid van de leerling en gezin als uitgangspunt. Hoe wordt deze zelfstandigheid en zelfredzaamheid bepaald? Antwoord: Dit komt naar voren in het onderzoek dat gedaan wordt bij behandeling van de aanvraag leerlingenvervoer. Ook hier wordt gebruik gemaakt van informatie verstrekt door ouders, school en onafhankelijke (sociaal medische) adviezen.
Vraag 6: Wat is het verschil tussen een gespreksverslag en een ondersteuningsplan? Is aan inwoners, bijvoorbeeld bestaande klanten gevraagd wat zij vinden van het eventueel afschaffen van het gespreksverslag? Is een andere vorm dan een gespreksverslag overwogen om gemaakte afspraken te kunnen bevestigen? Antwoord: Het gespreksverslag is een schriftelijke weergave van het eerste (keukentafel)gesprek tussen cliënt en Stichting Zo!. Het ondersteuningsplan is een schriftelijke weergave van het volledige onderzoek die Stichting Zo! in het kader van de melding uitvoert en bevat dus zowel een verslag van het eerste gesprek als eventuele aanvullende gesprekken met cliënt danwel (medisch) specialisten. Daarnaast is het ondersteuningsplan een weergave van de uitkomsten van het onderzoek, zoals beschreven in artikel 7.
Pagina 2 van 4
onderwerp
registratienummer
Beantwoording technische vragen RV Integrale Verordening Sociaal Domein 2023
Z23.000617
De Integrale Verordening Sociaal Domein en voorgenomen aanpassingen zijn alleen voorgelegd aan de Adviesraad Sociaal Domein en niet aan andere inwoners of gremia. Dit, omdat de Adviesraad een brede vertegenwoordiging van de samenleving is. Alle uitkomsten van het onderzoek en wanneer van toepassing de gemaakte afspraken worden weergegeven in het ondersteuningsplan. Om deze reden is er niet overwogen om dit in een andere vorm aan cliënten te verstrekken. Fractie SP Vraag 1: Pagina 1 van het raadsvoorstel: U geeft aan dat u de tarieven wil laten aansluiten op de tarieven in de regio. Wat zijn de tarieven in de regio? Antwoord: Dit betreft de reizigersbijdrage voor het CVV. Met aansluiting bij de regio wordt bedoeld dat het spitstarief dat Zuidplas als enige Midden-Holland gemeente in de verordening had staan, eruit gehaald is en de reizigersbijdrage in zijn algemeenheid is verhoogd. Dat sluit aan bij de werkwijze van de andere vier gemeenten. Daarbij hebben Gouda en Zuidplas hetzelfde tarief en de overige drie gemeenten ook (een eerder verhoogd tarief). De tarieven staan op de website van de GroeneHartHopper.
Vraag 2: Bijlage 2 Was wordt Lijst: Artikel 19 lid 6b: Hoe bepaalt het college of een ouder/verzorgen mee kan reizen/fietsen naar de jeugdhulplocatie? Antwoord: Dit wordt bepaald aan de hand van in het onderzoek verkregen informatie van bijvoorbeeld ouders, behandelaars en adviezen van onafhankelijk (medisch) deskundigen. Vraag 3: Wordt er mee gerekend dat ouders/verzorgers mogelijk een baan hebben, of andere kinderen die naar school gebracht moeten worden? In het onderzoek worden alle van belang zijnde informatie meegewogen en wordt ook altijd gekeken naar de (on)mogelijkheden die mensen hebben. Bijvoorbeeld: het hebben van een baan is geen garantie voor het toekennen van een vervoersvoorziening zoals de taxi; wellicht is het mogelijk te schuiven met uren of gebruik te maken van het netwerk om de ouders heen. Vraag 4: Artikel 66 lid 3: Bij inkomen onder de 36.900 is de eigen bijdrage in euro’s nihil. Wat is volgens het college nihil? Graag indien mogelijk een exact bedrag. Antwoord: Nihil is € 0,-. Deze bedragen worden ieder jaar vastgesteld door de VNG en het in de verordening gebruikte schema is hiervan overgenomen.
Fractie VVD Vraag 1: In het raadsvoorstel (R23.000020) onder het kopje financiën is te lezen dat enkele wijzigingen in de verordening financiële consequenties hebben: km vergoeding, recht op CVV vervoer voor inwoners met pensioengerechtigde leeftijd en het aanpassen van alle bedragen naar prijspeil 2023. Kan er een indicatie worden gegeven van deze kosten?
Pagina 3 van 4
onderwerp
registratienummer
Beantwoording technische vragen RV Integrale Verordening Sociaal Domein 2023
Z23.000617
Antwoord: Nee, dat is op voorhand niet mogelijk. De kosten zijn voor een groot deel afhankelijk van externe factoren zoals de zorgbehoefte en de frequentie waarmee een voorziening wordt aangevraagd en/of gebruikt. Het aantal cliënten met een CVV-pas zegt bijvoorbeeld niets over de kosten. Bij het CVV worden de kosten bepaalt aan de hand van het aantal ritten die cliënten maken en de afstand die zij daarbij afleggen. Het is daarnaast niet de verwachting dat het aantal CVV-passen enorm zal stijgen, zie voor een verdere toelichting het antwoord op vraag 3 van de fractie ChristenUnie/SGP. Vraag 2: In de was-wordt lijst (A22.002345) is bij artikel 34 punt 2 (de afschrijftermijn van trapliften) verwijderd. Waarom is dit? Antwoord: Voorheen hadden we in het contract voor levering en onderhoud van trapliften staan dat deze standaard na 10 jaar vervangen zouden worden. Dit, omdat er toen gezien werd dat de kosten voor reparatie en onderhoud na 10 jaar enorm stegen. Daarom is in diezelfde periode de afschrijvingstermijn voor trapliften in de verordening op 10 jaar gezet. Inmiddels hebben we een nieuw contract en in (voorbereiding van) de aanbesteding (die Zuidplas samen met Bodegraven-Reeuwijk heeft gedaan) werd in beide gemeenten die tendens niet (meer) gezien en is vastgesteld dat trapliften ook na 10 jaar niet altijd meer dergelijke hoge kosten met zich meebrengen.
Tevens willen cliënten met een traplift niet altijd overgaan tot vervanging na 10 jaar, omdat de traplift nog prima functioneert. In het nieuwe contract is de standaard vervanging dus niet meer opgenomen en om die reden is ook de afschrijvingstermijn uit de verordening gehaald. De beoordeling of een traplift nog gerepareerd kan worden of toch vervangen moet worden, is aan de expertise van de leverancier. Fractie D66 In de beantwoording op de vragen van de Adviesraad Sociaal Domein zegt u (Bijlage 4, pagina 3) met betrekking tot de ‘toevoeging verordeningen van de Participatiewet’ dat ‘de eerste stap een verkenning is of het samenvoegen van de verordeningen Participatiewet zinvol is en meerwaarde heeft’. Een aantal jaar terug heeft u echter aangegeven dat het de wens van de gemeente is om deze te integreren. Vraag 1: Kunt u nader toelichten waarom de samenvoeging nog niet heeft plaatsgevonden? Antwoord: De maatschappelijke ontwikkelingen rondom Werk en Inkomen (bijv. TOZO, TONK, energietoeslag, leefgeld Oekraïners) hebben veel extra inzet gevraagd. Daardoor heeft het samenvoegen van de verordeningen op het gebied van Werk en Inkomen geen prioriteit gehad. Een eerste stap zal het verkennen zijn of het samenvoegen van de diverse verordeningen Participatiewet zinvol is en meerwaarde heeft.
Vraag 2: Op welke wijze denkt u de synergie van de ondersteuningsvragen tussen de verschillende uitvoeringsorganisaties te bereiken? Antwoord: Zowel aan de kant van IJsselgemeenten is er aandacht voor problemen op andere leefgebieden dan enkel werk en inkomen. Daarbij kan een inwoner doorverwezen worden aan stichting ZO! Andersom is Stichting ZO! regelmatig het voorportaal van IJsselgemeenten. O.a. bij betaalachterstanden en beginnende schulden doet ZO! veel stabiliserend werk met kortdurende hulp of doorverwijzing naar online hulp.
Pagina 4 van 4