CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 5 B 1859 Informatienota verdeling van schaarse woningen Z25.001833

Gemeenteraad 7 oktober 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Wijziging van de huisvestingsverordening (nav Hvv)4.020 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z25.001833*

Informatienota aan de raad

onderwerp

nummer raadsstuk

Verdeling van schaarse woningen

B 1859

datum 10 juli 2025 afzender

portefeuillehouder

behandelend ambtenaar

College van burgemeester en wethouders

J.W. Schuurman

S. Tjon Poen Gie

registratienummer

bijlagen

openbaar of geheim

Z25.001833

0

Openbaar

Aan de raad van de gemeente Zuidplas Kernboodschap Het college biedt u met deze informatienota een rapportage over de verdeling van schaarse woningen én doorstroming in relatie tot het toewijzingsbeleid van sociale huurwoningen. Het college stelt voor om met deze rapportage motie MO24 en MO41 af te doen. Inleiding Bij de behandeling van de Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2023 is motie MO24 aangenomen. Hierin wordt het college op geroepen om: 1. de genoemde ruimte in de huisvestingsverordening te benutten – en waar mogelijk middelen in te zetten – zodat de huidige scheefgroei in schaarste verminderd wordt; 2. bij prestatieafspraken in te zetten op een evenredige verdeling van schaarste onder verschillende doelgroepen; 3. kennis op te halen uit diverse regio's/gemeenten waar andere methodes worden toegepast; 4. om begin Q3 van 2024 te rapporteren over de effecten van de genomen maatregelen om de schaarste evenredig te verdelen. Ook bij de behandeling van de zomernota 2023 is motie MO41 ‘doorstroming middels prestatieafspraken’ aangenomen. Op 15 november 2024 ben u met informatienota B 1768 tussentijds geïnformeerd over de voortgang van beide moties. Ook zijn beide thema’s opgenomen in de prestatieafspraken, zie informatienota B 1779. Hieronder treft u een rapportage over de effecten en genomen maatregelen om schaarste evenredig te verdelen. Toelichting/ rapportage 1.

Inleiding Een afvaardiging van Midden-Hollandse gemeenten en woningcorporaties heeft onderzocht welke acties op kortere termijn mogelijk zijn om slaagkansen van doelgroepen op de woningmarkt te vergroten. Dit zijn onder andere; het inzetten van loting, labelen en de bindingseisen. Vanaf medio 2023 zijn deze acties en oplossingen ingezet door woningcorporaties voor het rechtvaardig verdelen van schaarse sociale huurwoningen. Hierover zijn ook prestatieafspraken gemaakt.

pagina 1 van 9

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z25.001833

Om de effecten van deze korte termijn acties op doelgroepen goed in beeld te krijgen, is een langere monitoringstijd nodig geweest. Hierdoor was het niet mogelijk om de raad al in Q3 2024 te informeren over de resultaten. Er is een aantal stappen gezet om zicht te krijgen op de toekomstbestendigheid van de B/L-methode en de opties om bij te sturen voor doelgroepen. Zo is onder andere een analyse uitgevoerd van de huidige slaagkansen en is in beeld gebracht welke alternatieve toewijzingsmodellen en maatwerk elders in het land worden toegepast. Deze verkenning is afgerond. We geven u met deze informatienota graag een terugkoppeling en een doorkijk naar het vervolg, waarbij wordt ingegaan op de onderdelen uit motie MO24, namelijk: Punt 2: Ontwikkelingen; wat zien we en welke effecten heeft de B/L-methode? Punt 3: Scheefgroei verminderen; wat doen we en wat levert dit op? Punt 4: Kennis over toewijzing systemen. Punt 5: Regionale context. Voor de analyses en nadere specificatie van cijfers genoemd in deze rapportage, verwijzen wij u graag naar de jaarbrief wonen 2024 (zie: informatienota A25.002150). 2. Ontwikkelingen; wat zien we en welk effect heeft de B/L-methode? Zowel in het schaarste-onderzoek (2022) als het woningbehoefteonderzoek (2024) van RIGO, is te zien dat de druk op betaalbare woningen groter wordt.

In de jaarbrief wonen 2024 is lezen dat het aantal actief woningzoekenden in Zuidplas elk jaar groter wordt en dat het aantal verhuringen gestaag toeneemt vanwege nieuwbouw. Bijbouwen is dan ook dé oplossing om schaarste aan betaalbare woningen aan te pakken en te verminderen. Het toewijzen van deze woningen is slechts een instrument om deze schaarse woningen evenredig te verdelen. De verdeling van woningen zelf lost het schaarste probleem niet op. Uit analyse1 over de slaagkansen en effecten van toewijzing op basis van de B/L-methode van de afgelopen 5-jaar constateren we het volgende: 2.1 Er lijkt een evenwichtige verdeling in aantallen onder leeftijdsgroepen. Het aanbod aan sociale huurwoningen (aantal verhuringen) neemt de afgelopen jaren gestaag toe. In aantallen lijkt er een evenredige verdeling van verhuurde woningen onder leeftijdsgroepen (tussen 20-25% per leeftijdscategorie), op de groep 18 t/m 22 jaar en 75+ na. Leeftijd t/m 22 23-29 30-39 40-55 55-65 2020 22 36 62 83 60 2021 15 32 49 51 44 2022 15 39 52 48 38 2023 17 48 61 52 50 2024 18 62 59 68 62 Tabel 1: Aantal verhuringen naar leeftijd de afgelopen jaren (Bron: Woningnet)

75+ 14 18 10 10 21

Totaal 277 209 202 244 290

De groep actief woningzoekende 75+’er is heel klein, waardoor dit te verklaren is. Voor de groep tot en met 22 jaar heeft dit te maken met het beperkte aanbod van huurwoningen tot de zogenaamde kwaliteitskortingsgrens (huur tot € 454, prijspeil 2024). Woningcorporaties mogen jongeren t/m 22 1 Voor de cijfers verwijzen we naar de jaarbrief wonen van 2020 t/m 2024 . pagina 2 van 9

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z25.001833

jaar wettelijke alleen passend huisvesten binnen deze huurprijs. Het aantal woningen dat woningcorporaties binnen deze prijs verhuren is de afgelopen jaren afgenomen; van totaal ca. 573 verhuurde woningen in 2020 naar 360 in 2024 in portefeuille2. Dit terwijl het jaarlijks aantal beschikbare woningen bij verhuur voor jongeren tot en met 22 jaar wel redelijk stabiel blijft de afgelopen jaren. 2.2 In slaagkansen is er een onevenredige verdeling onder leeftijdsgroepen. De slaagkansen van doelgroepen zeggen iets over 1. het beschikbare aanbod en 2. de omvang van de actief woningzoekenden in diezelfde categorie. Waar in aantal verhuringen er redelijk sprake lijkt van een evenredige verdeling van woningen, is dat beeld niet te zien in de slaagkansen. Dit heeft ermee te maken dat de leeftijdscategorie 23 t/m 39 jaar de grootste groep actief woningzoekende uitmaakt (totaal 63% in 2020 naar 56% in 2024). Het aantal actief woningzoekenden is de afgelopen vijf jaar verdubbeld. Een verdubbeling van het aantal woningwoningen in relatie tot een beperkte toename van het aantal verhuurde woningen, maakt lage slaagkansen. Bijsturen met beperkt aanbod maakt het evenredig verdelen van woningen naar slaagkansen lastig; het aantal actief woningzoekenden in de gemeente hebben we niet in de hand. Jaar 2020

Leeftijd t/m 22 23-29 30-39 Aantal actief 604 1.436 1.095 woningzoekenden Aantal verhuringen 22 36 62 Slaagkansen 3,6% 2,5% 5,7% 2024 Aantal actief 1.534 2.786 1.940 woningzoekenden Aantal verhuringen 18 62 59 Slaagkansen 1,2% 2,2% 3.0% Tabel 2: slaagkansen in 2020 en 2024 (Bron; Woningnet)

40-55 731

55-65 209

75+ 28

Totaal 3.982

83 11,4% 1.445

60 28,7% 577

14 50% 69

277 7% 8.351

68 4,7%

51 10,7%

21 30,4%

290 3,5%

2.3 Gebrek aan doorstroming. Er is een gebrek aan doorstroming vanwege de krapte op de woningmarkt. Voor sociale huur zien we een toename van de zoektijden, oplopende huurprijzen en een gebrek aan aanbod en alternatief voor woningzoekenden. Het aantal doorstromers is de afgelopen jaren flink gegroeid; van 1.381 actief woningzoekende doorstromers in 2020 naar 2.372 in 2024. Dat terwijl de groep actief woningzoekende starters nog harder is gegroeid, namelijk van 2.832 actief woningzoekenden in 2020 naar 5.678 in 2024. Doordat doorstroming niet op gang komt, blijven woningzoekenden doorstromers of starters langer wachten op een woning die vrijkomt. Voor doorstroming geldt daarnaast dat dit niet kan worden verplicht, alleen kan worden gestimuleerd. Stimuleren kan met toewijzing. Over de inzet van doorstroominstrumenten zijn prestatieafspraken gemaakt (zie informatienota B 1714 en B 1779).

2

Naar opgave van het aantal woningen naar nette prijzen van woningcorporaties. pagina 3 van 9

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z25.001833

2.4 Meer woningzoekenden van buiten Zuidplas en meer toewijzingen aan eigen inwoners. Niet alleen in Zuidplas maar ook regio’s om ons heen hebben te maken met woningschaarste en oplopende zoektijden. In Midden-Holland zien we daarom een groei in het aantal actief woningzoekenden van buiten de regio. Voor Zuidplas zijn dit vooral woningzoekenden vanuit Rotterdam, Capelle a/d IJssel, Zoetermeer en Den Haag. Tegelijkertijd blijkt uit de analyse dat de afgelopen jaren het overgrote deel van de verhuurde woningen naar starters en doorstromers uit Zuidplas is gegaan. Er lijkt dus niet direct sprake van verdringing van lokale woningzoekenden, dat terwijl de grootste groep actiefwoningzoekenden van buiten Zuidplas komt. Theoretisch ligt verdringing dus wel op de loer, alleen gebeurt dit in de praktijk niet. Daarnaast valt op dat de kansen van regionaal woningzoekenden in alle regiogemeenten het meeste onder druk staan.

Herkomst

2020 Aantal actief woningzoekenden 464

Aantal verhuringen

%

2024 Aantal actief woningzoekenden 692

Aantal verhuringen

%

Starters uit 63 22% 86 30% Zuidplas Starter uit Midden- 1.318 18 6% 2.363 23 8% Holland Starters van 1.050 46 17% 2.623 43 15% buiten de regio Doorstromers uit 270 104 38% 388 121 42% Zuidplas Doorstromers uit 571 13 5% 1.005 2 1% Midden-Holland Doorstromers van 471 27 10% 979 4 1% buiten de regio Onbekend 69 6 2% 339 11 4% TOTAAL 4.144 277 8.050 290 Tabel 3: Aantal verhuringen naar herkomst (Bron: WoningNet). Let op! Aantal actief woningzoekenden wijkt in de cijfers iets af.

2.5 De effecten van de B/L-methode Er zijn vraagtekens of de B/L-methode wel toekomstbestendig is. Het fundament van het huidige woonruimteverdelingssysteem roept vragen op; streven we nog de juiste doelen na? Is doorstroming, zowel op de korte- als de lange termijn nog het voornaamste doel gezien de vergrijzing? En is het logisch dat ouderen op meerdere vlakken (woonduur én leeftijd) een voorrangspositie hebben? Dit naast de woningen die voor hen gelabeld zijn. In de praktijk gaat dit ten koste van kansen voor woningzoekenden in de leeftijdscategorie tot 40 jaar. Bovendien zijn er twijfels of doorstroming met B/L-score in de praktijk wel echt plaatsvindt of dat andere instrumenten meer resultaat opleveren. We zien dat de B/L-methode bepaalde effecten met zich meebrengt. Voordelen van de B/L-score zijn: • Verondersteld wordt dat de bewoningsduurscore de doorstroming stimuleert. Dit is tot op zekere hoogte het geval (zie ook onder punt 3.2); pagina 4 van 9

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z25.001833

•

•

Oudere woningzoekenden hebben de meest kans, zij kunnen doorstromen zowel op basis van woonduur als leeftijd. Vooral ouderen die geen woning achterlaten hebben het meest voordeel in dit systeem (hogere leeftijdspunten). De problematiek rondom oudere woningzoekenden en noodverhuizingen wordt met de B/L-score weer verkleind; er wordt namelijk naar de huidige situatie gekeken, niet naar hoever iemand van tevoren de inschatting maakt hoe belangrijk het is om tijdig in te schrijven. Opbouwen van automatische punten met de B/L-score; voorzorginschrijvingen zijn niet nodig zoals bij inschrijfduur. Woningzoekenden met een directe verhuiswens kunnen zich inschrijven en direct reageren met punten. Iedereen bouwt punten op vanaf hetzelfde moment.

De grootste nadelen van de B/L-methode zijn daarentegen: • Het systeem is in mindere mate rechtvaardig, omdat het niet uitmaakt hoe lang je al op zoek bent naar een woning. In de praktijk komt het erop neer dat er inschrijvingen zijn die een aantal dagen later worden opgevolgd met een woningtoewijzing, dit tegenover anderen die al jarenlang staan ingeschreven en niet bovenaan de lijst komen. • Ouderen hebben in de praktijk zowel bij de bewonersduur (veel wonen al langer in hun woning) als bij de leeftijdsduur een flink voordeel ten opzichte van jonge en startende woningzoekenden. Daardoor is er sprake van (risico op) leeftijdsdiscriminatie. • De regio is relatief kwetsbaar, omdat mensen van buiten de regio relatief snel aan de beurt kunnen komen. Bovendien zijn zij in het voordeel ten opzichte van Midden-Hollanders die in andere regio’s zoeken, omdat het hier niet uitmaakt hoe lang je al ingeschreven staat, terwijl dat elders wel geldt. De toewijzingssystemen sluiten niet op elkaar aan. • Corporaties ervaren in toenemende mate problemen met kwetsbare woningzoekenden, die door zorginstellingen actief worden aangespoord om in deze regio in te schrijven. Ook in Zuidplas hebben we geconstateerd dat in toenemende mate daklozen uit Amsterdam of Den Haag een grote slaagkans hebben in Zuidplas op basis van leeftijdspunten. • Jonge starters maken aanmerkelijk minder kans op een woning.

3. Scheefgroei verminderen; wat doen we en wat levert dit op? Samen met woningcorporaties werkt de gemeente aan het evenredig verdelen van sociale huurwoningen. De gemeente maakt toewijzingsbeleid en de woningcorporaties voeren dit uit. Over de scheefgroei en oplossingen worden prestatieafspraken gemaakt, zo is er onder andere aandacht voor: • het (meer) labelen van passende woningen voor jogneren tot en met 22 jaar; • het toepassen van loting binnen de maximale mogelijkheden; • het stimuleren van doorstroming, door bijvoorbeeld ouderen met hulpvraag te helpen en eventueel direct te bemiddelen en bij verhuur van middenhuur voorrang te geven aan woningzoekenden die een sociale huurwoning achterlaten; • het maximaal toepassen van de bindingseisen met de gemeente en; • gezamenlijk blijven inzetten om het aanbod te vergroten met nieuwbouw en flexwoningen, maar ook om de bestaande bouw beter te benutten met optoppen en woningdelen (of friendscontracten).

pagina 5 van 9

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z25.001833

3.1 Loting en labelen; wat levert dit op? Van medio 2023 zijn we gestart met het actiever inzetten van loten en labelen met als doel om de kansen van jongeren te vergoten. Woningcorporaties bepalen zelf welke woningen zijn verloten. Uit de cijfers blijkt dat woningcorporaties nog niet de maximale mogelijkheden voor inzetten (25% van de jaarlijkse verhuringen). In 2023 zijn totaal 19 woningen (8%) verloot. In 2024 waren dit er 12 (4%). Eerder werden er minder woningen verloot (2021, 6 en 2022, 4). Met de prestatieafspraken zijn er wel meer woningen verloot, maar nog te weinig om echt iets te zeggen over het effect. Dit heeft de aandacht in gesprekken met woningcorporaties. Woningcorporaties zetten loting bijvoorbeeld voor kleinere woningen of complexen waar de leefbaarheid onder druk staat en diversiteit de draagkracht van een complex kan vergroten. Uit de toewijzingscijfers van 2024 is te zien dat het overgrote deel van de verlote woningen naar woningzoekenden van buiten de regio is gegaan. Dit zijn vooral eenpersoonshuishoudens in de leeftijd tot 34 jaar. Daarnaast zien we dat de gemiddelde registratieduur bij loten in 2024 iets lager ligt dan met de B/L-methode3, dat terwijl deze in 2023 nog hoger lag. Er lijkt een klein positief effect op de slaagkansen van jongeren of starters te zien.

Om hier echt een conclusie aan te verbinden is een langere monitoringstijd nodig waarbij meer woningen worden verloot. Er zijn ook prestatieafspraken gemaakt over het labelen of aftoppen van huurprijzen van woningen geschikt voor jongeren tot en met 22 jaar en tot 30 jaar. Echter leidt dit nog niet tot een substantieel groter aanbod voor deze doelgroep (zie ook onder 2.1). Woningcorporaties laten ook een omgekeerde ontwikkeling zien; bij enkele complexen wordt het 55+ label losgelaten met als doel om daarmee meer ruimte te bieden aan woningzoekenden tot en met 54 jaar. Overwegingen zijn bijvoorbeeld ook dat ouderen in sommige complexen weinig of niet reageren op woningadvertenties en/of omdat ouderen met de B/L-score al een grotere kans op een woning hebben. De beschikbaarheid van betaalbare woningen onder de aftoppingsgrenzen, voor starters en jongeren staat onder druk en blijft een bespreekpunt met woningcorporaties. Het college stuurt erop aan om het beschikbare aanbod van betaalbare sociale huurwoningen te vergroten, zowel in de bestaande bouw als nieuwbouw of flexwoningen. Hierover zijn ook doelstellingen opgenomen in het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Ruimte voor iedereen’. 3.2 Stimuleren van doorstroming (zie ook motie M041). De B/L-methode beoogt doorstroming van ouderen te faciliteren met leeftijd en bewoningsduurpunten.

Voor een groot deel werkt dat, maar we zien ook dat er steeds meer ouderen van buiten Zuidplas en zelfs van buiten de regio een grote kans hebben op een woning hier. Deze ouderen zorgen niet voor lokale of regionale doorstroming. Er zijn daarom andere oplossingen nodig om de doorstroming lokaal op gang te brengen. Zo zijn er prestatieafspraken gemaakt over voorrang voor middenhuurwoningen voor woningzoekenden die in de gemeente een sociale huurwoning achterlaten. Met het raadsvoorstel Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025 wordt het mogelijk om, naast nieuwe

3

Zie voor een specificatie de Jaarbrief Wonen 2024. pagina 6 van 9

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z25.001833

middenhuurwoningen, ook nieuwe betaalbare koopwoningen met voorrang toe te wijzen aan lokaal of regionaal gebonden woningzoekenden die willen doorstromen. Het project in EsseZoom-laag (middenhuur) bewijst dat deze maatregel werkt voor de doorstroming. Woningcorporaties kunnen op basis van de huisvestingsverordening maximaal 5% van de verhuringen per jaar vrij toewijzen. Deze vrije toewijzingsruimte kan ingezet worden om maatwerk te bieden aan ouderen. Dit wordt tot op heden nog beperkt gedaan. Er is bij de behandeling van de Huisvestingsverordening in 2023 ook gesproken over een pilot behoud starterspunten. Bodegraven-Reeuwijk is hiervoor een experiment gestart, op verzoek van een woningcorporatie, om de doorstroming vanuit kleine gelabelde woningen (1-2 kamers) voor jongeren op gang te krijgen. Het experiment is in 2021 gestart en nog niet geëvalueerd of afrond, omdat er nog te weinig mutaties plaatsvinden. Hierdoor is nog niets te zeggen over het effect. In Zuidplas is een dergelijk experiment (nog) niet opgezet. Er wordt door woningcorporaties met interesse gekeken naar de resultaten in Bodegraven-Reeuwijk. De doorstroming en kansen voor jongeren is ook onderdeel van gesprek over de toekomstbestendigheid van de B/L-methode (zie onder 4).

In regionaal verband wordt momenteel met gemeenten en woningcorporaties gewerkt aan het samenstellen van doorstroommaatregelen, met als doel doorstroming van ouderen vanuit grote sociale huurwoningen naar een passende woning te stimuleren. Het gaat hierbij vooral om zachte instrumenten zoals o.a. begeleiding, hulp, ontzorgen, toewijzing, een campagne en het passende aanbod voor ouderen goed in beeld brengen. Doorstroming kunnen we namelijk niet verplichten alleen stimuleren. Naar verwachting volgt eind dit jaar meer informatie over in te zetten doorstroominstrumenten voor ouderen. 3.3 Toepassen van de bindingseisen; wat levert dit op? Het is sinds 2019 mogelijk om lokale bindingseisen toe te passen voor woningzoekenden. Vanwege technische beperkingen is dat voor 2023 niet goed gelukt. De cijfers gaven daar ook niet direct aanleiding voor. Vanwege de groei van de groep actief woningzoekenden van buiten Zuidplas, is met woningcorporaties afgesproken om vanaf 2023 actiever toe te wijzen met bindingseisen. Zoals in de Jaarbrief wonen 2024 te lezen is, is dit nog beperkt gedaan (7%). Op reguliere wijze gaan de meeste woningen al naar lokale woningzoekenden (zie ook onder 2.4). Met het raadsvoorstel Huisvestingsverordening Gemeente Zuidplas 2025 wordt het mogelijk om straks zelfs tot 50% van de jaarlijkse verhuringen met voorrang toe te wijzen aan lokaal gebonden woningzoekenden.

De mogelijkheden zijn ruim(er), al lijkt het inzetten van dit instrument in de praktijk niet altijd nodig. Het blijft een kan-bepaling en een maatwerkinstrument om doelen na te streven, zoals het vergroten van kansen van jongeren of het op gang krijgen van lokale en/of regionale doorstroming. 3.4 Aanbod vergroten Met het lokale woningbouwprogramma dragen we bij aan het verminderen van schaarse woningen. In het coalitieakkoord 2022-2026 ‘Ruimte voor iedereen’ zijn doelen opgenomen over het bijbouwen van betaalbare en sociale huurwoningen en flexwoningen. Met woningcorporaties is bijvoorbeeld afgesproken om in de loop van 2025 verder te verkennen wat de mogelijkheden zijn om woningen pagina 7 van 9

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z25.001833

op te toppen en flexwoningen toe te voegen. Ook is de bedoeling om de mogelijkheden voor woningdelen in een pilot gezamenlijk uit te werken. 4. Kennis van andere toewijzingssystemen Om schaarse woningen ‘beter’ en evenrediger te verdelen is ook te denken aan een overstap op een ander toewijzingsmodel voor de lange termijn. Over het functioneren van verschillende toewijzingsmodellen is, samen met woningcorporaties en regiogemeenten in Midden-Holland, informatie en kennis opgehaald bij de regio Rijnmond, Haaglanden en Oss. Zie ook informatienota B 1768. Midden-Holland is de enige regio in Nederland die de B/L-methode nog hanteert. Inschrijfduur is veruit de meest gehanteerde methodiek in het land. Rechtvaardigheid is hierbij het centrale begrip. Naast inschrijfduur zien we ook combinaties zoals inschrijfduur met woonduur, waarin het beste van beide systemen wordt gecombineerd. Dit wordt bijvoorbeeld gedaan in Haaglanden. Echter zijn ook zij vanwege de opgave in verdeling van schaarse woningen opzoek naar hoe het nog beter kan. Amsterdam heeft een eigen toewijzingsmodel ontwikkeld. Daarbij wordt onder andere gewerkt met zoekpunten, situatiepunten en starterspunten. Hoewel dit mogelijk voordelen met zich meebrengt, is dit de minst aannemelijke optie. Uit een rondgang bij andere regio’s komt naar voren dat het niet aannemelijk is dat zij deze manier navolgen.

Er komt onder andere naar voren dat er vraagtekens zijn bij de uitlegbaarheid, uitvoerbaarheid, beperkte kansen voor doorstroming en effectiviteit. Uit de analyse van verschilde toewijzingssystemen kunnen we het volgende concluderen: • De slaagkansen van jongeren zijn in elk systeem verreweg het laagste. Een overstap gaat het probleem van beperkt aanbod niet oplossen. Wel zien we dat de slaagkansen van ouderen en jongeren iets minder groot zijn met bijvoorbeeld inschrijfduur dan met de B/L-methode. • Lokaal of regionaal maatwerk blijft bij elk basis toewijzingssysteem nodig, zoals de inzet van loting, bindingseisen, behoud starters- of inschrijfpunten, een doorstroomregeling, voorrang op basis van kenmerken etc.; • Het is net welke doelen we willen nastreven; in Amsterdam willen ze de meest urgenten eerst helpen. In Haaglanden beogen ze meer doorstroming te faciliteren en in Rijnmond wordt rechtvaardigheid beoogd. Hierover kunnen de meningen verschillen; • Er bestaat geen perfect systeem. In alle regio’s zijn ze opzoek hoe er voor doelgroepen kan worden bijgestuurd met maatwerk. Het blijft verdelen van schaarse woningen. • Ook inschrijfduur heeft nadelen. Je hebt niet automatisch punten zoals bij de B/L-methode. Jongeren moeten dan actief geattendeerd worden op inschrijven vanaf hun 18e jaar.

En ouderen die willen doorstromen en dat nu besluiten, moeten eerst inschrijfduur opbouwen. 5. Regionale context Het toewijzingsbeleid staat in nauw verband met de regionale woningmarkt, de regionale woningbouwopgave en de te maken afspraken over de verdeling van aandachtsgroepen straks onder de Regiewet. In Midden-Holland worden de gesprekken met gemeenten en woningcorporaties over de toekomstbestendigheid van het toewijzingsbeleid gevoerd. Op dit moment hebben Gouda, Bodegraven- Reeuwijk, Waddinxveen en Zuidplas hetzelfde toewijzingsbeleid, namelijk de B/L- methode. Krimpenerwaard werkt op basis van inschrijfduur in pagina 8 van 9

onderwerp

registratienummer

informatienota aan de raad

Z25.001833

haar eigen toewijzingssysteem. Woningcorporaties zijn in alle gemeenten actief. In verband met de regionale woningmarkt en woningbouwopgave is het zowel voor woningcorporaties als de regionale woningzoekenden van belang dat er eenduidig toewijzingsbeleid is in de regio. Het toewijzingsbeleid is uiteindelijk een lokale (raads)bevoegdheid. Woningcorporaties sturen aan op een overstap naar inschrijfduur vanwege de effecten van de B/Lmethode. Er ligt nog geen (regionaal) advies over het toewijzingsmodel, omdat de regiogemeenten verschillende voorkeuren hebben over het toewijzingsbeleid. Dat maakt dat de regionale gesprekken hierover complex zijn. Het college ziet wel de nut en noodzaak in van een overstap naar bijvoorbeeld het inschrijfmodel vanwege de (boven)regionale woningmarkt ontwikkelingen in relatie tot de effecten van de B/L-methode. Ook het inschrijfmodel is niet ideaal maar het speelveld met woningzoekenden van buiten de regio wordt dan in de basis wel gelijk. Consequenties Het toewijzingsbeleid is geregeld in de Huisvestingsverordening. De huisvestingsverordeing moet in de nabije toekomst vanwege diverse ontwikkelingen nog vernieuwd worden. Mocht gekozen worden voor nieuw toewijzingsbeleid, dan moet er rekening worden gehouden met extra benodigde ambtelijke capaciteit en middelen voor o.a.

advies, communicatie en het technisch aanpassen van het toewijzingsysteem in WoningNet (Mijn DAK). Dit geldt ook voor de inzet van doorstroominstrumenten. Er is straks nog een besluit c.q. opdracht nodig om hiermee aan te slag te gaan en daarvoor capaciteit en middelen vrij te maken. Vervolg Naar verwachting volgt er eind 2025 een regionaal advies voor lokale besluitvorming over het toewijzingsbeleid en de in te zetten doorstroommaatregelen. Afhankelijk van dit regionale advies worden er voorbereidingen getroffen voor het aanpassen van huisvestingsverordening en deze voor te leggen bij de raad. Bijlagen Geen.

Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas,

J.F. Weber Burgemeester

M. Burgmans Gemeentesecretaris

pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15993638/1