Bijlage 4c Quickscan Gemeente Zuidplas - IJsselpark - Nest Natuurinclusief - April 2023
Tekst van het document
QUICKSCAN Notitie Quickscan IJsselpark te Nieuwerkerk a/d IJssel
ONDERWERP PROJECT DATUM VAN ADVISEUR(S) REFERENTIE
Ecologische Quickscan Wet natuurbescherming IJsselpark gemeente Zuidplas 6 april 2023 Nest Natuurinclusief B.V. David de Vos
De Vos, D., 2023. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Zuid-Holland. Projectgebied: IJsselpark-school Nieuwerkerk a/d IJssel, gemeente Zuidplas. Nest Natuurinclusief.
© copyright Nest Natuurinclusief. 2023
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Nest Natuurinclusief kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. 1
Inhoudsopgave 01
AANLEIDING EN SAMENVATTING
Aanleiding
3
Conclusie
3
Kwaliteitsborging
3
02
INLEIDING
Plangebied
4
3
4
Geplande werkzaamheden
4
Gebiedenbescherming en planologische bescherming
4
Vrijstelling
6
03
METHODIEK
Functie voor beschermde soorten
6 6
Vogels met jaarrond beschermde nestplaats (cat. 1-4)
6
Vogels met jaarrond beschermde nestplaats (cat. 5)
6
Algemene broedvogels
7
Vleermuizen
7
Grondgebonden zoogdieren Ongewervelden
7
Amfibieën
7
Reptielen
7
Vissen
8
Planten
8
04
MAATREGELEN
7
8
Maatregelen vogels met een jaarrond beschermde nestplaats
8
Maatregelen algemene broedvogels
8
Maatregelen vleermuizen
9
Maatregelen ringslang
9
Maatregelen zorgplicht
9
Maatregelen voor minder impact 05
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Internet
11
Beschermde gebieden & soorten Kadastrale Kaarten
11 11
11
Nationale Databank Flora en Fauna Natuurwetgeving
9
11
11
PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart Vleermuisprotocol 2021
11
06
TOETSINGSKADER
Gebiedsbescherming
12
Natura 2000
12
Natuurnetwerk
12
Soortenbescherming
12
11
12
2
01
Aanleiding en samenvatting
Aanleiding Het planvoornemen is om in het IJsselpark te Nieuwerkerk a/d IJssel (hierna: plangebied) een tijdelijk en mogelijk een permanent schoolgebouw te realiseren. Om te bepalen of de voorgenomen plannen leiden tot een overtreding van de natuurwetgeving, heeft David de Vos (De Vos Ecologie) op basis van een oriënterend veldonderzoek (dd. 31-03-2023) en bronnenonderzoek de effecten van deze geplande ingreep beoordeeld. Deze quickscan is 5 jaar geldig, tenzij in of rond het plangebied in de tussentijd een ander biotoop is ontstaan.
Conclusie Gedurende het globale broedseizoen (1 maart – 1 september) moet rekening worden gehouden met algemene broedvogels door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Op voorhand kan een negatief effect op boombewonende vleermuizen, de boomvalk, sperwer en ransuil (vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats) door de geplande werkzaamheden niet worden uitgesloten. Dit kan leiden tot overtreding van de Wet natuurbescherming (Wnb). De geplande werkzaamheden hebben geen direct negatief effect op beschermde gebieden. Daarom wordt aanbevolen om nader onderzoek uit te voeren om meer duidelijkheid te krijgen over de mogelijke functie van het plangebied voor vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermde nestplaats. Verder moet rekening worden gehouden met grondgebonden zoogdieren met een vrijstelling en ringslangen. Deze conclusie wordt hieronder toegelicht.
Kwaliteitsborging David de Vos is reeds 6 jaar als ecoloog werkzaam, eerst bij Bureau Waardenburg en daarna bij ATKB. Op 1 januari 2022 is hij begonnen als zelfstandig ecoloog. In totaal is hij bij meer dan 275 projecten betrokken geweest en heeft meerdere ontheffingen Wnb aangevraagd en verkregen. David voldoet daarmee aan de definitie die Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO) hanteert van een ecologisch deskundige. Zie voor de definitie: https://www.rvo.nl/onderwerpen/agrarisch-ondernemen/beschermde-planten-dieren-ennatuur/ruimtelijkeingrepen/ontheffing-vrijstelling/ecologisch-deskundige
3
02
Inleiding
Plangebied Het plangebied (afbeelding 1) bevindt zich aan de noordoostkant van Nieuwerkerk a/d IJssel. Het plangebied (afbeelding 3) bestaat uit een park: een bosschage met een ondergroei van struiken, een gedeelte met een korte, grazige vegetatie, open water met een flauwe oever. Een aantal bomen zijn begroeid met klimop en/of hebben holten. Op enkele plekken liggen hopen hout/takken. In het plangebied is geen bebouwing aanwezig.
Afbeelding 1 Ligging plangebied (rood omlijnd) ten opzichte van beschermde gebieden in de omgeving (ca. 800 m van NNN en ca. 9,5 km van N2000).
Geplande werkzaamheden Het planvoornemen is het realiseren van een vier (tijdelijke) schoolgebouwen (afbeelding 2). Hierbij wordt vegetatie (tevens bomen) verwijderd, wordt de ondergrond bouwrijp gemaakt met (enig) grondverzet en uiteindelijk nieuwbouw gerealiseerd. Bij de ingreep worden mogelijk zware werkzaamheden zoals heiwerkzaamheden uitgevoerd. De sloot en oevers blijven ongemoeid. Welke bomen precies worden gerooid is ten tijde van de quickscan onbekend.
Gebiedenbescherming en planologische bescherming Het plangebied ligt buiten beschermde gebieden: Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein (N2000) op ca. 9,5 km en Natuurnetwerk Nederland (NNN) op ca. 800 m (zie afbeelding 1). De provincie Zuid-Holland kent voor NNN geen externe werking. Door de afstanden en tussenliggende barrières worden directe effecten op voorhand uitgesloten. De kap van bomen is wel onderdeel van de werkzaamheden, maar door de geringe hoeveelheid (minder dan 1 are) is toetsing aan het onderdeel Houtopstanden van de Wet natuurbescherming niet van toepassing. Het plangebied ligt niet in weidevogelgebied. Toetsing aan gebiedenbescherming is niet nodig. De natuurwetgeving en Verordening Ruimte worden niet overtreden door directe effecten.
4
Afbeelding 2: de toekomstige situatie
Afbeelding 3 Impressies plangebied.
5
Vrijstelling Voor uitvoering van werkzaamheden in het kader van ruimtelijke ontwikkeling en bestendig beheer geldt in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling ten aanzien van de volgende algemeen voorkomende beschermde soorten amfibieën en zoogdieren: Bastaardkikker, bruine kikker, gewone pad, kleine watersalamander, meerkikker, aardmuis, bosmuis, bunzing, dwergmuis, dwergspitsmuis, egel, gewone bosspitsmuis, haas, hermelijn, huisspitsmuis, konijn, ree, rosse woelmuis, veldmuis, vos, wezel en woelrat. Een aantal van deze soorten zoals de egel komt naar verwachting voor in het plangebied, maar worden individueel niet behandeld in deze quickscan. De vrijgestelde soorten vallen wel onder de zorgplicht (artikel 1.11) (zie Maatregelen zorgplicht).
03
Methodiek
Een quickscan is een eenmalige beoordeling van het plangebied, waarin globaal wordt gekeken naar aanwezige en te verwachten (beschermde) soorten op basis van eigen soorten gebiedskennis (expert judgement) en bronnenonderzoek. Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de vigerende natuurwetgeving: Wet natuurbescherming (Wnb). Deze onderscheidt drie beschermingsregimes: Beschermingsregime soorten Vogelrichtlijn (artikel 3.1), Beschermingsregime soorten Habitatrichtlijn (artikel 3.5) en Beschermingsregime andere soorten (artikel 3.10). Het plangebied is op 31-03-2023 bezocht. De weersomstandigheden waren: bewolkt, miezer, 10 graden en 5bft. Aanvullend op het terreinbezoek heeft beperkt bronnenonderzoek plaatsgevonden door de Nationale Databank Flora en Fauna (NDFF) en verspreidingsatlas.nl te raadplegen. Functie voor beschermde soorten Vogels met jaarrond beschermde nestplaats (cat. 1-4) Door de afwezigheid van bebouwing en stromend water, worden alleen boombewonende vogels behandeld. Raadpleging van de NDFF leverde waarnemingen van enkele vogelsoorten met een jaarrond beschermde nestplaats in de omgeving op zoals de havik, buizerd, boomvalk, sperwer en ransuil. Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels met een jaarrond beschermde nestplaats waargenomen, maar wel de mogelijke prooiresten van een havik (geplukte houtduif).
In het plangebied is opgaande vegetatie met voldoende dekking/massa/hoogte aanwezig. In het gebied zijn geen grote horsten geschikt voor de buizerd of havik aangetroffen. Een tweetal (oude) kraaiennesten is wel geschikte als broedlocatie van boomvalken. Door het open water (libellen) en de struiken (zangvogels) is het park geschikt als foerageergebied voor boomvalken. De bomen die zijn begroeid met klimop, zijn geschikt als broedlocatie van sperwers en ransuilen doordat er reeds in het vroege voorjaar dekking is. Ook voor deze soorten is het park geschikt als foerageergebied door de afwisseling van open plekken met opgaande begroeiing. Het gebied heeft voor de buizerd en havik hooguit een marginale functie als onderdeel van een groter leefgebied. Een negatief effect op de sperwer, boomvalk en ransuil kan echter op voorhand niet worden uitgesloten. Het opzettelijk verstoren of aantasten van een jaarrond beschermde nestplaats waarbij de nestplaats in onbruik raakt (wezenlijke verstoring of aantasting), is een overtreding van artikel 3.1 van de Wnb. Vogels met jaarrond beschermde nestplaats (cat. 5) Tijdens het veldbezoek werden eksters en pimpelmezen waargenomen. Door de aanwezigheid van voldoende alternatieven in de omgeving heeft het project geen invloed op de lokale staat van instandhouding van deze soortgroep.
Deze soorten krijgen in dit geval niet de jaarrond beschermde status en worden behandeld als algemene broedvogels.
6
Algemene broedvogels Het plangebied heeft voor soorten als de wilde eend, merel en winterkoning de functie van broedgebied en/of foerageergebied. Tijdens de werkzaamheden zijn in de opgaande begroeiing mogelijk bewoonde vogelnesten aanwezig indien de werkzaamheden plaatsvinden tussen 1 maart en 1 september. Het opzettelijk verstoren of aantasten van nesten waarbij het broedsel mislukt (wezenlijke verstoring of aantasting), is een overtreding van artikel 3.1 van de Wnb.
Vleermuizen In de omgeving zijn verschillende soorten waargenomen (NDFF), zoals de gewone dwergvleermuis, rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Tijdens het veldbezoek zijn geen (sporen van) vleermuizen waargenomen. Verblijfplaatsen De aanwezigheid van verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen kan op voorhand worden uitgesloten door het ontbreken van bebouwing in het plangebied. In het plangebied zijn bomen met holten aanwezig. Deze kunnen in gebruik zijn als verblijfplaats van boombewonende vleermuizen zoals de rosse vleermuis en ruige dwergvleermuis. Het opzettelijk verstoren of aantasten van verblijfplaatsen van vleermuizen is een overtreding van artikel 3.5 van de Wnb. Bovendien kunnen bij de kap van bomen slachtoffers vallen onder de vleermuizen. Foerageergebied en vliegroutes Het plangebied heeft mogelijk een functie als foerageergebied. In het plangebied zijn duidelijke lijnvormige structuren aanwezig, welke kunnen dienen als vliegroutes Een negatief effect op foerageergebied van vleermuizen en een functie als vliegroute kan niet op voorhand worden uitgesloten. Een overtreding van de natuurwetgeving is mogelijk aan de orde. Grondgebonden zoogdieren In de omgeving zijn geen beschermde grondgebonden zoogdieren waargenomen (NDFF).
Het plangebied is van omliggende gebieden afgesneden door wegen en woonwijken, en daardoor geïsoleerd en op zichzelf te klein om dienst te doen als leefgebied. Op grond hiervan is beoordeeld dat het plangebied geen betekenis heeft voor strikt beschermde soorten grondgebonden zoogdieren. Een overtreding van de natuurwetgeving is niet aan de orde. Ongewervelden In de omgeving zijn geen beschermde ongewervelden waargenomen (NDFF). In het plangebied is geen specifiek habitat aanwezig waar beschermde ongewervelden gebruik van maken zoals schoon water met krabbenscheer of sleedoornstruweel. Op grond hiervan is beoordeeld dat het plangebied geen betekenis heeft voor strikt beschermde soorten ongewervelden. Een overtreding van de natuurwetgeving is niet aan de orde. Amfibieën In de omgeving zijn waarnemingen van de rugstreeppad bekend (NDFF). Deze populatie bevindt zich echter aan de andere kant van de Hollandse IJssel, wat voor deze slechte zwemmer een barrière vormt. Er zijn geen waarnemingen andere beschermde soorten bekend. Op grond hiervan is beoordeeld dat het plangebied geen betekenis heeft voor strikt beschermde soorten amfibieën. Een overtreding van de natuurwetgeving is niet aan de orde. Reptielen In de omgeving is een waarneming van een ringslang bekend (NDFF). Het plangebied is geschikt voor ringslangen door de aanwezigheid van open water met een flauwe,
7
begroeide oever. De hopen takken in de bosschage zijn geschikt als overwinteringsplek. Voor voortplanting zijn broeihopen nodig, welke niet aanwezig zijn. De aanwezigheid van ringslangen kan op voorhand niet worden uitgesloten. Indien de voorzorgsmaatregelen tbv ringslangen worden genomen, is een overtreding van de natuurwetgeving echter niet aan de orde. Mochten deze voorzorgsmaatregelen niet kunnen worden genomen, dan kan een negatief effect op ringslangen niet op voorhand worden uitgesloten. Vissen In de omgeving zijn geen beschermde vissen waargenomen (NDFF). In het plangebied is geen specifiek habitat aanwezig waar beschermde ongewervelden gebruik van maken zoals (stromend) schoon water et een goed ontwikkelde, ondergedoken watervegetatie. Op grond hiervan is beoordeeld dat het plangebied geen betekenis heeft voor strikt beschermde soorten vissen. Een overtreding van de natuurwetgeving is niet aan de orde. Planten Raadpleging van de NDFF leverde een waarneming van smalle raai op in de buurt van het plangebied. Deze soort leeft in ponierssituaties zoals akkerranden, spoorbermen etc. Dit habitat is in het plangebied niet aanwezig. Er zijn geen waarnemingen andere beschermde soorten bekend. Op grond hiervan is beoordeeld dat het plangebied geen betekenis heeft voor beschermde soorten planten. Een overtreding van de natuurwetgeving is niet aan de orde.
Maatregelen
04
Maatregelen vogels met een jaarrond beschermde nestplaats Om duidelijkheid te krijgen over de functie van het plangebied voor deze soortgroep, dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd volgens onderstaand schema.
Soort
# bezoeken Periode
Minimale tijd tussen bezoeken
Sperwer
4
15 mrt - 15 juni
10 dagen
Boomvalk
4
30 apr - 1 juli
10 dagen
Ransuil
3
20 feb - 15 mei
10 dagen
Opm.
nacht
Maatregelen algemene broedvogels Een overtreding artikel 3.1 van de Wnb (als gevolg van wezenlijke verstoring of aantasting van vogelnesten) kan worden voorkomen door onderstaande voorzorgsmaatregelen: •
•
•
Werkzaamheden buiten het globale broedseizoen (deze loopt van 1 maart tot 1 september) uitvoeren. Elk broedgeval is beschermd; ook broedgevallen buiten deze periode mogen niet wezenlijk verstoord of aangetast dat het broedsel mislukt. Voor wezenlijke verstoring of aantasting van broedgevallen kan geen ontheffing van de Wnb worden verkregen. Voorafgaand aan de werkzaamheden en buiten het broedseizoen (indien nodig) struiken en andere beplanting rooien. Dit mag alleen als deze bomen voor andere beschermde fauna (zoals vleermuizen) geen functie heeft. De beste periode hiervoor is december t/m februari. Als struiken en andere beplanting niet kunnen worden gerooid buiten het broedseizoen of als andere luidruchtige werkzaamheden in de buurt van de beplanting tijdens het broedseizoen plaatsvinden: voorafgaand aan het werk een broedvogelcontrole uitvoeren en een gebied van normaliter 20-70 meter
8
•
(afhankelijk van de vogelsoort) rondom de bewoonde nesten tijdens de werkzaamheden ontzien. Raadpleeg bij twijfel een ecoloog.
Maatregelen vleermuizen Om duidelijkheid te krijgen over de functie van het plangebied voor deze soortgroep, dient aanvullend onderzoek te worden uitgevoerd. Dit onderzoek wordt uitgevoerd tussen 15 mei en 15 september, waarbij twee ronden tussen 15 mei en 15 augustus worden uitgevoerd voor kraam- en zomerverblijfplaatsen en twee ronden tussen 1 augustus en 15 september voor paar- en winterverblijfplaatsen. Onderzoek naar foerageergebied en vliegroutes wordt hierin meegenomen. Om voldoende overzicht te hebben moet vanaf meerdere posities worden gepost.
Maatregelen ringslang Om een negatief effect op ringslangen te voorkomen, moeten de volgende maatregelen worden getroffen: • De sloten en oevers blijven ongemoeid of de werkzaamheden aan de sloten/oevers vinden plaats tussen 1 november en 1 maart, waarbij de flauwe oevers worden hersteld/gehandhaafd. • De hopen takken blijven gehandhaafd of worden in september binnen het park verplaatst naar buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden. • Indien deze maatregelen niet mogelijk zijn, moet aanvullend onderzoek naar ringslangen worden uitgevoerd.
Maatregelen zorgplicht In het kader van zorgvuldige omgang met alle in het wild levende soorten, moet het opzettelijk verwonden of doden van dieren voorkomen worden om een overtreding van de zorgplicht (artikel 1.11 van de Wnb) te voorkomen. • • •
Behoud zoveel mogelijk van de aanwezige beplanting binnen het plangebied (met name bomen en struiken). Werk bij het verwijderen van vegetatie van één kant af naar een (relatief) veilige richting om fauna de kans te geven zelfstandig te vluchten. Snoeiafval en hopen stenen/puin direct afvoeren of in een container plaatsen. Deze hopen vormen geschikte broedplaatsen voor diverse soorten broedvogels en verblijfplaatsen voor bijvoorbeeld egels.
Maatregelen voor minder impact Om de impact op de fauna in het IJsselpark te verminderen, zijn een aantal maatregelen mogelijk: • Intrillen ipv heien of helemaal niet heien. Hierdoor is er binnen een veel kleiner gebied verstoring en kan het gebied voor nader onderzoek worden verkleind. Indien er dan in dit kleinere gebied in de te kappen bomen geen mogelijkheden voor vleermuizen of vogels met een jaarrond beschermde nestplaats zijn en de ingreep vindt trillingvrij plaats in de winter, dan kan een negatief effect op vleermuizen en vogels met een jaarrond beschermde nestplaats mogelijk geheel worden voorkomen. Zodra bekend is welke bomen worden gekapt, moet een ecoloog deze bomen minutieus (eventueel vanaf een hoogwerker) inspecteren om te kunnen uitsluiten dat de te kappen bomen een functie hebben. • De school gaat leiden tot meer verstoring door toegenomen menselijke aanwezigheid in het park. Om delen van het park te sparen, kunnen brede stroken prikkelstruiken zoals vuurdoorn/meidoorn/sleedoorn/rozensoorten etc
9
worden geplant. Deze zijn bovendien zeer geschikt als broedlocatie van algemene broedvogels.
10
05
Geraadpleegde bronnen
Internet Beschermde gebieden & soorten • https://pzh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html • https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl
Kadastrale Kaarten • https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html • Kennisdocumenten soorten: https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuurenlandschap/kennisdocumenten-soorten-ontheffingen-wetnatuurbescherming/ Nationale Databank Flora en Fauna • https://ndff-ecogrid.nl/
Natuurwetgeving • www.rvo.nl • https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/aanvraag-wetnatuurbescherming.html
PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart • http://pdokviewer.pdok.nl
Vleermuisprotocol 2021 • https://www.netwerkgroenebureaus.nl/downloads/category/20
11
Toetsingskader
06
Gebiedsbescherming Natura 2000 Het is verboden om zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit wordt ook wel de vergunningplicht genoemd. Deze vergunningplicht is opgenomen in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Artikel 2.7, derde lid, in samenhang met artikel 2.8 Wnb bepaalt wanneer een vergunning mag worden verleend. Natuurnetwerk In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is vastgelegd welke gebieden vanuit Nederlandse wetgeving worden beschermd. Onderdeel van de beschermde gebieden in de Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland betreft een netwerk aan gebieden en verbindingszones die tezamen één geheel vormen en de Nederlandse natuurgebieden verbinden. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de provinciale regels zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe wat inhoudt dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN niet zijn toegestaan tenzij deze geen schadelijke effecten op de aanwezige (natuur)waarden hebben.
Deze waarden zijn vastgelegd als de “wezenlijke kenmerken en waarden” van het NNN. In tegenstelling tot Natura 2000 is toetsing van externe effecten op de aanwezige kenmerken en waarden in de provincie Zuid-Holland niet van toepassing. Naast het NNN kunnen provincies ook andere gebieden planologisch beschermen. In de provincie Zuid-Holland betreft dit Strategische reservering natuurgebied en Belangrijk weidevogelgebied. Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming worden in het wild levende dier- en plantsoorten beschermd via verschillende bepalingen. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wet natuurbescherming heeft voor soorten drie verschillende beschermingsregimes: •
Vogelrichtlijn (vogels) (paragraaf 3.1 Wnb): Het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de Vogelrichtlijn. In Nederland gaat het om alle soorten die als broedvogel, standvogel, wintergast, dwaalgast of doortrekker aanwezig kunnen zijn. • Habitatrichtlijn (paragraaf 3.2 Wnb): Het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn. • Andere (nationale) soorten (paragraaf 3.3 Wnb): Het gaat hier om soorten die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen. Deze soorten zijn wel nationaal beschermd. Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag. 12