Bijlage 43 B 1678 Infonota technische toezeggingen Programmacommissie B&M 19 maart 2024 Z24.000761
Tekst van het document
*Z24.000761*
Informatienota aan de raad
onderwerp
nummer raadsstuk
Technische toezeggingen |
B 1678
Programmacommissie B&M 19 maart 2024 datum 26-03-2024 afzender
portefeuillehouder
behandelend ambtenaar
College van burgemeester en wethouders
J.W. Schuurman
E.Reussink/ I.Wouda/ J.van Genderen/ S.Hoogendijk
registratienummer
bijlagen
openbaar of geheim
Z24.000761
-
openbaar
Aan de raad van de gemeente Zuidplas Kernboodschap Het college beantwoordt het eerste deel van toezeggingen aan de Programmacommissie B&M op 19 maart 2024, ter voorbereiding op de besluitvorming over Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1. Er is afgesproken deze toezeggingen af te doen voor de technische Programmacommissie B&M op 28 maart 2024. Inleiding Hieronder volgen de toezeggingen en de bijbehorende beantwoording van het college van B&W. Een aantal toezeggingen leidt tot voorstellen voor aanpassingen van het bestemmingsplan. Deze worden betrokken bij de toezegging om het raadsvoorstel aan te passen voor de Programmacommissie B&M op 2 april 2024. 1. Technische sessie over Nieuwerkerk Noord De griffie komt in de eerst volgende presidiumvergadering met een datumvoorstel, hier wordt gekeken naar een moment in Q2 2024. 2. Alternatieve scenario’s De beantwoording van deze toezegging is opgenomen in een aparte, geheime informatienota (Z24.000762). Het gaat namelijk om informatie over de (financiële) strategie van de gemeente inzake de ontwikkeling van het Middengebied, en specifiek de onderhandelingspositie van de gemeente ten opzichte van derden. De openbaarmaking van deze informatie kan financieel nadelig zijn voor de gemeente. 3. Nagaan of geluidsonderzoek bij kruising N219/Hartlijn nu wel voldoende is en 7.
College doet een check of er later nog een bestemmingswijziging nodig is voor de realisatie van de Zuidelijke ontsluitingsweg op de N219
pagina 1 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000761
Toezegging Check of er later nog een bestemmingswijziging nodig is voor de realisatie van de Zuidelijk/westelijke ontsluitingsweg op de N219 en of geluidsonderzoek bij kruising N219/Hartlijn nu wel voldoende is. Deze toezeggingen worden in verband met de inhoudelijke samenhang integraal beantwoord. Antwoord Planologische context De zuidwestelijke ontsluitingsweg is in het vast te stellen Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 aangeduid als Nieuwe Dwarsweg. Deze verkeersbestemming loopt tot/sluit aan op de N219.
Planologische inpasbaarheid en geluidsonderzoeken Voor de nieuwe aansluiting op de N219 moeten aanpassingen worden gedaan aan de N219 (invoegen uitvoegstroken). Op basis van huidige inzichten worden deze stroken ingepast aan de oostzijde van de N219, de kant van het plangebied van het Middengebied, in verband met de hier aanwezige fysieke ruimte en de ruimtelijke beperkingen aan de westzijde (bestaande Eerste Tochtweg). Nadere uitwerking is voorlopig nog niet voorzien, omdat de noodzaak nog relatief ver in de toekomst ligt, namelijk bij de invulling van circa 50% van het dorp. Uitwerking vindt dan plaats op basis van de op dat moment beschikbare actuele informatie die onder andere door monitoring bekend is. Dit betekent dat in de geluidberekeningen bij het Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1, conform de Wet Geluidhinder, alleen rekening behoeft te worden gehouden met de verkeersintensiteiten op de nieuw te bestemmen Nieuwe Dwarsweg. De specifieke uitwerking van de aansluiting is hier dus niet bij betrokken: dat volgt op de eerdergenoemde uitwerking. In het MER is daarnaast de geluidstoename berekend waarbij rekening is gehouden met de verkeersintensiteiten van de N219. Daaruit blijkt een toename van 1dB ten opzichte van de huidige situatie. Een dergelijke toename is voor een mens niet of nauwelijks hoorbaar. pagina 2 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000761
Planologische borging in het vervolg Het bestemmingsplan schrijft voor dat de Nieuwe Dwarsweg vanaf 4.500 woningen nodig is. Dat betekent dat de aanpassingen aan de N219 nog relatief ver in de toekomst liggen. Een verdere technische uitwerking op korte termijn is daarom niet nu noodzakelijk. De planologische inpassing van deze aansluiting kan vervolgens worden geborgd via: - het Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 2 (dat momenteel wordt voorbereid voor vaststelling door de gemeenteraad) op basis van een op te stellen technisch schets ontwerp; of - in een separaat en nieuw op te stellen wijziging van het omgevingsplan (dat dan ook aan de aan de gemeenteraad wordt voorgelegd) op basis van een definitief ontwerp; of - via een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA, dat aan deze gemeenteraad voor bindend adviesrecht wordt voorgelegd) op basis van een definitief ontwerp. Bij bovengenoemde procedures kan rekening worden gehouden met de mogelijk door de provincie door te voeren maatregelen aan de N219 gericht op vermindering van geluid. Bij de laatste twee genoemde procedures, die verder weg liggen in de tijd, zal er ook een definitief ontwerp liggen. Het voordeel is dat hiermee wordt voorkomen dat de procedure nu niet voorbarig (en dus daarna nog een tweede keer) wordt doorlopen op basis van een nog uit te werken en te optimaliseren technisch schetsontwerp.
Samenvattend kiest het college voor de route omgevingsplan of BOPA op basis van een definitief ontwerp voor de aansluiting op de N219. Een nieuw omgevingsplan (ter vaststelling) dan wel een BOPA (voor bindend adviesrecht) wordt in dit geval ook aangeboden aan de gemeenteraad. Juridische onderbouwing Bovengenoemde aanpak is verdedigbaar bij de Raad van State het uitgevoerde geluidonderzoek past bij de planologische keuze. De ontsluiting moet zijn gerealiseerd bij 4.500 woningen, is de ontsluiting er niet dan kunnen dus niet meer woningen worden gebouwd. In uiterst geval zou de Raad van State dit (kleine) deel van het bestemmingsplan af kunnen wijzen en via een zogenaamde bestuurlijke lus een herstel kunnen laten plaatsvinden. Het helemaal niet opnemen van de Nieuwe Dwarsweg in het Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidpalspolder 1 is overigens géén juridisch volhoudbare optie. De verkeersonderzoeken voor het bestemmingplan (alsmede bestuurlijke afspraken) zijn gestoeld op de realisatie van drie ontsluitingswegen behorend bij de ontwikkeling van een dorp van 8.000 woningen. Tot slot Voor alle (andere) buitenplanse mobiliteitsmaatregelen, zoals afgesproken in de Bestuurlijke Overeenkomst Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (2021), moet er in het vervolg eveneens worden bezien of er bestemmingswijzigingen nodig zijn.
De gemeente zal in samenwerking met de provincie alle aanpassingen aan de N219 (inclusief de aansluiting van de Nieuwe Dwarsweg) in een integrale aanpak uitwerken tot een Projectplan N219, als basis voor de op te stellen detailontwerpen en de daaropvolgende planologische procedure (omgevingsplan of BOPA). In het geval dat er geen planologische wijzigingen nodig zijn, zijn er via verkeersbesluiten en/of omgevingsvergunningen ook mogelijkheden om bezwaar te maken tegen het voornemen. pagina 3 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000761
4. College zegt toe terug te komen op de exacte verdeling qua bevoegdheden tussen het Waterschap en de Gemeente Toezegging Er is gevraagd naar duidelijkheid over de mogelijkheden van het hoogheemraadschap bij de vergunningsverlening. Antwoord Het Hoogheemraadschap vervult de rol van functionele overheidslaag in het kader van de integrale gebiedsontwikkeling van het Middengebied, waar de gemeente initiatiefnemer én bevoegd gezag van is. . Na de vaststelling van het bestemmingsplan door de gemeente, zal het Hoogheemraadschap hierbij in de basis vergunningtoetser en -verlener worden van de opgave. In gebiedsontwikkelend Nederland is hierbij vooralsnog ‘peil volgt functie’ de norm. Gezien de integrale opgave en huidige uitdagingen van het Middengebied, heeft de gemeente ervoor gekozen het Hoogheemraadschap in het voorstadium al te betrekken bij de planvorming, al sinds het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (2021). Destijds heeft het Hoogheemraadschap door middel van een brief steun uitgesproken voor de water- en klimaatambities in het Masterplan, en een aantal aanbevelingen gedaan voor de verdere uitwerking in samenspraak met de gemeente. Op basis van gezamenlijk onderzoek zijn deze aanbevelingen opgepakt.
De uitkomst hiervan is dat de water- en klimaatambities uit het Masterplan zijn aangescherpt: de waterpeilen zijn hoger gelegd, en er is fluctuatie van het waterpeil toegevoegd. In de tussenliggende periode heeft het Hoogheemraadschap voorwaarden geformuleerd en bestuurlijk vastgesteld, die aanzienlijk verder gaan dan de aanbevelingen die destijds bij het Masterplan zijn gedaan. Deze gaan ook verder dan de bovenstaande aanscherpingen. De status van deze voorwaarden (mede in relatie tot het vigerend algemeen beleid van het Hoogheemraadschap), en de significante impact hiervan op financiële haalbaarheid van de gebiedsontwikkeling, leiden nu tot verschillende inzichten over de borging van de waterambities van de opgave. De gemeente heeft hierbij nog onvoldoende beeld bij de onderbouwing van deze voorwaarden. Het college van B&W wenst daarbij ruimte voor nadere afweging en uitwerking, in samenspraak met het Hoogheemraadschap, alvorens (op dit moment) financieel onhaalbare ambities op te nemen in het bestemmingsplan. Om deze redenen heeft het college van B&W in het bestemmingsplan ruimte gegeven voor bijstelling naar boven door een ‘minimaal’ vloerpeil en een minimale waterpeilfluctuatie op te nemen, anders gezegd: de door het Hoogheemraadschap gestelde voorwaarden worden door middel van het bestemmingsplan niet onmogelijk gemaakt.
Overigens is het ook niet gebruikelijk om waterpeilen en waterpeilfluctuatie op te nemen in bestemmingsplannen, omdat dit geborgd wordt in het waterhuishoudkundig plan van de gemeente en door het Hoogheemraadschap hieraan getoetst wordt bij de vergunningverlening. Ten aanzien van de mogelijkheden van het Hoogheemraadschap om in het uiterste geval toch een ander besluit te nemen/af te dwingen, zijn er een aantal scenario’s: A. In beroep gaan tegen het vastgesteld bestemmingsplan*: De afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State zal daarbij een integrale afweging moeten maken van de (hogere) waterambities van het Hoogheemraadschap i.r.t. de integrale woningbouwopgave. Hogere ambities stellen heeft pagina 4 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000761
impact op de handhaving van bestaande infrastructuur en woningen alsmede aanzienlijke financiële gevolgen waarmee de opgave op slot kan komen te staan. B. Afwijkend waterpeilbesluit nemen: het Hoogheemraadschap kan een peilbesluit nemen n.a.v. een vergunningaanvraag, of geheel zelfstandig hierover besluiten. De peilbesluitprocedure staat open voor inspraak en beroep. C. Vergunningaanvraag gemeente afwijzen*: het Hoogheemraadschap zal de aanvraag in eerste instantie toetsen aan eigen (algemeen) beleid/besluiten en (indien afwijkend) op basis daarvan afwijzen. De vergunningprocedure staat eveneens open voor inspraak en beroep. *Bij afwijzing van een vergunningaanvraag of rechtsgang door het waterschap zal altijd een goede technische onderbouwing aanwezig moeten zijn. De exacte doorgronding van de mogelijke processcenario’s is enorm lastig. Dit heeft te maken met ontbrekende referenties, grotendeels het gevolg van de beleidsontwikkelingen omtrent klimaat van de laatste jaren. Daarbij is er in het vervolgproces ruimte om samen met het Hoogheemraadschap de waterambities nog nader (financieel) te kunnen bestendigen. Het bestemmingsplan biedt hier in alle gevallen ruimte voor door het opnemen van een minimaal vloerpeil en het niet onmogelijk maken van de realisatie van de voorwaarden van het Hoogheemraadschap. 5.
Duidelijkheid inzake het meervoudig ruimte gebruik in het energielandschap i.r.t. de EVZ Toezegging De vraag is of de langs het energielandschap geplande EVZ wel of geen invulling geeft aan het meervoudige ruimtegebruik in het energielandschap. Antwoord Toelichting en regels bestemmingsplan In de toelichting van het bestemmingsplan wordt gesproken over meervoudig ruimtegebruik op de locatie van het energielandschap. Het is nog onvoldoende duidelijk wat hiermee bedoeld wordt. Er lijkt te staan dat door de ligging van de EVZ (langs het energielandschap) voldaan wordt aan het begrip meervoudig ruimtegebruik: Blz 20 - toelichting Energielandschap De ambitie is om een energieneutraal dorp en energieneutrale bedrijventerreinen te realiseren in het Middengebied. Hiervoor zet de gemeente Zuidplas allereerst in op zon op dak, maar aanvullende duurzame energiebronnen zijn nodig om de ambitie van energieneutraliteit te kunnen behalen. Het Masterplan voorziet hierom ten noordwesten van het Vijfde Dorp een energielandschap met landschappelijk ingepaste zonnevelden op basis van meervoudig ruimtegebruik passend binnen de kaders van het provinciaal beleid. De exacte omvang van het energielandschap hangt af van wat benodigd is om energieneutraliteit te bereiken.
Daarnaast ziet de gemeente ook mogelijkheden om in het zogenaamde ‘visje’ (tussen de N457 en de spoorlijn) duurzame energie op te wekken. Hier is pagina 5 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000761
ruimte voor maximaal 25 hectare zonneveld. Omdat nog onduidelijk is welke energieopwek op termijn uiteindelijk benodigd is voor het nieuwe dorp, zal de gemeente gaan monitoren of en wat er na ontwikkeling van het eerste energielandschap benodigd is aan aanvullend energielandschap voor het totale dorp om energieneutraliteit te bereiken. Voor zover nodig zal het ‘visje’ dan (gedeeltelijk) ontwikkeld worden tot een energielandschap. De overige gronden worden ontwikkeld als bos. Op het moment dat duidelijk is wat de toekomstige invulling wordt, zal een eigen ruimtelijke procedure doorlopen worden door middel van een wijziging omgevingsplan of het doorlopen van een procedure voor een buitenplanse omgevingsplan activiteit (BOPA). Blz 52 - toelichting Zoals te zien in figuur 3.13 is het zonneveld binnen het Energielandschap landschappelijk ingepast binnen de omgeving. Dit is gedaan door de zogenaamde ecologische verbindingszone (EVZ) langs het zonnepark heen te laten lopen, waardoor er sprake is van meervoudig ruimtegebruik.
In de bestemming (artikel 4 van de regels) is een opsomming opgenomen van welke functies er binnen de zonnevelden mogelijk zijn. Beweiden van de gronden, groen, natuur, extensieve recreatie, waterberging, fiets- en voetpaden, etc. Dubbelgebruik gaat nadrukkelijk in op de mogelijkheden op het perceel en niet bestemmingen die naast deze gronden liggen. Verder voorziet het bestemmingsplan ook in een groene omzooming (40m) van het energielandschap. Oftewel: het bestemmingsplan voorziet in verschillende functies binnen het meervoudig ruimtegebruik. Het feit dat de EVZ hier langs loopt wil niet zeggen dat we hiermee dan voldoen aan het criterium voor meervoudig ruimtegebruik. Het is de bedoeling dat het gebied van de zonnevelden samen met de EVZ een gebied gaat vormen dat naast zonnevelden ook ruimte gaat geven voor (een combinatie van) boven genoemde functies. Dit is nu verwarrend opgeschreven op bladzijde 52 van de toelichting van het bestemmingsplan. Verder zal de provincie ook toetsen of het energielandschap voldoet aan haar omgevingsbeleid. Dat gebeurt aan de hand van een door de gemeente op te stellen inrichtingsplan, waarin moet worden voldaan aan meervoudig ruimtegebruik. De definitie van meervoudig ruimtegebruik is niet zwart-op-wit gedefinieerd in het provinciaal omgevingsbeleid.
Het is voor de provincie bovenal belangrijk dat er een goede landschappelijke inpassing komt, waarbij er een duidelijke ruimtelijke samenhang is tussen de verschillende aanwezige functies. De vorm hiervan wordt niet voorgeschreven door de provincie om ruimte te houden voor maatwerk per locatie. Conclusie Het college van B&W stelt voor om de passage op blz. 52 van de toelichting in het bestemmingsplan aan te passen, om deze in overeenstemming te brengen met de regels: Zoals te zien in figuur 3.13 is het zonneveld binnen het Energielandschap landschappelijk ingepast binnen de omgeving. Dit is gedaan door het opnemen van een groene omzooming van 40m rondom het energielandschap. Binnen het energielandschap zijn ook mogelijkheden opgenomen om invulling te geven aan meervoudig ruimtegebruik, conform het provinciaal omgevingsbeleid. Hierbij gaat de pagina 6 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000761
gemeente uit van de mogelijkheid van wandelpaden, agrarisch medegebruik, recreatief gebruik en/of waterberging. De groene inpassing wordt voorts versterkt door de zogenaamde ecologische verbindingszone (EVZ) dat langs het zonnepark loopt. De nadere uitwerking zal invulling geven aan de exacte inrichting en functies van het Energielandschap. Deze aanpassing wordt betrokken bij de toegezegde aanpassing van het raadsvoorstel behorende bij het Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidspeler 1. 6. College zegt toe de Wattpiek zonnepanelen in de tijdspanne van 20 jaar te borgen Toezegging Gevraagd is om na te gaan hoe toekomstige ontwikkelingen in Wattpiekvermogen per zonnepaneel is (of kan worden) geborgd in het bestemmingsplan, met oog op het kunnen beperken van de totale omvang van zonnepanelen op land in de toekomst. Antwoord Borging hogere opwekvermogen in de toekomst Het college van B&W zet in op een toekomstbestendige opgave, met voldoende flexibiliteit voor bijsturing in de toekomst. Dit geldt specifiek ook voor de duurzame energieopgave, mede in relatie tot de bosopgave. Bij de besluitvorming over de Nota van Uitgangspunten (2023) is daarbij geconstateerd dat beide opgaven concurreren om dezelfde ruimte in het zogeheten ‘Visje’.
Toekomstige technologische ontwikkeling in het opwekvermogen van zonnepanelen kunnen hierbij een gewenste oplossing zijn om minder ruimte nodig te hebben voor energielandschap, en meer voor bos. Hier stuurt het college van B&W op door: 1. De bestemming ‘agrarisch’ van het Visje te handhaven in het Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1. Een raadsbesluit via een omgevingsplanwijziging (of bindend adviesrecht in geval van een BOPA), met de bijbehorende onderbouwing en verantwoording zal nodig zijn om in de toekomst de bestemming alsnog te kunnen wijzigen naar bos, of als dat dan nog nodig blijkt, duurzame energieopwekking. Dit betekent dat er op voorhand alleen wordt ingezet op maximale duurzame energieopwekking in het bestemde energielandschap langs de N219. 2. Primair te sturen op de realisatie van hoog- vermogende zonnepanelen via gronduitgifte. In het kader van actief grondbeleid stuurt de gemeente op het verwerven van alle gronden in het energielandschap, om deze met bijbehorende selectiecriteria te kunnen uitgeven aan partijen die het energielandschap gaan realiseren. 1
1
De gemeenteraad heeft door middel van motie 68 (2023) het college ook hiertoe opgeroepen: bij de aanbesteding van energieprojecten op onze energielandschappen de energie-opwek per hectare als een belangrijk gunningscriterium op te nemen, om zo te waarborgen dat de energieopbrengsten van opwekking gemaximaliseerd worden; de huidige reservering van het totale energielandschap in stand te houden, met de voorwaarde dat deze in de toekomst flexibel aangepast kan worden om mee te bewegen met de (actuele) energievraag uit het middengebied, waarbij een verminderde grondbehoefte mogelijk is bij technologische verbeteringen in energieopwekking per hectare; voor fase 1A de geplande 15 ha zonneweide voort te zetten en in latere fases te onderzoeken naar economisch haalbare alternatieven die een hogere energie-opwek per hectare bieden.
-
pagina 7 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000761
In aanvulling op bovenstaande is, als stok achter de deur, het minimale opwerkvermogen per zonnepaneel geborgd in de regels van het bestemmingsplan (artikel 4.2.3. onder lid 4): - Het opgestelde vermogen per zonnepaneel bedraagt minimaal 250 Wattpiek (Wp) per m2 zonnepaneel; Aanvullend geldt de volgende afwijkingsbevoegdheid voor het college van B&W (artikel 4.3.2.): - Burgemeester en wethouders kunnen met een omgevingsvergunning afwijken van het bepaalde in lid 4.2.4 onder 7 ten behoeve van een lager opgesteld vermogen per m2 zonnepaneel, met dien verstande dat: a. het opgestelde vermogen per zonnepaneel niet lager is dan 225 Wattpiek (Wp) per m2 zonnepaneel; b. de omgevingsvergunning is aangevraagd voor 1 januari 2027; en c. zonnepanelen met een opgesteld vermogen van 250 Wattpiek (Wp) per m2 niet beschikbaar zijn danwel onevenredig veel duurder zijn. Dit zijn ambitieuze regel voor de minimale opbrengst van de zonnepanelen: 250 Wp per m2 zonnepaneel is namelijk nu nog niet beschikbaar op de markt. Dit vermogen is gebaseerd op een inschatting van de technologische ontwikkelingen in de komende jaren. Hoe sterk die ontwikkeling zal zijn, is nog niet zeker. Omdat het in de toekomst ook meer kan zijn 250 Wp per zonnepaneel, is opgenomen dat het om een ‘minimale’ ondergrens gaat.
Andersom kan het mogelijk zijn dat 250 Wp per m2 zonnepaneel in het begin niet haalbaar blijkt te zijn. Daarom is de wijzigingsbevoegdheid opgenomen in de regels, zodat de aanleg van de eerste zonnepanelen in het beginstadium van de ontwikkeling (indien nodig) niet wordt belemmerd. Conclusie Als in de toekomst blijkt dat een hogere minimale opbrengst (>250 Wp per m2 zonnepaneel) technisch mogelijk en haalbaar is, wordt dit primair geborgd via strengere voorwaarden bij de gronduitgifte. Het bestemmingplan fungeert hierbij als stok achter de deur. Om aanvullende planologische zekerheid te bieden, zal het college van B&W in het bestemmingsplan – in aanvulling op de bovengenoemde regels – ook opnemen dat er bij de vergunningverlening nadere eisen gesteld kunnen worden t.a.v. een hogere Wattpiek, als duidelijk is dat dat technisch en financieel haalbaar is. Het college zal deze aanpassing betrekken bij de toegezegde aanpassing van het raadsvoorstel behorende bij het bestemmingsplan. Tot slot zal er voor het Visje t.z.t. een aparte procedure met de gemeenteraad worden doorlopen, om te komen tot een definitieve keuze over de toekomstige bestemming. 8. Toegezegd is de raad inzage te verstrekken in de bestuurlijke gespreksverslagen met het Waterschap Via de griffie kan er een afspraak worden gemaakt met de projectorganisatie om de verslagen in te zien.
pagina 8 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.000761
Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas,
J.F. Weber Burgemeester
M. Burgmans Gemeentesecretaris
pagina 9 van 9