CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 42 Beantwoording Technische vragen CDA Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024 Z24.000778

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 14.518 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z24.000778*

Memo

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024 ter attentie van gemeenteraad

datum 27/03/2024

kenmerk Z24.000778

kopie aan

bijlage

afzender E. Reussink

telefoon 0180-330300

e-mail elja.reussink@zuidplas.nl

cluster Ruimtelijk beleid

De CU/SGP en het CDA hebben technische vragen gesteld over het raadsvoorstel R24.000011 “Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1”. Via dit schrijven beantwoorden wij de door u gestelde technische vragen. CU/SGP Ten aanzien van de technische vragen van de CU/SGP is afgesproken dat deze in een separate memo beantwoord zullen worden welke op donderdag 28 maart 2024 aan de gemeenteraad zal worden toegezonden. CDA Vraag 1: Regels Artikel 7 Bedrijventerrein Art. 7.3.5 Beoordelingskader huisvesting arbeidsmigranten “a. de initiatiefnemers heeft de huisvestingsbehoefte voor de(toekomstige) werknemers voor zover het arbeidsmigranten betreft in beeld gebracht en De initiatiefnemer heeft aangegeven op welke wijze in een eventuele (extra)) huisvestingsbehoefte van arbeidsmigranten is voorzien. Vraag: Wat is de zin van deze bepaling en welke ruimte relevantie heeft deze bepalingen. Antwoord 1: De omgevingsverordening van de provincie bepaalt dat er bij nieuwe bedrijventerreinen fysieke ruimte dan wel aandacht moet zijn voor de huisvestingsbehoefte van nieuwe werknemers. Bij een eerder bestemmingsplan (Knibbelweg-Oost) is overlegd met de provincie dat deze bepaling opgenomen moest worden in het bestemmingsplan. Hiermee wordt het een beoordelingsgrond voor de te verlenen omgevingsvergunningen.

Vraag 2: Regels Artikel 12 Verkeer Art 12,3.2 Voorwaardelijke verplichting geluidwerend asfalt Het in gebruik nemen van een weg is alleen toegestaan als geluidwerend asfalt wordt toegepast Wat is de zin van deze bepaling? Antwoord 2: De bepaling geeft aan dat nieuwe wegen (binnen de bestemming ‘Verkeer’) pas in gebruik genomen mogen worden als ze voorzien zijn van geluidwerend asfalt om zo veel mogelijk geluidsoverlast op de omgeving te beperken.

Pagina 1 van 11

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024

registratienummer Z24.000778

Vraag 3: Regels Artikel 16 Wonen Is het een bewuste keuze dat de bestemmingsomschrijving “parkeren” ontbreekt? Mbt parkeren op eigen terrein/tuin. Antwoord 3: Het is geen bewuste keuze geweest om parkeren uit de bestemming “Wonen” te laten. Om parkeren op eigen terrein toe te staan is dat wel nodig. Het college stelt voor om dit alsnog in de bestemmingsomschrijving op te nemen en zal dit meenemen in het aangepaste raadsvoorstel Vraag 4: Regels Artikel 17 Woongebied Art. 17.1. Is zit een dubbeltelling in a, b. c en dan weer a.b.c. d…. In art 17.2 wordt verwezen naar ad 17.1 onder a. tot en met c. Welke a t/m c wordt hier bedoeld? Antwoord 4: Dank voor de scherpte ten aanzien van de nummering. De verwijzing in artikel 17.2 is naar de eerste a,b en c. Dit vraagt om een technische aanpassing. Het college stelt voor om dit alsnog te corrigeren en zal dit meenemen in het aangepaste raadsvoorstel. Vraag 5: Regels Art. 17.3.4 Beoordelingskader verkeer en parkeren. Hier wordt verwezen naar de nota “maatwerk parkeren Middengebied 2024” Hierin is voor wonen een norm van 0.7 ppl per woning genoemd. Bij Motie is deze gewijzigd in 1,3 ppl per woning. Antwoord 5: In de Nota maatwerk Parkeren Middengebied 2024 wordt alleen voor de sociale woningbouw een norm van 0,7 ppl per woning genoemd, naar aanleiding van nieuw provinciaal omgevingsbeleid.

In het staatje op bladzijde 5 van de Nota maatwerk Parkeren staan alle parkeernormen (conform de Nota Parkeernormen 2019), en tevens de verplichting om gemiddeld minimaal 1,3 ppl per woning aan te leggen in Fase 1a, conform de motie. Deze uitgangspunten dienen integraal betrokken te worden bij de beoordeling van de parkeereis, en niet alleen de 0,7 ppl per woning sociale woningbouw. Het gemiddeld aantal ppl per woning wordt bepaald op basis van de geldende parkeernormen per type woning en de specifiek daarvoor geldende parkeernormen. Er zijn parkeernormen die onder de gemiddeld 1,3 ppl per woning liggen (bijv. sociale woningbouw), en er zijn parkeernormen die daarboven liggen (bijv. niet gestapeld wonen). Bij het berekenen van de parkeeropgave per (deel)fase zal telkens bepaald worden hoe deze zich verhoudt tot de gestelde uitgangspunt om gemiddeld minimaal 1,3 ppl per woning te realiseren (ook als deze berekening uitgaat van een lagere parkeernorm) en het nog te ontwikkelen woningbouwprogramma. Het kan dus zijn dat - gedurende een bepaalde deelperiode - het gemiddeld aantal ppl per woning lager uitkomt dan 1,3, dit kan toegestaan worden mits op termijn duidelijk is dat de grens van 1,3 wel in het eindplaatje bereikt wordt. Er moet dan een goede motivatie opgesteld worden waarom in die deelperiode hiervan afgeweken wordt.

Dit staat verwoord in paragraaf ´parkeereis minimaal 1,3 per woning´ (pagina 5) van de Nota maatwerk Parkeren. Vraag 6: Regels Artikel 33 .1 Werking wettelijke regelingen. Verwijzing naar de wettelijke regelingen gelden zoals deze luiden ten tijde van de ter inzagelegging van het ontwerp van het plan.

Pagina 2 van 11

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024

registratienummer Z24.000778

Alle bestemmingsplannen in Zuidplas, koppelen dit aan de het moment van vaststelling van het plan. Wat is de reden dat voor een ander moment is gekozen? Antwoord 6: Omdat de vaststelling van dit bestemmingsplan valt na invoering van de Omgevingswet, waarbij de wettelijke regelingen zoals de Wro vervallen zijn. Omdat dit een Wro plan is dienen we nu te verwijzen naar de wettelijke regelingen zoals ze golden tijdens de terinzagelegging. Vraag 7: Hoe wordt bebouwingsdichtheid per hectare gemeten? Wordt er gewerkt met een vast grid/raster dat over een gebied heen wordt gelegd zodat de outlines van hectare zijn vastgelegd? Of zijn er geen vastgelegde gebieden/outlines en kan de vorm en locatie van een te meten hectare aangepast worden? Kunnen de te meten hectares elkaar overlappen? Antwoord 7: De bebouwingsdichtheid wordt uitgedrukt door het aantal woningen binnen een gebied gedeeld door het totaal oppervlak (vaak uitgedrukt in hectares) van het betreffende gebied. Dit geeft een eerste indicatie van de dichtheid van een gebied, op basis waarvan gebieden onderling met elkaar vergeleken kunnen worden. Echter kent de dichtheidsberekening ook zijn beperkingen. Zo worden voorzieningen niet meegenomen en zegt het niets over de inrichting en kwaliteit van het openbaar gebied. Daarnaast wordt de woninggrootte niet meegenomen in het vergelijk.

Zo kan een gebied met veel kleine woningen een hoge dichtheid hebben, maar is het in de praktijk ruimtelijker van opzet dan een gebied met een langere dichtheid maar met veel grotere woningen. Vraag 8: Artikel 18 en 19 Art. 18.4 Hierin is bepaald dat een voorlopige bestemming ook na 1 januari 2033 kan worden voorgezet tot 10 jaar na vaststelling van het plan dus tot 2034 Dus 1 jaar er bij. Is dit de bedoeling? Antwoord 8: Ja dit is de bedoeling waarmee het mogelijk is om in de eventuele periode vóór de ontwikkeling van het bedrijventerrein maar na 1 januari 2033 de agrarische bestemming nog tijdelijk mogelijk te houden. Vraag 9: De wetgever heeft bepaald dat WVG niet kan worden opgelegd op agrarische gronden die agrarisch blijven. Hoe zit het juridisch om WVG op te leggen op gronden die voorlopig (10 jaar) nog agrarisch blijven? Is dit in lijn met wat de wetgever heeft beoogd om WVG niet mogelijk te maken op gronden die agrarisch zijn en blijven? Is hier jurisprudentie over bekend? Zo ja, welke? Antwoord 9: Wvg – voorlopige bestemming: Op grond van artikel 6 Wvg kunnen burgemeester en wethouders gronden voorlopig aanwijzen, mits bij het hiertoe strekkend besluit aan die gronden een niet-agrarische bestemming is toegedacht en het gebruik afwijkt van de toegedachte bestemming. Is dit in lijn met wat de wetgever beoogd heeft: Ja dit is in lijn met de wet.

Zie artikel 6 Wvg (https://wetten.overheid.nl/BWBR0003391/2021-0701#Artikel6) Jurisprudentie: Ons is geen jurisprudentie bekend waaruit blijkt dat de gemeente oneigenlijk gebruik maakt van de Wvg in combinatie met de voorlopige bestemming.

Pagina 3 van 11

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024

registratienummer Z24.000778

Vraag 10: Zijn er al concrete afspraken met aanbieders van deelmobiliteit? Hoeveel aanbieders hebben zich inmiddels bereid gesteld om deelmobiliteit aan te gaan bieden in het Middengebied? Kan het college sturen op de betaalbaarheid van deelmobiliteit? Antwoord 10: Nee, er zijn nog gesprekken geweest – en dus ook geen concrete afspraken gemaakt – met aanbieders van deelmobiliteit. Dit wordt opgestart in de volgende voorbereidingsfase van de ontwikkeling het nieuwe dorp, na de vaststelling van het bestemmingsplan. Deelmobiliteit kan op verschillende manieren georganiseerd worden. Zo kunnen afspraken gemaakt worden met ontwikkelaars om deelmobiliteit aan te bieden – zij dienen dan conform te maken afspraken aanbod van deelmobiliteit gedurende een gestelde periode te borgen. Er zijn ook initiatieven denkbaar om in de openbare ruimte deelmobiliteit aan te bieden (bijvoorbeeld de GreenWheels auto´s die nu in Nieuwerkerk aan den IJssel staan). Ook is er de mogelijkheid dat buurten zelf een initiatief van een deelauto opstarten en/of dat particulieren een eigen auto aanbieden (bijvoorbeeld via Snappcar). Elke vorm van deelmobiliteit heeft een eigen ´verdienmodel´. In de volgende fase voorbereidingsfase zullen de mogelijkheden verkend worden. Vraag 11: Staan er in de overeenkomsten met de bestuurlijke partners concrete afspraken over parkeernormen? Antwoord 11: Nee.

Er zijn wel doelstellingen opgenomen m.b.t. modal shift en STOMP, maar geen concrete parkeernormen. Vraag 12: Hoe ziet het college de door de raad vastgestelde Nota van Uitgangspunten en Nota maatwerk parkeren? Antwoord 12: Dit is een politieke vraag voor het college van B&W. Beslispunt 1 van het raadsbesluit R23.000084 geeft aan dat de Nota van Uitgangspunten (waar de Nota maatwerk parkeren Middengebied 2024 op is gebaseerd) kaderstellend en richtinggevend is voor de ontwikkeling van het Middengebied, met bijbehorende opdrachten voor het college van B&W. Vraag 13: Het college wijkt voor sociale huurwoningen in voorliggende Nota maatwerk parkeren af van de nota zoals deze, met hangen en wurgen, is vastgesteld door de gemeenteraad in november. De afwijking komt voor uit de zienswijze van de Provincie waarbij gesteld wordt dat de Provincie de parkeernorm voor sociale huurwoningen op 0,7 wenst te zien en wordt onderbouwd door cijfers over autobezit. Van deze wens van de Provincie kan worden afgeweken met onderbouwde argumenten. Stelt het college de wens van de provincie boven de met de raad gemaakte concrete afspraken? Zijn de cijfers bekend van het autogebruik bij sociale huurwoningen? Antwoord 13: Zie ook de beantwoording onder vraag 5. De Nota maatwerk Parkeren Middengebied 2024 is gebaseerd op c.q.

geeft invulling aan: - De Nota Parkeernormen 2019 (met uitzondering van de categorie sociale huurwoningen); - Nieuw provinciaal omgevingsbeleid ten aanzien van parkeernormen voor sociale huurwoningen (als enige aanscherping op deze categorie ten opzichte van de Nota Parkeernormen 2019); - Het uitgangspunt van de gemeenteraad om in Fase 1a gemiddeld minimaal 1,3 ppl per woning (berekend op basis van álle aanwezige en verschillende categorieën, niet alleen sociale huurwoningen) te realiseren.

Pagina 4 van 11

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024

registratienummer Z24.000778

Zowel het beleid van de gemeenteraad als het beleid van de provincie heeft hebben daarmee een plek gekregen in de Nota maatwerk Parkeren Middengebied. De provincie geeft aan dat in de praktijk en uit onderzoek blijkt dat bij sociale huurwoningen altijd een overmaat aan parkeren wordt geprogrammeerd, waardoor sociale woningbouw door de (te) hoge parkeernorm niet of lastig te realiseren is. Ten behoeve van het opstellen van het Mobiliteitsconcept zijn analyses gemaakt van het huidig autobezit in Zuidplas voor de verschillende inkomensgroepen. Hieronder zijn 2 afbeeldingen uit de analyses opgenomen. Bij de lage inkomens ligt het autobezit in Zuidplas op 0,4, bij de midden-lage inkomens ligt het autobezit in Zuidplas op 1,0. Ook blijkt dat bij de lage inkomensklasse meer dan de helft van deze doelgroep geen auto heeft; zowel in de kernen als in het buitengebied van Zuidplas. De parkeernorm voor sociale woningbouw van 0,7 ppl per woning biedt op basis van deze gegevens geen ruimte om gebruik te maken van de mogelijkheid om af te wijken van de norm die door de provincie is gesteld.

Pagina 5 van 11

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024

registratienummer Z24.000778

Vraag 14: Hoeveel particuliere woningen, grondeigenaren en ondernemingen zijn er in het gebied van bestemmingsplan 1? Met hoeveel van deze zijn er concrete afspraken gemaakt waarbij beide partijen akkoord hebben gegeven? (graag uitgewerkte lijst, als nodig dan achter slotje) Antwoord 14: Deze informatie kan niet openbaar worden verstrekt, en zal daarom separaat en onder geheimhouding aangeleverd worden en voorafgaand aan de opiniërende raadsverhandeling beschikbaar gesteld aan de gemeenteraad. Waar mogelijk zal hier tijdens de besloten Programmacommissie B&M van 2 april 2024 een mondelinge toelichting op worden gegeven. Vraag 15: In de Beantwoording op de zienswijze van reclamant R42 lezen wij dat er geen ruimte meer is voor de huidige bedrijfsvoering van reclamant en dat het bedrijf niet kan worden ingepast. Ook wordt beantwoord dat het Masterplan en de daarop gebaseerde Nota van Uitgangspunten zijn vastgesteld door de gemeenteraad, waardoor er een voldoende legitieme basis is voor de ontwikkeling van dit plan. Meerdere reclamanten hebben gelijkluidende antwoorden gekregen op hun zienswijze.

Hoe verhoudt zich dit tot het niet formeel in kunnen dienen van een zienswijze op het Masterplan? Hoe verhoudt zich dit tot twee weken de tijd hebben voor het indienen van een zienswijze Op de 80% versie van de Nota van Uitgangspunten en niet op de definitieve versie? Hoe verhoudt zich dit tot het gestelde in het Masterplan dat er parallel aan het proces gesprekken zullen worden gevoerd met grondeigenaren en ondernemers in het plangebied over de nadere uitwerking? Antwoord 15: Het opstellen van het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder was onderdeel van de (besloten) onderhandelingen met bestuurlijke partners die zou leiden tot de Bestuurlijke Overeenkomst

Pagina 6 van 11

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024

registratienummer Z24.000778

Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (2021) in samenhang met het vaststellen van het Masterplan door de gemeenteraad tezamen met het besluit om Wvg te vestigen op gronden in het gebied. Overigens was het Masterplan een uitwerking van de Concept-Ontwikkelingsvisie, die in 2019 door de gemeenteraad is vrijgegeven voor consultatie, dat bij de totstandkoming van het Materplan is betrokken. Pas na het vestigen van Wvg en sluiten van de bestuurlijke overeenkomst kon de gemeente weer in alle openheid gesprekken voeren met betrokkenen in het gebied over de plannen, zonder dat dit tot grondspeculatie zou kunnen leiden. De gemeente heeft de periode na het Masterplan dan ook benut om informatie over de plannen te delen in bijeenkomsten en hierover zienswijzen van betrokkenen op te halen, onder meer in een specifieke bijeenkomst over het Koning Willem I-bos. Deze input, en de vele onderzoeken die in deze tijd gedaan werden, vormden de input voor de 80% Nota van Uitgangspunten, welke daarna in concept is gepubliceerd met de mogelijkheid om reacties in te dienen, die in een beantwoordingsdocument van een reactie zijn voorzien. Vervolgens is de 100%-versie van de NvU voorgelegd aan de gemeenteraad ter besluitvorming. Voornoemd beantwoordingsdocument is toen ook meegestuurd.

Al het voorgaande heeft nu haar beslag gekregen in het Chw bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 waarbij alle betrokkenen zes weken de tijd kregen zienswijzen in te dienen op het bestemmingsplan, voordat de aangepaste versie ter besluitvorming aan de gemeenteraad wordt voorgelegd. Vraag 16: Waarom is er niet gekozen voor een voorontwerp bestemmings/omgevingsplan zoals was beoogd ten tijden van het vaststellen van het Masterplan? Antwoord 16: Omdat de invoering en de voortdurende onzekerheid over de invoeringsdatum van de Omgevingswet ons geen tijd liet om een voorontwerp ter inzage te leggen. Dit had een extra tijdsbeslag van minimaal een half jaar gekost met als risico dat de planvorming volledig op de schop zou moeten omdat er dan met het onbekende instrument omgevingsplan gewerkt zou moeten worden. Daarnaast is in de voorfase regelmatig overleg en afstemming geweest met de omgeving en de vooroverlegpartners, ook over het voorkeursalternatief, ter voorbereiding op het bestemmingsplan. Vraag 17: In hoeverre is er al sprake van een bewonersraad? Antwoord 17: Er is nog geen bewonersraad. Er wordt volop gewerkt aan de vorm en het concept. De intentie is te starten nadat het bestemmingsplan is vastgesteld. Vraag 18: Voornemen is dat auto’s geparkeerd zullen worden op hubs. Elektrische auto’s opladen met de eigen zonnepanelen is geen optie.

Zijn er ruimtes gereserveerd in het voorliggende plan voor bijvoorbeeld buurtbatterijen? Antwoord 18: Buurtbatterijen zijn mogelijk in het voorliggende plan. Bij de verdere uitwerking van de plannen wordt gekeken naar het zo optimaal mogelijk inpassen van elektrische auto’s. Bij woningen met parkeren op eigen terrein is het wel mogelijk om op te laden met eigen zonnepanelen. Huidige woningen in bouwblokken (rijwoningen) mogen nu ook al niet opladen middels eigen zonnepanelen vanwege de (on)veiligheid van snoeren over de stoep en het toegankelijk houden voor minder validen. Vraag 19: Wanneer is het waterhuishoudingsplan gereed?

Pagina 7 van 11

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024

registratienummer Z24.000778

Antwoord 19: Eind 2024. Vraag 20: Stedenbouwkundige plannen zullen ter inzage worden gelegd waarop formeel een zienswijze ingediend zal kunnen worden. Deze zal worden beoordeeld en beantwoord door het college, vanuit een welwillende ‘ja,mits’ houding. Kunnen indieners van zienswijzen in bezwaar of beroep gaan op ontwikkelingen die passen binnen de kaders van het bestemmingsplan? Kunnen ontwikkelaars gedwongen worden hun plannen aan te passen als deze wel passen binnen de kaders van een bestemmingsplan? Antwoord 20: Bezwaar en beroep: Omwonenden kunnen altijd in bezwaar en beroep gaan. Ook tegen omgevingsvergunningen die passen binnen de kaders van een bestemmingsplan. De Raad van State toetst aan het vastgestelde kader. Tegen stedenbouwkundige plannen en omgevingsprogramma’s is geen bezwaar en beroep mogelijk (maar dus wel de omgevingsvergunningen die eventueel daarop gebaseerd worden). Ontwikkelaars: Ontwikkelaars moeten voldoen aan de kaders zoals genoemd in het bestemmingsplan. Als de plannen voldoen aan de kaders van het bestemmingsplan dan kunnen ze niet gedwongen worden hun plannen aan te passen. De gemeente gaat er wel van uit dat we hier in de gesprekken met de ontwikkelaars uitkomen. Zeker als de gemeente stuurt op actieve grondpolitiek, op basis waarvan de gemeente via gronduitgifte specifieke afspraken kan maken met ontwikkelaars.

Dit kunnen naast inhoudelijke afspraken, ook procesafspraken over de wijze waarop wordt omgegaan met stedenbouwkundige plannen (zoals: deze moeten ter inzage worden gelegd conform de afspraak met de gemeenteraad). Als er blijkt dat voor de planontwikkeling een andere uitwerking nodig is dan zal dit middels een BOPA moeten waarop de raad bindend adviesrecht heeft. Vraag 21: Voor de huidige dorpen is er een lijst vastgesteld bij welke ontwikkelingen de raad gebruik wil maken van haar bindend adviesrecht bij bopa’s. Gezien vanuit het voorliggende bestemmingsplan, bij welke ontwikkelingen zal de raad dan verzocht worden om een bindend advies uit te spreken? Antwoord 21: Een BOPA-procedure wordt doorlopen om ontwikkelingen mogelijk te maken die niet passen binnen de kaders van het voorliggende bestemmingsplan. Er is vooralsnog geen specifiek bindend adviesrecht geformuleerd voor de ontwikkeling van het Middengebied. Vraag 22: Klopt het dat onder de Omgevingswet WVG voor vijf jaar kan worden opgelegd en daarna nog 1x met vijf jaar kan worden verlengd? Hoe verhoudt zich dit tot voorlopige bestemmingen voor 10 jaar? Antwoord 22: De geldingsduur van een voorkeursrecht op grond van een omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan) is gewijzigd. Een voorkeursrecht dat zijn grondslag heeft in het omgevingsplan geldt 5 jaar. Met een mogelijkheid tot eenmalige verlenging van 5 jaar.

Onder de Wvg was de geldingsduur van een voorkeursrecht met als grondslag een bestemmingsplan 10 jaar. Daarnaast is er ook Wvg mogelijk op basis van een omgevingsprogramma. Omdat de voorlopige bestemming zijn grondslag vindt in een bestemmingsplan is hier de termijn van 10 jaar van toepassing. Dit geldt overigens ook voor alle andere bestemmingen in het gebied die de Wvg in stand houden. Ook daarvoor geldt dat de termijn van 10 jaar van toepassing is.

Pagina 8 van 11

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024

registratienummer Z24.000778

Ten aanzien van de voorlopige bestemming, wordt verwezen naar de (geheime) informatienota Z24.000762. Vraag 23: Bij hoeveel particuliere eigenaren is er sprake van een WVG op 75% of meer van de percelen. Antwoord 23: Deze vraag vraagt nadere uitwerking en zal daarom separaat aangeleverd worden voorafgaand aan de opiniërende raadsverhandeling beschikbaar gesteld aan de gemeenteraad. Vraag 24: In de nieuwe Nota maatwerk parkeren wordt verwezen naar de hardheidsclausule uit de Nota Parkeernormen 2019. Kan worden aangegeven welk deel van die nota de hardheidsclausule is aangezien dit niet zo benoemd wordt in de betreffende nota. Bij voorkeur ook toevoegen aan nieuwe nota. Antwoord 24: In de Nota Parkeernormen 2019 staat onder paragraaf 2.4 een hardheidsclausule opgenomen met betrekking tot wijziging van in de Nota Parkeernormen 2019 vastgestelde beleidsuitgangspunten en het toepassen van onderbouwde afwijkingen op de eisen. Dit in geval een initiatiefnemer gemotiveerd aan de gestelde parkeeropgave kan voldoen, dan is (gedeeltelijke) afwijking of vrijstelling toe te staan. Ook geldt dat aanvragers van een nieuw initiatief of wijziging van een bestemming een motivatie mogen indienen om aantoonbaar te kunnen gaan voor invulling van een lagere parkeereis. Een collegebesluit over of een afwijking is toegestaan in de Nota Parkeernormen 2019.

Feitelijk is deze hardheidsclausule al vertaald in de Nota maatwerk parkeren Middengebied 2024 en wel onder de paragrafen ´parkeereis minimaal 1,3 per woning´ (pagina 5, nota) en ´afwijkmogelijkheid op de parkeernorm´ (pagina 5, nota). Vraag 25: Ten opzichte van de Nota Parkeren zoals deze voorlag in oktober 2023 is deze nieuwe nota minder uitgebreid en wordt de vorm en de vereisten van het in te dienen mobiliteitsplan om af te wijken van de parkeernorm losgelaten. Er wordt geen analyse of financiële onderbouwing gevraagd om de reducerende maatregelen minstens 10 jaar in stand te houden. Ook wordt de terugvaloptie niet geborgd, als reducerende maatregelen niet blijken te werken zal de initiatiefnemer deze alsnog voor 100% moeten compenseren. Graag nieuwe nota maatwerkparkeren aanvullen. Antwoord 25: In de Nota maatwerk parkeren Middengebied 2024 is een paragraaf ´afwijkmogelijkheid op de parkeernorm´ (pagina 5) opgenomen. Daarbij geldt als voorwaarde dat het gemiddeld aantal aan te leggen parkeerplaatsen in fase 1a niet onder de 1,3 ppl per woning uitkomt. In deze Nota is ook een paragraaf ´monitoren en evalueren´ (pagina 6) opgenomen. Het college is op basis van de Nota overigens niet verplicht om de reductie toe te kennen, en kan zonder opgave van redenen de aanvraag voor een reductie afwijzen.

Deze paragrafen bieden daarmee ruimte om de parkeernorm in de tijd (naar boven of naar beneden) bij te stellen, in geval het parkeeraanbod niet aansluit bij de parkeervraag. Het klopt dat in de Nota maatwerk Parkeren Middengebied 2024 geen nadere onderbouwing of borging van de maatregelen is opgenomen. Dit is onderdeel van het mobiliteitsplan en van de afspraken die met een aanvrager op basis daarvan worden vastgelegd. De laatste opmerking over het aanvullen van de Nota maatwerk Parkeren Middengebied 2024 is een politieke keuze en kunt u in de openbaarheid met het college bespreken.

Pagina 9 van 11

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024

registratienummer Z24.000778

Vraag 26: Zijn er naar aanleiding van de mondelinge toelichtingen op de zienswijzen van 14 maart jl nog wijzigingen die het college door zou willen voeren op de voorliggende stukken? Wellicht is dit niet mogelijk aangezien de stukken al gepubliceerd zijn. Onze fractie denkt hier toch graag over mee met bijvoorbeeld het indienen van een amendement. Antwoord 26: Dit is een politieke afweging. Hierover kunt u met het college in gesprek tijdens de openbare politieke debatten. Vraag 27: In het raadsvoorstel wordt uitleg gegeven over dat er verschillende interpretaties waren over planschade bij een bestemmingsplan met verbrede reikwijdte. Dank hiervoor. In deze uitleg wordt alleen geen koppeling gemaakt met het toepassen van de crisis en herstelwet waarbij gebruik van een bepaald artikel, planschade ook kan worden doorgeschoven naar een later moment. Graag zouden wij nog duidelijkheid willen over of de Chw wel of geen effect heeft op het genoemde in het raadsvoorstel en of er dus nog andere inzichten zijn. Antwoord 27: Voor de bepaling van planschade kan onderscheid worden gemaakt tussen directe en indirecte planschade.

Voor directe planschade (planschade die ontstaat door een directe bestemmingswijziging op eigendommen van een aanvrager) blijft, ook met toepassing van Chw, het moment van onherroepelijk worden van het bestemmingsplan het moment dat er planschade aangevraagd kan worden. Onder de Chw geldt voor indirecte planschade (schade die ontstaat door ontwikkelingen buiten de eigendommen van de aanvrager) dat het moment van aanvragen van planschade verschuift naar het moment dat er een omgevingsvergunning is ingediend. Op dat moment wordt het besluit om de omgevingsvergunning te verstrekken het schadeveroorzakend besluit en zal op basis van de omgevingsvergunning de eventuele schade worden berekend. Vraag 28: De regels zoals nu opgenomen mbt bouwen vanaf 50 meter vanaf de bestemming “Wonen” (bestaande woningen) en 175 meter vanaf de as van de Middelweg, Bredeweg, Knibbelweg en Derde Tochtweg, zullen ook de huidige grondeigenaren beperken om op hun eigen kavels (in de linten) een extra woning te bouwen. Dit lijkt niet in verhouding te staan tot de 8000 woningen die zij in hun achtertuin krijgen. Hoe kan er aangepast worden dat deze regeling niet of in een andere vorm zal gelden voor huidige eigenaren? Of andere oplossing om deze beperking voor de huidige bewoners teniet te doen.

Antwoord 28: De regels zijn alleen van toepassing op het woongebied (de bestemming “Woongebied”) en niet op de bestemming “Wonen”. Daarmee werkt de regel extern en niet voor de huidige percelen van bewoners. Hiermee biedt het regels ter bescherming van de directe omgeving van de huidige percelen. Het staat grondeigenaren vrij om een concept verzoek (vooroverleg) in te dienen voor de bouw van een extra woning waarop de gemeente een goede afweging kan maken. Er zit dus geen beperking voor huidige bewoners. Vraag 29: In het raadsvoorstel onder beslispunt 3. Wordt de opdracht omschreven om initiatieven die niet zijn opgenomen in de plannen in behandeling te nemen om de mogelijkheden te bekijken. Is er een lijst voorhanden met om welke initiatieven het gaat? Antwoord 29:

Pagina 10 van 11

onderwerp Beantwoording Technische vragen Rv Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 1 28 maart 2024

registratienummer Z24.000778

Er is geen uitgebreide lijst van lopende initiatieven. De initiatieven lopen van wens tot meer concrete invulling. Globaal zijn erin de afgelopen tijd gesprekken gevoerd over de volgende initiatieven:  Aanleg landgoed op gronden gelegen in het bestemmingsplangebied van bestemmingsplan 2;  Aanvraag voor Herenboerderij (zonder locatie, alleen een wens);  Aanleg plukbos, camping (locatie gronden ter hoogte van het beoogde sportpark, al dan niet in combinatie met grondruil);  Mogelijkheden tot ontwikkeling kinderboerderij (onvoldoende concreet, milieugevoelig bij woningen);  School (zonder locatie, alleen een wens);  Woningen voor arbeidsmigranten (zonder locatie, alleen een wens);  Behoud groene weide (eigendom gemeente) achter een zorglocatie;  Een vergister op de locatie Varkensboer – verwezen naar Doelwijk II;  Div. inwoners gebied die op hun eigen perceel een of meerdere woningen willen bouwen zonder concrete invulling nog.

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002795/1