CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 GEANONIMISEERD QuickScan ODMH, d.d. 18-12-2024 A25.004387

Gemeenteraad 13 januari 2026, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Nota van Uitgangspunten Julianadriehoek Moerkapelle, gelegen tussen de Bredeweg/ Julianaweg in Moerkapelle5.945 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

4 Â

Team

Omgevingsdienst

Postbus

45

Midden-Holland

2800 AA

Gouda

ROM, Externe veiligheid

en

(geanonimiseerd)

088

-

54 50 000

www.odmh.nl

Gemeente Tav.

Zuidplas

(geanonimiseerd)

Postbus 2910 AC

Besluitdatum

100

Verzenddatum

18-12-2024

Nieuwerkerk ad IJssel

Ons

kenmerk

2024-00024933

Uw

kenmerk

Onderwerp

Bijlagen

ROM

quickscan

Beste

(geanonimiseerd)

Op

november 2024 heeft

21

Julianadriehoek

4

Moerkapelle

gevraagd om voor de toekomstige woningbouwlocatie Julianadriehoek een quickscan ruimtelijke ordening en milieu op te stellen. Doel van de quickscan is om te beoordelen of het beoogde project kansrijk is op deze locatie en welke milieukundige onderzoeken noodzakelijk zijn in het kader van deze ontwikkeling. Ons advies leest u in deze brief. u ons

Situatie De gemeente

Zuidplas

woningbouw.

Daarvoor wil het

realisatie

ca.

Figuur

van

1: Ligging

300

wil het gebied

ten zuiden

college een woningen.

van

de woonkern

overeenkomst sluiten

Moerkapelle ontwikkelen met partijen. Uitgangspunt

naar

is de

planlocatie

Identificatie D-2024-00145085

1 van

19

Ecologie

Afkadering De Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH) adviseert gemeenten op de omgevingsaspecten geluid (weg, spoor, industrie), trillingen, luchtkwaliteit, licht, activiteiten & milieuzonering, externe veiligheid, bodem en ondergrond (verontreiniging, archeologie, ontplofbare oorlogsresten en overige ondergrond), natuur (gebieds- en soortenbescherming, natuurinclusief bouwen en biodiversiteit), klimaatadaptatie en duurzaamheid (circulariteit, mobiliteit, energietransitie). Daarnaast gaat de Omgevingsdienst bij elke ontwikkeling na of er sprake is van m.e.r.-plicht en/of een provinciaal milieubelang in het geding is. In overleg met de ODMH worden

kan deze voorgenomen

ontwikkeling

advies

voor

bij de

GGD

Hollands

Midden

neergelegd.

Advies De onderstaande tabel vat de diverse

quickscan

samen.

Bijlage

1 bevat

een

uitgebreidere bespreking

van

de

omgevingsaspecten.

Thema

„Aspect

Werken

in de bodem

Bespreking Bodem-

g

grondwatergevoelig gebouw

d Gezondheid in relatie tot milieu

Risicobronnen

Geluid

van weg, spoor en/of industrieterrein

milieuzonering

functies Geen belemmering Diverse bedrijven liggen binnen het

Geurhinder Luchtkwaliteit

plangebied Geen belemmering Aandachtsgebied

Lichthinder

Geen

Activiteiten

en

Gebiedsbescherming Soortenbescherming

Water en Bodem Sturend

zijn

aanwezig Realisering van geluidgevoelige

Trillingen

Ecologie

Vooronderzoek

overschrijding vrijstellingscriteria Geen belemmeringen

Ontplofbare oorlogsresten Externe veiligheid

*Klimaatadaptatief natuurinclusief bouwen

*Ondergrond

en

Vervolgactie vooronderzoek

en

Mogelijke

Archeologie

Omgevingsveilighei

„

Bodemverontreinigin

belemmering Mogelijk stikstofdepositie Mogelijk aanwezige beschermde soorten Er liggen kansen, maar ook verplichtingen

Er liggen kansen

-

Nader onderzoek Akoestisch onderzoek

wegverkeerslawaai

Onderzoek

belangen bedrijven

naar

van

(milieu-)

deze

Onderbouwen

AERIUS Ten

berekening

minste

ecologische quickscan Houd rekening met deze onderwerpen bij het ontwerp en de inrichting van het plangebied Ontwerp vanuit Water en Bodem Sturend en breng de maatregelen in beeld die nodig zijn om hier toekomstbestendig te ontwikkelen.

Duurzaamheid

*Duurzame

energie

Diverse

duurzaamheidsaspecte n zijn hier van toepassing

Houd rekening met duurzaamheid bij het ontwerp en de inrichting van het plangebied. Voeg een

(geanonimiseerd)

2van

19

Thema „

Aspect

Bespreking

Vervolgactie duurzaamheidsparagraaf toe aan het plan met concrete

duurzaamheidsmaatregele n.

*Duurzame

idem

warmte

*Circulair slopen en bouwen *Duurzame mobiliteit Procedurele

Milieueffectrapportag e (m.e.r.)

aspecten

Provinciale

idem idem

Stedelijk ontwikkelingsproject Niet van toepassing

Aanmeldnotitie

opstellen

-

milieubelangen “Aspecten Heeft

u

Neem

dan

J.

een

*

voor

staat kennen

geen

wettelijke eisen.

vragen? 54 50 322 of per e-mail via dan het kenmerk 2024-00024933. Zo kunnen wij u sneller helpen.

Vermeld Met

waar

contact op

met J.

Rings.

Dat kan via 088

-

jrings@odmh.nl.

vriendelijke groet,

Rings

Adviseur Team

ROM,

Dit document is

digitaal vastgesteld.

Bijlage

1:

Beoordeling

Externe

en

Identiicati (geanonimiseerd) (ES

veiligheid en Ecologie

conclusie per aspect

3 van

19

Bijlage

1

Beoordeling

en

conclusie per aspect

Bodem

Voorafgaand

aan

vooronderzoek

de bouw

uitwijzen

van

een

bodemgevoelig

of verder onderzoek

stellen of de toelaatbare kwaliteit

van

c.q. grondwatergevoelig gebouw moet bodem en/of grondwater nodig is om vast te kunnen

van

de bodem

niet wordt overschreden

en/of dat

In dit geval is sprake

een

significante verontreiniging grondwater. grondwatergevoelig gebouw’. Onderzoek is daarom noodzakelijk. een

van

Er zijn

van

het verschillende delen

Omgevingsdienst

Midden-Holland.

van

het

van

sprake is van bodemgevoelig en/of er

plangebied bodemkwaliteitsgegevens bekend bij de gedateerd.

Het grootste deel daarvan is echter sterk

Het vooronderzoek moet worden

uitgevoerd volgens de norm NEN 5725. Het onderzoek is noodzakelijk voor de omgevingsvergunning activiteit Bouwen; er is geen onderzoek noodzakelijk in het kader van de ruimtelijke procedure. Als een locatie verdacht is op het voorkomen van een bodemverontreiniging en onvoldoende informatie bekend is over de daadwerkelijke kwaliteit van de bodem of het grondwater, dan is vervolgonderzoek conform de norm NEN 5740 noodzakelijk. Archeologie Op grond van de archeologische verwachtingenkaart van de gemeente Zuidplas geldt ter plaatse van het plangebied de archeologische waarde 2 en 3 voor een klein deel van de locatie (zie figuur 2). Voor het grootste deel van de locatie zijn er geen archeologische verwachtingen. Voor WA2 en WA3 gelden de volgende eisen: WA2: Er moet een archeologisch onderzoek worden gedaan als de grond over een oppervlakte van 100 m? en een diepte van 30 cm wordt geroerd binnen het gebied met waarde Archeologie 2. WA3: Er moet een archeologisch onderzoek worden gedaan als de grond over een oppervlakte van 1.000 m? en een diepte van 3 m wordt geroerd binnen het gebied met waarde Archeologie 3. e

e

E

TJ

Ì

Figuur 2: Plangebied

1

Zie

voor

met

archeologische

definities Provinciaal

(officielebekendmakingen.nl)

Identiicati (geanonimiseerd) (ES

blad 2023,

Waarde

Archeologie

1

Waarde

Archeologie

2

Waarde

Archeologie

3

waarden

15013

| Overheid.nl

>

Officiële

bekendmakingen

4 van

19

Gelet op de omvang van het plangebied worden de vrijstellingscriteria overschreden. Bij de verdere uitwerking van het initiatief zal moeten worden beoordeeld of dat nog steeds geldt. Dit is afhankelijk waar

binnen

het

plangebied

in de

grond

wordt

geroerd.

Ontplofbare oorlogsresten Uit ervaring blijkt dat circa 10 à 15% van de tijdens de Tweede Wereldoorlog gebruikte munitie niet tot de gewenste uitwerking kwam en als blindganger in de bodem is achtergebleven. Op grond van Arbowetgeving moet in alle gevallen waarin gevaar voor de veiligheid of gezondheid van werknemers kan bestaan door de mogelijke aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten een oriënterend onderzoek worden gedaan voordat werkzaamheden kunnen starten. Indien nodig gevolgd door een nader onderzoek, indien nodig gevolgd door opsporing van ontplofbare oorlogsresten of andere passende maatregelen. Uit eerder

uitgevoerd grootschalig vooronderzoek blijkt dat het plangebied onverdacht is op ontplofbare oorlogsresten. Verder onderzoek naar ontplofbare oorlogsresten is naar onze mening noodzakelijk. Let op: Hoewel er geen indicaties niet met zekerheid stellen dat die

niet

zijn voor de aanwezigheid van ontplofbare oorlogsresten, kunnen wij niet zijn. Als men bij graafwerk stuit op een verdacht object, zijn

er

passende maatregelen nodig. Externe

veiligheid plangebied ligt in het invloedsgebied/aandachtsgebied van een risicobron (propaantank). Andere risicobronnen liggen voldoende afstand. Het plangebied ligt niet in het aandachtsgebied van een hoogspanningsleiding en Rotterdam The Hague Airport. Het

Seveso

TankenBrandstoffen

Opslag Verpakt Vervoer

OpslagtankGas Explosieaandachtsgebieden

De risicobron betreft een

propaantank op de locatie Julianaweg 2 in Zevenhuizen. De zone ‘explosieveiligheidsgebied’ van deze tank ligt over een deel van het plangebied. Deze zone

Identicati (geanonimiseerd)

is

5 van

19

gebaseerd op aannames bij het gebruik van deze tank. Indien woningen in deze zone worden geprojecteerd, zal nader onderzoek nodig zijn naar het gebruik van deze tank. Afhankelijk van onderzoek zal een verantwoording van het groepsrisico moeten worden opgesteld. Op

dit

de locatie

Bredeweg 28 worden bedrijfsmatig gevaarlijke stoffen in verpakkingen opgeslagen. Dit betreffen gewasbeschermingsmiddelen en consumentenvuurwerk. In december wordt hier ook vuurwerk verkocht. Vooralsnog hebben deze opslagen geen veiligheidsafstanden buiten het perceel van het bedrijf. Geluid

weg, spoor en/of industrieterrein geluidsgevoelige functies gerealiseerd.

van

Er worden

Op grond

van

het Besluit kwaliteit

leefomgeving

geldt er een onderzoeksplicht. Wegverkeerslawaai: ontwikkeling plaats vindt langs een weg met een intensiteit van meer dan 1.000 motorvoertuigen per etmaal, dan moet in het kader van het ‘evenwichtig toedelen van functies locaties’ (ETFAL) een akoestisch onderzoek worden uitgevoerd.

Als de

De locatie

ligt binnen noodzakelijk. Overige

het

aandachtsgebied

van

onder andere de

Bredeweg,

aan

akoestisch onderzoek is

bronnen:

De locatie

ligt niet binnen

het

aandachtsgebied

van

het spoor of een

gezoneerd

industrieterrein.

Trillingen De locatie

ligt niet in de nabijheid van

Activiteiten

en

een

spoorweg,

(zeer)

drukke weg of andere bron

van

trillingen.

milieuzonering

Woningbouw betreft, vanuit Activiteiten en Milieuzonering bezien, een milieugevoelige plangebied en in de directe nabijheid liggen milieuhinderlijke functies (bedrijven).

activiteit. In het

In

bijlage 4 is een overzicht gegeven van de bedrijven die bij de ODMH bekend zijn. Buiten het plangebied, is enkel het glastuinbouwbedrijf aan de Bredeweg 32 milieubelastend voor de toekomstige woningen binnen het plangebied en heeft dus invloed op de invulling van de woningbouw. We adviseren

milieubelangen van alle relevante bedrijven (voor zover deze bedrijven niet uitgeplaatst) brengen, en uit te werken welke beperkingen dit oplevert voor de woningbouw. Akoestisch onderzoek kan hierbij helpen. om

worden

de

in beeld te

De richtafstanden

milieuzonering’ zijn een hulpmiddel om in te benodigde gebruiksruimte voor geluid en geur (van omliggende milieubelastende activiteiten) in een bepaald gebied inpasbaar is. De richtafstanden hebben geen juridische status; om effecten daadwerkelijk vast te stellen is nader onderzoek noodzakelijk. schatten of een

uit de

VNG-publicatie

‘Activiteiten

en

activiteit voor wat betreft de

Geurhinder De

geplande ontwikkeling ligt niet in de nabijheid

van

een

veehouderij

of andere

bron

van

geurhinder.

Luchtkwaliteit

Identificatie (geanonimiseerd)

6 van

19

Het toetsen

omgevingswaarden voor luchtkwaliteit is alleen nodig als een project binnen één van de aandachtsgebieden valt, er sprake is van een aanvraag van een omgevingsvergunning voor een milieubelastende activiteit óf als de ontwikkeling veel bijdraagt aan luchtverontreiniging (overschrijding NIBM). Aandachtsgebieden zijn locaties met hogere concentraties stikstofdioxide (NO) en/of fijnstof (PM). Het

aan

plangebied

de

bevindt zich in

een

aandachtsgebied.

De

ontwikkeling

betreft geen milieubelastende

activiteit. De

ontwikkeling betreft de realisatie van ca. 300 woningen, dit is onder de getalsmatige grens van de standaardgevallen. Het plan kan derhalve onderbouwd worden door middel van de NIBM standaardgevallen. NIBM

Uit de

monitoringtool van het Centraal Instrument Monitoring Luchtkwaliteit (CIMLK) blijkt dat de plaatse voldoende is voor de gewenste ontwikkeling. Er wordt voldaan aan de wettelijke omgevingswaarden van 40 ug/m? voor stikstofdioxide en fijnstof PM:o, en 25 ug/m? voor fijnstof PM»s. luchtkwaliteit ter

De gemeente

is aangesloten

bij het Schone Luchtakkoord, met als doel het permanent verbeteren van de luchtkwaliteit in Nederland. Hiervoor gelden bovenwettelijke doelen. Voor de ontwikkeling wordt aanbevolen om te toetsen aan deze doelwaarden (WHO-advieswaarden). Lichthinder De

geplande ontwikkeling

in de buurt

afscherming

van

als

betreft een

een

bron

er

kunstlicht wordt

van

gevoelige bestemming voor lichthinder. De ontwikkeling ligt niet (nabijgelegen kassen moeten zijn voorzien van zijgebruikt).

lichthinder

Ecologie Gebiedsbescherming: Als een ontwikkeling in of in de buurt van een beschermd gebied plaatsvindt, kunnen mogelijk negatieve effecten ontstaan. Gezien de omvang van de ontwikkeling en de afstand tot Natura2000-gebied (dichtstbijzijnde locatie: Nieuwkoopse Plassen en De Haeck op circa 15 km) adviseren wij om een AERIUS berekening te laten doen. Dit zijn twee berekeningen, één voor de bouwfase en één voor het gebruik van de nieuwe situatie. We adviseren ook om een rekenpunt op te nemen voor (deel)gebied Polder Stein. Dit natuurgebied is nog niet opgenomen als stikstofgevoelig gebied, maar zal op termijn wel die status toegewezen krijgen. De

ontwikkeling ligt niet binnen Natuurnetwerk Nederland. Het plangebied ligt niet in een zone aanduiding als belangrijk weidevogelgebied (Omgevingsverordening Provincie Zuid-Holland).

met

Soortenbescherming: Get op de omvang

gebruik van het plangebied is ten behoeve ontwikkeling een ecologische quickscan noodzakelijk. Uit de resultaten van deze quickscan kan volgen dat nader onderzoek nodig is. en

het gevarieerd

van

de gewenste

Natuur-inclusief bouwen De

beoogde ontwikkeling bijlage 3.

biedt kansen

Identificatie (geanonimiseerd)

voor

natuurinclusief bouwen.

Dit advies

is opgenomen

in de

7 van

19

Water

en

Bodem

Sturend

Bij ruimtelijke ontwikkelingen

wil het

kamerbrief

Het

(WBS) zijn. Dit staat in de ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve gebouwde omgeving? uitgebracht. In deze kaart staat waar ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk zijn en welke inspanning aan maatregelen deze locatie vereist. Daarbij hoort ook de nationale Maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving die richting geeft aan mogelijk te nemen maatregelen en een landelijk gelijk speelveld beoogt. Provincie Zuid-Holland hanteert WBS ook als randvoorwaarde voor veilige toekomstbestendige ontwikkelingen in haar omgevingsbeleid en haar ruimtelijk voorstel “Ruimtelijke koers voor Zuid-Holland”. van

25-11-2024.

rijk dat Water en

rijk heeft daarom

Bodem

Sturend

het

De

beoogde ontwikkeling ligt in risicoklasse “ja, mits, kleine opgave”. De risicoklasse ‘ja, mits’ geeft in verschillende gradaties aan dat er risico’s zijn vanuit het water- en bodemsysteem en dus een noodzaak tot het nemen van klimaatadaptieve maatregelen. Voor

het borgen

WBS

van

in de

beoogde ontwikkeling

adviseert ODMH

aspecten m.b.t.

klimaatadaptatie en ondergrond mee te nemen in de verdere uitwerking van het initiatief. Het is daarbij nadrukkelijk belangrijk dat aanpassingen door WBS altijd in een vroegtijdig stadium van de ontwikkeling plaatsvinden. Zie voor een advies bijlage 2 en 3. Klimaatadaptatie Risico's door klimaatverandering Conform de Omgevingsverordening art 7.41b “Risico's van klimaatverandering” van Provincie ZuidHolland moeten in elk omgevingsplan de volgende aspecten in beschouwing worden genomen: _ Wateroverlast door overvloedige neerslag; _ Overstroming; e e

Hitte;

e

_ Droogte;

e

_Bodemdaling.

e

Voor

projecten vanaf 12 woningen heeft de provincie aanvullende regels opgenomen (art. 7.41aa “Toekomstbestendig bouwen van woningen”). Dit artikel gaat verder in op toekomstbestendig bouwen van woningen. De volgende aspecten van toekomstbestendig bouwen moeten in onderlinge samenhang betrokken worden: a) de risico’s van klimaatverandering; b) de energiehuishouding van de gebouwen, met name het gebruik en de opwekking van energie; c) de toepassing van circulaire of biobased grondstoffen of producten; d) de mogelijkheden om de emissies van NO, en CO» te beperken in de bouw- en gebruiksfase; e) het reduceren van drinkwatergebruik door waterbesparende maatregelen te treffen; het versterken van de biodiversiteit; en f) g) hetrealiseren van een gezonde en veilige leefomgeving.

Voor

dit plan zullen de risico’s door de initiatiefnemer nader moeten worden

worden

uitgewerkt.

Zie

bijlage

2 voor

een

beoordeeld

en

nader

nader advies.

Duurzaamheid De

?

beoogde ontwikkeling

biedt kansen

voor

duurzaamheid. Zie

Ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptieve

Identificati (geanonimiseerd)

bijlage 2 voor een

gebouwde omgeving

nader advies.

(arcgis.com 8 van

19

Ondergrond De ontwikkeling van beoogde ontwikkeling biedt kansen de ondergrond is opgenomen in bijlage 3.

voor

de

ondergrond.

Advies op het gebied

van

M.e.r. Het initiatief betreft

een

ontwikkelingsproject) geval op basis van de

ontwikkeling die valt onder “Projecten” Bijlage V van het Omgevingsbesluit. Omgevingswet verplicht.

van

De initiatiefnemer moet

een

aanmeldnotitie

maken. In deze zullen

geen belangrijke nadelige milieugevolgen in Bijlage III van de Europese m.e.r.-richtlijn.

Op

basis

uit kolom Een

1

(namelijk: J 11, stedelijk (plan) m.e.r.-beoordeling is in dat

notitie moet worden

optreden, rekening

houdend

aangetoond

met de criteria

dat

er

genoemd

plan of de aanmeldnotitie en eventuele adviezen moet B&W een milieueffectrapport al dan niet opgesteld moet worden. Als een milieueffectrapportage moet worden opgesteld dan zal de vaststelling van het plan hierop moeten wachten. Het m.e.r.-beoordelingsbesluit moet, bij voorkeur, genomen worden vóór de vaststelling van het (voor)ontwerp van het plan/omgevingsvergunning. besluit

de motivatie in het

van

nemen

Provinciale

of een

milieubelangen

De

provincie Zuid-Holland benoemt in haar Omgevingsverordening een aantal provinciale milieubelangen. Namens de provincie toetst ODMH initiatieven op vier van deze belangen’: Bescherming van stiltegebieden (Omgevingsverordening artikel 3.14) De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de buurt van) een stiltegebied. _ Windenergie stimuleren (Omgevingsverordening artikel 7.76) De voorgenomen ontwikkeling vindt niet plaats in (de buurt van) een plaatsingsgebied e

e

voor

windmolens. e

Beschermen

(watergebonden) bedrijventerreinen (Omgevingsverordening artikel 7.52) ontwikkeling vindt niet plaats in (de nabijheid van) een (watergebonden) bedrijventerrein. Afname van of beperkingen aan (watergebonden) bedrijventerreinen is van

De voorgenomen derhalve niet e

de orde.

Beschermen

van grote groepen mensen (Omgevingsverordening artikel 7.18) De voorgenomen ontwikkeling ligt niet in een invloedsgebied Groepsrisico van relevante risicobron.

De voorgenomen

$

aan

ontwikkeling

is niet in

een

EV-

strijd met deze provinciale milieubelangen.

Toetsingskader: Zuid-Hollandse Omgevingsverordening Omgevingsverordening aangewezen locaties.

1 januari

2024, i.c.m. kaarten in bijlage Il. Het gaat

om

in de

Identificatie (geanonimiseerd)

9 van

19

Bijlage 2: Advies Duurzaamheid, klimaatadaptatief en ontwikkeling Julianadriehoek Moerkapelle

natuurinclusief bouwen

voor

de

Leeswijzer bij deze bijlage: =

_per omgevingsaspect staat

vind

je een genummerde opsomming

vervolgens bij ‘argumenten’, waarbij

t/m 2.x horen

Duurzame

bij

advies 2,

de argumenten

van

1.1 t/m

onze

adviezen.

1.x horen

De

waarom

bij ieder advies

bij advies 1, de argumenten

2.1

enz.

energie

Advies aan aanvrager/gemeente 1. Voeg een duurzaamheidsparagraaf met concrete

maatregelen

en

aandachtspunten

toe aan

het

plan. 2. 3. 4.

Bouw de woningen volledig energie- en COz-neutraal Plaats zonnepanelen op de daken, bij voorkeur in combinatie met een groen dak. Benut tevens de ruimte voor parkeren en bergingen voor de opwek van duurzame

Argumenten

aan

elektriciteit.

aanvrager/gemeente

1.1

Het opnemen van concrete maatregelen en aandachtspunten draagt bij aan het borgen van de duurzaamheidsambities van de gemeente Zuidplas. 2. ms Het wettelijk minimumniveau voor duurzaam bouwen (BENG-norm) draagt onvoldoende bij aan de duurzaamheidsambities van de gemeente Zuidplas. De gemeente wil energieneutraal zijn in 2050. 3.1 Zonnepanelen wekken duurzame elektriciteit op. Dit kan ook gebruikt worden voor een warmtepomp, wat bijdraagt aan de overstap naar aardgasvrij verwarmen. Combineer de zonnepanelen met een groen dak voor een hoger rendement. Daarnaast is een groen dak goed voor klimaatadaptatie, zo vangt het regenwater op en verkoelt het de omgeving. 4. EN Naast daken van de huizen kunnen zonnepanelen ook op de daken van bergingen geïnstalleerd worden. Door parkeerplaatsen te voorzien van luifels met zonnepanelen is er meer ruimte beschikbaar voor de opwek van duurzame energie. Meervoudig ruimtegebruik maakt het behalen van de hoeveelheid op te wekken duurzame energie makkelijker. Combineer deze met een groen dak ter bevordering van klimaatadaptatie en de werking van de zonnepanelen. Bovendien zorgen de luifels voor schaduwwerking en bevorderen ze daarmee de leefbaarheid van de

woonomgeving. Duurzame

warmte

Advies aan aanvrager/gemeente 1. Sluit aan bij en/of draag bij aan de voorziene warmteoptie in het gebied uit de Transitievisie Warmte. 2. Benut tevens de ruimte voor parkeren en bergingen voor de opwek van duurzame warmte middels het installeren van zonnecollectoren. 3. Onderzoek wat de beste warmteoplossing voor de woningen in de Julianadriehoek is. Onderzoek tevens of en hoe de warmtevoorziening voor de Julianadriehoek ingezet kan worden voor de omliggende bestaande bebouwing. 4. Gebruik de WKO-tool van het Rijk om te bepalen of een bodemenergiesysteem op deze locatie is

toegestaan. Advies 5.

6.

projectleider/ RO medewerker van de gemeente de gekozen optie voor de verwarming van de woningen in de Julianadriehoek vast in het nieuwe omgevingsplan. Indien een (klein)collectief verwarmingssysteem gekozen wordt, leg dan een warmtekavel vast in het Omgevingsplan en neem een verkaveling van de ondergrond voor bodemenergie op. aan

Leg

Argumenten 1.1 2.1

aan

aanvrager/gemeente

De Transitievisie Warmte van Zuidplas beschrijft voor Moerkapelle een collectieve oplossing voor duurzaam verwarmen als kansrijk. Door de parkeerplaatsen te voorzien van luifels met zonnecollectoren is er meer ruimte beschikbaar voor de opwek van duurzame warmte. Meervoudig ruimtegebruik maakt het behalen van de hoeveelheid op te wekken duurzame warmte makkelijker. Bovendien zorgen de luifels voor schaduwwerking en bevorderen ze de leefbaarheid van de ontwikkeling. Combineer deze met een groen dak ter bevordering van klimaatadaptatie en de werking van de zonnecollectoren.

Identificatie (geanonimiseerd)

10 van

19

3.1

Onderzoek de

mogelijkheid voor een (klein) collectief in de het plangebied. Door middel van Warmte-Koude-Opslag (WKO), eventueel in combinatie met warmtewinning uit oppervlaktewater. Het combineren van nieuwe projecten met bestaande bouw kan de warmtetransitie versnellen. Elk gebouw apart verduurzamen en van het aardgas afhalen gaat te langzaam en levert hoge kosten

41

Voor

op.

en koelen van de nieuwe gebouwen is een bodemenergiesysteem een mogelijke Het biedt ontwikkelaars van nieuwe projecten met de WKO-tool een instrument om te optie. Rijk bepalen of de aanleg van een bodemenergiesysteem toegestaan is in een specifiek gebied. verwarmen

Argumenten 5.1

6.1

aan projectleider/ RO medewerker van de gemeente Onderzoek moet uitwijzen welk verwarmingssysteem voor de Julianadriehoek maatschappelijk gezien de beste optie is. Het is goed de keuze van het verwarmingssysteem vast te leggen in het Omgevingsplan, zodat ontwikkelaars en toekomstige bewoners weten waar ze aan toe zijn. Met een warmtekavel in het Omgevingsplan bindt de gemeente de ontwikkelaars en de toekomstige bewoners aan de keuze voor het verwarmingssysteem in de nieuwe wijk. Met een verkaveling van de ondergrond voor een bodemenergiesysteem voorkomt de gemeente dat warme en koude zones in de ondergrond elkaar beïnvloeden.

Circulair slopen en bouwen Advies duurzaamheid aan aanvrager/gemeente 7 __ Gebruik circulaire materialen en zet in op circulair bouwen. 8 Hergebruik de gebouwdelen en materialen afkomstig uit de sloop hoogwaardig mogelijk in nieuwe gebouwen en/of infrastructuur. 9 Stel een materialenpaspoort op voor de nieuwe woningen.

van

de

Advies duurzaamheid aan projectleider/ RO medewerker van de gemeente 10 Bij het verlenen van de omgevingsvergunning borgt de gemeente dat het hoogwaardig hergebruik van bouwmateriaal.

huidige bebouwing

sloopplan

zo

voorziet in

Argumenten duurzaamheid aan aanvrager/gemeente 7.1 Dit draagt bij aan duurzaam gebruik van (bouw)materialen en vermindert COz-uitstoot. 8.1 Het vermindert het aantal afvalstromen tijdens de sloop en daarmee de hoeveelheid benodigde grondstoffen voornieuwbouw. Hiermee draag het project bij aan het sluiten van grondstoffenketens en het besparen van COz. 9.1 Een materialenpaspoort maakt het makkelijker een renovatie of verbouwing circulair uit te voeren en de grondstoffen die vrijkomen hoogwaardig opnieuw te gebruiken. Argumenten 10.1

zijn

duurzaamheid aan RO medewerker van de gemeente Een innovatief sloopplan zorgt ervoor dat grondstoffen behouden minder nieuwe grondstoffen nodig en wordt COz-uitstoot beperkt.

Duurzame

blijven als

bouwmaterialen.

Zo

mobiliteit

Advies aan aanvrager/gemeente 11 Ontwerp de nieuwe wijk zo, dat het voor bewoners veilig en aantrekkelijk is om te lopen of te fietsen. 12 Plaats laadpalen voor elektrische auto’s, scooters en fietsen. 13 Combineer elektrische laadinfrastructuur met voorzieningen voor elektrische deelmobiliteit in het ontwerp van de buitenruimte. 14 Creëer voldoende (overdekte/afgesloten) parkeermogelijkheden voor (elektrische) fietsen. Advies aan projectleider/ RO medewerker van de gemeente 15 Zet de parkeernorm in om snelverkeer en langzaam verkeer in de verkeer voorrang te geven.

Argumenten

aan

wijk te scheiden

en

langzaam

aanvrager/gemeente

11.1 Door de routes voor fietsen en wandelen veilig en aantrekkelijk te maken, bevorderen gemeente en ontwikkelaars gezonde en duurzame mobiliteit in het gebied. Besteedt hierbij met name aandacht

Identificatie (geanonimiseerd)

11

van

19

routes van en naar scholen en sportaccommodaties, zodat ouders en kinderen makkelijk kunnen kiezen voor langzaam vervoer. 12.1 Laadpalen voor elektrische auto's en fietsen dragen bij aan de stimulering van het gebruik van elektrische vervoer. Dit bevordert schone lucht in Moerkapelle en bespaart COz-uitstoot in de toekomst. 13.1 Deelmobiliteit verlaagt de uitstoot van CO» door de verlaagde noodzaak voor individueel bezit en het gebruik van auto's en fietsen. Er zijn dan minder parkeerplaatsen nodig. Hierdoor is er ruimte voor extra groen en andere klimaatadaptieve maatregelen. 14.1 Het creëren van voldoende parkeermogelijkheden voor fietsen draagt bij aan het stimuleren van duurzame mobiliteit. Dit zorgt voor minder behoefte aan en gebruik van gemotoriseerde voertuigen. De gemeente Zuidplas stimuleert duurzaam personenvervoer zoals fietsen. aan

Advies duurzaamheid aan projectleider/ RO medewerker van de gemeente 15.1 Door locaties voor parkeren slim te kiezen, kan de gemeente langzaam en snel verkeer goed scheiden en de nieuwe wijk aantrekkelijk maken voor langzaam verkeer. 15.2 Ook zorgt de gemeente er met een slimme indeling van parkeergelegenheid voor dat de wijk goed toegankelijk en/of ontsloten is voor autoverkeer.

Wij

baseren Documenten: -

ons

advies op de

volgende

documenten

en

beleidskaders

_ Gebiedspaspoort Moerkapelle, gemeente Zuidplas, oktober 2023

-__Programmaplan -__

duurzaamheid gemeente

Transitievisie warmte gemeente

Zuidplas (maart 2024). Zuidplas (december 2021)

Beleidskaders: De gemeente werken

aan

Zuidplas

heeft zich

gecommitteerd

aan

een

aantal duurzaamheidsdoelen.

Namelijk,

het:

Stimuleren

van

energiebesparing, zoals inzetten op isolatie. Vergroten aandeel duurzame warmtevoorziening in bestaande bouw in Zuidplas -__Meer stimuleren van elektrisch vervoer, bijvoorbeeld door het faciliteren van voldoende laadpalen. -__Bevorderen

van

duurzame

Bevorderen

van

circulariteit, bijvoorbeeld bij inkoop, afvalinzameling

-__

-__

-

Daarnaast heeft de gemeente aan

het klimaatakkoord

Een ander

en

zich

daarmee

vormen

samen om

van

mobiliteit

met alle

andere gemeentes

klimaatneutraal te

zijn

in 2050

en

en

ontwikkeling.

overheden

(95%

gecommitteerd 1990).

reductie t.o.v.

Voortgang Energietransitie (Wet VET). Sinds het in werking treden van de Wet VET worden nieuwe woningen en kleinen bedrijven niet meer voorzien van een gasaansluiting. Vanaf 1 januari 2021 is bovendien de aangescherpte eis voor de energieprestatie van woningen en utiliteitsgebouwen in werking. Vanaf die datum moeten gebouwen Bijna Energie Neutraal Gebouwd (BENG) zijn, en daarmee aan de BENG-norm voldoen. Regels

relevant kader is de Wet

zijn in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl, 2024) vastgelegd, name in de norm voor de Milieuprestatie van een gebouw (MPG). Vanaf 1 juli 2025 moet het MPG voor woningen en woongebouwen kleiner dan of gelijk aan 0,5 euro per vierkante meter Bruto Vloeroppervlak (BVO) per jaar zijn. voor

circulair bouwen

Identiicati (geanonimiseerd)

met

12 van

19

Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen aan de aanvrager/gemeente 1. Ontwerp met veel open bodem in het plan en hemelwaterbenutting in groenstructuren. Zorg voor infiltratievoorzieningen op zowel de particuliere kavels als in de openbare ruimte. Hou als ontwerp-eis aan dat er geen water in woningen mag komen bij overstromingen. Geef ruime aandacht aan beplanting en warmte werende materialen in het ontwerp. Gebruik de transformatie als koppelkans voor het versterken van de biodiversiteit.

Advies

aonN

Advies 6 7

de

projectleider/ RO medewerker van de gemeente _Ontwerp-eisen en uit te voeren maatregelen dienen op dit moment via private afspraken gerealiseerd te worden. _Neem de opdrachtgevende marktpartijen tijdig mee in de duurzaamheidsdoelen van Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. aan

Argumenten

advies

aan

aanvrager/gemeente

1.1Door in het ontwerp voldoende open bodem en hemelwaterbenutting te verwerken blijft de infiltratiecapaciteit van de bodem op peil. Dit is noodzakelijk om de risico's van wateroverlast te

beperken. 2.10ok het toevoegen

infiltratievoorzieningen op particuliere kavels en in de openbare ruimte kan bijdragen beperken van wateroverlast bij hevige neerslag. 3.1 Bij een potentiële overstroming kan de schade in huizen enorm zijn. Het is belangrijk om in het plan maatregelen op te nemen die ervoor zorgen dat er geen water in woningen kan komen te staan. 4.1 Beplanting en warmte werende materialen kunnen helpen bij het beperken van hittestress. Vooral het creëren van voldoende schaduw is hierbij belangrijk. Kijk hiervoor ook naar de 3-30-300 regel, waarbij er vanuit elke woning 3 bomen te zien zijn, er 30 procent schaduw in de openbare ruimte is en het maximaal 30 meter lopen is naar de dichtstbijzijnde koele plek. Dit is voor de Julianadriehoek extra belangrijk aangezien het gebied in de nabijheid van een sterk opwarmend bedrijventerrein ligt. 5.1 Het toevoegen van beplanting in het gebied kan ook worden gezien als koppelkans. Door de ontwikkelingen in de fysieke leefomgeving kunnen er direct maatregelen worden getroffen om de biodiversiteit te versterken. Een robuust ecosysteem en hoge biodiversiteit zijn belangrijke voorwaarden voor een gezonde leefomgeving. aan

Argumenten

van

het

advies

projectleider/ RO medewerker 6.1 De gemeente Zuidplas heeft zich gecommitteerd aan de duurzaamheidsdoelen van Klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Nieuwbouw zal alleen ontwikkeld worden als het klimaatbestendig, water-robuust en natuur-inclusief uitgevoerd gebeurt. Het “wat” is daarmee duidelijk, echter over het “hoe” moet een samenspel ontstaan tussen overheid, marktpartijen en gebruikers. Gemeente Zuidplas kent nog geen beleidskader klimaatbestendige woningbouw en er bestaan ook geen lokale regels in het Omgevingsplan. Ontwerp-eisen en uit te voeren maatregelen dienen daarom op dit moment via private afspraken gerealiseerd te worden. 7.1 Door de opdrachtgevende marktpartijen mee te nemen kan er al vanaf de start van de ontwikkeling rekening worden gehouden met klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. Dit voorkomt miscommunicatie en bevordert het traject van het project. Als maatregelen vroeg in de ontwikkeling ingebracht worden, zal dit beperkte kosten met zich meebrengen en tegelijkertijd kwaliteit verhogend aan

de

werken.

Identificatie (geanonimiseerd)

13 van

19

Bijlage

3: Advies

Ondergrond

Situatiebeschrijving het plangebied Julianadriehoek te Moerkapelle worden de ontwikkelmogelijkheden voor woningbouw onderzocht. In dit advies gaan we in op verschillende aspecten m.b.t. ondergrond: fysieke ondergrond, 3D-ordening en bodemenergie. Voor

Wij adviseren: 1. Ontwerp vanuit Water en Bodem Sturend en breng de maatregelen in beeld die nodig zijn om hier toekomstbestendig en zonder afwentelen (naar de toekomst, andere gebieden of van privaat naar publiek) te ontwikkelen. 2. Dit plan met 3D-ordening te ontwerpen: gelijktijdig boven- en ondergronds, vanuit het natuurlijk systeem en met een plan van ondergrondse ordening. 3. Onderzoek de mogelijkheden van bodemenergie, ook van een, voor de bodem minder belastend, collectief systeem.

Fysieke ondergrond: opgave voor dit plangebied Het plangebied ligt in een droogmakerij. Dat wil zeggen dat veel veen is weggegraven voor turfwinning, waarna het ontstane meer (de “Zuidplas”) weer is drooggemalen en een droogmakerij is ontstaan. Dankzij de veenwinning is een ander bodemtype nu aan het oppervlak: zware zavel/klei, wat relatief stevige grond is. In het westen van het plangebied ligt nog een restverveningsdijk, een overblijfsel van het verveende landschap. De verhoging in het westen van het plangebied is dus nog het originele veen en is kwetsbaar voor zettingen en bodemdaling. Het Algemeen Hoogtebestand Nederland (AHN, Figuur 3.1) weerspiegelt duidelijk de twee elementen: de veendijk en de meerbodem. De kruin van de veendijk ligt op circa 1.30m beneden NAP (bruin). De voormalige meerbodem ligt zo’n 4 meter lager (blauw in Figuur 3.1).

Figuur 3.1: hoogteligging plangebied Hoewel

het veen

is weggegraven

is op onderstaande

kaart te zien dat nagenoeg het gehele gebied is Waarschijnlijk zitten er toch nog slappere bodemlagen in de

aangeduid als “draagkracht niet optimaal”. ondergrond, waardoor er toch nog enige zetting

Identificatie (geanonimiseerd)

op kan treden.

Op

circa 10 meter beneden

maaiveld

14 van

19

bevindt zich pas het stabiele

pleistocene zandpakket, blijkt uit BROloket (een sondering

aan

de

Julianaweg).

Zandige stroombanen

„

[B

Draagkracht draagkracht is goed

____draagkracht niet optimaal

B Figuur 3.2: Draagkracht In het uiterste noorden

van

draagkracht is slecht

de bodem.

plangebied bevindt zich in de ondergrond een voormalige geul (“zandige stroombaan” in Figuur 3.2). Dit is een voormalige riviergeul die is opgevuld met zandig materiaal. Hier zal de ondergrond steviger zijn, maar het brengt ook een gevaar met zich mee: door de betere doorlatendheid zal het (brakke en ijzerhoudende) grondwater hier makkelijk kunnen opwellen (kwel). Het wordt afgeraden hier grote en diepe waterpartijen te graven omdat de kwel dan nog meer zal toenemen met een slechte waterkwaliteit tot gevolg. van

het

In 2024 is het

landelijk ruimtelijk afwegingskader klimaatadaptatieve gebouwde omgeving uitgebracht. Figuur weergegeven op de kaart bij het ruimtelijk afwegingskader. Uit dit afwegingskader blijkt dat het grootste deel van het plangebied ligt in risicoklasse “ja, mits: kleine opgrave” en een klein deel (westelijk) in risicoklasse “ja, mits: gemiddelde opgave”. Voor deze locatie is er een gemiddelde opgave om klimaatadaptief en toekomstbestendig te kunnen bouwen zonder af te wentelen naar andere gebieden, partijen en/of de toekomst. Hoe groter de opgave, hoe meer maatregelen er getroffen moeten worden en hoe meer kosten hieraan verbonden zijn. In

3.3 is het plangebied

Identificatie (geanonimiseerd) EL

15 van

19

ES î

N

\ à

\

2e

Ò Ps D De

&

i #

1

7 db

f

à

MB

DE $

niet

Ja,

Accepteren

Ja,

Mits:

kleine

Ja,

Mits:

gemiddelde opgave

WM

Ja

Mits:

grote opgave

MN

Nee

ú

Pd

\

bouwen

opgave

r4

Pk 5

-

"

Ü

Tenzij

Figuur 3.3, plangebied op kaart ruimtelijk afwegingskader Als het initiatief

doorgang vindt, is het verstandig om het water- en bodemsysteem in beeld te brengen. En ook de maatregelen (met extra kosten) die nodig zijn om hier te ontwikkelen zonder af te wentelen. In de maatlat klimaatadaptieve gebouwde omgeving staat meer over de te nemen maatregelen. Kijk daarbij ook naar de doelmatigheid en de kosten, en houd je aan het principe ‘niet afwentelen op andere gebieden, partijen en/of de toekomst’. Zo kun je via de inrichting van het gebied en/of de manier van bouwen de risico’s uiteindelijk verlagen naar een acceptabel niveau. 3D-ordening:

kansen

bij dit plan!

Het initiatief gaat uit van de bouw

brengt ook de nodige wensen voor de mee. Met de voorziene ontwikkeling wordt namelijk ook een ondergrondse ruimte de ruimtebeslag op ondergrond gelegd. Denk aan kabels en leidingen, groen (wortels), voorzieningen t.b.v. de energietransitie (bodemenergie of andere duurzame warmte/energiesystemen), riolering, heipalen en voorzieningen t.b.v. klimaatadaptatie. En er zit al het nodige in de ondergrond. Dat vraagt om inzicht en ordening van de ondergrondse ruimte. Daarom is het verstandig om een plan van ondergrondse ordening te maken. Zo kunnen alle voorzieningen en ontwikkelingen worden ingepast, ook de extra maatregelen die noodzakelijk zijn om te bouwen zonder af te wentelen. En kan ook ruimte beschikbaar blijven voor nu nog niet voorziene mogelijke toekomstige plannen. Wij adviseren dan ook om bij de planontwikkeling alle huidige en toekomstige ondergrondse wensen, functies en voorzieningen in beeld te brengen en een plan van ondergrondse ordening te maken. van

woningen.

Dat

met zich

Bodemenergie: onderzoek de mogelijkheden De potentie voor bodemenergie, zowel met open als gesloten systemen, in het plangebied is hoog. Wij adviseren daarom de mogelijkheden van bodemenergie nader te onderzoeken en daarbij ook te kijken naar de mogelijkheid van een collectief systeem voor de woningen gezamenlijk. Zo hoeft de toch al kwetsbare bodem veel minder vaak doorboord te worden. En wordt ondergrondse ruimte bespaard ten

Identificatie (geanonimiseerd)

16 van

19

behoeve

van

andere functies. Er

liggen verschillende

open

en

gesloten bodemenergiesystemen

in de

omgeving van het plangebied. Het plangebied ligt: -__in een interferentiegebied wat betekent een vergunningplicht voor gesloten systemen; en -_bijna in zijn geheel in de interferentiezone van open bodemenergiesystemen in de omgeving. Wordt

gekozen voor bodemenergie, dan moet een interferentieberekening vergunning worden aangevraagd. In Figuur 3.4 is dit weergegeven.

m

worden

uitgevoerd

en

een

gesloten bodemenergiesysteem

interferentieberekening gesloten bodemenergiesysteem open ® bodemenergiesysteem interferentieberekening

[TJ]

open

bodemenergiesysteem

interferentiegebied gesloten systemen

Identificatie (geanonimiseerd)

17 van

19

AAODMH Kaon Bijlage

4: Overzicht

Bedrijven

binnen

plangebied

Globale

Naam

locatie

Hoveniersbedrijf Scheele P. van

Ommeren Aann.bedr. B.V.

Bredeweg | Moerkapelle Bredeweg 16a

Cat. *)

NVT

1

garagebox

3.1

leegstand

Moerkapelle

Bouwbedrijven (incl. schilders, loodgieters, elektriciens)

Moerkapelle

toeleverancier

Bredeweg Agrossier

Laban

Holding BV, Jan Zijderhand Expeditie

22

Bredeweg

22

Bredeweg

24

Moerkapelle

B.V.

Moerkapelle

Stichting De Groene

Bredeweg

Aarde

Moerkapelle Bredeweg

AVH

Automotive

Aannemingsbedrijf Bicer B.V.

Bouwbedrijf

D.

de Graaf

B.V.

Autobedrijf Bredeweg

Identificatie D-2024-00145085

2en3.1

Opslag transport (milieurelevant, niet zijnde BEVI)

in werking in 2019 onderverhuurd meerdere

aan

| bedrijven

3.2

in

werking

1

leegstand

3.2

3.1

strijdig met bp in werking, ook vuurwerk opslag verkoop

3.2

in

2

staat

3.2 2

in in

26a 26b

NVT

Handel

en

reparatie

motorvoertuigen

Bredeweg

toeleverancier

28 30

Moerkapelle

Julianaweg 10 H.

| 3.1

en

Moerkapelle

Bredeweg B.V.

agrarische producten

NVT

Moerkapelle

Benfried B.V. P. van Ommeren

| Bijzonderh.

Branche

14

Moerkapelle

Julianaweg

Moerkapelle

20

Julianaweg 32

en

verhuur

glastuinbouw

van

met

bestrijdingsmiddelen

Bouwbedrijven (incl. schilders, loodgieters, elektriciens) Akkerbouw

fruitteelt (bedrijfsgebouwen) + tuinbouw

werking

en

leeg

Bouwbedrijven (incl. schilders,

loodgieters, elektriciens) Handel

en

reparatie

en

verhuur

18 van

19

van

|

werking werking

en

(v.o.f.) Van B.V.

C.A.

Aalst Groothandel

Greeve

*) Cat. volgens Bedrijven

Identificatie D-2024-00145085

en

Moerkapelle

motorvoertuigen

Julianaweg 6

Moerkapelle

Benzineservicestations (zonder LPG) Fokken en houden van dieren (geen

in werking 2 paarden

Zevenhuizen

GPBV)

(hobbymatig)

Julianaweg 32

milieuzonering

2009

19 van

19

Toelichting grondslagen In dit document kunt u secties vinden die onleesbaar zijn gemaakt. Deze informatie is achterwege gelaten op basis van de Wet open overheid (Woo). De letter die hierbij is vermeld correspondeert met de bijbehorende grondslag in onderstaand overzicht.

J Art. 5.1 lid 2 sub e Het belang van de openbaarmaking van deze informatie weegt niet op tegen het belang van de eerbiediging van de persoonlijke levenssfeer van betrokkenen

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16419931/1