Bijlage 4 Bijlage 3 Ecologische Kansenscan A24.001766
Tekst van het document
KANSENSCAN
Keijzerschool Moerkapelle Gemeente Zuidplas
Maart 2023 1
Inhoud 1.
INTRODUCTIE
3
Colofon Dit document is een uitgave van Nest Natuurinclusief.
1.1
Aanleiding
4
1.2
Onze werkwijze
5
Opgesteld in opdracht van Gemeente Zuidplas.
Auteurs: Ingrid Sloots – Natuurinclusief Adviseur
2.
LOCATIE-ANALYSE
6
Wim Olthof en Irma Dekker – Ecologisch Adviseurs Stef de Horde – Design en Communicatiemanager
3.
2.1
Analyse leefomgeving
7
2.2
Waargenomen diersoorten
11
2.3
Beleid, richtlijnen en verplichtingen
14
KANSENSCAN
© Nest Natuurinclusief B.V. Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Nest Natuurinclusief B.V. nog mag het zonder
25
dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd, behoudens schriftelijk anders overeengekomen. Het was niet mogelijk om van alle afbeeldingen de oorspronkelijke eigenaar te achterhalen. Mocht u van mening zijn dat een afbeelding
3.1
Kansen voor de woningbouwlocatie
26
3.2
Doelsoorten en ambassadeurs
27
3.3
Natuur-inclusieve maatregelen
31
Contact
32
onterecht zonder toestemming is opgenomen verzoeken wij u contact op te nemen met de auteur.
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
2
1.
INTRODUCTIE
1.1 Aanleiding 1.2 Onze werkwijze
3
1.1
AANLEIDING
Gemeente Zuidplas is voornemens om op 3 voormalige schoollocaties woningen te realiseren. Een van die locaties is de Keijzerschoollocatie aan de Beatrixlaan 3 in Moerkapelle. Het is de ambitie van de gemeente om deze woningen natuurinclusief te ontwikkelen, zodat er een groene, gezonde leefomgeving voor mens en dier ontstaat en de lokale natuurwaarde zo veel mogelijk behouden blijft en versterkt wordt. Daarom zijn er voor het thema 'natuurinclusief bouwen' doelstellingen opgenomen in het Programma van Uitgangspunten.
Nest Natuurinclusief is daarom gevraagd om een kansenscan op te stellen als eerste stap in het onderzoek naar mogelijkheden voor de natuurinclusieve ontwikkeling van de woningen in Gemeente Zuidplas. In deze rapportage zijn de resultaten van de locatieanalyse en kansenscan te vinden.
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
4
1.2
ONZE WERKWIJZE
Door middel van een locatie-analyse is de huidige situatie van de locatie in kaart gebracht. Dit gebeurt op 4 hoofdthema's (Natuur, Klimaat, Mensen, Vervuiling) met 13 indicatoren die allemaal gerelateerd zijn aan mogelijke ecosysteemdiensten
Uit de locatie-analyse volgt een kansenscan met mogelijke natuur-inclusieve en klimaat-adaptieve
van de natuur. Deze indicatoren worden vergeleken met standaarden die gerelateerd zijn aan de kwaliteit van de leefomgeving. Daarnaast is middels een locatiebezoek door een ecoloog beoordeeld hoe het staat met de biodiversiteit op het
projectgebied te vergroten.
plangebied en hoe de locatie is aangesloten bij de omgeving. Hieruit blijkt wat er op de locatie goed gaat en behouden kan worden, en op welke thema's er verbetering nodig is.
oplossingen. Ook worden koppelkansen in kaart gebracht om op effectieve wijze te voldoen aan de wensen van de gemeente en de leefbaarheid in het
Als vervolg op de kansenscan geven we specifiek advies per project met voor ieder project een programma van eisen en concrete voorstellen met de best passende mogelijkheden en maatregelen voor natuurinclusief bouwen om de leefbaarheid in het gebied voor mens en dier te verbeteren.
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
5
2.
LOCATIE-ANALYSE EN RICHTLIJNEN
2.1 Analyse leefomgeving 2.2 Waargenomen diersoorten 2.3 Beleid, richtlijnen en verplichtingen
6
2.1
ANALYSE LEEFOMGEVING
Door middel van een locatie-analyse is de huidige situatie van de locatie in kaart gebracht. Dit gebeurt op 4 hoofdthema's (Natuur, Klimaat, Mensen, Vervuiling) met 13 indicatoren die allemaal gerelateerd zijn aan mogelijke ecosysteemdiensten van de natuur. Deze indicatoren worden vergeleken met standaarden die gerelateerd zijn aan de kwaliteit van de leefomgeving. Daarnaast is middels een data-analyse door een ecoloog beoordeeld hoe het staat met de biodiversiteit op het plangebied en hoe de locatie is aangesloten bij de omgeving. Hieruit blijkt wat er op de locatie goed gaat en behouden kan worden, en op welke thema's er kansen zijn.
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
7
Analyse van de kwaliteit van de leefomgeving Deze locatie-analyse van de leefomgeving geeft inzicht in de meest relevante aspecten om de leefbaarheid in een gebied voor mens en dier te verbeteren. Dit zorgt ervoor dat ieder bouw-project kan bijdragen aan een verbeterde leefomgeving. Door middel van een locatie-analyse wordt de huidige situatie van de locatie in kaart gebracht. Dit gebeurt op 4 hoofdthema's (Natuur, Klimaat, Mensen, Vervuiling) met 13 indicatoren die allemaal gerelateerd zijn aan mogelijke eco-systeemdiensten van de natuur. Deze indicatoren worden vergeleken met standaarden die gerelateerd zijn aan de kwaliteit van de leefomgeving. Hieruit blijkt wat er op de locatie goed gaat en behouden kan worden, en op welke thema's er verbetering nodig is. Uit de locatie-analyse volgt een advies met mogelijke natuur-inclusieve en klimaat-adaptieve oplossingen. Ook worden koppelkansen in kaart gebracht om op effectieve wijze te voldoen aan de wensen van de gemeente en de leefbaarheid in het projectgebied te vergroten.
Als vervolg op de analyse geeft specifiek projectadvies inzicht in de best passende mogelijkheden voor natuurinclusief en klimaatadaptief bouwen om de leefbaarheid in het gebied voor mens en dier te verbeteren.
bronnen: RIVM, GGD, CBS, Climate-adaptation Services, NDFF, Mulier Instituut 2.1 – Analyse leefomgeving
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
8
Positieve factoren
Negatieve factoren
Er is een redelijke hoeveelheid groenoppervlak in de omgeving. Dit zorgt voor voldoende verkoeling in de zomer. Er is relatief weinig vervuiling van geluid of fijnstof gemeten. Stress en eenzaamheid bij bewoners in de buurt zijn vrij laag
De soortendiversiteit is echter beperkt, zeker relatief tot de hoeveelheid groen. Er zijn weinig bomen in de omgeving en het is niet een heel beweegvriendelijke omgeving.
is t.o.v. landelijke gemiddelden. Er zijn veel soorten bijen.
Natuur
Vervuiling
Mensen
hevige bui in de omliggende straten.
Indicator
Waarde
Groenoppervlak
49%
% Groen binnen 500 meter
Bomen
3%
% Schaduwrijke bomen binnen 500 meter
Verkoeling natuur
Meetmethodiek
2,2- 2,4
Verkoelend effect van groen (bomen e.d.) en blauw (water) in stedelijke gebieden
300-400
Soortendiversiteit per kilometerhok in klassen weergegeven, op basis van gegevens van de laatste 10 jaar uit de Nationale Databank Flora en Fauna
Bijendiversiteit
40-80
Aantal bijensoorten weer dat er gemiddeld voorkomt
Hittestress
0,6 - 0,8
Zomerhitte in de stad: °C t.o.v. landelijk gebied
Water op straat
20 - 30 cm
De mogelijke hoeveelheid water dat op straat kan komen te staan na een hevige bui.
Energietransitie
niet relevant Energielabel (gemiddeld): A+=5; A = 4 B = 3; C = 2 D- = 1 Geluid in de omgeving: dB 46
Soortendiversiteit
Klimaat
Er is redelijk wat wateroverlast op straat na een
Geluidsoverlast Fijnstof
8
Stress
15,1%
(Heel) veel stress ervaren % bewoners (Landelijk gemiddelde van 17,9%)
Eenzaamheid
7,5%
Eenzaamheid | Ernstig/zeer ernstig eenzaam (Gemiddeld 11,2%)
Beweegvriendelijke omgeving
40 - 60
Kernindicator Beweegvriendelijke omgeving (Gemiddeld 60)
2.1 – Analyse leefomgeving
Fijnstof in de lucht: μg PM2,5 / m3
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
9
Verdiepende analyse I: wateroverlast Water op straat na een hevige bui Uit de analyse van de groen- en klimaatkaarten blijkt dat de groene omgeving een positieve bijdrage levert aan het verkoelen van de omgeving en het terrein. Er blijft echter redelijk wat water op straat rondom de planlocatie na een hevige bui.
Bron: Klimaateffectatlas RIVM
2.1 – Analyse leefomgeving
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
10
Verdiepende analyse II: Behoud van bestaand groen Waardevolle groenelementen in het plangebied In de huidige situatie zijn de biotopen bebouwing, bomen, hagen en grasland aanwezig. De aanwezige klimop en ligusterhagen bieden schuilmogelijkheden voor o.a. huismussen. Dit is vermoedelijk essentieel voor hun leefgebied. Het is van belang dat deze ligusterhagen worden behouden, met name de haag aan de noordzijde van het projectgebied. Ook de westelijke haag is mogelijk essentieel aangezien hier een groot aantal huismussen te vinden was tijdens het veldbezoek. Aanwezige diersoorten in het plangebied Aan een woning aan de Beatrixlaan zijn tijdens het veldbezoek nesten van huiszwaluw aangetroffen. De projectlocatie vormt een geschikte locatie voor huiszwaluwen vanwege de aanwezigheid van voldoende groen, klei en water in de directe omgeving. Onder de (witte!) dakranden van de nieuwbouw kunnen kunstnesten worden opgehangen (noordgevels >2 m hoog). Tijdens het veldbezoek is een groot aantal huismussen aangetroffen. Verwacht wordt dat het gebied van essentiële betekenis is voor de kolonie huismussen. Voor huismussen kunnen nestkasten worden opgehangen aan de noordgevels van de gebouwen (>2 meter hoogte), zorg ervoor dat in directe nabijheid (<5m) van de nestkasten opgaand groenblijvende beplanting aanwezig is om in te schuilen in de vorm van hagen en/of groene gevels (>2m hoogte).
Denk aan wilde liguster, laurier, klimop, hulst, taxus, olijfwilg.
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
11
2.2
WAARGENOMEN DIERSOORTEN
Onze ecologische soorten-analyse geeft inzicht in de soorten die in het plangebied voorkomen en die in de buurt zitten. Deze lijst is niet uitputtend en is voornamelijk bedoeld om de soortenrijkdom weer te geven in het gebied en om een keuze te maken in passende doelsoorten.
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
12
Overzicht van waargenomen diersoorten De realisatie van grondgebonden woningen met tuinen in het plangebied en de relatief rustige, groene buurt waarin de woningen komen, maakt het een
Aan een woning aan de Beatrixlaan zijn tijdens het veldbezoek nesten van de huiszwaluw aangetroffen. De projectlocatie vormt een geschikte locatie voor
geschikte ontwikkeling voor o.a. huismussen, vleermuizen, egels, merels en insectensoorten, zoals de argusvlinder. Tijdens het veldbezoek is een groot aantal huismussen aangetroffen. Verwacht wordt dat het gebied van essentiële
huiszwaluwen vanwege de aanwezigheid van voldoende groen, klei en water in de directe omgeving. In de kansenscan (sectie 3.2) worden deze soorten benoemd als ambassadeurs.
betekenis is voor de kolonie huismussen.
VOGELS
DAGVLINDERS
VLEERMUIZEN
Blauwe reiger Boerenzwaluw
Merel Pimpelmees
Argusvlinder Atalanta
Groot koolwitje Icarusblauwtje
Buizerd
Putter
Bont zandoogje
Klein geaderd witje
Ekster Fazant
Ringmus Roodborst
Boomblauwtje Bruin blauwtje
Klein koolwitje Kleine vos
Gierzwaluw Groenling
Scholekster Sperwer
Citroenvlinder Dagpauwoog
Landkaartje Koninginnenpage
Grote bonte specht
Spreeuw
Distelvlinder
Koevinkje
Halsbandparkiet Heggenmus
Tjiftjaf Turkse tortel
Gehakkelde aurelia
Holenduif Houtduif
Vink Waterhoen
Huismus
Wilde eend
Huiszwaluw Kauw
Winterkoning Witte kwikstaart
Kievit Knobbelzwaan
Zanglijster Zilvermeeuw
Kokmeeuw Koolmees Meerkoet 2.2 – Waargenomen diersoorten
Gewone dwergvleermuis
Ruige dwergvleermuis
Laatvlieger
Rosse vleermuis
AMFIBIEËN Gewone pad Rugstreeppad
ZOOGDIEREN
doelsoorten
Zwarte kraai
Bruine rat Egel
Huisspitsmuis Bunzing
Zwarte roodstaart Zwartkop
Haas
Muskusrat
Mol
Kleine watersalamander
Bron: NDFF, 10 jaar
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
13
2.3
BELEID, RICHTLIJNEN EN VERPLICHTINGEN
Naast de ecologische locatie-analyse en dataanalyse om de kwaliteit van de leefomgeving in kaart te brengen, brengen we in kaart wat de belangrijkste richtlijnen en verplichtingen zijn voor natuur en bouwen op deze locatie. We omschrijven de wettelijke verplichtingen voor natuurbescherming en beoordelen de bijbehorende ecologische onderzoeken. We geven daarbij advies over een gebiedsgerichte aanpak. We maken een samenvatting van relevante doelstellingen en visies vanuit de gemeente en geven een overzicht van de klimaat-adaptieve richtlijnen van de provincie die gerelateerd zijn aan de realisatie van natuur (groentenzij). Met dit overzicht geven we inzicht in welke doelstellingen relevant of zelfs verplicht zijn vanuit de verschillende overheden.
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
14
Verplichtingen vanuit de Wet natuurbescherming Proces tot ontheffingsverlening
Zorg voor goede onderbouwing van het wettelijk belang
Wanneer je wil gaan bouwen of renoveren, ben je wettelijk verplicht om een ecologisch deskundige in te schakelen. Zo’n ecologisch deskundige brengt in kaart of er nest- of verblijfplaatsen, foerageergebied (voedsel) en/of belangrijke
Als locatie-eigenaar ben je verantwoordelijk voor de ontheffingsaanvraag. Een ecologisch adviseur kan hierbij helpen. De onderbouwing van het belang van de ontwikkeling zal echter goed omschreven moeten worden om de noodzaak
routes voor beschermde soorten aanwezig zijn op de locatie.
voldoende te onderschrijven. Dit kan niet simpelweg bij de adviseur gelegd worden, want dan is het risico op een negatief besluit groot wat de bouw zal vertragen of zelfs geheel verbieden.
Veelvoorkomende soorten zijn huismussen, gierzwaluwen, dwergvleermuizen en rugstreeppadden. Wanneer dit het geval is, moet je vaak eerst maatregelen treffen en een ontheffing aanvragen, want de wet verbiedt verstoring of het doden van beschermde diersoorten en beschermt een aantal plantsoorten.
Verplichtingen voor nieuwbouw Bij nieuwbouw moet voor de beschermde diersoorten die al in het gebied aanwezig zijn een geschikt leefgebied gerealiseerd worden. Het is verstandig om al vanaf het eerste ontwerp deze beschermde soorten mee te nemen in het ontwerpproces. Dat is een kleine moeite en zorgt zelfs vaak voor overcompensatie van mogelijkheden voor dieren waar je later in het bouwproces profijt van kunt hebben, omdat dit zorgt voor voldoende mogelijkheden in het gebied.
Let op: De onderzoeken en maatregelen kunnen alles bij elkaar maanden of zelfs enkele jaren duren. Begin dus op tijd met het uitvoeren van ecologisch onderzoek en het nemen van mitigerende en compenserende maatregelen. Bron: Nest Natuurinclusief 2.3 – Beleid, richtlijnen en verplichtingen
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
15
Resultaten van de ecologische quickscan Hier volgt een overzicht van de resultaten voor beschermde gebieden en verschillende soortgroepen als resultaat van de ecologische quickscan die op de locatie is uitgevoerd. Beschermde gebieden Effecten op beschermde natuurgebieden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk. Beschermde soorten In de onderstaande tabel is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde soorten. Voor voorliggend plan is er nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van huismus en vleermuizen.
2.3 – Beleid, richtlijnen en verplichtingen
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
16
Resultaten uit de Soorten Kansenkaart (SKK) van de Omgevingsdienst Haaglanden
Huismus
Rugstreeppad
Gierzwaluw
Ruige dwergvleermuis Gewone Dwergvleermuis
De SKK is een kansenkaart die inzicht geeft in de waarschijnlijkheid van het voorkomen van acht veel voorkomende beschermde soorten op een bepaalde locatie.
2.3 – Beleid, richtlijnen en verplichtingen
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
17
Stappenplan voor de Wet natuurbescherming met een gebiedsgerichte, pro-actieve aanpak 1.
Gebiedsgerichte aanpak voor de ecologische quickscan en veldonderzoeken. Laat een quickscan en veldonderzoeken uitvoeren voor het gehele terrein en de gebouwen die gesloopt en gewijzigd gaan worden. Neem ook gebouwen mee waarvoor verduurzaming/(na)isolatie gepland staat. Ingrepen op of aan de gevel zijn namelijk vaak ook ontheffingsplichtig en kunnen een negatieve invloed hebben op de verblijfmogelijkheden voor vleermuizen. De project-overschrijdende aanpak is efficiënter dan losse onderzoeken per project. Let wel op de beperkte geldigheid van onderzoeksresultaten voor het aanvragen van ontheffingen.
2.
Mitigerende maatregelen en natuurinclusief bouwen. Door bij het ontwerpen van de nieuwbouw te voorzien in de verblijven en andere habitatvoorwaarden voor soorten die (mogelijk) al aanwezig zijn en beschermd moeten worden, zal het terrein meer mogelijkheden bieden voor deze soorten. Dat maakt het steeds makkelijker om alternatieve plekken op het terrein aan te wijzen om tijdelijk een soort een plek te bieden wanneer er bijvoorbeeld gesloopt of gerenoveerd zal worden.
3.
Ontheffing aanvragen. Zorg voor voldoende onderbouwing van het wettelijk belang en een duidelijk beschermings- en groeiplan van de natuur op het terrein. Er kan ook een ontheffing voor meerdere projecten aangevraagd worden. Let wederom op de termijnen van geldigheid van onderzoek en ontheffingen. Het ecologisch adviesbureau dat de onderzoeken uitvoert kan hierin adviseren.
2.3 – Beleid, richtlijnen en verplichtingen
Inspiratiegids Ipse de Bruggen – Craeyenburch Nootdorp Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
18
Gemeentelijk beleid en ambities De ambitie van Gemeente Zuidplas is dat in 2050 Zuidplas een duurzame, toekomstbestendige en energie-neutrale gemeente. Zuidplas is dan opgewassen tegen de gevolgen van extreem weer en gaat zorgvuldig om met grondstoffen en afval. De omgeving van Zuidplas is prettig en gezond met schoon water, schone lucht, weinig geluidshinder en grote biodiversiteit. Een veilige en gezonde leefomgeving is voor iedereen heel belangrijk. Water, lucht, bodemkwaliteit en biodiversiteit zijn met elkaar verbonden en spelen allemaal een grote rol om de leefomgeving gezond te maken. Op de volgende pagina's worden zowel het speelruimteplan als het bomenbeleid uitgelicht. Bron: www.zuidplas.nl/collegeprogramma-van-burgemeester-en-wethouders
Deze beleidsdoelen en ambities worden meegenomen in de keuze van passende natuur-inclusieve maatregelen voor de ontwikkeling van de woningen en de bijbehorende omgeving.
2.3 – Beleid, richtlijnen en verplichtingen
“Het college wil het eigen karakter en de identiteit van de dorpen én buurtschappen behouden. De groenstructuren in en om de dorpen wil het college versterken en de openbare ruimte beweegvriendelijker inrichten. Schone lucht, schoon water, het minimaliseren van geluidsoverlast en biodiversiteit maken Zuidplas duurzaam. Het college zet in op het faciliteren van inwoners in de energietransitie en het isoleren van de woning. We nemen maatregelen om wateroverlast, hittestress en droogte zoveel mogelijk tegen te gaan. Zo blijft de gemeente groen, gezond en veilig.” - Collegeprogramma 2022-2026 Ruimte voor iedereen -
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
19
Speelruimteplan Gemeente Zuidplas Het speelruimteplan geeft invulling aan de kaders uit het collegeprogramma en groenbeheerplan 2015-2030. Het collegeprogramma stelt: Bij plannen en projecten in de leefomgeving betrekken we inwoners en ondernemers. Zij kennen hun buurt immers het best. We ondersteunen initiatieven van inwoners en ondernemers als deze het maatschappelijk belang niet schaden. .... We betrekken onze jeugd bij de leefomgeving, met natuurlijke speelplaatsen en ruimte voor buitenspelen. De speelvoorzieningen verdelen we evenwichtig over de dorpen en wijken. Uitgangspunt in het groenbeheerplan is: Het spelen in de buitenruimte wordt versterkt door het speelaanbod te verbreden en het huidig areaal in stand te houden. Invulling wordt gegeven aan een gelijkwaardige wijze van verdeling van speelplekken over de woonwijken. Conform het Model Zuidplas, beheer openbare ruimte beantwoord dit speelruimteplan op basis van de kaders uit het groenbeheerplan (waarom) de wat vraag. Bron: Speelruimteplan Gemeente Zuidplas
2.3 – Beleid, richtlijnen en verplichtingen
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
20
Bomenbeleid Gemeente Zuidplas Het bomenbeleid van de gemeente geeft aan dat bij aanvang van een projectontwikkelingstraject (nieuwbouw en renovatie, ontwikkeling en civieltechnische projecten) een ‘quickscan bomen’ uitgevoerd wordt om mogelijk aanwezige knelpunten, maar ook kansen voor bestaande en nieuw aan te planten bomen inzichtelijk te krijgen. Als uit de ‘quickscan bomen’ volgt dat er mogelijk knelpunten te verwachten zijn, zullen de precieze gevolgen en mogelijkheden voor bomen nader moeten worden bepaald via een Bomen Effect Analyse, zodat afgewogen beslissingen ten aanzien van de toekomst van de boom of bomen mogelijk zijn.
2.3 – Beleid, richtlijnen en verplichtingen
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
21
Provinciaal beleid en richtlijnen Icoonsoorten Provincie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland hecht veel waarde aan de natuur en doet er ook alles aan om deze natuur te versterken, zodat wij er nu én in de toekomst van kunnen blijven genieten. Sommige dieren en plantensoorten zijn echt kenmerkend voor Zuid-Holland. Om te zorgen dat Zuid-Holland zoveel mogelijk soorten houdt, is er gekozen voor zogenaamde “icoonsoorten”. Als het leefgebied van de icoonsoorten op orde is dan gaat het goed met de Zuid-Hollandse natuur. Zij zijn een graadmeter daarvoor. Veel soorten profiteren namelijk mee van de maatregelen die worden getroffen voor de icoonsoorten. Zuid-Holland heeft 40 icoonsoorten. Deze lijst van icoonsoorten wordt, samen met het overzicht van waargenomen soorten en in relatie tot de projectplannen, gebruikt om passende doelsoorten (ambassadeurs) voor de natuur-inclusieve ontwikkeling te selecteren.
Bron: www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuurlandschap/natuurrijk-zuid/icoonsoorten/
2.3 – Beleid, richtlijnen en verplichtingen
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
22
Bron: www.zuid-holland.nl/onderwerpen/natuurlandschap/natuurrijk-zuid/icoonsoorten/
2.3 – Beleid, richtlijnen en verplichtingen
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
23
Leidraad Klimaatadaptatie van Provincie Zuid-Holland
De leidraad kan gebruikt worden om de doelen vanuit de analyse van de leefomgeving aan te vullen met concrete eisen voor de ontwikkeling.
bron: www.bouwadaptief.nl
Doel (Omgevingsvisie)
Eis (Omgevingsplan)
Range
Hevige neerslag leidt niet tot schade aan infrastructuur, gebouwen, eigendommen of groen in de bebouwde omgeving.
N1: Een groot deel van de neerslag (50 mm) van een korte hevige bui (1/100 jaar, 70 mm in 1 uur) op privaat terrein wordt op dit terrein opgevangen en vertraagd afgevoerd. De berging is niet eerder dan in 24 uur leeg en is in maximaal 48 uur weer beschikbaar, of wordt gestuurd.
40-70 mm
N2: In het plangebied treedt geen schade op aan bebouwing en voorzieningen bij extreem hevige neerslag (1/250 jaar, 90 mm/u). Langdurige droogte leidt niet tot verdroging of schade aan de bebouwde omgeving.
Tijdens hitte biedt de bebouwde omgeving een gezonde en aantrekkelijke leefomgeving.
D1: De inrichting van het plangebied is afgestemd op de verwachte grondwaterstanden en de zoetwaterbeschikbaarheid tijdens droogte D2: In het plangebied wordt 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag geïnfiltreerd.
20-100%
H1: Tenminste 50% schaduw in het plangebied op de hoogste zonnestand voor verblijfsplekken en gebieden waar langzaam verkeer zich verplaatst.
20-60%
H2: Tenminste 40% van alle oppervlakken wordt warmtewerend of verkoelend ingericht/gebouwd om opwarming van het stedelijk gebied verminderen.
30-80%
H3: Koeling van gebouwen leidt niet tot opwarming van de (verblijfs-)ruimte in de directe omgeving. Bodemdaling in bebouwd gebied blijft beperkt en betaalbaar.
B1: Maatregelen die schade door bodemdaling tegengaan en kosteneffectief zijn over de levensduur van 60 jaar worden in het ontwerp opgenomen.
Groenblauwe structuur en biodiversiteit worden versterkt op de planlocatie en in de directe stedelijke omgeving.
B1: Het horizontale en verticale oppervlak wordt in samenhang met de groenblauwe structuren in de bredere omgeving ingericht en creëert een hoogwaardige habitat voor ten minste gebouw bewonende soorten.
De bebouwde omgeving is bestand tegen overstromingen.
V1: Voor overstromingen met een waterdiepte tot 20 cm treedt geen schade aan gebouwen op en blijven hoofdwegen begaanbaar.
1-3 Soortencategorieën
V2: Voor overstromingen met een waterdiepte tot 50 cm worden maatregelen getroffen om schade aan gebouwen te beperken, als deze doelmatig zijn. V3: Voor overstromingen met een waterdiepte tot 200 cm worden maatregelen getroffen om vitale infrastructuur en kwetsbare objecten te beschermen. V4: Voor overstromingen met een waterdiepte boven 200 cm worden maatregelen getroffen om veilig te kunnen schuilen in het overstroomde gebied. 2.3 – Beleid, richtlijnen en verplichtingen
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
24
3.
KANSENSCAN
3.1 Kansen voor natuurinclusief bouwen 3.2 Doelsoorten en ambassadeurs 3.3 Natuur-inclusieve maatregelen
25
3.1
KANSEN VOOR DE WONINGBOUWLOCATIE Bewegen en ontmoeten in de wijk
Verhoging biodiversiteit Behouden van groen in de buurt
Op basis van de locatie-analyse zijn de belangrijkste kansen voor de natuur inzichtelijk gemaakt.
1.
De eerste kans is het verhogen van de biodiversiteit. Hierbij kan vooral meer diversiteit in beplanting worden aangebracht met inheemse soorten. Ook het creëren van habitats voor doelsoorten en reeds aanwezige soorten is belangrijk.
2.
De tweede kans is het behoud van bestaande natuur, zoals de bestaande bomen en hagen.
3.
De derde kans is het reduceren van wateroverlast door de natuur in te zetten als oplossing met o.a. wadi's en halfverharding.
4.
De laatste kans is het stimuleren van ontmoeten en spelen door het realiseren van een prettige, groene leefomgeving die kinderen een natuurrijke speelplek geeft met een buurtplein in de wijk.
bronnen: RIVM, GGD, CBS, Climate-adaptation Services, NDFF, Mulier Instituut
Reduceren wateroverlast
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
26
3.2
Even voorstellen:
DE AMBASSADEURS VAN DE KEIJZERSCHOOL
Om de biodiversiteit te stimuleren zijn een aantal doelsoorten geselecteerd die ieder een eigen rol vervullen. Door voor deze soorten gericht een habitat te realiseren, wordt het plangebied geschikt voor veel meer gerelateerde soorten en wordt er aandacht besteed aan verschillende aspecten die zorgen voor een goede basiskwaliteit natuur en veel biodiversiteit in het gebied. Het uiteindelijke doel is om een gebalanceerd ecosysteem te creëren, waar de genoemde doel-soorten nadrukkelijk deel van uitmaken.
Merel
Argusvlinder
Rosse vleermuis
Huiszwaluw
Huismus
Egel
Laatvlieger en dwergvleermuis Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
27
Huismus
Huiszwaluw
Merel
Ambassadeur voor alle kleine kwetteraars en voor en goede verbinding tussen gebouw en gebied.
Ambassadeur voor een waterrijke omgeving met voldoende groen.
Ambassadeur van groene gevels en van gezang in tuinen en bomen.
De huismus heeft een voorkeur voor een rommelige, menselijke omgeving, met water, zand, struikgewas en lage bomen.
Huiszwaluwen geven de voorkeur aan een waterrijke omgeving waar ze muggen vinden. Huiszwaluwen eten enorme hoeveelheden muggen en andere vliegende insecten, die in volle vlucht worden gevangen. Een huiszwaluw bouwt van klei en zand een komvormig nest tegen rotswanden. Maar huizen van baksteen en beton voldoen ook prima en de huiszwaluw is bij ons dan ook een echte cultuurvolger geworden.
In bijna geheel Nederland is een geschikt biotoop beschikbaar voor de merel. Van weilanden tot wegbermen, merels weten er hun voedsel te vinden. Het talrijkst in groene buitenwijken en in vochtige bossen met veel ondergroei. Het voedsel bestaat uit wormen, insecten, bodemdiertjes, bessen en fruit. Als broedplaats en schuilplaats is dichtbegroeid, opgaand groen van belang.
Mogelijkheden voor de ontwikkeling:
Mogelijkheden voor de ontwikkeling:
worden
Onder de (witte!) dakranden van de nieuwbouw
Groene gevels en groene tuinafscheidingen helpen
opgehangen aan de noordgevels van de gebouwen (>2 meter hoogte), zorg ervoor dat in directe nabijheid (<5m) van de nestkasten opgaand
kunnen kunstnesten worden opgehangen (noordgevels >2 m hoog). Wanneer er schuine daken met witte overstekken worden gerealiseerd,
merels en andere vogels om zich veilig te voelen.
groenblijvende beplanting aanwezig is om in te schuilen in de vorm van hagen en/of groene gevels.
zal ook de huiszwaluw zijn plek hier kunnen vinden.
Ze zijn het talrijkst in dorpen en in oudere buitenwijken met rommelige tuinen. Als er veel hoge bomen staan, verdwijnt de huismus. Het menu van de huismus bestaat uit o.a. zaden, granen, insecten, bloemknoppen en vetbollen. In broedtijd eten ze voornamelijk insecten. Mogelijkheden voor de ontwikkeling: Voor
huismussen
3.1 - De Ambassadeurs
kunnen
nestkasten
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
28
Egel
Argusvlinder
Ambassadeur voor goede, groene verbindingen, toegankelijk water en rommelige natuur.
Ambassadeur voor diversiteit in ecotopen en waardplanten.
Tuinen met groene schuilplaatsen zijn een goede plek om egels te spotten. Egels zijn verassend lenig. Ze kruipen door nauwe spleten en kunnen prima zwemmen, een kleine sloot is geen barrière, maar in vijvers verdrinken ze nog weleens vanwege de steile oeverranden. De meeste waarnemingen komen uit groene buurten, parken en van landgoederen. De egel houdt van bosrijke verbindingen en recreatieterreinen en verplaatst zich door bosgebieden en wijken met veel groen.
De argusvlinder is een algemene standvlinder die verspreid over het hele land voorkomt. Het laatste decennium is deze soort sterk in aantal achteruitgegaan. De argus vlinder komt voor in een gevarieerd aantal graslanden met kale grond langs slootkanten, wegen, dijken, heggen en bosranden. Hierbij geeft de argusvlinder de voorkeur aan vochtig tot vrij droge vegetatie met een afwisseling tussen kale grond, lage vegetatie en hogere kruidenrijke ruigte.
Mogelijkheden voor de ontwikkeling:
Mogelijkheden voor de ontwikkeling:
Zorg voor voldoende dekking in de vorm van
Er zijn veel mogelijkheden voor het aanplanten van
struiken en een groot aaneengesloten leefgebied met zo min mogelijk wegen en verbind tuinen met elkaar door openingen of groene erfafscheidingen..
nectarrijke vegetatie, zoals braam, rode klaver, akkerdistel en vlinderstruik.
3.1 - De Ambassadeurs
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
29
Gebouwbewonende vleermuizen Ambassadeur voor een goede verbinding tussen gebouwen en de omgeving.
Rosse vleermuis Ambassadeur voor oudere bomen en behoud van waardevol groen.
Vleermuizen jagen in de beschutting van opgaande elementen langs bomenrijen, straatlantaarns, gevels, tuinen en waterpartijen. Ze eten voornamelijk muggen, nachtvlinders en andere (nacht-) insecten. De belangrijkste verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en laatvlieger bevinden zich binnen Nederland voornamelijk in gebouwen, in spouwmuren, achter betimmering en daklijsten of onder dakpannen.
De rosse vleermuis is in West-Europa een uitgesproken boombewonende soort. Zowel solitaire mannetjes, groepen vrouwtjes met jongen, als dieren in winterslaap gebruiken boomholten als onderkomen. Doordat de rosse vleermuis tamelijk luidruchtig is, en de geluiden ook zonder hulpmiddelen vaak goed te horen zijn, zijn de verblijfplaatsen relatief makkelijk te vinden. Zodoende is het gebruik van boomholten door de rosse vleermuis ook al lange tijd bekend.
Mogelijkheden voor de ontwikkeling:
Mogelijkheden voor de ontwikkeling:
Er kunnen vleermuisverblijven worden ingebouwd
Behoud zo veel mogelijk de bestaande bomen en
en verblijfsplekken worden gerealiseerd in de gebouwen. Ook kan het groengebied dienen als foerageergebied, en zijn doorgaande bomenrijen
het struweel in het plangebied.
en waterlijnen belangrijk als infrastructuur.
3.1 - De Ambassadeurs
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
30
Maatregelen die passen bij de doelstellingen voor de woningbouwlocatie Er zijn een aantal maatregelen die goed passen bij de natuur-inclusieve kansen voor dit plangebied. 1. Verblijfsplaatsen voor huismussen, huiszwaluwen en voor vleermuizen (laatvliegers en dwergvleermuizen) worden meegenomen in het ontwerp van de gebouwen. 2. Kopgevels worden groene gevels als schuil- en broedplaats voor zangvogels als de merel. 3. Bomen worden behouden (o.a. voor vogels en de rosse vleermuis) en er wordt meer gelaagdheid toegevoegd met struiken en kruidenrijk grasland. 4. Tuinafscheidingen zijn natuurlijk en maken verplaatsing tussen tuinen mogelijk. 5. Wadi's kunnen zorgen voor minder wateroverlast en zijn waardevol voor o.a. egels en als foerageergebied voor vleermuizen. el en
6. Halfverharding voor de parkeervakken zorgt voor minder wateroverlast. sp
7. Een natuurspeeltuin maken van het wadi-gebied als ontmoetingsplek en speelplek voor kinderen in de buurt.
Overzicht van maatregelen en kansen 1
er 2. hog Be in g 3. ho b Re ud iod d va iv 4. u e St ce n g rsit im re ro eit ul n en er w en a t on ero tm ve oe rla te st n en
NATUUR-INCLUSIEVE MAATREGELEN
1. V
3.3
üVerblijfplaatsen voor huismussen en vleermuizen in de gevels inbouwen üGroene gevels als beschutting en broedplek
2
3
4
1. Verhoging biodiversiteit x x
üBehoud groen en kap van bomen voorkomen
x
3. Reduceren wateroverlast
x
üGroene tuinafscheidingen
x
x
üBloemrijk grasland met ecologisch maaibeheer
x x
x x
üBiodiverse wadi's üHalfverharding parkeervakken üNatuurlijke speelplek en buurtplein
x
2. Behoud van groen
x x
4. Stimuleren ontmoeten en spelen
x
Kansenscan Gemeente Zuidplas - Keijzerschool Moerkapelle
31
CONTACT Ingrid Sloots Adviseur Natuurinclusief Bouwen email: ingrid@nestnatuurinclusief.nl telefoon: 06 15 15 13 01 www.nestnatuurinclusief.nl
Inspiratiegids Ipse de Bruggen – Craeyenburch Nootdorp
32
33