Bijlage 4 Bestemmingsplan ‘Kamerlingh Onnes’ – toelichting A23.000731
Tekst van het document
bestemmingsplan
Kamerlingh Onnes Gemeente Zuidplas
Planstatus:
vastgesteld
Plan identificatie:
NL.IMRO.1892.BpKamerlinghOnnNkr-Va01
Datum:
17 april 2024
Kenmerk Buro SRO:
SR230154
Opdrachtgever:
Gemeente Zuidplas
Buro SRO 't Goylaan 11 3525 AA Utrecht 030-2679198 www.buro-sro.nl
2
Inhoudsopgave hoofdstuk 1 Inleiding .................................................................................................................................. 6 1.1 Aanleiding ........................................................................................................................................................... 6 1.2 Ligging plangebied............................................................................................................................................... 6 1.3 Geldende beheersverordeningen ....................................................................................................................... 7 1.4 Leeswijzer ............................................................................................................................................................ 9
hoofdstuk 2 Planomschrijving ................................................................................................................. 10 2.1 Huidige situatie ................................................................................................................................................. 10 2.2 Toekomstige situatie ......................................................................................................................................... 12 2.3 Bomen Effect Analyse en klimaatadaptatie ...................................................................................................... 16 2.4 Beeldkwaliteit ................................................................................................................................................... 18
hoofdstuk 3 Beleidskader ........................................................................................................................ 20 3.1 Nationaal beleid ................................................................................................................................................ 20 3.2 Provinciaal beleid .............................................................................................................................................. 22 3.3 Gemeentelijk beleid .......................................................................................................................................... 26
hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten ........................................................................................... 30 4.1 Milieueffectrapportage ..................................................................................................................................... 30 4.2 Bodem ............................................................................................................................................................... 31 4.3 Bedrijven en milieuzonering.............................................................................................................................. 32 4.4 Geluid ................................................................................................................................................................ 33 4.5 Externe veiligheid .............................................................................................................................................. 34 4.6 Luchtkwaliteit .................................................................................................................................................... 37 4.7 Ecologie .............................................................................................................................................................
38 4.8 Archeologie ....................................................................................................................................................... 41 4.9 Waterparagraaf ................................................................................................................................................. 42 4.10 Verkeer en parkeren ....................................................................................................................................... 46 4.11 Niet gesprongen explosieven .......................................................................................................................... 49 4.12 Duurzaamheid ................................................................................................................................................. 50 4.13 Bezonning ........................................................................................................................................................ 51
hoofdstuk 5 Juridische planbeschrijving ................................................................................................. 53 5.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 53 5.2 Bestemmingen .................................................................................................................................................. 53
hoofdstuk 6 Economische uitvoerbaarheid ............................................................................................ 55 hoofdstuk 7 Maatschappelijke uitvoerbaarheid ..................................................................................... 56 7.1 Algemeen .......................................................................................................................................................... 56 7.2 Participatie ........................................................................................................................................................ 56 7.3 Vooroverleg ....................................................................................................................................................... 57 7.4 Zienswijzen ........................................................................................................................................................ 57
hoofdstuk 8 Handhaving .......................................................................................................................... 58
3
BIJLAGEN Bijlage 1. Nota van Uitgangspunten Kamerlingh Onnes 07-06-2023 Bijlage 2. Bomen Effect Analyse en klimaatadaptieve toets 23-05-2023 Bijlage 3. Kansenscan natuurinclusief bouwen 05-2023 Bijlage 4. M.e.r. beoordelingsbesluit Bijlage 5a. Vooronderzoek bodem 30-06-2023 Bijlage 5b. Vervolgonderzoek bodem 30-10-2023 Bijlage 6. Geluidbelasting weg- en railverkeer 25-07-2023 Bijlage 7. Quickscan Wet natuurbescherming 06-04-2023 Bijlage 8. Memo AERIUS-berekening Kamerlingh Onnes 16-11-2023 Bijlage 9. Samenvattend rapport parkeren 29-04-2024 Bijlage 10. Bezonningsstudie Kamerlingh Onnes 09-10-2023 Bijlage 11. Nota zienswijzen en overlegreacties
4
5
hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Met de verplaatsing van de Prins Willem Alexanderschool naar de Brede School in Esse Zoom Hoog is de binnenstedelijke locatie aan de Kamerlingh Onnesstraat sinds september 2010 beschikbaar gekomen voor herontwikkeling. Het braak laten liggen van deze locatie is niet wenselijk, aangezien ruimte schaars is. De vrijgekomen locatie kan worden herontwikkeld ten behoeve van woningbouw, zoals dit destijds is aangewezen. Gezien de beperkte mogelijkheden om woningbouw te realiseren in Nieuwerkerk aan den IJssel is het verwezenlijken van deze woningbouwlocatie essentieel. De wijk eromheen bestaat voor het grootste gedeelte uit eengezinswoningen, voor ouderen die kleiner en gelijkvloers willen gaan wonen is in hun eigen wijk niet veel beschikbaar. Juist daarom is het belangrijk dat mensen ook binnen hun eigen wijk zo zelfstandig als mogelijk oud kunnen worden. In dit kader is op 27 september 2011 door de raad van de gemeente Zuidplas ingestemd met de realisatie van een project met 30 woonunits voor dementerende senioren en 17 zelfstandige huurwoningen voor 65-plussers. Toen dit project niet haalbaar bleek heeft een zorgverlener tevergeefs onderzocht of zij het project zelfstandig of in samenwerking met een andere partij kon voortzetten.
Voorts heeft de gemeente zich daarom opnieuw beraden over het te realiseren programma, waarop besloten werd dat ingezet wordt op de bouw van zelfstandige woningen zonder een directe koppeling met zorg. De woningen moeten echter zodanig worden ingericht dat wanneer de bewoner zorg wenst in te kopen, deze ook eenvoudig in de woning geleverd kan worden. De gemeente heeft daarbij het voornemen om levensloopbestendige huurwoningen, in de vorm van een ouderenwoongroep te realiseren op deze locatie. De kaders van de beoogde ontwikkeling zijn verder uitgewerkt in een 'Nota van Uitgangspunten Kamerlingh Onnes in Nieuwerkerk aan den IJssel' (d.d. 27 juni 2023 vastgesteld), waarbij uitgegaan wordt van 44 appartementen (35 sociale huurwoningen en 9 middenhuur). De betreffende Nota van Uitgangspunten is als bijlagen bij toelichting, bijlage 1 bijgevoegd. Het voorliggende bestemmingsplan heeft betrekking op herontwikkeling van de gronden van de Prins Willem Alexanderschool met woningbouw. Op basis van de geldende beheersverordening geldt ter plaatse de bestemming 'Maatschappelijke doeleinden', waarbij wonen niet is toegestaan. Derhalve is een nieuw bestemmingsplan vereist. Het voorliggende bestemmingsplan voorziet daarin en heeft als doel een nieuw en actueel planologisch-juridisch kader te bieden dat de realisatie van de voorgenomen plannen mogelijk maakt.
1.2 Ligging plangebied Het plangebied is gelegen in het westelijke gedeelte van het dorp Nieuwerkerk aan den IJssel, dat onderdeel is van de gemeente Zuidplas. De planlocatie bestaat uit een al enige tijd braakliggend terrein van de voormalige Prins Willem Alexanderschool in de wijk Dorrestein. Het plangebied wordt grotendeels omsloten door woningbouw en een middelbare school (Thorbecke, locatie Nieuwerkerk aan den IJssel), tussen de Kamerlingh Onnesstraat aan de noordzijde, de Zernikestraat aan de oostzijde, het Tinbergenpad aan de zuidzijde en de Zeemanstraat aan de westzijde. Het plangebied is kadastraal bekend onder de (voormalige) gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel, sectie A, perceelnummer 7312. Het totale plangebied heeft een omvang van 4.940 m². Op de navolgende afbeeldingen zijn de globale ligging en begrenzing van het plangebied weergegeven.
6
Globale ligging plangebied, rood omcirkeld (bron: Google Earth)
Globale begrenzing plangebied, rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
1.3 Geldende beheersverordeningen Voor het plangebied geldt de 'Beheersverordening Nieuwerkerk aan den IJssel' (vastgesteld op 6 maart 2018) en de 'Partiële herziening beheersverordening Nieuwerkerk aan den IJssel' (vastgesteld op 16 februari 2022). Beheersverordening Nieuwerkerk aan den IJssel Deze beheersverordening bepaalt het ruimtelijk kader voor verschillende woongebieden in Nieuwerkerk aan den IJssel. De verordening geeft de bouw- en gebruiksregels om het gebruik van de leefomgeving te regelen. Deze regels zijn gebaseerd op het bestemmingsplan 'Dorrestein 2006', zoals dat op 27 maart 2007 is vastgesteld door de gemeenteraad van de toenmalige gemeente Nieuwerkerk aan den IJssel.
7
De volgende afbeelding toont een uitsnede van de verbeelding (plankaart) van het bestemmingsplan 'Dorrestein 2006'.
Uitsnede bestemmingsplan 'Dorresetein 2006', plangebied rood omkaderd (bron: ruimtelijkeplannen.nl)
De gronden van de planlocatie zijn voorzien van de bestemming 'Maatschappelijke doeleinden'. Deze gronden zijn bestemd voor maatschappelijke voorzieningen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen het op de verbeelding (plankaart) aangegeven royale bouwvlak worden gebouwd. Er geldt een maximum bouwhoogte van gebouwen van 4 m. Buiten het bouwvlak mogen uitsluitend erfafscheidingen en andere bouwwerken, geen gebouwen zijnde, worden gebouwd. Partiële herziening beheersverordening Nieuwerkerk aan den IJssel De herziening is opgesteld om de parkeerregeling en de archeologieregeling van toepassing te kunnen laten zijn op de gronden van de beheersverordening en om te voorzien in een eenduidige regelgeving ten aanzien van verkamering binnen de gemeente. - Parkeerregeling Voldoende parkeervoorzieningen is een belangrijke voorwaarde voor bijna elke ruimtelijke ontwikkeling. Om die reden wenst de gemeente Zuidplas dan ook over de mogelijkheid tot het stellen van eisen aan het parkeren te beschikken. Hiertoe zijn in de bestemmingsplannen die na 29 november 2014 zijn vastgesteld regels ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ opgenomen. De plannen die echter in de beheersverordening zitten hebben deze regeling nog niet. Dit is geregeld middels de partiële herziening, die voorziet in een eenduidige regeling ten aanzien van het aspect ‘parkeren’ in Zuidplas.
Het vormt de juridische vertaling van het geactualiseerde parkeerbeleid. De betreffende regeling is nu ook overgenomen in het voorliggende bestemmingsplan, aangevuld met een bepaling ten aanzien van de voor dit project gekozen maatwerkoplossing. - Archeologie Onderdeel van de beleidsnota Archeologie is de archeologische waarden-, verwachtingen- en beleidskaart. Het archeologiebeleid dient vervolgens te worden verankerd in bestemmingsplannen en beheersverordeningen. Door de partiële herziening beheersverordening Nieuwerkerk aan den IJssel wordt het geactualiseerde archeologiebeleid gestandaardiseerd opgenomen. Het onderhavige gebied heeft hierin geen archeologische dubbelbestemming.
8
- Verkamering De herziening is ook benut om te komen tot een meer eenduidige regelgeving over de (on)mogelijkheden bij verkamering in de gemeente Zuidplas, waarbij het nodig was om eenduidige begrippen te hanteren binnen de gemeente. Die begrippen zijn ook in het voorliggende bestemmingsplan overgenomen. 2e partiële herziening beheersverordening Nieuwerkerk aan den IJssel De '2e partiële herziening beheersverordening Nieuwerkerk aan den IJssel' is in voorbereiding (ontwerp)'. Hierin is een eenduidige regeling opgenomen ten aanzien van het aspect ‘flitsbezorging' en 'dark stores'. Dat wordt als strijdig gebruik aangemerkt. Er is geen aanleiding om daar in het voorliggende bestemmingsplan alvast een regeling voor op te nemen, omdat er geen activiteiten zijn toegelaten waarin flitsbezorging een rol speelt.
1.4 Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt een algemene beschrijving van het plan weergegeven. De huidige ruimtelijke en functionele structuur van het gebied en de eventuele verschillen tussen het geldende planologische regime en de toekomstige manier van bestemmen wordt beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van het relevante rijks-, provinciale en gemeentelijke beleid opgenomen. In hoofdstuk 4 komen alle voor het bestemmingsplan relevante milieu- en overige aspecten aan de orde, waarna het geheel wordt vertaald in een juridische bestemmingsregeling die in hoofdstuk 5 wordt toegelicht. Hoofdstuk 6 betreft de economische uitvoerbaarheid. Hoofdstuk 7 bevat de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan, waarbij de uitkomsten van de participatie en overlegmomenten zijn opgenomen. Tot slot bevat hoofdstuk 8 een handhavingsparagraaf.
9
hoofdstuk 2 Planomschrijving 2.1 Huidige situatie De planlocatie is gelegen in de woonwijk Dorrestein, aan de westzijde van Nieuwerkerk aan den IJssel. De omgeving van het plangebied wordt gekenmerkt door voornamelijk grondgebonden woningen. In de omgeving bevinden zich een middelbare school (Thorbecke, locatie Nieuwerkerk), wijkwinkelcentrum Dorrestein, Tennisclub Nieuwerkerk, Hervormde Gemeente Nieuwe Kerk, basisschool De Wingerd en zwembad Stichting Polderbad. Tot 2010 was hier de Prins Willem Alexanderschool gevestigd. Het betrof een schoolgebouw in één bouwlaag met een plat dak. Daaromheen waren speelterreinen e.d. aanwezig.
Voormalige situatie met basisschool, gezien vanaf Zeemanstraat (bron: Google Street View, september 2009)
Deze binnenstedelijke locatie is sinds september 2010 beschikbaar gekomen voor herontwikkeling. Het al enige tijd braakliggende terrein bestaat thans uit een grasveld, omringd door groenstroken met beplanting van afwisselend bomen, struiken en een haag (aan het Tinbergenpad). Het terrein wordt aan alle vier de zijden omsloten door straten, waarvan drie straten grenzen aan woningen en één zijde aan een middelbare school. De navolgende afbeeldingen tonen een overzicht en aanzicht van de huidige situatie van het plangebied.
10
Luchtfoto plangebied en omgeving (bron: Gemeente Zuidplas, Nota van Uitgangspunten)
Impressies plangebied (bron: NEST, Quickscan Wet natuurbescherming, 6 april 2023)
Plangebied gezien vanaf Tinbergenpad (bron: Google Street View, juni 2015)
11
Plangebied gezien vanaf Kamerlingh Onnesstraat (bron: Google Street View, november 2022)
2.2 Toekomstige situatie Ten behoeve van de herontwikkeling van de voorliggende locatie is de 'Nota van Uitgangspunten Kamerlingh Onnes in Nieuwerkerk aan den IJssel' (d.d. 27 juni 2023) vastgesteld, waarin de ruimtelijke en programmatische kaders zijn vastgelegd (zie bijlagen bij toelichting, bijlage 1). Uitgangspunt is om deze locatie te ontwikkelen tot een aantrekkelijke woonplek voor ouderen. Het gaat daarbij om de kwaliteit en het gemak van deze woningen, maar ook om de kwaliteit van de buitenruimte en de toekomstbestendigheid van het geheel. De gemeente Zuidplas wil hiermee mensen verleiden om hun vaak grotere woning te verruilen voor een kleinere, comfortabele woning in een prettige omgeving. Hiervoor is door AG NOVA Architecten een schetsontwerp (d.d. 28 augustus 2023) vervaardigd en door Buro SRO een Beeldkwaliteitsplan (d.d. 24 november 2023), terwijl de gemeente Zuidplas een Inrichtingsplan voor de buitenruimte (d.d. 21 november 2023) heeft gemaakt. Woningbouwprogramma Het woningprogramma van 35 sociale huurwoningen en 9 middenhuur woningen voor ouderen vanaf 55 jaar op deze locatie dient een aantal doelstellingen van de gemeente Zuidplas. De afgelopen jaren is er in Nieuwerkerk aan den IJssel een nieuwe wijk ontwikkeld, namelijk Esse Zoom Laag, in deze wijk zijn verhoudingsgewijs een beperkt aantal sociale huurwoningen gebouwd.
Ook zijn op de locatie van de Twee Gebroeders in de wijk Dorrestein huurwoningen beoogd voor ouderen met een hoger inkomen. Daarnaast heeft het overnametraject van corporatiewoningen van Vestia door andere corporatie bijgedragen aan een stagnatie van de ontwikkeling van sociale huurwoningen in Nieuwerkerk aan den IJssel. In de ‘Woonvisie 2025, Dorps wonen in Zuidplas, nu en in de toekomst’ staat de doelstelling om 27% sociale huurwoningen in de woningvoorraad te hebben. Op dit moment, zeker in Nieuwerkerk aan den IJssel, staat dit percentage onder druk, daarom dienen er sociale huurwoningen te worden toegevoegd. Daarnaast vergrijst de bevolking, om die reden is het belangrijk om ook voor ouderen voldoende aanbod te blijven bouwen. Het verhogen van het aantal levensloopbestendige woningen draagt daarnaast ook bij aan de doelstelling om langer (zelfstandig) thuis te blijven wonen. Ook kan deze ontwikkeling een positieve invloed hebben op de doorstroming op de woningmarkt in Nieuwerkerk aan den IJssel. Ouderen die op het moment nog in een eengezinswoning wonen maar graag naar een levensloopbestendige woning verhuizen, kunnen op die manier een woning achterlaten voor (startende) gezinnen. Om ook voor kandidaten die (net) te veel verdienen voor een sociale huurwoning geschikte woningen aan te bieden, is er aanvullend gekozen voor een bescheiden middenhuur programma.
Doelgroepen en woningtypologie De woningen worden in de koopovereenkomst gelabeld als 'ouderenwoningen' en daarmee wordt geborgd dat de woningen bewoond worden door ouderen vanaf 55 jaar. Deze ouderenwoningen krijgen geen directe
12
koppeling met zorg, maar moeten wel zodanig zijn ingericht dat de bewoner zo lang mogelijk zelfstandig thuis kan blijven wonen (levensloopbestendig) en indien nodig zorg kan inkopen en deze zorg thuis kan ontvangen. De woningen zijn daarmee geschikt voor ouderen die kleiner, maar zelfstandig willen blijven wonen. De intentie is om een woonvorm te creëren voor een ouderenwoongroep uit Zuidplas. Daarnaast wordt de haalbaarheid naar een gemeenschappelijke ruimte onderzocht waar bewoners en omwonenden welkom zijn voor allerlei activiteiten. Het onderhavige initiatief omvat driekamer-huurappartementen van ca. 65 - 75 m² gebruiksoppervlakte (GBO), waarbij rekening wordt gehouden met de volgende randvoorwaarden, passend bij ouderenwoningen:
• •
De woning is bij voorkeur drempelloos of in elk geval eenvoudig drempelloos te maken. Buiten de woning dient een individuele bergruimte gecreëerd te worden voor het stallen van (elektrische) fietsen.
•
In het complex dient het mogelijk te zijn om scootmobielen brandveilig te stallen. Het aantal scootmobielplekken is minimaal 10% (ca. 5 stallingsplaatsen) van het aantal woningen.
• •
Een gemeenschappelijke ruimte of ontmoetingsplek voor de bewoners. De woning is bereikbaar via een lift.
Uitgegaan wordt van een woningbouwprogramma dat bestaat uit de realisatie van 44 appartementen, waarvan 35 sociale huur en 9 middenhuur. Het percentage sociale huur bedraagt derhalve 79,5% (35/44), waarmee ruimschoots aan de doelstelling wordt voldaan om binnen de gemeente Zuidplas 27% sociale huur en 7% middenhuur te realiseren. Hierdoor kunnen ook ouderen zonder koopwens, maar met een te hoog inkomen voor een sociale huurwoning, doorstromen naar een geschiktere ouderenwoning. Ruimtelijke randvoorwaarden Een verkavelingsstudie met diverse varianten heeft inzichtelijk gemaakt welke mogelijkheden en aantallen woningen op deze locatie gerealiseerd kunnen worden. Dat heeft geresulteerd in een woningbouwprogramma met 44 woningen en een gemeenschappelijke ruimte. Zoals aangegeven in de Nota van Uitgangspunten is een gebouwtypologie zonder duidelijke achtergevel en voorgevel gewenst. Hiertoe is een verkavelingsstudie met twee modellen uitgevoerd. Model C de 'Slinger' is het voorkeursmodel vanwege de hogere woningkwaliteit en hogere buitenruimtekwaliteit. Dit model vormt de basis voor de verbeelding van het voorliggende bestemmingsplan.
Voorkeursmodel C (bron: Gemeente Zuidplas, Nota van Uitgangspunten, 27 juni 2023)
13
Om ervoor te zorgen dat het gebouw in de wijk past is er gekozen voor een complex van 2 tot 3 lagen, net zoals alle woningen eromheen. Het onderhavige initiatief zal maximaal 3 bouwlagen (noordoostelijke deel) met een plat dak omvatten, waarbij voor het zuidwestelijke deel wordt uitgegaan van maximaal 2 bouwlagen met een plat dak. Daarmee sluit het ruimtelijk aan op woningen in de omgeving, die bestaan uit twee lagen met een terugliggende opbouw of drie lagen en past het binnen het binnenstedelijke karakter van de woonwijk. Voor wat betreft de bouwhoogte, die mede bepaald wordt door de eisen uit het Bouwbesluit wordt uitgegaan van maximaal 7 meter (bij 2 bouwlagen) en maximaal 10 m (bij drie bouwlagen). Het gebouw krijgt een alzijdige oriëntatie. Door de slingervorm worden twee groene ruimten gecreëerd, waarbij het groen ver naar binnen dringt. Dit betekent dat de appartementen zowel gericht zijn op de bestaande openbare ruimte als op de nieuwe binnentuinen. Extra aandacht zal nog besteed worden aan de vormgeving van de galerij, die wat breder ontworpen zal worden om te kunnen dienen als verblijfsruimte. Balkons en galerijen krijgen een zorgvuldige vormgeving en worden met elkaar gecombineerd aan de zijde rond de binnentuinen.
Na overleg tussen de initiatiefnemer, omwonenden en de omgevingsdienst is besloten om geen balkons aan de buitenzijde (straatzijde) van het pand te realiseren, om tegemoet te komen aan de zorgen van omwonenden over verlies aan privacy. Om die reden zijn balkons niet opgenomen bij de ondergeschikte bouwdelen. Op de begane grond kan direct aan de woningzijde ruimte geboden worden aan bescheiden privétuintjes, terwijl de rest van de groene ruimten als ontmoetingsplek worden ingericht. Deze binnentuin wordt semiopenbaar en afsluitbaar. Overdag kunnen ook omwonenden gebruik maken van de tuin en in de avond wordt deze afgesloten en is de tuin alleen te gebruiken door de bewoners van het complex. Dit is besloten mede op wens van de omwonenden vanwege mogelijke overlast. Het realiseren van een prettige, groene leefomgeving draagt bij aan deze ontmoetingsplek. Overigens wordt vanuit het aspect 'parkeren' nog wel de mogelijkheid opengehouden om de noordwestelijke open ruimte te benutten voor parkeren, voor het geval de toekomstige parkeerdruk boven de 85% uitkomt. In dat geval wordt ruimte geboden voor het toevoegen van in totaal 19 parkeerplaatsen. Dit is als zodanig in het voorliggende bestemmingsplan geborgd en wordt nader toegelicht in toelichting paragraaf 4.10.2. Op de hiernavolgende afbeelding wordt het inrichtingsplan weergegeven.
Voorlopig ontwerp (bron: Gemeente Zuidplas, 21 november 2023)
14
Hoewel de omvang van het programma (44 woningen) door omwonenden als aanzienlijk wordt bevonden, blijft met de gedeeltelijk groene bestemming van het plangebied het beschutte karakter van gebied behouden, zoals dat eerder het geval was ten tijde van het voormalige schoolgebouw. Zo zal met name aan de zijde van het Tinbergenpad een groene zone gerealiseerd worden, waarbij de bestaande haag behouden blijft. Bomen die verwijderd moeten worden binnen het plangebied zullen gecompenseerd worden. Hierna, in de paragraaf 'Bomen Effect Analyse en klimaatadaptatie', wordt daar nader op ingegaan.
Vogelvluchtperspectief van de mogelijke nieuwe situatie (bron AG NOVA Architecten, 28 augustus 2023)
Ontsluiting en parkeren Het plangebied zal ontsloten worden middels de bestaande wegen rondom de planlocatie. Het betreft wegen die aangeduid (en ingericht) zijn als erftoegangswegen met een snelheidsregime van 30 km/uur. De intensiteiten zullen ruimschoots binnen de grenswaarden liggen die voor dit soort wegen gelden. Dit wordt nader toegelicht in toelichting paragraaf 4.10.1. Ten aanzien van het parkeren is voor dit project gekozen voor een maatwerkoplossing. Met de beoogde ontwikkeling wordt in het benodigde aantal parkeerplaatsen voorzien. Bij 2 parkeerplaatsen worden deze voorzien van een laadpunt voor elektrische voertuigen en 2 parkeerplaatsen worden voorbereid op de plaatsing van een laadpunt. Ook worden er 2 parkeerplaatsen ingericht als invalideparkeerplaatsen. Tevens worden 3 plekken ingericht als fietsenstallingen, aan verschillende zijden van het plangebied. Voor een nadere onderbouwing van de parkeersituatie: zie toelichting paragraaf 4.10.2.
15
2.3 Bomen Effect Analyse en klimaatadaptatie In opdracht van de gemeente Zuidplas heeft Bomenwacht Nederland een basisinventarisatie uitgevoerd bij 46 bomen binnen het plangebied, die mogelijk (negatieve) gevolgen ondervinden van de uit te voeren werkzaamheden. Daarnaast is een klimaatadaptieve toets uitgevoerd. De bevindingen zijn verwerkt in het rapport 'Bomen Effect Analyse Basisinventarisatie + Klimaatadaptieve toets ' (concept d.d. 23 mei 2023) dat als bijlagen bij toelichting, bijlage 2 is bijgevoegd. Hierna volgt eerst de basisinventarisatie. Basisinventarisatie
Overzicht onderzochte bomen (bron: Bomenwacht Nederland, Bomen Effect Analyse Basisinventarisatie + Klimaatadaptieve toets, 23 mei 2023)
Op basis van de resultaten van de basisinventarisatie en de klimaatadaptieve toets wordt geadviseerd om een weloverwogen besluit te nemen over de toekomst van de bomen.
• •
Voor 9 bomen geldt dat deze niet (meer) aanwezig zijn op de locatie.
•
Voor 12 bomen geldt een toekomstverwachting van 5 tot 15 jaar. Geadviseerd wordt om deze bomen ook te verwijderen, omdat ze nauwelijks kroonvolume hebben en daarmee nauwelijks een bijdrage leveren aan klimaat(adaptiviteit).
•
De overige 19 bomen hebben een toekomstverwachting van 15 jaar of meer. Middels het uitvoeren van een nieuwe Bomen Effect Analyse wordt gekeken naar welke bomen al dan niet gehandhaafd zullen worden. Voor de te handhaven bomen zal vervolgens (tijdens de aanlegfase) boombescherming worden toegepast.
Voor 6 bomen geldt een toekomstverwachting van minder dan 5 jaar. Geadviseerd wordt om deze bomen voorafgaand aan de bouwwerkzaamheden te verwijderen.
Het onderzoek is intussen ingehaald door de actuele situatie waarbij door een fout van de gemeente op 1 na alle bomen zijn gekapt. Onderzoek met het ruimtelijk model en inrichtingsplan als vertrekpunt leidde tot de conclusie dat 4 bomen behouden hadden kunnen worden. De kap van de 4 bomen wordt gecompenseerd door aanplanten van 4 nieuwe bomen met een grotere diameter dan gebruikelijk. Verplantbaarheid Bij geen van de bomen wordt een eventuele verplanting als voldoende of goed uitvoerbaar gezien. Voor 20 bomen geldt dat een eventuele verplanting onvoldoende uitvoerbaar is en voor 15 bomen slecht uitvoerbaar. Omdat 2 bomen volledig zijn afgestorven, wordt een verplanting bij deze bomen als niet uitvoerbaar beschouwd.
16
Klimaatadaptieve toets Bomen kunnen een belangrijke rol spelen bij het verminderen van hittestress in stedelijk gebied. Door schaduw te bieden en verdamping te bevorderen kunnen bomen bijdragen aan het verlagen van de omgevingstemperatuur. In de rapportage wordt geconcludeerd dat de bomen op de onderzoekslocatie de lokale gevoelstemperatuur op een warme zomerdag tot 15 graden Celsius verlagen ten opzichte van locaties waar geen bomen staan. Om dit effect in stand te houden wordt geadviseerd om de te kappen bomen te compenseren met het herplanten van nieuwe bomen van een soort met een groot kroonvolume en een goed ingerichte groeiplaats, indien mogelijk op dezelfde locatie en anderzijds in hetzelfde gebied. Biodiversiteit Verder wordt in de rapportage ingegaan op biodiversiteit. Dat is een term die vaak wordt uitgedrukt in soortenrijkdom. De meest gebruikte norm in Nederland voor diversiteit in boomsoorten is de 10-20-30 regel van Santamour. Deze regel stelt dat een bomenbestand uit maximaal 10 procent dezelfde boomsoort, 20 procent hetzelfde geslacht en 30 procent dezelfde familie mag bestaan. Aan elk van die drie percentages wordt in het plangebied veelal niet voldaan. Gezien de projectlocatie een relatief klein gebied omvat, is het moeilijk haalbaar om compleet aan deze normen te kunnen voldoen.
Er wordt bij nieuwe aanplant gekeken naar (een alternatieve) sortimentskeuze om de soortendiversiteit te verhogen. Daarnaast kan ook gekeken worden naar de ecologische betekenis. In dat verband is de bloeiboog relevant. Een bloei- of bloesemboog is een overzicht waarin de bloeitijd van verschillende planten (bomen) door het jaar heen is weergegeven. De verschillende soorten bijen, hommels en andere insecten zijn op verschillende momenten in het jaar actief en hebben voldoende voedsel nodig in de vorm van stuifmeel of nectar. Door ervoor te zorgen dat de beschikbaarheid van voedsel voor insecten die in het gebied voor zouden kunnen komen goed is, kan de ecologische functie van de beplanting vergroot worden. Het meest gunstige voor de biodiversiteit is om de bloeiboog over een zo lang mogelijke periode van het jaar heen compleet te maken. In het onderzoeksgebied is op basis van de geïnventariseerde soorten een gesloten bloeiboog aangetroffen in de periode van februari tot en met juli. Om de bloeiboog uit te breiden naar de maanden na juli door het aanplanten van nieuwe bomen en struiken, kan voor bomen worden gekeken naar soorten zoals trompetboom (Catalpa) en zevenzonenboom (Heptacodium miconioides). Voorbeelden van struiken die in de nazomer bloeien zijn wilde liguster (Ligustrum vulgare) en spork (Rhamus frangula).
Ook zal gekeken worden naar beplanting die goed tegen droogte (en nat) kan. Waterberging In Nederland komen er steeds meer hoosbuien voor, waarbij er in een korte periode een grote hoeveelheid neerslag valt. Ook is er sprake van een trend waarbij er wordt gekeken om in stedelijk gebied de waterafvoer van verhardingen en daken af te koppelen om zo het hemelwater in de bodem te laten infiltreren. Primaire reden voor het afkoppelen is het ontlasten van het rioolstelsel bij hevige neerslag. Hierdoor wordt voorkomen dat het riool overbelast raakt en voor wateroverlast zorgt. Ook kan daarmee worden voorkomen dat goed bruikbaar water voor flora en fauna wegspoelt in het riool. Een wadi kan een manier zijn om water te bergen en te laten infiltreren. Een dergelijk waterbergingssysteem aanleggen in het plangebied brengt een aantal uitdagingen met zich mee. Zo is het belangrijk om rekening te houden met zaken als de grondwaterstand en de grondsoort op de onderzoekslocatie. Het bergen van water heeft ook een positief effect op het voorkomen van droogte; door water lokaal te bergen (in bodem of in een reservoir) kan het weer gebruikt worden voor het besproeien van planten of voor het op peil houden van de grondwaterstand.
De wettelijke compensatie vanwege uitbreiding van de verharding door het project wordt conform afspraak met het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK) gerealiseerd in het buitengebied. Het behoud van zoveel mogelijk hemelwater op het perceel zelf ten behoeve van bescherming van flora en fauna, wordt bereikt door afkoppeling van hemelwaterafvoer van de daken van de nieuwbouw en het aanbrengen van wadi’s. Vanwege de grondslag van het perceel is het niet mogelijk om alle hemelwater te bergen in het gebied en wordt het teveel geloosd via de koppeling van wadi’s aan het gemeentelijk rioolstelsel. Natuurinclusief bouwen Door Nest Natuurinclusief is een 'Kansenscan natuurinclusief bouwen' uitgevoerd (mei 2023), als eerste stap in het onderzoek naar mogelijkheden voor een natuurinclusieve ontwikkeling. In de rapportage zijn de
17
resultaten van de locatieanalyse en kansenscan te vinden. De rapportage is als bijlagen bij toelichting, bijlage 3 bijgevoegd. Door middel van een locatieanalyse is de huidige situatie van het plangebied in kaart gebracht. Dit is gedaan op vier hoofdthema's (Natuur, Klimaat, Mensen, Vervuiling) met dertien indicatoren die allemaal gerelateerd zijn aan mogelijke ecosysteemdiensten van de natuur. Hieruit blijkt wat er op de locatie goed gaat en behouden kan worden, en op welke thema's er kansen zijn. Op basis van de locatieanalyse zijn de drie belangrijkste kansen voor de natuur inzichtelijk gemaakt: 1.
2. 3.
Het verhogen van de biodiversiteit. Hierbij kunnen vooral meer bomen en diversiteit in beplanting worden aangebracht met inheemse soorten. Ook het creëren van habitats voor doelsoorten en reeds aanwezige soorten is belangrijk, zoals voor de Klokjesbij. Het behoud van bestaande natuur, zoals de bestaande hagen. Het reduceren van wateroverlast, door de natuur in te zetten als oplossing met bijvoorbeeld wadi's en halfverharding.
Bij het onderhavige initiatief wordt zo veel als mogelijk rekening gehouden met de hiervoor genoemde kansen.
2.4 Beeldkwaliteit Om de ambities omtrent omgevingskwaliteit te borgen is een beeldkwaliteitsplan (BKP) gemaakt dat door de gemeenteraad gelijktijdig met het bestemmingsplan wordt vastgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan wordt ook opgenomen in de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas. Daarmee vormt het bij de verdere planuitwerkingen het toetsingskader voor de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit. Het 'Beeldkwaliteitsplan Kamerlingh Onnes' (rapport d.d. 17 april 2024) is toegevoegd aan het voorliggende bestemmingsplan als bijlagen bij de regels, bijlage 1. De Nota van Uitgangspunten, waarin de kaders voor de beoogde ontwikkeling zijn vastgelegd, vormt de basis voor het beeldkwaliteitsplan en is het vertrekpunt voor het ontwerp van het gebouw. Het beeldkwaliteitsplan vormt een uitgebreid beoordelingskader, met een beschrijving van het plan op hoofdlijnen, eventuele uitwerkingsscenario’s voor deelgebieden, referentiebeelden, uitgangspunten voor de beoordeling en criteria die richting geven aan de uitwerking. De inrichting van de openbare ruimte wordt in een nog op te stellen Inrichtingsplan vastgelegd. Het beeldkwaliteitsplan is richtinggevend op zowel stedenbouwkundig niveau als architectuur. Het geeft de beoogde sfeer en kwaliteit aan, maar is dermate flexibel dat ontwerpers een eigen invulling aan de richtlijnen kunnen geven.
Ze vormen geen blauwdruk, maar tippen principes (niet uitputtend) aan om tot de beoogde sfeer en ruimtelijke kwaliteit te komen. Indien met andere principes hetzelfde wordt bereikt dan is dit ‘in de geest van het plan’ en wordt aan de richtlijnen voldaan. Ambitie bebouwing Het nieuwe appartementengebouw voegt zich in de bestaande structuur van Nieuwerkerk aan den IJssel en de wijk Dorrestein. Daarbij is de dorpse schaal, passend bij de structuur en afgestemd op de ligging in de wijk, het uitgangspunt. Een eigentijds zorgvuldig vormgegeven bebouwingsbeeld is daarbij de ambitie. Wat betreft materiaalgebruik refereert het gebouw aan de directe omgeving, maar dan met een kwalitatieve en passende twist. Uitgangspunt is klimaatadaptief en natuurinclusief bouwen. De bebouwing is gesitueerd in een slinger rond twee grote groene semi-openbare binnentuinen. Door de slinger als basisvorm maken de appartementen deel uit van één stedenbouwkundige eenheid van maximaal drie bouwlagen hoog. De opdeling van de bouwmassa vindt enerzijds plaats door te wisselen in bouwhoogte; drie bouwlagen voor de noordoostelijke delen van de slinger en twee bouwlagen voor de zuidwestelijke delen. Het gebouw krijgt een alzijdige oriëntatie. Dit betekent dat de appartementen zowel gericht zijn op de bestaande openbare ruimte als op de nieuwe binnentuinen.
De situering van gevelopeningen vertoont samenhang over alle bouwlagen. De voorkeur gaat uit naar een gevarieerd beeld waarbij een te strikte symmetrie wordt vermeden. De hoofdentree is aantrekkelijk en duidelijk onderscheidend ten opzichte van de overige gevels vormgegeven. Balkons en galerijen krijgen een zorgvuldige vormgeving en worden met elkaar gecombineerd aan de zijde rond de binnentuinen.
18
De navolgende afbeelding geeft de massaopbouw weer.
Opdeling bouwmassa (bron: Beeldkwaliteitsplan, 17 april 2024)
Ambitie buitenruimte Voor de inrichting van de openbare ruimte worden de aanwezige kwaliteiten van het bestaande groen verbeterd en versterkt. Het streven is een aantrekkelijke woon- en leefomgeving, waarmee een bijdrage wordt geleverd aan onder andere klimaatadaptatie, biodiversiteit, bewegen en ruimte voor ontmoeting. Uitgangspunt is een rustig, neutraal en eigentijds beeld, waarbij inrichtingselementen zich onopvallend schikken in hun groene en bebouwde context. Inrichtingselementen als verlichtingsmasten, afvalbakken, nutsvoorzieningen en hekwerken krijgen over het gehele gebied een uniforme vormgeving conform de Duurzame Inrichting Openbare Ruimte (DIOR) van de gemeente. De verharding grenst aan bestaande rijbanen en bestaat in het plangebied uit nieuw aan te leggen voetpaden, parkeervakken en entreepleintjes. De inrichting van de buitenruimte krijgt zo min mogelijk verharding. Afval wordt ingezameld middels gebruik van ondergrondse afvalcontainers langs de Kamerlingh Onnesstraat. De groeninrichting van de openbare en semiopenbare ruimte draagt in belangrijke mate bij aan de sfeer en leefbaarheid van de buurt. Belangrijk is om de beplanting zo te kiezen dat deze een robuuste groene sfeer uitstraalt en zoveel mogelijk aansluit bij het bestaande groen van de omgeving.
De inrichting van de buitenruimte is zo groen mogelijk om maximaal bij te dragen aan klimaatadaptatie en biodiversiteit. In aansluiting op onder andere de omgeving en het representatieve en functionele karakter, zijn specifieke richtlijnen opgesteld. In het Beeldkwaliteitsplan wordt nader ingegaan op deze richtlijnen.
19
hoofdstuk 3 Beleidskader
3.1 Nationaal beleid 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) in werking getreden. Deze visie bevat de hoofdzaken van het strategisch rijksbeleid voor de fysieke leefomgeving. Dit is een combinatie van beleid uit de bestaande beleidsdocumenten, met en zonder wettelijke grondslag, en nieuw strategisch beleid. De grote en complexe opgaven zoals klimaatverandering, energietransitie, circulaire economie, bereikbaarheid en woningbouw zullen Nederland gaan veranderen. De NOVI schrijft een toekomstperspectief met de ambities van het Rijk. In de NOVI zijn 21 nationale belangen met bijbehorende opgaven geformuleerd. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. 2. 3. 4.
ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; duurzaam economisch groeipotentieel; sterke en gezonde steden en regio's; toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied.
Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de kortetermijnmaatregelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving centraal voor zowel de bovenals de ondergrond. Planspecifiek Gezien de aard en omvang is de NOVI verder niet specifiek van belang. Wel wordt er aangesloten op de ambities en belangen van het Rijk, zoals het realiseren en behouden van een goede leefomgevingskwaliteit en het realiseren van nieuwe woningen, wat bijdraagt aan sterke en gezonde regio's.
3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens algemene maatregel van bestuur, regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) zijn 13 nationale belangen opgenomen. Voor deze belangen is het Rijk verantwoordelijk en wil het resultaten boeken. Buiten deze 13 belangen hebben decentrale overheden beleidsvrijheid. Planspecifiek Het plan valt niet binnen één van de projecten aangewezen in het Barro. Vanuit het Barro zijn er dan ook geen specifieke randvoorwaarden voor dit plan.
3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is de verplichting opgenomen om in het geval van een nieuwe stedelijke ontwikkeling in de toelichting een onderbouwing op te nemen van nut en noodzaak van de nieuwe stedelijke ruimtevraag en de ruimtelijke inpassing. Hierbij wordt uitgegaan van de 'ladder voor duurzame verstedelijking'.
20
De 'stappen van de ladder' worden in artikel 3.1.6, leden 2 - 4 Bro als volgt omschreven:
•
•
•
De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Indien in een bestemmingsplan, als bedoeld in het tweede lid, toepassing is gegeven aan artikel 3.6, eerste lid, onder a of b, van de wet kan bij dat bestemmingsplan worden bepaald dat de beschrijving van de behoefte aan een nieuwe stedelijke ontwikkeling en een motivering als bedoeld in het tweede lid eerst wordt opgenomen in de toelichting bij het wijzigings- of het uitwerkingsplan als bedoeld in dat artikel. Een onderzoek naar de behoefte als bedoeld in het tweede lid, heeft, in het geval dat een bestemmingsplan als bedoeld in het tweede lid, ziet op de vestiging van een dienst als bedoeld in artikel 1 van de Dienstenwet en dit onderzoek betrekking heeft op de economische behoefte, de marktvraag of de beoordeling van de mogelijke of actuele economische gevolgen van die vestiging, slechts tot doel na te gaan of de vestiging van een dienst in overeenstemming is met een goede ruimtelijke ordening.
Planspecifiek Stedelijke ontwikkeling Conform artikel 1.1.1, eerste lid onder i van het Bro wordt onder een stedelijke ontwikkeling verstaan: een 'ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State blijkt dat de ondergrens van wat als nieuwe stedelijke ontwikkeling moet worden gezien, tussen de 9 en 14 nieuwe woningen ligt, afhankelijk van de omgeving waarin de ontwikkeling plaatsvindt. Onderhavige ontwikkeling betreft de realisatie van 44 huurappartementen. Behoefte Bij een stedelijke ontwikkeling dient aangetoond te worden dat er behoefte is aan de ontwikkeling binnen het ruimtelijk verzorgingsgebied. De aard en de omvang van de stedelijke ontwikkeling bepaalt op welk niveau de afweging moet worden gemaakt. De omvang van de ontwikkeling betreft 44 appartementen. De behoefte aan de woningen komt nader aan bod in de Woonvisie 2025 van de gemeente Zuidplas, zie toelichting paragraaf 3.3.2. Hierin wordt gesteld dat er tot 2030 behoefte is aan 3.250 woningen, bestaande uit 70% koopwoningen, 27% sociale huurwoningen en 3% aan middenhuur woningen. Het voorgenomen plan voorziet in de realisatie van 44 appartementen, waarvan 35 in de categorie sociale huur en 9 in de categorie middenhuur.
Dat komt overeen met de gemeentelijke doelstelling om binnen de gemeente Zuidplas 30% sociale huur en 7% middenhuur te realiseren. Op basis hiervan is de conclusie gerechtvaardigd dat er behoefte is aan de ontwikkeling binnen het plangebied. Bestaand stedelijk gebied Het bestaand stedelijk gebied wordt volgens het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) als volgt gedefinieerd: ’bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur’. De gronden in het plangebied maken onderdeel uit van het bestaand stedelijk gebied. Conclusie Gelet op het voorgaande wordt geconcludeerd dat voorgenomen ontwikkeling past binnen de ladder voor duurzame verstedelijking.
21
3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Zuid-Holland De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2023. De Omgevingsvisie bestaat uit vier onderdelen. 1.
Ruimtelijke hoofdstructuur
De ruimtelijke hoofdstructuur toont de essentie en de samenhang van verschillende ruimtelijke beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie. Het integrale kaartbeeld van de ruimtelijke hoofdstructuur is opgebouwd uit de volgende kaartbeelden:
•
het dagelijks stedelijk systeem, dat bestaat uit de stedelijke agglomeratie en de daarmee via hov (hoogwaardig openbaar vervoer) verbonden regiokernen;
• •
de hoogstedelijke zone tussen Leiden en Dordrecht;
• • • •
de samenhang van grote landschappelijke eenheden met de stedelijke agglomeratie;
het logistiek-industriële systeem van mainport, greenports langs vaarwegen en zware infrastructuur; de groene ruimte en de groenblauwe structuur; het bodem- en watersysteem; energie.
In aanvulling hierop toont de ruimtelijke hoofdstructuur van de ondergrond indicatief de ruimtelijke situatie van de ondergrond. 2.
Ambities en sturing
De provincie wil meer vertrouwen geven aan maatschappelijke initiatieven. De provincie werkt daarom vanuit een aantal sturingsprincipes: opgavegericht, netwerkaanpak en maatwerk. De provincie heeft zeven richtinggevende ambities in de fysieke leefomgeving. Deze ambities zijn geworteld in de historie, ligging en economische structuur van Zuid-Holland en zijn gekoppeld aan de strategische uitdagingen waar de regio voor staat. De provincie heeft de volgende ambities:
•
Samen werken aan Zuid-Holland: inwoners, organisaties en bedrijven in een vroeg stadium betrekken bij besluiten.
• •
Bereikbaar Zuid-Holland: efficiënt, veilig en duurzaam over weg, water en spoor.
• •
Een concurrerend Zuid-Holland: diversiteit, de economische kracht van Zuid-Holland.
•
Sterke steden en dorpen in Zuid-Holland: versnellen van de woningbouw met behoud van ruimtelijke en sociale kwaliteit.
•
Gezond en veilig Zuid-Holland: beschermen en bevorderen van een gezonde, veilige leefomgeving.
Schone energie voor iedereen: op zoek naar schone energie, haalbaar en betaalbaar voor iedereen. Versterken natuur in Zuid-Holland: een aantrekkelijk landelijk gebied draagt bij aan de kwaliteit van de leefomgeving.
22
3.
Omgevingskwaliteit
Onder 'omgevingskwaliteit' wordt verstaan: het geheel aan kwaliteiten die de waarde van de fysieke leefomgeving bepalen. De volgende onderdelen vormen de basis van de omgevingskwaliteit:
•
een beschrijving van de unieke kwaliteiten van Zuid-Holland: de drie deltalandschappen, de ZuidHollandse steden en de strategische ligging in internationale netwerken;
•
een beschrijving van de bestaande omgevingskwaliteit op basis van de leefomgevingstoets, met aandacht voor aspecten van milieukwaliteit. Hiertoe implementeert de provincie de beleidscyclus en monitor Omgevingskwaliteit; een nadere uitwerking van het provinciale beleid voor het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit, op basis van de 'kwaliteitskaart' en de 'richtpunten ruimtelijke kwaliteit'.
•
4.
Beleidskeuzes
De provincie heeft in de Omgevingsvisie een overzicht gemaakt van samenhangende beleidskeuzes (zie Omgevingsvisie Zuid-Holland). De ruimtelijke hoofdstructuur maakt met een integraal kaartbeeld inzichtelijk hoe de strategische beleidskeuzes uit de Omgevingsvisie ruimtelijk samenkomen. De voor onderhavig plan relevante beleidsuitgangspunten uit de Omgevingsvisie worden hierna behandeld. Planspecifiek De ontwikkeling sluit aan bij de beleidskeuze: 'Behoud en versterking ruimtelijke kwaliteit'. Met deze beleidskeuze geeft de provincie richting en ruimte aan een optimale wisselwerking tussen ruimtelijke ontwikkelingen en gebiedskwaliteit. In de gehele provincie, zowel in het stedelijk gebied als in het landelijk gebied, beoogt het kwaliteitsbeleid een ‘ja, mits-beleid’: ruimtelijke ontwikkelingen zijn mogelijk, met behoud of versterking van de ruimtelijke kwaliteit (waarborg ruimtelijke kwaliteit). Het ruimtelijk kwaliteitsbeleid bestaat uit een viertal kwaliteitskaarten, samengevat in één integrale kwaliteitskaart. Dit beleid maakt naar zijn aard meerdere uitleg mogelijk. Vanuit de nieuwe sturingsfilosofie is dit een kans en geen bedreiging. Gelet op het gezamenlijke belang is een gedeelde opvatting over de uitleg en interpretatie van het kwaliteitsbeleid per concreet gebied wenselijk.
De kwaliteitskaart en de richtpunten geven richting aan de interpretatie van ruimtelijke kwaliteit. Onderstaand zullen de relevante kaartlagen van de kwaliteitskaart en de bijbehorende richtpunten nader worden omschreven. Laag van de ondergrond Een groot deel van Zuid-Holland bestaat uit veengronden met een hoge waterstand. Het veen kent een geringe draagkracht. Daarnaast vinden we hier een groot aantal bestaande en voormalige plassen. De voormalige plassen zijn drooggemalen en staan bekend als droogmakerijen. Ontwikkelingen in droogmakerijen leveren een bijdrage aan een duurzame waterhuishouding. Het plangebied is in de huidige situatie braakliggend, echter is het gedurende lange tijd in gebruik geweest voor een schoolgebouw. Daarmee kan gesteld worden dat de gronden intensief gebruikt zijn. Zoals uit toelichting paragraaf 4.9 blijkt wordt er met het voorgenomen plan een bijdrage geleverd aan een duurzame waterhuishouding. Laag van de stedelijke occupatie Het plangebied is deels gelegen binnen de kaartlaag 'Steden en dorpen' en deels binnen de kaartlaag 'Bouwwerken voor energie-opwekking'. Voor de 'Steden en dorpen' geldt dat elk dorp bij ontwikkelingen rekening houdt met de eigen identiteit en voortbouwt op haar karakteristieke structuur en ligging aan en in het landschap.
Het dorp is deel van het omringende landschap, doordat onderliggende patronen herkenbaar zijn in de structuur van het dorp. Het initiatief is passend in de omgeving omdat in de directe omgeving van het plangebied reeds woningen zijn gelegen. De kaartlaag 'Bouwwerken voor energieopwekking' is voor de beoogde ontwikkeling niet relevant. Conclusie Met de beoogde ontwikkeling zijn er geen belemmeringen vanuit de Omgevingsvisie. De ruimtelijke kwaliteit wordt niet aangetast. De beoogde ontwikkeling past binnen de Omgevingsvisie en is in lijn met de provinciale ambities.
23
3.2.2 Omgevingsverordening Zuid-Holland Tegelijk met de Omgevingsvisie is de Omgevingsverordening op 1 april 2023 in werking getreden. In de verordening stelt de provincie regels aan ruimtelijke ontwikkelingen. De Omgevingsverordening draagt bij aan het realiseren van de provinciaal ruimtelijke beleid zoals dat benoemd is in de Omgevingsverordening. De verordening omvat in aanvulling op de Omgevingsvisie toetsbare criteria waaraan planvorming moet voldoen. Ruimtelijke kwaliteit In artikel 6.9 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan, onder de volgende voorwaarden ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit, kan voorzien in een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling: a.
b.
c.
de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, voorziet geen wijziging op structuurniveau, past bij de aard en schaal van het gebied en voldoet aan de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit, waardoor de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft. In dit geval is er sprake van inpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past binnen de bestaande gebiedsidentiteit, maar veroorzaakt wijziging op structuurniveau. Een dergelijke ontwikkeling wordt alleen toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit per saldo ten minste gelijk blijft door zorgvuldige inbedding van de ontwikkeling in de omgeving, rekening houdend met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van aanpassen; de ruimtelijke ontwikkeling past niet binnen de bestaande gebiedsidentiteit. Een dergelijke ontwikkeling wordt uitsluitend toegestaan mits de ruimtelijke kwaliteit van de nieuwe ontwikkeling is gewaarborgd door een integraal ontwerp. Daarin wordt behalve aan de ruimtelijke kwaliteit van het gehele gebied ook aandacht besteed aan de fysieke en visuele overgang naar de omgeving en de fasering in ruimte en tijd en wordt ook rekening gehouden met de relevante richtpunten ruimtelijke kwaliteit. In dit geval is er sprake van transformeren.
Ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit is sprake van een vorm van inpassen (sub a), omdat de ontwikkeling zich afspeelt binnen het bestaand stedelijk gebied. Met de stedenbouwkundige invulling van de beoogde nieuwbouw is zoveel mogelijk rekening gehouden met de bestaande gebiedsidentiteit. De relevante richtpunten van de kwaliteitskaart zijn in toelichting paragraaf 3.2.1 toegelicht. Hieruit blijkt dat de beoogde plannen aan de relevante richtpunten van de kwaliteitskaart voldoen. Ladder voor duurzame verstedelijking In artikel 6.10 van de Omgevingsverordening is opgenomen dat een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voldoen aan de volgende eisen: a.
b.
de toelichting van het bestemmingsplan gaat in op de toepassing van de ladder voor duurzame verstedelijking overeenkomstig artikel 3.1.6, tweede, derde en vierde lid van het Besluit ruimtelijke ordening; Indien in de behoefte aan de stedelijke ontwikkeling niet binnen bestaand stads- en dorpsgebied kan worden voorzien en voor zover daarvoor een locatie groter dan 3 hectare nodig is, wordt gebruik gemaakt van grote buitenstedelijke bouwlocaties waarvan de plaats geometrisch is bepaald en verbeeld op kaart 19 in bijlage II en wordt rekening gehouden met de voor deze locaties opgenomen gegevens en criteria in bijlage X.
Bij het voorgenomen plan is in toelichting paragraaf 3.1.3 ingegaan op de ladder voor duurzame verstelijking. Sub b is niet van toepassing, omdat de ontwikkeling binnen het bestaand stads- en dorpsgebied is voorzien. Daarmee wordt er voldaan aan artikel 6.10 van de Omgevingsverordening.
24
Risico's van klimaatverandering In artikel 6.27a van de Omgevingsverordening is opgenomen dat rekening gehouden moet worden met de gevolgen van de risico’s van klimaatverandering, tenminste voor zover het betreft de risico’s ten aanzien van: a. b. c. d.
wateroverlast door overvloedige neerslag; overstroming; hitte; droogte,
alsmede de effecten van de bovengenoemde risico’s op het risico van bodemdaling. Om de risico's van klimaatverandering in het plangebied in kaart te brengen is de klimaatatlas van ZuidHolland geraadpleegd. Wateroverlast door overvloedige neerslag Uit raadpleging van deze klimaatatlas blijkt dat in de huidige situatie op veel plaatsen sprake is van een waterdiepte van meer dan 20 cm bij extreme neerslag. Uit de gemeentelijke stresstest is gebleken dat delen van de kernen gevoelig zijn voor hevige neerslag, dit is ook het geval in de straten rondom de Kamerlingh Onnes. Zo zal er, bij een bui van 70 mm in 2 uur, tot 30 cm aan water op de straten komen te staan. Ook is de conclusie getrokken dat bij extreme neerslag de Kamerlingh Onnesstraat, Zeemanstraat en Zernikestraat onbegaanbaar zijn voor verkeer en hulpdiensten. Dit benadrukt de noodzaak om de buitenruimte en de bebouwing in de Kamerlingh Onnes robuust en klimaatbestendig in te richten. Dit gebeurt in samenhang met de toekomstige aanleg van een regenwaterriool in de Kamerlingh Onnesstraat en Zeemanstraat. Verder wordt bijvoorbeeld voorgesteld om het vloerpeil van de bebouwing minimaal 10 cm hoger te leggen dan omliggend maaiveld om wateroverlast in de woning te voorkomen.
In het kader van een uitgevoerde 'klimaatadaptieve toets' (zie bijlagen bij toelichting, bijlage 2) wordt voorts aangegeven dat een waterbergingssysteem, zoals een wadi, voor een vertraagde opname van het hemelwater zal zorgen. Hierbij is het belangrijk om rekening te houden met zaken als de grondwaterstand en de grondsoort op de onderzoekslocatie. Binnen de regelgeving van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is het vereist om de toename aan verharding te compenseren met een uitbreiding van de waterberging in, bij voorkeur, hetzelfde peilgebied. De hoeveelheid m² watercompensatie dient te worden berekend en te worden afgestemd met het hoogheemraadschap. Vervolgens dient hiervoor een vergunning te worden aangevraagd. Daarnaast wordt de mogelijkheid voor infiltratie onderzocht in het tuinontwerp binnen de projectgrenzen van het complex. Dit komt bij verdere uitwerkingen nader aan bod. Overstroming Uit raadpleging van de Klimaatatlas blijkt dat voor Kamerlingh Onnes geldt dat een doorbraak van het dijklichaam aan de Hollandse IJssel leidt tot een overstromingsdiepte van 2 tot 5 meter. Een dijkdoorbraak van de Ringvaart resulteert in een diepte van maximaal 2 meter.
Ondanks de kleine kans op deze gebeurtenis (1/1000 jaar) is het van belang om de ruimtelijke inrichting en de bebouwing minder kwetsbaar te maken, in lijn met de 2e laag van de meerlaagsveiligheid (MLV). Uitgangspunten hierbij zijn om belangrijke voorzieningen zoals stroom, water, internet op hoge plekken te situeren, te zorgen voor backup voorzieningen in de gebouwen en om evacuatiemogelijkheden naar buiten of naar boven te bieden. Dit komt bij verdere uitwerkingen nader aan bod. Hitte In de klimaatatlas wordt aangegeven dat het in delen van het plangebied koeler en aanzienlijk warmer is dan in de omgeving. Dit komt door de afwisseling van bomen en verharding. Voor deze locatie is een klimaatadaptieve toets uitgevoerd (zie bijlagen bij toelichting, bijlage 2), waarbij geconcludeerd wordt dat de bomen op de onderzoekslocatie de lokale gevoelstemperatuur op een warme zomerdag tot 15 graden Celsius verlagen ten opzichte van locaties waar geen bomen staan. Om dit effect in stand te houden wordt geadviseerd om de te kappen bomen te compenseren met het herplanten van nieuwe bomen met een groot
25
kroonvolume en een goed ingerichte groeiplaats, indien mogelijk op dezelfde locatie en anderzijds in hetzelfde gebied. Daarnaast worden ook andere locatie- en gebouwgebonden maatregelen overwogen, zoals aangegeven in de Nota van Uitgangspunten. Zo wordt gestreefd naar - op termijn - minimaal 30% beschaduwde omgeving bij de hoogste zonnestand en naar minimaal 40% schaduw op verblijfplekken, door middel van bijvoorbeeld bomen of overstek/veranda bij gebouwen. Daarnaast worden gebouwgebonden maatregelen beoogd die dienen om absorptie van zonnestraling zoveel mogelijk te beperken. Dit komt bij de verdere uitwerkingen aan bod. Er worden geen belemmeringen verwacht vanuit hittestress. Droogte De bebouwing rondom Kamerlingh Onnes is gebouwd tussen 1965 en 1990, wat ze kwetsbaar maakt voor een te lage grondwaterstand volgens de gemeentelijke stresstest. Het is daarom van groot belang dat er voldoende water wordt afgegeven aan de ondergrond om het grondwaterpeil in stand te houden ter voorkoming van schade en (ongelijke) zetting als gevolg. Het uitgangspunt voor de onderhavige ontwikkeling is dan ook om in te zetten op drinkwaterbesparing en regenwaterbenutting. Regenwater wordt zoveel mogelijk vastgehouden in het plangebied en geïnfiltreerd in de bodem, om droogte in het plangebied zoveel mogelijk te voorkomen. Er worden geen belemmeringen verwacht vanuit droogte.