Bijlage 4 Beheerplan spelen Z25.002469
Tekst van het document
Beheerplan spelen en beweegvoorzieningen Zuidplas
Zuidplas, 25 augustus 2025 Eindconcept versie 1.0
Inhoudsopgave 1
INLEIDING .............................................................................................................................. 4
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5
DOELEN BEHEERPLAN SPEEL- EN BEWEEGVOORZIENINGEN .................................................................. 4 ALGEMEEN WETTELIJK KADER ..................................................................................................... 4 WETTELIJK KADER AANSPRAKELIJKHEID ......................................................................................... 5 REIKWIJDTE EN UITGANGSPUNTEN BEHEERPLAN SPEEL- EN BEWEEGVOORZIENINGEN................................. 5 LEESWIJZER ............................................................................................................................ 6
2
AREAAL IN BEELD ................................................................................................................... 6
2.1 2.2 2.3
OP ORDE BRENGEN DIGITALE BEHEERINFORMATIE ............................................................................ 6 EVALUATIE KWALITEIT BEHEERDATA SPEEL- EN BEWEEGVOORZIENINGEN ................................................. 6 AREAAL SPEEL- EN BEWEEGVOORZIENINGEN ................................................................................... 7
3
PRESTATIES EN RISICO’S .......................................................................................................... 9
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5
FUNCTIONELE KWALITEIT SPEEL- EN BEWEEGVOORZIENINGEN ............................................................. 9 VEILIGHEID IN DE OPENBARE RUIMTE ............................................................................................ 9 PRESTATIES SPEEL- EN BEWEEGTOESTELLEN ..................................................................................... 9 RISICO’S .............................................................................................................................. 11 LEVENSCYCLUSANALYSE (LCA) .................................................................................................. 11
4
INSPECTIE EN MONITORING .................................................................................................. 12
4.1 4.2 4.3
TOESTANDSINSPECTIE SPEELTOESTELLEN EN ONDERGRONDEN: NEN-EN 1176 EN 1177 .......................... 12 TOESTANDSINSPECTIE SKATEPARKEN NEN-EN-14974 .................................................................... 13 INSPECTIERESULTATEN ............................................................................................................. 13
5
ONDERHOUDSSTRATEGIE...................................................................................................... 15
5.1 5.2 5.3 5.4
STORINGSAFHANKELIJK ONDERHOUD (SAO) ................................................................................ 15 GEBRUIKERSAFHANKELIJK ONDERHOUD (GAO) ............................................................................. 15 TOESTANDSAFHANKELIJK ONDERHOUD (TAO)............................................................................... 15 STRATEGISCHE KEUZE: COMBINEREN VOOR MAATWERK ................................................................... 15
6
MAATREGELEN ..................................................................................................................... 16
6.1 6.2 6.3
DAGELIJKS ONDERHOUD (DO) .................................................................................................. 16 GROOT ONDERHOUD (GO) ...................................................................................................... 16 VERVANGING (VV) ................................................................................................................ 16 2
6.4 6.5
INTEGRAAL PROGRAMMEREN ................................................................................................... 16 MEERJARENONDERHOUDSPLAN (MJOP) ................................................................................... 17
7
TOEKOMSTVISIE EN FINANCIEEL KADER ................................................................................ 18
7.1 7.2 7.3 7.4
TOEKOMSTVISIE VOOR BEHEER .................................................................................................. 18 FINANCIËLE UITGANGSPUNTEN .................................................................................................. 18 ONDERHOUDSMAATREGELEN PLANPERIODEN 0 TOT 2 EN 3 TOT 5 JAAR (2026-2030) ............................ 18 VERVANGINGSWAARDE SPEEL- EN BEWEEGVOORZIENINGEN ............................................................. 19
8
CONCLUSIE ........................................................................................................................... 20
3
1 Inleiding Voor u ligt het beheerplan speel- en beweegvoorzieningen van de gemeente Zuidplas. Dit plan beschrijft hoe de gemeente zorgt voor het beheer en onderhoud voor de speel- en beweegvoorzieningen, zoals schommels, draaitoestellen en beweegtoestellen. Deze voorzieningen dragen bij aan een gezonde, veilige en aantrekkelijke leefomgeving en zijn van belang voor de sociale samenhang, gezondheid en het welzijn van onze inwoners. Het beheer van speel- en beweegvoorzieningen is een continu proces. Geprobeerd wordt hierbij een goede balans te vinden tussen wat goed werkt, wat risico's geeft en wat het kost. In dit beheerplan wordt een gestructureerde aanpak gehanteerd, waarbij data en inspecties centraal staan. Met behulp van een digitaal beheersysteem wordt de benodigde informatie actueel en inzichtelijk gehouden. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van een assetmanagementmodel dat helpt bij het plannen en prioriteren van onderhouds- en vervangingsmaatregelen. Dit beheerplan dient als richtinggevend document voor de periode 2026-2030. Het plan sluit aan bij de doelen van de gemeente: de openbare ruimte is goed, veilig en toekomstbestendig.
Door regelmatig te actualiseren en aan te passen aan nieuwe inzichten, wetgeving en beleidsontwikkelingen en te blijven inspelen op de veranderende behoeften van inwoners, zorgt gemeente Zuidplas voor het optimaal blijven functioneren van de speel- en beweegvoorzieningen.
1.1 Doelen beheerplan speel- en beweegvoorzieningen De doelen zijn afgeleid van de wettelijke taak rond het bevorderen van de volksgezondheid en om de openbare ruimte veilig te houden. Daarnaast zijn doelmatigheidsaspecten opgenomen in het Collegeprogramma. De doelen geven een kader waarbinnen de beheertaken worden uitgevoerd en daarmee een beeld van de opgave waaraan de gemeente werkt. De doelen voor het Beheerplan speel- en beweegvoorzieningen zijn: 1. Bijdragen aan een goede volksgezondheid door veilige speel- en beweegvoorzieningen. 2. Bijdragen aan een schone en pretÝge leefomgeving. 3. Inwoners kwaliteit leveren tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten.
1.2 Algemeen wettelijk kader De gemeente Zuidplas draagt als eigenaar en beheerder van de openbare ruimte de verantwoordelijk voor de veilige en goede technische staat van de speel- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte. Hieronder staan de wetten die gelden voor speel- en beweegvoorzieningen:
4
Tabel 1.1: Overzicht wettelijk kader
Wet/regelgeving
Inhoud
Burgerlijk Wetboek
Bestuurlijke zorgplicht en aansprakelijkheid voor schade als gevolg van een onrechtmatige daad.
Wet milieubeheer
Afvalstoffen die alleen met beschermende maatregelen in het milieu kunnen worden afgevoerd. Deze wet geeft aan dat alle speelplekken in de openbare ruimte veilig gebruikt kunnen worden.
Warenwetbesluit Attractie- en Speeltoestellen (WAS)
Invloed op spelen en beweegvoorzieningen
De gemeente Zuidplas moet kunnen aantonen wat zij heeft gedaan om de risico’s voor de gebruikers van speelen beweegvoorzieningen te beperken door continu te monitoren en te onderhouden. Bij onderhoud en vervanging van speel- en beweegvoorzieningen kunnen er afvalstoffen vrijkomen die vallen onder de Wet milieubeheer. Speelplekken (speeltoestellen én (val)ondergronden) moeten veilig zijn en blijven door middel van aantoonbare monitoring met inspecties en door onderhoud en vervangingen. In deze wet staat een verwijzing naar de Europese Normen voor speeltoestellen en bijbehorende val dempende ondergronden, de NENEN 1176-1.
1.3 Wettelijk kader aansprakelijkheid De artikelen BW6:174 en BW6:162 uit het Burgerlijk Wetboek zijn belangrijk voor het beheer van speel- en beweegtoestellen. Artikel 6:174 gaat over de verantwoordelijkheid van de gemeente in de rol als beheerder als er schade ontstaat door gebrekkige speel- en beweegtoestellen. Als de speel- en beweegtoestellen niet goed onderhouden worden en dit leidt tot schade, kan men de gemeente aansprakelijk stellen. Artikel 6:162 gaat over onrechtmatige daad. Dit betekent dat de gemeente verantwoordelijk kan zijn voor schade als zij niet genoeg zorg heeft gedragen voor de veiligheid van de speel- en beweegtoestellen, bijvoorbeeld door onvoldoende onderhoud of tijdige vervanging. Deze artikelen maken duidelijk dat goed onderhoud en veiligheid belangrijk zijn voor de gemeente.
1.4 Reikwijdte en uitgangspunten beheerplan speel- en beweegvoorzieningen Het beheerplan Spelen en beweegvoorzieningen heeft betrekking op ongeorganiseerde speel- en beweegvoorzieningen in de openbare ruimte, specifiek de speel- en beweegtoestellen en ondergronden in de openbare ruimte die in eigendom en/of beheer zijn van de gemeente Zuidplas. Speelplekken op schoollocaties en commerciële beweegterreinen zijn niet in beheer van de gemeente en zijn daarom niet opgenomen in dit beheerplan.
5
Dit plan gaat niet over extra doelen zoals minder CO₂-uitstoot, natuur of het aanpassen aan het klimaat. Het beheerplan richt zich uitsluitend op de wettelijke verplichtingen en het in stand houden van het huidige areaal en functionaliteit.
1.5 Leeswijzer Na de inleiding in dit hoofdstuk wordt in hoofdstuk 2 het areaal beschreven. In hoofdstuk 3 komen de beoogde prestaties en risico’s aan bod en in hoofdstuk 4 wordt ingegaan op de inspectie en monitoring. Hoofdstuk 5 beschrijft vervolgens de strategie en hoofdstuk 6 de daarbij behorende maatregelen. Hoofdstuk 7 behandelt de financiële uitgangspunten en in hoofdstuk 8 is de conclusie opgenomen.
2 Areaal in beeld 2.1 Op orde brengen digitale beheerinformatie Om het beheer van de speel- en beweegtoestellen zo goed mogelijk te ondersteunen, wordt gewerkt volgens het ABC-principe. Dit houdt in dat het digitale beheersysteem Obsurv altijd voorzien moet zijn van actuele, betrouwbare en complete informatie. Actueel betekent dat de kerngegevens recent zijn aangepast, terwijl compleet inhoudt dat alle relevante gegevens beschikbaar zijn. Denk hierbij aan het aanlegjaar, materiaalsoorten en functies. Er is al een grote inhaalslag gemaakt in de informatieachterstand, waardoor de gegevens beter op orde zijn. Door onderhoud, renovaties, vervangingen en uitbreidingen verandert het areaal continu. Om het beheerplan actueel te houden, worden wijzigingen in het areaal zo snel mogelijk verwerkt in Obsurv. Dit geldt niet alleen voor interne mutaties, maar ook voor wijzigingen als gevolg van de samenwerking met externe partijen als aannemers. De beheerder moet goed kunnen plannen en begroten. Daarom worden de gegevens over het aanlegjaar zoveel mogelijk in Obsurv vastgelegd. Ook wordt bijgehouden welke onderhoudsmaatregelen al zijn uitgevoerd en welke nog moeten gebeuren, zodat de onderhoudsplanning actueel blijft. Het actualiseren van het beheersysteem beperkt zich dus niet tot statische gegevens, maar omvat ook de volgende dynamische gegevens: ▪ ▪
Inspectieresultaten. Onderhoudsmaatregelpakketten en bijbehorende eenheidsprijzen.
2.2 Evaluatie kwaliteit beheerdata speel- en beweegvoorzieningen In tabel 2.1 is met kleuren aangegeven in hoeverre de kerngegevens en dynamische data van de speelen beweegtoestellen op orde zijn. Over het algemeen zijn de kerngegevens goed op niveau. De grootste “blinde vlek” betreft het aanlegjaar. Ook is van veel speeltoestellen de materiaalsoort niet goed vastgelegd. Met inspecties wordt de materiaalsoort achterhaald en aangevuld worden in Obsurv.
6
Tabel 2.1: Evaluatie kerngegevens en dynamische data van de speel- en beweegvoorzieningen
Planjaar
Maatregel
Kwaliteit o.b.v. inspectie
Dynamische data Aanlegjaar
Afmetingen
Materiaal
Statische data Algemeen
Areaaldeel
Ondergrond Speeltoestel Data op orde Data bijna op orde Data in ontwikkeling Data niet op orde
2.3 Areaal speel- en beweegvoorzieningen In tabel 2.2 zijn de objecten opgenomen die de gemeente beheert. Deze zijn verdeeld over 174 speellocaties. Tabel 2.2: Areaal speel- en beweegvoorzieningen in beheer bij gemeente Zuidplas
7
Beheergroep
Ondergrond
Objectsoort
Asfalt beton betontegels Boomschors Gazon onderhoud bij groen Half verhard Jeu de Boule baan (dolomiet) Houtsnippers Kunstgras Kunstgras Valdempend Rubber doorgroeitegels rubbersnippers gebonden Rubbergietvloer Rubbertegels Zand Totaal Behendigheidstoest el Combinatietoestel Draaitoestel Duikelrek Glijbaan Jeugd ontmoetingsplek Kabelbaan Klimtoestel Schommel Skatevoorziening Speelaanleiding Speelhuis Sporttoestel Wiptoestel Zandbak Totaal
Aantal (st)
Beheergroep
8 1 11 16 7 4
velden plus inrichting
2 30 43 11 1 7 89 4 234
park inrichitng
50
Objectsoort
Aantal (st)
ducout
40
Veldverlichting
20
ballenvangers beton elementen verharding puten en kolken en leidingen doelen hoekvlaggen korfbalpaal met korf jeugddoelen Wedstrijdverlichting (40 masten 64 armaturen ) sproeiers Totaal beschoeiing verharding fietsbeugels M1 kolken Parkeerverlichting poorten schakelkasten terreinafscheiding
3000 5400 14 58 116 20 52 40 45 3.405 1200
prullenbak Totaal
5.400 21000
360 83 26 54 3 3600
watergang baggeren
89 14 57 34
Oppervlakt e (m²)
1600 45 5.371
22.600
Kunstgras velden Gras sportvelden Watervelden Zandvelden keuringen na 9 jaar
27
74000 17000 1500 1800 94300
Totaal
27
188.600
8.803
216.600
4 2 32 65 17 35 31 114 116 1 661
renovatie velden
Totaal generaal
8
3 Prestaties en risico’s 3.1 Functionele kwaliteit speel- en beweegvoorzieningen De openbare ruimte is het visitekaartje van de gemeente Zuidplas. Er zijn belangrijke redenen om te zorgen voor een bepaalde kwaliteit van de openbare ruimte. De gemeente heeft de verplichting om speel- en beweegtoestellen in haar beheer, in een veilige staat te houden. Voor speel- en beweegtoestellen geldt daarom vooral de afweging op veiligheid. Beeldkwaliteit is bij speel- en beweegtoestellen van ondergeschikt belang. Of de speel- en beweegtoestellen er mooi uitzien, zegt niets over de mate waarin zij hun functie vervullen.
3.2 Veiligheid in de openbare ruimte De gemeente streeft ernaar om de veiligheid in de gehele openbare ruimte te waarborgen. Dus ook wanneer de beeldkwaliteit en functionele kwaliteit laag zijn, moet de situatie wel veilig zijn en blijven. Als dit door omstandigheden zoals een incident, vandalisme of slecht weer niet meer het geval is, wordt zo snel mogelijk ingegrepen. Er worden onmiddellijk maatregelen genomen zoals het herplaatsen of verwijderen van speel- en beweegtoestellen om de openbare ruimte naar een veilig niveau te brengen. Daarna wordt de eventuele vervanging van de speel- en beweegtoestellen onderzocht. De gemeente kan aansprakelijk worden gesteld voor schade als blijkt dat de openbare ruimte niet veilig genoeg is volgens wat mensen mogen verwachten gezien de situatie op dat moment. Het gaat daarbij om de verwachtingen die mensen redelijkerwijs kunnen hebben over hun veiligheid in de betreffende situatie.
3.3 Prestaties speel- en beweegtoestellen De speel- en beweegtoestellen in de gemeente Zuidplas moeten niet alleen voldoen aan de wettelijke vereisten, maar ook aan aanvullende prestatie-eisen. Deze worden steeds gecontroleerd om te zorgen dat alles goed werkt, veilig is en lang meegaat. Deze voorzieningen dragen bij aan een aantrekkelijke, functionele en gezonde openbare ruimte en vragen daarom om zorgvuldig beheer en onderhoud. Net zoals bij andere beheergroepen, zijn voor de speel- en beweegtoestellen prestatie-eisen opgesteld. Deze eisen richten zich niet alleen op technische aspecten, maar houden ook rekening met sociale, ecologische en economische waarden. De speel- en beweegtoestellen zijn daarnaast onderhevig aan risico’s. Voor de analyse van de risico’s wordt gebruikgemaakt van de Prestatiegestuurde Risicoanalyse (PRA) volgens de RAMSSHEEPS-methode. RAMSSHEEPS is een Engels acroniem waarbij de letters staan voor Reliability (Betrouwbaarheid), Availability (Beschikbaarheid), Maintainability (Onderhoudbaarheid), Safety (Veiligheid), Security (Sociale veiligheid), Health (Gezondheid), Environment (Millieu en omgeving), Economics (Kosten(efÏciëntie), Politics (Politiek en imago) en Sustainability (Duurzaamheid).
9
Tabel 3.1: RAMSSHEEPS-risicothema’s Aspect Betrouwbaarheid
Omschrijving Speel- en beweegvoorzieningen voldoen aan de ontwerpeisen en functioneren gedurende hun levensduur naar behoren.
Beschikbaarheid
Speel- en beweegvoorzieningen zijn toegankelijk en functioneel, tenzij gepland onderhoud anders vereist. Speel- en beweegvoorzieningen worden zo beheerd dat onderhoud efÏciënt en met minimale hinder kan worden uitgevoerd. Speel- en beweegvoorzieningen zijn veilig voor alle gebruikers en de omgeving en voldoen aan (inter)nationale normen. Dit betreft zowel constructieve veiligheid als bescherming tegen valgevaar en andere risico’s. Speel- en beweegvoorzieningen dragen bij aan een veilige en pretÝge omgeving.
Onderhoudbaarheid
Veiligheid
Sociale veiligheid
Gezondheid
Milieu en omgeving
Kosten(efÏciëntie)
Politiek en imago
Kritische indicatoren Schades die afbreuk doen aan de functie en veiligheid van de voorzieningen (zoals loszittende onderdelen en scheuren in de ondergronden). Beperkingen door calamiteiten (zoals stormschade) of onderhoudswerkzaamheden.
Wijze van aantonen Cyclische inspecties volgens de NEN-EN-1176 en NEN-EN-1177 waarna preventief en correctief onderhoud.
Belemmeringen in de uitvoering van onderhoudsen vervangingsmaatregelen.
Onderhoudsmaatregelen kunnen cyclisch uitgevoerd worden met een acceptabele hoeveelheid hinder.
Aantal en aard van veiligheidsincidenten, gebreken die de veiligheid in gevaar brengen.
Cyclische inspecties volgens de NEN-EN-1176 en NEN-EN1177, correctief en preventief onderhoud.
Achterstallig onderhoud, en vandalisme kan bijdragen aan verloedering of onveiligheid.
Meldingen van gebruikers op sociale veiligheid en samenwerking met omwonenden, handhavingsinstanties en beheerder speel- en beweegvoorzieningen. Materiaalkeuringen, naleving van ARBO-richtlijnen en gezondheidsvoorschriften.
Speel- en beweegvoorzieningen dragen bij aan een gezonde leefomgeving. Een gevarieerd en uitdagend aanbod stimuleert een actieve leefstijl. Het beheer van beweeg- en speelvoorzieningen heeft een minimale impact op de omgeving. Speel- en beweegvoorzieningen worden efÏciënt beheerd, met een goede balans tussen onderhoud en investeringen.
Aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en ARBO risico’s tijdens onderhoud.
Speel- en beweegvoorzieningen dragen bij aan de uitstraling en leefbaarheid van de gemeente.
Schades die mogelijk aanleiding geven tot klachten en imagoschade.
Onderhouds- en vervangingsmaatregelen worden afgestemd op de gebruiker en omgeving.
Mate van (her)gebruik van duurzame materialen.
Monitoring van gebruikte materialen bij onderhoud en vervanging.
Onverwachte kosten door vervroegde vervangingen.
Door cyclisch te inspecteren en de meerjaren onderhoudsplanning (MJOP) elk jaar te herzien, wordt een stabiel onderhoudsbudget geborgd. Daarbij is een zo laag mogelijke Total Cost of Ownership het uitgangspunt. Tijdig handelen na klachten en onderhouds- en vervangingswerkzaamheden afstemmen met de omgeving.
10
Duurzaamheid
Speel- en beweegvoorzieningen worden zo onderhouden dat de levensduur maximaal wordt benut.
Te vroeg noodzakelijke vervangingen en verlies van functies.
Er wordt ingezet op het behalen van de levensduur door tijdig maatregelen te nemen, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van circulaire materialen.
3.4 Risico’s De hierboven beschreven prestaties zijn nauw verbonden met diverse risico’s. De belangrijkste interne en externe risico’s voor speel- en beweegtoestellen in de gemeente Zuidplas zijn: ▪
▪
▪ ▪ ▪
Extreme weersomstandigheden: Hevige regenval, stormen of langdurige droogte kunnen schade veroorzaken, zoals het omwaaien van objecten, corrosie door vocht, of verzakkingen van funderingen. Onvoldoende middelen: Beperkte budgetten of tekort aan personeel kunnen leiden tot achterstallig onderhoud. Door de aanleg van Cortelande ontstaat tijdelijk een situatie waarin hetzelfde budget een groter areaal moet dekken. Technische gebreken: Constructiefouten of verouderde materialen kunnen leiden tot defecten, zoals instabiele zitbanken, beschadigde afvalbakken of slecht leesbare borden. Veroudering en slijtage: Speel- en beweegtoestellen zijn onderhevig aan natuurlijke slijtage door intensief gebruik, blootstelling aan weersinvloeden en veroudering van materialen. Vandalisme: Speel- en beweegtoestellen worden regelmatig getroffen door vandalisme, zoals grafÏti, vuurwerkschade of opzettelijke vernieling, wat leidt tot ongepland onderhoud.
Om bovengenoemde risico’s te beheersen, zijn gerichte risicobeperkende maatregelen nodig (de zogenaamde mitigerende maatregelen). In combinatie met de resultaten uit de technische inspecties worden deze maatregelen afgestemd op de onderhoudsstrategie. Bovenstaande risico’s worden met de volgende risicobeperkende maatregelen beheerst: ▪
▪
▪
Jaarlijks herzien meerjarige onderhoudsplanning (MJOP): Op basis van de inspectieresultaten wordt het MJOP jaarlijks herzien en worden, wanneer nodig, onderhoud en vervangingsmaatregelen naar voren gehaald of uitgesteld. Integraal beheren: Door integraal te beheren kunnen maatregelen voor verschillende beheergroepen worden samengevoegd tot één multidisciplinair project of gebiedsgerichte aanpak, waardoor de beschikbare middelen efÏciënter kunnen worden benut. Integraal beheren: Door integraal te beheren kunnen maatregelen voor verschillende beheergroepen worden samengevoegd tot één multidisciplinair project of gebiedsgerichte aanpak, waardoor budgetten efÏciënt worden ingezet.
3.5 Levenscyclusanalyse (LCA) Door gegevens over de speel- en beweegtoestellen en het onderhoud ervan te verzamelen, kan een levenscyclusanalyse worden uitgevoerd. Deze analyse helpt bij het plannen van onderhoudswerkzaamheden op een kostenefÏciënte manier en voorkomt dat er onnodige reparaties of renovaties worden uitgevoerd. In de komende planperiode worden de lopende analyses op basis van verzamelde data opnieuw geëvalueerd. Daarbij kunnen voorstellen worden gedaan voor realistische afschrijvingsperioden.
11
4 Inspectie en monitoring Inspectie en monitoring vormen een cruciaal onderdeel van het effectief beheer en onderhoud van speel- en beweegvoorzieningen. Voor het inspecteren van deze voorzieningen worden drie inspectiesoorten toegepast: WA-inspecties, toestandsinspecties en veiligheidsinspecties. Deze inspecties hebben elk hun eigen richtlijnen, toepassingen en frequenties, die hieronder worden toegelicht. De WA-inspecties worden drie keer per jaar uitgevoerd en bestaan uit visuele controles van de speelen beweegvoorzieningen. Deze inspecties worden uitgevoerd volgens de normen: ▪ ▪ ▪
NEN-EN 1176 (speeltoestellen), NEN-EN 1177 (ondergronden), NEN-EN 14974 (skateparken).
De toestandsinspecties (ook wel WAS-inspecties genoemd) worden één keer per jaar uitgevoerd voor dezelfde voorzieningen en volgens dezelfde normen: ▪ ▪ ▪
NEN-EN 1176 (speeltoestellen), NEN-EN 1177 (ondergronden), NEN-EN 14974 (skateparken).
4.1 Toestandsinspectie speeltoestellen en ondergronden: NEN-EN 1176 en 1177 De norm voor speeltoestellen en bodemoppervlakken van speelplaatsen is de NEN-EN 1176 en 1177. Deze bieden een basis voor het veilig ontwerpen, installeren en onderhouden van speeltoestellen en bijbehorende ondergronden. Deze Europese normen beschrijven algemene veiligheidseisen en testmethoden voor speeltoestellen die worden gebruikt in openbare speelplaatsen, scholen en andere recreatiegebieden. Het doel is om risico’s op letsel te minimaliseren zonder het speelplezier en de uitdaging voor kinderen te beperken. De norm omvat verschillende aspecten, waaronder structurele stabiliteit, duurzaamheid van materialen en vereisten voor ondergronden om letsel bij een val te beperken. Zo wordt bijvoorbeeld geëist dat speeltoestellen bestand zijn tegen normaal gebruik, weersinvloeden en slijtage. Bovendien worden specifieke testen beschreven voor het beoordelen van de veiligheid, zoals metingen van vrije valhoogten, minimale en maximale openingen om beknelling te voorkomen, en eisen aan het ontwerp om verstikking of snijwonden tegen te gaan. In het beheer van speel- en beweegvoorzieningen is het naleven van deze norm essentieel om aansprakelijkheid te beperken en de veiligheid van gebruikers te waarborgen. Gemeente Zuidplas inspecteert de speeltoestellen jaarlijks op basis van de richtlijnen in de NEN-EN 1176.
Daarbij spelen ook ondergronden een cruciale rol. Deze moeten voldoen aan de eisen voor schokabsorptie, afhankelijk van de valhoogte van de toestellen. De ondergronden worden daarom ook jaarlijks geïnspecteerd volgens de richtlijnen van NEN-EN 1177. Naast deze jaarlijkse inspectie volgens de genoemde richtlijnen, wordt ieder speeltoestel en elke ondergrond drie keer per jaar visueel geïnspecteerd. Op deze manier draagt de gemeente Zuidplas bij aan een veilige en aantrekkelijke speelomgeving voor kinderen.
12
Tijdens deze inspecties wordt beoordeeld of de speeltoestellen en -ondergronden voldoen aan de norm. De uitkomst is dan ook geen conditie- of kwaliteitsscore, maar een kwalificatie als: ▪ ▪ ▪
Volgens norm: Het speeltoestel voldoet aan alle veiligheidsvoorschriften en is veilig voor gebruik. Volgens norm na reparatie: Het speeltoestel voldoet aan bijna alle veiligheidsvoorschriften en is na een kleine reparatie veilig voor gebruik. Niet volgens norm: Het speeltoestel voldoet niet aan de norm. Daarbij worden specifieke gebreken of risico’s vermeld die moeten worden hersteld.
Op basis van deze inspectie wordt een meerjarenonderhoudsplan (MJOP) opgesteld, waarin klein onderhoud en vervangingen voor de komende tien jaar zijn ingepland. Voor een deel van het areaal is momenteel slechts een controle-inspectie uitgevoerd, in plaats van een volledige veiligheidsinspectie.
4.2 Toestandsinspectie skateparken NEN-EN-14974 Deze norm is van toepassing op skateparken voor publiek gebruik die bestemd zijn voor het gebruik van skateboards, andere rolbeweeguitingen en BMX-fietsen. De skateparken binnen de gemeente Zuidplas worden periodiek geïnspecteerd volgens de NEN-EN 14974-norm, die specifieke eisen stelt aan de veiligheid en functionaliteit van skatevoorzieningen. Deze norm omvat zowel de constructieve veiligheid van ramps, rails en andere elementen als het minimaliseren van risico’s op letsel bij gebruikers. De inspecties richten zich op slijtage, stabiliteit en eventuele schade door intensief gebruik of vandalisme. Naast de technische beoordeling wordt ook gekeken naar de staat van de ondergrond en de omgeving, zoals obstakels of gebrekkige verlichting. Door deze inspecties regelmatig uit te voeren, zorgt de gemeente ervoor dat de skateparken veilig en toegankelijk blijven voor alle gebruikers, met bijzondere aandacht voor jongeren.
4.3 Inspectieresultaten In 2024 is er een toestandsinspectie uitgevoerd voor de speel- en beweegvoorzieningen die in beheer zijn van de gemeente Zuidplas. Het doel van deze inspectie was om inzicht te krijgen in de onderhoudsstaat (zowel verzorgings- als technische staat) en om de noodzakelijke onderhoudsmaatregelen voor de komende tien jaar in kaart te brengen. In totaal zijn 265 ondergronden en 676 speeltoestellen geïnspecteerd. De aantallen in tabel 4.1 wijken af van de areaalaantallen, omdat bepaalde ondergronden en speeltoestellen die in het beheersysteem als één object zijn geregistreerd, tijdens de inspectie als twee afzonderlijke objecten zijn beoordeeld. Tijdens de inspectie in 2024 bleek dat bij ruim 20% van het areaal reparaties nodig waren om te voldoen aan de inspectienormen van de NEN-EN 1176 en 1177. Concreet gold dit voor 21,75% van de speeltoestellen en 22,65% van de ondergronden.
13
Tabel 4.1: Toestandsinspectie speel- en beweegvoorzieningen
Beheergroep
Inspectiesoort
Resultaat
Aantal 2024
Aandeel 2024
Ondergrond
Controle Veiligheid Veiligheid
Niet veilig Volgens norm Volgens norm na reparatie
78 127 60
29,43% 47,92% 22,65%
265 190 343 143
28,10% 50,75% 21,15%
Speeltoestel
Totaal Controle Veiligheid Veiligheid Totaal
Niet veilig Volgens norm Volgens norm na reparatie
676
14
5 Onderhoudsstrategie Voor de speel- en beweegtoestellen zijn onderhoudsstrategieën bepaald. Daarbij zijn de volgende hoofdstrategieën gebruikt: storingsafhankelijk onderhoud (SAO), gebruikersafhankelijk onderhoud (GAO) en toestandsafhankelijk onderhoud (TAO). Hieronder wordt elk type onderhoud kort toegelicht.
5.1 Storingsafhankelijk onderhoud (SAO) Deze strategie is geschikt voor eenvoudige of niet-kritieke objecten in de openbare ruimte, waar een defect of storing niet direct tot grote gevolgen of kosten leidt. Deze strategie wordt toegepast bij eenvoudige of niet-kritieke objecten in de openbare ruimte, zoals een zitbank of hekwerk. Voor alle speel- en beweegvoorzieningen geldt dat de risico’s op gevolgschade en onveilige situaties dermate groot is dat deze strategie voor speel- en beweegvoorzieningen niet wordt toegepast.
5.2 Gebruikersafhankelijk onderhoud (GAO) Gebruikersafhankelijk onderhoud wordt uitgevoerd op basis van hoe intensief en vaak het object in de openbare ruimte wordt gebruikt. Zo kan op basis van de levensduur en het jaar van aanleg worden berekend wanneer een speeltoestel onderhoud of vervanging behoeft. Voor alle speel- en beweegvoorzieningen geldt dat de risico’s op gevolgschade en onveilige situaties dermate groot zijn dat deze strategie voor speel- en beweegvoorzieningen niet wordt toegepast.
5.3 Toestandsafhankelijk onderhoud (TAO) Toestandsafhankelijk onderhoud richt zich op de werkelijke technische staat van een object. De onderhoudsmaatregelen – zowel preventief als correctief – worden afgestemd op de geconstateerde gebreken. Voor deze onderhoudsstrategie is de volledigheid en betrouwbaarheid van de data van groot belang. Door inspectiedata over meerdere jaren te monitoren, wordt de degradatie van een object nauwkeurig in beeld gebracht en kan tijdig worden ingegrepen met onderhoud of vervanging. Deze strategie wordt toegepast op alle speel- en beweegvoorzieningen. Door op het juiste moment onderhoud uit te voeren, wordt het risico op falen zoveel mogelijk beperkt. Tegelijkertijd voorkomt deze aanpak onnodig onderhoud en daarmee extra kosten. Bovendien biedt deze strategie de mogelijkheid om weloverwogen te besluiten tot het verlengen van de levensduur van een object. In dat geval wordt de frequentie van conditiemetingen verhoogd en het onderhoud geïntensiveerd naarmate speel- en beweegtoestellen ouder worden.
5.4 Strategische keuze: Combineren voor maatwerk De keuze voor een onderhoudsstrategie hangt af van verschillende factoren, zoals hoe belangrijk en kritisch het speeltoestel is, de kosten en de beschikbare technologie. Door onderhoud vooral te baseren op de technische staat van de speel- en beweegtoestellen, en daarnaast storings- en gebruiksafhankelijk onderhoud op het juiste moment toe te passen, kan de gemeente Zuidplas kosten besparen, risico’s verminderen en de kwaliteit van de Speel- en beweegtoestellen behouden. Dit vraagt om een flexibele aanpak waarbij kennis van de specifieke situatie van de speel- en beweegtoestellen essentieel is. Na elke inspectie wordt de onderhoudsstrategie opnieuw beoordeeld.
15
6 Maatregelen Op basis van de inspectie zijn onderhoudsmaatregelen voor de periode van 2026 tot en met 2030 bepaald. Er wordt onderscheid gemaakt tussen Dagelijks onderhoud (DO), Klein onderhoud (KO), Groot onderhoud (GO komt bij speel- en beweegtoestellen vrijwel niet voor) en Vervangingen (VV). Deze verschillende onderhoudstypen worden hieronder kort toegelicht. Het MJOP bevat de kosten voor onderhoud en vervanging per object.
6.1 Dagelijks onderhoud (DO) Dit type onderhoud bestaat uit dagelijkse onderhoudsmaatregelen zoals het reinigen van ondergronden en speeltoestellen en kleine eenvoudige reparaties. Daarnaast worden alle andere onderhoudsmaatregelen die zowel preventief als correctief van aard zijn beschouwd als DO. Voorbeelden van dagelijks onderhoud zijn: ▪ ▪ ▪ ▪
Reinigen van de objecten. Vastzetten van de losse delen. Corrigeren van verzakte aansluitende verharding. Repareren van kleine gebreken.
6.2 Groot onderhoud (GO) Kenmerkend voor GO is dat de onderhoudsmaatregelen vooral correctief zijn, en dat het object tijdelijk buiten gebruik kan worden gesteld. Bij groot onderhoud moet altijd worden afgewogen of herstel zinvol is, het speeltoestel nog een nutÝge functie heeft en of dat (een onderdeel van) het object vervangen (VV) moet worden, afhankelijk van de ernst en omvang van de defecten. GO heeft betrekking op losse bouwdelen (planken, netten, dakwerk, etc). Overigens komt GO weinig voor bij speel- en beweegvoorzieningen.
6.3 Vervanging (VV) Kenmerkend voor vervangingen (VV) is dat het is gericht op noodzakelijke aanpassingen van het speel- en beweegtoestellen, omdat het object niet meer voldoet aan de gestelde prestatie-eisen. VV wordt uitgevoerd wanneer (een onderdeel van) het object niet meer door GO in stand kan worden gehouden. Naast DO is VV de meest voorkomende maatregelsoort. Voor vervanging wordt eerst bekeken of het object nog nutÝg bijdraagt aan leefbaarheid, beeldkwaliteit en veiligheid van de openbare ruimte. Als dit niet het geval is, wordt het object verwijderd en niet vervangen. Als overgegaan wordt tot vervanging, wordt het gehele object vervangen, bijvoorbeeld de mast met armatuur, de kast of de kabel.
6.4 Integraal programmeren Streven is integraal programmeren, maar dit streven wordt losgelaten wanneer de veiligheid in het geding is of wanneer het om andere redenen echt niet mogelijk is. Integraal programmeren zorgt voor minder overlast voor inwoners en soms lagere kosten, doordat werkzaamheden efÏciënter worden uitgevoerd. Soms vallen de kosten hoger uit, omdat andere onderdelen te vroeg worden vervangen (niet alle onderdelen bereiken tegelijkertijd het einde van
16
hun levensduur). Het wordt bovendien steeds ingewikkelder om alles integraal aan te pakken. Dit komt bijvoorbeeld door personeels- en planningsproblemen bij leveranciers en aannemers. Het beheer en onderhoud van de openbare ruimte in de gemeente Zuidplas vraagt primair om een integrale analyse, waarin samenwerking centraal staat. Door de instandhoudingsbehoeften van alle beheergroepen in kaart te brengen, kunnen onderhoudsmaatregelen efÏciënt worden gepland en uitgevoerd. Dagelijks onderhoud aan speel- en beweegvoorzieningen wordt over het algemeen vormgegeven als monodisciplinair project. Waar hergebruik mogelijk is, wordt dit gedaan. Wanneer GO-maatregelen of reconstructies gepland worden, raken deze niet alleen de speel- en beweegvoorzieningen, maar ook andere beheergroepen. Dit leidt tot een integrale afweging van de beste aanpak.
6.5 MeerJarenOnderhoudsPlan (MJOP) In het MJOP zijn alle kosten opgenomen die nodig zijn voor het onderhoud in de periode 2026-2030 en voor de vervanging in de periode 2026-2030. Voor elk object zijn het dagelijks onderhoud en de gangbare levensduur opgenomen, inclusief een kostenraming. Voor de vervangingen zijn eenmalige kosten opgenomen; deze kosten komen na het jaar van uitvoering niet meer voor. Op basis van de inspectie is voor elk object bepaald in welk jaar het eerstvolgende onderhoud nodig is. Ook is het jaar waarin vervanging van een object noodzakelijk is opgenomen.
17
7 Toekomstvisie en financieel kader 7.1 Toekomstvisie voor beheer Het werk van BOR bestaat uit het uitvoeren van beheer op basis van dit beheerplan. Op dit moment is er sprake van een flinke achterstand, waardoor niet al het beheer kan worden uitgevoerd zoals gepland. De komende jaren wordt er gewerkt om te voorkomen dat deze achterstand verder oploopt. Over vijf jaar wordt een stabiel beheerniveau bereikt: er wordt dan precies genoeg gedaan om niet verder achterop te raken. Vanaf dat moment kan worden gewerkt aan het inhalen van de achterstand. Dan ontstaat er ruimte om uitgesteld beheer alsnog uit te voeren. Er wordt erkend dat dit een langdurig proces is. Met een goede planning, samenwerking en focus kan er stap voor stap worden toegewerkt naar volledig beheer volgens de plannen. In de volgende paragraaf is opgenomen welke middelen daarvoor noodzakelijk zijn.
7.2 Financiële uitgangspunten In de ramingen is met de volgende zaken rekening gehouden: • • • •
Prijspeil 1 januari 2025 Areaalomvang 1 januari 2025 Vervangingen (investeringen) kunst-sportvelden zitten niet in de begroting bij BOR maar bij beleid Bedragen zijn inclusief VAT, verkeers- en milieumaatregelen maar exclusief: o Kapitaallasten o Doorberekening interne producten zoals de kosten van de buitendienst o Personeelskosten BOR o Softwarecontracten die beheerd worden door ICT o BTW
7.3 Onderhoudsmaatregelen planperioden 0 tot 2 en 3 tot 5 jaar (2026-2030) In tabel 7.1 zijn de kosten voor het onderhoud en vervangen van de speel- en beweegvoorzieningen in de periode 2026-2030 weergegeven. Tabel 7.1: Kosten voor het onderhoud en vervangen van de speel- en beweegvoorzieningen in de periode 2025-2029
Spelen en Sport
2026
2027
2028
2029
2030
totaal 20262030
Dagelijks onderhoud Groot onderhoud Investering
306.000 €0 € 403.000
306.000 €0 € 470.000
306.000 €0 € 538.000
306.000 €0 € 605.000
306.000 €0 € 672.000
€ 1.530.000 €0 € 2.688.000
18
Investeringen betreffen voor 50% speelplaatsen in projecten en 50% speelplaatsen vervangen buiten projecten.
7.4 Vervangingswaarde speel- en beweegvoorzieningen De vervangingswaarde van het totale areaal aan speel- en beweegvoorzieningen is ongeveer € 6 miljoen. Op de korte termijn (0 tot 2 jaar) wordt een groot deel van de kunstgrasondergronden vervangen, wat resulteert in hogere investeringen dan gemiddeld. Deze vervanging is onderdeel van het plan Sport van de afdeling beleid en is geen onderdeel van dit beheerplan. Tabel 7.2: Vervangingswaarde speel- en beweegvoorzieningen
Beheergroep
Objectsoort
Ondergrond
Asfalt beton betontegels Boomschors Gazon onderhoud bij groen Half verhard Jeu de Boule baan (dolomiet) Houtsnippers Kunstgras Kunstgras Valdempend Rubber doorgroeitegels rubbersnippers gebonden Rubbergietvloer Rubbertegels Zand Totaal
Vervangingswaarde
Beheergroep
603.960 40.920 40.000 98.000 2.888 15350
velden plus inrichting
25580 579.840 626.400 17365 5194 105000 227.370 11800 2.399.667 park inrichitng
Objectsoort
ducout
178.000
Veldverlichting
560.000
ballenvangers beton elementen verharding puten en kolken en leidingen doelen hoekvlaggen korfbalpaal met korf jeugddoelen Wedstrijdverlichting (40 masten 64 armaturen ) sproeiers Totaal beschoeiing verharding fietsbeugels M1 kolken Parkeerverlichting poorten schakelkasten terreinafscheiding
291.000
52000 4.248.476 54.000 477.000 14.000 40.000 37.000 150.000 15.000 460.000
watergang baggeren
31.000
prullenbak Totaal
renovatie velden
Kunstgras velden Gras sportvelden Watervelden Zandvelden keuringen na 9 jaar Totaal
Totaal generaal
Vervangingswaarde
162.000 24500 203.000 9.976 28.000 140.000 2.600.000
25.650 1.303.650 totaal renovatie 5550000 204000 135000 112500 40500 6.042.000 16.363.893
19
8 Conclusie In 2024 bleek dat bij ruim 20% van het areaal (21,75% van de speeltoestellen en 22,65% van de ondergronden) reparaties nodig waren om te voldoen aan de inspectienormen van de NEN-EN 1176 en 1177. Doordat de speel- en beweegvoorzieningen vier keer per jaar worden geïnspecteerd en waar nodig gerepareerd, worden speelvoorzieningen snel hersteld. Door het intensieve gebruik in combinatie met relatief hoge leeftijden ontstaan echter weer nieuwe gebreken. Zoveel reparaties kosten veel geld en zorgen voor problemen met het onderhoudsbudget. Het laat ook zien dat veel toestellen en ondergronden bijna aan het einde van hun levensduur zijn. Omdat er pas aan het eind van de beheerperiode genoeg geld is, zal de achterstand groter worden. Het is niet zeker of we het dan nog wel allemaal kunnen bijhouden, gezien de beschikbare middelen en personeel. Als er maatregelen nodig zijn, wordt dat in de P&C-cyclus aangegeven.
20