Bijlage 4 Beantwoording technische vragen - Verordening fysieke leefomgeving_Z21.000652
Tekst van het document
*Z21.000652*
Memo
onderwerp Beantwoording technische vragen SP en VVD ter attentie van Griffie
datum 10/03/2021
kenmerk Z21.000652
kopie aan Jan Willem Schuurman
Bijlage -
afzender E. Reussink
telefoon 0180-330300
e-mail elja.reussink@zuidplas.nl
afdeling Ruimte
Op 15 maart 2021 hebben de SP en de VVD technische vragen gesteld over de Verordening fysieke leefomgeving. Hieronder beantwoorden we deze vragen. Technische vragen Fysieke leefomgeving - SP Vraag 1: Artikel 2.14 Aanwijzing bebouwde kom 1. Klopt de kop wel met §2.2.3 Houtopstanden? Antwoord 1: Ja de titel klopt. In de Wet natuurbescherming, artikel 4.1 sub a is bepaald dat de gemeenteraad de grenzen vaststelt van de bebouwde kom zoals aangegeven in de Wet natuurbescherming, voorheen de Boswet (hierna: bebouwde kom Wnb). Met de bebouwde kom Wnb wordt een andere begrenzing bedoeld dan de begrenzing in het kader van de Wegenverkeerswet. Het benoemen van de bebouwde kom is noodzakelijk om de bevoegdheid tussen de gemeente en de provincie af te bakenen met betrekking tot (o.a.) het beschermen van bomen en houtopstanden en het mogen afgeven van een omgevingsvergunning met een kapactiviteit (kapvergunningen). Binnen de grens bebouwde kom Wnb is de gemeente het bevoegd gezag. Buiten de bebouwde kom is de provincie het bevoegd gezag wanneer het aantal te vellen bomen en houtopstanden meer bedraagt dan de hoeveelheden die in de Wnb zijn opgenomen. Met het vastleggen van de bebouwde kom grens wordt de bebouwde kom Wnb verankerd. Vraag 2: 2.
Eerder moest de gemeenteraad dit vaststellen met een mandatering naar het college, vervalt deze mandatering? Antwoord 2: Deze mandatering vervalt niet. Vraag 3: Artikel 2.19 Aanwijzingen route vervoer gevaarlijke stoffen 3. Is door voor alle wegen in Zuidplas of waar Zuidplas wegbeheerder dus zonder A12, A20, N209, N219, N457?
Pagina 1 van 5
onderwerp
registratienummer
Beantwoording technische vragen SP en VVD
Z21.000652
Antwoord 3: Het college mag, indien dit nodig wordt geacht, elke weg (dus ook A- en N-wegen) aanwijzen als route voor gevaarlijke stoffen. De verwachting is dat de huidige routes niet zo snel zullen veranderen. Vraag 4: Artikel 3.15 Verbod objecten onder hoogspanningslijn 4. Hoe zit dit dan met de komst van de toekomstige Aldi aan de Hoofdweg? Antwoord 4: Regels over hoogspanningslijnen en beschermingszones zitten ook verankerd in de bestemmingsplannen. Hier is geregeld of en hoe bebouwing onder hoogspanningslijnen en binnen de beschermingszone gebouwd mag worden. De omgevingsvergunning van de Aldi is voorgelegd aan de netbeheerder en deze heeft aangegeven geen problemen te hebben met de bebouwing binnen de zone. Het plan past daarmee binnen het bestemmingsplan en vormt dus geen belemmering in deze. Vraag 5: Artikel 3.16 Houden van hinderlijke of schadelijke dieren? 5. Op welke gronden kan een dier hinderlijk of schadelijk genoemd worden. De toelichting is hierin onduidelijk? Antwoord 5: Een dier is hinderlijk of kan schadelijk genoemd worden als deze in hun directe omgeving voor omwonenden hinder geven of schade aan de openbare gezondheid kunnen toebrengen. Vooraf is niet altijd te zeggen wat deze hinder inhoud of wat deze schade kan betreffen. Er moet kunnen worden ingegrepen als overlast of schade voor de openbare gezondheid dreigt. Vraag 6: 6.
Is dit niet onderdeel van de dierenwelzijnsnota? Antwoord 6: Dit is ook onderdeel van de dierenwelzijnsnota. Hierin zijn ook speerpunten genoemd die we straks in het omgevingsplan zullen opnemen. Nu is echter gekozen voor een beleidsarme overname van het artikel uit de APV. De huidige regels ondersteunen de dierenwelzijnsnota. Vraag 7: 7. Artikel 3.17 geld dit ook voor reeds bestaande bijenhouders? Antwoord 7: Artikel 3.17 komt uit de APV (artikel 2:64). We hebben ervoor gekozen deze bepaling beleidsneutraal over te nemen. Deze regel geldt dus al voor bestaande bijenhouders. Vraag 8: Artikel 3.19 Straatvegen 8. Is dit artikel wel realistisch en anno 2021? Antwoord 8: Artikel 3.19 komt uit de APV (artikel 4:7). We hebben ervoor gekozen deze bepaling beleidsneutraal over te nemen. Tijdens het opstellen van het omgevingsplan zullen we ook bezien of artikelen mogelijk overbodig zijn en losgelaten kunnen worden. Vraag 9: Artikel 3.21 Oplaten van ballonnen 9. Zonder sturing is breed begrip kan dit beter in artikel of toelichting worden benoemd? Antwoord 9: Het is mogelijk om een begrip aan de Verordening fysieke leefomgeving toe te voegen. U kunt dit middels een amendement indienen.
Pagina 2 van 5
onderwerp
registratienummer
Beantwoording technische vragen SP en VVD
Z21.000652
Hiervoor zou het volgende begrip gebruikt kunnen worden. Ballon: onder ballon wordt verstaan: feest-, geluks-, papier-, wens-, sfeer-, herdenkings-, reclameballon of – lampion en dergelijke. Ballonnen zonder sturing zijn ballonnen waarbij de richting en/of hoogte niet door menselijk ingrijpen wordt bepaald;
Vraag 10: 10. Is er overwogen om opruimplicht in te stellen voor grote aantallen ballonnen? Voorbeeld was een winkelier die met grote ballonnenboog en door het dorp opgehangen ballonnen feest vierde maar uiteindelijk bleven veel ballonnen achter in de buitenruimte van Zuidplas. Antwoord 10: Dit is niet overwogen. Zwerfafval is opgenomen in de Afvalstoffenverordening van de gemeente Zuidplas. De artikelen 15 en 16 uit de Afvalstoffenverordening hebben betrekking op zwerfafval. Afval van ballonnenbogen rondom ondernemingen en inrichtingen zijn middels deze artikelen afgedekt.
Vraag 11: Artikel 3.25 Verbod vellen waardevolle houtopstanden 11. Wordt de lijst een bijlage van deze verordening in kader van terugvindbaarheid? Antwoord 11: De lijst wordt niet toegevoegd. Deze is separaat aangeboden aan het college. De resultaten van deze lijst zullen wel verwerkt worden in het omgevingsplan. 12. Lid 3.d Wat is het probleem van een houtopstand in een gebied met ernstige bodemdaling? Antwoord 12: In gebieden met ernstige bodemdaling is de (rest)levensduur van houtopstanden beperkt. Houtopstanden zijn namelijk niet bestand tegen noodzakelijke ophoging als gevolg van bodemdalingen. Bodemdaling zorgen tevens voor instabiel wortelgestel, waardoor de veiligheid in het geding komt. Vraag 13: 13. Lid 5 b Bedoelt men hiermee dat met verwacht dat de te verplaatsen houtopstand dit overleeft? Antwoord 13: Ja dit wordt met dit lid bedoeld. Vraag 14: Artikel 3.28 Herplantplicht bij overtreding verbod 14. Lid 1: waarom is hier voor het woord Kan gekozen in plaats van Moet? Antwoord 14: Het is aan het college om per geval te beoordelen of een herplantplicht nodig is of niet. Dit is uitgewerkt in het bomenbeleidsplan. Vraag 15: 15. Lid 1: Illegaal kappen is herplanten ten zij als optie overwogen? Antwoord 15: Door middel van dit artikel kan het college een herplantplicht opleggen bij illegale kap of ervoor zorgen dat de overtreder een storting doet in de voorziening groen.
Het is aan het college om te kijken wat in individuele gevallen de beste oplossing is. Vraag 16: 16. Lid 2: Zorgt het college dan voor herplant van een boom of is dit alleen een bedrag ten bate van de gemeente spaarpot?
Pagina 3 van 5
onderwerp
registratienummer
Beantwoording technische vragen SP en VVD
Z21.000652
Antwoord 16: Het bedrag komt ten gunste van de aanleg van (nieuw) gemeentelijk groen. De Voorziening Groen: een gemeentelijke financiële voorziening voor de uitbreiding en handhaving van het in de gemeente aanwezige openbare groen, waaronder houtopstanden; Vraag 17: Artikel 3.42 Straatreclame 17. Lid 3: Wat zijn de nu aangewezen plaatsen voor spandoeken? Antwoord 17: De Waterdrager is de enige aangewezen plaats voor spandoeken. Voor de “Wij gaan weer naar school actie” geldt een bijzondere regeling. Vraag 18: 18. Artikel 6. § 6.4.3 Betekent dit dat er tussentijds geen aanpassingen aan deze lijst kunnen worden gedaan? Antwoord 18: Het college stelt minimaal elke 9 jaar deze lijst opnieuw vast. Tussentijds updaten van de lijst is ook mogelijk. Vraag 19: Artikel 7.2 Toezichthouders 19. Wie is de toezichthouder in recreatieschap Hitland en is deze genoemd? Antwoord 19: De toezichthouders van de Groenservice ZuidHolland en de persoon/personen, die hiertoe verder door het Dagelijks Bestuur van het Recreatieschap is/zijn aangewezen. De gebiedsverordening Hitland is niet opgenomen binnen de Verordening fysieke leefomgeving. Voor de reden verwijzen we naar bladzijde 11 en 12 van de toelichting behorende bij de Verordening fysieke leefomgeving. Het noemen van de specifieke toezichthouders is dus niet aan de orde. Technische vragen Verordening fysieke leefomgeving – VVD Vraag 1: 1.
Wat is het gevolg van het opnemen van het bomenbeleid? Zitten we er nu aan vast, maar in de oude situatie niet (omdat hij eerder niet in een verordening was vastgesteld)? Antwoord 1: Met deze verordening wordt het huidige beleid ook juridisch verankerd. Daarmee zitten we nu vast aan dit beleid. De gevolgen van het opnemen van dit beleid in de verordening geeft de gemeente de mogelijkheden om het in 2017 vastgestelde bomenbeleidsplan goed uit te voeren. Vraag 2: 2. Pagina 3, mbt Commissie Ruimtelijke Kwaliteit: Wat is het verschil tussen de huidige welstandscommissie en de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (in bezetting en kosten)? Antwoord 2: De taken van de welstandscommissie worden samengevoegd met de taken van de erfgoedcommissie. Deze samenvoeging volgt uit de wettelijke verplichting onder de Omgevingswet om een Commissie Ruimtelijke kwaliteit in te stellen die adviseert op het gebied van erfgoed. De bezetting en kosten zullen de komende maanden uitgewerkt worden. Vraag 3: 3. Pagina 4: Graag een verduidelijking over de AVOI. Gaan we die nu opstellen en straks gelijk weer
Pagina 4 van 5
onderwerp
registratienummer
Beantwoording technische vragen SP en VVD
Z21.000652
splitsen? Hoe efficiënt is dat? En is er een verband tussen deze verordening en de hoogspanningsleidingen die nu voorbereid worden?
Antwoord 3: De Algemene Verordening Ondergrondse Infrastructuur wordt opgesteld om een eenduidige set regels te hebben over alle kabels en leiding in de gemeente Zuidplas. Het opstellen van de AVOI heeft, net zoals de VLFO, als doel om de regels rondom ondergrond infrastructuur te bundelen. Dit gaat over kabels en leidingen (gas, water, electra) maar ook over ondergrondse kabels voor de telecommunicatie (glasvezel, telefoonlijnen etc). Voor de laatste categorie is de juridische basis voor het opstellen een verordening de telecommunicatiewet. Deze landelijke wet gaat niet over in de Omgevingswet. Dit zorgt ervoor dat de regels niet opgenomen mogen worden in de Verordening Fysieke leefomgeving. Bij het opstellen van het omgevingsplan gaan we kijken of het mogelijk en wenselijk is om de AVOI te splitsen en de regels (uitgezonderd telecommunicatie) op te nemen in het Omgevingsplan. Het opstellen van de AVOI heeft geen verband met de hoogspanningsleidingen die nu worden voorbereid. Dit is een proces wat al gaande is en via een bestemmingsplan juridisch geregeld wordt. Vraag 4: 4. Wat is de planning van de DSO? Welke risico’s lopen we als deze niet tijdig gerealiseerd worden? Antwoord 4: De planning van het DSO is voor de Verordening fysieke leefomgeving niet relevant. Het samenvoegen van de verschillende verordeningen kan zonder inbreng van het DSO gebeuren.
Ten aanzien van de planning van het DSO en het niet tijdig realiseren hiervan zullen de komende maanden in beeld gebracht moeten worden door het Rijk.
Pagina 5 van 5