Bijlage 4 Beantwoording technische vragen fractie CU-SGP raad 13 mei A25.001503
Tekst van het document
*A25.001503*
Memo
onderwerp Technische vragen voor raadsvergadering ter attentie van
datum 06/05/2025
kenmerk A25.001503
kopie aan
bijlage
afzender C. Osseweijer
telefoon 0180-330300
e-mail caroline.osseweijer@zuidplas.nl
cluster Beheer Openbare Ruimte
Aanvullende technische vragen ChristenUnie/SGP Rioolbeleidsplan Ná commissie 8 april Streven naar meekoppelen met wegvervanging/wijkrenovatie wordt losgelaten Vraag 1: Waarom houdt het college bij de planning van rioolvervanging niet langer rekening met wijkrenovatie en wegvervanging? Kan dit ook betekenen dat een net gerenoveerde wijk weer wordt opengebroken omdat kort daarna technisch gezien rioolvervanging nodig is? Antwoord: Tot op heden werd gestreefd naar meekoppelen met wegvervanging/wijkrenovatie. Wanneer wegvervangingen en wijkrenovaties door verschillende redenen vertraging of geen doorgang hadden in voorgaande jaren, zijn de rioolwerkzaamheden ook niet uitgevoerd. De toestand van de riolering is nu zodanig dat niet meer gewacht kan worden, omdat het risico op instortingen en disfunctioneren te groot wordt. Deze rioolwerkzaamheden worden daarom in de komende planperiode losgetrokken van de integrale weg- en groenopgave. Vraag 2: Heeft overlast voor onze inwoners en bedrijven een rol gespeeld in deze beleidswijziging? Antwoord: De impact op inwoners heeft een factor gespeeld in het opstellen van het beleid. Vraag 3: Hoeveel extra kosten zijn er mee gemoeid als in relatief korte tijd 2x de gehele straat moet worden opengebroken? Worden hierdoor ook wijkreconstructies duurder? Antwoord: De meerkosten zijn minimaal.
Weliswaar wordt tussentijds de straat dicht geblokt, maar omdat de wijkreconstructie pas later uitgevoerd wordt zijn er geen kosten voor nazettingen. Vloerpeil voortaan op minimaal 1,30m boven door HHSK vastgesteld hoogste grondwaterpeil Pag. 34 van de nota stelt: “Op het punt van een minimale drempelhoogte van nieuwbouw, inbreiding en herbouw voldoet het huidige beleid niet meer.” Op dit punt wordt het grondwaterbeleid voor nieuwbouw, inbreiding en vernieuwbouw daarom aangevuld met een minimaal vloerpeil van 1,3m boven het door HHSK vastgestelde hoogste peil van het peilgebied.
Pagina 1 van 4
onderwerp Technische vragen voor raadsvergadering
registratienummer A25.001503
In het commissiedebat werd ons niet duidelijk hoe groot de impact van deze beleidswijziging is. Voor Cortelande geldt dit nieuwe beleid niet. Voor dit dorp wordt afzonderlijk beleid gemaakt. In de beantwoording op onze eerdere technische vragen stelt het college: het is een beleidsmatig criterium waardoor per locatie maatwerk mogelijk is. Om helder te krijgen wat we nu precies afspreken over minimale vloerpeilen als gevolg van klimaatadaptatie daarom nog de volgende vragen: Vraag 4: Geldt er op dit moment een minimaal vloerpeil t.o.v. het grondwaterpeil? Hoe hoog is dit? Antwoord: Momenteel eist de gemeente een minimaal vloerpeil van 15 cm boven de hoogte van het hart van de weg. Echter de weg zakt en daarom is er geen vaste maat. Er is een beleidsmatig een minimaal vloerpeil ingesteld door HHSK van 1,30 m boven het polderpeil voor nieuwbouw (dus niet het grondwaterpeil). Vraag 5: Wie is bevoegd om de hoogte van een minimaal vloerpeil vast te stellen? Antwoord: Gemeente en HHSK, ieder op basis van eigen beleid. Vraag 6: Hanteren andere gemeenten op het grondgebied van HHSK ook deze norm voor vloerpeilen? Antwoord: Veel gemeente in het beheergebied van HHSK hanteren de adviesnorm uit het Stowarapport 2010-W01, die een drooglegging van 1,20 meter tot 1,50 meter aangeeft. Daaruit volgt per locatie een minimaal vloerpeil.
Vanwege klimaatverandering zijn heroverwegen veel gemeenten dit, mede vanwege al bestaand beleid van HHSK. Vraag 7: Is die 1,30m een landelijke norm? Hoe wordt het klimaatrobuust maken van Nederland in andere waterschappen/elders in Nederland georganiseerd. Antwoord: zie vraag 6. Vraag 8: Heeft ieder toekomstig waterpeilbesluit van HHSK voortaan direct impact op de vereisten van alle bouwaanvragen in Zuidplas? Antwoord: Wijzigingen in het peilbesluit staat open voor inspraak. Na bestuurlijk besluit geldt die voor elke keurvergunningaanvraag vanaf die datum. Vraag 9: Wanneer kan van deze eis van worden afgeweken? Wie beslist dat? Wat zijn daarvoor criteria? Antwoord: De gemeente kan alleen afwijken van haar eigen norm. De gemeenteraad kan hiertoe overgaan. Voor afwijken van de HHSK-norm dient de initiatiefnemer een aanvraag te doen bij HHSK. Vraag 10: Wat is juridisch gezien de impact van deze beleidsnota op toekomstige bouwaanvragen? Antwoord: De impact is locatie specifiek, waardoor er geen generiek antwoord te geven is. Inschatting is dat de impact gering zal zijn, vanwege de al geldende norm van HHSK die identiek is aan de nieuwe gemeentelijke norm. Maar er kan altijd sprake zijn van individuele verschillen.
Pagina 2 van 4
onderwerp Technische vragen voor raadsvergadering
registratienummer A25.001503
Vraag 11: Wat is het vloerpeil t.o.v. maximaal grondwaterpeil in Cortelande en kan daar ook van afgeweken worden? Zo nee, waarom daar niet en elders in Zuidplas wel? Antwoord: Dit is nog in onderzoek. Vraag 12: Zijn er behalve Cortelande andere gebieden in Zuidplas met specifieke waterhuishoudkundige aspecten die om specifiek beleid vragen op dit punt. Waarom niet? Antwoord: Nee, in het beleid is al rekening gehouden met het gehele grondgebied behalve Cortelande. Vraag 13: Waar liggen bestaande vloerpeilen doorgaans nog niet op 1,30m boven het grondwaterpeil? Antwoord: In de oudere gedeelten van onze gemeente. Vraag 14: Wordt als gevolg hiervan bouwen in Zuidplas duurder? Heeft dit significant impact op de businesscase van toekomstige gebiedsontwikkelingen? Leidt het ook tot aanpassingen/hoogteverschillen in openbare infrastructuur? Hoe hoog zijn deze kosten en wie betaalt dit? Antwoord: Klimaatadaptatie volgens het vastgestelde beleid Deltaplan ruimtelijk adaptatie (DPRA) en het convenant klimaatadapatief bouwen van de Provincie Zuid Holland, verhoogt de kosten van bouwen. Door direct bij nieuwe aanleg goed te ontwerpen en aan te leggen, zijn de kosten relatief laag en hebben ze geen significante impact op de businesscase. Daarmee is de nieuwbouw klimaatadaptief voor de toekomst.
Dat is mogelijk omdat de infrastructuur ook voldoende klimaatadaptief moet zijn (nooddiensten moeten kunnen blijven rijden bij hevige regenval). Bij nieuwe aanleg worden de kosten opgenomen in de grondexploitatie. De hoogte van de kosten is afhankelijk van de situatie ter plaatste en de hoogteligging van bestaand gebied. Financiën In dit nieuwe beleidsplan is één kostenscenario opgenomen met een groot bedrag aan noodzakelijke investeringen en een grote toename van in de toekomst meebetalende huishoudens. Zuidplas gaat tot 2030 voor € 35 mln aan bestaande riolering vervangen, bijna € 6 mln per jaar (bijlage 8). (Nb: Afgelopen 4 jaar is iets meer dan € 1 mln per jaar gerealiseerd: totaal € 4,5 mln in de periode 2021-2024). Vraag 15: Heeft het college naast een scenario met 5x hogere investeringen, ook een scenario met 2x of 3x hogere investeringen doorgerekend? Zo ja, kan de raad deze scenario’s ontvangen en waarom is het scenario met 5x hogere investeringen als meest realistisch uit de bus gekomen? Zo nee, is het college bereid dit alsnog te doen? Antwoord: Er is een realistische prognose gemaakt van de noodzakelijke vervanging op basis van kwaliteit. Dat is gedaan op basis van inspectieresultaten. Dit leidt mede doordat in voorgaande jaren door diverse redenen niet tijdig vervangen is, tot de investeringslast van 35 miljoen voor de komende 5 jaar.
Er zijn geen andere scenario’s bekeken. Vanaf 2038 wordt door 8.000 huishoudens in Cortelande meebetaald aan de rioolheffing. Vraag 16: Heeft het college naast een scenario met 8.000 betalende huishoudens in Cortelande in 2038 ook een scenario doorgerekend met 2.400 betalende huishoudens in Cortelande in 2038?
Pagina 3 van 4
onderwerp Technische vragen voor raadsvergadering
registratienummer A25.001503
Zo ja, kan de raad dit scenario ontvangen en waarom is het scenario met 8.000 betalende huishoudens in 2038 realistischer dan 2.400 betalende huishoudens? Zo nee, is het college bereid dit alsnog te doen? Antwoord: Uitgegaan is van de huidige kennis rond prognoses voor woningaantallen nieuwbouw in de tijd, over de gehele gemeente. Andere scenario’s zijn niet doorgerekend. Aanpassing op de werkelijke planning wordt waar nodig, doorgevoerd bij het volgende Beleidsplan Riolering over ca. 5 jaar.
Pagina 4 van 4