Bijlage 4 B 1705 Raadsinformatienota Meicirculaire 2024 Z24.001457
Tekst van het document
*Z24.001457*
Informatienota aan de raad
onderwerp
nummer raadsstuk
Meicirculaire 2024
B 1705
datum 11/06/2024 afzender
portefeuillehouder
behandelend ambtenaar
College van burgemeester en wethouders
J.W. Schuurman
M. Stuij
registratienummer
Bijlagen
openbaar of geheim
Z24.001457
2
Openbaar
Aan de raad van de gemeente Zuidplas Kernboodschap De Meicirculaire 2024 informeert ons over de middelen die wij ontvangen uit het gemeentefonds. In deze informatienota wordt dit vertaald voor Zuidplas. De Meicirculaire verschijnt altijd te laat om mee te nemen in de Zomernota. Conform staand beleid zijn de financiële gevolgen verwerkt in een aparte begrotingswijziging en is het raadsvoorstel behorend bij de Zomernota geüpdatet met de cijfers uit deze circulaire (R24.000071). De Meicirculaire valt financieel tegen in twee opzichten: • Invoering nieuwe financieringssystematiek, waardoor het gemeentefonds de komende jaren met relatief kleine stappen gaat groeien. • Deels nog in stand houden “ravijnjaar” vanaf 2026, waardoor ons gemeentefonds in dat jaar ca. € 3,9 miljoen lager is dan in 2025. Voor de Begroting 2025 is op dit moment, na deze circulaire, een positief exploitatiesaldo van € 234.000 beschikbaar. Hierbij hebben wij reeds ook gerekend met extra inkomsten vanwege areaalgroei en indexatie van Ozb. Vanwege het positieve saldo lijkt het er daarmee op dat er geen ombuigingen nodig zijn voor deze begroting. Door richting de Begroting 2025 terughoudend te zijn met nieuwe beleidsvoornemens, zetten wij ons in om u straks in november een sluitende Begroting 2025 te presenteren.
Voor het jaar 2026 lijkt het echter nog steeds onvermijdelijk om ombuigingen op de begroting te realiseren. Zowel het huidige demissionaire kabinet als het beoogde nieuwe kabinet hebben geen voornemens om gemeenten meer tegemoet te komen in het “ravijnjaar”. Over het proces naar de Begroting 2026 toe hebben wij u geïnformeerd via de raadsinformatienota “Inzicht en Wendbaarheid” (Z24.000744). Wij continueren onze inzet hiervoor. Na het zomerreces geven wij een eerste terugkoppeling van onze inzichten.
Inleiding In deze informatienota geven wij inzicht in de volgende onderwerpen: 1. Financieel effect Meicirculaire 2024 in relatie tot de Zomernota 2024; 2. Toelichting verschillen in de Meicirculaire 2024; 3. Verschil tussen benodigde stelposten en dekking in de circulaire; pagina 1 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.001457
4. Ontwikkelingen gemeentefonds: herijking en Wmo; 5. Financiële duiding hoofdlijnenakkoord PVV-VVD-NSC-BBB: “Hoop, Lef en Trots”. Toelichting Toelichting 1. Financieel effect Meicirculaire 2024 in relatie tot de Zomernota 2024 In de onderstaande tabel staat een overzicht van het financieel effect van deze circulaire. bedragen * € 1.000
Effect Meicirculaire 2024
2024
2025
2026
2027
2028
Beginstand begroting gemeentefonds Stand Meicirculaire 2024 Verschil
80.896 82.806 1.910
86.760 85.441 -1.319
80.823 81.574 751
81.648 82.655 1.007
81.648 83.704 2.056
Reserveringen taakmutaties/ lasten
-433
-858
-108
-108
-108
Netto financieel effect van circulaire
1.477
-2.177
643
899
1.948
Uit de tabel blijken positieve cijfers ten opzichte van de meerjarenbegroting, behalve voor het jaar 2025. Dit heeft te maken met de wijziging van financieringssystematiek, zoals toegelicht bij het volgende hoofdstuk. Wanneer wij vervolgens deze cijfers vergelijken met het exploitatiesaldo zoals opgenomen in de Zomernota 2024, dan volgt de onderstaande tabel. bedragen * € 1.000
Effect Meicirculaire 2024 op begroting
2024
2025
2026
2027
2028
Exploitatiesaldo bij Zomernota 2024 Financieel effect Meicirculaire 2024 Nieuw exploitatiesaldo na circulaire
-1.056 1.477 421
1.772 -2.177 -405
-6.505 643 -5.862
-7.524 899 -6.625
-8.218 1.948 -6.270
Aanvullende b egrotingswijzigingen b ij deze circulaire: Dekking in Ozb areaaluitbreiding Dekking in Ozb indexatie 3,6% Nieuw exploitatiesaldo 421
192 447 234
192 447 -5.223
192 447 -5.986
192 447 -5.631
Uit deze tabel blijkt dat er voor het jaar 2025 in eerste instantie nog voor € 405.000 dekking te vinden is om te komen tot een sluitende begroting. De belangrijkste eigen dekkingsbron is de indexatie van de Ozb. Deze levert € 447.000 op, conform de Financieel technische uitgangspunten bij de Zomernota 2024. Ook de groei van het aantal woningen levert extra inkomsten op. Deze vormt conform dezelfde uitgangspunten dekking voor de Stelpost groei, maar deze stelpost is bij de Zomernota reeds begroot. Zie verder toelichting bij deel 3 van deze informatienota. Na toevoeging van de extra dekking, resteert een positief saldo van € 234.000 op onze begroting.
pagina 2 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.001457
Toelichting 2: Verschillen in de Meicirculaire 2024 In de onderstaande tabel staat een overzicht van de mutaties in deze circulaire. De regels “dekking benodigd voor stelposten” worden in hoofdstuk 3 verder toegelicht. bedragen * € 1.000
Effect Meicirculaire 2024 Beginstand vóór Meicirculaire 2024: Stand bij Septembercirculaire 2023
2024
2025
2026
2027
2028
80.896
80.945
75.008
75.833
75.833
2.900 1.150 1.765 5.815
2.900 1.150 1.765 5.815
2.900 1.150 1.765 5.815
2.900 1.150 1.765 5.815
Zomernota '24: dekking benodigd voor Prijs Zomernota '24: dekking benodigd voor Loon Zomernota '24: dekking benodigd voor Groei Totaal dekking b enodigd reeds ingeb oekt Totaal beginstand
80.896
86.760
80.823
81.648
81.648
Stand bij Meicirculaire 2024
82.806
85.441
81.574
82.655
83.704
Verschil met begroting
1.910
-1.319
751
1.007
2.056
Verschillenanalyse met Septembercirculaire 2023 Totaal verschil met September 1.910
4.496
6.566
6.822
7.871
3.190
3.190 1.340 -490 222
3.190 1.340 -490 175
Algemene mutaties 1. Loon- en prijsontwikkeling 2. Schrappen oploop opschalingskorting 3. Nieuwe systematiek indexeren 4. Incidentele compensatie nieuwe sytematiek 5. Afrekening BCF 2023 6. Actualiseren BCF stelpost o.b.v. 2023 7. Groei aantallen 8. Nieuw jaar 2028 9. Overige mutaties
-1.632 1.440 426 510 528
-3.265 1.317
3.190 1.340 -490 275
510 1.750
510 1.750
510 1.750
355
-50
-171
138
510 1.750 900 334
55 53
882 55 53 54
55 53 54
55 53 54
55 53 54
4.496
6.566
6.822
7.871
-750 -55 -53
-55 -53
-55 -53
-55 -53
-858
-108
-108
-108
Taakmutaties 10. Jeugdhulp schrappen besparing 500 miljoen 11. Armoede en schulden 12. Werkdrukverlaging jeugdbescherming 13. Vrijval reservering Voogdij 18+ 14. Uitvoeringskosten Omgevingswet Totaal verschillen
175 1.910
Reserveringen en mutaties lasten begroting 15. Verwijderen stelpost Jeugdhulp (lasten) 16. Armoede en schulden 17. Werkdrukverlaging jeugdbescherming 18. Uitvoeringskosten Omgevingswet Totaal reserveringen
-150 -55 -53 -175 -433
pagina 3 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.001457
1. Loon- en prijsontwikkeling De loon- en prijsontwikkeling van deze circulaire is voor het eerst gebaseerd op een nieuwe systematiek. De prijsontwikkeling van het Bruto binnenlands product (pBBP) wordt hiervoor leidend, in plaats van een gecombineerde index zoals voorheen. Zoals uitgelegd bij de Financieel technische uitgangspunten van de Zomernota 2024, is deze index gemiddeld genomen lager dan de oude index. 2. Schrappen oploop opschalingskorting Het Rijk komt gemeenten deels tegemoet in het “ravijnjaar” door de oploop van de opschalingskorting van € 675 miljoen te schrappen. 3. Nieuwe systematiek indexeren Zowel het volume als het prijs deel van het gemeentefonds wijzigt met ingang van deze circulaire. In het verleden volgde het accres de ontwikkeling van de rijksuitgaven (‘samen de trap op, samen de trap af’). De laatste twee jaar is het accres bevroren. Met ingang van deze circulaire wordt het volume deel bepaald door het 8-jarig historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het Bruto binnenlands product (BBP), en het prijsdeel door de index pBBP. Omdat de oude systematiek verwijderd moet worden uit de totalen van de circulaires en de nieuwe systematiek toegevoegd moet worden, ontstaan er nadelen voor gemeenten. 4.
Incidentele compensatie nieuwe systematiek Het Rijk heeft besloten om gemeenten in het jaar 2024 en in de jaren vanaf 2026 grotendeels te compenseren voor het nadeel van de overgang naar een nieuwe systematiek. In 2025 is de compensatie lager. 5. Afrekening BCF 2023 Het BTW-compensatiefonds (BCF), waar gemeenten BTW kunnen terugvorderen, wordt verrekend met het gemeentefonds. In 2023 is er ruimte onder het plafond van het BCF geweest. Een deel van deze ruimte is bij de Septembercirculaire 2023 reeds teruggestort naar gemeenten, een ander deel volgt nu bij deze circulaire. 6. Actualiseren BCF-stelpost o.b.v. 2023 Op basis van de jaarcijfers 2023 mogen wij in de meerjarenbegroting rekening houden met terug storting uit het BCF vanwege ruimte onder het plafond. De stelpost was reeds meerjarig € 636.000 vanaf 2024, maar nu er € 510.000 bij komt, wordt deze € 1.146.000. 7. Groei aantallen De groei van de gemeente leidt tot extra bedragen in het gemeentefonds. Wij rekenen hierbij met een groei van 469 woningen in 2024, zoals ook toegelicht in de Financieel technische uitgangspunten van de Zomernota 2024. 8. Nieuw jaar 2028 Het jaar 2028 maakte nog geen deel van ons meerjarenbegroting 2024-2027, maar komt nu voor het eerst in beeld. Vanwege volumegroei is het bedrag hoger dan 2027. 9. Overige mutaties Diverse mutaties. 10.
Jeugdhulp schrappen besparing 500 miljoen Aanvullend op de hervormingsagenda Jeugdhulp heeft het vorige kabinet een besparing van 500 miljoen vanaf 2025 ingeboekt. Omdat het Rijk risicodragend is voor realisatie hiervan, hebben wij deze budgetneutraal ingeboekt (baten/ lasten). Het kabinet schrapt deze besparing nu in 2025. Zie ook punt 15 voor de tegenhanger aan de lastenzijde die we verwijderen. In het coalitieakkoord is verder te lezen dat deze ook vanaf 2026 geschrapt gaat worden. Dit is echter nog niet formeel aan gemeenten gecommuniceerd. Zie ook de toelichting bij onderdeel 5 van deze informatienota. 11. Armoede en schulden pagina 4 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.001457
Nadat er vorig jaar incidenteel middelen beschikbaar zijn gesteld voor betere dienstverlening op het gebied van armoede en schulden, worden deze nu structureel. 12. Werkdrukverlaging jeugdbescherming Gemeenten krijgen extra geld als uitvoering van het bestuurlijk akkoord over jeugdbescherming en jeugdreclassering. Onderdeel van dit akkoord is stapsgewijze verhoging van tarieven. 13. Vrijval reservering Voogdij 18+ Het onderdeel “Voogdij 18+” is in 2022 overgeheveld naar de algemene uitkering, maar er was nog een deel gereserveerd voor eventuele compensatieregelingen. Inmiddels kan het restbudget vrijvallen. 14. Uitvoeringskosten Omgevingswet Gemeenten krijgen incidenteel in 2024 een bedrag voor het bereiken van doelen van de omgevingswet. Op een aanvullende post van de Rijksbegroting staat ook in 2025 een bedrag van vergelijkbare omvang gereserveerd. In de circulaire is te lezen dat deze naar verwachting bij een volgende circulaire aan het gemeentefonds wordt toegevoegd. 15. Verwijderen stelpost Jeugdhulp (lasten) Zoals toegelicht bij punt 10, wordt ook de gereserveerde stelpost verwijderd. 16. Armoede en schulden Conform de Financieel technische uitgangpunten wordt het bedrag van punt 11 gereserveerd, om eventueel via een voorstel tot besteding in een later P&C-document aangevraagd te worden. 17.
Werkdrukverlaging jeugdbescherming Conform de Financieel technische uitgangpunten wordt het bedrag van punt 12 gereserveerd, om eventueel via een voorstel tot besteding in een later P&C-document aangevraagd te worden. 18. Uitvoeringskosten Omgevingswet Conform de Financieel technische uitgangpunten wordt het bedrag van punt 14 gereserveerd, om eventueel via een voorstel tot besteding in een later P&C-document aangevraagd te worden.
Toelichting 3: Verschil tussen benodigde stelposten en dekking in de circulaire Gebruikelijk is dat wij bij de Meicirculaire berekening ook de Stelposten Prijs, Loon en Groei begroten aan de lastenzijde van de begroting. Om echter consequenter te zijn in het verwerken van baten en lasten in P&C-documenten, hebben wij reeds bij de Zomernota een fictieve verhoging van de inkomsten opgenomen, zodat bij deze Meicirculaire een confrontatie tussen daadwerkelijke dekking en benodigde dekking gemakt kan worden. Uit de tabel van de vorige pagina is gebleken dat er voor € 5.815.000 reserveringen benodigd zijn voor Prijs, Loon en Groei, conform de Financieel technische uitgangspunten van de Zomernota 2024. Deze benodigde dekking is reeds ingeboekt als fictieve hogere baten gemeentefonds. Uit de onderstaande tabel blijkt echter dat de dekking uit het gemeentefonds € 4.940.000 is, zodat er voor € 875.000 dekking gevonden moet worden elders in de begroting (15%). Dit kan bijvoorbeeld uit de indexatie van overige inkomsten of een positief saldo. Het verschil is vooral zichtbaar bij Prijs en Loon. Het verschil bij Groei is beperkt.
pagina 5 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.001457
bedragen * € 1.000
Vergelijkingen stelposten met dekking Dekking Dekking Mei Verschil/ Dekking circulaire benodigd 2024 tekort areaal Ozb Stelpost Prijs Prijs indexaties reeds in ZN 2024 1.700 Reservering voor toekomstige lasten (ZN 2024) 1.200 Totaal stelpost Prijs 2.900 2.280 -620
Surplus
Stelpost Loon Reservering voor toekomstige lasten (ZN 2024) Totaal stelpost Loon
1.150 1.150
910
-240
Stelpost Groei Groei gerelateerde kosten reeds in ZN 2024 Reservering voor toekomstige lasten (ZN 2024) Totaal stelpost Groei
665 1.100 1.765
1.750
-15
192
177
Totaal
5.815
4.940
-875
192
177
Toelichting 4: Ontwikkelingen gemeentefonds: herijking en Wmo Herijking gemeentefonds: aanname nog geen impact in 2026, maar op zijn vroegst 2027 In de Meicirculaire 2024 staat geen nieuwe informatie over de herijking van het gemeentefonds, behalve dat het ingroeipad voorlopig nog steeds beperkt blijft tot € 37,50 per inwoner, positief of negatief, Deze herijking (herverdeling) van het fonds is in 2023 ingevoerd, met een ingroeipad van € 12,50 per inwoner in 2023, € 25,00 in 2024 en € 37,50 in 2025. In principe was het voornemen om vanaf 2026 de definitieve herverdeling in gang te zetten. Omdat er echter kritiek op de herverdeling kwam van gemeenten, vinden er eerst vervolgonderzoeken plaats. Dit zijn drie vervolgonderzoeken: 1) naar centrumfunctie, b) naar overige eigen middelen en c) naar grote steden. Het onderzoek naar centrumfunctie is mede na een lobby van de gemeenten in regio Midden Holland opgestart (zie raadsinformatienota Z21.002923). Deze drie vervolgonderzoeken zijn recent in 2024 gestart, maar er zijn nog geen resultaten bekend. Mogelijk volgen deze in de Septembercirculaire 2024 of Decembercirculaire 2024. Na publicatie van resultaten is er ook tijd nodig voor bestuurlijke afstemming. In de Meicirculaire 2024 is te lezen dat de aftopping van € 37,50 in de circulaires blijft staan zolang er nog geen definitieve besluitvorming is.
Gelet op het lange tijdpad van besluitvorming lijkt het ons realistisch om te verwachten dat definitieve doorvoering van de herijking niet met ingang van 2026 doorgaat, maar eerder van 2027 of 2028. Deze aanname is relevant voor ons proces richting de Begroting 2026, waarbij het jaar 2026 onder druk staat, met name vanwege het “ravijnjaar”. Immers, uit voorlopige cijfers van de herijking, gepubliceerd bij de Meicirculaire 2022, blijkt dat wij mogelijk € 96 per inwoner nadeel krijgen. Dit zou circa € 2,8 miljoen aanvullend nadeel geven. Wij maken nu de aanname dat dit risico niet van toepassing is op 2026, maar op zijn vroegst op 2027. Wmo mogelijk afwijkende afspraken met indexatie In de Meicirculaire 2024 is te lezen dat er voor de Wmo nieuwe afspraken gemaakt zullen worden. De Wmo maakt nu deel uit van de algemene uitkering maar er wordt een nieuwe bekostigingsvorm pagina 6 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.001457
gezocht. De nieuwe systematiek houdt volgens gemeenten te weinig rekening met demografische groei: door vergrijzing neemt het aantal ouderen en nemen de Wmo kosten toe. Het Rijk komt gemeenten tegemoet op dit punt. Op een aanvullende post van de Rijksbegroting wordt er € 75 miljoen in 2026, oplopend naar € 300 miljoen in 2029 gereserveerd (structureel) om later toe te voegen aan de middelen voor de Wmo in de nieuwe bekostigingsvorm.
Toelichting 5: Financiële duiding hooflijnenakkoord PVV-VVD-NSC-BBB: “Hoop, Lef en Trots” Vlak voor publicatie van de Meicirculaire 2024 publiceerden de vier partijen PVV-VVD-NSC en BBB een hoofdlijnenakkoord om een nieuwe regering te vormen, onder de titel “Hoop, Lef en Trots”. In dit hoofdlijnenakkoord en in de financiële bijlage zijn verschillende voorstellen opgenomen dit de financiën van gemeenten kunnen raken. Hieronder volgt een overzicht hiervan. Wellicht ten overvloede, maar wel van belang om te melden is dat het hoofdlijnenakkoord een politieke afspraak betreft. Pas wanneer deze verwerkt wordt in de Rijksbegroting of in wetgeving, kan deze invloed hebben op de gemeenten. Wat staat er niet in het hooflijnenakkoord? 1. Algemene korting Ravijnjaar blijft in stand In de Meicirculaire is de oploop van de opschalingskorting geschrapt (675 miljoen vanaf 2026), maar er blijft alsnog een algemene accreskorting in stand waardoor er per saldo € 1,3 miljard minder gemeentefonds is in 2026 dan in 2025. Hier moet in de toekomst de loon & prijsontwikkeling 2026 ook nog uit betaald worden. 2. Uitbreiding lokaal belastinggebied In het regeerakkoord van Rutte IV, waarvan het kabinet inmiddels demissionair is, staat dat het Rijk met gemeenten in gesprek gaat over uitbreiding van het lokale belastinggebied, om lokale autonomie te vergroten.
In het Jaarplan 2024 van de VNG staat dit ook als gespreksonderwerp genoemd. Het coalitieakkoord noemt dit thema echter verder niet. Het is onzeker wat er de komende tijd op dit dossier verwacht kan worden. Wat staat er wel in het hoofdlijnenakkoord? 1. Maximering Ozb tarieven Er staat dat Ozb tarieven gemaximeerd worden. Het is onduidelijk wat hier precies mee bedoeld wordt. Wel is duidelijk dat het Rijk hiermee wil interveniëren in de autonomie van gemeenten. Naar verwachting leidt dit tot weerstand bij gemeenten. Er zijn landelijk grote verschillen in Ozb tarief. Voor het doorvoeren van deze maatregel is wijziging van de financiële verhoudingswet nodig is. Een wetgevingstraject op dit onderdeel kan enkele jaren duren, inclusief tijd voor consultatie van gemeenten. Voor de komende jaren verwachten wij op dit punt geen impact. Ook geldt dat Zuidplas niet tot de gemeenten met de hoogste tarieven behoort, maar tot de middenmoot van Zuid-Holland. Hier kan indirect uit afgeleid worden dat er ruimte is om te stijgen in de situatie dat in de toekomst een maximum zou komen. 2. Jeugdhulp 511 miljoen intrekken bezuiniging In de Meicirculaire 2024 is voor het jaar 2025 de aanvullende besparing teruggedraaid. In het hoofdlijnenakkoord volgt het structurele deel vanaf 2026. Dit heeft geen financieel effect op onze pagina 7 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.001457
begroting, omdat wij dit reeds, conform richtlijn van de toezichthouder, budgetneutraal hadden opgenomen. 3. Nieuwe planbatenbelasting of nieuwe (onbebouwde) grondbelasting Mogelijk krijgen gemeenten de mogelijkheid voor nieuwe belastingen. Een planbatenbelasting is een eenmalige heffing uit de waardestijging van de grond als gevolg van functiewijziging, bijvoorbeeld agrarische grond die woning grond wordt. Het doel hiervan is om de winst op deze waardestijging meer ten laste van het publiek te maken, zodat deze ingezet kan worden voor publieke voorzieningen. Een risico is dat externe investeerders afgeschrikt worden om te investeren. Een (onbebouwde) grondbelasting is niet een eenmalige maar een structurele belasting voor het bezitten van grond met bouwmogelijkheid, dat nog onbebouwd is1. Er zitten voor- en nadelen aan beide voorstellen voor nieuwe heffingen. Voor het zomerreces wordt er een landelijk onderzoek gepubliceerd hierover. Hierbij zullen ook alternatieven worden bekeken, zoals vrijstellingen van de WOZ. 4. Specifieke uitkeringen overhevelen naar gemeentefonds met 10% korting (excl. bijstand), vanaf 2026 In potentie betekent dit een nadeel voor onze gemeente. In 2022 ontvingen wij circa € 8 miljoen aan specifieke uitkeringen en in 2023 circa € 11 miljoen (bijstand niet meegerekend).
Bij overheveling naar het gemeentefonds inclusief 10% korting zouden onze inkomsten omlaag gaan. 5. Extra middelen woningbouw en infrastructuur, totaal € 5 + € 2,5 miljard in 2025 t/m 2029 Dit betekent mogelijkheden om subsidies aan te vragen. 6. Generieke taakstelling subsidies Rijksbreed, oplopende reeks tot € 1 miljard Het is onduidelijk was deze impact gaat zijn. Mogelijk krijgen gemeenten via deze indirecte route minder inkomsten uit specifieke uitkeringen. 7. Klimaatfonds verlaging € 300 miljoen per jaar in 2025 t/m 2028 Het is op dit moment niet duidelijk of de CDOKE middelen vanaf 2026 lager zullen worden: regeling Capaciteit decentrale overheden voor klimaat-en energiebeleid. Dit zou de dekking voor het programma Duurzaamheid kunnen wijzigen.
Consequenties De financiële gevolgen staan hierboven toegelicht. Vervolg Toevoegen aan dossier Zomernota 2024 voor behandeling in de gemeenteraad van 9 juli 2024. Inclusie De inkomsten uit het gemeentefonds worden gemeentebreed ingezet voor de uitvoering van ons beleid, waaronder beleid gericht op inclusie. 1
Bron: Tweede Kamer, 22 mei 2024, blz. 36 – 39 (formatiestukken), https://files.tweedekamer.nl/sites/default/files/202405/20240522%20Onderliggende%20stukken%20eindverslag%20deel%201-5.pdf . pagina 8 van 9
onderwerp
registratienummer
informatienota aan de raad
Z24.001457
Bijlagen 1. A24.001242 Meicirculaire 2024 van Rijksoverheid 2. A24.001244 Begrotingswijziging Meicirculaire 2024 Namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas,
J.F. Weber Burgemeester
M. Burgmans Gemeentesecretaris
pagina 9 van 9