CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 39 Beantwoording technische vragen CU-SGP programmacommissie 19 maart 2024 Z24.000693

Gemeenteraad 14 mei 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 13.581 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z24.000693*

Memo

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP programmacommissie 19 maart 2024 ter attentie van Gemeenteraad

datum 18/03/2024

kenmerk Z24.000693

kopie aan

bijlage

afzender E. Reussink

telefoon 0180-330300

e-mail elja.reussink@zuidplas.nl

cluster Ruimtelijk beleid

Vraag 1: Er is in bepaalde gebieden geluidsarm asfalt nodig en alleen bestemmingsverkeer mogelijk Kan je deze beide zaken wel juridisch borgen in het BP. Houdt dit wel stand? De planregels voor geluidsarm asfalt heb ik gevonden de planregels voor alleen bestemmingsverkeer niet. Voor een aantal (nieuwe en bestaande) wegen komen we er, op basis van de onderzoeken, op uit dat er op delen geluidarm asfalt zal worden toegepast. Ook regelt het bestemmingsplan dat er op een deel van de bestaande wegen in de toekomstige situatie alleen bestemmingsverkeer mogelijk is. Antwoord 1: Voor een deel van de bestaande wegen (Zuidelijke Dwarsweg) is een nieuwe verkeersbestemming opgenomen in artikel 13 (Verkeer – Langzaam verkeer). Onder lid b. wordt het bestemmingsverkeer geduid en onder lid c. en d. bepalingen opgenomen zijn voor tijdelijk nieuw verkeer tot maximaal 100 woningen binnen het woongebied en tot de realisatie van de groene slinger. Geluidarm asfalt is opgenomen in de regels daarmee bindend in het kader van goede ruimtelijke ordening. Bij de nieuwe dwarsweg is het daarnaast ook gekoppeld aan de hogere waarde bij woningen langs de 2 e tochtweg. Vraag 2: Dit BP is globaal van opzet, doorlooptijd van 20 jaar.

Waarmee, wanneer en hoe kan de raad bijsturen? Ook zonder dat dit gelijk (grote) fin consequenties heeft? Dit Chw bestemmingsplan is globaal van opzet en biedt een meer flexibel kader voor ontwikkeling. Ook biedt dit plan een directe bouwmogelijkheid als voldaan wordt aan de regels die in het plan zijn opgenomen. Er is dus geen uitwerking van dit bestemmingsplan meer nodig om omgevingsvergunningen te verlenen. Antwoord 2: De gemeenteraad heeft op de volgende onderdelen de mogelijkheid om bij te sturen: • Grex jaarlijks actualiseren; • NvU herijkingen (eerste 2024, daarna 2-jaarlijks). Gelden alleen voor (deel)gebieden waarvoor nog geen harde afspraken zijn gemaakt met marktpartijen; • Stedenbouwkundig casco; • Beeldregieplan; • Omgevingsplan voor de gehele gemeente moet voor 2032 worden vastgesteld (ivm reikwijdte overgangsrecht). De gemeenteraad heeft op basis van het amendement reeds aangegeven dat

Pagina 1 van 9

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP programmacommissie 19 maart 2024

• • •

registratienummer Z24.000693

zij binnen 4 jaar een wijziging omgevingsplan wenst te zien voor het Middengebied. Afhankelijk van de bijsturing moet hier wel bekeken worden wat het risico op nadeelcompensatie is (noot: wijziging omgevingsplan is na invoering Omgevingswet dus dan heet planschade in alle gevallen nadeelcompensatie); Concrete deelplannen vastleggen in een wijziging omgevingsplan, los van de algemene cyclus Voorbereidingsbesluit1 nemen bij ongewenste ontwikkelingen Aanscherpen monitoring; Aanvullend op het bestemmingsplan en het stedenbouwkundig casco een omgevingsprogramma vaststellen.

Vraag 3: Is er een mogelijkheid om een knip te maken in het grote BP en voor fase 1a dit BP vast te stellen en voor volgende fase de route Omgevingswet te volgen? Dit in het kader van bij kunnen sturen en regie houden van de raad? Het behoort tot de beleidsruimte van de gemeenteraad om de mate van gedetailleerdheid van een plan te bepalen. Antwoord 3: Het gedeeltelijk vaststellen van het bestemmingsplan behoort tot de mogelijkheden. Echter daarmee vervalt de Wvg voor een groot deel van de gronden wat in die gebieden grondspeculatie in de hand zal werken. Daarnaast betekent dat voor de Grondbank dat de waardering van de gronden voor de niet bestemde gronden verandert. Daarnaast zet het druk/ geeft het risico’s voor de integraliteit van de ontwikkeling. Vraag 4: Wiens bevoegdheid is het om stedenbouwkundigplan en waterhuishoudingsplan vast te stellen. Kan deze bevoegdheid naar de raad gaan en wat is hier voor nodig? Voordat met de realisatie van het gebied gestart wordt, vindt uiteraard nog een uitwerking plaats, onder meer in de vorm van een stedenbouwkundig plan en een waterhuishoudingsplan. Zo worden een stedenbouwkundig casco en deeluitwerkingen opgesteld in aanloop naar de aanvraag van omgevingsvergunningen. Antwoord 4: Met de raad zijn reeds afspraken gemaakt over vaststelling van het stedenbouwkundig casco.

Om de bevoegdheid naar de raad te brengen zijn afspraken tussen raad en college nodig. Deze afspraken hoeven en kunnen niet in het bestemmingsplan vastgelegd te worden. Op termijn kan het stedenbouwkundig casco wel opgenomen worden in een wijziging omgevingsplan. De bevoegdheid voor een stedenbouwkundig plan en een waterhuishoudingsplan ligt evenals bij andere plannen bij het college. Het waterhuishoudkundig plan wordt in samenspraak met het waterschap opgesteld. Vraag 5: Welke andere keuzes kan de raad nemen om te draaien aan de knoppen van gedetailleerdheid van het BP? Het behoort tot de beleidsruimte van de gemeenteraad om de mate van gedetailleerdheid van het plan te bepalen

1 Een voorbereidingsbesluit leidt niet meer tot een aanhoudingsplicht voor het nemen van besluiten op

aanvragen om bouw- en aanlegvergunningen. De mogelijkheid om via het voorbereidingsbesluit voorbeschermingsregels te stellen over bouwactiviteiten en het in stand houden van bouwwerken, vervangt de aanhoudingsregeling.

Pagina 2 van 9

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP programmacommissie 19 maart 2024

registratienummer Z24.000693

Antwoord 5: Zie hiervoor de beantwoording onder vraag twee en drie over de sturingsmiddelen van de raad. Nu de gedetailleerdheid van het plan aanpassen zorgt voor een te ingrijpende wijziging en kan niet zonder het opnieuw ter inzage leggen van het plan. In een later stadium kan dit wel worden vastgelegd middels een wijziging omgevingsplan. Vraag 6: Hoe zit het precies met een supervisor benoemd in de beantwoording van R3.2, denk aan takenpakket, rol, bevoegdheden enz? In het kader van de beoordeling van een aanvraag omgevingsvergunning voor het oprichten van een gebouw advies wordt gevraagd aan een door het college van B&W in te stellen Supervisor, die ook beoordeelt of er sprake is van een samenhangend en passende stedenbouwkundige opzet. Antwoord 6: Over de rol, taken en bevoegdheden van de stedenbouwkundig supervisor moet nog een nadere afweging gemaakt worden. Het is mogelijk om dit in samenspraak tussen college en raad in te gaan vullen. De taak op hoofdlijnen omvat: het bewaken dat de verdere uitwerking conform gemaakte afspraken is. Vraag 7: Wat betekent het nemen van een bronmaatregel op de Middelweg concreet? R3.4C Op een ander deel van de Middelweg is wel sprake van een toename van het verkeer (op het gedeelte richting de A20). Daar ontstaat een toename van het geluid van ongeveer 6 dB.

Omdat dit meer dan 5 dB is, wordt op dat wegvak een bronmaatregel (een maatregel ter plaatse van de weg, waar de geluidemissie ontstaat) toegepast Antwoord 7: Onder bronmaatregel wordt geluidarm asfalt verstaan, dit is een algemeen gehanteerde term. (artikel 12.3.2 Voorwaardelijke verplichting geluidreducerend asfalt) Vraag 8: In R5.3B wordt aangegeven dat niet wordt voldaan aan de geactualiseerde advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2021 voor fijnstof en stikstofdioxide. Welke waarde is leidend bij deze ontwikkeling? EU grenswaarde luchtvervuiling? En zo ja blijven we daar onder? Antwoord 8: We moeten voldoen aan de Nederlandse normen. We voldoen aan de geldende eisen (Wet milieubeheer en het Besluit kwaliteit leefomgeving). De waarden van de WHO zijn advieswaarden en niet wettelijk geldend. Vraag 9: Is er schuifruimte voor realisatie sportpark binnen de functie aanduiding sport? Waar ligt precies de functie aanduiding sport? Antwoord 9: Binnen de aanduiding sport is schuifruimte om de meest optimale indeling van een sportpark te bepalen. In onderstaande figuur is de aanduiding sport terug te vinden.

Pagina 3 van 9

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP programmacommissie 19 maart 2024

registratienummer Z24.000693

Vraag 10: Mag een voorwaarde opgenomen worden dat de parkeernorm naar beneden gaat bij ontwikkeling van goede busverbindingen en doorfietsroutes? Houdt dit juridisch stand? Antwoord 10: Die optie zit al in het bestemmingsplan door middel van een verwijzing naar de Nota maatwerk parkeren Middengebied of zijn rechtsopvolger daarvan. Het bestemmingsplan hoeft niet aangepast te worden als er een bijstelling plaats vindt van de parkeernormen. De Nota maatwerk parkeren Middengebied kan eventueel aangepast worden zonder dat het bestemmingsplan hoeft te wijzigen. Vraag 11: R7.3. Er vindt een knip plaats in de div grondposities qua bestemming, waarbij gronden per 1 jan 2033 automatisch overgaan naar een nieuwe bestemming terwijl nog onzeker is of deze gronden allemaal wel nodig zijn. Kan en mag dit juridisch gezien dit zomaar? Het bosgebied/energielandschap, met de bestemming ‘Bos -Voorlopig 2’, wordt gefaseerd ontwikkeld. Omdat nog onduidelijk is welke energieopwek uiteindelijk benodigd is voor het nieuwe dorp zal de gemeente nauw gaan monitoren wat er na ontwikkeling van het eerste energielandschap benodigd is aan aanvullend energielandschap voor het totale dorp. Pas dan kan van de locatie bepaald worden of

Pagina 4 van 9

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP programmacommissie 19 maart 2024

registratienummer Z24.000693

de gronden benodigd zijn voor de (gedeeltelijke) ontwikkeling een energielandschap of voor de ontwikkeling van het bos. Antwoord 11: De voorlopige bestemming is juist hiervoor bedoeld en is ingezet zoals de wetgever dit bedoelt. Mocht nodig blijken dat de gronden niet of nog niet nodig zijn voor de andere bestemming dan zit er tevens een mogelijkheid in om het bestaande gebruik te verlengen. Overigens is het voorstel aan de raad om de bestemming Bos – Voorlopig 2 voor nu te laten vervallen en hiervoor de huidige agrarische bestemming te laten voortduren tot er duidelijk is wat er in dat gebied gaat gebeuren. Vraag 12: Indieners zienswijzen 1e tocht geclusterd. De N219 wordt in dit BP niet aangepast, maar op de huidige N219 is nu fysiek en planologisch geen ruimte voor voorsorteervakken en opstelplaatsen voor de uiteindelijke T splitsing met wellicht een VRI? Loopt dit via een apart BP? En hebben de indieners van deze zienswijze dan nog rechten om hier ook een zienswijze t.z.t. op in te dienen? Tot slot: wordt dan ook eventuele toename geluid(overlast) bij realisatie T splitsing van deze toekomstige aanpassing meegenomen in de besluitvorming? Antwoord 12: De huidige vigerende bestemmingsplannen maken voorsorteervlakken, opstelplaatsen en een Tsplitsing mogelijk. De later in het proces op te stellen detailuitwerkingen vormen basis voor de vergunningaanvragen.

Hier zal ook bepaald worden hoe de splitsing er uit komt te zien en of hier een VRI komt of een andere oplossing. Bij de aanvraag omgevingsvergunning is er ook nog mogelijkheid voor omwonenden om hier hun rechtsmiddelen aan te wenden. Hierbij zal opnieuw geluidsonderzoek uitgevoerd worden op basis van de situatie en prognoses op dat moment. Dat zal dan in de besluitvorming worden meegewogen. Vraag 13: De raad heeft vrijdag 8 maart een mail van indiener R 22 gehad met verzoek bebouwingsoppervlakte van max 30 naar max 38 % op te rekken, want: In het voorliggende vast te stellen bestemmingsplan is namelijk in artikel 5.3.2 bepaald dat het gebruik van gronden en bouwwerken ter plaatse van de aanduiding 'intensieve veehouderij' niet mag leiden tot een toename van de bestaande stikstofdepositie. De discussie over emissiefactoren die in de zienswijzennota wordt aangehaald is dus helemaal niet relevant. Door de bepaling in artikel 5.3.2 is zeker dat ontwikkelingen geen negatief effect veroorzaken op Natura 2000gebieden. Graag een reactie op deze aanname van indiener. Antwoord 13: De beantwoording van R22 onder punt 5 (bladzijde 68-69 van de Nota van Beantwoording) gaat in op waarom de gemeente van mening is dat de emissienormen wel degelijk van belang zijn bij mogelijke negatieve effecten op Natura 2000-gebieden.

Vanuit de ODMH is aangegeven dat er voor stikstof niet de garantie is dat de saldering kan zoals is aangevraagd. In het stikstofoverleg met Haaglanden werden de uitspraken van 4 oktober 2023 besproken waarin de Afdeling (Raad van State) heeft geconcludeerd dat de Rav-emissiefactoren die worden gehanteerd voor emissiearme stalsystemen onvoldoende zekerheid geven dat significante gevolgen voor natuurgebieden zijn uitgesloten. Nu deze onzekerheid er is, kan je bij emissiearme stalsystemen niet intern salderen. In een vergunningprocedure moet overwogen worden of er echt geen significante gevolgen zijn en of er eventueel door Haaglanden aan de vergunning mitigerende maatregelen kunnen worden verbonden zoals het melk-ureum gehalte beoordelen, extra vegen, schoonhouden/onderhouden van de systemen. Ook wordt er gedacht over passende beoordelingen. Het is nog niet duidelijk wat het beleid wordt. De gemeenteraad kan het bebouwingspercentage verhogen, alleen geeft dat nog geen zekerheid over de daadwerkelijke uitbreiding omdat dit nog getoetst moet worden en daarmee is het niet zeker of de aangevraagde omgevingsvergunning verleend kan worden.

Pagina 5 van 9

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP programmacommissie 19 maart 2024

registratienummer Z24.000693

Vraag 14: De gemeente Waddinxveen heeft toegezegd medewerking te verlenen aan een aanpassing van de ontsluiting ten behoeve van een goede afwikkeling van het verkeer van het bedrijventerrein Doelwijk II via Doelwijk 1 en de N457. Hoe hard is die toezegging en houdt het alleen doen van een toezegging stand bij een evt. rechtsgang? Antwoord 14: Tussen wethouders van beide gemeentes is deze toezegging recent gedeeld en bevestigd. De toezegging wordt op korte termijn opgevolgd door een formele reactie op het door Zuidplas aan de gemeente Waddinxveen indiende principeverzoek tot wijziging van het bestemmingsplan. Als we de toezegging op papier hebben is dit voldoende voor een eventuele rechtsgang. Vraag 15: De inzet van windmolens langs de A12 is een van de onderzochte duurzame energiebronnen in de MER,, maar blijkt niet mogelijk vanwege bestaande hindercirkels. Welke hindercirkels zijn dit? Antwoord 15: De bedoelde hindercirkels zijn de volgende hindercontouren: • Afstanden tot (bestaande) woningen; • Afstanden tot andere windmolens; • Afstanden tot wegen, spoorlijnen en buisleidingen; Overigens is de zone langs de A12 niet geheel gelegen binnen het plangebied van het bestemmingsplan.

Vraag 16: Welke maatregelen worden er getroffen voor voldoende waterberging? Antwoord 16: Binnen het gehele plangebied wordt waterberging gerealiseerd door middel van open water en bijvoorbeeld wadi’s en laagtes in een groene verschijning, ondergrondse berging etc. Het voor ieder deel van de planontwikkeling relevante aandeel wateropgave wordt in het betreffend gebiedsdeel uitgewerkt conform bovenstaande voorbeelden. Vraag 17: Ook is de gemeente in gesprek met de Provincie en de nieuwe concessiehouder QBuzz (vanaf eind 2024) over bereikbaarheid van het bestemmingsplangebied met openbaar vervoer (inclusief de genoemde eerste buslijn) en mogelijk innovatieve nieuwe concepten daarin. Is hier al concreet nieuws over te melden? Antwoord 17: In 2023 zijn er gesprekken geweest met QBuzz (de concessiehouder openbaar vervoer vanaf eind 2024) en met provincie Zuid-Holland. In de Deelovereenkomst Mobiliteit heeft de provincie toegezegd zich in te spannen om een bus te laten rijden vanaf oplevering van de eerste woningen. De nieuwe concessie vanaf eind 2024 biedt mogelijkheden voor nieuwe vormen van openbaar vervoer of mobiliteitsdiensten. QBuzz onderzoekt de mogelijkheden om de lijnvoering en de dienstregeling te optimaliseren en staat voor een hoge kwaliteit dienstverlening.

QBuzz heeft aangegeven graag mee te denken mee hoe hieraan vorm te geven bij de ontwikkeling van het Middengebied. Vraag 18: Reclamant R44 kan op huidige plek blijven en bestemming wordt aangepast conform suggestie reclamant. Wel gaat gemeente nog in gesprek over inrichting en landschappelijke inpassing van perceel. Welk (druk)middel heeft de gemeente nog hiervoor na vaststelling BP? Antwoord 18: Geen. Ook in de huidige situatie heeft de gemeente geen (druk)middel ten aanzien van de inrichting en landschappelijke inpassing van het perceel. Omdat het perceel (samen met het buurperceel) omgeven gelegen is tussen de bestemming bos gaat de gemeente er van uit dat er te komen is tot een goede

Pagina 6 van 9

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP programmacommissie 19 maart 2024

registratienummer Z24.000693

landschappelijke inpassing. De gesprekken met de reclamant zijn in goede harmonie verlopen. We gaan er dan ook van uit dat we minnelijk tot goede afspraken kunnen komen. Vraag 19: Hoe worden de effecten en evt. negatieve gevolgen van de aanpassing peilbesluit voor inwoners en omwonenden in kaart gebracht en daar waar nodig gecompenseerd? Antwoord 19: De mogelijkheden, effecten en eventuele gevolgen worden in kaart gebracht door middel van de keukentafelgesprekken met de individuele inwoners welke eind 2023 zijn gestart en gedetailleerd onderzoek. Stapsgewijs wordt de bestaande situatie nader geïnventariseerd en gewerkt aan inpassingsvoorstellen en eventuele inrichtingsmaatregelen. Compensatie voor eventuele nadelige effecten zal als vervolg op de vaststelling van het bestemmingsplan volgens de geëigende procedures behandeld worden. Vraag 20: Is er een mogelijkheid dat inwoners bezwaar kunnen maken tegen de hogere waarde besluit geluidsbelasting en hoe wordt dit gecommuniceerd met name naar de bewoners van deze woningen? Graag toelichten. Antwoord 20: De betreffende inwoners hebben bij het ontwerp besluit persoonlijk een brief gekregen met de mogelijkheid tot het indienen van een zienswijze tegen het ontwerp hogere waarde besluit. Hier is ook gebruik van gemaakt.

Het hogere waarden besluit zal tegelijk met het vastgestelde bestemmingsplan ter inzage worden gelegd en daar kunnen inwoners bezwaar en daarna beroep aantekenen bij de Raad van State. Het besluit wordt tevens toegestuurd aan de eigenaren van de betreffende woningen. In het besluit wordt tevens aangegeven dat en waar hoger beroep kan worden aangetekend. Vraag 21: R75.3: check: de geurcontouren in de huidige milieuvergunning zijn de juiste geurcontouren en is dit de juiste milieuvergunning? Antwoord 21: De gemeente heeft op basis van de zienswijze alles gecontroleerd en we zijn uitgegaan van de juiste milieuvergunning met de juiste milieucontouren. Vraag 22: Aan welke vastgestelde kaders voor de ontwikkeling van het Middengebied moet precies voldaan worden? Is zelfrealisatie hierdoor in de praktijk wel mogelijk met deze kaders? Antwoord 22: De kaders zijn genoemd in het bestemmingsplan. het betreft bijvoorbeeld aan te houden afstanden, groene omzoming en faseringen. Die zijn voor iedereen bindend en dus ook voor zelfrealisatie. Ook de overige wettelijke kaders (bijv. milieu) worden bij vergunningverlening getoetst. Alle initiatieven worden bij binnenkomst ook getoetst aan het gemeentelijk beleid zoals de Nota van Uitgangspunten en het Masterplan.

Vraag 23: R78.5D Houdt een algemeen voorschrift voor een beoordelingskader voor bedrijfs- en milieuzonering stand bij de rechter? Dat voorschrift ziet erop toe dat voordat er een vergunning wordt verleend voor het bouwen van woningen, eerst onderzocht moet worden of dat niet leidt tot onaanvaardbare belemmeringen als gevolg van een bedrijfs- of milieuzonering van een bedrijf in de directe omgeving.

Pagina 7 van 9

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP programmacommissie 19 maart 2024

registratienummer Z24.000693

Antwoord 23: Ja dit is een gebruikelijke juridisch voorschrift. De verwachting is dat dit stand houdt bij de rechter. Dit is ook afgestemd met onze advocaat. Vraag 24: Is OBP ook voorgelegd aan de veiligheidsregio en wat was haar reactie? (Veiligheidsregio staat niet als overlegpartner bij de nota van beantwoording genoemd) Antwoord 24: Het bestemmingsplan is uiteraard ook voorgelegd aan de veiligheidsregio. De veiligheidsregio kan instemmen met de regels in dit bestemmingsplan en heeft niet de noodzaak gevoeld om een zienswijze in te dienen op het ontwerpbestemmingsplan. Alleen overlegpartners die een zienswijze hebben ingediend zijn opgenomen in de nota van beantwoording. Met de veiligheidsregio is aanvullend overleg geweest over de zienswijze van de Gasunie en het verleggen van de gasleiding. Ook hiermee zijn ze akkoord. Vraag 25: Is het voorliggende BP kader richtlijn water proof? Antwoord 25: Dit is niet aan te geven als direct antwoord op de vraag. Het voldoen aan de KRW-richtlijn is een samenspel tussen tal van aspecten. De bestaande situatie (waterkwaliteit) is hier een wezenlijk (basis)onderdeel van. Vervolgens wordt met de uitwerking van het voorliggend BP invulling gegeven aan maatregelen ter versterking/onderbouwing van de KRW-doelstellingen.

Vraag 26: O3.5 HSSK: de regels en uitgangspunten voor afvalwatersyteem zijn nog niet toegevoegd aan BP, we zijn in afwachting van TAUW. Moeten deze regels niet toegevoegd worden voor vaststelling BP? Antwoord 26: Zie ook het antwoord bij de beantwoording van O3.5. Omdat het systeem nog niet uitgewerkt is kunnen we geen aanvullende regels opnemen in dit bestemmingsplan. De aanleg van alternatieve sanitatie kunnen binnen de regels van dit bestemmingsplan. In afwachting van het definitieve onderzoek zijn nog geen verdere regels of uitgangspunten gedefinieerd, Wel is in de regels opgenomen dat natuurlijke filtering van water mogelijk is binnen de bestemmingen ‘Groen’, ‘Bos’, ‘Woongebied’ en het ‘Agrarisch energielandschap’. Vraag 27: Is er met de Gasunie overlegd voor aanpassingen in BP n.a.v. O3? Tot uit dit overleg het tegendeel blijkt en geen afspraken zijn gemaakt over de invulling ter plaatse van de belemmeringenstroken kan Gasunie niet instemmen met deze ontwikkelingen. Antwoord 27: Ja er is overleg geweest met de Gasunie en het bestemmingsplan is aangepast in overleg met de Gasunie. Vraag 28: Algemeen: zijn de antwoorden / reacties van de gemeente op de zienswijzen van de overlegpartners bekend en akkoord voor de overleg partners? Geldt in algemene zin voor alle antwoorden en reacties op de zienswijzen van de overlegpartners, maar bijv.

ook voor O5.3: De gemeente zal een monitoringsplan uitwerken waarin dit proces concreet wordt uitgewerkt.

Pagina 8 van 9

onderwerp Beantwoording technische vragen CU/SGP programmacommissie 19 maart 2024

registratienummer Z24.000693

Antwoord 28: De antwoorden en reacties zijn afgestemd met de overlegpartners. Uitgezonderd het hoogheemraadschap zijn de overlegpartners akkoord met de antwoorden. Vraag 29: Wat was de parkeernorm sociale huurwoning inclusief bezoek en wat is de parkeernorm geworden na de zienswijze van de Provincie ZH? En heeft deze aanpassing gevolgen voor ons aangenomen amendement over parkeernorm (Nota van Uitgangspunten) Antwoord 29: In zone A is in de Nota Parkeernormen 2019 de parkeernorm van sociale woningbouw 1,3 parkeerplaats per woning. In de Nota Maatwerk Parkeren Middengebied is een parkeernorm van 0,7 parkeerplaats per woning op aangeven van de Provincie ZH. Beide parkeernormen zijn incl. 0,2 parkeerplaats per woning voor bezoekers. Deze aanpassing heeft geen gevolgen voor de aangenomen amendementen, namelijk een parkeereis van gemiddeld 1,3 parkeerplaats per woning. Dit omdat in het gemiddelde alle type woningen worden meegenomen (ook van woningen met een hogere parkeernorm).

Pagina 9 van 9

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14084283/1