Bijlage 3 Ruimtelijke onderbouwing gemaal Hitland (geanonimiseerd) A23.001438
Tekst van het document
ontwikkeling van het nieuwe gemaal ook recreatieve zaken toegevoegd en worden de te kappen bomen gecompenseerd.
Verder wordt het uitzicht vanaf de rivierdijk over het open weidelandschap behouden. De
locatie van het oude gemaal wordt hersteld in de vorm van het aanwezige landschappelijke karakter. Tot slot is het nieuwe gemaal op een dermate sobere manier ontworpen dat deze zo min mogelijk opvalt in het bestaande landschap.
5.2.4
Werkboek Ruimtelijke Kwaliteit Zuid-Holland
Voor het onderdeel ruimtelijke kwaliteit heeft de provincie Zuid-Holland een werkboek opgesteld. De provincie hanteert hier het handelingskader ruimtelijke kwaliteit: een benadering die enerzijds onderscheidt maakt in drie soorten ruimtelijke ontwikkelingen (nieuwe bebouwing of nieuw gebruik van grond of bebouwing) naar gelang hun impact op de omgeving en anderzijds de realisatie van bepaalde soorten ruimtelijke ontwikkelingen uitsluit in gebieden met een bepaalde beschermingscategorie.
Dit betekent dat ruimte-
lijke ontwikkelingen 1) moeten passen bij de aard en schaal van het gebied (inpassen) en 2) moeten voldoen aan de relevante richtpunten van de Kwaliteitskaart. Uit kaart 14 uit de Omgevingsverordening valt te herleiden dat het plangebied Hitland deel uitmaken van de volgende categorieën: °
Beschermingscategorie 3: buitengebied;
°
Beschermingscategorie 2: recreatiegebied;
e
Beschermingscategorie 2: groene buffer.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
24
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Kaart 14 Ruimtelijke kwaliteit n beschermingscategorieën _ S
techemnomegwe 1
ataenewen
Nedrars
N Secbemgetege 1 oo esretetges DII oscpemigeestge t Bezems aa m 6 Botenek —=
seschemageager 2 Beangr
wesegeezes
II Sechemngestgre 2 Grere aa J/ venenngensne? Wereavees Gocrenngesn s O
Figuur 4 de kaart van de provinciale verordening met beschermingscategorieën (plangebied Hitland aangewezen met de rode pij)
Het is belangrijk dat de specifieke waarden van de gebiedscategorieën, welke onderdeel uitmaken van Hitland, in acht worden genomen
bij de ontwikkeling. De gebiedsidentiteit mag van deze gebieden niet
worden gewijzigd. Daarnaast mogen ruimtelijke initiatieven de structuurkenmerken die nauw verbonden zijn met het functioneren van het systeem van het gebied niet verslechteren. De ambitie is om deze bij
ruimtelijke ontwikkelingen juist te verbeteren. Onderstaand komen de gebiedscategorieën die op het projectgebied van het beoogde gemaal van toepassing zijn kort aan bod Beschermingscategorie:
Buitengebied
In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken (tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat): a) de openheid en de structuur van het landschap en de vergezichten daarin;
b) c) d)
de relatie tussen stad en buitengebied en het onderscheid daartussen; het groene karakter, het type functies en de kenmerkende verschijningsvormen van het landschap; de herkenbaarheid van de ontstaansgeschiedenis van het landschap.
Beschermingscategorie:
Recreatiegebied
In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken (tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat): a) de ontwikkeling geen beperking oplevert voor de openbare toegankelijkheid van het gebied, rekening
houdend met het huidige gebruik van het gebied; b)
de ontwikkeling gericht is op de vergroting van de diversiteit en de kwaliteit van het recreatiegebied en ook de recreatieve waarde van het gebied zal versterken;
c)
de ontwikkeling past bij de uitstraling en het recreatieve gebruik van het gebied:
d)
de ontwikkeling bijdraagt aan de samenhang tussen binnenstedelijke en buitenstedelijke groen- en waterstructuren;
e)
de ontwikkeling zo mogelijk gekoppeld wordt aan recreatie knooppunten en cultuurhistorisch erfgoed.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0036
25
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Beschermingszone: Groene buffer In de motivering worden de volgende kwaliteiten betrokken (tenzij een zwaarwegend openbaar belang hieraan in de weg staat) a) de functie van het gebied als tegenhanger van de stedelijke verdichting en stedelijke dynamiek: b)
de identiteit die het gebied verleent aan de nabij gelegen stedelijke omgeving;
c)
de bescherming die het gebied biedt tegen grootschalige stedelijke ontwikkeling;
d)
de recreatieve gebruiks- en belevingswaarde en de contrastkwaliteit met het stedelijk gebied.
Conclusie
Op dit moment is er al een gemaal in Hitland op circa 100 meter van het beoogde gemaal. Dit bestaande gemaal zal worden gesloopt om een nieuwe te realiseren op de nieuwe locatie iets verderop. De locatie
van het te slopen gemaal zal volledig worden hersteld naar de oorspronkelijk landschappelijke omgeving en daarnaast zal er een wandelpad worden gerealiseerd die toegevoegde waarde geeft aan het recreatie-
gebied (zie hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing voor meer recreatieve toevoegingen). Ook is de ontwikkeling van het toekomstige gemaal van maatschappelijk belang. Het huidige gemaal beschikt over onvoldoende capaciteit, hierdoor heeft het gebied regelmatig te maken met overstromingen. De komst van het nieuwe gemaal moet dit voorkomen. Concluderend kan worden gezegd dat het nieuwe gemaal, die zowel landschappelijk als duurzaam wordt ingepast, invulling geeft aan de verschillende gebiedscategorieën.
53
Waterschapsbeleid
531
_ Waterbeheerprogramma
2022-2027
Op 26 januari 2022 heeft het algemeen bestuur van het hoogheemraadschap het Waterbeheerprogramma 2022-2027 vastgesteid. In het Waterbeheerprogramma staan de ambities van het hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard voor de komende jaren. Het hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard is verantwoordelijk voor het waterbeheer in het gebied tussen Zoetermeer, Gouda, Schoonhoven
en Rotterdam. Een gebied van ruim 35.000 hec-
tare.
In het waterbeheerprogramma beschrijft het waterschap waar zij zich de komende Jaren op gaan richten om ook op de lange termijn te kunnen voldoen aan de doelen waar het waterschap voor is opgericht: e _ het voorkomen en waar mogelijk beperken van overstromingen, wateroverlast en waterschaarste; e _ het beschermen
en verbeteren van de chemische en ecologische kwaliteit van watersystemen;
« _ vervulling van maatschappelijke functies door watersystemen; e _
hetzuiveren
van afvalwater.
Het hoogheemraadschap werkt dus continu aan veilig, voldoende en schoon water. Dat doen zij voor ruim
600.000 inwoners, ruim 20.000 bedrijven en de natuur. De missie van het waterschap dan ook ‘Droge voeten
en schoon
water'.
Visie
Vanuit de taken van het waterschap zorgt zij voor een goed waterbeheer. De klimaatverandering is een
belangrijk aandachtspunt. Klimaatverandering zal wereldwijd in 2027 naar verwachting een grotere impact hebben en de uitvoering van onze primaire taken in on dagelijks werk verder onder druk zetten. Het wordt
warmer, blijft langer droog, het regent meer en harderop piekbuien en de zeespiegel stijgt bij een dalende bodem.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
2
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Om ook in de toekomst te kunnen zorgen voor droge voeten en schoon water bereidt het waterschap zich voor op de gevolgen die nu worden voorzien. Vaak betekent dit dat er meer ruimte nodig is. Ruimte voor
het vasthouden van water, ruimte om extreem weer op te vangen en ruimte om dijken te verhogen en verbreden. Deze ruimte is niet vanzelfsprekend. In dit deel van Nederland is de druk op de ruimte groot. En maar al te vaak zijn wij niet de enige die deze ruimte willen benutten. In 2027 werkt het waterschap daarom actief samen met inwoners, bedrijven en andere overheden om samen de juiste oplossingen te vinden voor de opgaven in ons gebied. Dit betekent dat het waterschap bij-
draagt aan plannen en projecten voor een leef- en werkomgeving die om kan gaan met extreem weer. Toegerust op het voorziene toekomstige klimaat. Het waterschap HHSK
reageert niet alleen op ontwikke-
lingen, maar zijn onderdeel geworden van het netwerk waarin de beslissingen over de beperkte ruimte worden gemaakt. De ontwikkeling van het gemaal is in lijn met de visie van het waterschap.
54
Gemeentelijk beleid
541
Recreatieschap Hitland
Recreatieschap Hitland i een gemeenschappelijke samenwerking van de gemeenten Capelle aan den IJssel en Zuidplas. Het Algemeen en Dagelijks bestuur wordt gevormd door vertegenwoordigers van Gemeente Capelle aan den IJsse! en Zuidplas.
Het beleid van het Recreatieschap Hitland is gericht op een duurza(a)m(e) beheer, exploitatie en instandhouding van een openbaar toegankelijk recreatiegebied. Daarnaast heeft het recreatieschap zich uitgesproken voor de handhaving van de recreatieve en maatschappelijke waarde van het agrarische middengebied. Het recreatieschap heeft in oktober 2004 een eigen Algemene Verordening vastgesteld voor wat betreft de regelgeving in het gebied. In 2010 is de 'Toekomstvisie Hitland' vastgesteld en aan de samenwerkende gemeenten aangeboden. De toekomstvisie is uitgewerkt in het beheerplan 'Hitland 2015 - 2024’. In het beheerplan worden de volgende doelstellingen geformuleerd: e _ Het instandhouden van recreatieve, natuur- en maatschappelijke waarden.
e _ Het voorkómen van grootschalige ontwikkelingen in het gebied. e _ Het toegankelijk houden van het openbare gebied. e Hettegen een zo laag mogelijke drempel aanbieden van de aanwezige golffaciliteiten. °
Het verstevigen van de positie van het recreatieschap in de regio.
Conclusie
Het voorliggende plan maakt wel ontwikkelingen mogelijk, maar deze is niet grootschalig. Het is een ont-
wikkeling in het algemeen belang. Het voorkomt in de toekomst wateroverlast. Daardoor blijft het gebied toegankelijk en kunnen de golfactiviteiten in ieder seizoen doorgang vinden. Verder zijn er in het planvoornemen ook activiteiten opgenomen om de recreatieve positie van Hitland te versterken.
542
Programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie 2019 - 2025
De gemeente Zuidplas heeft in het programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie 2019 — 2025 het doel gesteld om in 2050 een duurzame en toekomstbestendige gemeente te zijn. De gemeente Zuidplas wil echter verder kijken dan de energietransitie. Er wordt ook gekeken naar het veranderende klimaat en hoe
gemeente Zuidplas een aantrekkelijke leefomgeving kan ontwikkelen en behouden. Het programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie 2019 — 2025 bestaat uit de volgende thema's: Energie en warmte: het besparen van energie, het opwekken van hernieuwbare energie en de bebouwde omgeving loskoppelen van aardgas.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
27
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Klimaatadaptatie: inrichten van de openbare ruimte om de gevolgen van klimaatverandering te beperken. Circulaire economie: Het bestaande lineaire systeem omzetten naar een nieuw circulair systeem. Leefomgeving: De leefomgeving wordt vooral vormgegeven in de inrichting van de fysieke (openbare) buitenruimte door beplanting en gebruik van materialen. Voor een gezonde leefomgeving is een goede kwaliteit van bodem, lucht en water van belang. Conclusie
Met de komst van het nieuwe gemaal wordt het openbare gebied Hitland ingericht om de gevolgen van de
klimaatverandering te beperken; de toenemende wateroverlast. Daarnaast zal het gemaal worden voorzien van een elektrische aandrijving.
543
_ Omgevingsvisie 2040 Zuidplas
Op 13 juli 2021 is de Omgevingsvísie 2040 Zuidplas vastgesteld. Deze omgevingsvisie biedt initiatiefnemers, college van B&W en gemeenteraad perspectief en richting voor toekomstige ontwikkelingen. De visie is daarmee een strategisch kader voor de lange termijn. We omschrijven hoe we de kwaliteiten van Zuidplas en de dorpen kunnen behouden en hoe wij daarin rekening houden met de behoeften van onze toekomstige generaties. De omgevingsvisie van gemeente Zuidplas is de uitkomst van een interactief proces met inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, ketenpartners, medewerkers van de gemeente, college van B&W, gemeenteraad
en de jongerenraad
De identiteit van het huidige Zuidplas en de kwaliteit van de leefomgeving zijn belangrijk. Bij de noodzakelijke veranderingen houdt de gemeente rekening met de duurzaamheidsopgave, om op die manier bij te
dragen aan een gezonde en een veilige fysieke leefomgeving. Dat staat centraal in de omgevingsvisie. basis van deze kenmerken en kwaliteiten streeft de gemeente Zuidplas naar een: e
Aantrekkelijk
°
Duurzaam Zuidplas;
e e
Ondernemend Zuidplas; Gezond Zuidplas
13 maart 2023
Zuidplas:
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
28
Op
Projectgerelateerd
ì1’Royal
HaskoningDHV
Viekaat Zupts
2040
+
Figuur 5 de visiekaart van de gemeente Zuidplas
Aantrekkelijk Zuidplas
De gemeente zet vooral in op het bouwen van inbreidingslocaties binnen de dorpen wanneer de geplande uitbreidingen aan de dorpen zijn gerealiseerd. Daarnaast zet Zuidplas in op aanpassingen van de bestaande woningvoorraad. Als de gemeente dorpen in Zuidplas uit wil breiden kan dat, maar alleen als een
bijdrage wordt geleverd aan hogere doelen. Het erfgoed wil ze beter zichtbaar en beleefbaar maken. Het cultureel even houdt de gemeente in stand en versterken ze waar mogelijk. De gemeente Zuidplas zet in op een beter en aantrekkelijk openbaar vervoer, een goede bereikbaarheid met de auto en een aantrekkelijk wandel- en fietsnetwerk binnen zowel de gemeente als de regio. Naast een aantrekkelijke woonomgeving is het ook belangrijk om verbindingen te realiseren met bebouwing in het landelijk gebied. Met name voor wandelen en fietsen zet Zuidplas in op groen en recreatie. We zetten in op het vergroten van de bewustwording van de aanwezigheid en van de waarde en betekenis
van het erfgoed op een plek. De gemeente houdt bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening met erfgoed als inspiratiebron voor het ontwerp. Historisch erfgoed maken zij beter zichtbaar en beleefbaar. Ontwikkelingen die bijdragen aan doelen zoals klimaatadaptatie, duurzaamheid en energie-opwek, het opheffen van verrommeling of het in balans brengen van een dorp geeft de gemeente ook ruimte. Duurzaam Zuidplas Nieuwe ontwikkelingen stimuleert de gemeente zoveel als mogelijk energieneutraal te zijn. Dit geldt ook voor bestaande gebouwen, voor zover dat haalbaar is. Zuidplas zet bij duurzame opwek zoveel mogelijk in op zon op dak. Naast de energie-doelstellingen werkt de gemeente aan een klimaatbestendige omgeving. Klimaatadaptatie, onder andere het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast, heeft
daarbij nadrukkelijk aandacht. De gemeente Zuidplas heeft diverse ambities om dit waar te kunnen
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0036
29
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV maken. Daarbij ziet de gemeente dat energie-opwek integraal onderdeel zal zijn van nieuwe ontwikkelingen. Denk daarbij aan het toepassen van zonnepanelen. Ook zet de gemeente in op het tegengaan van hittestress, verdroging en wateroverlast Gezond Zuidplas De gemeente Zuidplas wil in 2040 een sociale en vitale gemeente zijn. Een gemeente met een gezonde en veilige leefomgeving én met aandacht voor de gezondheid van onze inwoners. Dit in de brede zin van
het begrip positieve gezondheid, waarbij zowel lichaamsfuncties, mentaal welbevinden, zingeving, kwaliteit van leven, meedoen en dagelijks functioneren meetellen. Ontmoeten is daarbij één van de essentiële behoeften.
De inrichting en toegankelijkheid van de openbare ruimte en die van gebouwen vindt de gemeente daarbij van belang. Zij zet in op het verbeteren en uitbreiden van het fiets-, wandel- en vaarnetwerk in de dorpen
en het buitengebied. Gezond en verantwoord voedsel draagt ook bij aan die gezondheid. Ondernemend Zuidplas De gemeente Zuidplas zorgt ervoor dat er voldoende eigen werkgelegenheid is. Een gemeente met een aantrekkelijk vestigingsklimaat in de regio. Zij kijkt waar bedrijven het beste gevestigd kunnen worden. Voor bedrijven met een hogere milieubelasting kijken zij vooral naar de brede meerwaarde van het bedrif. Lichte vormen van bedrijvigheid, die gecombineerd kunnen worden met wonen, dragen juist bij aan levendigheid en diversiteit. Zij zien mogelijkheden voor versteviging van de landbouw gecombineerd met lichte recreatie. De gemeente kiest daarbij voor concentratie, waarbij ruimte is voor innovatieve en toekomstbe-
stendige glastuinbouw.
De dorpen beschikken over diverse winkelgebieden met dagelijkse voorzieningen.
Conclusie
Het planvoornemen van het gemaal is in lijn met de omgevingsvisie van de gemeente Zuidplas. Het sluit aan bij de invulling van Hitland als recreatief gebied met de komst van diverse recreatieve invullingen (een gezond Zuidplas). In hoofdstuk 4 van deze onderbouwing staan de verschillende recreatieve invullingen genoemd. Met de komst van het nieuwe gemaal wordt tevens het risico op wateroverlast beperkt waarmee het de waterveiligheid vergroot. Daarmee kan het recreatief gebruik in de toekomst worden gegarandeerd. Daarmee kan het blijven voorzien in de functie als huidig en toekomstig krachtige landschappelijke drager. Ook is het gemaal van belang om het water in de omgeving goed te kunnen beheersen met het
009 op toekomstige bouwplannen in de Zuidplaspolder. Ontwikkelingen die bijdragen aan doelen zoals klimaatadaptatie, duurzaamheid en energie-opwek (een duurzaam Zuidplas) geeft de gemeente ook ruimte.
In het plan zijn zonnepanelen en windwokkels opgenomen die voorzien in duurzame opwekking
van energie. Tot slot wordt er met de komst van de vispassage een waardevolle bijdrage geleverd aan ecologie. 544
Welstandsnota Zuidplas 2015
De gemeente Zuidplas wil het belang van een aantrekkelijke gebouwde omgeving behartigen. De gevels van gebouwen en andere bouwwerken vormen samen de dagelijkse leefomgeving van de inwoners. Daar is het algemeen belang mee gediend aangezien de buitenkant van een bouwwerk, veelal particulier bezit, ook het beeld en karakter van een publieke ruimte in een gemeente of dorp bepaald. Een aantrekkelijke,
goed verzorgde omgeving verhoogt bovendien de waarde van het onroerend goed en versterkt het vestigingsklimaat. Kwaliteit wordt door verschillende bevolkingsgroepen echter op verschillende wijzen beoordeeld. In dit spanningsveld heeft de gemeente de taak om boven de waan van alledag een evenwichtig
beleid te formuleren dat nu en in de toekomstwaarde heeft en behoudt en recht doet aan de belangen van de verschillende bevolkingsgroepen. Zuidplas wil met het welstandsbeleid dan ook in alle openheid een bijdrage leveren aan de dagelijkse leefomgeving, de schoonheid en de aantrekkelijkheid van de gemeente.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
30
Y
Projectgerelateerd
Royal HaskoningDHV
ENM|E
aam
oo e
aa
i
eacenrne
Comszaaaien
E
om
Figuur 6 het plangebied aan de hand van de rode cirkel weergegeven in een welstand zwaar gebied Conclusie
Separaat aan deze ruimtelijke onderbouwing s een inrichtingsplan opgesteld waarmee invulling wordt gegeven aan de uitgangspunten uit de welstandsnota. 55
Conclusie
beleid
Het planvoornemen van het gemaal in Hitland is in overeenstemming met het geldende beleid op nationaal, provinciaal, waterschaps- en gemeentelijk niveau.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0036
x
Projectgerelateerd
ìn\‚Royal
HaskoningDHV 6
Omgevingsaspecten
6.1
M.e.r.-beoordeling
Voor nieuwe ontwikkelingen is het van groot maatschappelijk belang dat er geen schade aan het milieu ontstaat. Daarom is het belangrijk om de milieubelangen vroegtijdig bij de besluitvorming te betrekken.
Om hier in de praktijk inhoud aan te geven, is het instrument de milieueffectrapportage (m.e.r.) ontwikkeld. Het doel van deze m.e.r. is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming
voor activiteiten met mogelijk significant nadelige effecten op het milieu. Een m.e.r-procedure brengt de milieugevolgen van een besluit in kaart voordat het wordt genomen. Op deze manier kan het bevoegd gezag de milieugevolgen meewegen in haar afwegingen. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r In het Besluit m.e.r. 1994 is vastgelegd wanneer voor welke activiteiten een verplichting geldt tot het ma-
ken van een (project-JMER (onderdeel C) en is aangegeven in welke situaties voor welke activiteiten een m.e.r-beoordelingsplicht geldt (onderdeel D). Met terugwerkende kracht bestaat per 16 mei 2017 ook beneden de drempel van onderdeel D een m.e.r.-beoordelingsplicht. Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling gaat
na of er aanleiding c.q. een plicht bestaat voor het opstellen van een MER. Er is één activiteit in het Besluit m.e.r. genoemd die een raakvlak heeft met de beoogde ontwikkelingen
(categorie D 3.2) Kolom
1
Kolom
Activiteiten
2
Gevallen
Kolom
3
Kolom
Plannen
4
Besluiten De goedkeuring van gedepu-
teerde staten van het projectplan, bedoeld in artikel 5.7, eerste d, van de Waterwet
of, b het ontbreken daarvan,
D3.2 De aanleg, wijziging of uití °
van overstromingen, # metin. begrip
g
d
i
Wet ruimtelijke ordening, en de plannen, bedoeld n de ar-
breiding van werken inzake
kanalisering ofterbeperking
het projectplan, bedoeld in ar-
De stmetuurvisie bedoeldIn _ k 6,4, zesde d, van die artikel2.1, 2.2 en 2.3 van de i
_
Nietvan toepassing
van primaire waterke-
e
00
Velen S. Gersie d, 36 eerste lid, onderdelen a en b, van die wet en het plan, * be-
ringen en rivierdijken
doeld
in de artikelen 4.1 en
4.4 van
de Waterwet
wet van toepassing is, de *
vaststelling van het tracé op
grond van de Tracéwet of de
Spoedwet wegverbreding
door de Minister van Infra-
stuctuur en Waterstaat of het plan, bedoeld in artikel 3.6, eerste d, onderdelen a en b, van de Wet ruimtelike ordening dan wel bij het ontbreken
daarvan van het plan, bedoeld in artikel3.1, eerste lid, van
die wet
Ingaande op categorie 3.2 ‘De aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromingen,
met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken’. Ingevolge artikel 7.2
van de Wet milieubeheer en categorie 3.2 van bijlage D van het Besluit milieueffectrapportage is deze voorgenomen activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
32
Projectgerelateerd
î1‚Royal
HaskoningDHV M.e.r-beoordelingsplichtige activiteiten zijn activiteiten waarvoor de beslissing of wel of niet de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen, niet bij wet vastligt, maar door het bevoegd gezag moet worden geno-
men. Het bevoegd gezag moet bepalen of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, die het doorlopen van de m.e.r.-procedure wenselijk of noodzakelijk maken. Het uitgangspunt is hierbij dat er in beginsel geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu De beoordeling
Ten behoeve van dit planvoornemen s een m.e.r-beoordeling uitgevoerd (bijlage 2). Op basis van de activiteiten die als gevolg van de voorgenomen
ontwikkeling worden uitgevoerd en de kenmerken van het
plangebied zijn de volgende milieuaspecten in het kader van de m.e.1.-beoordeling van belang: e
Natuur
e
Verkeer en parkeren
e
Luchtkwaliteit
e
Geluid
e
Water
e
Bodem
e
Archeologie en cultuurhistorie (en landschap)
Conclusie
In een m.e.r-procedure is het gebruikelijk de trits: voorkomen, mitigeren en compenseren toe te passen.
Onder het motto 'voorkomen is beter dan genezen' dient een project reeds zoveel mogelijk nadelige effecten te voorkomen. Als bij een m.e.r.-beoordeling blijkt dat door middel van een mitigerende maatregel, bijvoorbeeld een geluidswal of een technische maatregel aan een installatie, de effecten dermate beperkt worden dat geen sprake is van belangrijke nadelige milieugevolgen behoeft in principe geen m.e.r.- procedure doorlopen te worden. Er wordt dan expliciet wel vanuit gegaan dat de voorgenomen activiteit deze mitigerende maatregel verwerkt in de verdere uitwerking en deze planologisch worden geborgd. De belangrijkste milieuaspecten zijn hieronder n de tabel samengevat. Tabel: een overzicht van de belangrijkste conclusies van de m.e.r.-beoordeling Effect ten op:
uidige situatie
Sprake van onaanvaardbare gevolgen voor het milieu?
Natuur Uit de effectenanalyse is gebleken dat er geen negatieve effec- _ Nee, geen onaanvaardbare geGebiedsbeschermingen _ ten optreden op de natuurwaarden. E zijn geen negatieveeffec- _ volgen voor het milieu soortenbescherming tenTijdens te verwachten op gebiedsbescherming. nader onderzoek is vastgesteld is dat bomen, die voor de realisatie van het nieuwe gemaal gekapt moeten worden, geen holtes voor verblifplaatsen van vieermuizen bevatten.
Tijdens nader onderzoek zijn geen sporen van bevers aangetroffen en daarmee is het uitgesloten dat het plangebied essentieel leefgebied vorm voor de bever. Voor de realisatie van het nieuwe gemaal worden 20 st. bomen gekapt. Het hoogheemraadschap voert overleg met het recreatieschap over de compensatiemaatregelen.
Verkeer en parkeren
Eris geen verkeersaantrekkende werking ten opzichte vande
huidige situatie. De situatie blijft ongewijzigd.
Luchtkwaliteit Geluid
13 maart 2023
__ Nee, geen onaanvaardbare ge-
volgen voor het miieu
Een significante toename van de concentraties aan stikstofen ___ Nee, geen onaanvaardbare gevolgen voor het milieu
fijnstof s op voorhand uit te sluiten. Het omgevingsaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoonemen.
De krooshekreiniger is de geluidsbron met hoogste geluidsni- _ Nee, geen onaanvaardbare geveau. Dit houdt in een bronvermogen van 70 dB(A). Het geluids- _ volgen voor het milieu niveau van het gemaal is daarmee verwaarloosbaar ten opzichte
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
3
Projectgerelateerd
îï‚Royal
HaskoningDHV van de geluidsgevoelige objecten die op 100 meter afstand liggen
Hieruit
Nee, geen onaanvaardbare ge-
blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft op het
De watertoets is uitgevoerd voor de relevante thema's.
volgen voor het miieu. Wel dient
milieu voor de thema's waterkwaliteit en waterkwantiteit.
waarde is wel dat er een watervergunning wordt aangevraagd.
er een watervergunning te worden aangevraagd
Ten zuiden van de Groenendijk vinden de werkzaamheden
Nee, geen onaanvaardbare ge-
plaats binnen de contour van ernstige bodemverontreiniging. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient daarom afstemming
volgen voor het miieu. We! dient de bodemverontreiniging te wor-
met bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland) plaats te vinden inclusief een mogelijke sanering van de grond.
den opgepakt in overeenstem-
Archeologie
Het omgevingsaspect archeologie en cultuurhistorie vormt geen ‘belemmering ten aanzien van het planvoornemen. Vanuit arche-
Nee, geen onaanvaardbare gevolgen voorhet
Cultuurhistorie (en landschap)
ologie is er geen effect. In de vorm van cultuurhistorie en landschap zijn er waardevolle kenmerken aanwezig. Om die reden is
Water
Bodem
Voor-
ming met het bevoegd gezag
een inrichtingsplan opgesteld (in samenwerking met de gemeente) om te komen tot een landschappelijk weloverwogen inpassing
De uitgevoerde m.e.r-beoordeling duidt erop dat belangrijke negatieve effecten voor het milieu als gevolg van het voornemen niet aan de orde zijn; derhalve hoeft er volgens initiatiefnemer geen volledige m.e. procedure doorlopen te worden ten behoeve van het gemaal in Hitland.
6.2
Bedrijven en milieuzonering
Beleidskader
In het kader van een goede ruimtelijke ordening moet bij een nieuw initiatief rekening worden gehouden met de belangen van gevestigde bedrijven en met een goed woon-en leefklimaat van de omgeving. Milieuzonering is het aanbrengen van een noodzakelijke ruimtelijke scheiding tussen milieubelastende en mi-
lieugevoelige functies ter bescherming of vergroting van de leefkwaliteit. De Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft hiervoor een handreiking opgesteld: de publicatie 'Bedrijven en Milieuzonering’ (2009). Hierin zijn richtafstanden opgenomen voor verschillende vormen van hinder, waaronder geur, stof, geluid en gevaar. Beschouwing In de publicatie worden bedrijfsactiviteiten ingedeeld in zes categorieën, variërend van lichte tot zeer
zware milieuhinder. Per milieucategorie zijn richtafstanden tot hindergevoelige functies opgenomen. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in twee gebiedstypen: een rustige woonwijk en een gebied met een menging van functies. In de onderstaande tabel zijn deze richtafstanden weergegeven.
Deze afstanden zijn
gebaseerd op de mate van verspreiding van geluid, stof, gevaar en geur. Tabel!: Richtafstanden per milieucategorie.
Oetecrie | Richtafstanden
Richtafstanden
1
10 meter
0 meter
2
30 meter
10 meter
31
50 meter
30 meter
32
100
meter
50 meter
4
200
meter
100 meter
42
300
meter
200
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
meter
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
x
Projectgerelateerd
ì\ Royal HaskoningDHV 5
500-1.000
meter
6
1.500 meter
300-700
meter
1.000 meter
Er wordt in de VNG-publicatie onderscheid gemaakt tussen ‘rustige woonwijk' en ‘gemengd gebied'. In een gebied met een diversiteit aan functies wordt vaak minder hinder ervaren van milieubelastende functies dan in een rustige woonwijk. Dit heeft te maken met onder andere gewenning, acceptatie en achtergrondhinder. De omgeving van het te realiseren gemaal kan getypeerd worden als een rustige woonwijk
(buitengebied).
Daarom kunnen de mildere richtafstanden worden toegepast.
Het pompvermogen
In de VNG-publicatie is een gemaal niet opgenomen. Daarom is voor deze bedrijven en milieuzonering uitgegaan van de omschrijving ‘waterdistributiebedrijf. Daarbij maakt de VNG-publicatie verder onderscheidt naar het pompvermogen van het waterdistributiebedrijf. In de onderstaande tabel zijn de geldende
richtafstanden opgenomen Tabel:
richtafstand (geluid) ten behoeve van een waterdistributiebedrijf
Pompvermogen
(MW)
Catego
Richtafstand
Kleiner dan 1
2
30
Van 1 tot 15
32
100
Meer dan
42
300
15
De pomp van het toekomstige gemaal
Hitland heeft een vermogen van 90 KW en beschikt daarnaast over
frequentieomvormers die zijn voorbereid op 110 kW. Daarmee geldt uit de publicatie van de VNG dat er voor pompen kleiner dan 1 MW een richtafstand geldt van 30 meter. Echter, valt deze pomp ver onder de drempelwaarde
1 MW zoals n de bovenstaande tabel is weergegeven.
Het transtormatorhuisje
Daarnaast wordt er ook een 400 kVA transformatorhuisje gerealiseerd. Dit staat gelijk aan een trafo met een vermogen van 0,4 MVA. De ontwikkeling van een transformatorhuisje valt in de VNG-publicatie onder elektriciteitsdistributiebedrijven (met transformatorvermogen). In de onderstaande tabel is de richtafstand van een < 10 MVAinstallatie weergegeven waarbij een richtafstand van 30 meter geldt. Het transformatorstation ligt met 0,4 MVA overigens ver de onder de drempelwaarde van 10 MVA. Tabel:
richtafstand (geluid) ten behoeve van een waterdistributiebedrijf
Pompvermogen <10
MVA
(MW)
Catego
Richtafstand
2
30
De dichtstbijzijnde hindergevoelige objecten ten opzichte van het gemaal (waterdistributiebedrijf) zijn wo-
ningen. Deze liggen op ruim 100 meter afstand van het gemaal. Daarmee vormt bedrijven en milieuzonering geen belemmering ten aanzien van het te realiseren gemaal
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
35
Projectgerelateerd
ì‘AkRoyal HaskoningDHV
Figuur 7 de gele lijn geeft de afstand van het plangebied (rood) tot de woningen weer Conclusie
Het omgevingsaspect bedrijven en milieuzonering vormt geen belemmering voor het planvoornemen
6.3
Ecologie
Wettelijk kader De bescherming van natuur is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soorten- en gebiedsbescherming s in Nederland geregeld in Wet natuurbescherming (Wnb). De Wet natuurbescherming heeft als doel het beschermen van Natura 2000-gebieden (Vogel- en Habitatrichtlijn) in Nederland. Projecten of handelingen die negatieve effecten op deze beschermde gebieden kunnen hebben, zijn in beginsel niet toegestaan. De wettelijke bescherming van het NNN is geregeld in het bestemmingsplan, vía de provinciale ruimtelijke verordening. Bij de beoordeling van de toelaatbaarheid van nieuwe bouwwerken en/of andere activiteiten zal ook rekening worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van te beschermen plant- en dierensoorten op grond van de Wnb. Wanneer uit gegevens dan wel onderzoek blijkt dat er sprake is van (een) beschermde soort(en) en het bouwwerk en/of activiteit beschadiging of vernieling van
voortplantings- of rustplaatsen dan wel ontworteling of vernieling veroorzaakt, zal de betreffende bouwwerkzaamheden c.q. natuurbescherming
activiteit pas kunnen plaatsvinden na ontheffing C..
Beschouwing Ten behoeve van dit planvoornemen
vrijstelling op grond van de Wet
is een ecologische quickscan uitgevoerd.
Het rapport is op 21 okto-
ber 2021 opgeleverd en is als bijlage 3 aan deze ruimtelijke onderbouwing opgenomen.
Onderstaand zijn
de belangrijkste resultaten uit dit onderzoek weergegeven.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE
ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0036
3
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Beschermde gebieden Natura
2000
Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Natura 2000-gebied “Boezems
Kinder-
dijk”, is met ongeveer 5,5 kilometer het dichtstbij gelegen ten opzichte van het plangebied. De meeste negatieve effecten door storingsfactoren zoals geluid, licht en optische verstoring zijn uitgesloten, vanwege
de grote afstand tussen het plangebied en omliggende Natura 2000-gebieden en tussenliggend landgebruik.
Stikstofdepositie De bescherming van natuur is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een onderscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. De soorten- en gebiedsbe-
scherming s in Nederland geregeld in Wet natuurbescherming. Bescherming van Natura 2000-gebieden vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb), die op 1 januari 2017 in werking is getreden en voor wat betreft het aspect Natura 2000-gebieden de Natuurbeschermingswet 1998 vervangt. De Wnb
heeft tot doel in het wild voorkomende planten- en diersoorten n stand te houden en te bescher-
men en bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en Natura 2000-gebieden (belangrijke natuurgebieden). Naast een algemeen geldende zorgplicht voor alle voorkomende soorten gelden verbodsbepalingen.
De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle n het wild levende
dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij-principe; alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde planten- en diersoorten zijn in principe verboden. Met een door het bevoegd gezag te verlenen ontheffing kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen. Daarnaast bevat de wet nog andere bepalingen, waaronder over houtopstanden. In het kader van de gebiedsbescherming, is ook 'externe werking' een relevante opgave. Niet alleen di-
recte ingrepen in Natura 2000-gebieden kunnen schadelijk zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen, ook kan sprake zijn van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van geluid,
licht, abiotiek (verdroging, verontreiniging) en andere verstorende factoren. Een actueel onderwerp is de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden. Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dient bij nieuwe activiteiten getoetst te worden of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten
als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. De nieuwe Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), die op 1 juli 2021 in werking is getreden, vereist het doen van onderzoek naar eventuele stikstofdepositie voor de definitieve fase van het planvoornemen. Sinds de uitspraak van de Raad van State van 2
november 2022 dienen ook effecten van tijdelijke bouw- en sloopactiviteiten (aanlegfase) onderzocht te worden. Uit een (AERIUS-)berekening moet vervolgens blijken of de waarde van 0,00 mol N/hafjaar wordt overschreden, en indien dat het geval is, of sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden. Uit de berekeningen met AERIUS Calculator blijkt dat de stikstofdepositie ten gevolge van optredende emissies niet meer is dan 0,00 mol N/ha/jaar op de omliggende Natura 2000-gebieden (zie bijlage 6). Dit betekent dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de bouwfase uit te
sluiten zijn en het project daarmee niet vergunningplichtig is in het kader van de Wnb. Significant negatieve effecten van verzuring en vermesting als gevolg van de stikstofdepositie in de gebruikersfase zijn tevens uitgesloten
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
37
Projectgerelateerd
ì1‚Royal
HaskoningDHV
ieuwerkerk aan den Issel
ais)
Capelle
aan den
Oderkerkaan den Jssel
IJssel
Rotterdam
f
Krimpen aan den
IJssel
krimpen aan de
(3
Bolnes 5
Lekkerkerk
Lek
Slikkeweer
ieuw-Lekkerland
E
2km
Ridderkerk Figuur8 het plangebied in het rood ten opzichte van de Natura 2000-gebieden in het groen weergegeven
NNN-gebieden
Het plangebied overlapt deels met het planologische beschermde Natuurnetwerk Nederland (NNN). Binnen het NNN zullen graafwerkzaamheden plaatsvinden om het oude gemaal te slopen. Hierbij zal tot een halve meter onder het maaiveld worden gegraven.
Het NNN heeft ter plaatse het beheertype kruiden-en faunarijk grasland (N12.02). Bij de graafwerkzaamheden wordt natuur-technisch gewerkt.
De toplaag van het kruiden-en faunarijk grasland (20 — 30cm)
wordt apart gehouden en na afloop weer teruggezet. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden zijn op die manier niet aan de orde.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
38
Projectgerelateerd
ìì’Royal
HaskoningDHV
à
E
Legenda
E
tewaotwerkttogenang
e
y
—
p
EE
E
N
A O
Figuur 9 het plangebied binnen het rode kader ten opzichte van de NNN-gebieden in het groen
Figuur 10 het nieuwe gemaal gepositioneerd op het bestemmingsplan met binnen het rode kader het nabijgelegen NNN-gebied
Aan de grens van het NNN wordt de uitlaat van het huidige gemaal gedicht. Omdat deze werkzaamheden buiten het NNN plaatsvinden zijn negatieve effecten op de beheertypen en/of de wezenlijke kenmerken en waarden van het omliggend NNN
13 maart 2023
op voorhand uitgesloten.
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0036
39
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Deelconclusie gebiedsbescherming Geconcludeerd kan worden dat de sloopwerkzaamheden van het bestaande gemaal deels binnen het nabijgelegen NNN-gebied vallen. Echter, ziet deze ruimtelijke onderbouwing niet toe op het oude gemaal. Deze onderbouwing ziet enkel toe op een afwijking van het bestemmingsplan om het toekomstig gemaal mogelijk te kunnen maken. Deze beoogde ruimtelijke ingreep heeft dan ook geen negatieve effecten op de lokale wezenlijke kenmerken en waarden. Daarom hoeft er geen “Nee-tenzij’-toets te worden doorlopen en zijn er geen verdere vervolgstappen nodig ten behoeve van het NNN-gebied.
Beschermde
soorten
Het plangebied is geschikt voor meer algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieënsoorten. Deze soorten zijn door de provincie Zuid-Holland echter vrijgesteld van ontheffingsplicht ten aanzien van de Wnb bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel dienen negatieve effecten op deze soorten als gevolg van het voornemen voorkomen of zo veel mogelijk beperkt te worden door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Algemene broedvogels
De vogelsoorten met jaarrond beschermd nesten waarvan in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn, zijn: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, rans-
uil, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief. Tijdens het veldbezoek op dinsdag 5 oktober 2021 zijn er binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Jaarrond beschermde broedvogels De vogelsoorten met jaarrond beschermd nesten waarvan in de omgeving van het plangebied waarnemingen bekend zijn, zijn: boomvalk, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar, rans-
uil, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied en n de directe omgeving daarvan geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Bij de kap van de bospercelen in het zuidelijk deel van het plangebied, kunnen jaarrond beschermde nesten worden
vernietigd.
Indien jaarrond beschermde
nesten aanwezig zijn dan mogen
de bomen
niet worden
gekapt, ook niet in de winter. Het vernietigen van nesten is een overtreding van artikel 3.1, lid 1, 2 en 4, van de Wnb. Daarnaast geldt dat, wanneer de werkzaamheden (gedeeltelijk) worden uitgevoerd in het broedseizoen
broedende
vogels kunnen
worden
verstoord en nesten worden
vernietigd.
Wanneer
broedende
vogels voortijdig het nest verlaten, geldt dit als het opzettelijk vernietigen of beschadigen van nesten en eieren van vogels. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 1, 2 en 4, van de Wnb. De wet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het broedseizoen varieert van soort tot soort, maar loopt globaal van maart U/m begin juli. Een soort als de wilde eend kan echter half februari al op eieren zitten terwijl de houtduif tot diep n september kan broeden. Ook daarbuiten is het mogelijk dat broedende vogels worden aangetroffen. Veel methoden om tjdens het broedseizoen door te kunnen werken, zijn niet “waterdicht”; het is vaak niet te garanderen dat broedgevallen niet zullen optreden. Buiten het broedseizoen werken heeft dan ook de voorkeur om overtreding van de Wnb ten aanzien van broedvogels te voorkomen
en risico's voor de plan-
ning te beperken. Voor het kappen van bomen geldt dat voor het potentieel vernietigen van jaarrond beschermde nesten geen
voorzorgsmaatregelen te treffen zijn. Maar tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
“0
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Vleermuizen
De kap van bomen kan leiden tot vernietiging van een verblijfplaats en verstoring en/of doden van vleermuizen. De werkzaamheden leiden daardoor potentieel tot een overtreding van artikel 3.5 lid 1, 2 en 4 van de Wnb. Het plangebied vormt her en der een aaneengeschakeld lijnvormig element geschikt als vliegrouten en als foerageergebied. Deze elementen worden niet permanent aangetast omdat er langs de randen wordt gekapt. De tjdelijke effecten van de werkzaamheden zijn afhankelijk van het moment van uitvoering (periode in het jaar en op de dag). Wanneer de werkzaamheden 's nachts worden uitgevoerd in het actieve seizoen van vleermuizen (grofweg half maart t/m half november) en daarbij kunstverlichting wordt toegepast, is versto-
ring van langs vliegende en foeragerende vleermuizen niet uit te sluiten. Ook kunnen potentiële verblijfplaatsen in en direct langs het plangebied ongeschikt worden. De werkzaamheden kunnen daardoor leiden tot een overtreding van artikel 3.5, lid 2 en 4 van de Wnb.
Voor het kappen van bomen in het plangebied geldt dat voor het potentieel verstoren en doden van individuen en het potentieel vernietigen van vaste rust- en verblijfplaatsen geen voorzorgsmaatregelen te treffen zijn. Eris een nader onderzoek naar boomholtes uitgevoerd dat moest uitwijzen of er daadwerkelijk individuen in het plangebied aanwezig (zouden kunnen) zijn. Dit nader onderzoek heeft in maart 2022 plaatsgevonden. Het rapport is op 2 september 2022 opgeleverd en i
als bijlage 7 bij deze ruimtelijke onderbouwing
opgenomen
Uit het nader onderzoek is geconcludeerd
« _ In het plangebied zijn enkele bomen met potentieel geschikte verblijfplaatsen voor vleermuizen waargenomen.
e
Doordat deze bomen voor het voornemen niet gekapt hoeven te worden en er geen extra verlichting zal worden geplaatst zijn negatieve effecten op vleermuizen uitgesloten. e _ In de bomen die wel voor het voornemen gekapt dienen te worden ontbreekt het aan geschikte potentiële verblijfplaatsen voor vleermuizen. °
Overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb ten aanzien van vleermuizen is niet aan de orde. Er
behoeft geen verder nader onderzoek plaats te vinden. Bevers
Verder komen nabij het plangebied bevers voor. Er kon niet worden uitgesloten dat deze ook in het plangebied voorkomen en de werkzaamheden
leiden tot negatieve effecten.
Er is daarom een nader onderzoek uitgevoerd naar de bever (bijlage 3). Dit nader onderzoek heeft in maart 2022 plaatsgevonden. Het rapport is op 2 september 2022 opgeleverd en is als bijlage 7 bij deze
ruimtelijke onderbouwing opgenomen. Uit het nadere onderzoek is geconcludeerd: « _ In het plangebied ontbreekt het aan sporen van bevers.
e
Er kan daarom uitgesloten worden dat het plangebied onderdeel is van essentieel leefgebied van de soort.
° _ Aangezien nabij het plangebied wel waarnemingen
bekend zijn van bevers is het mogelijk dat de soort
incidenteel in het plangebied voorkomt. e _ Omdat alleen overdag gewerkt gaat worden leidt het voornemen niet tot negatieve effecten op de soort. e
Overtreding van verbodsbepalingen
van de Wnb
ten aanzien
van de bever is niet aan de orde.
uitvoeren van nader onderzoek en het aanvragen van een ontheffing s niet noodzakelijk.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
“
Het
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV
Planten
Het plangebied en de directe omgeving daarvan voorziet op grond van de geraadpleegde verspreidingsgegevens en de aanwezige biotoop niet in groeiplaatsen van onder de Wb beschermde vaatplanten. Het is uitgesloten dat negatieve effecten op beschermde vaatplanten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing wordt niet noodzakelijk geacht. Houtopstanden
Het plangebied ligt buiten de grens van de bebouwde kom houtopstanden van de Provincie Zuid-Holland. Met de komst van het nieuwe gemaal zullen maximaal 20 bomen worden gekapt. Indien bescherming van houtopstanden, zoals bedoeld in de Wnb, van toepassing is, dient minstens 6 weken voor het kappen van
de opstand een kapmelding ingediend te worden bij het bevoegd gezag. Naast de meldplicht, geldt dan tevens een herplantplicht.
De herplant dient binnen 3 jaar na afloop van de kap gerealiseerd te zijn.
Conclusie
Het plangebied blijkt geschikt voor algemene broedvogels, broedvogels met jaarrond beschermde nesten en vleermuizen. Uit het aanvullende vleermuis- en beveronderzoek is geconcludeerd dat van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wb ten aanzien van vleermuizen niet aan de orde is. Om negatieve effecten op beschermde en niet-beschermde flora en fauna tijdens de werkzaamheden te
voorkomen dan wel te verzachten dienen worden door de aannemer de voorzorgs- en/of mitigerende maatregelen getroffen, die in het ecologisch werkprotocol (EWP) zijn beschreven. Dit EWP wordt opgesteld onder begeleiding van een ecologisch deskundige.
64
Verkeer en parkeren
Beleidskader
In het belang van een goede ruimtelijke ordening moet er sprake zijn van een aanvaardbare verkeerssitu-
atie. Daarom dienen de verkeerskundige aspecten afgewogen te worden, omdat deze van grote invloed zijn op het doelmatig functioneren van verschillende functies. Wanneer er nieuwe ontwikkelingen worden gepland, is het van groot belang te onderzoeken welke effecten dit heeft op de verkeerskundige situatie om zo nodig passende maatregelen te kunnen nemen.
Beschouwing In de situatie van het planvoornemen zal er geen sprake zijn van een toename van verkeersstromen. De enige te verwachten verkeersaantrekkende werking zal veroorzaakt worden door periodieke bezoeken van de beheerder of de onderhoudsmonteur. Een dergelijke verkeersgeneratie heeft geen merkbare gevolgen voor de verkeersafwikkeling aan de Groenedijk en de omgeving ter plaatse. Voor het busje van de onderhoudsmonteur i er een parkeerplaats gesitueerd op circa 50 meter afstand van het toekomstige ge-
maal, Hierdoor hoeft de auto niet langs de Groenedijk zelf te parkeren. Conclusie
Het omgevingsaspect verkeer en parkeren vormt geen belemmering voor het projectplan.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
42
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV 6.5
Luchtkwaliteit
Beleidskader
De Nederlandse wet- en regelgeving voor luchtkwaliteit in de buitenlucht is opgenomen onder ‘Titel 5.2.
Luchtkwaliteitseisen' van de Wet milieubeheer (Wm) (StB. 2007, 434). Deze wet is de Nederlandse implementatie van de Europese richtlijn voor luchtkwaliteit.
Wat betreft Iuchtkwaliteit geeft de Wm meerdere grondslagen voor bestuursorganen om hun bevoegdheden uit te oefenen. Wanneer een plan of project voldoet aan één van de in de wet beschreven grondslagen, kan het wat luchtkwaliteit betreft doorgang vinden. In dit project wordt getoetst aan de grondslag ‘er is sprake van een niet in betekenende mate bijdrage aan
een verslechtering van de luchtkwaliteit’ (art. 516 eerste lid, sub c) Beschouwing Verkeer
De voorliggende ontwikkeling van het gemaal zal niet Ieiden tot een toename van verkeersbewegingen.
Alleen het periodiek onderhoud zal tot een minimale hoeveelheid aan verkeersbewegingen leiden Dit planvoornemen zal in niet betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Bij meer dan
1.500 voertuigbewegingen (personenauto's) per weekdaggemiddelde dient er, in het kader van de NIBMtoets, nader onderzoek te worden gedaan. Dit aantal wordt niet gehaald bij het planvoornemen. De voorgenomen ontwikkeling zal niet zorgen voor een toename van verkeersbewegingen. Deze blijft ongewijzigd ten opzichte van de bestaande situatie. Elektrische
installaties
Het gemaal wordt voorzien van zowel elektrische verwarmingsinstallaties als elektrisch aangedreven pompen. Het gemaal zorgt daarnaast niet voor andere mogelijke vormen van uitstoot. Hiermee heeft het ge-
maal geen negatieve invloed op de luchtkwaliteit. Incidenten (noodstroomaggregaat)
In incidentele gevallen (bijvoorbeeld als gevolg van blikseminslag of calamiteiten) kan het nodig zijn dat de noodstroomvoorziening op diesel wordt aangesloten. Deze voorziening is niet permanent aanwezig. In die uitzonderlijke gevallen kunnen emissies van luchtverontreinigende stoffen optreden, maar deze zijn niet significant. Conclusie
Een significante toename van de concentraties aan stikstof en fijnstof is op voorhand uit te sluiten.
Het
omgevingsaspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het planvoornemen. 6.6
Geluid
Beleidskader
Wanneer binnen een bij Wet geluidhinder (Wgh) vastgestelde geluidzone een nieuwe geluidsbron wordt gerealiseerd, moet middels een akoestisch onderzoek worden vastgesteld of aan geldende voorkeursgrenswaarden voor geluidhinder kan worden voldaan. Geluidhinder kan onder meer ontstaan vanwege wegverkeerslawaai, spoorweglawaa of industrielawaai.
Beschouwing De ontwikkeling van het gemaal brengt ook geluid met zich mee. hiervan het meeste lawaai met zich meebrengt
De krooshekreiniger is het onderdeel dat
13 maart 2023
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
43
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV Krooshekreiniger Het betreft bij dit gemaal een krooshekreiniger met luchtcompressor. In veel andere gevallen wordt vaak een hydraulisch systeem toegepast.
Voor lucht is gekozen in verband met duurzaamheid. De luchtcom-
pressor maakt geluid. Uit de gegevens van de leverancier van de krooshekreiniger, RLC Roosterreiniger B.V., blijkt dat het bij dit systeem gaat om een bronvermogen van 70 dB(A). Op ruim 100 meter afstand liggen de dichtstbijzijnde hindergevoelige objecten. Dit betreffen woningen. Voor woningen geldt een grenswaarde van 50 dB(A) op de gevel. Het geluidvermogen van [de installatie] bedraagt 70 dB(A). Royal HaskoningDHV heeft berekend dat, uitgaande van enkel de geometrische uitbreiding van het geluid, het geluidsniveau nabij de dichtstbijzijnde woningen op 100 meter afstand circa 20 dB(A) bedraagt. Dit geluidsniveau is verwaarloosbaar. Conclusie
Het geluidsniveau van het gemaal is verwaarloosbaar ten opzichte van de geluidsgevoelige objecten. Het omgevingsaspect geluid vormt daarmee geen belemmering. 6.7
Watertoets
Beleidskader
Op grond van artikel 3.1.6, lid b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) heeft water met de watertoets een eigen plaats gekregen in ruimtelijke besluitvorming. De watertoets is een proces waarbij in overleg met de waterbeheerder de kaders worden vastgesteld en een advies wordt opgesteld voor verschillende
waterhuishoudkundige aspecten. Het doel van de watertoets is te waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen
bij ruimtelijke plannen
en besluiten. De waterparagraaf is een weergave van het watertoetsproces en geeft aan op welke wijze rekening is gehouden met de gevolgen voor de waterhuishouding. Onderstaand is een samenvatting en de conclusie weergegeven. De gehele watertoets is in bijlage 4 aan deze ruimtelijke onderbouwing toegevoegd.
Beschouwing Oppervlaktewater — waterkwantiteit De plaatsing van het gemaal betekent dat er verhard oppervlakte in de polder wordt aangebracht.
De aan-
Ieg van het gemaal en trafostation brengt ongeveer 290 m? extra verharding teweeg. Volgens het Beleid Waterberging Ruimtelijke ontwikkeling van het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard valt
de aanleg van het gemaal onder kleine plannen (500 m?) waarvoor geen compensatie ten aanzien van waterberging noodzakelijk is. Langs het toekomstige gemaal ligt momenteel een kwelsloot die gedeeltelijk gedemptzal worden. Het te
dempen deel is 60 meter lang en 3,5 meter breed. Dit betekent dat elders in het gebied minimaal 210 m?2 oppervlaktewater dient te worden gecompenseerd.
In de polder worden ook duikers verwijderd en natuurvriendelijke oevers aangelegd. Een deel van de watergang die afvoert op het gemaal wordt over een lengte van circa 200 meter verbreed naar 11 m om een
hoofdwatergang te creëren (70 x 1,88 + 140 m x 3,13 = 850 m?). Direct bij het gemaal wordt een stuk
grond ontgraven (270 m2). Binnen het plan is sprake van een netto toename aan oppervlaktewater van circa 920 m2. Vanwege de beperkte toegenomen verharding en de verbreding van een bestaande watergang hoeft geen extra waterberging gecreëerd te worden. De demping van een deel van de bestaande kwelsloot (functie overig water) wordt eveneens ruimschoots gecompenseerd door de verbreding van andere watergangen.
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
aa
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV
Waterkering
Bij dijkkruisingen dient de kerende werking van de kering gewaarborgd te blijven. De persleiding loopt dwars door het dijklichaam. Om de kerende werking te waarborgen zijn de leidingen ontworpen conform de NEN3650 en NEN3651, ontwerprichtlijnen van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard (HHSK). De persleiding loopt recht door de dijk, met een afsluiterput in de binnenteen van de dijk.
De vervangende kering zal in de vorm van een damwand zijn. Deze damwand dient aan verschillende eisen te voldoen.
Op dit moment voldoet het dijkvak 14-1 niet aan de vigerende normen die zijn beschreven
vanuit het Wettelijke Beoordelingsinstrumentarium (WB12017, https://wetten.overheid.nl/BWBR0039040/2017-01-01#Bijlagelll). De normen, gebaseerd op de overstromingskansen (opgenomen
in de Waterwet) bestaan uit een signaleringswaarde van 1:30.000 en een ondergrens (faalkans
van de kering) van 1:10.000. De dijk wordt daarom in de komende jaren versterkt. Na de versterking zal de noodafsluiter in het dijklichaam liggen. Vanwege deze versterkingsopgave dientde vervangende kering in de toekomst gemakkelijk opgehoogd te kunnen worden. Dit geldt ook voor de afsluiterput achter de vervangende kering. Rekening houdend met de zeespiegelstijging en rivierafvoer in her jaar 2120 wordt een damwand ontworpen die minimaal NAP + 3,90 m kan keren. Het aanlegniveau van de dijkhoogte komt in de toekomst op NAP + 4,10 m te liggen. Aangezien er in en om de waterkering wordt gewerkt, dient conform de Keur van het HHSK
(artikel 3.1
van Keur) een vergunning te worden aangevraagd voor deze werkzaamheden. Waterkwaliteit
De aanleg van het nieuwe gemaal en daarmee gepaard gaande inrichtingsmaatregelen beogen een ver-
betering van de oppervlaktewaterkwaliteit. De helofytenfilters en de aanleg van natuurvriendelijke oevers leiden waarschijnlijk tot een verbetering van de waterkwaliteit. Vissen kunnen tussen de sloten n de pol-
der en de Hollandsche IJssel zwemmen. Het afvloeiende hemelwater van het gemaal wordt afgevoerd naar watergangen. Het gemaal leidt niet tot een afvalwaterstroom. De huidige waterkwaliteit (2019) — zowel ecologisch als chemisch - in de polder ‘Sloten waterrijk EGB' is ontoereikend volgens de systematiek van Kaderrichtlijn Water. Ook de aanwezig waterflora is slecht.
Be-
lasting van het waterlichaam is met name afkomstig van de bemesting door de landbouw en atmosterische depositie. Ook de steile oevers beperken de ontwikkeling van macrofauna. De waterkwaliteit van de Hollandsche IJssel is eveneens slecht. Dit is mogelijk te wijten aan bijvoorbeeld vervuild baggerslib en at-
mosferische depositie uit omliggend stedelijk gebied. Met de aanleg van het nieuwe gemaal Hitland zal extra oppervlaktewater op de Hollandsche IJssel kun-
nen worden geloosd. Naar verwachting zal dit niet tot een significante vermindering van de waterkwaliteit van de Hollandsche IJssel Ieiden. De debieten zijn verder verwaarloosbaar ten opzichte van die van de Hollandsche IJssel en de negatieve effecten op de waterkwaliteit zijn daarmee verwaarloosbaar. Het advies is wel om contact op te nemen met RWS om de verplaatsing van het gemaal kenbaar te maken. Ook omdat dit wel een toename betreft van [ozing op rijkswater wordt er geadviseerd om hierover contact op te nemen met Rijkswaterstaat. Er wordt verwacht dat er geen bezwaren zullen zijn omdat het feitelijk om een verplaatsing gaat van de huidige lozing, geen nieuwe lozing op de Hollandse IJssel. Conclusie
De watertoets i uitgevoerd voor de relevante thema's. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve gevolgen heeft voor de thema's waterkwaliteit en waterkwantiteit. Een watersysteemanalyse is nog niet
opgesteld ten tijde van het schrijven van de watertoets. De vigerende en toekomstige kerende werking
13 maart 2023
RUIMTELIJKE ONDERBOUWING
KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0036
4
Projectgerelateerd
ìq\‚Royal
HaskoningDHV van de dijk wordt gewaarborgd door het hanteren van de juiste normen en richtlijnen voor het ontwerp van een kerende damwand. Voor het werken in een waterkering dient de initiatiefnemer een vergunning aan te vragen bij het Hoogheemraadschap. Verder dient er te worden vermeld dat er tijdens het proces van het opstellen van de watertoets uitvoerig
overleg heeft plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap.
Bij deze overleggen was een hydroloog, een
medewerker van de afdeling waterkeringen en wegen en een vergunningen medewerkeer van het Hoog-
heemraadschap betrokken. De formele toetsing van de waterparagraaf wordt nog opgenomen dit plan, nadat deze heeft plaatsgevonden gedurende de vergunningenprocedure van deze ruimtelijke onderbouwing
6.8
Bodem
Beleidskader
Artikel 3.1.6 van het Besluit Ruimtelijke Ordening geeft aan dat in het kader van de uitvoerbaarheid van een ruimtelijk plan onderzoek verricht dient te worden naar de (te verwachten) bodemkwaliteit in het projectgebied door het raadplegen van beschikbare bodemgegevens.
Een nieuwe bestemming
mag pas wor-
den toegekend als is aangetoond dat de bodem geschikt is (of geschikt te maken is) voor de nieuwe bestemming. Tevens moeten nieuwe bodemverontreinigingen worden voorkomen verontreinigingen ontstaan, moet de bodem direct worden gesaneerd.
en indien er toch bodem-
Beschouwing
Op de locatie van het planvoornemen staan op dit moment bomen en gras. Deze zullen deels plaats moeten maken voor het toekomstige gemaal (inclusief persleidingen en vispassage). Naast het gemaal wordt er ook voorzien in een transformatorhuisje.
Voor zowel het gemaal als het transformatorhuisje wordt de
grond ontgraven. Daarom is er een bodemonderzoek uitgevoerd. Het rapport milieu bodem- en waterbodemonderzoek van 16 februari 2022 is als bijlage 5 aan deze ruimtelijke onderbouwing bijgevoegd. Onderstaand worden de belangrijkste resultaten en conclusies weergegeven. Bodemopbouw De locatie voor het nieuw te realiseren gemaal bestaat op dit moment uit een grasland met bomen zonder
antropogene lagen. Voormalig gebruik gronden De percelen ten noorden van de Groenedijk zijn in gebruik als park sinds 1995. Daarvoor is het gebied altijd in gebruik geweest als weiland. Het gebied ten zuiden van de Groenendijk is altijd in gebruik ge-