CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 - Ondernemingsplan Promen 2026 A25.004103

Gemeenteraad 9 december 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Promen concept gewijzigde begroting 202511.532 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

48

Risico's Op het moment van opstelling van het Ondernemingsplan Promen 2026 is er nog geen nieuwe meerjarige Cao-Wsw voor 2026 en volgende jaren. Ook is er nog geen nieuwe Cao Aan de Slag 2026. Daarnaast zijn de werkgeverspremies en WML-stijgingen voor de diverse Cao’s en de WMLzijn nog niet definitief vastgesteld. Dit is de reden dat in dit Ondernemingsplan gewerkt wordt met schattingen op basis van de thans beschikbare informatie. Indien in de uiteindelijke Cao’s en/of op het gebied van de werkgeverspremies 2026 en WMLafspraken worden gemaakt die de vorengenoemde financiële kaders overschrijden, kan dat niet begrote deel van de loonstijging niet worden opgevangen binnen de kaders van de huidige begroting. Eind mei 2015 is het wetsvoorstel Wet modernisering VPB-plicht overheidsondernemingen door de Tweede Kamer aangenomen. Dit betekent dat publiekrechtelijke rechtspersonen, waaronder ook Promen, met ingang van boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2016 belastingplichtig worden, voor zover zij een onderneming drijven. Promen heeft voor 2016 en 2017 een vrijstelling gekregen van de heffing van deze belasting. Als gevolg van het Hoofdlijnenbesluit 2017 is de situatie per 1 januari 2018 echter gewijzigd. Per die datum zijn de PW-activiteiten integraal ondergebracht in de onder de GR Promen ressorterende PW-BV (ProWork).

Over de nieuwe structuur en de gevolgen daarvan voor de VPB-plicht, is advies gevraagd van een fiscalist. Inmiddels is er een nieuw vrijstellingsverzoek ingediend bij de belastingdienst voor de boekjaren die aanvangen op of na 1 januari 2018. Deze vrijstelling is verleend maar afhankelijk van de verhouding tussen de PW- en de SW-werkplekken. Promen is nog in gesprek met de belastingdienst over een duurzame vrijstelling van de VPB.

49

Door een wijziging in de wet en regelgeving zijn gemeenten en gemeenschappelijke regelingen vanaf 2022 verplicht om een voorziening te vormen voor de opgebouwde spaarverloftegoeden van medewerkers. Het destijds gewijzigde standpunt van de commissie BBV hield rechtstreeks verband met de nieuwe CAO gemeenten waarin voor het eerst in 2022 de mogelijkheid van verlofsparen was opgenomen. Wat de commissie zich niet realiseerde was dat de Wsw- medewerkers van werkontwikkelbedrijven zoals Promen al decennialang die mogelijkheid hadden hetgeen heeft geresulteerd in aanzienlijke verlofspaartegoeden, waarvoor meteen in 2022 aanzienlijke voorzieningen moesten worden gevormd. Daar waar voorzieningen voor verlof voor 2022 wettelijk niet waren toegestaan. Promen heeft deze voorziening voor de Wsw-medewerkers in 2022 gevormd ten laste van het weerstandsvermogen. Binnen de staf en leiding (CAO gemeenten) wordt nauwelijks gebruik gemaakt van spaarverlof. Daarentegen staan er wel verloftegoeden open die betrekking hebben op het bovenwettelijk verlof van eerdere jaren. Indien deze bovenwettelijke tegoeden over een periode van 5 jaar niet gelijk blijven of afnemen stelt de commissie zich op het standpunt dat ook voor die bovenwettelijke uren een voorziening dient te worden gevormd.

Aangezien een integrale inventarisatie onder de staf en leiding heeft aangetoond dat er nauwelijks gebruik zal worden gemaakt van de mogelijkheid tot verlofsparen en wij verwachten dat het totaal van de bovenwettelijke uren gelijk blijven of zullen dalen, heeft Promen in de begroting geen rekening gehouden met de vorming van een additionele voorziening Verlofsparen voor de staf en leiding. Als opdrachtgevers lopende opdrachten versoberen dan wel niet verlengen, ter invulling van besparingen in het kader van het ‘ravijnjaar’ dan heeft dit negatieve gevolgen voor onze omzet. De negatieve gevolgen zijn maar in beperkte mate op te vangen binnen het kader van de begroting en wij kunnen ons genoodzaakt zien om de begroting bij te stellen.

50

F i n a n c i ë l e d e e l

51

Overzicht van baten en lasten Overzicht van baten en lasten (inclusief meerjarenraming)

52

Personele planning Voor de personeelsplanning 2026 wordt uitgegaan van een aantal van 584,3 SE. Wij veronderstellen dat de Regeling Vervroegd Uittreden (RVU), zoals opgenomen in de Wsw cao, in 2026 wordt gecontinueerd, met 12,6 deelnemers. Voor de meerjarenbegroting wordt uitgegaan van een jaarlijkse afname vanwege pensioneringen en overig natuurlijk verloop. Met de organisatiewijziging per 1 juli 2024 zijn de bedrijfsonderdelen met ingang van 2025 vervangen door units, wat geleid heeft tot een herschikking van de SE’s over de organisatie.

53

In onderstaande tabel zijn de verwachte aantallen arbeidsplaatsen per gemeente opgenomen.

De aantallen medewerkers per gemeente kunnen in de loop van de tijd wijzigen door de verhuizing van Wswmedewerkers of doordat medewerkers eerder uitstromen dan gemiddeld te verwachten was, bijvoorbeeld wegens langdurige ziekte.

54

Toelichting overzicht van baten en lasten

In onderstaande tabel is het meerjarig verloop van de kostprijs per Wsw arbeidsplaats weergegeven. De kostprijs per arbeidsplaats is berekend op basis van de bijdragen van de Wsw arbeidsplaatsen en het totaal aantal arbeidsplaatsen binnen Promen. De kostprijs per arbeidsplaats in het Ondernemingsplan 2026 stijgt ten opzicht van die in de primitieve begroting 2026, met name door de lagere aantallen Wsw arbeidsplaatsen. De totale bijdragen van de gemeenten blijven echter ongewijzigd ten opzichte van de primitieve begroting 2026. De geprognotiseerde loonstijging Wsw (4%) ligt boven die in de kaderbrief (2,1%): het verschil vangt Promen op met de omzet. De integrale kostprijs zal in 2026 onder de rijksbijdrage blijven.

55

Op basis van de verwachte aantallen medewerkers per gemeente, zijn in onderstaande tabel de verwachte bijdragen per gemeente opgenomen. Bij de jaarrekening 2026 zal afrekening plaatsvinden op basis van de werkelijke aantallen medewerkers.

56

Het Rijk heeft voor een periode van tien jaar extra middelen uitgetrokken voor het versterken van de infrastructuur van sociaal onwikkelbedrijven. Deze extra middelen worden uitgekeerd aan de grootste gemeente en aan Promen overgemaakt. Inmiddels is de hoogte van deze bedragen bekend en verwerkt in dit Ondernemingsplan. Voor 2026 gaat het om € 507k. Deze middelen worden in eerste instantie toegevoegd aan de bestemmingsreserve Impulsmiddelen en zullen in een later stadium als bestedingsvoorstellen worden voorgelegd aan het bestuur. Het Rijk heeft tevens besloten het negatieve effect van recente belastingmaatregelen op mensen met een deeltijdbaan en een laag inkomen (deels) te compenseren. Het overgrote deel van de doelgroepen van Promen komt in aanmerking voor deze compensatie, die via het bruto loon zal worden uitgekeerd. Promen wordt met rijksmiddelen gecompenseerd voor deze extra uitgaven (€ 201k in 2026 voor de medewerkers Wsw).

57

De meerjarige daling van het Wsw-personeel leidt meerjarig tot een afname in de omzet door Wswpersoneel. In 2026 is de omzet hoger dan in de primitieve begroting 2026 verondersteld, om de hogere dan in de primitieve begroting veronderstelde loonstijging (4% tegen 2,1%) op te kunnen vangen. De gerealiseerde omzet 2024 is als totaal weergegeven: door de organisatiewijziging per 2025 is een vergelijking met de omzet van de huidige bedrijfsunits niet een op een te maken.

Voor 2026 wordt rekening gehouden met een aantal overige opbrengsten zoals verhuur en opbrengsten m.b.t. transport en magazijn. De opbrengsten transport/magazijn zijn in lijn gebracht met de realisatie 2024.

58

Door de uitstroom van Wsw-medewerkers dalen de loonkosten Wsw-personeel jaarlijks. Voor het jaar 2026 wordt rekening gehouden met een stijging van de loonkosten Wsw per medewerker ten opzichte van het jaar 2025 vanwege: ·een geraamde (er is nog geen CAO) stijging van de Wsw-lonen met 4% over heel 2026; dit is hoger dan de 2,1% in de kaderbrief gemeenten. ·de stijging van het wettelijk minimum loon met 2,8% per 1 januari 2026 en 2,4% per 1 juli 2026. Voor 2026 wordt uitgegaan van ca. 12,6 SE die deel zullen nemen aan de in de Wsw cao opgenomen RVU (Regeling Vervroegd Uittreden). Medewerkers die deelnemen aan de RVU zijn nog wel in dienst, maar ontvangen geen regulier salaris meer, wel een uitkering. Met ingang van 2025 is het Lage Inkomensvoordeel (LIV) afgeschaft. Door de versobering op de Loonkostenvergoeding (LKV) is geen ontvangst voor de LKV geraamd. De overige personeelskosten dalen in 2026, met name door een verlaging van de kosten bedrijfsgeneeskundige zorg, een gevolg van in housing van kennis (aanname 1 fte). Daarnaast nemen de kosten van werkkleding af, door de dalende aantallen Wsw.

59

Promen betaalt loonkostensubsidie aan werkgevers die Begeleid Werkers in dienst hebben. Voor 2026 wordt rekening gehouden met een bedrag van gemiddeld € 15.163 per SE (index 4%).

De loonkosten van PW Regulier worden per 2025 opgenomen onder de lasten van de GR, aangezien het uitvoerende werknemers zijn en geen staf en leiding (niet-doelgroep). Voor 2026 voorzien we de inzet van 16,1 FTE PW Regulier.

Met ingang van boekjaar 2021 worden de huisvestingslasten (voor zover deze betrekking hebben op het primaire proces) toegerekend aan de (Wsw) programmarekening om te voldoen aan de notitie overhead van de Commissie BBV. De totale begrote huisvestingslasten voor 2026 bedragen € 1.145k. Van de huisvestingslasten komt 80% ten laste van het programma Begeleide participatie. De overige 20% heeft betrekking op de kantoorruimten en behoren tot de overheadkosten. De huisvestingslasten bestaan onder andere uit de kosten voor huur, afschrijving gebouwen en installaties, onderhoud, energie, verzekering en rente. Deze posten worden nader toegelicht onder de post overige bedrijfskosten.

60

Met ingang van 2025 worden ook de overige bedrijfskosten die betrekking hebben op het primair proces toegerekend aan de (Wsw) programmarekening: de toerekening verschilt per post, afhankelijk van de mate van gebruik t.b.v. het programma. Het betreft onder andere afschrijvingskosten van machines en transportmiddelen, inkoopkosten, onderhoudskosten en leasekosten wagenpark. De totale overige bedrijfskosten voor 2026 bedragen € 3.065k.

De loonkosten niet-doelgroep bestaan uit de loonkosten voor ambtenaren en Sterwork-medewerkers. De kosten van PW Regulier zijn vanaf 2025 geplaatst onder de lasten van de GR. Het begrote aantal ambtenaren en Sterwork-medewerkers voor 2026 bedraagt 130 FTE, een stijging 8 FTE t.o.v. het OP25. De stijging is te verklaren door meer begeleiding van het t.o.v. het OP25 stijgend aantal PW-ers, (tijdelijke) vervanging van langdurig zieken, een kwaliteitsimpuls en rendabel gefinancierde FTEs (zowel in sourcing als betaling onder externe opdrachten). Voor het jaar 2026 wordt rekening gehouden met een stijging van de loonkosten met 1,3% ten gevolge van de Cao gemeenten. De toerekening van kosten aan Prowork BV heeft betrekking op de begeleiding van Prowork medewerkers (m.b.t. jobcoaches, leidinggevend personeel en overhead). De doorbelasting neemt toe, door de verhoogde inzet van o.a. extra jobcoaches en praktijkbegeleiders voor de begeleiding van PW-ers.

61

Overeenkomstig de toezegging in de aanbiedingsbrief aan de raden bij de primitieve begroting 2026 hebben wij een aantal besparingen doorgevoerd op de overige bedrijfskosten. Uitgaande van een (netto) besparingsopgave van € 250k, en een correctie van ca € 115k op geschrapte opdrachten, resteert een besparingstaakstelling voor 2026 van € 135k. Wij hebben in deze begroting besparingen doorgevoerd ter grootte van ca € 180k. Afschrijvingskosten Voor 2026 wordt rekening gehouden met een afschrijvingslast van ca. € 728k. De daling in de kosten wordt voor een belangrijk deel verklaard door de volledige afschrijving van het pand in Gouda per oktober 2025. Huurkosten / lease De huur- en leasekosten hebben met name betrekking op de huur van het pand in Capelle aan den IJssel en de lease van het wagenpark. De hogere kosten hebben betrekking op verwachte prijsstijgingen en de huur van een parkeerterrein Zuiderster.

62

Onderhoudskosten De onderhoudskosten hebben met name betrekking op het onderhoud/licenties ICT, wagenpark, gebouwen en schoonmaakkosten. Hier is een besparing ingeboekt op zowel het wagenpark (- € 25k) als op de computers (- € 30k). Dotatie voorziening groot onderhoud Per 2025 hebben we de voorziening groot onderhoud vervangen voor een bestemmingsreserve. Hiermee vervalt de dotatie. In plaats daarvan voegen we via de mutatie reserves jaarlijks € 125k toe aan een bestemmingsreserve voor onderhoud. De bijdrage is iets opgehoogd, naar aanleiding van een SCOPE 10 inspectie door verzekeraars: de verplicht te nemen maatregelen zullen in 2026 worden opgenomen in het ons meerjaaronderhoudsplan. Op basis van ons meerjarenonderhoudsplan onderhouden we onze panden. Energieverbruik De kosten voor energieverbruik hebben met name betrekking op de kosten voor gas en elektra voor de panden en van brandstof voor het wagenpark. Per 1 januari 2025 heeft Promen een nieuw energiecontract afgesloten. Voor 2026 wordt uitgegaan van stabiele brandstofprijzen en gasprijzen. Door het gebruik van de warmtepomp verwachten we een hoger energieverbruik en een lager gasverbruik. Het energiegebruik zal ook wat hoger liggen door het gebruik van elektrische auto’s.

Belastingen en verzekeringen De belastingen en verzekeringen hebben met name betrekking op de belastingen en verzekeringen voor de panden en het wagenpark. Accountants- en advieskosten Onder de accountants- en advieskosten vallen, naast de accountantskosten, de kosten voor juridisch advies voor de afdeling HR, een budget voor de Functionaris voor de Gegevensbescherming en overige advieskosten ten behoeve van het Management Team van Promen. We besparen € 30k op advies, door versterking van onze interne kennisbasis. Indirecte productiekosten De indirecte productiekosten hebben betrekking op de kosten van gereedschappen en klein materiaal voor de diverse units van Promen. Kantine De kantinekosten hebben met name betrekking op de koffie/theevoorzieningen. Ten aanzien van de interne cateringlocaties (in Gouda en Capelle aan den IJssel) wordt uitgegaan dat zij voor een belangrijk deel kostenneutraal zullen zijn. Overige De overige kosten hebben o.a. betrekking op de kosten van telefoons, abonnementen, marketing & communicatie en afvoer afval.

63

Toerekening kosten aan Prowork B.V. Aan Prowork B.V. worden kosten toegerekend voor vervoer, huisvesting, gereedschappen en overhead op basis van het aantal medewerkers van Prowork. Toerekening huisvestingskosten en overige bedrijfskosten Conform de notitie overhead van de commissie BBV worden de huisvestingslasten en overige bedrijfskosten toegerekend aan de (Wsw) programmarekening voor zover deze betrekking hebben op het primaire proces. De toerekening overige bedrijfskosten is in lijn gebracht met de systematiek zoals ook toegepast op 2024: het betekent geen hogere overige bedrijfskosten, alleen een andere verdeling tussen programmakosten en nietprogrammakosten.

Voor 2026 wordt een post onvoorzien geraamd van € 40k.

De financiële baten en lasten hebben betrekking op de kosten van langlopende leningen bij de BNG en op de renteontvangsten uit het schatkistbankieren.

64

De mutaties van de reserves hebben betrekking op: een storting aan de reserve impulsmiddelen 2026 ter versterking van de sociale infrastructuur (507k); een storting aan de reserve onderhoud (125k); een onttrekking aan de reserve onderhoud (-125k); een onttrekking uit hoofde van kapitaallasten (-138k).

65

Financiële positie Op basis van de werkelijke balansstanden per 31 december 2024 en de begrote baten en lasten 2025 tot en met 2029 worden onderstaande balansstanden geprognosticeerd.

Onderstaand is het overzicht van het EMU-saldo weergegeven: het verschil tussen inkomsten en uitgaven. Een negatief saldo geeft aan dat er sprake is van meer uitgaven dan inkomsten. Het meerjarig positief saldo wordt met name veroorzaakt door de (tijdelijke) toevoeging van de Impulsmiddelen aan de bestemmingsreserve. Na akkoord op het bestedingsplan, zullen de Impulsmiddelen worden onttrokken aan de bestemmingsreserve.

66

Investeringen Voor 2026 wordt een totaalbedrag aan investeringen verwacht van € 581k. Deze investeringen passen binnen de in de begroting opgenomen afschrijvingslasten voor 2026. Promen zal, voor zover nodig, passende financiering afsluiten voor de geplande investeringen.

67

Reserves In onderstaand overzicht zijn de standen en de mutaties per reserve opgenomen.

Voorzieningen In onderstaand overzicht zijn de standen en de mutaties per voorziening opgenomen.

68

Overzicht van de geraamde baten en lasten per taakveld In onderstaand overzicht zijn de baten en lasten per taakveld opgenomen.

69

Incidentele baten en lasten In de begroting 2026 is een incidentele bate met betrekking tot de Impulsgelden 2026 ad 507k opgenomen. Deze bate wordt echter volledig gecompenseerd door de eveneens incidentele storting in de bestemmingsreserve Impulsgelden. Daarnaast is een incidentele onttrekking aan de bestemmingsreserve groot onderhoud verwerkt, ter dekking van de eveneens incidentele MJOP kosten 2026. Ook dit is resultaat neutraal. In 2027-2029 muteren de incidentele onttrekkingen/ toevoegingen reserves mee met de verwachte incidentele baten en lasten 2027-2029.

70

Structureel begrotingssaldo

De begroting is (meerjarig) structureel in evenwicht: onze structurele lasten worden gedekt door onze structurele baten.

71

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16254430/1