CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Notitie vormvrije m.e.r-beoordeling gemaal Hitland (geanonimiseerd) A23.001443

Gemeenteraad 7 november 2023, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Ontwerp verklaring van geen bedenkingen gemaal Hitland – Nieuwerkerk ad IJssel10.443 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

REPORT

Notitie m.e.r.-beoordeling Ten behoeve van de realisatie van het project vervanging PG Hitland Klant

Hoogheemraadschap

Referentie:

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-1

Status

A2/C02

Datum

13

maart

Schieland en Krimpenerwaard

2023

«'5 Royal HaskoningDHV

Projectgerelateerd

ìì’Royal

HaskoningDHV HASKONINGDHV

NEDERLAND

B.V.

Contactweg 47 1014 AN

Amsterdam

Mobility & Infrastructure

Titel document: Ondertitel:

Mer-beoordeling KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

Status:

CO2/A2

Datum:

13 maart 2023

Auteur(s):

56515154

+3188

3489500

T

info@rhdhv.com

E

royalhaskoningdhv.com

W

Notitie m.e.r.-beoordeling

Referentie:

Projectnaam: Projectnummer:

Trade register number:

Vervanging PG Hitland KGM245

(geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) )dreesiminonaeg( Gecontroleerd

door:

Datum:

(geanonimise rd) 13 maart 2023

(geanonimiseerd) coedgereuri doo N Datum:

13 maart 2023

(geanonimise rd)

Behoudens andersluidende afspraken met de Opdrachtgever, mag niets u it document worden verveelvoudigd of openbaar gemaakt of worden gebruikt voor een ander doel dan waarvoor het document is vervaardigd. Hasko-

ningDHV Nederland B.V. aanvaardt geen enkele verantwoordelijkheid of aansprakelijkheid voor dit document, anders dan jegens de Opdrachtgever. Let op: dit document bevat mogelijk persoonsgegevens van medewerkers van HaskoningDHV Nederland B.V..

Voor-

dat publicatie plaatsvindt (of anderzins openbaarmaking), dient dit document te worden geanonimiseerd of dient toestemming te worden verkregen om dit document met persoonsgegevens te publiceren. Dit hoeft niet als wet- of regelgeving anonimiseren niet toestaat.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0050

ï

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV

Inhoudsopgave 1

Inleiding

11

Aanleiding en doel

12

Plaats van

2

Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling?

21

Toetsing aan de drempelwaarden van het Besluit m.e.r.

22

Criteria voor een m.e.r.-beoordeling

23

Leeswijzer

3

Kenmerken van het project

31

Huidige situatie

32

Toekomstige situatie

4

Beoordelingskader potentiële milieueffecten

41

Aanpak van de effectenbeoordeling

42

Aanpak voor de m.e.r.-beoordeling

43

De beoordeling van de milieuaspecten

de activiteit

43.1 4.3.2

_ Effecten op natuur _ Effecten van verkeer en parkeren

4.3.3

_

434 435

_ Effecten van geluid _ Effecten op water

436

_

4.3.7 438

_ Effecten op archeologie en cultuurhistorie (landschap) _ Cumulatie met andere projecten

Effecten op luchtkwaliteit

Effecten op bodem

5

Conclusie

6

Bijlagen

Bijlage 1: Quickscan Flora en Fauna en aanvullend onderzoek naar de bever Bijlage 2 Watertoets

Bijlage 3: Milieukundig bodem- en waterbodemonderzoek Bijlage 4: Beschikking Wet bodembescherming Bijlage 5: Inrichtingsplan

Hitland

Bijlage 6: Aerius berekening bouwfase

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

ü

Projectgerelateerd

îï’Royal

HaskoningDHV

VERSIEBEHEER:

13

Ver

Datum

PO4

24-10-2022

(geanonimiseerd) e

versie, ingediend bij ODMH

c02

13-03-2023

-

Update n.a.v. opmerkingen ODMH

maart

2023

Statu:

MER-BEOORDELING

Auté

r

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

Opmerkingen

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV

1

Inleiding

11

Aanleiding en doel

In het zuiden van Nieuwekerk aan den IJssel is het gebied Hitland gelegen. Dit recreatiegebied maakt on-

derdeel uit van een poldergebied. Dit poldergebied Esse, Gans- en Blaardorp wordt bemalen door een gemaal om de waterhuishouding te kunnen reguleren. Echter voldoet het huidige gemaal niet meer. Zowel

de betrouwbaarheid als capaciteit zijn beide ontoereikend. Hierdoor heeft het poldergebied regelmatig te maken met wateroverlast. De plaatselijke Golfclub Hitland is een partij die daar veel hinder van ondervindt. Daarom dient het huidige gemaal te worden vervangen voor een nieuw gemaal.

Het doel van het planvoornemen is om het huidige gemaal te vervangen voor een nieuw gemaal met een grotere capaciteit. Ook is het de bedoeling om daarnaast een vispassage te realiseren. Op die manier kunnen vissen migreren tussen de polder en de aangrenzende Hollandse IJssel. Met de mogelijkheid tot het inlaten van

water uit de

terkwaliteit verbeteren.

Hollandse

IJssel

is er een

extra

stuurmiddel

voor de waterstand

en zal de wa-

Een duurzame ontwikkeling die het gebied Hitland ten goede zal komen.

Om de ontwikkeling van het nieuwe gemaal mogelijk te maken is er een ruimtelijke onderbouwing opge-

steld om af te kunnen wijken van het vigerende bestemmingsplan ‘Hitland 2020'. Een onderdeel van deze procedure is het door het bevoegd gezag laten beoordelen of de voorgenomen ontwikkeling onaanvaardbare gevolgen heeft voor het milieu heeft. Om die reden is een milieueffect beoordeling (m.e.r.-beoordeling) opgesteld. Op die manier kan worden bepaald of de activiteit m.e.r.-plichtig is. De voorliggende notitie verschaft de benodigde informatie om dit besluit te kunnen nemen.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

1

Projectgerelateerd

ì‘AkRoyal HaskoningDHV 1.2

Plaats

van

de activiteit

Het plangebied Hitland maakt onderdeel uit van het poldergebied

locatie valt binnen de gemeentegrenzen van Zuidplas.

Esse, Gansdorp en Blaardorp.

De plan-

Deze gemeente bestaat uit de drie fusiegemeenten

respectievelijk Moordrecht, Nieuwekerk aan den IJssel en Zevenhuizen-Moerkapelle. De projectlocatie ligt iets ten zuiden van de voormalig gemeente Nieuwekerk aan den IJssel. Zowel de polder als het plangebied grenzen daarnaast aan de Hollandse IJssel. Op de onderstaande figuren is de planlocatie aan de Groenendijk weergegeven binnen de rode kaders. Het gaat daarbij om het kadastrale perceelnummer NWKO3-E-534.

Polder Bsgex Gansdorp en Bläardorp

Hitland Zúid

Capeiie damden sss

Figuur 2 het plangebied

13 maart 2023

weergegeven

aan de hand van

MER-BEOORDELING

Groot Hitland

E

h

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0

Projectgerelateerd

ì\ Royal HaskoningDHV 2

Waarom een vormvrije m.e.r.-beoordeling?

Voor nieuwe ontwikkelingen is het van maatschappelijk belang dat er geen schade aan het milieu ont-

staat. Daarom is het belangrijk om de milieubelangen vroegtijdig bij de besluitvorming te betrekken. Om hier in de praktijk inhoud aan te geven, is het instrument de milieueffectrapportage (m.e.r.) ontwikkeld. Het doel van m.e.r. is om het milieubelang een volwaardige plaats te geven in de besluitvorming voor activiteiten met mogelijk significant nadelige effecten op het milieu. Een m.e.r.-procedure brengt de milieugevol-

gen van een besluit in kaart voordat het wordt genomen. Op deze manier kan het bevoegd gezag, n dit geval de gemeente Zuidplas, de milieugevolgen meewegen in haar afwegingen. De wettelijke eisen ten aanzien van de m.e.r. zijn vastgelegd in de Wet milieubeheer en in het Besluit m.e.r.

21

Toetsing aan de drempelwaarden van het Besluit m.e.r.

In het Besluit milieueffectrapportage (m.e.r.) 1994 is vastgelegd wanneer voor welke activiteiten een verplichting geldt tot het maken van een milieueffectrapportage (onderdeel C) en is aangegeven in welke situaties voor welke activiteiten een m.e.r-beoordelingsplicht geldt (onderdeel D). Met terugwerkende kracht

geldt per 16 mei 2017 op grond van de Wet implementatie herziene m.e.r.-richtlijn ook beneden de drempelwaarden van onderdeel D een m.er.-beoordelingsplicht. Voor activiteiten die de drempelwaarde van kolom 2 niet overschrijden mag een vormvrije m.e.r. beoordelingsnotitie opgesteld worden. De hier te be-

oordelen activiteit betreft de onderstaande ontwikkeling: e De realisatie van een gemaal in Hitland. Tabel 1-1:

Bijlage

een overzicht van wanneer een m.e.r-heoordeling of milieueffectrapportage verplicht is

Drempelwaarde

Verplicht

Boven de drempelwaarde van kolom 2

Mileueffectrapportage

Bijlage C

Onder de drempelwaarde van kolom 2

M.e.:-beoordeling

Bijage D

Onder de drempelwaarde van kolom 2

M.e.r-beoordeling (in een vrij formaat)

lage C en/of D

Wanneer wordt gekeken naar de activíteiten zoals opgenomen in lijst C en D van het besluit milieueffectrapportage, staat het volgende vermeld onder categorie D3.2 (tabel 1-2). Voor de categorie D3.2 zijn in kolom 2 geen gevallen dan wel drempelwaarden

opgenomen.

Dat betekent dat voor de aanleg, wijziging

of uitbreiding van primaire waterkeringen altjd een m.e.r.-beoordeling opgesteld moet worden. Dit is ook van toepassing op de realisatie van het gemaal in Hitland. Onderstaand wordt dit nader toegelicht. Tabel

1-2: Overzicht mogelijk relevante categorieën Besluit m.e.r. Kolom

2

Gevallen

D_ 32

Kolom

_ |

De aanleg, wijzi ging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter beperking van overstromin_ gen, met inbegrip van primaire waterkeringen en r

3

Plannen

Kolom

4

Besluiten

De structuurvisie, bedoeldin _ De goedkeuring van Gedeputeerde Staten van het deartikelen2.1,2.2en23 _ projectplan, bedoeld in artikel 5.7, eerste lid, van de van de Wet ruimtelijke orde- _ Waterwet of, bij het ontbreken daarvan, het projectning, en de plannen, beplan, bedoeld in artikel 5.4, eerste lid, van die wet, of, doeld in de artikelen 3.1 indien artikel 5.4, zesde Iid, van die wet van toepaseerste d, 3.6, eerstelid, on- _ sing is, de vaststelling van het tracé op grond van de derdelen aenb, vandie wet _ Tracéwet of de Spoedwet wegverbreding door de Mi en/het plan, bedoeldinde _ nister van Infrastructuur en Waterstaat of het plan, artikelen41en44vande _ bedoeld n artikel 3.6, eerste lid, onderdelen a en b,

Watewet.

van de Wet ruimtelijke ordening dan wel bij het ontbreken daarvan van het plan, bedoeld n artikel 3.1, eerste lid, van die wet.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

3

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV M.e.r-beoordelingsplichtige activiteiten zijn activiteiten waarvoor de besissing of wel of niet de m.e.r.-procedure moet worden doorlopen, niet bij wet vastligt, maar door het bevoegd gezag moet worden geno-

men. Het bevoegd gezag moet bepalen of er sprake is van ‘belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu’, die het doorlopen van de m.e.r-procedure wenselijk of noodzakelijk maken. Het uitgangspunt is hierbij dat er in beginsel geen m.e.r.-procedure doorlopen hoeft te worden, tenzij sprake is van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu. Hierbij moet getoetst worden aan de richtlijnen in bijlage II van de Europese Richtlijn milieueffectrapportage met de volgende drie criteria: 1.

Kenmerken

van

de activiteit

2.

Plaats van

de activiteit

3.

Kenmerken van het potentiële effect

De realisatie van het gemaal in Hitland komt overeen met de activiteit zoals beschreven in categorie D3.2. n deze categorie gaat het om ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van werken inzake kanalisering of ter be-

perking van overstromingen, met inbegrip van primaire waterkeringen en rivierdijken’. Het beoogde gemaal geeft invulling n het beperken van overstromingen. Daarnaast is de ontwikkeling van het gemaal deels gelegen in een primaire waterkering en rivierdijk van de Hollandse IJssel. Daarom

dient er een

m.e.r-beoordeling te worden uitgevoerd. Bovenstaande analyse is van toepassing onder de huidige regelgeving. Maar ook na de invoering van de

Omgevingswet, verwacht in januari 2023, moet voor deze ontwikkeling een m.e.r.-beoordeling worden uitgevoerd.

Op basis van deze m.e.r.-beoordeling kunnen er twee uitkomsten zijn: « Belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen niet uitgesloten worden: er dient een m.e.r-procedure doorlopen te worden.

«

Belangrijke nadelige milieugevolgen treden niet op: er wordt gemotiveerd aangegeven dat geen m.e.r-procedure hoeft te worden doorlopen.

De m.e.r.-beoordeling is in dit geval een vereiste ten behoeve van de bestemmingsplanprocedure. De initiatiefnemer van een activiteit waarvoor een plicht tot een m.e7.-beoordeling geldt, moet dat voornemen

schriftelijk mededelen aan het bevoegd gezag. In dit project is deze mededeling vormgegeven door het opstellen van voorliggende beoordelingsnotitie. De voorliggende beoordelingsnotitie bevat de informatie op basis waarvan het bevoegd gezag besluit of er sprake is van "belangrijke nadelige gevolgen voor het

milieu', die het doorlopen van de m.e.r.-procedure wenselijk/noodzakelijk maken 22

Criteria voor

een

m.

-beoordeling

De toets wordt gedaan op basis van dezelfde criteria die gelden. Deze beoordeling is dus gekoppeld aan de richtljnen in bijlage I! van de Europese Richtljn milieueffectbeoordeling. In deze bijlage staan drie criteria met uitgangspunten per criterium benoemd: kenmerken van de activiteit, plaats van de activiteit en kenmerken van het potentiële effect.

1)

Kenmerken van het project Bij de kenmerken van het project moet in het bijzonder in overweging worden genomen: ° _ de omvang van het project;

e e °

de cumulatie met andere projecten; het gebruik van natuurlijke hulpbronnen: de productie van afvalstoffen;

e

verontreiniging en hinder;

e

risico van ongevallen, met name gelet op de gebruikte stoffen of technologieën.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

4

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 2)

Plaats van het project Bij de mate van kwetsbaarheid van het milieu in de gebieden waarop het project van invloed kan zijn,

moet in het bijzonder in overweging worden genomen: a) het bestaande grondgebruik; b)

de relatieve rijkdom aan en de kwaliteit en het regeneratievermogen van de natuurlijke hulpbronnen;

c)

het opnamevermogen van het natuurlijke milieu, met in het bijzonder aandacht voor: Wetlands;

Kustgebieden: Berg- en bosgebieden;

Reservaten en natuurparken; Gebieden die n de wetgeving van de lidstaten zijn aangeduid of door die wetgeving worden beschermd; speciale beschermingszones, door de lidstaten aangewezen

krachtens

Richtlijn 79/409/EEG en Richtlijn 92/43/EEG; Gebieden waarin de bij communautaire wetgeving vastgestelde milieunormen reeds wor-

vi.

den overschreden; ii viii.

3)

Gebieden met een hoge bevolkingsdichtheid; Landschappen van historisch, cultureel of archeologisch belang.

Kenmerken van het potentiële effect Bij de potentiële aanzienlijke effecten van het project moeten n samenhang

met de criteria van de

punten 1 en 2 (zoals hiervoor genoemd) in het bijzonder in overweging worden genomen e _ het bereik van het effect (geografische zone en grootte van de getroffen bevolking): e _ het grensoverschrijdende karakter van het effect; e

de orde van grootte en de complexíteit van het effect;

° _ de waarschijnlijkheid van het effect; e _ de duur, de frequentie en de omkeerbaarheid van het effect. 23

Leeswijzer

In hoofdstuk 3 worden de kenmerken van het project beschreven. Zowel de huidige als de nieuwe situatie

komen hier aan bod. In hoofdstuk 4 worden de potentiële gevolgen voor het milieu in kaart gebracht. hoofdstuk 5 volgt de conclusie. Tot slot zijn in hoofdstuk 6 de benodigde bijlagen opgenomen.

13

maart

2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

s

In

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 3

Kenmerken van het project

31

Huidige situatie

De beoogde locatie van het gemaal is gelegen in Hitland Zuid.

Hitland wordt gekarakteriseerd als een

landschappelijk, open gebied met voornamelijk een veeteelt en recreatieve functie. Door de ligging nabij

Capelle aan den IJssel en Rotterdam vervult Hitland een regionale rol op het gebied van recreatie. Hitland is in beheer van het Recreatieschap Hitland. Het zuidelijk deel van Hitland wordt gekarakteriseerd door diverse recreatieve elementen. Bepalend hierin

zijn Golfbaan Hitland (noordwestzijde), Leefgoed de Olifant (zuidoostzijde), Werkhaven Hitland (zuidoostzijde) en Zelling Ver Hitland (zuidoostzijde). Recentelijk is bij de vernieuwing van Recreatiegebied Hitland een buurtmoestuin geopend.

De laatste jaren heeft het gebied steeds vaker te maken met wateroverlast. Vooral tijdens regenachtige periodes in de winter en de lente is het erger geworden. De golfbanen zijn vaak niet open door de wateroverlast.

Ook het herstel na een regenperiode is langdurig. Het hoge water komt door een ondercapaciteit

en de onbetrouwbaarheid van het huidige gemaal Hitland, die stamt uit 1989. 32

Toekomstige situatie

Het huidige gemaal in Hitland is aan vervanging toe. Zowel de betrouwbaarheid als de capaciteit zijn ontoereikend. Daarnaast is geconstateerd dat het huidige gemaal een knelpunt is in de vismigratie van en

naar de polders. Verder beschikt het huidige gemaal niet over een inlaatvoorziening vanuit de Hollandse IJssel. Met de komst van het nieuwe gemaal worden deze knelpunten aangepakt. Een capaciteitstoename Het huidige gemaal voldoet niet meer aan de capaciteit. Daarom wordt het toekomstige gemaal voorzien van een grotere capaciteit. Deze wordt voorzien van een inlaatcapaciteit van 15 m? per minuut en een af-

voercapaciteit van 70 m? per minuut. Verder dient de capaciteit van het gemaal eenvoudig te kunnen worden uitgebreid met 25 m2 per minuut. Dit ten behoeve van een toekomstige koppeling met het peilgebied van Groot Hitland. Op die manier wordt het beoogde gemaal toekomstbestendig ingepast. De vispassage Het nieuw te realiseren gemaal zal worden voorzien van een visveilig en tweezijdig passagesysteem.

Hiermee wordt het knelpunt van de vismigratie n het poldergebied opgelost. De onderhavige locatie is het habitat van diadrome doelsoorten te weten als schieraal, glasaal en de driedoornige stekelbaars. Ook potamodrone vissoorten zoals de baars, brasem, karper, rivierdonderpad, ruisvoorn, snoek, snoekbaars en zeelt komen hier voor. De geometrische en hydraulische kenmerken van de

vispassage zijn afgestemd op de zwemcapaciteit en lichaamsdimensies van deze soorten. Door de inzet van twee gekoppelde sluisruimtes hebben vissen altijd een buis ter beschikking om in de

stroomopwaartse of de stroomafwaartse richting te migreren. Door de compacte bouwwijze is de verstoring van de natuur en de omgeving minimaal. Het ruimtebeslag is ten opzichte van bekkenachtige vispas-

sages nihil. Daarnaast is het mogelijk om bij de vissluis alle hydraulische parameters naadloos vanuit afstand af te stellen. Hierdoor is het mogelijk om in droge periodes meer water de polder in te laten en in natte periodes juist minder water via de vissluis af te voeren. Door het sluisproces benodigd deze techniek minder water dan bekkenachtige vismigratievoorziening onder dezelfde omstandigheden.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

6

Projectgerelateerd

ìï’Royal

HaskoningDHV Er is gekozen voor de meest geschikte [ocatie In de fase voorafgaand aan het project is onderzoek gedaan naar de meest geschikte locatie voor het nieuwe gemaal. Onder andere de ligging van kabels en leidingen (met name de hogedruk gasleiding) heeft ertoe geleid dat er voor de beoogde ocatie is gekozen. Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard (hierna te noemen HHSK) hecht waarde aan de realisatie van een duurzaam en circulair gemaal. Om die reden is bij het ontwerp bijzondere aandacht besteed aan maatregelen die dit bevorderen zoals een hydraulisch optimaal ontwerp (energiebesparing), een intelligente regeling waarbij de pompen

altijd op het hoogste rendement draaien energiebesparing) en onderhoud en monitoring. Energieopwekking

Doordat het gemaal aan twee zijden zonnecellen bevat in combinatie met de windwokkels wordt de nodige hoeveelheid energie opgewekt. Een deel van deze opgewekte energie kan voor het opladen van ebikes worden gebruikt. Oplaadpunten kunnen een plek krijgen bij de naastgelegen parkeerplaats. Daar-

naast wordt er ook een transformatorhuisje gerealiseerd nabij het nieuwe gemaal.

Figuur3 een 3D-ontwerp van het nieuwe gemaal inclusief de vispassage en persleidingen

Er is gekozen voor een natuurlijke integratie Bij de ontwerpfase is zo goed mogelijk rekening gehouden met de omgeving. Het nieuwe gemaal voegt zich dan ook naar het landschap. Het ontwerp heeft geresulteerd in een eenvoudig en minimalistisch ontwerp van het gemaal met een ingetogen kleurgebruik. Ten behoeve van de volledige natuurlijke en landschappelijke inpassing is er een inrichtingsplan opgesteld. Daarover meer in paragraaf 4.3.7 Archeologie en cultuurhistorie (en landschap) van de omgevingsaspecten. Verder is het volledige inrichtingsplan bijgevoegd als bijlage 4 van deze m.e.r-beoordeling. Recreatieve

functie

Het nieuw te ontwikkelen gemaal gaat gepaard met een aantal recreatieve toevoegingen. Het betreft hier

onder andere een doorsteek vanaf de Klaas Klinkertkade naar de Groenendijk en vervolgens de uiterwaarden van de Hollandsche IJssel. Deze nieuwe route voert ook langs de noodschuif van het gemaal en de uitlaat, op deze manier krijgt de bezoeker een goed beeld van de techniek van een gemaal en vispas-

sage. Via QR-codes dan wel informatieborden (ter hoogte van de parkeerplaats) kan een toelichting gegeven worden op de technische processen die zich afspelen binnen het gemaal. Door het ontmantelen van het oude gemaal doet zich de kans voor wandelpaden

met elkaar te verbinden, op deze manier is Park

Hitland nog beter ontsloten. Verder biedt de locatie van het oude gemaal mogelijkheden voor vissers/opstapplekken voor SUP boards en kano's.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0050

7

Projectgerelateerd

&

$ Royal HaskoningDHV '

efomat

Wndreiiele

Herondom

erreingemaal

Nieuwe wandekerbingng tussen Kloes Kinkenkade /

n

Holangscne Wssel

Noodschuf gemaal

Figuur5 het ontwerp met per onderdeel een korte toelichting.

Niet alle ontwikkelingen op het ontwerp zijn onderdeel van de scope.

Een aantal zaken zijn aan het recreatieschap om te realiseren (de windwokkels komen aan de andere zijde te staan)

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

8

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 4

Beoordelingskader potentiële milieueffecten

41

Aanpak van de effectenbeoordeling

Het plan wordt voor verschillende milieuaspecten beoordeeld op effecten. Daarvoor worden de omvang

van de activiteit, de gevoeligheid van specifieke omgevingskenmerken en andere ontwikkelingen n samenhang beschouwd. Beoordeeld wordt of deze gezamenlijk kunnen leiden tot bijzondere omstandigheden waardoor een nadelig effect als belangrijk valt te classificeren. Daarbij kunnen de volgende factoren een rol spelen: °

De reikwijdte van een effect;

° _ De omvang van een effect in relatie tot wat algemeen als acceptabel gezien wordt; e De complexiteit van een effect, hetgeen bepaalt in hoeverre mitigatie moeilijk is; e

De duur en omkeerbaarheid van een effect;

°

De waarschijnlijkheid dat een effect optreedt.

4.2

_ Aanpak voor de m.e.r.-beoordeling

Deze m.e.r.-beoordeling maakt onderdeel uit van een haalbaarheidsonderzoek, waarbij voor verschillende thema's is onderzocht in welke mate de voorgenomen ontwikkeling mogelijk is binnen de huidige wetge-

ving en de nieuwe wetgeving (Omgevingswet, inwerkingtreding op 1 januari 2023).

Voor de invulling van

de milieuaspecten in deze m.e.r.-beoordeling is gebruik gemaakt van diverse uitgevoerde onderzoeken.

In deze m.e.r.-beoordeling is een kwalitatieve beoordeling gemaakt van de gevoeligheid van de omgeving, de mogelijke ernst, de duur en de waarschijnlijkheid van milieueffecten — mede in relatie tot lokale en nati-

onale regelgeving — en mogelijkheden om effecten te mitigeren Deze beoordeling richt zich op de voorgenomen ontwikkeling, zoals beschreven in het voorgaande hoofdstuk 3, maar kijkt daarbij ook naar de mogelijke gevolgen in cumulatie met andere ontwikkelingen. Dit komt aan de orde in paragraaf 4.4. De m.e.r.-beoordeling draagt informatie en argumenten aan om een eindoordeel te vormen over de vraag of er sprake is van nadelige milieugevolgen op grond waarvan een m.e.r.-procedure noodzakelijk zou zijn

Dat eindoordeel is aan het bevoegd gezag

43

De beoordeling van de milieuaspecten

Op basis van de activiteiten die als gevolg van de voorgenomen ontwikkeling worden uitgevoerd en de kenmerken van het plangebied zijn de volgende milieuaspecten in het kader van de m.e.r.-beoordeling van belang: °

Natuur

e

Verkeer en parkeren

e

Luchtkwaliteit

e

Geluid

e

Water

e

Bodem

e _ Archeologie en cultuurhistorie (en landschap) Onderstaand worden voor betreffende milieuaspecten de potentiële milieueffecten toegelicht.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

E

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 43.1

Effecten op natuur

Ten behoeve van het planvoornemen van het nieuwe gemaal in Hitland is een ecologische quickscan uit-

gevoerd. Het rapport is op 21 oktober 2021 (bijlage 1). Of er sprake is van onaanvaardbare gevolgen voor het milieu zijn onderstaand de belangrijkste resultaten uit dit onderzoek weergegeven.

Beschermde gebieden Natura 2000-gebied Het plangebied maakt geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het Natura 2000-gebied “Boezems Kin-

derdijk’ is met ongeveer 5,5 kilometer het dichtstbij gelegen ten opzichte van het plangebied (zie figuur 6). Er i hierdoor geen sprake van ruimtebeslag in Natura 2000 gebied. Negatieve effecten door storingsfac-

toren zoals geluid, licht en optische verstoring zijn uitgesloten, vanwege de grote afstand tussen het plangebied en omliggende Natura 2000-gebieden en tussenliggend landgebruik. Effecten die zich kunnen voordoen hebben mogelijk enkel betrekking op stikstofdepositie. Onderstaand wordt hier op ingegaan. Stikstofdepositie De bescherming van natuur is vastgelegd in Europese en nationale wet- en regelgeving, waarin een on-

derscheid wordt gemaakt tussen soortenbescherming en gebiedsbescherming. scherming is in Nederland geregeld n Wet natuurbescherming.

De soorten- en gebiedsbe-

Bescherming van Natura 2000-gebieden

vindt plaats op grond van de Wet natuurbescherming (hierna: Wnb), die op 1 januari 2017 in werking is getreden en voor wat betreft het aspect Natura 2000-gebieden de Natuurbeschermingswet 1998 vervangt. De Wnb heeft tot doel in het wild voorkomende planten- en diersoorten in stand te houden en te beschermen en bevat regels voor de bescherming van in het wild levende dier- en plantensoorten en Natura 2000-gebieden (belangrijke natuurgebieden). Naast een algemeen geldende zorgplicht voor alle voorko-

mende soorten gelden verbodsbepalingen. De zorgplicht geldt te allen tijde voor alle n het wild levende dieren en planten en hun leefomgeving. De verbodsbepalingen zijn gebaseerd op het ‘nee, tenzij-principe; alle schadelijke handelingen ten aanzien van beschermde

planten- en diersoorten zijn in principe verbo-

den. Met een door het bevoegd gezag te verlenen ontheffing kan worden afgeweken van de verbodsbepalingen. Daarnaast bevat de wet nog andere bepalingen, waaronder over houtopstanden. In het kader van de gebiedsbescherming, is ook 'externe werking' een relevante opgave. Niet alleen di recte ingrepen in Natura 2000-gebieden kunnen schadelijk zijn voor de instandhoudingsdoelstellingen,

ook kan sprake zijn van negatieve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen als gevolg van geluid, licht, abiotiek (verdroging, verontreiniging) en andere verstorende factoren. Een actueel onderwerp is de stikstofdepositie in Natura 2000-gebieden.

Conform de Wet natuurbescherming (Wnb) dient bij nieuwe

activiteiten getoetst te worden of binnen nabijgelegen Natura 2000-gebieden significant negatieve effecten als gevolg van stikstofdepositie kunnen optreden. De nieuwe Wet stikstofreductie en natuurverbetering (Wsn), die op 1 juli 2021 in werking is getreden, vereist het doen van onderzoek naar eventuele stikstofdepositie voor de definitieve fase van het planvoornemen. Sinds de uitspraak van de Raad van State van 2 november 2022 dienen ook effecten van tijdelijke bouw- en sloopactiviteiten (aanlegfase) onderzocht te worden. Uit een (AERIUS-)berekening moet vervolgens blijken of de waarde van 0,00 mol N/ha/jaar wordt overschreden, en indien dat het geval is, of sprake is van stikstofdepositie op stikstofgevoelige habitattypen in nabijgelegen Natura 2000-gebieden.

Uit de berekeningen met AERIUS Calculator blijkt dat de stikstofdepositie ten gevolge van optredende emissies niet meer is dan 0,00 mol N/ha/jaar op de omliggende Natura 2000-gebieden (zie bijlage 6). Dit

betekent dat significant negatieve effecten op Natura 2000-gebieden als gevolg van de bouwfase uit te sluiten zijn en het project daarmee niet vergunningplichtig is in het kader van de Wnb.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

10

Projectgerelateerd

ì1‚Royal

HaskoningDHV

ieuwerkerk aan den Issel

ais)

Capelle

aan den

Oderkerkaan den Jssel

IJssel

Rotterdam

f

Krimpen aan den

IJssel

krimpen aan de

(3

Bolnes 5

Lekkerkerk

Lek

Slikkeweer

ieuw-Lekkerland

E

2km

Ridderkerk Figuur 6 het plangebied in het rood ten opzichte van de Natura 2000-gebieden in het groen weergegeven

Stikstofdepositie, gebruikersfase In de gebruikersfase zal er geen sprake zijn van een toename aan stikstof. De voorgenomen ontwikkelingen van het vervangen van het huidige gemaal, zorgen in de toekomst niet voor een toename aan ver-

keersbewegingen. Dit blijft ongewijzigd ten opzichte van de bestaande situatie. Daarnaast is het nieuwe gemaal voorzien van elektrisch aangedreven installaties. Het gemaal zorgt niet voor onaanvaardbaar gevolgen ten aanzien van stikstof op Natura 2000-gebieden.

Natuurnetwerk Nederland (NNN-gebied) Het plangebied van het nieuwe gemaal ligt nabij beschermd Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het oude al bestaande gemaal ligt deels binnen het NNN-gebied. Binnen het NNN-gebied zullen daarom graafwerkzaamheden plaatsvinden om het oude gemaal te slopen. Hierbij zal tot een halve meter onder het maaiveld worden gegraven. Het NNN

heeft ter plaatse het beheertype kruiden-en faunarijk grasland (N12.02).

Bij de graafwerkzaam-

heden wordt natuur-technisch gewerkt. De toplaag van het kruiden-en faunarijk grasland (20 — 30cm) wordt apart gehouden en na afloop weer teruggezet. Negatieve effecten op de wezenlijke kenmerken en waarden zijn op die manier niet aan de orde

Op figuur 7 is het totale plangebied weergegeven (inclusief het te slopen oude gemaal) binnen het rode kader en is het NNN-gebied met groen weergegeven. Hieruit valt op te merken dat het oude gemaal deels

binnen het NNN-gebied valt

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

"

Projectgerelateerd

ìì’Royal

HaskoningDHV

à

E

Legenda

E

tewaotwerkttogenang

e

y

—

p

EE

E

N

A O

Figuur 7 het plangebied binnen het rode kader ten opzichte van de NNN-gebieden in het groen

Figuur 8 het nieuwe gemaal gepositioneerd op het bestemmingsplan met binnen het rode kader het nabijgelegen NNN-gebied

Aan de grens van het NNN wordt de uitlaat van het huidige gemaal gedicht. Omdat deze werkzaamheden buiten het NNN plaatsvinden zijn negatief effecten op de beheertypen en/of de wezenlijke kenmerken en waarden van het omliggend NNN

13 maart 2023

op voorhand uitgesloten.

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0050

12

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Deelconclusie gebiedsbescherming De voorgenomen

ontwikkelingen van het vervangen van het huidige gemaal, zorgen in de toekomst niet

voor een toename aan verkeersbewegingen. Daarnaast s het nieuwe gemaal voorzien van elektrisch aangedreven installaties. Andere vormen van uitstoot zijn er niet. Het gemaal zorgt niet voor onaanvaardbaar gevolgen ten aanzien van stikstofop Natura 2000-gebieden. De sloopwerkzaamheden van het bestaande gemaal vallen deels binnen het nabijgelegen NNN-gebied. Echter, ziet deze m.e.r.-beoordeling niet toe op het oude gemaal. Wel is het van belang dat bij het slopen

van het gemaal ook een sloopmelding dient te worden gedaan en dat er daarbij rekening wordt gehouden naar de hinder en bestaande waarden van het gebied.

Deze m.e.r-beoordeling is onderdeel van de ruim-

telijke onderbouwing van het nieuwe gemaal en ziet enkel toe op een afwijking van het bestemmingsplan om het toekomstig gemaal mogelijk te kunnen maken. Deze beoogde ruimtelijke ingreep heeft dan ook geen negatieve effecten op de lokale wezenlijke kenmerken en waarden. Daarom

hoeft er geen “Nee-ten-

zij’-toets te worden doorlopen en zijn er geen verdere vervolgstappen nodig ten behoeve van het NNNgebied.

Soortenbescherming Het plangebied is geschikt voor meer algemeen voorkomende zoogdieren en amfibieënsoorten.

Deze

soorten zijn door de provincie Zuid-Holland echter vrijgesteld van ontheffingsplicht ten aanzien van de Wet natuurbescherming (Wnb) bij ruimtelijke ontwikkelingen. Wel dienen negatieve effecten op deze soorten als gevolg van het voornemen voorkomen of zo veel mogelijk beperkt te worden door het nemen van voorzorgsmaatregelen. Dieren

Jaarrond beschermde broedvogels De vogelsoorten met jaarrond beschermd nesten waarvan in de omgeving van het plangebied waarnemingen van bekend zijn, zijn: boomvalk,

buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, ooievaar,

ransuil, roek, slechtvalk, sperwer en wespendief. Tijdens het veldbezoek zijn binnen het plangebied en in de directe omgeving daarvan geen jaarrond beschermde nesten aangetroffen. Echter was het niet mogelijk om de bossen kunnen

in het zuidwesten te betreden waardoor jaarrond beschermde

nesten daar niet uitgesloten

worden.

Bij de kap van de bospercelen in het zuidelijk deel van het plangebied, kunnen jaarrond beschermde nesten worden vernietigd. Indien jaarrond beschermde nesten aanwezig zijn dan mogen de bomen niet worden gekapt, ook niet in de winter. Het vernietigen van nesten is een overtreding van artikel 3.1, lid 1, 2 en 4, van

de Wnb. Daarnaast geldt dat, wanneer de werkzaamheden (gedeeltelijk) worden uitgevoerd in het broedseizoen broedende vogels kunnen worden verstoord en nesten worden vernietigd. Wanneer broedende vogels voortijdig het nest verlaten, geldt dit als het opzettelijk vernietigen of beschadigen van nesten en eieren van vogels. Dit is een overtreding van artikel 3.1, lid 1, 2 en 4, van de Wnb. De wet kent geen standaardperiode voor het broedseizoen. Het broedseizoen varieert van soort tot soort,

maar loopt globaal van maart U/m begin juli. Een soort als de wilde eend kan echter half februari al op eieren zitten terwijl de houtduif tot diep n september kan broeden.

Ook daarbuiten is het mogelijk dat broe-

dende vogels worden aangetroffen. Veel methoden om tjdens het broedseizoen door te kunnen werken, zijn niet “waterdicht’; het is vaak niet

te garanderen dat broedgevallen niet zullen optreden. Buiten het broedseizoen werken heeft dan ook de voorkeur om overtreding van de Wnb ten aanzien van broedvogels te voorkomen en risico's voor de planning te beperken.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

13

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV

Voor het kappen van bomen geldt dat voor het potentieel vernietigen van jaarrond beschermde nesten geen

voorzorgsmaatregelen te treffen zijn. Een nader onderzoek moet uitwijzen of er daadwerkelijk jaarrond beschermde nesten in het plangebied aanwezig zijn. Op basis van de uitkomst van nader onderzoek dient dan bepaald te worden of en zo ja, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn. Aanvullend

onderzoek

vleermuizen

en

bever

Royal HaskoningDHV heeft een aanvullend ecologisch onderzoek uitgevoerd naar de bever en vleermuizen. Uit het aanvullend ecologisch onderzoek is gebleken dat er geen nadelige effecten optreden ten behoeve van de bever en vleermuizen.

beoordeling toegevoegd.

Het gehele aanvullende onderzoek

is als bijlage 1 aan deze

m.e.r.-

Onderstaand kort de belangrijkste resultaten weergegeven.

Effectbeoordeling vleermuizen

Voor de aanleg van het nieuwe gemaal worden enkele bomen gekapt ten westen van de huidige parkeerplaats. Echter is vastgesteld dat de bomen met de holtes voor het voornemen niet gekapt hoeven te worden. Het voornemen leidt daarom niet tot het vernietigen van verblijfplaatsen van vleermuizen. Doordat nabij de bomen geen extra verlichting wordt geplaats is permanente beschadiging van verblijfplaatsen ook niet aan de orde. Aangezien de werkzaamheden alleen overdag zullen worden uitgevoerd is het optreden van tijdelijke negatieve effecten als gevolg van het voornemen ook uitgesloten. Overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb

ten aanzien

van

vleermuizen

is niet aan de orde.

Het uitvoeren van

nader onderzoek

naar het

gebruik van de holtes door vleermuizen en het aanvragen van een ontheffing is niet noodzakelijk

Effectbeoordeling bever In het plangebied ontbreekt het aan sporen van bevers zoals knaagsporen, dammen,

burchten en geurspo-

ren. Wel is in het plangebied een wissel aangetroffen. Echter door het ontbreken van andere sporen en het feit dat deze ook door een andere soort zoals wilde eend gemaakt kan zijn, is deze niet afkomstig van een bever. Het is daarom uitgesloten dat het plangebied essentieel leefgebied vormt voor de soort. Verder nader onderzoek door bijvoorbeeld de inzet van wildcamera's s niet nodig. Het voornemen leidt dan ook niet tot permanente negatieve effecten op de soort. Ten oosten van het plangebied zijn wel sporen waargenomen van bevers. Het betreft voornamelijk knaagsporen. Doordat deze waarnemingen in de directe omgeving van het plangebied zijn gedaan is het wel mogelijk dat incidenteel een bever in het plangebied kan voorkomen. Doordat de werkzaamheden overdag worden uitgevoerd en de bever vooral 's nachts actief is zijn tijdelijke

negatieve effecten als gevolg van het voornemen uitgesloten. Naar aanleiding van het onderzoek kan dan ook geconcludeerd worden dat het voornemen niet Ieidt tot overtreding van verbodsbepalingen van de Wnb. Aangezien alleen overdag gewerkt zal worden is het nemen van voorzorgsmaatregelen niet noodzakelijk. Planten

Het plangebied en de directe omgeving daarvan voorziet op grond van de geraadpleegde verspreidings-

gegevens en de aanwezige biotoop niet in groeiplaatsen van onder de Wnb beschermde vaatplanten. Het is uitgesloten dat negatieve effecten op beschermde vaatplanten optreden. Het uitvoeren van een nader

onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing wordt niet noodzakelijk geacht. Houtopstanden Het plangebied ligt buiten de grens van de bebouwde kom houtopstanden van de Provincie Zuid-Holland. Indien kap van bomen moet plaatsvinden, dient nader beoordeeld te worden of het om meer dan 10 are of meer dan 20 bomen gaat en of deze opstanden zodoende beschermd zijn onder de Wnb.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

14

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Indien bescherming van houtopstanden, zoals bedoeld in de Wnb, van toepassing is, dient minstens 6 weken voor het kappen van de opstand een kapmelding ingediend te worden bij het bevoegd gezag. Naast de

meldplicht, geldt dn gerealiseerd te zijn.

tevens een herplantplicht.

De herplanting dient binnen 3 jaar na afloop van de kap

Deelconclusie soortenbescherming Jaarrond beschermde broedvogels

Een nader onderzoek moet uitwijzen of er daadwerkelijk jaarrond beschermde nesten in het plangebied aanwezig zijn. Op basis van de uitkomst van nader onderzoek dient dan bepaald te worden of en zo ja, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn. Vleermuizen

Tijdens het veldbezoek zijn geen vleermuizen aangetroffen. Net als bij jaarrond beschermde

broedvogels

kan de kap van bomen leiden tot vernietiging van een verblijfplaats en verstoring en/of doden van vleermuizen. Nader onderzoek moet uitwijzen of en zo ja, welke mitigerende en compenserende maatregelen nodig zijn. Planten

Het is uitgesloten dat negatieve effecten op beschermde vaatplanten optreden. Het uitvoeren van een nader onderzoek en/of het aanvragen van een ontheffing wordt niet noodzakelijk geacht. Houtopstanden Met de komst van het nieuwe gemaal zullen maximaal 20 bomen worden gekapt. houtopstanden, zoals bedoeld in de Wnb, van toepassing

de opstand een kapmelding

Indien bescherming van

is, dient minstens 6 weken voor het kappen van

ingediend te worden bij het bevoegd gezag.

Naast de meldplicht, geldt dan

tevens een herplantplicht. Conclusie

Gebiedsbescherming Er treedt geen negatief effect op de aanwezige natuurwaarden in de omgeving.

Het nieuwe gemaal maakt

geen onderdeel uit van het nabijgelegen NNN-gebied en daardoor zijn negatieve effecten op de wezen-

lijke kenmerken en waarden uitgesloten. Het plangebied maakt daarnaast ook geen deel uit van een Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ligt op circa 5,5 kilometer afstand. De voorgenomen ontwikkelingen van het vervangen van het huidige gemaal, zorgen in de toekomst niet voor een

toename aan verkeersbewegingen. Daarnaast is het nieuwe gemaal voorzien van elektrisch aangedreven installaties. Andere vormen van uitstoot zijn er niet. Het gemaal zorgt niet voor onaanvaardbaar gevolgen ten aanzien van stikstof op Natura 2000-gebieden. Soortenbescherming Rekening houdend met de voorgestelde mitigerende en eventuele compenserende maatregelen voor na-

tuur, vinden er als gevolg van de aanleg en ingebruikname van gemaal Hitland geen belangrijke negatieve effecten plaats op natuur.

Het aspect natuur geeft daarmee geen noodzaak tot het opstellen van een Mili-

eueffectrapport. Uit het aanvullende vleermuis- en beveronderzoek is geconcludeerd dat van een overtreding van de verbodsbepalingen van de Wb ten aanzien van vleermuizen niet aan de orde is. Naar onze mening geeft het aspect natuur geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapportage, mits wordt voldaan aan de conclusies gebieds- en soortenbescherming.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

15

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 4.3.2

Effecten van verkeer en parkeren

Beschouwing

n de situatie van het planvoornemen zal er geen sprake zijn van een toename van verkeersstromen en daarmee eveneens geen toenemende vraag naar parkeerplaatsen. De enige te verwachten verkeersaantrekkende werking zal veroorzaakt worden door periodieke bezoeken van de beheerder of de onderhoudsmonteur. Een dergelijke verkeersgeneratie heeft geen merkbare gevolgen voor de verkeersafwikkeling aan de Groenendijk en het milieu ter plaatse. Voor het busje van de onderhoudsmonteur is er een par-

keerplaats gesitueerd op circa 50 meter afstand van het toekomstige gemaal. Hierdoor hoeft de auto niet langs de Groenendijk zelf te parkeren. Tot slot dient te worden vermeld dat er bij het huidige gemaal ook sprake is van een periodiek bezoek

door de beheerder en de onderhoudsmonteur. De toekomstige situatie wijzigt dan ook niet ten opzichte van de huidige situatie. Conclusie

De beoogde situatie van het nieuwe gemaal zorgt niet voor een verkeersaantrekkende werking. Daarmee zijn significant negatieve effecten op het milieu uitgesloten. Naar onze mening geeft het aspect verkeer en parkeren geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapportage.

4.3.3

Effecten op luchtkwaliteit

Beschouwing Verkeer

De voorliggende ontwikkeling van het gemaal zal niet Ieiden tot een toename van verkeersbewegingen. Alleen het periodiek onderhoud zal tot verkeersbewegingen leiden. Dit planvoornemen zal in niet betekenende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging.

Bij meer dan

1.500 voertuigbewegingen (personenauto's) per weekdaggemiddelde dient er, in het kader van de NIBMtoets, nader onderzoek te worden gedaan. Dit aantal wordt niet gehaald bij het planvoornemen. De voorgenomen ontwikkeling zal niet zorgen voor een toename van verkeersbewegingen. Deze blijft ongewijzigd

ten opzichte van de bestaande situatie. Elektrische

installaties

Het gemaal wordt voorzien van zowel elektrische verwarmingsinstallaties als elektrisch aangedreven pompen. Het gemaal zorgt daarnaast niet voor andere mogelijke vormen van uitstoot. Hiermee heeft het gemaal geen negatieve invloed op de luchtkwaliteit. Incidenten (noodstroomaggregaat)

In incidentele gevallen (bijvoorbeeld als gevolg van blikseminslag of calamiteiten) kan het nodig zijn dat noodstroomvoorziening op diesel wordt aangesloten. Deze voorziening is niet permanent aanwezig. In die uitzonderlijke gevallen kunnen emissies van luchtverontreinigende stoffen optreden,

maar deze

zijn niet

significant. Conclusie

Een significante toename van de concentraties aan stikstof en fijnstof is op voorhand uit te sluiten. Het omgevingsaspect uchtkwaliteit genereert hiermee geen belangrijke negatieve gevolgen voor het milieu. Het aspect luchtkwaliteit geeft geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapportage.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

16

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV 4.3.4

Effecten van geluid

Beschouwing

De ontwikkeling van het gemaal brengt ook geluid met zich mee. Enkele onderdelen van het gemaal zullen geluid gaan produceren. De krooshekreiniger is het onderdeel dat hiervan het meeste lawaai met zich meebrengt.

Het geluidsniveau van de krooshekreiniger Bij het toekomstige gemaal is het voornemen om een krooshekreiniger te plaatsen met luchtcompressor. In veel andere gevallen wordt vaak een hydraulisch systeem toegepast. In dit geval is er voor lucht geko-

zen in verband met duurzaamheid. Het heeft een minder negatief effect op het milieu. Echter, maakt de luchtcompressor wel geluid. Uit de gegevens van de leverancier van de krooshekreiniger, RLC Roosterreiniger B.V., blijkt dat het bij dit systeem gaat om een bronvermogen van 70 dB(A). Op ruim 100 meter afstand liggen de dichtstbijzijnde hindergevoelige objecten. Dit betreffen woningen. Voor woningen geldt een grenswaarde van 50 dB(A) op de gevel. Het geluidvermogen van [de installatie] bedraagt 70 dB(A). Royal HaskoningDHV heeft berekend uitgaande van enkel de geometrische uitbreiding van het geluid, dat het geluidsniveau nabij de dichtstbijzijnde woningen op 100 meter afstand circa 20

dB(A) bedraagt. Dit geluidsniveau is verwaarloosbaar. Conclusie

Het bronvermogen van de krooshekreiniger is 70 dB(A). Het geluidsniveau van het gemaal is daarmee verwaarloosbaar ten opzichte van de geluidsgevoelige objecten die op 100 meter afstand liggen. Er treden daarom geen belangrijke nadelige effecten op voor het aspect geluid.

Naar onze mening geeft het as-

pect geluid geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapportage.

4.3.5

Effecten op water

Beschouwing Voor het planvoornemen van Hitland is een watertoets uitgevoerd. Het doel van de watertoets s te waar-

borgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen expliciet en op evenwichtige wijze in beschouwing wor‘den genomen bij ruimtelijke plannen en besluiten. Onderstaand is een samenvatting en conclusie van de uitgevoerde watertoets weergegeven. De gehele watertoets is in bijlage 2 aan deze m.e.r.-beoordeling toegevoegd. Oppervlaktewater

— waterkwantiteit

De plaatsing van het gemaal betekent dat er verhard oppervakte in de polder wordt aangebracht.

De aan-

Ieg van het gemaal en trafostation brengt ongeveer 290 m? extra verharding teweeg. Volgens het Beleid Waterberging Ruimtelijke ontwikkeling van het Hoogheemraadschap Schieland en Krimpenerwaard valt de aanleg van het gemaal onder kleine plannen (500 m?) waarvoor geen compensatie t.a.v. waterberging noodzakelijk is. Langs het toekomstige gemaal ligt momenteel een kwelsloot die gedeeltelijk gedempt zal worden. Het te

dempen deel is 60 meter lang en 3,5 meter breed. Dit betekent dat elders in het gebied minimaal 210 m? oppervlaktewater dient te worden gecompenseerd. n de polder worden ook duikers verwijderd. Een deel van de watergang die afvoert op het gemaal wordt over een lengte van circa 200 meter verbreed naar 11 m om een hoofdwatergang te creëren (70 x 1,88 + 140 m x 3,13 = 850 m?). Direct bij het gemaal wordt een stuk grond ontgraven (270 m2). Binnen het plan is sprake van een netto toename aan oppervlaktewater van circa 920 m?. Vanwege de beperkte toegenomen verharding en de verbreding van een bestaande watergang hoeft geen extra

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

17

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV waterberging gecreëerd te worden. De demping van een deel van de bestaande kwelsloot (functie overig water) wordt eveneens ruimschoots gecompenseerd door de verbreding van andere watergangen. Waterkering Bij dijkkruisingen dient de kerende werking van de kering gewaarborgd te blijven. De persleiding loopt

dwars door het dijklichaam. Om de kerende werking te waarborgen zijn de leidingen ontworpen conform de NEN3650 en NEN3651,

ontwerprichtlijnen van HHSK. De persleiding loopt recht door de dijk, met een

afsluiterput in de binnenteen van de dijk. De vervangende kering zal in de vorm van een damwand zijn. Deze damwand dient aan verschillende ei-

sen te voldoen. Op dit moment voldoet het dijkvak 14-1 niet aan de vigerende normen die zijn beschreven vanuit het Wettelijke Beoordelingsinstrumentarium (WBI2017, https://wetten.overheid.nl/BWBR0039040/2017-01-01#Bijlagelll). De normen, gebaseerd op de overstromingskansen (opge-

nomen in de Waterwet) bestaan uit een signaleringswaarde van 1:30.000 en een ondergrens (faalkans van de kering) van 1:10.000. De dijk wordt daarom in de komende jaren versterkt. Na de versterking zal de noodafsluiter in het dijklichaam liggen. Vanwege deze versterkingsopgave dient de vervangende kering in de toekomst gemakkelijk opgehoogd te kunnen worden. Dit geldt ook voor de afsluiterput achter de vervangende kering. Rekening houdend met de zeespiegelstijging en rivierafvoer in her jaar 2120 wordt een ‘damwand ontworpen die minimaal NAP + 3,90 m kan keren. Het aanlegniveau van de dijkhoogte komt in

de toekomst op NAP + 4,10 m te liggen. Aangezien er n en om de waterkering wordt gewerkt, dient conform de Keur van HHSK (artikel 3.1 van Keur) een vergunning te worden aangevraagd voor deze werkzaamheden Waterkwaliteit

De aanleg van het nieuwe gemaal en daarmee gepaard gaande inrichtingsmaatregelen beogen een verbetering van de oppervlaktewaterkwaliteit. De helofytenfilters en de aanleg van natuurvriendelijke oevers leiden waarschijnlijk tot een verbetering van de waterkwaliteit. Vissen kunnen tussen de sloten in de pol-

der en de Hollandsche IJssel zwemmen. Het afvloeiende hemelwater van het gemaal wordt afgevoerd naar watergangen. Het gemaal leidt niet tot een afvalwaterstroom. De huidige waterkwaliteit (2019) — zowel ecologisch als chemisch - in de polder 'Sloten waterrijk EGB' is

ontoereikend volgens de systematiek van Kaderrichtlijn Water. Ook de aanwezig waterflora is slecht. Belasting van het waterlichaam is met name afkomstig van de bemesting door de landbouw en atmosferische depositie.

Ook de steile oevers beperken de ontwikkeling van macrofauna.

De waterkwaliteit van de

Hollandsche IJssel is eveneens slecht. Dit is mogelijk te wijten aan bijvoorbeeld vervuild baggerslib en atmosferische depositie uit omliggend stedelijk gebied. Met de aanleg van het nieuwe gemaal Hitland zal extra oppervlaktewater op de Hollandsche IJssel kunnen worden geloosd. Naar verwachting zal dit niet tot een significante vermindering van de waterkwaliteit van de Hollandsche IJssel Ieiden. Omdat dit wel een toename betreft van lozing op rijkswater, adviseren wij om hierover contact op te nemen met Rijkswaterstaat. Wij verwachten geen bezwaren omdat het feitelijk om een verplaatsing gaat van de huidige lozing, geen nieuwe lozing op de Hollandse IJssel. Conclusie

De watertoets i uitgevoerd voor de relevante thema's. Hieruit blijkt dat de ontwikkeling geen negatieve

gevolgen heeft op het milieu voor de thema's waterkwaliteit en waterkwantiteit. De vigerende en toekomstige kerende werking van de dijk wordt gewaarborgd door het hanteren van de juiste normen en richtlijnen voor het ontwerp van een kerende damwand. Voor het werken in een waterkering dient de initiatiefne-

mer een vergunning aan te vragen bij het Hoogheemraadschap. Wanneer aan deze eisen wordt voldaan

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

18

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV vormt het aspect water geen significant negatief effect op het milieu. Het aspect water vormt geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapportage naar onze mening. Verder beschikt het huidige gemaal niet over een inlaatvoorziening vanuit de Hollandse IJssel. Met de komst van het nieuwe gemaal worden deze knelpunten aangepakt.

4.3.6

Effecten op bodem

Beschouwing Op de locatie van het planvoornemen staan op dit moment bomen en gras.

Deze zullen deels plaats moe-

ten maken voor het toekomstige gemaal (inclusief persleidingen en vispassage). Naast het gemaal wordt er ook voorzien in een transformatorhuisje. Voor zowel het gemaal als het transformatorhuisje wordt de grond ontgraven.

Daarom is er een bodem- en waterbodemonderzoek uitgevoerd.

Het rapport milieu bo-

dem- en waterbodemonderzoek van 16 februari 2022 is als bijlage 3 aan deze m.e.r-beoordeling bijgevoegd. Onderstaand worden de belangrijkste resultaten en conclusies weergegeven. Bodemopbouw De locatie voor het nieuw te realiseren gemaal bestaat op dit moment uit een grasland met bomen zonder antropogene lagen.

Voormalig gebruik gronden De percelen ten noorden van de Groenendijk zijn in gebruik als park sinds 1995. Daarvoor is het gebied altijd in gebruik geweest als weiland. Het gebied ten zuiden van de Groenendijk is altijd in gebruik geweest als weiland (Topotijdreis).

Historisch geval van bodemverontreiniging De locatie is gecontroleerd op de mogelijke aanwezigheid van een (historisch) geval van ernstige bodem-

verontreiniging. Om die reden is informatie uit het Bodemloket en de Atlas van de Omgevingsdienst Midden-Nederland opgehaald. Uit deze informatie blijkt binnendijks een geval van ernstige bodemverontreiniging bekend te zijn (ZH056700020). Vaststellen bodemkwaliteit eerder uitgevoerd bodemonderzoek Ten noorden van de autoweg de Groenendijk is voor zover bekend geen bodemonderzoek uitgevoerd. Ten zuiden van de Groenendijk is wel informatie bekend van een eerder uitgevoerd bodemonderzoek op deze onderzoekslocatie. Het gaat om informatie van het Bodemloket en de Atlas Omgevingsdienst Mid-

den-Holland. Er i een nader bodemonderzoek, een briefrapport en saneringsonderzoek bekend. Het nader onderzoek is in 1993 uitgevoerd. Het rapport en saneringsonderzoek dateren uit 2002. Onderstaand de belangrijkste conclusies uit deze onderzoeken:

Ter plaatse van het uitstroomgebied (buitendijks) zijn verontreinigingen boven de interventiewaarde geconstateerd met zware metalen (+arseen) en BTEX.

Het gebied is aangemerkt als geval van ernstige bo-

demverontreiniging en is als landbodem beschikt in 2002. In de beschikking is opgenomen dat de sterke verontreinigingen zich vanaf een diepte van circa 5,5 m-my in de grond bevinden. De laag hierboven is licht verontreinigd. Het grondwater is vanaf circa 8 tot 9 m-mv sterk verontreinigd met vluchtige aromaten en naftaleen. Het betreft een emnstig geval, niet urgent (kenmerk beschikking: DGWM/2003/12661). Aangezien zowel binnendijks als buitendijks bemalen zal worden, zijn twee peilbuizen geplaatst om de kwaliteit van het grondwater en lozingsparameters te onderzoeken. Asbest

Er i geen indicatie voor de aanwezigheid van asbest.

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

19

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Conclusies

en advies

Binnendijks (ten noorden van de Groenendijk)

e

De onderzoeksresultaten zijn getoetst aan de kaders voor hergebruik zoals zijn opgenomen in het Besluit bodemkwaliteit.

Er zijn geen overschrijdingen van de interventiewaarde gemeten. De vrijkomende

grond is herbruikbaar als bodemkwaliteitsklasse Alijd toepasbaar/Wonen. e _ Vrijkomend(e) slib en waterbodem zijn toepasbaar op landbodem als klasse Industrie en in oppervlaktewater als klasse

B.

e _ In het grondwater zijn geen concentraties gemeten boven de interventiewaarde. Barium, chloride en

xylenen zijn boven de streefwaarde aangetoond. e _ De gemeten concentraties PFAS vormen geen belemmering voor de werkzaamheden. De bodemkwaliteitsklasse en bodemfunctieklasse betreft voor alle monsters landbouw/natuur. In MMO2bg is PFOA (2,0 ug/kg d.s.) net boven de grenswaarde (1,9 ug/kg d.s.) aangetoond voor bodemkwaliteitsklasse landbouw/natuur.

De grond wordt hier geclassificeerd als bodemkwaliteits- en bodemfunctieklasse

wonen/industrie.

e _ Er zijn geen belemmeringen voor het grondverzet.

De werkzaamheden kunnen zonder aanvullende

veiligheidsmaatregelen worden uitgevoerd. De veiligheidsklasse conform de CROW400

is Basishygi-

ene.

Buitendijks (ten zuiden van de Groenendijk)

e _ Er zijn belemmeringen voor het grondverzet. De werkzaamheden voor het gemaal en uitstroomwerk

vinden plaats binnen de contour van een geval van ernstige bodemverontreiniging (ZH056700020). Voorafgaand aan de werkzaamheden dient afstemming met bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland) plaats te vinden.

e

Tijdens de werkzaamheden zijn mogelijk aanvullende veiligheidsmaatregelen conform de CROW400 noodzakelijk.

Bemaling e De gemeten lozingsparameters (onopgeloste bestanddelen en ijzer) voor werkzaamheden ter plaatse van het gemaal en uitstroomwerk overschrijden de vastgestelde grenswaarden zoals vastgelegd in

het Besluit Lozen buiten Inrichtingen (artikel 3.2). Tijdens de bemaling dient hier rekening mee te worden gehouden. Conclusie

Ten zuiden van de Groenendijk vinden de werkzaamheden plaats binnen de contour van ernstige bodemverontreiniging. Tevens overschrijden de gemeten lozingparameters de grenswaarden zoals vastgelegd in

het Besluit lozen buiten inrichtingen (Blbi). In de beschikking staat vermeld dat de sanering niet urgent is: dat eventuele wijzigingen in gebruik of omstandigheden op de locatie bij Gedeputeerde Staten gemeld

dienen te worden. Deze beschikking is als bijlage 4 toegevoegd aan deze ruimtelijke onderbouwing. Voorafgaand aan de werkzaamheden dient daarom afstemming met bevoegd gezag (Provincie Zuid-Holland) plaats te vinden inclusief een mogelijke sanering van de grond. Wanneer aan deze eis wordt voldaan vinden geen belangrijke milieugevolgen plaats. Het aspect bodem geeft naar onze mening geen noodzaak tot het opstellen van een milieueffectrapportage.

4.3.7

Effecten op archeologie en cultuurhistorie (landschap)

Beschouwing - Archeologie Uit het de archeologische kaart van de gemeente Zuidplas valt te herleiden dat het planvoornemen van

het gemaal in gebied met zowel een hoge als een lage archeologische verwachting valt (zie figuur 9). In de legenda rechtsonder is weergegeven

13 maart 2023

MER-BEOORDELING

aan welke kleur welke archeologische waarde is gekoppeld.

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP-OM-0050

20

Projectgerelateerd

ì1’Royal

HaskoningDHV

Archeologische verwachting zeer hoge archeciogische verwachting 'hoge archeclogische verwachtng

middethoge archeclagsche verwachtng 1age archeologische verwachting

Figuur9 een uitsnede van de archeologische beleidskaart gemeente Zuidplas en het plangebied linksonder binnen het rode kader

In de onderstaande tabel is weergegeven wanneer er voor welke archeologische verwachtingswaarde een archeologisch onderzoek is vereist.

Oppervlakten gelijk aan of groter dan 50 m2, en

Zeer hoog

Verstoringen vanaf 30 cm beneden maaiveld

gooa}

Verstoringen vanaf 30 cm beneden maaiveld

ij

Verstoringen vanaf 30 cm beneden maafveld

Oppervlakten gelijk aan of groter dan 100 m2, en Oppervlakten gelik aan of groter dan 250 m2, en

Middelnoog m

Oppervlakten gelik aan of groter dan 0,5 ha en

Verstoringen vanaf 30 cm beneden maaiveld

Het onderzoeksgebied bestaat uit het gebied waar het gemaal, een transformatorstation en het uitstroomwerk gerealiseerd worden. Dit gebied bevindt zich direct ten noorden en zuiden van de Groenendijk en

heeft een totale oppervlakte van circa 226 m?. Daarnaast zal er dieper worden gegraven dan 30 centimeter voor de realisatie van het gemaal, persleidingen, inlaatvoorziening en uitstroomwerk. Op basis van het archeologisch beleid is daarom een archeologisch onderzoek vereist.

De beoordeling van de omgevingsdienst Het plangebied ligt in een zone met een algemeen hoge archeologische verwachting. Op basis van deze constatering is er contact gezocht met de Omgevingsdienst Midden-Nederland. De hoge archeologische verwachting is gebaseerd op een oud bebouwingslint, de Groenendijk. De Omgevingsdienst Midden-Holland heeft daarom de historische kaarten onderzocht tot de periode van ongeveer de 17° eeuw. Hieruit is gebleken dat het planvoornemen ligt in een voormalige boezem. Dit houdt in dat er geen aanwijzingen zijn voor de aanwezigheid van historische bouwresten ter hoogte van de planlocatie. Ook in de tijd vanaf de

middeleeuwse ontginning wordt niet verwacht dat men daar gewoond heeft, zeker niet aan de voet van de dijk. De locatie is daarom in archeologisch opzicht geen probleem. Het voornemen is om het gemaal aan de voet van de dijk te realiseren. dig.

13 maart 2023

Voor de locatie is daarom geen aanvullend archeologisch onderzoek no-

MER-BEOORDELING

KGM245-RHD-ZZ-XX-RP.OM-0050

2

Projectgerelateerd

ìq\‚Royal

HaskoningDHV Beschouwing — Cultuurhistorie (en landschap) Welstand

De gemeente Zuidplas hanteert een welstandsnota. De gemeente Zuidplas wil het belang van een aan-

trekkelijke gebouwde omgeving behartigen.

Uit het beleidskader valt te herleiden dat de planlocatie in een

welstandsniveau zwaar gebied ligt. Op de locatie gaat het om de aanwezigheid van behoud van herkenbare structuren

Behoud

van

en cultuurhistorie.

herkenbare

structuren

en

cultuurhistorie

Structuurdragers zijn van groot belang geweest voor de ontwikkeling van Zuidplas en blijven van groot belang voor de verdere ontwikkeling. Door de jaren heen hebben ze een karakter gekregen dat zeer gewaardeerd wordt. Ze maken Zuidplas herkenbaar in al haar diversiteit. De vraag of ze bij verdere ontwikkeling van Zuidplas niet ten onder gaan en onherkenbaar worden. Extra zorg voor het behouden van karakteristieken lijkt op zijn plaats. Er moet hierbij gedacht worden aan de Ringvaart, de linten, de Rotte, de Hol-

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13330490/1