CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Nota van Uitgangspunten 100 MW energieopslag en restwarmteproductie A24.002921

Gemeenteraad 18 november 2025, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv BOPA Knibbelweg-Oost te Zevenhuizen energieopslagsysteem5.243 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Nota van Uitgangspunten 100 MW energieopslag en restwarmteproductie

Colofon Titel: Documentnummer:

Nota van Uitgangspunten 100 MW energieopslag en restwarmteproductie A24.002921

Projectnaam:

100 MW energieopslag en restwarmteproductie

Datum: Status:

21-01-2025 Definitief

Inhoud 1

INLEIDING....................................................................................................................................................... 4

1.1 1.2 1.3 2

DE INITIATIEFNEMER EN HET INITIATIEF ............................................................................................................. 4 AANLEIDING VOOR DEZE NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ....................................................................................... 4 LEESWIJZER ................................................................................................................................................. 4

PLANGEBIED .................................................................................................................................................. 5

2.1 2.2 3

LOCATIE ..................................................................................................................................................... 5 HET VIGEREND OMGEVINGSPLAN/BESTEMMINGSPLAN EN DE BENODIGDE PROCEDURE ............................................... 5

BELEIDSKADER ............................................................................................................................................. 7

3.1 OMGEVINGSWET.......................................................................................................................................... 7 3.2 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................................................... 7 3.2.1 Omgevingsvisie Zuidplas ................................................................................................................. 7 3.2.2 Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas.................................................................................................. 8 3.2.3 Beeldkwaliteitsplan Knibbelweg-Oost ............................................................................................. 8 3.2.4 Duurzame Inrichting Openbare Ruimte ........................................................................................... 8 3.2.5 Nota Parkeernormen ....................................................................................................................... 8 3.3 PROVINCIAAL BELEIDSKADER ........................................................................................................................... 9 3.4 HOOGHEEMRAADSCHAP ..............................................................................................................................

10 3.5 OMGEVINGSDIENST MIDDEN-HOLLAND (ODMH) ........................................................................................... 10 3.6 GGD HOLLANDS MIDDEN ........................................................................................................................... 11 3.7 VEILIGHEIDSREGIO HOLLANDS MIDDEN (VRHM) ............................................................................................. 11 4

UITGANGSPUNTEN ..................................................................................................................................... 13

4.1 ARCHEOLOGIE ........................................................................................................................................... 13 4.2 BODEM .................................................................................................................................................... 13 4.3 BRANDVEILIGHEID ...................................................................................................................................... 13 4.4 DUURZAAMHEID ........................................................................................................................................ 13 4.4.1 Restwarmte ................................................................................................................................... 13 4.4.2 Netcongestie ................................................................................................................................. 13 4.5 ECOLOGIE ................................................................................................................................................. 14 4.6 EXTERNE VEILIGHEID ...................................................................................................................................

14 4.7 GELUID .................................................................................................................................................... 14 4.8 GEZONDHEID............................................................................................................................................. 14 4.8.1 Elektromagnetische velden ........................................................................................................... 14 4.8.2 Luchtkwaliteit ................................................................................................................................ 14 4.9 RUIMTELIJKE RANDVOORWAARDEN................................................................................................................ 15 4.10 STEDENBOUW ....................................................................................................................................... 15 4.11 VERKEER............................................................................................................................................... 15 5

PARTICIPATIE EN COMMUNICATIE ........................................................................................................... 16

6

PROCES NA VASTSTELLING NOTA VAN UITGANGSPUNTEN ................................................................ 17

6.1 6.2

OMGEVINGSVERGUNNING BOPA (BUITENPLANSE OMGEVINGSPLANACTIVITEIT) ..................................................... 17 PLANNING ................................................................................................................................................ 17

Bijlagen Bijlage 1 Schriftelijk advies ODMH Bijlage 2 Participatieplan Bijlage 3 Participatieverslag 1e bewonersavond

1 Inleiding 1.1

De initiatiefnemer en het initiatief

De lokale Kwekerij Mostert is een familiebedrijf te Nieuwerkerk aan de IJssel dat gespecialiseerd is in de kweek van groene kamerplanten. Zij hebben de ambitie om het bedrijf verder uit te bouwen en toekomstbestendig te maken. Kwekerij Mostert heeft de wens om in de toekomst op duurzame wijze te blijven kweken, zonder CO2-uitstoot. Hiervoor moet de warmte die nodig is in de kwekerij uit een andere bron dan aardgas worden gewonnen. Verder groeien en kweken zonder CO2-uitstoot is echter niet mogelijk op de huidige locatie. Het initiatief van Kwekerij Mostert is gericht op het realiseren van hun ambitie door zich te vestigen in het glastuinbouwgebied van Knibbelweg-Oost en tegelijkertijd te innoveren op het gebied van een duurzame warmtevoorziening. Als duurzaam alternatief voor aardgas wil Kwekerij Mostert restwarmte uitkoppelen uit een te ontwikkelen batterij-installatie, een energieopslagsysteem (EOS). De restwarmte die het EOS produceert bij het laden en ontladen zal worden uitgekoppeld voor de verwarming van de kassen waar wordt gekweekt. Hiermee kan Kwekerij Mostert op een innovatieve manier verduurzamen. Naast de voorziening van restwarmte, zal het EOS worden gebruikt om balanceringsdiensten te leveren aan netbeheerder TenneT, zodat deze wordt ondersteund in het behouden van balans op het elektriciteitsnet. Deze activiteit is overigens niet nieuw voor Kwekerij Mostert.

De kwekerij is al decennia actief in de energie- en netbalancering door de inzet op afroep met hun gasgestookte WKK (Warmte Kracht Koppeling) en belichting. Het is dus in lijn met de historische activiteiten van het bedrijf. Voor deze ontwikkeling heeft Kwekerij Mostert ‘Zuidplas Energy bv’ opgericht en deze onderneming is voornemens een 100 megawatt energieopslagsysteem (EOS) en restwarmteproductie te realiseren in combinatie met een nieuwe kas in het glastuinbouwgebied van de ontwikkeling Knibbelweg-Oost. Het uitkoppelen van restwarmte uit een EOS is een nog niet eerder toegepast concept en het innovatieve karakter van dit initiatief wordt erkend door de provincie Zuid-Holland, dat het nadere onderzoek naar de uitkoppeling van restwarmte mede-financiert. Het EOS wordt aangesloten op het nu in aanbouw zijnde TenneT hoogspanningsstation Zuidplaspolder. Het kabeltracé dat nodig is voor aansluiting op dit station is onderdeel van het initiatief. Normaal gesproken zou TenneT een dergelijke aansluiting realiseren, maar zij heeft al haar capaciteit nodig voor de verdere ontwikkeling van het hoogspanningsnet.

1.2

Aanleiding voor deze Nota van Uitgangspunten

Op de beoogde locatie van het EOS is glastuinbouw met energievoorzieningen toegestaan volgens het Omgevingsplan. Hoewel het EOS een energievoorziening is, valt een dergelijke installatie op deze schaal (met 100 MW) buiten het bestaande beleid van zowel gemeente, provincie als veiligheidsregio. Daarnaast is met het beeldkwaliteitsplan voor Knibbelweg-Oost niet voorgesorteerd op de inpassing van een mogelijk EOS. Uiteindelijk is dan ook een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA) benodigd waarbij de gemeenteraad bindend adviesrecht heeft. Vanwege het buiten het huidige beleid (gemeente, provincie en veiligheidsregio) vallen, de benodigde inpassing en het unieke karakter van het initiatief (zowel de schaal van het EOS als de restwarmte koppeling met de kas) ligt het voor de hand om met een nota van uitgangspunten vooruitlopend op de BOPAprocedure als gemeente de benodigde kaders vast te stellen.

1.3

Leeswijzer

In deze Nota van Uitgangspunten presenteren wij het plangebied en de voorwaarden/uitgangspunten voor de ontwikkeling van het EOS. In hoofdstuk 2 worden het plangebied en het vigerende omgevingsplan/bestemmingsplan toegelicht. In hoofdstuk 3 worden de beleidskaders van de gemeente en de ketenpartners uiteengezet en in hoofdstuk 4 worden de uitgangspunten voor de ontwikkeling toegelicht. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 het verdere proces beschreven.

2 Plangebied 2.1

Locatie

De beoogde locatie voor het EOS is in de gemeente Zuidplas nabij Zevenhuizen, in het glastuinbouwgebied van de ontwikkeling Knibbelweg-Oost. Op dit moment bestaat de locatie uit landbouwgrond die begin 2025 bouwrijp gemaakt wordt voor de ontwikkeling van Knibbelweg-Oost. In onderstaande figuur is de beoogde locatie weergegeven.

2.2

Het vigerend omgevingsplan/bestemmingsplan en de benodigde procedure

Op de locatie van het beoogde EOS is het Omgevingsplan van de gemeente Zuidplas (d.d. 01-012024) van kracht, waarvan het bestemmingsplan 'Knibbelweg-Oost' (geheel in werking op 06-06-2023) een integraal onderdeel vormt. In het bestemmingsplan 'Knibbelweg-Oost' zijn relevante bepalingen opgenomen over toegestane activiteiten en bouwmogelijkheden. Het gebied waar Zuidplas Energy het EOS wil realiseren heeft de bestemming 'Agrarisch – Glastuinbouw'. De voor 'Agrarisch - Glastuinbouw' aangewezen gronden zijn bestemd voor: glastuinbouwbedrijven en de daarbij behorende zaken en voorzieningen; alsmede ook voor: energievoorzieningen. Energievoorzieningen zijn in het bestemmingsplan gedefinieerd als voorzieningen ten aanzien van transport van CO2, warmte geothermie, hogere temperatuuropslag, koude- en warmteopslag, ondergrondse wateropslag, warmtekrachtkoppeling, collectieve energieopwekking etc. Hoewel het EOS een energievoorziening is, valt een dergelijke installatie op deze schaal (met 100 MW) buiten het bestaande beleid van zowel gemeente als provincie. Uiteindelijk is dan ook een

reguliere omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsactiviteit (BOPA) benodigd waarbij de gemeenteraad bindend adviesrecht heeft. In onderstaande figuur is de locatie van het beoogde EOS in het bestemmingsplan weergegeven.

Op dit moment is het bestemmingsplan 'Knibbelweg-Oost' nog niet onherroepelijk, omdat er beroep is ingesteld bij de Raad van State. Het bestemmingsplan is echter wel van kracht, waardoor een BOPAaanvraag aan het bestemmingsplan ‘Knibbelweg-Oost’ zal worden getoetst. Hierbij hoeft niet gewacht te worden op de uitspraak van de RvS.

3 Beleidskader 3.1

Omgevingswet

Volgens bijlage A van de Omgevingswet is een buitenplanse omgevingsactiviteit een activiteit: a. waarvoor in het omgevingsplan is bepaald dat het is verboden deze zonder omgevingsvergunning te verrichten en die in strijd is met het omgevingsplan, of b. een andere activiteit die in strijd is met het omgevingsplan. Voor een BOPA geldt over het algemeen een reguliere procedure met een beslistermijn van maximaal 8 weken met een mogelijkheid tot verlenging van 6 weken. In sommige gevallen geldt voor de BOPA de uitgebreide procedure. Hierbij is er een beslistermijn van maximaal 26 weken met een mogelijkheid tot verlenging van 8 weken. Het gaat om de volgende uitzonderingen: • als dit is aangewezen in de Omgevingswet (afdeling 16.3) en/of in het Omgevingsbesluit (artikel 10.24); • op verzoek van de aanvrager (artikel 16.65, lid 1, onder b, Omgevingswet); • als het bevoegd gezag deze van toepassing verklaart (artikel 16.65, lid 4, Omgevingswet). De indieningsvereisten van een BOPA zijn bepaald in hoofdstuk 7 van de Omgevingsregeling, waarvan artikel 7.3 en 7.4 de algemene aanvraagvereisten betreft. In artikel 7.207b lid 2 zijn de specifieke aanvraagvereisten opgenomen. Hierin is bepaald dat bij een aanvraag om een omgevingsvergunning voor een BOPA de gegevens en bescheiden worden verstrekt die nodig zijn om de gevolgen van die activiteiten te beoordelen voor: a.

een ‘Evenwichtige toedeling van functies aan locaties’ (Etfal); b. instructieregels; c. een project waarvoor een projectbesluit is vastgesteld. Aan de indieningsvereisten kan worden voldaan met een onderbouwing waaruit blijkt dat de gewenste afwijkingen ten opzichte van het omgevingsplan leiden tot een Etfal. In lijn met de Omgevingswet zal de reguliere procedure voor een BOPA gevolgd gaan worden.

3.2 3.2.1

Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Zuidplas

In de omgevingsvisie wordt het karakter van de gemeente Zuidplas omschreven samen met de ambities voor de lange termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles in de openbare ruimte: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwekking van energie. Ondernemend Zuidplas Een belangrijke sector binnen de gemeente is de glastuinbouw. Gemeente Zuidplas kiest daarbij voor concentratie, waarbij plaats wordt geboden aan innovatieve en toekomstbestendige glastuinbouw. Daarbij worden nieuwe bedrijven bijgestuurd op duurzame gebouwen, maar ook op een duurzame bedrijfsvoering ten aanzien van materialen en grondstoffen, energie, bereikbaarheid, arbeidsomstandigheden e.d. Glastuinbouw De gemeente Zuidplas is qua oppervlakte aan glastuinbouw de vijfde gemeente van Nederland. Er doen zich veel veranderingen voor in deze sector, gericht op duurzaamheid (Greenport 3.0). Acties van ondernemers zijn gericht op innovatie en op combinaties met energieopwekking en waterbeheer, met zuiniger teeltwijzen, zuinigere kassen en hergebruik van warmte. Op deze wijze draagt glastuinbouw ook bij aan een Duurzaam Zuidplas en een Aantrekkelijk Zuidplas.

Daarbij kiest de gemeente Zuidplas voor het concentreren van glastuinbouw in het gebied Moerkapelle/Zevenhuizen, als vitaal onderdeel van Greenport Westland - Oostland. Een deel van de glastuinbouw kan tevens gerealiseerd worden in het gebied Knibbelweg-Oost, waar ook ruimte is voor andere bedrijvigheid; hier wordt een transformatie beoogd. Het doel is om plaats te blijven bieden aan geconcentreerde, innovatieve en toekomstbestendige glastuinbouw. Glastuinbouwbedrijven staan voor de uitdaging om te verduurzamen. Het Klimaatakkoord en het Convenant Energietransitie Glastuinbouw 2022-2030 benadrukken de noodzaak om over te schakelen naar duurzame energiebronnen. Het EOS kan hierbij een innovatieve oplossing bieden door het optimaliseren van energieverbruik en het balanceren van het energienetwerk. Dit maakt het mogelijk om efficiënter gebruik te maken van hernieuwbare energie, zoals zonne-energie. Door een EOS kunnen glastuinbouwbedrijven niet alleen hun ecologische voetafdruk verkleinen, maar ook inspelen op marktfluctuaties en veranderende marktomstandigheden, wat bijdraagt aan de economische groei en toekomstbestendigheid van de sector. Energietransitie In de regio Midden-Holland is afgesproken om in 2050 een energie- en klimaatneutrale en fossielenergievrije regio te zijn. In 2021 is de regionale energiestrategie (RES) opgesteld en elke twee jaar wordt deze herijkt.

In deze RES worden de afspraken uit het Klimaatakkoord uitgewerkt. In RES worden ruimtelijke keuzes gemaakt over de ontwikkeling van zon- en windenergie en warmte binnen regio Midden-Holland. 3.2.2

Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas

Het beleid aangaande Omgevingskwaliteit is vastgelegd in de Nota Omgevingskwaliteit Zuidplas (NOZ). Deze nota is de opvolger van de Welstandsnota. De locatie van het beoogde EOS nabij de Knibbelweg valt in de NOZ onder het regieniveau 4: ‘eigen’. Dit regieniveau behoort tot ontwikkelingen die een eigen aanpak vragen gericht op veranderingen en het toevoegen van nieuwe kwaliteiten. Voor de ontwikkeling Knibbelweg-Oost is voor dit doel een beeldkwaliteitsplan opgesteld, namelijk Beeldkwaliteitsplan Knibbelweg-Oost. 3.2.3

Beeldkwaliteitsplan Knibbelweg-Oost

In het beeldkwaliteitsplan Knibbelweg-Oost zijn toentertijd geen ruimtelijke voorwaarden opgenomen voor de inpassing van een 100 MVA EOS. Een EOS is een afwijkend onderdeel ten opzichte van de geplande bebouwing in het beeldkwaliteitsplan. De voorwaarden uit het beeldkwaliteitsplan geven echter wel een belangrijke richtlijn voor de ruimtelijk inpassing van het EOS. Om hierbij aan te sluiten zijn specifiekere uitgangspunten geformuleerd in paragraaf 4.10. 3.2.4

Duurzame Inrichting Openbare Ruimte

De gemeente Zuidplas is eindverantwoordelijk voor de inrichting en het beheer van de openbare ruimte. Om bewuster en gerichter om te gaan met ruimtelijke kwaliteit is een document opgesteld waarin de kwaliteitseisen met betrekking tot de openbare ruimte gebundeld zijn. Dat document is de ‘Leidraad Duurzame Inrichting Openbare Ruimte’ (DIOR) en is op 18 juni 2013 door burgemeester en wethouders geaccordeerd. Alle aanpassingen in het openbaar gebied zullen dan ook aan de DIOR worden getoetst. 3.2.5

Nota Parkeernormen

In de Nota Parkeernormen 2019 beschrijft de gemeente Zuidplas het kader ten aanzien van o.a. het aantal te realiseren parkeerplaatsen voor auto en fiets bij nieuwbouw of transformatieprojecten. De nota is relevant voor iedereen (projectontwikkelaars, woningcorporaties, privé-initiatieven, bedrijven, inwoners) die een omgevingsvergunning ‘bouwen’ of ‘functieveranderingen’ aanvraagt waar een parkeercomponent onderdeel van is. De Nota parkeernormen is onverkort van toepassing op dit initiatief. Hierbij wordt aangesloten op de Nota van uitgangspunten en het beeldkwaliteitsplan voor Knibbelweg-Oost, wat inhoudt dat alle benodigde parkeergelegenheid op eigen terrein gerealiseerd dient te worden.

3.3

Provinciaal beleidskader

De projectlocatie ligt in het Glastuinbouwgebied Glasparel en Knibbelweg-Oost, zie Zuid-Hollandse Omgevingsverordening (ZHOV) kaart 17 (Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieen) en kaart 21 (Teeltgebieden). Een omgevingsplan voor een locatie in het Buitengebied kan voorzien in een ruimtelijke ontwikkeling mits de openheid en het groene karakter van het landschap niet onevenredig wordt aangetast.

Glastuinbouwgebied Glasparel en Knibbelweg-Oost ligt in het Buitengebied. Dit gebied valt onder beschermingscategorie 3.

Het glastuinbouwgebied laat in beginsel alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toe, evenals de daarbij behorende voorzieningen en voorzieningen voor energieopwekking. Echter kunnen conform de omgevingsverordening van de provincie (Artikel 7.54 glastuinbouwgebied) bij uitzondering ook andere ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk worden gemaakt in onder andere de volgende gevallen: a. als sprake is van een zwaarwegend algemeen belang en er geen reële andere mogelijkheid is. b. aan de randen van het glastuinbouwgebied, mits aangetoond is dat geen onevenredige aantasting plaatsvindt van de omvang van de locaties en de bruikbaarheid van het glastuinbouwgebied. c. voor het glastuinbouwgebied Knibbelweg Oost, waarbij ruimtelijke ontwikkelingen toegelaten worden die niet behoren tot de keten glastuinbouw voor zover de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt met toepassing van efficiënt en meervoudig grondgebruik door een combinatie met glastuinbouw.

De ZHOV is primair leidend, waarbij kaart 17 (Ruimtelijke kwaliteit en beschermingscategorieen) en kaart 21 (Teeltgebieden) met bijbehorende instructieregels minimaal benoemd moeten worden in de ruimtelijke onderbouwing bij de BOPA. De ZHOV biedt mogelijkheden tot uitzonderingen en maatwerk t.b.v. zwaarwegend algemeen belang (art 7.54 lid 2), aanpassingen aan de randen van het glastuinbouwgebied (art 7.54 lid 3) of toepassing van efficiënt en meervoudig grondgebruik door een combinatie met glastuinbouw (art 7.54 lid 7): een eventuele toepassing van een uitzondering en/of maatwerk dient door de initiatiefnemer benoemd en gemotiveerd te worden.

3.4

Hoogheemraadschap

Voor de planlocatie geldt de Waterschapsverordening van het Hoogheemraadschap van Schieland en de Krimpenerwaard. Uit deze waterschapsverordening blijkt dat op een gedeelte van de locatie van het beoogde EOS zich nu nog oppervlaktewater bevindt. Dit oppervlaktewater valt binnen het ‘Beperkingengebied van een waterstaatsnetwerk A’, zie onderstaande figuur.

Voor de ontwikkeling Knibbelweg-Oost wordt deze waterweg verlegd richting het zuidoosten langs de N219. Na deze verplaatsing is er geen beperkingengebied meer van toepassing.

3.5

Omgevingsdienst Midden-Holland (ODMH)

De ODMH heeft het initiatief beoordeeld op diverse milieu- en omgevingsaspecten middels een ROM QuickScan en komt tot de volgende conclusies. Voor het volledig rapport zie bijlage 1. Thema

Aspect

Bespreking

Vervolgactie

Werken in de bodem

Bodemverontreiniging Geen (bodem-)

Geen (bodem-)

-

Archeologie

WA3

Vooronderzoek

Ontplofbare oorlogsresten

Onverdacht

-

Externe veiligheid

Ligging in

Advies VRHM

Omgevingsveiligheid

gevoelige functie

brandaandachtsgebied

Gezondheid in relatie tot milieu

Geluid van weg, spoor en/of

Niet van toepassing op

-

deze functie

industrieterrein Trillingen

Ecologie

Activiteiten en milieuzonering Luchtkwaliteit Lichthinder Gebiedsbescherming Soortenbescherming *Biodiversiteit

Water en Bodem Sturend Duurzaamheid

Klimaatadaptatie

Procedurele aspecten

Milieueffectrapportage (m.e.r.) Provinciale milieubelangen

*Energietransitie

Waarschijnlijk geen

Onderbouwing effecten

belemmering Geluidproductie kan niet worden ingeschat

Akoestisch onderzoek

Ligging in aandachtsgebied Geen belemmering

Onderbouwing NIBM -

Mogelijk

AERIUS berekening

stikstofdepositie Ontwikkeling gebied met agrarische waarde Kansen voor biodiverse inrichting Geen bijzonderheden

Quickscan flora en fauna Neem mee in ontwerp Risicobeoordeling

Aandacht voor netcongestie Niet van toepassing

Toelichting/ onderbouwing -

Niet van toepassing

-

Er is geen vergunning voor een milieubelastende activiteit benodigd omdat het EOS niet als een milieubelastende activiteit wordt gezien. Verder staat het EOS los van het glastuinbouwbedrijf en valt het daarom niet onder de vergunning van het glastuinbouwbedrijf. Ondanks dat het in bedrijf hebben van een EOS in de huidige wetgeving (nog) niet wordt gezien als een milieubelastende activiteit en er dus geen vergunnings- of meldingsplicht geldt, adviseert de ODMH om vanuit de zorgplicht toch een melding van de activiteit te doen. Zuidplas Energy heeft toegezegd deze melding te gaan doen. Verder heeft de ODMH uitgesproken ook een maatwerkprocedure toe te passen op dit initiatief, vanuit de zorgplicht. Over de precieze maatwerkregels en welke verdere informatie hiervoor is gewenst vanuit Zuidplas Energy, is nog verdere afstemming benodigd.

3.6

GGD Hollands Midden

De GGD adviseert om geen gevoelige bestemmingen te bouwen binnen de 0,4 microtesla contour. Daarnaast is het advies om bij inpassing van het EOS op het terrein de installatie zodanig te plaatsen, dat de grootst mogelijke afstand wordt gewaarborgd tussen de installatie en omliggende gevoelige bestemmingen, zoals woningen. Geadviseerd wordt om hierbij ook rekening te houden met de delen van de installatie die het hoogste vermogen leveren en zo nodig brongerichte maatregelen toe te passen. Verder is een afstand van 2 tot 4 meter aan te houden van gevoelige bestemmingen tot de ondergrondse hoogspanningskabels die nodig zijn voor de aansluiting op het nieuw te bouwen hoogspanningsstation van TenneT. Om geluidhinder op omwonenden te voorkomen is een akoestisch onderzoek benodigd en als laatste adviseert de GGD om de veiligheidsregio te betrekken.

3.7

Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM)

De lithium-ijzer-fosfaat batterijen (LFP-batterijen) worden bij dit initiatief in ‘dubbele kasten’ opgeslagen. De ‘dubbele kasten’ worden op enige afstand van elkaar geplaatst, de brandweer adviseert om de ‘dubbele kasten’ op 5 meter afstand van elkaar te plaatsen om daarmee de kans op branduitbreiding te beperken. De VRHM adviseert ook om de maatregelen uit de richtlijn PGS 37-1 te hanteren, deze worden door de ODMH gehanteerd als minimumeisen.

Kasten met LFP-batterijen mogen met water geblust worden. Het is geen primaire taak van de brandweer om de kasten te blussen. De brandweer zal bij een incident inzetten op het beperken van overlast voor de omgeving. Daartoe dient de locatie goed bereikbaar te zijn. Ook dient voldoende bluswater beschikbaar te zijn. Het plangebied voor het EOS valt in een gebied met overstromingsrisico. De VRHM adviseert de initiatiefnemer om het overstromingsrisico mee te nemen in de verdere uitwerking. Hierbij is van belang in kaart te brengen welke gevolgen een overstroming heeft. De zorgplicht is belangrijk om als basis te gebruiken voor het ontwerp van het EOS. Verder moedigt de VRHM de gekozen werkwijze van ‘safety by design’ aan, omdat zo aan de voorkant de veiligheid vaak als beste kan worden gegarandeerd. Voor het borgen van de brandveiligheid het verzoek om de VRHM in de ontwerpfase te blijven consulteren. Hierbij kan het VRHM meegenomen worden bij de volgende aspecten: • • • •

Het opstellen van het toekomstig veiligheidsplan. Het EOS laten voldoen aan PGS 37 en deze vijfjaarlijks toetsen aan de BBT. Afstemmen van een noodplan. Mogelijkheid tot het stellen van maatwerkvoorschriften m.b.t. omgevingsveiligheid.

4 Uitgangspunten 4.1

Archeologie

Voor de eerdere ontwikkeling van het bestemmingsplan ‘Knibbelweg-Oost’ is een archeologisch vooronderzoek uitgevoerd. De beoogde locatie van het EOS valt onder het plangebied welke is onderzocht. ODMH heeft recent (na haar quick scan) reeds geconcludeerd dat verder onderzoek niet nodig is.

4.2

Bodem

Voor de eerdere ontwikkeling van het bestemmingsplan ‘Knibbelweg-Oost’ is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. De beoogde locatie van het EOS valt onder het plangebied welke is onderzocht. ODMH heeft in haar quick scan reeds geconcludeerd dat verder onderzoek niet nodig is.

4.3

Brandveiligheid

Voor het uiteindelijke EOS worden nog twee verschillende ontwerpen overwogen, namelijk een binnenkas ontwerp en vrijstaand ontwerp. Het EOS is in beide ontwerpen zeer vergelijkbaar, met als grootste verschil de plaatsing van een kas om het EOS heen. Beide ontwerpen zijn voorgelegd aan de VRHM, welke op voorhand geen belemmeringen voorziet voor zowel het vrijstaand als het binnenkas ontwerp. Voor het uiteindelijke ontwerp dienen nog wel verschillende scenario’s te worden uitgewerkt om de brandveiligheid te borgen, namelijk: • Bereikbaarheid kas. • Brandveiligheid als de brandweer niet kan ingrijpen. • Brand in naastgelegen kas. Voor het aspect brandveiligheid is de PGS 37-I leidend. Het uiteindelijke ontwerp van het EOS moet voldoen aan de PGS normen en de adviezen van de VRMH. In het binnenkas ontwerp moeten er extra maatregelen getroffen worden om de brandveiligheid te garanderen. Een binnenkas ontwerp kan ook voordelen hebben, zoals het binnenpands blijven van een mogelijke calamiteit. De VRHM heeft geen voorkeur voor één ontwerp, maar heeft wel toegezegd om bij twee alternatieve ontwerpen beide varianten te beoordelen.

4.4

Duurzaamheid

4.4.1

Restwarmte

De restwarmte van het EOS dient gebruikt te worden voor de verwarming van de kas. Dit om het gebruik van fossiele bronnen te voorkomen en de ruimtelijke verbinding met de glastuinbouw te borgen. 4.4.2

Netcongestie

Er is sprake van netcongestie in het gedeelte van de gemeente Zuidplas waar Zuidplas Energy het EOS beoogd. Deze is zowel op het niveau van de regionale netbeheerder (Liander) als de nationale netbeheerder (TenneT). Het EOS wordt aangesloten op het nu in aanbouw zijnde nieuwe hoogspanningsstation Zuidplaspolder. Het EOS kan hierdoor congestiediensten leveren op het hoogspanningsnet. Begin december 2024 heeft TenneT afname-congestie aangekondigd voor provincie Zuid-Holland. Er dient dan ook gestreefd te worden naar het voorkomen van eventuele onverwachte negatieve gevolgen voor de netcongestie bij het gebruik van het EOS. Door het aanbieden van flexibel vermogen aan de netbeheerder kan het EOS worden ingezet voor het verminderen van de netcongestie. Uitgangspunt is dat het EOS positieve gevolgen heeft voor het functioneren van het hoogspanningsnet, zowel qua stabiliteit als congestie.

4.5

Ecologie

Voor de ontwikkeling van het bestemmingsplan ‘Knibbelweg-Oost’ zijn eerder al verschillende onderzoeken gedaan naar de aanwezigheid van beschermde planten en dieren in het gebied. De hiervoor benodigde mitigerende maatregelen zijn reeds geborgd in het huidige bestemmingplan ‘Knibbelweg-Oost’ met voorwaardelijke verplichtingen. Eventuele negatieve impact op deze mitigatie dient met onderbouwing vermeden te worden. Op basis van de aanwezige grondsoort dienen inheemse (autochtone) planten toegepast te worden. De keuze voor de beplanting dient gericht te worden op enkele bij de nieuwe situatie passende soorten om bij te dragen aan behoud of toename van diverse aanwezige insectensoorten.

4.6

Externe veiligheid

Het EOS van 100 MW bestaat uit losse batterijsystemen, netwerkaansluitingen en omzetting en een restwarmteproductie. Bij een brand aan dit type installaties kunnen toxische gassen worden gevormd, waardoor een gifwolk kan ontstaan. Om het externe risico van het EOS inzichtelijk te maken is een kwantitatieve risicoanalyse (QRA) benodigd. Op dit moment is er geen voorgeschreven rekenmethode beschikbaar om de externe risico’s van energiedragers kwantitatief te bepalen. Daarom dient tot een nieuwe rekenmethode beschikbaar is conform het advies van het RIVM in de QRA aangesloten te worden op een onderzoek van het RIVM (briefrapport 2024-0012: Onderzoek relevantie energieopslagsystemen voor omgevingsveiligheid). De beoogde locatie van het EOS valt ook niet binnen aandachtsgebieden van andere bedrijven of externe risicobronnen. Een QRA aan de hand van dit RIVM-onderzoek dient nog opgesteld te worden om de externe veiligheid van het EOS te garanderen.

4.7

Geluid

Het EOS is geen geluidgevoelige bestemming. Vanwege de mogelijke geluidproductie van de installatie zelf dient door middel van een akoestisch onderzoek inzichtelijk gemaakt te worden dat voldaan wordt aan de toegestane geluidvolumes uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (artikel 5.65 uit het Bkl) ten behoeve van de dichtstbijzijnde woningen.

4.8 4.8.1

Gezondheid Elektromagnetische velden

Elektromagnetische velden (verder: EMV) zijn overal aanwezig, bijvoorbeeld vanuit de zon of radio- en televisiesignalen. Het inkoopstation, de bijbehorende kabels en de opslagbatterijen van het EOS genereren ook EMV-emissies. Leidend in deze EMV-emissies is de grens van 0,4 microtesla als bovengrens voor langdurige blootstelling aan EMV. De grootste bron van EMV is de aansluitkabel die van het EOS naar het hoogspanningsstation loopt. Uit berekeningen volgt dat 0,4 microtesla-contour een straal rondom de kabel heeft van maximaal 16 meter. Buiten deze 16 meter zijn er geen EMV-emissies boven de 0,4 microtesla. Conform het advies van de GGD mogen de contouren van 0,4 microtesla van het EOS en de aansluitkabel geen gevoelige bestemmingen zoals woningen raken en dient de afstand tot gevoelige objecten juist gemaximaliseerd te worden. 4.8.2

Luchtkwaliteit

Er zijn geen significante verkeersstromen van en naar het EOS in de dagelijkse situatie en er zijn ook geen uitstootgevende bronnen in het EOS. Hierdoor is de verwachting dat de uitstoot niet-inbetekenende-mate (NIBM) zal zijn. Dit dient bij de aanvraag nader onderbouwd te worden.

4.9

Ruimtelijke randvoorwaarden

Bestemmingsplan Knibbelweg-Oost Zoveel mogelijk dient aangesloten te worden bij de bestemmingsbepalingen uit bestemmingsplan Knibbelweg-Oost, waarbij – voor zover er sprake is van toevoeging van een functie van algemeen nut ten koste van areaal glastuinbouw- er inzicht wordt gegeven in de omvang van de verkleining van het glastuinbouwareaal en de meerwaarde die het toevoegen van een functie van algemeen nut biedt. De onderbouwing bij de BOPA dient een onderbouwing voor de keuze (invulling algemeen nut <> invulling teeltareaal) te bevatten.”

4.10 Stedenbouw Het bestaande beeldkwaliteitsplan “Dryport Knibbelweg-Oost” geeft geen voorwaarden voor de inpassing van een EOS, aangezien een EOS niet opgenomen is als onderdeel van het glastuinbouwbedrijvenlandschap. Voor de ruimtelijke inpassing van een EOS gaat de ontwerpkeuze tussen een binnenkas- of vrijstaand ontwerp. De keuze voor één van de twee ontwerpen wordt primair bepaald door veiligheid, technische haalbaarheid van restwarmte uitkoppeling en economisch rendabiliteit. Vanuit een kwalitatiteve ruimtelijke inpassing gaat de voorkeur uit naar een binnenkas ontwerp. Hierbij zal de EOS worden gerealiseerd in de kas, waardoor de EOS vanaf de openbare ruimte niet tot nauwelijks te zien is. De ruimtelijke inpassing van de kasconstructie zullen daarbij aansluiten bij de voorwaarden die opgenomen zijn in het huidige beeldkwaliteitsplan. Als een binnenkas-ontwerp niet haalbaar blijkt, zal er een op zichzelf staande installatie worden geplaatst. Voor de inpassing van een EOS met een vrijstaand ontwerp zijn, als aanvulling op het beeldkwaliteitsplan, de onderstaande uitgangspunten opgenomen: • • • • •

De oriëntatie van de batterij sluit aan bij de verkaveling van het gebied De verharding wordt geminimaliseerd en toegepast voor noodzakelijke eisen voor onderhoud, veiligheid en bereikbaarheid, half verharding wordt waar mogelijk toegepast De kleurstelling van de kas en de batterij sluit zo goed mogelijk bij elkaar aan De batterij is een ondergeschikt onderdeel van het totale kassencomplex. Dit betekent dat de bouwhoogte niet hoger mag worden dan het kassencomplex. Er komt naast de noodontsluiting – die wordt geplaatst vanwege veiligheidsredenen – geen extra ontsluiting. De noodaansluiting moet ook worden gerealiseerd bij het binnenkas ontwerp.

De landschappelijke inpassing van een EOS draagt bij aan een representatieve uitstraling die passend is bij dit gebied. De installatie is zoveel mogelijk uit het zicht onttrokken door een groen/blauwe omzoming of façade. Bij de invulling van bovengenoemde aspecten is een veilige inpassing leidend.

4.11 Verkeer De beoogde locatie van het EOS is goed bereikbaar via de N219. Verkeersbewegingen van en naar het EOS zullen echter uiterst beperkt zijn, aangezien het EOS zelfstandig in werking zal zijn. Er zal een beperkt aantal verkeersbewegingen per jaar nodig zijn voor regulier onderhoud van het EOS. Er mogen daarom verder geen nieuwe (ontsluitings)wegen of inritten voor de EOS gerealiseerd worden. Indien nodig voor de hulpdiensten mag echter wel één voor hen specifieke extra aanvalsroute gerealiseerd worden. Deze aanvalsroute mag niet gebruikt worden voor ander verkeer. Dit dient met het ontwerp geborgd te worden.

5 Participatie en communicatie De Omgevingswet en de Participatieverordening van de gemeente Zuidplas geven regels over de partij die verantwoordelijk is voor de participatie. De verantwoordelijkheid voor participatie ligt bij de externe initiatiefnemer. Aan de hand van het Kader Participatie en de Handreiking Participatie wordt een participatieplan opgesteld. Verder worden er verslagen van de bijeenkomsten, een logboek en een eindverslag gemaakt. Vanwege de aard en locatie van het initiatief is ervoor gekozen om verschillende niveaus aan participatie te gebruiken voor de omwonenden en de ketenpartners. Het initiatief bevindt zich in de eindsituatie op meer dan 200 m afstand van de woningen aan de Knibbelweg en deze zal voor omwonenden volledig aan het zicht worden onttrokken door de kas die hier dan tussen staat. Hierom is het voor de hand liggende participatieniveau voor omwonenden: Niveau B: Raadplegen (van omwonenden) De participatieaanpak met betrekking tot omwonenden is gericht op het transparant delen van informatie met de inwoners van de Gemeente Zuidplas. Hierbij ligt de focus op thema's waar mogelijk zorgen over bestaan, maar waar geen directe inspraak mogelijk is. Via een periodieke nieuwsbrief en bewonersavonden worden omwonenden op de hoogte gehouden van de voortgang van het project en de resultaten van onderzoeken.

Onderwerpen zoals veiligheid, milieu en technische aspecten van de batterij worden hierbij toegelicht. Andere thema’s die ter sprake komen zijn geluid, elektromagnetische velden en netcongestie. Hoewel de ruimte is voor concrete inspraak zeer beperkt is op deze thema's, is het belangrijk om inwoners volledig te informeren en hun mogelijke zorgen/aandachtspunten mee te nemen. Hierdoor krijgen zij inzicht in de aanpak van deze vraagstukken en de genomen maatregelen. Aangezien het initiatief verder een voornamelijk technische installatie betreft dat buiten het bestaande beleid van de ketenpartners valt, is het voor de hand liggende participatieniveau voor ketenpartners: Niveau C: Adviseren (door ketenpartners) Het derde niveau van participatie, adviseren, omvat samenwerking met diverse instanties, waaronder de provincie, de GGD, de veiligheidsregio en de omgevingsdienst. Tijdens dit proces zullen alle voorwaarden en richtlijnen die door de instanties worden gesteld in kaart gebracht worden om deze te integreren in de te maken ontwerpkeuzes gedurende het project. Dit proces zal zich richten op belangrijke thema's zoals brandgevaar, overstromingsrisico's, geluid, elektromagnetische velden en de ruimtelijke inpassing van de batterij.

Door deze samenwerking te waarborgen, wordt een veilige en verantwoorde implementatie van de batterij bewerkstelligd die aansluit bij de belangen en veiligheid van de omgeving. Ter invulling van de Participatieverordening gemeente Zuidplas heeft Zuidplas Energy een participatieplan opgesteld. Hierin wordt toegelicht hoe het participatieproces met de omwonenden en ketenpartners verder wordt ingestoken. Ter invulling van het participatietraject is op 14 november de eerste bewonersavond georganiseerd. Hier zijn omwonenden geïnformeerd over het initiatief en hebben ze de mogelijkheid gehad om een eerste reactie te geven. Ook is er een projectpagina (www.kwekerijmostert.nl/nieuws) gemaakt, waarop informatie kan worden gevonden en feedback kan worden geleverd via een online formulier. Het participatieplan en het verslag van de eerste bewonersavond zijn bijgevoegd als bijlage 2 en 3.

6 Proces na vaststelling Nota van Uitgangspunten Na het vaststellen van deze Nota van Uitgangspunten volgt de ruimtelijke procedure.

6.1

Omgevingsvergunning BOPA (buitenplanse omgevingsplanactiviteit)

Voor dit initiatief is het voeren van een ruimtelijke procedure noodzakelijk. Dit zal middels een reguliere BOPA plaatsvinden. Hierbij is bindend adviesrecht van de gemeenteraad aan de orde gelet op de schaal van het planvoornemen.

6.2

Planning

De initiatiefnemer is van plan om zo snel mogelijk na de vaststelling van de Nota van Uitgangspunten de voor de BOPA benodigde ruimtelijke onderbouwing en de aanvraag omgevingsvergunning af te ronden. Om dit mogelijk te maken wordt reeds inhoudelijk afgestemd met alle ketenpartners. De verwachting is dat de BOPA en omgevingsvergunning procedures voor de zomer van 2025 gestart kunnen worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16144652/2