Bijlage 3 Checklist Afwegingskader Participatie A21.000694
Tekst van het document
Bijlage 3 Checklist afwegingskader participatie
Kader Participatie Zuidplas
Bijlage 3 Checklist afwegingskader participatie 1. Leent het plan of project zich voor participatie? Is er voldoende ruimte voor keuzen en alternatieven? Is er een impact (groot of klein) op de omgeving en omwonenden? 2. Wordt aan de noodzakelijke randvoorwaarden voldaan? Is er voldoende tijd voor participatie in dit plan of project? Is er voldoende geld en ambtelijke capaciteit beschikbaar? Ook voor de uitvoering van het aangepaste plan? *Als het antwoord op vraag 1 en/of 2 ‘nee’ is, dan is het aan te raden geen participatie te starten maar alleen te informeren.
3. Waarom? Benoem het doel van participatie in het plan of project Vergroten van steun voor het plan of project (draagvlak) Verhogen van de kwaliteit van het plan of project Inwoners activeren Meningen / ideeën ophalen, luisteren 4. Wanneer? In welke beleidsfasen vindt participatie plaats? Agendavorming. Inwoners dragen onderwerpen aan voor beleid. Beleidsvorming. Inwoners geven advies of denken mee over alternatieven. Besluitvorming. College of raad nemen het besluit of geven kaders aan waarbinnen een bepaalde groep inwoners zelf besluiten kan nemen. Uitvoering. Inwoners denken/doen mee in de uitvoering. Evaluatie. Inwoners hebben een rol in de beoordeling van effecten van beleid. 58
*Participatie in de hele beleidscyclus is zelden haalbaar. Maak een keuze voor nadruk op het voortraject (agendavorming en planvorming) of het natraject (uitvoering en evaluatie). In bijna alle gevallen neemt het college of de raad formeel het besluit.
5. Welke invloed hebben inwoners? (participatieladder) Informeren. Inwoners worden geïnformeerd, maar hebben geen invloed in het verdere traject. Raadplegen. Inwoners geven hun mening of ideeën. Adviseren. Deelnemers geven beredeneerd advies aan de gemeente. Coproduceren. Deelnemers werken of ontwerpen mee aan alternatieven of een (deel)plan. Meebeslissen. Inwoners beslissen mee over de invulling van een plan of project. Zelfbestuur. Een groep inwoners, zoals een wijkraad, neemt besluiten binnen door de gemeenteraad aangegeven kaders en beschikken vaak over een bepaald budget. *De invloed van inwoners neemt toe van a naar f. Daarmee neemt ook de verplichting toe van raad en college om de resultaten mee te wegen in de besluitvorming.
6. Wie? Voor welke inwoners en belanghebbenden is de participatie bedoeld? Welke personen of groepen moeten in ieder geval actief worden uitgenodigd om mee te doen? Stel vooraf een krachtenveld / belangenanalyse en risicoanalyse op. *De krachtenveld / belangenanalyse en risicoanalyse maakt duidelijk welke kansen of problemen inwoners en andere belanghebbenden zien in het plan of project of bij de uitvoering ervan.
7. Wat is de duur van het traject? Stel vast wat de gewenste of maximale duur van een traject is. Dit hangt af van de complexiteit van het plan of project, maar zeker ook van de beschikbare tijd.
Bijlage 3 Checklist afwegingskader participatie
8. Hoe? Welke methode of instrument(en) (toolbox) Bepaal welke mix aan methoden of instrumenten het beste is in de participatie. Kijk daarbij ook naar de rol van de raad in de participatie. *Uitgangspunt is zoveel mogelijk inwoners (afhankelijk van het plan of project al dan niet binnen een bepaalde groep) op verschillende manieren laten meepraten en meedoen. Bij een project met grote impact voor omwonenden en de leefomgeving stel de raad ook kaders vooraf vast, bij projecten met een kleine impact doet het college dat. De raad is ook toehoorder tijdens de participatie en belangenafweger aan het einde van het traject.
59
Kader Participatie Zuidplas