Bijlage 3 Bijlage 2 Ecologische Quickscan A24.001765
Tekst van het document
QUICKSCAN In het kader van de Wet natuurbescherming en de Omgevingsverordening Zuid-Holland
ONDERWERP PROJECT DATUM VAN ADVISEUR(S) REFERENTIE
Ecologische Quickscan Wet natuurbescherming Keijzerschool gemeente Zuidplas 17 maart 2023 Nest Natuurinclusief B.V. Irma Dekker en Wim Olthof
Dekker, I., 2023. Quickscan. In het kader van de Wet natuurbescherming en Omgevingsverordening Zuid-Holland. Projectgebied: Keijzerschool Moerkapelle, gemeente Zuidplas. Nest Natuurinclusief.
© copyright Nest Natuurinclusief. 2023
Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de auteursrechthebbende. Nest Natuurinclusief kan door opdrachtgever niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die voortvloeit uit gebruik van data of gegevens of door toepassing van aanbevelingen en conclusies, die zijn opgenomen in deze rapportage. 1
INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING
4
Aanleiding
4
Doel
4
Aanpak
4
Leeswijzer
4
2.
OMSCHRIJVING PROJECTGEBIED
Algemeen
5
5
Beschrijving projectlocatie 5 Beoogde werkzaamheden 6 Omschrijving werkzaamheden Materieel en werkwijze
6
Planning
7
(Ontwerp)tekening
7
3.
ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE GEBIEDEN
Wet natuurbescherming
8
Natura 2000
8
Omgevingsverordening Zuid-Holland
6
8
8
Natuurnetwerk Nederland 8 Belangrijk weidevogelgebied en strategische reservering natuur
9
Beschermde houtopstanden
9
4.
10
ONDERZOEKSRESULTATEN BESCHERMDE SOORTEN
Vogels
10
Jaarrond beschermde nesten Vleermuizen
12
Verblijfplaatsen
12
Foerageergebied
13
Vliegroute
13
Grondgebonden zoogdieren Amfibieën en reptielen
14
Vissen
14
Ongewervelden
14
Vaatplanten
14
5.
15
VERVOLGSTAPPEN
Beschermde gebieden
15
Beschermde soorten
15
6.
CONCLUSIES
15
7.
GERAADPLEEGDE BRONNEN
Internet
16 16
16
PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart Vleermuisprotocol 2021
16
16
Nationale Databank Flora en Fauna Natuurwetgeving
14
16
Beschermde gebieden & soorten Kadastrale Kaarten
10
16
16 2
8.
TOETSINGSKADER
17
Gebiedsbescherming
17
Natura 2000
17
Natuurnetwerk
17
Soortenbescherming
17
9.
FOTO’S VELDBEZOEK 19
3
01
Inleiding
Aanleiding In opdracht van gemeente Zuidplas heeft Nest Natuurinclusief, i.s.m. ecoloog Irma Dekker, een quickscan uitgevoerd voor het projectgebied genaamd: Keijzerschool te Moerkapelle. De aanleiding voor dit verzoek is de voorgenomen herinrichting, sloop en nieuwbouw binnen het projectgebied (zie verder hoofdstuk 2. De resultaten in voorliggende quickscan zijn drie jaar geldig. 01.01
01.02 Doel Bij ruimtelijke ontwikkelingen waarbij sprake is van ingrepen zoals sloop, bouw, herinrichting en kap van bomen, dient vanuit de Wet natuurbescherming (Wnb) altijd aandacht te worden besteed aan mogelijke effecten op beschermde dieren, planten en natuurgebieden. Om deze mogelijke effecten van de werkzaamheden in beeld te brengen, dient voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden een ecologisch onderzoek uitgevoerd te worden. Dit onderzoek bestaat in elk geval uit een quickscan ecologie.
Het doel van dit onderzoek is om een uitspraak te doen of, en zo ja, in welke mate, de voorgenomen werkzaamheden in strijd zijn met verbodsbepalingen uit de Wnb en/of omgevingsverordening. Er wordt gekeken naar de (mogelijke) aanwezigheid van door de Wnb beschermde natuurwaarden (flora en fauna) in en rond het project- en onderzoeksgebied. Tevens wordt bepaald wat de invloed van de (werkzaamheden omtrent de) herinrichting is op de (mogelijk) aanwezige soorten. Daarnaast worden eventuele vervolgstappen aangegeven die benodigd zijn om het werk uit te mogen voeren. Aanpak De quickscan komt tot stand door middel van een verkennend veldonderzoek en bureaustudie. Het verkennend veldonderzoek is uitgevoerd op 3 maart 2023 door ecologisch deskundige Irma Dekker. Het complete projectgebied alsmede een zone rondom het projectgebied is – daar waar nodig met hulp van een verrekijker en een zaklamp– onderzocht. Ten behoeve van de bureaustudie is de databank geraadpleegd om een indruk te krijgen van de aanwezigheid van beschermde soorten in en in de omgeving van het projectgebied. Het onderzoek naar beschermde natuurgebieden is gebruik gemaakt van de online viewers die de provincie ter beschikking heeft gesteld. 01.03
Leeswijzer In deze rapportage wordt allereerst het projectgebied en de geplande activiteiten beschreven. Hierna worden per beschermingsregime de voor het projectgebied relevante beschermde gebieden en beschermde soorten en houtopstanden beschreven en beoordeeld. In de conclusie worden de resultaten van dit oriënterend onderzoek samengevat en wordt (indien van toepassing) geadviseerd welk nader onderzoek noodzakelijk is. Afgesloten wordt met een bronvermelding en een fotobijlage van het oriënterend veldbezoek en een beschrijving van het toetsingskader van de verschillende delen van deze quickscan. 01.04
4
02 01.05
Omschrijving projectgebied Algemeen
Het projectgebied voor deze QuickScan omvat de Keijzerschool aan de Beatrixlaan 3 te Moerkapelle in de gemeente Zuidplas, provincie Zuid-Holland (Figuur 1). De gemeente Zuidplas is voornemens om de oude Keijzerschool te slopen en op deze locatie nieuwbouw te plegen.
Figuur 1: Ligging van projectgebied (rood omkaderd)
Beschrijving projectlocatie Keijzerschool: o Bouwjaar 1970 o Het gebouw is eenlaags en heeft een plat dak. o De school is opgetrokken uit baksteen. Er is een spouwmuur aanwezig. In de buitenschil zijn openingen waaronder stootvoegen aanwezig. De bovenzijde van de gevel is afgewerkt met trespa boeiboorden. De boeiboorden sluiten niet overal goed aan. o In de buitenschil zijn enkele ramen aanwezig. De kozijnen en lekdorpels sluiten goed aan en er zijn geen openingen aanwezig. o Aan de dakranden bevinden zich geen dakgoten. o Het platte dak is afgewerkt met bitumen. Langs de gevels zijn stalen windveren aanwezig nauw aansluiten. o Het openbaar groen op het terrein bestaat o.a. uit treurwilg, liguster, klimop. o Op het terrein staat aan de noordzijde een vervallen houten schuurtje met dakpannen.
5
Figuur 2 Foto van Keijzerschool genomen vanuit oosten.
01.06
Beoogde werkzaamheden
Omschrijving werkzaamheden Het projectgebied wordt herontwikkeld. Dit houdt in ieder geval in: o o o o
De sloop van de bebouwing binnen het projectgebied Figuur 1. Het bouwrijp maken van het projectgebied. Het mogelijk kappen van de bomenrij aan de Beatrixlaan. Behoud van groen heeft de voorkeur. Nieuwbouw van circa 7 grondgebonden woningen met parkeerplaatsen.
Materieel en werkwijze De bouw start nadat het (deel)projectgebied bouwrijp is gemaakt. Bij het bouwrijp maken (sloop van schoolgebouw en schuur) worden waar nodig struiken verwijderd en vinden grondwerkzaamheden plaats. De bouwwerkzaamheden bestaan in hoofdzaak uit: o o o o o o o
Heiwerkzaamheden Bouw en montage, gebruik mobiele kranen e.d. Installaties en afbouw Inrichting openbaar gebied waaronder bestrating en openbaar groen. Bouwen/monteren, gebruik van mobiele kranen e.d.; Installaties en afbouw; Herinrichten openbaar gebied, waaronder straten, tuinen en openbaar groen.
6
o
Tijdens de werktijden is de bouwplaats voor zonsopgang en na zonsondergang verlicht met bouwlampen; buiten de werktijden is de bouwplaats na zonsondergang tot voor zonsopgang niet verlicht.
Planning Een gedetailleerde planning is nog niet beschikbaar. De planning is deels afhankelijk van de conclusies uit voorliggende rapportage. (Ontwerp)tekening De ontwerptekening van dit project is te vinden in Figuur 3.
Figuur 3: Ontwerptekening
7
03
Onderzoeksresultaten beschermde gebieden 01.07
Wet natuurbescherming
Natura 2000 Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied is de De Wilck en ligt op meer dan 7 km afstand ten noorden van het projectgebied. Het dichtstbijzijnde stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Nieuwkoopse plassen ligt op meer dan 13 km afstand van het projectgebied. Effecten als verstoring en effecten op de waterhuishouding e.d. kunnen vanwege de afstand op voorhand worden uitgesloten. Gezien de grote afstand en de kleinschaligheid van de ontwikkeling, kunnen ook effecten als gevolg van stikstof worden uitgesloten. Een nadere beoordeling middels een stikstofberekening is niet noodzakelijk.
Figuur 4: Projectgebied Keijzerschool (1) en ligging Natura 2000-gebieden. Bron: AERIUS 2023
01.08
Omgevingsverordening Zuid-Holland
Natuurnetwerk Nederland Het projectgebied maakt geen onderdeel uit van Natuurnetwerk Nederland (Figuur 5). Directe effecten worden gezien de afstand redelijkerwijs uitgesloten. In de provinciale verordening is daarnaast opgenomen dat vervolgstappen alleen nodig zijn bij ruimtebeslag. Indirecte effecten zijn daardoor niet van toepassing. Vervolgstappen wat betreft gebiedsbescherming van Natuurnetwerk Nederland zijn niet benodigd.
8
Belangrijk weidevogelgebied en strategische reservering natuur Het projectgebied is niet gelegen in een Belangrijk weidevogelgebied of gebied met een strategische reservering voor natuur (Figuur 5). In de provincie Zuid-Holland is een toetsing van externe werking niet noodzakelijk. Nader (veld)onderzoek is niet noodzakelijk. Vervolgstappen wat betreft gebiedsbescherming van belangrijke weidevogelgebied zijn niet benodigd. Beschermde houtopstanden Er worden in het projectgebied bomen gekapt. Het projectgebied bevindt zich echter binnen de bebouwde kom van Moerkapelle. Vanwege de ligging van het projectgebied binnen de bebouwde kom is de Wet natuurbescherming, onderdeel houtopstanden niet van toepassing.
Figuur 5 Ligging Keijzerschool (rood omkaderd) ten opzichte van NNN en overig beschermde natuur
9
04
Onderzoeksresultaten beschermde soorten 01.09
Vogels
Jaarrond beschermde nesten Gebouw bewonende soorten Tijdens de het veldbezoek is een groot aantal huismussen waargenomen in en in de directe omgeving van de school. Waaronder de ligusterhaag aan de noordzijde en de haag en huizen aan de westzijde van het projectgebied. In de bebouwing zijn geen geschikte kieren en openingen die leiden tot geschikte broedruimten voor de huismus. Wel zijn er vermoedelijk nesten aanwezig in de directe omgeving, bebouwing aan de Prinsclausplantsoen/Van Swaanswijckstraat. Overige gebouwbewonende soorten worden niet verwacht. De groenstructuren binnen het projectgebied zijn mogelijk een essentieel onderdeel van het functioneel leefgebied van huismus. Door de voorgenomen sloop- en kapwerkzaamheden binnen het projectgebied kunnen permanente schadelijke effecten optreden op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen van huismus en functioneel leefgebied van huismus. Nader onderzoek is noodzakelijk.
Figuur 6 Noordelijke en westelijke haag waarin de huismussen zijn waargenomen.
10
Figuur 7 Foto’s huismussen in het groen in en rondom het projectgebied (boven: noordelijke haag projectgebied, onder: westelijke haag projectgebied).
Roofvogels/uilen In het projectgebied zijn meerdere in gebruik zijnde eksternesten waargenomen (bomenrij Beatrixlaan). Gezien de locatie in de gebouwde omgeving en afwezigheid van voldoende bosschage als dekking, kunnen roofvogels/uilen op voorhand worden uitgesloten. Nader onderzoek is niet noodzakelijk. Niet jaarrond beschermde nesten Het projectgebied is geschikt voor vogels met niet jaarrond beschermde nesten, zoals de ekster, koolmees en pimpelmees. Er zijn geschikte invliegmogelijkheden in de bebouwing, maar ook nestkasten aan gevels en bomen voor deze soorten. Tijdens het veldbezoek zijn de volgende soorten waargenomen: huismus, Turkse tortel, houtduif, kauw, ekster, spreeuw. Nesten van algemene vogels vallen alleen tijdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet. Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op bezette nesten van algemene vogels zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord).
11
01.10 Vleermuizen In en in de omgeving van het projectgebied zijn de volgende vleermuissoorten waargenomen: laatvlieger.
Verblijfplaatsen De bebouwing binnen het projectgebied bieden potentie voor vaste rust- en verblijfplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De bebouwing in het projectgebied bevat open stootvoegen en boeiboorden met ruimte, die toegang geven tot de luchtspouw waar vleermuizen gebruik van kunnen maken. De bebouwing is eenlaags waardoor deze niet geschikt geacht wordt voor soorten als laatvlieger. De verwachte soorten zijn gewone- en ruige dwergvleermuis. De bebouwing kan voor deze soorten potentieel een functie hebben als zomer-, en paar- en milde winterverblijfplaatsen (zie Tabel 1). Het laatste verblijftype (winterverblijfplaats) geldt voor enkele solitaire dieren. Massawinterverblijfplaatsen en kraamverblijven zijn in het projectgebied uitgesloten door beperkte omvang, geringe hoogte en laag temperatuurregulerend vermogen van de bebouwing. De bebouwing rondom het projectgebied is eveneens potentieel geschikt voor de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en voortplantingsplaatsen van gebouwbewonende vleermuizen. De bomen in het onderzoeksgebied en het bieden geen geschikte holten of spleten voor boombewonende vleermuizen zoals ruige dwergvleermuis. Aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen en bomen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis) is binnen het projectgebied niet uit te sluiten.
De werkzaamheden (sloop, vervanging van verlichting) kunnen invloed hebben op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Nader onderzoek naar vaste rust- en verblijfplaatsen van vleermuizen is noodzakelijk.
Figuur 8 Gevel met stootvoegen
12
Figuur 9 Ruimte onder boeiboorden
Foerageergebied Het projectgebied biedt geschikt maar geen essentieel foerageergebied voor vleermuizen. In de nabije omgeving is voldoende alternatief gelijkwaardig foerageergebied aanwezig. Nader onderzoek naar foerageergebied is niet noodzakelijk. Vliegroute Er zijn binnen het projectgebied structuren (lijnvormige elementen, bijvoorbeeld een bomenrij) aanwezig die onderdeel kunnen zijn van een (essentiële) vliegroute1, namelijk de bomenrij langs de Beatrixlaan. De bomenrij sluit aan op bebouwing in de omgeving en kan fungeren als route naar de begraafplaats.
Tabel 1: De vleermuissoorten en bijbehorende ecologische functies die verwacht worden binnen het projectgebied 1 Een vliegroute is essentieel wanneer er geen goede alternatieve vliegroute is om vanuit de verblijfplaats het betreffende foerageergebied te bereiken dan wel dat er wel een alternatieve vliegroute is, maar het gebruik hiervan kost vergeleken met de originele vliegroute te veel energie (te ver omvliegen of te onbeschut). Een foerageergebied is van essentieel belang voor het functioneren van de verblijfplaats wanneer er geen alternatieve foerageergebieden zijn om de eventuele aantasting ervan op te vangen.
13
01.11 01.12 Grondgebonden zoogdieren Het projectgebied en de directe omgeving zijn potentieel geschikt voor algemene soorten waarvoor in Zuid-Holland een provinciale vrijstelling geldt. Dit betreft o.a. de egel en verschillende soorten (spits-) muizen. Holen in de grond, hogere vegetatie kunnen bijvoorbeeld functioneren als voortplantings-, rust- en overwinterlocatie voor deze soorten. Nationaal beschermde soorten als boommarter of steenmarter worden op grond van verspreidingsgegevens uitgesloten.
Het projectgebied is enkel geschikt voor Nationaal beschermde soorten waarvoor in de provincie Zuid-Holland een vrijstelling geldt, zoals algemene (spits)muizen en egel. Negatieve effecten op deze soorten zijn niet op voorhand uit te sluiten, maar nader onderzoek naar deze soorten is niet noodzakelijk. 01.13 Amfibieën en reptielen Het projectgebied is enkel geschikt als terrestrisch habitat voor Nationaal beschermde soorten amfibieën waarvoor in Zuid-Holland een vrijstelling geldt, zoals gewone pad, kleine watersalamander en bruine kikker. Overige beschermde, en niet vrijgestelde amfibieën (rugstreeppad) zijn uitgesloten wegens het ontbreken van geschikt habitat. Als gevolg van de bouwwerkzaamheden kan een pioniersoort als de rugstreeppad echter worden aangetrokken. De soort is in de nabijheid (ter hoogte van de weg de Kievit) waargenomen. Door het terrein voorafgaand aan de werkzaamheden af te schermen met paddenschermen kan worden voorkomen dat het terrein wordt bevolkt. Nader onderzoek is niet noodzakelijk.
01.14 Vissen In het project- en onderzoeksgebied is geen oppervlaktewater aanwezig. Effecten kunnen op voorhand worden uitgesloten.
01.15 Ongewervelden Het project- en onderzoeksgebied biedt geen geschikt habitat voor beschermde dagvlinders of libellen. De soorten worden op grond van verspreidingsgegevens en de biotoopkenmerken niet verwacht.
01.16 Vaatplanten Tijdens het locatiebezoek zijn geen beschermde plantensoorten aangetroffen en deze worden op basis van de aanwezige biotoop in combinatie met verspreidingsgegevens ook niet verwacht. Het project- en onderzoeksgebied bestaan uit verharding met intensief beheerd grasland en een voedselrijke bodem. Enkel algemene soorten zijn binnen het project- en onderzoeksgebied aangetroffen.
14
05
Vervolgstappen
In dit hoofdstuk wordt een overzicht gegeven van de op basis van de effectbeoordelingen benodigde nader onderzoeken en mogelijk verdere vervolgstappen. 01.17 Beschermde gebieden Effecten op beschermde natuurgebieden kunnen op voorhand worden uitgesloten. Vervolgstappen zijn niet noodzakelijk.
01.18 Beschermde soorten In Tabel 1 is een overzicht te vinden of en indien van toepassing welke vervolgstappen er genomen dienen te worden met betrekking tot beschermde soorten. Voor voorliggend plan is er nader onderzoek nodig naar de aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van huismus en vleermuizen.
Tabel 2 Overzicht soort(groep)en waarvoor nader onderzoek nodig is
06
Conclusies
In opdracht van gemeente Zuidplas heeft Nest Natuurinclusief een quickscan laten uitvoeren door ecoloog Irma Dekker voor het projectgebied genaamd: Keijzerschool te Moerkapelle. De aanleiding voor dit verzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van het gebied. Deze voorgenomen ontwikkelingen kunnen schadelijke effecten hebben op beschermde soorten en natuurgebieden. Aanvullend onderzoek (zie hoofdstuk 5) is noodzakelijk om vast te stellen of deze potentiële natuurwaarden aanwezig zijn binnen het projectgebied, en om te bepalen of de werkzaamheden negatieve effecten zullen hebben.
15
07
Geraadpleegde bronnen
01.19
Internet
Beschermde gebieden & soorten o https://pzh.maps.arcgis.com/apps/webappviewer/index.html o https://calculator.aerius.nl/calculator/?locale=nl Kadastrale Kaarten o https://bagviewer.kadaster.nl/lvbag/bag-viewer/index.html o Kennisdocumenten soorten o https://www.bij12.nl/onderwerpen/natuur-enlandschap/kennisdocumenten-soortenontheffingen-wetnatuurbescherming/ Nationale Databank Flora en Fauna o https://ndff-ecogrid.nl/ Natuurwetgeving o www.rvo.nl o https://omgevingsdiensthaaglanden.nl/aanvraag-wetnatuurbescherming.html PDOK – Publieke Dienstverlening op de Kaart o http://pdokviewer.pdok.nl Vleermuisprotocol 2021 o https://www.netwerkgroenebureaus.nl/downloads/category/20
16
08
Toetsingskader 01.20
Gebiedsbescherming
Natura 2000 Het is verboden om zonder vergunning van gedeputeerde staten een project te realiseren of andere handelingen te verrichten die gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor een Natura 2000-gebied de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Dit wordt ook wel de vergunningplicht genoemd. Deze vergunningplicht is opgenomen in artikel 2.7, tweede lid, van de Wet natuurbescherming (Wnb). Artikel 2.7, derde lid, in samenhang met artikel 2.8 Wnb bepaalt wanneer een vergunning mag worden verleend. Natuurnetwerk In de Omgevingsverordening Zuid-Holland is vastgelegd welke gebieden vanuit Nederlandse wetgeving worden beschermd. Onderdeel van de beschermde gebieden in de Omgevingsverordening is het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Het Natuurnetwerk Nederland betreft een netwerk aan gebieden en verbindingszones die tezamen één geheel vormen en de Nederlandse natuurgebieden verbinden. Het NNN is verankerd in de bestemmingsplannen waarin de provinciale regels zijn verwerkt. Het ruimtelijke beleid voor het NNN kent het “nee, tenzij” principe wat inhoudt dat ruimtelijke ontwikkelingen binnen het NNN niet zijn toegestaan tenzij deze geen schadelijke effecten op de aanwezige (natuur)waarden hebben.
Deze waarden zijn vastgelegd als de “wezenlijke kenmerken en waarden” van het NNN. In tegenstelling tot Natura 2000 is toetsing van externe effecten op de aanwezige kenmerken en waarden in de provincie Zuid-Holland niet van toepassing. Naast het NNN kunnen provincies ook andere gebieden planologisch beschermen. In de provincie Zuid-Holland betreft dit Strategische reservering natuurgebied en Belangrijk weidevogelgebied. 01.21 Soortenbescherming In de Wet natuurbescherming worden in het wild levende dier- en plantsoorten beschermd via verschillende bepalingen. Het gaat onder meer om soorten die in Nederland, maar ook in Europa in hun voortbestaan worden bedreigd. De Wet natuurbescherming heeft voor soorten drie verschillende beschermingsregimes: o o Vogelrichtlijn (vogels) (paragraaf 3.1 Wnb): Het gaat hier om alle inheemse vogels in hun natuurlijk verspreidingsgebied. Ze zijn beschermd via de Vogelrichtlijn. In Nederland gaat het om alle soorten die als broedvogel, standvogel, wintergast, dwaalgast of doortrekker aanwezig kunnen zijn. o Habitatrichtlijn (paragraaf 3.2 Wnb): Het gaat hier om alle inheemse dieren en planten. Ze zijn beschermd via de Habitatrichtlijn en de verdragen van Bern en Bonn. o Andere (nationale) soorten (paragraaf 3.3 Wnb): Het gaat hier om soorten die niet onder de reikwijdte van de Vogel- of Habitatrichtlijn vallen.
Deze soorten zijn wel nationaal beschermd.
17
Per beschermingsregime is bepaald welke verboden er gelden en onder welke voorwaarden ontheffing, vergunning of vrijstelling kan worden verleend door het bevoegd gezag.
18
09
Foto’s veldbezoek
Figuur 10 Oostelijke haag. Foto genomen vanuit het zuiden.
Figuur 11 Treurwilg met daarachter de door huismus geliefde klimop en ligusterhaag op de noordelijke grens van het projectgebied. Foto genomen vanuit het zuiden.
19
Figuur 12 Zuidzijde school. Foto genomen uit zuidwesten.
Figuur 13 Fietsenstalling aan de noordzijde van het projectgebied. Foto genomen vanuit het zuiden.
20
Figuur 14 Bomenrij (moerascipressen) langs de Beatrixlaan die gekapt wordt. Foto genomen uit het westen.
Figuur 15 Woningen aan Prinsclausplantsoen. Zowel in de haag als bij de woningen zijn huismussen waargenomen.
21