Bijlage 3 Bijlage 2 – Armoedemonitor Zuidplas 2023 A23.001977
Tekst van het document
DUIDINGSRAPPORTAGE DASHBOARD MINIMA GEMEENTE ZUIDPLAS Meting over 2022 Versie 1.0
Opdrachtgever
Gemeente Zuidplas
Datum
September 2023
Auteurs
Michelle Ellens Jitske Kooistra - van der Wijk
Databewerking Tim Kramer
KWIZ
Stavangerweg 23-5 9723 JC Groningen 050-5252473 contact@kwiz.nl
Uitgave
Deze uitgave is een uitgave van KWIZ B.V. Het overnemen van cijfers en/of teksten is toegestaan, mits de bron duidelijk wordt vermeld. Niets uit deze publicatie mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden in welke vorm dan ook zonder voorafgaande toestemming van KWIZ B.V..
INLEIDING De gemeente Zuidplas voert een actief beleid ter bestrijding van armoede en schulden. KWIZ heeft voor de gemeente Zuidplas een Dashboard Minima ontwikkeld. Het dashboard biedt de gemeente een overzicht van de omvang en samenstelling van de minimapopulatie en het bereik van de minimaregelingen. De gemeente Zuidplas heeft diverse registratiebestanden aangeleverd waar KWIZ vervolgens de analyses voor deze monitor op heeft gedaan. Weergave van de minimahuishoudens In 2019 heeft KWIZ voor de gemeente Zuidplas ook een Armoedemonitor opgesteld. Vanaf de huidige vervolgmeting over 2022 worden de cijfers in een online dashboard gepresenteerd waarin de gemeente zelf diverse analyses kan maken. De gegevens over de omvang en samenstelling van de doelgroep geven de situatie weer op de betreffende peildatum van het onderzoek, op basis van het inkomen op het wettelijk sociaal minimum (Wsm). De twee meetmomenten hebben als volgt plaatsgevonden: • •
Peildatum 31-12-2019, gebruik van regelingen over geheel 20191 Peildatum 31-12-2022, gebruik van regelingen over geheel 2022
Voor iedere meting wordt het aantal minimahuishoudens weergegeven dat op basis van diverse registratiebestanden bij de gemeente in beeld is (zie hieronder). Meer specifiek gaat het om de minimahuishoudens met een inkomen tot 120 procent van het Wettelijk sociaal minimum (Wsm). De doelgroep wordt weergegeven aan de hand van verschillende kenmerken zoals die in de BRP staan. Huishoudens die een inkomen tot 120 procent Wsm hebben maar die van geen enkele (minima)regeling gebruikmaken, komen niet voor in de registratiebestanden die voor dit onderzoek zijn gebruikt. Zij ontbreken ook in de cijfers en analyses. Methodiek van het onderzoek De gemeente heeft geen rechtstreekse toegang tot inkomensgegevens van haar inwoners. Door zoveel mogelijk informatiebronnen van gemeentelijke regelingen voor minimahuishoudens aan elkaar te koppelen, kunnen we het aantal minimahuishoudens weergeven dat de gemeente op het peilmoment in beeld heeft. Daarvoor heeft de gemeente registraties van de volgende voorzieningen gebruikt: de Participatiewet, minimaregelingen, collectieve zorgverzekering, kwijtschelding, energietoeslag en gegevens van Wmo, Jeugdwet en schulddienstverlening. Met behulp van de Basisregistratie Personen (BRP) zijn de gebruikersgegevens vervolgens op huishoudniveau gegroepeerd.
Op deze manier ontstaat een samenhangend beeld op de omvang en samenstelling van de minimapopulatie, de mate van gebruik van voorzieningen en de overlap in het gebruik van voorzieningen op andere beleidsterreinen. De methodiek van bronregistraties heeft als gevolg dat alleen minimahuishoudens die de gemeente (en/of externe partners) in beeld heeft, zijn opgenomen in de Armoedemonitor. Huishoudens die van geen enkele regeling of voorziening voor minima gebruikmaken, maar misschien wel recht hebben op sommige regelingen, ontbreken daarom in de cijfers. Opzet duidingsrapportage In deze rapportage worden de belangrijkste bevindingen over de minimapopulatie weergegeven. Het rapport begint met het aantal minimahuishoudens en verschillende kenmerken van deze groep. Hierbij worden tevens de ontwikkelingen ten opzichte van de voorgaande meting (2019) in beeld gebracht. Daarna wordt het aantal minimakinderen weergegeven. Vervolgens volgt het gebruik en bereik van de minimaregelingen. Tot slot wordt de overlap met schulddienstverlening weergegeven. Alle cijfers die specifiek over de gemeente gaan zijn gebaseerd op de door de gemeente aangeleverde registratiebestanden. Vergelijkingen met landelijke cijfers zijn gebaseerd op ervaringscijfers van KWIZ en/of openbare cijfers van het CBS.
De Armoedemonitor over 2019 is opgeleverd als papieren rapportage. Deze resultaten zijn niet in het dashboard te zien. Het dashboard geeft de resultaten vanaf de meting over 2022 weer.
1
1. MINIMAHUISHOUDENS • • •
Het aandeel minimahuishoudens tot 120 procent Wsm ligt in lijn met het landelijk gemiddeld; Aandeel huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm licht gedaald, tussen 100 en 120 procent Wsm is het aandeel gestegen; Eenoudergezinnen zijn relatief vaker minima dan andere huishoudtypen.
Verloop minimahuishoudens 2019 – 2022 Op basis van de voor dit onderzoek aangeleverde bestanden heeft de gemeente Zuidplas op 31 december 2022 693 huishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm in beeld, en 1.019 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Deze 1.019 minimahuishoudens vormen 5,3 procent van alle huishoudens in de gemeente Zuidplas. Het aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm is licht gestegen (2019: 687 huishoudens en 2022: 693 huishoudens). Het aandeel huishoudens op dit inkomensniveau is daarentegen iets gedaald van 3,8 tot 3,6 procent. Dit komt door een stijging van het totaal aantal huishoudens in de gemeente Zuidplas (2019: 18.220 huishoudens, 2022: 19.340 huishoudens). Het totale aandeel minimahuishoudens op 120 procent Wsm is nagenoeg gelijk gebleven, echter is er een lichte stijging te zien in het aantal huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm. De gemeente heeft daarnaast ook nog 76 huishoudens met een inkomen tussen 120 en 130 procent Wsm in beeld. Tabel 1.1 Minimahuishoudens naar inkomensverdeling over de periode 2019 - 2022
Inkomen t.o.v. Wsm Tot 100% Wsm
2019 687
2022 3,8%
693
3,6%
Tot 110% Wsm
-
-
36
0,2%
Tot 120% Wsm
254
1,4%
290
1,5%
Subtotaal
941
5,2%
1.019
5,3%
Tot 130% Wsm
-
-
76
0,4%
Subtotaal
-
-
1.095
5,7%
Overig
17.279
94,8%
18.245
94,3%
Totaal
18.220
100%
19.340
100%
Schatting totale doelgroep minimahuishoudens in 2022 Op basis van de Armoede Index van KWIZ wordt het totale aantal minimahuishoudens met een inkomen tot 100 procent Wsm geschat op 758 huishoudens (5,1 procent). Op het inkomensniveau van 120 procent Wsm wordt het totale aantal minimahuishoudens geschat op 1.162 huishoudens (6,2 procent). De gemeente Zuidplas heeft naar schatting 143 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm niet in beeld. Deze huishoudens maken geen gebruik van gemeentelijke ondersteuning, maar hebben wel een inkomen tot 120 procent Wsm en een vermogen dat past binnen de grenzen van de Participatiewet. In gemeenten met een inwonersaantal tot 50.000 inwoners heeft gemiddeld tussen de 6 en 7 procent van alle huishoudens een minimuminkomen tot 120 procent Wsm. Het aandeel minimahuishoudens in de gemeente Zuidplas ligt in lijn met het gemiddelde dat we in andere gemeenten zien. Hieronder gaan we verder in op de kenmerken van de 1.019 minimahuishoudens die de gemeente Zuidplas in beeld heeft. Kenmerken 1.019 minimahuishoudens tot 120% Wsm in beeld De gemeente Zuidplas heeft 1.019 huishoudens met een inkomen tot 120 procent Wsm in beeld. Van deze huishoudens heeft het grootste aandeel een uitkering vanuit de Participatiewet (43 procent).
Verder ontvangt 40 procent een overig inkomen, oftewel een inkomen uit arbeid (loondienst of ZZP) of bijvoorbeeld een WW-uitkering. En een vijfde van de huishoudens heeft
een AOW-uitkering (17 procent). Het aandeel huishoudens met een uitkering vanuit de Participatiewet is licht gedaald tussen 2019 (45 procent) en 2022 (43 procent). Dit past in het beeld van de landelijke ontwikkelingen; ook steeds meer werkende huishouden krijgen te maken met geldzorgen terwijl tegelijkertijd het aantal bijstandsuitkeringen daalt. Tabel 1.2 Inkomensbronnen van minimahuishoudens over de periode 2020 - 2022
Inkomensbron
2019
2022
Participatiewet
421
45%
436
43%
AOW
146
15%
176
17%
Overig
374
40%
407
40%
Totaal
941
100%
1.019
100%
Naar huishoudtype vormt 42 procent van de minimahuishoudens een alleenstaand huishoudtype en vormt bijna de helft van de huishoudens (47 procent) een gezin met kinderen (21 procent tweeoudergezin en 26 procent een eenoudergezin). De overige 11 procent van de minimahuishoudens bestaat uit paren zonder kinderen. De meeste minimahuishoudens hebben een niet-westerse migratieachtergrond (45 procent) of een Nederlandse achtergrond (44 procent). De overige 11 procent heeft een westerse migratieachtergrond. Tot slot woont het grootste aandeel minimahuishoudens in de plaats Nieuwekerk aan den IJssel. Binnen de plaats Nieuwekerk aan den IJssel, is het aandeel minimahuishoudens het grootst in de wijk Bomenbuurt. Doelgroepen Huishoudtype. Eenoudergezinnen hebben vaker een minimuminkomen dan andere huishoudtypen, met name eenoudergezinnen met alleen minderjarige kinderen. In totaal zijn er 649 eenoudergezinnen met minderjarige kinderen, daarvan heeft 28 procent (181 huishoudens) een inkomen tot 120 procent Wsm. Onder tweeoudergezinnen met minderjarige kinderen ligt dit aandeel veel lager (3 procent). Achtergrond. Huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond hebben tevens vaker een minimuminkomen. In totaal heeft bijna een kwart van de huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond een inkomen tot 120 procent Wsm (23 procent).
Onder huishoudens met een Nederlandse achtergrond ligt dit aandeel op 3 procent. Langdurige minima Op 31 december 2022 hadden 555 minimahuishoudens (55 procent) in de gemeente Zuidplas al drie jaar of langer een inkomen tot 120 procent Wsm. Het aandeel langdurige minima ligt daarmee lager dan landelijk gemiddeld: 65 tot 70 procent. Daarnaast zijn 168 huishoudens in 2022 ingestroomd in de minimapopulatie. Het aandeel nieuwe en langdurige minima is niet te vergelijken met cijfers uit 2019 omdat destijds de langdurigheid niet kon worden vastgesteld op basis van de aangeleverde registratiebestanden. Bij de weergave en duiding van de langdurige minima is enige voorzichtigheid geboden. Bij een aantal regelingen is namelijk geen data geleverd over de gehele terugkijkperiode (2019 - 2022). Dit geldt bijvoorbeeld voor de kwijtschelding van gemeentelijke belastingen en de Rotterdampas. Dat maakt de berekening van het aantal langdurige minima kwetsbaarder en mogelijk iets minder accuraat. Tabel 1.3 Langdurigheid over 2022
Langdurigheid
2022
Tot 1 jaar
168
16%
1 tot 3 jaar
296
29%
3 jaar of langer
555
55%
1.019
100%
Totaal
2. MINIMAKINDEREN TOT 18 JAAR • • •
Het aantal minimakinderen dat opgroeit op bijstandsniveau is gestegen; Het aandeel minimakinderen ligt redelijk in lijn met het gemiddelde in vergelijkbare gemeenten; Kinderen uit een eenoudergezin of met een niet-westerse migratieachtergrond hebben meer kans om in armoede op te groeien.
Verloop minimakinderen 2019 - 2022 Het aantal kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 100 procent Wsm is stabiel gebleven in de periode 2019 tot 2022, van 459 kinderen in 2019 naar 456 kinderen in 2022. Echter is het aandeel minimakinderen tot 100 procent Wsm gedaald. Dit komt doordat er in 2022 meer kinderen tot 18 jaar opgroeien in de gemeente dan in 2019 (2019: 9.665 kinderen; 2022: 10.608 kinderen). Het aandeel kinderen dat opgroeit in een huishouden met een inkomen tot 120 procent is gestegen van 696 kinderen in 2019 tot 785 kinderen in 2022. Daarnaast heeft de gemeente 62 kinderen tot 18 jaar in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 130 procent Wsm; dit komt neer op 8,0 procent van alle kinderen. De gemeente Zuidplas heeft niet alle kinderen die opgroeien in een minimahuishouden in beeld. Op basis van de Armoede Index wordt het totale aantal minimakinderen tot 120 procent Wsm geschat op 850 kinderen. Dit is 8,3 procent van alle kinderen. Het aandeel minimakinderen ligt daarmee iets hoger dan landelijk gemiddeld (gemiddeld ligt het aandeel tussen de 7 en 8 procent). Tabel 2.1 Minimakinderen naar inkomensverdeling over de periode 2019 - 2022
Inkomen t.o.v. Wsm Tot 100% Wsm
2019
459
2022
4,7%
456
4,3%
Tot 110% Wsm
-
-
32
0,3%
Tot 120% Wsm
237
2,5%
297
2,8%
Subtotaal
696
7,2%
785
7,4%
Tot 130% Wsm
-
-
62
0,6%
Subtotaal
-
-
847
8,0%
Overig
8.969
92,8%
9.761
92,0%
Totaal
9.665
100%
10.608
100%
Hieronder gaan we verder in op de kenmerken van de 785 minimakinderen die de gemeente Zuidplas in beeld heeft. Kenmerken minimakinderen tot 120 procent Wsm in beeld De gemeente Zuidplas heeft 785 kinderen in beeld die opgroeien in een huishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Ruim de helft van de minimakinderen groeit op in een huishouden met een overig inkomen (53 procent) zoals een inkomen uit arbeid (ZZP of loondienst) of bijvoorbeeld een WW-uitkering. Verder groeit 46 procent van de kinderen op in een huishouden waarvan de voornaamste inkomensbron een uitkering vanuit de Participatiewet is. Verder woont de helft van de kinderen in een eenoudergezin (49 procent) en de andere helft in een tweeoudergezin (51 procent). Ruim de helft van de kinderen heeft een niet-westerse migratieachtergrond (54 procent) en vier op de tien minimakinderen hebben een Nederlandse achtergrond (39 procent). De overige 7 procent heeft een westerse migratieachtergrond. De meeste minimakinderen groeien op in de plaats Nieuwekerk aan den IJssel (59 procent van alle minimakinderen). Binnen de plaats Nieuwekerk aan den IJssel groeien de meeste kinderen op in de wijk Bomenbuurt.
Minimakinderen ten opzichte van alle kinderen: wat valt op? Sommige kinderen hebben meer kans om op te groeien in armoede dan andere kinderen. In de gemeente Zuidplas groeien minderjarige kinderen in een eenoudergezin vaker op in een minimahuishouden dan minderjarige kinderen uit andere huishoudens: 31 procent van alle minderjarige kinderen in eenoudergezinnen groeit op in een minimahuishouden. In tweeoudergezinnen ligt dit aandeel op 4 procent. Verder groeien kinderen in huishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond vaker op in een minimahuishouden dan kinderen met een andere achtergrond. Figuur 2.1 Aandeel minimakinderen t.o.v. alle kinderen 2022; huishoudtype
Minderjarige kinderen in tweeoudergezin
van alle 1.096 kinderen in een eenoudergezin
4%
Minderjarige kinderen in eenoudergezin
31%
van alle 8.202 kinderen in een tweeoudergezin
Figuur 2.2 Aandeel minimakinderen t.o.v. alle kinderen 2022; achtergrond
Nederlandse achtergrond
4%
van alle 8.258 kinderen met een Nederlandse achtergrond
Westerse migratieachtergrond
7%
van alle 801 kinderen met een westerse migratieachtergrond
Niet-westerse migratieachtergrond
28%
van alle 1.549 kinderen met een niet-westerse migratieachtergrond
3. MINIMAREGELINGEN • •
Het bereik van de collectieve zorgverzekering en het Jeugdfonds Sport & Cultuur is toegenomen; Het bereik van de kwijtschelding gemeentelijke belastingen en de Rotterdampas is licht gedaald.
Gebruik van de minimaregelingen Het gebruik is gemeten over de gehele kalenderjaren 2029 en 2022. Tabel 3.1 Gebruik van de minimaregelingen onder minimahuishoudens in aantallen over de periode 2019 - 2022
Regelingen
Gebruik in 2019
Gebruik in 2022
Kwijtschelding
525 huishoudens
535 huishoudens
Bijzondere bijstand
203 huishoudens
159 huishoudens
Individuele inkomenstoeslag
190 huishoudens
207 huishoudens
Collectieve zorgverzekering
213 huishoudens
317 huishoudens
Rotterdampas
424 huishoudens
320 huishoudens
Regeling schoolgaande kinderen
107 huishoudens
89 huishoudens
202 kinderen
309 kinderen
Stichting Leergeld
Jeugdfonds Sport & Cultuur
-
159 kinderen
Cadeaukast
-
37 kinderen
Verjaardagsbox
-
180 kinderen
Studietoeslag
-
5 huishoudens
Bereik van de minimaregelingen Het bereik van de verschillende minimaregelingen is berekend door het gebruik van de regeling af te zetten tegen de totale geschatte doelgroep. Daarnaast wordt het bereik van de regeling vergeleken met het gemiddelde bereik in andere gemeenten met een inwonersaantal tot 50.000 inwoners.
Kwijtschelding
2019
Bijzondere bijstand
2022
Individuele inkomenstoeslag Landelijk gemiddelde
Collectieve zorgverzekering
35-40%
28%
37%
35-40%
22%
16%
45-50%
46%
20-25%
17%
27%
70-75%
71%
76%
Regelingen voor volwassenen • De kwijtschelding van gemeentelijke belastingen kent een hoog bereik (71 procent), dit ligt in lijn met het landelijke gemiddelde (tussen 70 en 75 procent). • Het bereik van de bijzondere bijstand is gedaald tussen 2019 en 2022 en ligt onder het landelijk gemiddelde. • Bijna de helft van de langdurige minimahuishoudens (46 procent) maakt gebruik van de individuele inkomenstoeslag. Het bereik van de regeling ligt daarmee in lijn met het landelijke gemiddelde.
Rotterdampas
• •
Eén op de vijf minimahuishoudens (22 procent) maakt gebruik van de collectieve zorgverzekering; dit ligt onder het landelijk gemiddelde bereik van 35 tot 40 procent. De Rotterdampas is beschikbaar voor zowel volwassenen als kinderen. In 2022 maakten 320 huishoudens gebruik van de Rotterdampas (bereik van 28 procent). Het bereik van de Rotterdampas is gedaald ten opzichte van 2019 (37 procent) en ligt tevens onder het gemiddelde bereik van vergelijkbare regelingen.
Jeugdfonds Schoolgaande Sport & Cultuur kinderen
2019
Stichting Leergeld
2022
Stichting Cadeaukast Leergeld (fiets of computer)
24%
6%
8%
40-45%
16%
25-30%
40%
26%
20-25%
23%
27%
Regelingen voor kinderen* • Een kwart van de ouders met kinderen tussen de 4 en 18 jaar maakt gebruik van de regeling voor schoolgaande kinderen. Het bereik van de regeling ligt daarmee iets boven het landelijk gemiddelde. • Het gebruik en bereik van het Jeugdfonds voor Sport en Cultuur is gestegen ten opzichte van 2019. In 2022 hebben 309 kinderen gebruik gemaakt van het Jeugdfonds. De regeling bereikt daarmee 40 procent van de doelgroep en dit bereik ligt boven het landelijk gemiddelde. • Stichting Leergeld heeft twee inkomensgrenzen. • Voor verstrekkingen voor een fiets of computer (of laptop) geldt een inkomensgrens van 120 procent Wsm. In 2022 hebben 62 kinderen hier gebruik van gemaakt. Dit is een bereik van 8 procent van alle kinderen. • Voor de overige verstrekkingen van Stichting Leergeld geldt een inkomensgrens van 130 procent Wsm. In 2022 hebben 140 kinderen hier gebruik van gemaakt; een bereik van 16 procent. • In de vorm van de Cadeaukast worden gezinnen ondersteund via Stichting Zo! om de verjaardag van kinderen te vieren. In totaal hebben 37 kinderen tussen de 0 en 12 jaar gebruikgemaakt van de Cadeaukast; oftewel 6 procent van de doelgroep. • De Verjaardagsbox (via Stichting Leergeld) biedt eveneens ondersteuning voor de verjaardgen van kinderen tussen de 4 en 18 jaar. Hiervan hebben 180 kinderen gebruikgemaakt; een bereik van 24 procent.
Verjaardagsbox
Landelijk gemiddelde
* Stichting Leergeld, de Cadeaukast en de Verjaardagsbox zijn niet in het onderzoek van 2019 meegenomen
waardoor een vergelijking tussen de bereikscijfers van 2019 en 2022 niet mogelijk is. De Cadeaukast en de Verjaardagsbox zijn relatief nieuwe regelingen waarvoor nog onvoldoende vergelijkingscijfers beschikbaar zijn; een vergelijking met andere gemeenten is daarom niet mogelijk.
4. ENERGIETOESLAG • •
7 procent van alle huishoudens in Zuidplas maakt gebruik van de energietoeslag; Zeven op de tien minimahuishoudens hebben gebruikgemaakt van de energietoeslag.
Als gevolg van het hoge prijspeil van gas en elektriciteit heeft het Rijk in 2022 de energietoeslag geïntroduceerd; een regeling die iedere gemeente kon verstrekken als compensatie voor minimahuishoudens. In de gemeente Zuidplas konden inwoners aanspraak maken op de energietoeslag tot een inkomensgrens van 120 procent Wsm. Voor de energietoeslag is er geen vermogenstoets gedaan, deze vermogenstoets wordt wel voor het overige deel van het minimabeleid toegepast. In totaal hebben 1.338 huishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag. Tabel 4.1 Gebruik Energietoeslag in 2022
Categorie
2022
Minimahuishoudens (die de gemeente in beeld heeft)
744
Overige huishoudens (niet als minimahuishouden in beeld) Totaal
56%
594
44%
1.338
100%
Minimahuishoudens met energietoeslag In 2022 hebben 744 minimahuishoudens gebruikgemaakt van de energietoeslag. Van deze minimahuishoudens heeft zeven op de tien huishoudens een inkomen tot 100 procent Wsm; 633 huishoudens hebben een inkomen op bijstandsniveau (82 procent). Deze huishoudens vormen meestal een alleenstaand huishouden (45 procent), hebben veelal een niet-westerse migratieachtergrond (52 procent) en de helft van deze huishoudens ontvangt een uitkering vanuit de Participatiewet (56 procent). Het betreft bovendien veelal langdurige minima; 68 procent van de minimahuishoudens die gebruikmaken van de energietoeslag moeten al drie jaar of langer rondkomen van een inkomen tot 120 procent Wsm.
5. WMO • • •
Het totale aantal huishoudens met een Wmo-voorziening is licht gestegen; 23 procent van alle minimahuishoudens maakt ook gebruik van een of meerdere Wmo-voorzieningen; De meeste minima met een Wmo-voorziening zijn langdurig minima.
In totaal maakten 1.871 huishoudens gebruik van een Wmo-voorziening in de gemeente Zuidplas in 2022. Over de periode 2019 – 2022 is het totale aantal huishoudens dat gebruikmaakt van een Wmo-voorziening licht gestegen (2019: 1.825 huishoudens en 2022: 1.871 huishoudens). Het aandeel minimahuishoudens in deze populatie is licht toegenomen. Tabel 5.1 Gebruik Wmo-voorzieningen over de periode 2019 - 2022
Wmo-voorzieningen Minimahuishoudens met Wmo
2019
2022
215
12%
232
12%
Niet-minimahuishouden met Wmo
1.610
88%
1.616
88%
Totaal
1.825
100%
1.871
100%
Minimahuishoudens met een Wmo-voorziening In de meest recente meting over 2022 zijn 232 huishoudens met een Wmo-voorziening ook bekend als minimahuishouden. Dit betekent dat 23 procent van alle minimahuishoudens (1.019) gebruik maken van een Wmo-voorziening; dat ligt onder het gemiddelde van 30 tot 35 procent in vergelijkbare gemeenten. De meeste minimahuishoudens die gebruikmaken van een Wmovoorziening in de gemeente Zuidplas zijn langdurig minima (65 procent), hebben een AOWuitkering (31 procent) of een overig inkomen (33 procent) en een Nederlandse achtergrond (58 procent).
6. JEUGDWET • •
Het aantal kinderen en huishoudens met een Jeugdwerkvoorziening is toegenomen; 1 op de 5 minimakinderen krijgt een voorziening vanuit de Jeugdwet.
In 2022 hebben 1.310 kinderen gebruikgemaakt van een voorziening vanuit de Jeugdwet. Deze kinderen wonen in 1.169 huishoudens. Het totale aantal kinderen én huishoudens dat gebruikmaakt van een Jeugdwetvoorziening is gestegen tussen 2019 en 2022. In totaal maakt 12 procent van alle kinderen gebruik van een Jeugdwetvoorziening. Tabel 6.1 Gebruik Jeugdwetvoorzieningen over de periode 2019- 2022
Jeugdwet Minimahuishoudens met Jeugdwet Niet-minimahuishoudens met Jeugdwet Totaal Minimakinderen met Jeugdwet
2019 110
2022 10%
117
10%
958
90%
1.052
90%
1.068
100%
1.169
100%
145
12%
152
12%
Niet-minimakinderen met Jeugdwet
1.060
88%
1.158
88%
Totaal
1.205
100%
1.310
100%
Minimakinderen met Jeugdwetvoorziening Van de 1.310 kinderen met een Jeugdwetvoorziening wonen 152 kinderen in een minimahuishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. Dit betekent dat 19 procent van alle minimakinderen een Jeugdwetvoorziening ontvangt. Dit ligt in lijn met het gemiddelde van 20 procent dat we in vergelijkbare gemeenten zien. Op huishoudniveau maakt 11 procent van de minimahuishoudens gebruik van één of meerdere Jeugdwetvoorzieningen. De minimahuishoudens met een Jeugdwetvoorziening zijn veelal eenoudergezinnen (68 procent) en zijn vaak 1 tot 3 jaar minima (39 procent) of langdurig (40 procent). Een overig inkomen vormt hun voornaamste inkomensbron (63 procent).
Alle cijfers over de gemeente in dit rapport zijn gebaseerd op de door de gemeente (en externe partners) aangeleverde registratiebestanden over minima. Deze zijn gekoppeld aan de BRP en vervolgens op huishoudniveau of persoosniveau genalyseerd.
7. SCHULDHULPVERLENING • •
Het aantal huishoudens met schuldhulpverlening is aanzienlijk gedaald tussen 2019 en 2022; Twee derde van de SHV-gebruikers vormt een minimahuishouden.
Binnen de gemeente Zuidplas maken 72 huishoudens gebruik van (een vorm van) schuldhulpverlening. Het totale aantal huishoudens dat gebruikmaakt van schuldhulpverlening is afgenomen (2019: 117 huishoudens en 2022: 72 huishoudens). In totaal maakt 0,4 procent van alle huishoudens in de gemeente Zuidplas gebruik van schuldhulpverlening; dat ligt onder de 0,9 procent die bij vergelijkbare gemeenten gangbaar is. Tabel 7.1 Gebruik Schuldhulpverlening over de periode 2019 - 2022
SHV
2019
Minimahuishouden met SHV
62
2022 53%
47
65%
Niet-minimahuishouden met SHV
55
47%
25
35%
Totaal
117
100%
72
100%
Minimahuishoudens met schuldhulpverlening Van de 72 huishoudens die gebruikmaken van schuldhulpverlening hebben 47 huishoudens een minimuminkomen (65 procent). Dit betekent dat 4,6 procent van alle minimahuishoudens (1.019) gebruikmaken van schuldhulpverlening. Dat ligt onder het landelijke gemiddelde van 9 à 10 procent. De minimahuishoudens met SHV vormen veelal een alleenstaand huishouden (49 procent) of een eenoudergezin (21 procent). Verder moeten deze huishoudens in ruim de helft van de gevallen al langdurig rondkomen van een minimuminkomen (57 procent). Tot slot betreft het relatief veel minimahuishoudens met een niet-westerse migratieachtergrond (49 procent).
8. Zelfstandigen (zzp’ers) • •
In totaal zijn 3.062 inwoners actief als zzp’er; 3 procent van de zzp’ers woont in een minimahuishouden.
In de gemeente Zuidplas zijn 3.062 personen actief als zelfstandige zonder personeel (zzp’ers). Dit houdt in dat 6,5 procent van alle inwoners van de gemeente Zuidplas (47.260 inwoners) actief is als zzp’er. Vaak is één zzp’er per huishouden actief, dus als het aantal zzp’ers wordt afgezet tegen het totale aantal huishoudens (19.340 huishoudens), dan woont in 16 procent van de huishoudens een zzp’er. De meeste zzp’ers wonen in een huishouden met kinderen (61 procent), zijn tussen de 45 en 66 jaar (50 procent) en hebben een Nederlandse achtergrond (72 procent). Tabel 7.1 Zzp’ers in 2022
Zzp’ers
2022
Zzp’ers in minimahuishouden
82
2,7%
Zzp’ers in niet-minimahuishouden
2.980
97,3%
Totaal
3.062
100%
Zzp’ers met een minimuminkomen In totaal wonen 82 zzp’ers in een minimahuishouden met een inkomen tot 120 procent Wsm. In totaal heeft 45 procent van deze zzp’ers met een minimuminkomen een inkomen op bijstandsniveau (100 procent Wsm). De overige zzp’ers hebben een inkomen tussen de 110 en 120 procent Wsm. Zeven op de tien zzp’ers met een minimuminkomen woont in een huishouden met kinderen en de helft is van middelbare leeftijd. Naar achtergrond heeft 50 procent een niet-westerse migratieachtergrond en een derde een Nederlandse achtergrond.