Bijlage 3 Bestemmingsplan Hoogspanningsstation Zevenhuizen Zuidplaspolder A21.00782
Tekst van het document
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder
Inhoudsopgave
Toelichting
5
Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding en doelstelling 1.2 Ligging en begrenzing plangebied 1.3 Vigerende bestemmingsplannen 1.4 Leeswijzer
6 6 6 7 10
Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 2.1 Beschrijving huidige situatie 2.2 Beschrijving toekomstige situatie
11 11 11
Hoofdstuk 3 Beleidskader 3.1 Inleiding 3.2 Rijksbeleid 3.3 Provinciaal / regionaal beleid 3.4 Gemeentelijk beleid 3.5 Conclusie beleidskader
16 16 16 19 20 22
Hoofdstuk 4 Milieu- en omgevingsaspecten 4.1 Inleiding 4.2 Milieueffectrapportage 4.3 Bedrijven en milieuzonering 4.4 Luchtkwaliteit 4.5 Geluid 4.6 Bodem 4.7 Ecologie 4.8 Stikstofdepositie 4.9 Externe veiligheid 4.10 Niet Gesprongen Explosieven 4.11 Magneetvelden 4.12 Verkeer en parkeren 4.13 Water 4.14 Archeologie 4.15 Kabels en leidingen 4.16 Conclusie
23 23 23 24 25 26 27 28 30 31 33 34 35 35 39 40 41
Hoofdstuk 5 Juridische planopzet 5.1 Inleiding 5.2 Regels
42 42 42
Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 6.1 Economische uitvoerbaarheid 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid
45 45 46
Bijlagen bij toelichting
47
Bijlage 1
Aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r.-beoordeling, Sweco, 15-02-2021
48
Bijlage 2
Akoestisch haalbaarheidsonderzoek, Peutz, 28-04-2021
69
Bijlage 3
Historisch bodemonderzoek, Sweco, 30-10-2020
138
Bijlage 4
Verkennend natuuronderzoek Zuidplaspolder, Sweco, 26-01-2021
174
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 2 van 515
Bijlage 5
Memo stikstof, Sweco, 15-12-2020
203
Bijlage 6 Vooronderzoek Conventionele Explosieven, Explosive Clearance Group, 12-11-2020
243
Bijlage 7
Magneetveldstudie, Qirion, 19-01-2021
327
Bijlage 8
Geohydrologische quickscan, Mos Grondmechanica BV, 23-10-2020
365
Bijlage 9
Bureauonderzoek archeologie, Sweco, 11-11-2020
397
Bijlage 10 wijziging)
Nota van beantwoording zienswijzen en overlegreacties (en 431
Regels
457
Hoofdstuk 1 Artikel 1 Artikel 2
Inleidende regels Begrippen Wijze van meten
458 458 461
Hoofdstuk 2 Artikel 3 Artikel 4 Artikel 5 Artikel 6 Artikel 7 Artikel 8
Bestemmingsregels Bedrijf - Nutsvoorziening Groen Leiding - Brandstof Leiding - Gas Leiding - Hoogspanning Waarde - Archeologie - 3
462 462 463 464 466 468 470
Hoofdstuk 3 Artikel 9 Artikel 10 Artikel 11
Algemene regels Anti-dubbeltelregel Algemene aanduidingsregels Overige regels
472 472 473 474
Hoofdstuk 4 Artikel 12 Artikel 13
Overgangs- en slotregels Overgangsrecht Slotregel
475 475 476
Bijlagen bij regels
477
Bijlage 1
478
Inpassings- en beeldkwaliteitsplan
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 3 van 515
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 4 van 515
Toelichting
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 5 van 515
Hoofdstuk 1
1.1
Inleiding
Aanleiding en doelstelling
TenneT, de beheerder van het hoogspanningsnet in Nederland en regionale netbeheerders Liander en Stedin werken aan de uitbreiding van het hoogspanningsnet in de Zuidplaspolder en in de provincie Zuid-Holland. Op korte termijn behoeft de bestaande energie-infrastructuur in de Zuidplaspolder een netuitbreiding, mede vanwege een sterke groei van het aantal en de omvang van de reeds aanwezige logistieke bedrijven, glastuinbouw en woningbouw en het verder (willen) vormgeven van de energietransitie. Deze netuitbreiding voorkomt verdere congestie in het net voor deze regio en waarborgt bovendien een betrouwbare robuuste energievoorziening door het bijtijds inspelen op de te verwachten ruimtelijke ontwikkelingen. De netuitbreiding omvat de realisatie van twee nieuwe hoogspanningstations in Bleiswijk en Zuidplas en de aanleg van een 150kV-verbinding tussen deze twee hoogspanningstations. Het nieuwe station in Bleiswijk, gemeente Lansingerland, wordt gebouwd naast het bestaande hoogspanningstation op het terrein dat in eigendom is van TenneT. De drie netbeheerders hebben ervoor gekozen om één gezamenlijk 150/20kV-hoogspanningstation te realiseren in de Zuidplaspolder. Vanuit dit nieuwe hoogspanningsstation worden de kabeltracés richting de klanten aangelegd. De netbeheerders zijn, samen met de gemeente en de provincie, op zoek gegaan naar een geschikte locatie.
Deze is gevonden in het Plantagekwadrant in de hoek van de N219, de spoorlijn Den Haag-Gouda en de Vierde Tocht in de gemeente Zuidplas. Het nieuwe station Bleiswijk past binnen de regels van het vigerende bestemmingsplan Hoefweg-Zuid 2016 (onherroepelijk, vastgesteld 13 mei 2018). Ter plaatse van het nieuwe hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder geldt de enkelbestemming Agrarisch waarbinnen de aanleg van een hoogspanningsstation met bijhorende 150kV-verbinding nog niet mogelijk is. Derhalve dient ter plaatse van het beoogde hoogspanningsstation het bestemmingsplan te worden herzien. Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld met als doelstelling het hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder juridisch-planologisch mogelijk te maken op het grondgebied van de gemeente Zuidplas. Voor de ondergrondse verbinding op het grondgebied van de gemeenten Zuidplas en Lansingerland worden separate bestemmingsplannen voorbereid, omdat het tracé nog niet definitief is bij totstandkoming van onderhavig bestemmingsplan. Het bestemmingsplan 'Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder' bestaat uit drie delen: een (digitale) verbeelding, waarop de bestemmingen in het plangebied zijn aangegeven, planregels, waarin de regels voor de op de verbeelding vermelde bestemmingen zijn opgenomen, en een toelichting, waarin de achtergronden van het bestemmingsplan zijn beschreven.
De verbeelding vormt samen met de planregels het (juridisch) bindende deel van het bestemmingsplan. In de toelichting worden de keuzes die in het bestemmingsplan worden gemaakt nader gemotiveerd en verantwoord.
1.2
Ligging en begrenzing plangebied
Het nieuwe 150/20kV-hoogspanningsstation bevindt zich op het grondgebied van de gemeente Zuidplas. Het plangebied betreft het zogenaamde Plantagekwadrant. Het plangebied ligt bij het infrastructuurknooppunt van de N219, het spoor en de A12. De locatie voor het nieuwe hoogspanningsstation ligt aan een doodlopende weg ten zuiden van het spoor die aansluit op de Bredeweg. Een deel van de locatie voor het nieuwe hoogspanningsstation is in gebruik als kwekerij.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 6 van 515
Afbeelding 1.1: geografische ligging hoogspanningsstation (rood omlijnd, bron: Geoweb).
Afbeelding 1.2: globale begrenzing plangebied station (bron: Google Maps) Voor de exacte locatie en begrenzing van het plangebied kan de digitale verbeelding behorende bij het bestemmingsplan worden geraadpleegd.
1.3
Vigerende bestemmingsplannen
Voor onderhavig plangebied zijn in de huidige situatie de volgende bestemmingsplannen vigerend:
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 7 van 515
Bestemmingsplan
IMRO
Bevoegd gezag
Het Nieuwe Midden, onherroepelijk (11 augustus 2011)
NL.IMRO.18920000B Gemeente Zuidplas pNieuweMidden-On01
Parapluherziening Parkeren, onherroepelijk (24 april 2018)
NL.IMRO.1892.BpPar Gemeente Zuidplas keren-Va01
Rijksinpassingsplan Aardgastransportleiding Beverwijk - Wijngaarden
NL.IMRO.0000.ELlip1 Rijksoverheid 1GUBW-3000-Va01
Parapluherziening Archeologie, onherroepelijk NL.IMRO.1892.BpArc Gemeente Zuidplas (vastgesteld 6 maart 2018) heologie-Va01 Tabel 1.1: overzicht vigerende bestemmingsplannen Navolgende afbeelding toont een uitsnede van de vigerende bestemmingsplannen ter plaatse.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 8 van 515
Afbeelding 1.3: uitsnede vigerende bestemmingsplannen (plangebied: rood omkaderd, bron: www.ruimtelijkeplannen.nl) Strijdigheid met het vigerende bestemmingsplan De netuitbreiding past niet binnen de vigerende bestemmingsplannen. Er is sprake van diverse strijdigheden met de bestemmingsplannen. Bestemmingsplan
Strijdigheid met bestemming
Het Nieuwe Midden
De gronden zijn niet bestemd voor ondergrondse hoogspanningsverbinding. Daarnaast geldt ter plaatse van het nieuwe hoogspanningsstation een agrarische bestemming waarbinnen het station niet gerealiseerd kan worden
Rijksinpassingsplan Aardgastransportleiding Beverwijk - Wijngaarden
De gronden zijn niet bestemd voor ondergrondse hoogspanningsverbinding
Parapluherziening Parkeren
Geen
Parapluherziening Archeologie
Geen
Tabel 1.2: overzicht strijdigheden met vigerende plannen Voor de gronden van het beoogde station zijn verschillende enkel- en dubbelbestemmingen van toepassing. Omdat de beoogde ontwikkeling niet binnen de betreffende bestemmingsplannen past, is onderhavig bestemmingsplan opgesteld. Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van het hoogspanningsstation in Zuidplas juridisch-planologisch mogelijk. De bestemmingen uit het vigerende bestemmingsplan worden herzien met de voor het station benodigde enkel- en dubbelbestemmingen.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 9 van 515
1.4
Leeswijzer
Na hoofdstuk 1, inleiding, staat hoofdstuk 2 in het teken van de huidige en toekomstige situatie in het plangebied. Hierin wordt een beschrijving van het planvoornemen gegeven. In hoofdstuk 3 wordt ingegaan op het relevant ruimtelijk beleid op zowel nationaal, provinciaal als gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 4 wordt, mede aan de hand van de uitgevoerde onderzoeken, de haalbaarheid van het bestemmingsplan aangetoond. In hoofdstuk 5 is de juridische planopzet beschreven. Tot slot wordt in hoofdstuk 6 ingegaan op de uitvoerbaarheid van het plan, zowel economisch als maatschappelijk.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 10 van 515
Hoofdstuk 2
2.1
Planbeschrijving
Beschrijving huidige situatie
In de huidige situatie is het plangebied van het beoogde hoogspanningsstation in gebruik voor agrarische doeleinden. Op deze locatie bevindt zich ten dele een fruitteeltbedrijf en voor het overige is sprake van graslanden. Er bevinden zich geen gebouwen of andere bouwwerken ter hoogte van het geplande hoogspanningsstation.
2.2
Beschrijving toekomstige situatie
Nut en noodzaak voor de realisatie van een nieuw hoogspanningsstation In de Zuidplaspolder zijn, naast netbeheerder TenneT, twee regionale netbeheerders actief; Liander en Stedin. Zij leveren elektriciteit aan huishoudens en bedrijven in de omgeving. Het is de verwachting dat Stedin op termijn onvoldoende capaciteit beschikbaar heeft om aan aanvragen van bestaande en nieuwe klanten te kunnen voldoen. Het gaat hier bijvoorbeeld om de aansluiting van nieuw te ontwikkelen woonwijken, nieuw ontwikkelde bedrijfslocaties, bestaande bedrijven met uitbreidingsplannen en zonneparken in gemeente Zuidplas en wijde omgeving. Liander heeft reeds onvoldoende capaciteit beschikbaar om aan nieuwe aanvragen te kunnen voldoen. Dit is met name voor bedrijven in dit gebied een lastige situatie. Het bestaande hoogspanningsstation Zevenhuizen van netbeheerder Liander heeft inmiddels de maximale capaciteit bereikt. Dit station voorziet de kernen Zevenhuizen, Moerkapelle, Boskoop en een industrieterrein in gemeente Hazerswoude-dorp van elektriciteit. Daarnaast is capaciteit van de huidige kabelverbindingen van netbeheerders Stedin en TenneT in de gemeenten Gouda, Zoetermeer en Lansingerland op termijn niet toereikend om in de groeiende elektriciteitsvraag te voorzien.
Om tot een duurzame, gezamenlijke oplossing te komen, hebben de drie netbeheerders ervoor gekozen om één gezamenlijk 150/20kV-hoogspanningstation te realiseren in de Zuidplaspolder. Vanuit dit nieuwe hoogspanningsstation worden de kabeltracés richting de klanten aangelegd. Het nieuw te realiseren hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder wordt met een ondergronds 150kV-kabeltracé verbonden met het bestaande hoogspanningsstation Bleiswijk in gemeente Lansingerland. Op onderstaande afbeelding is de voorkeursvariant van dit kabeltracé opgenomen. De blauwe lijnen zijn delen van het tracé die in open ontgraving aangelegd worden, de gele delen worden door middel van een horizontaal gestuurde boring aangelegd. Voor dit kabeltracé wordt een separate bestemmingsplanprocedure doorlopen.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 11 van 515
Afbeelding 2.1: voorkeurstracé 150 kV ondergrondse hoogspanningsverbinding tussen de hoogspanningstations Zevenhuizen/Zuidplaspolder en Bleiswijk
Locatiekeuze hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder De netbeheerders hebben gezamenlijk een haalbaarheidsstudie uitgevoerd om te komen tot een locatie voor de realisatie van het nieuwe hoogspanningsstation. In de haalbaarheidsstudie is onderzocht welke gebieden het meest haalbaar zijn vanuit het oogpunt van omgeving, milieu en nettechniek. De resultaten van de haalbaarheidsstudie van de netbeheerders is gedeeld met de gemeenten Zuidplas, Waddinxveen en de provincie Zuid-Holland. Ook is de gemeente Lansingerland geïnformeerd, omdat de 150kV-verbindingen deels binnen de gemeentegrens van Lansingerland komen te liggen. In nader overleg tussen de netbeheerders (TenneT, Liander en Stedin) en Provincie Zuid-Holland, Grondbank RZG Zuidplas, gemeente Waddinxveen en gemeente Zuidplas is om verschillende redenen gekozen voor de locatie Plantagekwadrant. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Zuidplas heeft op 16 april 2019 besloten deze locatie als voorkeurslocatie aan te wijzen voor de realisatie van het nieuwe hoogspanningsstation in de Zuidplaspolder. In de toekomstige situatie is sprake van een 150/20kV hoogspanningsstation bestaande uit een TenneT, een Liander en een Stedin deel. Deze delen worden hieronder verder toegelicht. TenneT deel Het TenneT deel bestaat uit een 150kV openlucht schakeltuin met een Centraal Diensten Gebouw (CDG).
De 150kV-schakeltuin bestaat uit een dubbel rail systeem met dwars daarop aangesloten dertien 150kV-velden. Voor de eindsituatie is er ruimte gereserveerd voor nog zes extra 150kV velden. Het station wordt aangesloten op het landelijke hoogspanningsnet door middel van drie 150kV-kabel verbindingen (circuits) afkomstig van het 150kV-hoogspanningsstation in Bleiswijk. Via het railsysteem, twee dwarskoppelvelden en één langskoppelveld wordt het elektrische Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 12 van 515
vermogen (spanning en stroom) vanuit het bedrijfsvoeringcentrum in de schakeltuin verdeeld. Op de schakeltuin worden in eerste instantie vijf transformatoren aangesloten. Drie daarvan zijn bestemd voor de regionaal netbeheerder Liander en twee voor de regionaal netbeheerder Stedin. Deze transformatoren zorgen ervoor dat de 150kV-hoogspanning naar 20kV-middenspanning wordt getransformeerd, waarop de elektrische energie de wijk in wordt gedistribueerd. Een rondweg om de schakeltuin maakt toegang tot de velden mogelijk voor transport van materiaal en materieel dat nodig is bij storing en onderhoud. Bliksemspitsen in de schakeltuin zorgen ervoor dat bij een eventuele blikseminslag geen schade kan ontstaan aan de installaties en het station energie kan blijven leveren. Het CDG bevat alle apparatuur om het station te monitoren, te beveiligen en op afstand te besturen vanuit een landelijk bedrijfsvoeringcentrum. Er zijn verblijfsruimtes voorzien voor technici en beheerders.
Liander deel Het Liander station bestaat uit drie transformatorcellen, twee schakelruimten en een bedieningsruimte. De drie transformator cellen bevatten ieder een 80MVA-vermogenstransformator en een aansluiting. Deze vermogenstransformatoren zorgen ervoor dat 150kV-hoogspanning naar 20kV-middenspanning wordt getransformeerd. De 20kV-middenspanning wordt vervolgens via de middenspanning schakelinstallatie gedistribueerd in het net deel van Liander. De bedieningsruimte bevat alle apparatuur om de transformatoren en de schakelinstallaties te beveiligen en te besturen. Voor Liander personeel, dat het hoogspanningsstation beheert en onderhoudt, is in een kleine verblijfsruimte voorzien. Net als bij TenneT, worden de Liander installaties via een landelijke bedrijfsvoeringcentrum gemonitord en bediend. Het station wordt voorzien van bliksemspitsen ter bescherming van de vermogenstransformatoren tegen schade en uitval bij een eventuele blikseminslag. In een normale bedrijfssituatie staan twee vermogenstransformatoren in bedrijf en een derde vermogenstransformator dient als reserve. Hiermee kan Liander de gewenste hoge leveringszekerheid van elektrische energie bewerkstelligen, ook tijdens onderhoud of een storing.
Het station biedt ruimte om in de toekomst een vierde vermogenstransformator en een derde schakelruimte te plaatsen om de leveringszekerheid te kunnen garanderen zodra de vermogensvraag naar elektrische energie toeneemt.
Stedin deel Het Stedin station bestaat uit drie transformatorcellen, twee schakelruimten en een bedieningsruimte. In twee transformatorcellen wordt een 90MVA-vermogenstransformator en aansluiting geplaatst. De derde transformator wordt in een later stadium opgeleverd, zodra de vermogensbehoefte toeneemt. Deze transformatoren zorgen ervoor dat de 150kV-hoogspanning naar 20kV-middenspanning wordt getransformeerd. De 20kV-middenspanning wordt vervolgens via de middenspanning schakelinstallatie gedistribueerd in het netdeel van Stedin. De bedieningsruimte bevat alle apparatuur om de transformatoren en de schakelinstallaties te beveiligen en te besturen. Voor Stedin personeel, dat het hoogspanningsstation beheert en onderhoudt, is in een kleine verblijfsruimte voorzien. Het station wordt voorzien van bliksemspitsen ter bescherming van de vermogenstransformatoren tegen schade en uitval bij een eventuele blikseminslag. In een normale bedrijfssituatie staat één vermogenstransformator in bedrijf en een tweede vermogenstransformator dient als reserve. Hiermee kan Stedin de gewenste hoge leveringszekerheid van elektrische energie bewerkstelligen, ook tijdens onderhoud of een storing. Het station biedt ruimte om in de toekomst een derde vermogenstransformator te realiseren om zo de leveringszekerheid te kunnen garanderen, zodra de vermogensvraag naar elektrische energie toeneemt.
Het gehele terrein van het hoogspanningsstation wordt omheind met een hekwerk om te voorkomen dat onbevoegden het hoogspanningsstation betreden en in aanraking komen met de Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 13 van 515
hoogspanning
Landschappelijke inpassing hoogspanningsstation Voor een goede landschappelijke inpassing van het hoogspanningsstation is een beeldkwaliteitplan opgesteld (Bijlage 1). Met de ontwikkeling van het hoogspanningsstation wordt aangesloten bij het karakteristieke orthoganale verkavelingspatroon van de Zuidplaspolder. Het station wordt zo ver mogelijk in de noord-westpunt van de kavel gepositioneerd. Het hoogspanningsstation is aan de noordzijde onderdeel van de bedrijven en duurzame energie zone langs de A12. Hier mag het station zichtbaar zijn. De gebouwen van het hoogspanningsstation liggen in het open perceel en oriënteren zich richting de N219. Het station wordt met windsingels aan het zicht onttrokken en het station sluit aan bij het omringende landschap. Voor het zicht vanaf de N219 wordt ook rekening gehouden met het zicht op het dak. Waar mogelijk worden daarom groene daken toegepast. Voor de inrichting van het terrein wordt gebruik gemaakt van de landschappelijke elementen die aanwezig zijn en voor de bebouwing wordt gebruik gemaakt van een ingetogen vormgeving en materialen. Het plangebied wordt op een natuurvriendelijke manier ingericht met een kruidenrijk grasland en verharding van de ondergrond wordt alleen toegepast waar het nodig is. Onderstaande figuur geeft een impressie van de beoogde inrichting van het hoogspanningsstation.
Het beeldkwaliteitsplan maakt onderdeel uit van de regels. Om te borgen dat de inpassing in ieder geval aan die onderdelen van het beeldkwaliteitsplan voldoet, is in de regels van de bestemming Bedrijf - Nutsvoorziening een voorwaardelijke verplichting opgenomen die regelt dat gelijktijdig met de aanleg, of in ieder geval voorafgaand aan de ingebruikname van het hoogspanningsstation, moet worden voldaan aan de voorwaarden uit deze voorwaardelijke verplichting (aanplant hoog opgaande beplanting en bouwwerken die voldoen aan hetgeen opgenomen is in het Beeldkwaliteitsplan). Landschappelijk is de realisatie van de windsingels bijvoorbeeld een minimale vereiste. Op deze manier wordt het station vanuit de zuid- en zuidwestzijde voor de buitenwereld aan het zicht onttrokken.
Afbeelding 2.2: toekomstige situatie hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 14 van 515
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 15 van 515
Hoofdstuk 3
3.1
Beleidskader
Inleiding
In deze paragraaf wordt een analyse gegeven van het relevante beleidskader. De beleidsnota's die direct of indirect doorwerken in voorliggend bestemmingsplan, worden in deze paragraaf behandeld. Per bestuurslaag is een korte samenvatting gegeven van de meest relevante aspecten uit de verschillende beleidsnota's, alsmede de consequenties voor het voorliggende initiatief.
3.2
Rijksbeleid
3.2.1
Nationale Omgevingsvisie
De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) biedt een duurzaam perspectief voor de Nederlandse leefomgeving. Hiermee kan worden ingespeeld op de grote uitdagingen die voor ons liggen. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. Met de NOVI zet de Rijksoverheid een proces in gang waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050, brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Het Rijk wil sturen op en richting geven aan nationale belangen. Die komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio's; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven vanuit de NOVI is combinaties te maken en win-win situaties te creëren. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen.
Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: in het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Betek enis voor het plan Het plangebied maakt geen onderdeel uit van een NOVI-gebied. De ontwikkeling voorziet in ruimte voor energietransitie en past daarmee binnen de prioriteiten van de NOVI. Verder is het plan niet
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 16 van 515
in strijd met de NOVI.
3.2.2
Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR)
Op 13 maart 2012 is de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) in werking getreden. Deze visie vervangt verschillende bestaande nota's op het gebied van ruimtelijke ordening, waaronder de Nota Ruimte. Het Rijk stelt in de SVIR heldere ambities voor Nederland in 2040, die inspelen op de (inter)nationale ontwikkelingen die de ruimtelijke en mobiliteitsopgaven bepalen richting 2040. Het Rijk zet het ruimtelijke- en mobiliteitsbeleid in voor een concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig Nederland. Voor een aanpak die Nederland concurrerend, leefbaar en veilig maakt, is volgens het Rijk een gewijzigde aanpak noodzakelijk. Het Rijk wil de ruimtelijke ordening zo dicht mogelijk bij diegenen brengen die het aangaan (burgers en bedrijven) en laat meer over aan gemeentes en provincies ('decentraal, tenzij - principe'). Dit betekent minder nationale belangen en eenvoudige regelgeving. Op basis van de genoemde ambities komt het Rijk tot drie rijksdoelen: het vergroten van de concurrentiekracht van Nederland door het versterken van de ruimtelijke-economische structuur van Nederland; het verbeteren, in stand houden en ruimtelijk zekerstellen van de bereikbaarheid waarbij de gebruiker voorop staat; het waarborgen van een leefbare en veilige omgeving waarin unieke natuurlijke en cultuurhistorische waarden behouden zijn.
Voor de hierboven genoemde rijksdoelen zijn 13 nationale belangen geformuleerd. Hiermee geeft het Rijk aan waarvoor het verantwoordelijk is. Het gaat hier om het volgende: 1. een excellente ruimtelijke-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio's met een concentratie van topsectoren; 2. ruimte voor het hoofdnetwerk voor (duurzame) energievoorziening en de energietransitie; 3. ruimte voor het hoofdnetwerk voor vervoer van (gevaarlijke) stoffen via buisleidingen; 4. efficiënt gebruik van de ondergrond; 5. een robuust hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen rondom en tussen de belangrijkste stedelijke regio's inclusief de achterlandverbindingen; 6. betere benutting van de capaciteit van het bestaande mobiliteitssysteem; 7. het in stand houden van het hoofdnet van wegen, spoorwegen en vaarwegen om het functioneren van het mobiliteitssysteem te waarborgen; 8. verbeteren van de milieukwaliteit (lucht, bodem, water) en bescherming tegen geluidsoverlast en externe veiligheidsrisico's; 9. ruimte voor waterveiligheid, een duurzame zoetwatervoorziening en kaders voor klimaatbestendige stedelijke (her)ontwikkeling; 10. ruimte voor behoud en versterking van (inter)nationale unieke cultuurhistorische en natuurlijke kwaliteiten; 11.
ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora- en faunasoorten; 12. ruimte voor militaire terreinen en activiteiten; 13. zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten. Betek enis voor dit bestemmingsplan Met onderhavig bestemmingsplan worden de aanleg van een nieuw hoogspanningsstation juridisch-planologisch mogelijk gemaakt. Hiermee draagt het bestemmingsplan bij aan één van de nationale belangen: het bieden van ruimte voor het hoofdnetwerk voor energievoorziening. Verder is het bestemmingsplan niet in strijd met één van de overige nationale belangen uit de SVIR.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 17 van 515
3.2.3
Besluit algemene regels ruimtelijke ordening
Het beleid dat in de SVIR is geformuleerd, is in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (hierna: Barro) vastgelegd in regelgeving. In het Barro zijn nationale belangen vastgelegd waar provincies en gemeenten rekening mee moeten houden bij het opstellen van inpassingsplannen en bestemmingsplannen. De elektriciteitsvoorziening is aangemerkt als een nationaal belang. Wat betreft de elektriciteitsvoorziening zijn bestaande hoogspanningsverbindingen opgenomen. Voor hoogspanningsverbindingen, waaronder ook de schakel- en hoogspanningsstations vallen, zijn de volgende regels opgenomen: een bestemmingsplan dat betrekking heeft op een hoogspanningsverbinding bevat het tracé van die hoogspanningsverbinding en laat het gebruik als hoogspanningsverbinding toe; een bestemmingsplan wijst geen ander tracé van de hoogspanningsverbinding aan; in afwijking van het tweede punt kan, na schriftelijk advies van de beheerder van het hoogspanningsnet, een ander tracé voor de hoogspanningsverbinding worden aangewezen, mits de hoogspanningsverbinding als zodanig in het bestemmingsplan wordt gehandhaafd, het bestemmingsplan het gebruik van dat gewijzigde tracé als hoogspanningsverbinding toelaat en het tracé aansluit op het tracé van de hoogspanningsverbinding in de naastliggende bestemmingsplannen.
Betek enis voor dit bestemmingsplan In het Barro wordt een verbinding van minstens 220 kV gezien als een hoogspanningsverbinding. Met het voorliggende bestemmingsplan wordt een hoogspanningsstation juridisch-planologisch mogelijk gemaakt, waarop uiteindelijk een ondergrondse hoogspanningsverbinding van 150 kV op aangesloten wordt. Het bestemmingsplan is niet in strijd met de regels uit het Barro. 3.2.4
Besluit ruimtelijke ordening
Het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) geeft regels waar concrete ruimtelijke projecten aan moeten voldoen. Zo is in het Bro de Ladder voor duurzame verstedelijking verankerd. Deze ladder is gericht op vraaggericht programmeren en het zorgvuldig benutten van ruimte. Het Besluit ruimtelijke ordening is op 1 juli 2017 gewijzigd. Met de wijziging van het Bro is ook een nieuwe ladder systematiek geïntroduceerd, waarbij de ladder geen treden meer bevat. Hierbij moet ten eerste de behoefte aan de ontwikkeling worden beschreven en ten tweede moet bij buiten stedelijke ontwikkelingen worden gemotiveerd waarom deze niet binnenstedelijk plaats kunnen vinden. Als sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, dan moet er getoetst worden aan de ladder voor duurzame verstedelijking. Volgens artikel 1.1.1, lid 1 onder 1 van het Bro is sprake van een nieuwe stedelijke ontwikkeling indien een project ziet op de ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. Bij de beoordeling of er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, wordt gekeken of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte.
Daarvan is in beginsel sprake als een nieuw ruimtelijk besluit meer bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was of volgens het voorheen geldende planologische regime kon worden gerealiseerd. Indien de ladder voor duurzame verstedelijking van toepassing is moet worden beschreven in hoeverre de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte. Betek enis voor het bestemmingsplan Het Besluit ruimtelijke ordening stelt vanuit de rijksverantwoordelijkheid voor een goed systeem van ruimtelijke ordening juridische kaders aan de processen van ruimtelijke belangenafweging en besluitvorming bij verschillende overheden. In het voorliggende bestemmingsplan is sprake van een wijziging van het ruimtebeslag: de realisatie van een nieuw hoogspanningsstation. Of sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling, moet het voornemen vergeleken worden met voornoemde definitie van een stedelijke ontwikkeling. Volgend uit jurisprudentie wordt een nieuw
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 18 van 515
hoogspanningsstation niet als nieuwe stedelijke ontwikkeling beschouwd (zie uitspraak van 26 april 2017 ECLI:NL:RVS:2017:1123 Hollands Kroon). Een toetsing aan de Ladder is derhalve niet nodig. Daar komt bij dat de gewenste ontwikkeling nodig is om in de toekomst te kunnen voorzien in de vraag naar elektrisch vermogen in de omgeving. Dit is van belang voor een goed functionerend en betrouwbaar elektriciteitsnetwerk. De locatiekeuze is weloverwogen tot stand gekomen, waarbij verschillende belangen afgewogen zijn. Indien gekozen zou worden voor een andere locatie zijn er hogere maatschappelijke kosten voorzien en is er sprake van een complexere uitbreiding
3.3
Provinciaal / regionaal beleid
3.3.1
Beleid provincie Zuid-Holland
Omgevingsvisie Zuid-Holland (2019) De Omgevingsvisie Zuid-Holland is het provinciaal beleidsplan van de fysieke leefomgeving. De meeste recente versie van de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland is in werking getreden op 1 april 2019 en volgt daarmee de Visie Ruimte en Mobiliteit uit 2014 op. Met de Omgevingsvisie anticipeert de provincie op het in werking treden van de Omgevingswet. In de nieuwe Omgevingsvisie is het volledige omgevingsbeleid van de provincie vervat, zoals de Omgevingswet ook zal voorschrijven. In de Omgevingsvisie worden de huidige beleidsplannen in één document verenigd: de provinciale ruimtelijke structuurvisie, artikel 2.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro); het milieubeleidsplan, artikel 4.9 van de Wet milieubeheer (Wm); het regionale waterplan, artikel 4.4 van de Waterwet (Ww); het verkeers- en vervoersplan, artikel 5 van de Planwet verkeer en vervoer; de natuurvisie, artikel 1.7 van de Wet natuurbescherming (Wnb). De provincie Zuid-Holland kiest hierbij voor een opgavegerichte aanpak, waarbij steeds samenhangende beleidsonderdelen worden vernieuwd waar dat nodig is. Het provinciale omgevingsbeleid is dus geen statisch (eind)document, maar een document waarmee voortdurend de dialoog wordt gezocht met de diverse ruimtelijke actoren: altijd klaar, maar nooit af.
Hoofddoel van de Omgevingsvisie Zuid-Holland is het scheppen van voorwaarden voor een economisch krachtige regio. Dat betekent: ruimte bieden om te ondernemen, het mobiliteitsnetwerk op orde en zorgen voor een aantrekkelijke leefomgeving. De sturingsfilosofie van de omgevingsvisie betreft: 1. Ruimte bieden aan ontwikkelingen; 2. Aansluiten bij de maatschappelijke vraag naar woningen, bedrijventerreinen, kantoren, winkels en mobiliteit; 3. Allianties aangaan met maatschappelijke partners; 4. Minder toetsen op regels en meer sturen op doelen. Betek enis voor het bestemmingsplan Met het bestemmingsplan worden de aanleg en instandhouding van ondergrondse hoogspanningsverbindingen mogelijk gemaakt, evenals de aanleg van een nieuw hoogspanningsstation. Voornoemd initiatief past bij de grotere vraag naar elektriciteit in gemeente Zuidplas en omgeving. Dat komt enerzijds door de toegenomen vraag van de bedrijven in de omgeving en anderzijds door diverse projecten waarbij duurzame energie wordt opgewekt. Hiermee sluit de beoogde ontwikkeling aan bij de sturingsfilosofie zoals die is omschreven in omgevingsvisie Zuid-Holland, waaronder ruimte bieden aan ontwikkelingen en aansluiten bij de maatschappelijke vraag.
Omgevingsverordening Zuid-Holland (2019) Gelijktijdig met de omgevingsvisie hebben de Provinciale staten van Zuid-Holland op 20 februari 2019 de Omgevingsverordening vastgesteld. Deze verordening vormt de vertaling van het provinciaal beleid, in algemene regels (zoals bedoeld in artikel 4.1 van de Wet ruimtelijke Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 19 van 515
ordening). Hiermee is het beleid van de provincie juridisch verankerd. In de verordening zijn regels gesteld over de inhoud van bestemmingsplannen en de inhoud van de toelichting van bestemmingsplannen. Bij het opstellen van bestemmingsplannen dient daarom ook rekening te worden gehouden met provinciaal beleid. Het gaat daarbij verder vooral om het integrale ruimtelijke beleid dat is opgenomen in de provinciale Omgevingsvisie. Artikel 6.15 Glastuinbouwgebied Het hoogspanningsstation komt in een gebied te liggen dat in de provinciale verordening aangewezen is als Greenport Glastuinbouwgebied. Het betreft een glastuinbouwgebied waar in eerste instantie alleen glastuinbouwbedrijven en openlucht tuinbouwbedrijven toegelaten worden. Voor het gebied Glasparel en Knibbelweg-Oost, waar het plangebied binnen valt, kan een bestemmingsplan een nieuwe ruimtelijk ontwikkeling toelaten die niet behoort tot de keten van glastuinbouw, zolang het gronden betreft die geometrisch bepaald zijn en verbeeld zijn op kaart 11 in Bijlage II van de Verordening en de ruimtelijke ontwikkeling plaatsvindt met toepassing van efficiënt en meervoudig grondgebruik door een combinatie met glastuinbouw. Betek enis voor het bestemmingsplan Op dit moment dreigt de stroomvoorziening in de regio Zuidplaspolder, waaronder bedrijven, nieuwe woningbouw en glastuinbouw, in het geding te komen.
Hoewel met het hoogspanningsstation geen mogelijkheden bestaan om meervoudig grondgebruik door een combinatie met glastuinbouw toe te passen, draagt het initiatief wel bij aan een toekomstbestendige energievoorziening in het gebied. Het plan sluit daarmee aan bij de uitgangspunten van de provinciale omgevingsverordening van Zuid-Holland.
3.4
Gemeentelijk beleid
Structuurvisie Zuidplas 2030 De Structuurvisie Zuidplas 2030 is een kader voor de gebieds- en ruimtelijke opgaven die Zuidplas in de komende decennia wil realiseren. De gemeente Zuidplas wil een gemeente zijn van springlevende dorpen en buurtschappen, waar volop ruimte is voor ondernemerschap en daarnaast aantrekkelijke recreatiemogelijkheden heeft in een groene omgeving. Dit alles met een goede bereikbaarheid en oog voor milieu en duurzaamheid. De structuurvisie is thematisch opgebouwd, met voor ieder thema een eigen themakaart die gebundeld zijn in een kaart met ruimtelijke opgaven. Het plangebied van het hoogspanningsstation valt binnen een gebied dat binnen themakaart Werken aangeduid is als Het Plantagekwadrant. De ruimtelijke opgaven die voor dit gebied gelden, zien op de realisatie van een hoogwaardig bedrijvenlandschap. Dit vormt de entree van de Zuidplaspolder vanaf de A12. Om deze representatieve functie te realiseren, wordt ingezet op hoogwaardige bedrijvigheid met een aantrekkelijke architectuur. Het zuidelijk deel van het Plantagekwadrant, daar waar het hoogspanningsstation voorzien is, sluit functioneel aan bij Knibbelweg-Oost. Het deel ten noorden van de A12 biedt ruimte aan kleinschalige kantoren.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 20 van 515
Afbeelding 3.1: Themakaart werken, Structuurvisie Zuidplas 2030
Betek enis voor dit bestemmingsplan Dit plan leidt niet tot een onevenredige aantasting van de kwaliteit van de woon- en leefomgeving. Door het nieuwe hoogspanningsstation mogelijk te maken, wordt de levering van elektriciteit afgestemd op de toekomstige verwachting ten aanzien van de vraag naar elektriciteit. Daarmee draagt de voorgenomen ontwikkeling ook bij aan het vestigingsklimaat: een leveringszekere Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 21 van 515
energievoorziening is hierbij een basisvoorwaarde. Binnen de gemeentelijke structuurvisie is het plangebied aangemerkt als hoogwaardig bedrijvenlandschap. In het BKP wordt duidelijk hoe aangesloten wordt op de beoogde aantrekkelijke architectuur en de landschappelijke inpassing in dit gebied. Het planvoornemen past daarmee binnen de gemeentelijke structuurvisie.
3.5
Conclusie beleidskader
Het bestemmingsplan past binnen de beleidsdoelstellingen van alle overheidsniveaus met als belangrijkste doel het streven naar zuinig en duurzaam ruimtegebruik waarbij adequate en voldoende levering van elektriciteit in de toekomst kan worden geborgd.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 22 van 515
Hoofdstuk 4
4.1
Milieu- en omgevingsaspecten
Inleiding
In dit hoofdstuk volgt de verantwoording voor de realisatie van het hoogspanningsstation en bijhorende ondergrondse 150kV-hoogspanningsverbinding aan de hand van de relevante milieu- en omgevingsaspecten.
4.2
Milieueffectrapportage
Relevant kader De milieueffectrapportage (m.e.r.) is een instrument om bij besluitvorming over activiteiten met mogelijk belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu het milieubelang een volwaardige plaats te geven. Op grond van het Besluit milieueffectrapportage kan worden bepaald welke m.e.r.-procedure van toepassing is. Voor het bestemmingsplan is op grond van het Besluit milieueffectrapportage een vormvrije m.e.r. aanmeldingsnotitie noodzakelijk. Aanmeldingsnotitie Het betreft een project (kolom 4) in de zin van het Besluit milieueffectrapportage. Onderhavig plan omvat de realisatie van een nieuw hoogspanningsstation. Voorts is hierin de aanleg van een ondergrondse hoogspanningsverbinding meegenomen, waarvan het tracé nog niet definitief vastgesteld is. Het indicatieve tracé is wel meegenomen, om eventuele cumulatieve effecten in beeld te krijgen. Gezien de omvang van het beoogde hoogspanningsstation en de toepassing van de bestemming 'Bedrijf - Hoogspanningsstation' is sprake van 'de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein'. Deze activiteit is opgenomen onder D11.3. De activiteit blijft onder de drempelwaarde van 75 hectare of meer. Daarnaast valt de ontwikkeling onder activiteit D24.2 uit het Besluit milieueffectrapportage: "de aanleg, wijziging, of uitbreiding van een ondergrondse hoogspanningsleiding". De drempelwaarden bij deze activiteit zijn: 1.
een spanning van 150kV of meer; en 2. een lengte van 5 kilometer of meer in een gevoelig gebied als bedoeld onder a, b of d van punt 1 van onderdeel A van de bijlage bij het Besluit m.e.r. Er is sprake van het aanleggen van een ondergrondse hoogspanningsverbinding met een spanning van 150 kV. De aanleg vindt niet voor minstens 5 kilometer plaats in een gevoelig gebied. Hiermee worden de drempelwaarden uit het Besluit milieueffectrapportage niet gehaald. Voor de aanleg van het hoogspanningsstation en de ondergrondse hoogspanningsverbinding zal grondwater aan de bodem onttrokken worden. Daarmee is er ook sprake van de activiteit voor onttrekking van grondwater aan de bodem opgenomen onder categorie C15.1 en D 15.2 van het Besluit m.e.r. De drempelwaarden bij deze activiteit zijn: Voor C15.1: in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 10 miljoen m³ of meer per jaar. Voor D15.2: in gevallen waarin de activiteit betrekking heeft op een hoeveelheid water van 1,5
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 23 van 515
miljoen m³ of meer per jaar. De onttrekking van grondwater voor de beoogde ontwikkeling blijft onder bovengenoemde drempelwaarden. Voor elk van de activiteiten die van toepassing zijn, wordt de drempelwaarde niet gehaald. Daarom kan worden volstaan met het doorlopen van vormvrije m.e.r. procedure. Voor dit bestemmingsplan is een aanmeldingsnotitie vormvrije m.e.r. opgesteld. Deze aanmeldingsnotitie is bijgevoegd in Bijlage 1. Conclusie Gezien de omvang van de activiteiten in relatie tot de drempelwaarden en de verwachte effecten, zijn er geen belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu te verwachten. Nadere analyse in een m.e.r.-procedure is niet noodzakelijk.
4.3
Bedrijven en milieuzonering
In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige functies zoals bijvoorbeeld woningen: ter plaatse van de woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd; rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en milieuruimte van de betreffende bedrijven. Voor de afstemming tussen milieugevoelige en milieuhinderlijke functies, wordt in het algemeen gebruikgemaakt van de VNG-publicatie Bedrijven en milieuzonering (editie 2009). In deze publicatie is een lijst opgenomen waarin de meest voorkomende bedrijven en bedrijfsactiviteiten zijn gerangschikt naar mate van milieubelasting. Voor elke bedrijfsactiviteit is de maximale richtafstand ten opzichte van milieugevoelige functies aangegeven op grond waarvan de categorie-indeling heeft plaatsgevonden. Milieuzonering beperkt zich tot de milieuaspecten met een ruimtelijke dimensie: geluid, geur, gevaar en stof. De richtafstanden gelden ten opzichte van het omgevingstype 'rustige woonwijk/rustig buitengebied'. Voor het omgevingstype 'gemengd gebied' gelden kleinere afstanden. De richtafstanden gelden voor de aangegeven bedrijfsactiviteiten in het algemeen. Op basis van onderzoek naar de specifieke milieusituatie van een bedrijf kunnen kleinere aan te houden afstanden gerechtvaardigd zijn.
Hiermee kan dan onderbouwd worden afgeweken van de richtafstanden indien de specifieke bedrijfsvoering van het betreffende bedrijf daar aanleiding toe geeft. Betek enis voor het bestemmingsplan Met de realisatie van een nieuw 150/20kV-hoogspanningsstation in de Zuidplaspolder is er geen sprake van milieugevoelige functies. De ontwikkeling van het hoogspanningsstation heeft wel betrekking op een milieuhinderlijke functie. Er dient derhalve getoetst te worden of met het beoogde hoogspanningsstation voldoende afstand wordt gehouden tot milieugevoelige functies. Voor de richtafstanden die aangehouden moeten worden, is uitgegaan van 'Elektriciteitsdistributiebedrijven, met transformatorvermogen 200MVA - 1.000MVA' uit de VNG Brochure Bedrijven en Milieuzonering. Het hoogspanningsstation valt onder categorie 4.2 met een richtafstand van 300 meter voor geluid en 50 meter voor gevaar. In de nabijheid van het plangebied zijn geen gevoelige functies aanwezig. Er wordt voldaan aan de gestelde richtafstanden. Daarnaast is in onderhavig bestemmingplan voor het hoogspanningsstation een hindercontour voor geluid opgenomen. Het aspect geluid wordt nader behandeld in paragraaf 4.5 Geluid. Geconcludeerd wordt dat het aspect bedrijven en milieuzonering geen belemmering vormt voor de ontwikkeling van het hoogspanningsstation.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 24 van 515
4.4
Luchtkwaliteit
Nederland heeft de Europese regels ten aanzien van luchtkwaliteit geïmplementeerd in de Wet milieubeheer (Wm), titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen. Alleen waar sprake is van in de Wm genoemde uitoefening van bevoegdheden of toepassing van wettelijke voorschriften (artikel 5.16, lid 2) èn deze uitoefening of toepassing gevolgen kan hebben voor de luchtkwaliteit, dient een toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit plaats te vinden. Als aan minimaal één van de volgende voorwaarden wordt voldaan, vormen luchtkwaliteitseisen in beginsel geen belemmering voor het uitoefenen van de bevoegdheid: er is geen sprake van een feitelijke of dreigende overschrijding van een grenswaarde; een project leidt – al dan niet per saldo – niet tot een verslechtering van de luchtkwaliteit; een project draagt 'niet in betekenende mate' (NIBM) bij aan de luchtverontreiniging; een project past binnen het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit), of binnen een regionaal programma van maatregelen. In de algemene maatregel van bestuur 'Niet in betekenende mate' (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Het begrip 'niet in betekenende mate' is gedefinieerd als 3% van de grenswaarde voor NO2 en fijn stof (PM10 en PM2,5).
In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen (inrichtingen, kantoor- en woningbouwlocaties) opgenomen die niet in betekende mate bijdragen aan de luchtverontreiniging. Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden. Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Betek enis voor het bestemmingsplan Ten gevolge van dit bestemmingsplan zal het aantal verkeersbewegingen niet of nauwelijks toenemen. De grootste intensiteit van verkeersbewegingen vindt plaats gedurende de aanlegfase. Het aantal verkeersbewegingen in de aanlegfase is beperkt en tijdelijk. In de gebruiksfase vinden beperkt verkeersbewegingen plaats ten behoeve van onderhoud en beheer. Het plan draagt dan ook niet in betekenende mate bij aan de toename van de hoeveelheid stikstofdioxide en fijnstof in de lucht. Er wordt voldaan aan de luchtkwaliteitswetgeving en nader onderzoek is niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan op basis van de gegevens van Atlas Leefomgeving (https://www.atlasleefomgeving.nl/kaarten).
De gemiddelde achtergrondconcentratie over 2018 voor NO2 varieert in het plangebied van 21 tot 29 µg/m³. Voor fijnstof PM10 ligt de gemiddelde achtergrondconcentratie over 2018 tussen de 19 tot 20 µg/m³ en voor PM2,5 variëren de waarden tussen de 11 en 12 µg/m³. Voor elk van de concentraties (NO2, PM10 en PM2,5) wordt de grenswaarde niet overschreden. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor onderhavig bestemmingsplan.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 25 van 515
4.5
Geluid
De Wet geluidhinder (Wgh) biedt een toetsingskader voor het geluidniveau op de gevels van geluidgevoelige bestemmingen, zoals scholen. De wet kent een ondergrens, de zogenaamde voorkeurswaarde. Wanneer de geluidbelasting lager is dan deze waarde, zijn de voorwaarden die de Wet geluidhinder stelt aan het realiseren van geluidgevoelige functies niet van toepassing. Daarnaast is er in de wet een bovengrens opgenomen, de maximaal toelaatbare geluidbelasting. Indien de geluidbelasting hoger is dan deze waarde, is het realiseren van geluidgevoelige functies in principe niet mogelijk. Wanneer de geluidbelasting tussen de voorkeurswaarde en de maximaal toelaatbare geluidbelasting ligt, is het realiseren van geluidgevoelige functies aan beperkingen gebonden en alleen onder voorwaarden mogelijk. Dit wordt een 'hogere waarde' genoemd ('hoger' in de zin van hoger dan de voorkeurswaarde) en wordt via een formele procedure vastgelegd. Betek enis voor het bestemmingsplan In het kader van de beoogde ontwikkeling, is voor het hoogspanningsstation een akoestisch haalbaarheidsonderzoek uitgevoerd (Bijlage 2). In het akoestisch onderzoek zijn de maximale planologische mogelijkheden als uitgangspunten gehanteerd. Er is uitgegaan van een maximale bedrijfsvoering waarbij alle transformatoren volledig worden belast gedurende het gehele etmaal ('worst case'-benadering).
De compensatiespoelen zijn eveneens beide continu (24 uur per dag) in bedrijf verondersteld. Navolgend worden de conclusies uit het onderzoek beschreven. Langtijdgemiddelde beoordelingsniveaus Uit de resultaten van de berekeningen blijkt dat de door het geprojecteerde 150/20kV-hoogspanningsstation optredende geluidbelasting bij alle bestaande woningen in de omgeving ten hoogste 43 dB(A) zal bedragen, zelfs indien een toeslag voor tonaal geluid in rekening wordt gebracht. Exclusief toeslag bedraagt de geluidbelasting ten hoogste 38 dB(A). Bij alle woningen wordt derhalve ruimschoots voldaan aan de voorkeursgrenswaarde op basis van de Wet geluidhinder (50 dB(A) etmaalwaarde).
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 26 van 515
Afbeelding 4.1: ligging etmaalwaardecontouren hoogspanningsstation inclusief zonegrens In de 'ontwikkelingsvisie middengebied Zuidplas' is in de toekomst op een viertal locaties woningbouw voorzien (ten zuidoosten van het geprojecteerde hoogspanningsstation). De dichtstbij gelegen geprojecteerde woningen zullen zich op iets meer dan 300 meter afstand van de inrichting bevinden, waarbij de geluidbelasting lager zal zijn dan 45 dB(A), inclusief toeslag. Derhalve worden ook voor de toekomstige woningbouw geen knelpunten voorzien. Uit het onderzoek volgt dat bij woningen (zowel de huidige als toekomstige woningen) geluidbelastingen ten gevolge van het hoogspanningsstation worden berekend die voldoen aan de streefwaarde voor gebiedstype 'rustige woonwijk'. In deze situatie is het verdedigbaar uit te gaan van hogere streefwaarden omdat de omgeving niet direct kan worden aangemerkt als 'rustige woonwijk' maar als een type omgeving waar hogere geluidniveaus optreden. Dit vanwege de ligging van de bestaande woningen nabij bedrijven en de aanwezigheid van de (snel)wegen en het spoor. De compensatiespoelen zijn maatgevend voor de geluidbelasting. Middels plaatsing van deze spoelen in driezijdige cellen wordt de geluidemissie naar de omgeving beperkt. Verdergaande maatregelen worden niet noodzakelijk geacht.
Maximale geluidniveaus Vanwege het schakelen met de vermogensschakelaars kunnen 'maximale geluidniveaus' (geluidpieken) optreden. Er zijn maximale geluidniveaus van ten hoogste 50 dB(A) bij woningen berekend. Dit is ruimschoots lager dan de normaliter te vergunnen waarden (te weten: 70 dB(A) voor de dagperiode, 65 dB(A) voor de avondperiode en 60 dB(A) voor de nachtperiode) Betek enis voor het bestemmingsplan Er kan geconcludeerd worden dat het aspect geluid geen belemmering vormt voor de beoogde ontwikkeling. Gelet op het in de toekomst opgestelde elektrische vermogen (meer dan 200 MVA) is in de regels en op de verbeelding van het bestemmingsplan een geluidzone in het kader van de Wet geluidhinder opgenomen. Binnen de voorgestelde geluidzone zijn geen geluidgevoelige bestemmingen gelegen.
4.6
Bodem
Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening moet worden aangetoond dat de kwaliteit van de bodem en het grondwater in het plangebied in overeenstemming zijn met het beoogde gebruik. Dit is geregeld in de Wet Bodembescherming. Ontwikkelingen kunnen pas plaatsvinden als de bodem waarop deze ontwikkelingen plaatsvinden, geschikt is of geschikt is gemaakt voor het beoogde doel. Bij een bestemmingswijziging is een bodemonderzoek slechts noodzakelijk, indien de bestemmingswijziging een wijziging naar een strenger bodemgebruik inhoudt. Bij een bestemmingswijziging die een gelijkblijvend of minder streng bodemgebruik oplevert, is de bodemkwaliteit in het kader van de bestemmingswijziging niet relevant en is bodemonderzoek niet noodzakelijk. In het kader van een goede ruimtelijke ordening, worden onderstaand de resultaten van het historisch bodemonderzoek dat voor onderhavig project is uitgevoerd, behandeld. Betek enis voor het bestemmingsplan In verband met de netuitbreiding in de Zuidplaspolder is inzicht in de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem verkregen ter plaatse van de voorziene 150 kV verbinding (Bijlage 3). Dit tracé is echter nog niet definitief. Ter plaatse van het nieuwe hoogspanningsstation wordt bij ter inzage legging van onderhavig ontwerp bestemmingsplan een milieuhygienisch bodemonderzoek uitgevoerd.
Over het algemeen zijn agrarische percelen onverdacht op het voorkomen van een bodemverontreiniging. De verwachting is dat de kwaliteit van de bodem het gebruik van de gronden ten behoeve van het hoogspanningsstation niet in de weg zit.
Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 27 van 515
4.7
Ecologie
Met de Wnb zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dieren plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming De minister van Economische Zaken wijst Natura 2000-gebieden aan, de speciale beschermingszones als bedoeld in de Vogel- en de Habitatrichtlijn. Het aanwijzingsbesluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor het gebied. De provincie stelt voor het Natura 2000-gebied iedere 6 jaar een beheerplan vast. Op grond van de artikelen 2.7 en 2.8 Wnb stelt een bestuursorgaan een plan dat significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000-gebied uitsluitend vast indien uit een passende beoordeling van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied, waarin rekening is gehouden met de instandhoudingsdoelstellingen voor dat gebied, de zekerheid is verkregen dat het plan de natuurlijke kenmerken van het gebied niet zal aantasten. Als uit de passende beoordeling die vereiste zekerheid niet is verkregen kan het plan uitsluitend worden vastgesteld als is voldaan aan elk van de voorwaarden: a. er zijn geen alternatieve oplossingen; b. het plan is nodig om dwingende redenen van groot openbaar belang, en c.
er worden de nodige compenserende maatregelen getroffen om te waarborgen dat de algehele samenhang van Natura 2000 bewaard blijft. Als het plan significante gevolgen kan hebben voor een prioritair type natuurlijke habitat of een prioritaire soort in een Natura 2000-gebied geldt in plaats van de hiervoor genoemde voorwaarde b, de voorwaarde dat het plan nodig is vanwege: 1. argumenten die verband houden met de menselijke gezondheid, de openbare veiligheid of met voor het milieu wezenlijk gunstige effecten, of 2. andere dwingende redenen van openbaar belang, na advies van de Europese Commissie. Als compenserende maatregelen nodig zijn, moeten deze onderdeel uitmaken van het plan. Wanneer ingevolge de Wet natuurbescherming voor een (bestemmings)plan een passende beoordeling moet worden gemaakt, moet op grond van artikel 7.2a van de Wet milieubeheer ook een milieueffectrapport worden opgesteld. Soortenbescherming De Wnb kent drie verschillende beschermingsregimes voor soorten: a. een beschermingsregime voor Vogelrichtlijnsoorten; Op grond van dit regime is het verboden om opzettelijk in het wild levende vogels te doden of te vangen, om opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren te vernielen of te beschadigen, nesten van vogels weg te nemen en om vogels opzettelijk te storen. b.
een beschermingsregime voor soorten van de Habitatrichtlijn en van de Verdragen van Bern en Bonn; Dit regime bevat de verboden om in het wild levende dieren van de bedoelde soorten in hun natuurlijk verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen, opzettelijk te verstoren, hun eieren opzettelijk te vernielen of te rapen, hun voortplantingsplaatsen of rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en om bedoelde plantensoorten opzettelijk te plukken en te vernielen. c. een beschermingsregime voor andere, vanuit nationaal oogpunt beschermde soorten. Op grond van dit regime is het verboden om de soorten die zijn opgenomen in de bijlage bij de wet van de bijlagen opzettelijk te doden of te vangen, de vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van de in de bijlage genoemde dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen en om bepaalde vaatplanten opzettelijk te plukken en te vernielen. Van deze verboden kan de provincie ontheffing (in individuele gevallen) respectievelijk (bij verordening) vrijstelling verlenen. Dit kan alleen als aan drie criteria is voldaan: Hoogspanningsstation Zevenhuizen/Zuidplaspolder Pagina 28 van 515
a. er is geen andere bevredigende oplossing voor de handeling mogelijk; b. de handeling is nodig vanwege een van de in de wet genoemde en per beschermingsregime verschillende belangen, zoals de volksgezondheid, de openbare veiligheid of (bij het beschermingsregime voor nationaal beschermde soorten) in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling van gebieden en het daaropvolgende gebruik van het betreffende gebied; c. de ingreep doet geen afbreuk aan de staat van instandhouding van de betreffende soort. Voor een deel van de andere, vanuit nationaal oogpunt beschermde soorten hebben provinciale staten in de Omgevingsverordening Gelderland vrijstelling verleend voor zover het gaat om handelingen in het kader van de ruimtelijke inrichting of ontwikkeling en het bestendig beheer en onderhoud. Houtopstanden Tot slot kent de Wnb het verbod om een houtopstand geheel of gedeeltelijk te (doen) vellen, zonder voorafgaande melding daarvan aan de provincie. Dit verbod geldt niet binnen de bebouwde kom en voor bepaalde typen bomen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening is bepaald dat de aanwijzing en begrenzing van de gebieden die behoren tot het 'natuurnetwerk Nederland' en de aanwijzing van de wezenlijke kenmerken en waarden van die gebieden bij provinciale verordening geschiedt.
Ook is daarin bepaald dat bij provinciale verordening regels worden gesteld over bestemmingsplannen die betrekking hebben op een gebied behorend tot het natuurnetwerk Nederland. Betek enis voor het bestemmingsplan Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is een verkennend onderzoek uitgevoerd naar mogelijke effecten voor beschermde plant- of diersoorten en beschermde gebieden (Bijlage 4). Gebiedsbescherming Er liggen twee Natura 2000-gebieden binnen 10 kilometer van de locatie van het hoogspanningsstation, namelijk De Wilck op circa 8,2 kilometer en Broekvelden, Vettenbroek & Polder Stein op circa 9,2 kilometer. Het eerstvolgende Natura 2000-gebied Nieuwkoopse Plassen & De Haeck ligt op circa 13,3 kilometer. De werkzaamheden in het plangebied resulteren niet in een oppervlakteverlies van het Natura 2000-gebied, evenmin veroorzaakt het versnippering voor aangewezen soorten, verontreiniging of verdroging. Negatieve effecten van geluid, beweging en trilling op de instandhoudingsdoelstellingen zijn uit te sluiten. De werkzaamheden kunnen in de aanlegfase gepaard gaan met emissie van stikstof. Deze emissie kan zich over een afstand van meerdere kilometers verplaatsen en zodoende van invloed zijn op stikstofgevoelige habitats en/of leefgebieden op Natura 2000-gebieden.