Bijlage 3 - Beschouwing externe veiligheid
Tekst van het document
Opdrachtgever: Projectnr: Datum:
Buro SRO SRO 23 juli 2025
Opdrachtgever: Projectnr: Rapportnr: Status: Datum:
Buro SRO SRO 20250723-SRO096-RAP-EV 1.0 Definitief 23 juli 2025
Opsteller: PC
-+C0PC+-
Verificatie: RA T 088 - 33 66 333 F 088 - 33 66 099 E info@kragten.nl © 2025 Kragten Niets uit dit rapport mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Kragten. Het is tevens verboden informatie en kennis verwerkt in dit rapport ter beschikking te stellen aan derden of op andere wijze toe te passen dan waaraan in de overeenkomst toestemming wordt verleend.
-+R0RA+-
Validatie: RA
-+V0RA+-
INHOUDSOPGAVE 2.1 2.2 2.3 2.4
Plaatsgebonden risico.................................................................................................................................................. 5 Aandachtsgebieden..................................................................................................................................................... 5 Voorschriftengebieden ................................................................................................................................................. 6 Belemmeringengebied buisleidingen gevaarlijke stoffen ..................................................................................................... 6
3.1 3.1.1 3.2 3.2.1 3.2.2 3.3 3.4
Ligging plangebied ..................................................................................................................................................... 7 Te verwachten risico’s ................................................................................................................................................. 8 Brandaandachtsgebied ................................................................................................................................................ 8 Bestrijding calamiteit................................................................................................................................................... 8 Zelfredzaamheid ........................................................................................................................................................ 8 Risicocommunicatie .................................................................................................................................................... 9 Tot slot .................................................................................................................................................................... 9
3
1
INLEIDING In opdracht van Buro SRO is door Kragten een inventarisatie uitgevoerd naar de externe veiligheidsrisico’s ten behoeve van de herbestemming van een woning aan de ’s-Gravenweg 16 te Nieuwerkerk aan den IJssel, binnen de gemeente Zuidplas. Het voornemen is om het gebruik door de Stichting Voedselbank Zuidplas mogelijk te maken. Voor het plan dient een ruimtelijke procedure doorlopen te worden. Binnen omgevingsveiligheid is externe veiligheid één van de te beschouwen aspecten. De ligging van het plangebied (rode arcering) is in de onderstaande afbeelding weergegeven.
Afbeelding 1
Globale ligging plangebied (bron: PDOK)
In het kader van het onderzoek naar het planvoornemen dienen de externe veiligheidsrisico’s ten gevolge van activiteiten in de directe omgeving te worden geïnventariseerd. Externe veiligheidsrisico’s kunnen ontstaan door het transport van gevaarlijke stoffen door buisleidingen en over transportroutes (weg, spoor en water) en het gebruik of de opslag van gevaarlijke stoffen.
4
2
WETTELIJK KADER
2.1
Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans op overlijden van een onbeschermd en continu aanwezig persoon buiten de begrenzing van de locatie waar een activiteit wordt verricht, als rechtstreeks gevolg van een ongewoon voorval veroorzaakt door die activiteit. Voor kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen en kwetsbare locaties betreft de kans van 1 op de 1.000.000 (PR 10-6) een grenswaarde, met uitzondering van kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen op een locatie die parallel aan een tunnel is gelegen of boven een tunnel waardoor het vervoer van brandbare gassen in bulkhoeveelheden en ontplofbare stoffen niet is toegestaan. Voor de afstanden wordt verwezen naar bijlage VII behorende bij het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In artikel 5.9 van het Bkl wordt aangegeven tot waar deze afstanden gelden.
2.2
Aandachtsgebieden Aandachtsgebieden zijn gebieden die zichtbaar maken waar mensen binnenshuis, zonder aanvullende maatregelen, onvoldoende beschermd kunnen zijn tegen de gevolgen van ongevallen met gevaarlijke stoffen. De aandachtsgebieden zijn een kenmerk van een activiteit met externe veiligheidsrisico’s. Er zijn drie typen aandachtgebieden die onderscheid maken tussen drie gevaren: Brandaandachtsgebied (BAG) is de locatie begrensd door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een plasbrand of fakkelbrand, de warmtestraling ten hoogste 10 kW/m² is Explosieaandachtsgebied (EAG) is de locatie begrens door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot: a. een kokende vloeistof-gasexpansie-explosie (BLEVE) de warmtestraling ten hoogste 35 kW/m² is b. een explosie, anders dan onder a, de overdruk ten hoogste 10 kPa is. Gifwolkaandachtsgebied (GAG) is de locatie begrens door de afstand, waar als gevolg van een ongewoon voorval dat leidt tot een gifwolk, personen in een gebouw overlijden door blootstelling aan ten hoogste bij ministeriële regeling vastgestelde concentratie van een gevaarlijke stof gedurende een daarbij aangegeven periode.
Voor wegen, spoorwegen en binnenwateren zijn bij ministeriële regeling de navolgende afstanden aangewezen voor het aandachtsgebied: Brandaandachtsgebied: 30 meter Explosieaandachtsgebied: 200 meter Gifwolkaandachtsgebied: 300 meter Voor een overzicht van de aan te houden afstanden voor de overige activiteiten met vastgestelde afstanden wordt verwezen naar bijlage VII van het Bkl. Binnen het aandachtsgebied moet rekening gehouden worden met het groepsrisico. Hierbij gaat het om de kans dat 10 personen of meer per jaar overlijden als rechtstreeks gevolg van een incident binnen een aandachtsgebied. Gewaarborgd dient te worden dat maatregelen getroffen zijn ter bescherming van personen in die gebouwen en op die locaties of dat het aantal doorgaans aanwezige personen of de tijd dat die personen aanwezig zijn beperkt is.
5
2.3
Voorschriftengebieden Binnen een aandachtsgebied kunnen door gemeenten voorschriftengebieden aangewezen worden. In dit deel van het aandachtgebied gelden aanvullende bouweisen voor nieuwbouw en vervangende nieuwbouw van beperkt kwetsbare, kwetsbare en zeer kwetsbare gebouwen. Locaties voor zeer kwetsbare gebouwen in een brand- of explosieaandachtsgebied moeten altijd aangewezen worden als voorschriftengebied. De aanvullende bouweisen gelden niet voor bestaande gebouwen die binnen een voorschriftengebied liggen. De maatregelen voor brand- en explosievoorschriftengebieden zijn opgenomen in paragraaf 4.2.14 van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl).
2.4
Belemmeringengebied buisleidingen gevaarlijke stoffen Een belemmeringengebied buisleiding is het gebied aan weerszijden van een buisleiding, gemeten vanuit het hart van de buisleiding, tot een afstand van: 5 meter; 4 meter, als door de buisleiding aardgas vervoerd wordt, met een druk van 1.600 tot en met 4.000 kPa. Binnen deze afstand is het niet toegestaan kwetsbare gebouwen, tenzij die een functionele binding hebben met de buisleiding, of zeer kwetsbare gebouwen te realiseren.
6
3
UITWERKING EXTERNE VEILIGHEID
3.1
Ligging plangebied Met de uitwerking van het aspect externe veiligheid wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. In de huidige situatie is op de beoogde locatie een woonbestemming aanwezig. Gezien de ligging direct onder hoogspanningslijnen is dit een niet wenselijke situatie. Door de gemeente Zuidplas is hiertoe het perceel aangekocht, zodat hier ontwikkelingen mogelijk gemaakt kunnen worden die niet kwetsbaar zijn. Binnen de boerderij die op de voorliggende locatie aanwezig is, is reeds een vestiging van de Voedselbank. Deze activiteiten zullen toekomstig voortgezet worden. Conform informatie van de initiatiefnemer zijn op diverse dagen in de week vrijwilligers aanwezig op deze locatie. Op donderdag zijn naast de vrijwilligers ook klanten aanwezig. Uitgangspunt is dat gemiddeld 5 personen in de dagperiode aanwezig zullen zijn. Op grond van de lage personendichtheid en de wijze van gebruik, kan de boerderij als een beperkt kwetsbaar gebouw beschouwd worden. Uit een inventarisatie is gebleken dat het plan binnen het aandachtsgebied van een hogedruk aardgasleiding is gelegen. Overige risicobronnen liggen op voldoende afstand zodat het aandachtsgebied niet reikt tot aan het plangebied.
In de onderstaande afbeelding is de globale ligging van het plangebied (rode omlijning) ten opzichte van de risicobronnen weergegeven.
Afbeelding 2
Globale ligging (rode omlijning) ten opzichte van de risicobronnen (bron: Atlas Leefomgeving)
7
3.1.1
Te verwachten risico’s Het plan ligt op ruim 190 meter van hogedruk aardgasleiding A-518. Deze buisleiding kent ter hoogte van het plangebied geen PR 10-6 contour, waardoor dit aspect geen belemmering vormt voor de ontwikkeling binnen het plangebied. Wel ligt de bebouwing binnen het plangebied binnen de PR 10-8 risicocontour. Ook ligt het plangebied volledig binnen het brandaandachtsgebied van deze buisleiding.
3.2
Brandaandachtsgebied Zoals reeds genoemd ligt de locatie van de Voedselbank binnen het brandaandachtsgebied van buisleiding A-518. Onderstaand worden de aspecten beheersbaarheid, bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid nader beschouwd.
3.2.1
Bestrijding calamiteit Voor de bestrijding van een calamiteit is de inrichting van het gebied van belang. Bij een dreigende breuk van een hogedruk aardgasleiding richt de brandweer zich op het veilig stellen van het effectgebied en het voorkomen van een ontsteking. Als uitstroming plaatsvindt, zal de Gasunie de leiding inblokken. Afhankelijk van het systeem en de afstand tot de breuk kan het enkele uren duren voor de leiding is leeg gelopen. In geval van een directe ontsteking kunnen hulpdiensten door de enorme hittestraling de fakkel beperkt benaderen om gewonden te helpen. De fakkel zelf kan niet door de brandweer worden geblust. Er dient te worden gewacht tot het ingeblokte leidingdeel leeg is gelopen. Naast het tijdig aanwezig zijn met voldoende materieel is tevens de bereikbaarheid in algemene zin en de specifieke risicolocatie cruciaal. De aspecten ‘bereikbaarheid calamiteit’ en de ‘(primaire en secundaire) bluswatervoorziening’ speelt hierin een rol.
3.2.2
Zelfredzaamheid Het risico op een incident met een hoge druk aardgasleiding wordt voornamelijk bepaald door het risico van schade aan de leiding door (graaf)werkzaamheden nabij de leiding. Een belangrijke bronmaatregel om het risico te verkleinen is het opnemen van een aanlegvergunningstelsel voor een strook aan weerszijden van de aardgastransportleiding. In het omgevingsplan dient opgenomen te worden dat binnen het belemmeringengebied van 5 meter aan weerszijden van leiding A-518 een bouwverbod geldt. Tot slot wordt geadviseerd om grondwerkzaamheden, zoals heien, op minder dan 20 meter van de buisleiding onder toezicht van de leidingbeheerder te laten uitvoeren. Door deze maatregelen wordt het groepsrisico verder gereduceerd. Binnen het brandaandachtsgebied van de aardgastransportleiding is vluchten de beste optie. Wat betreft een fakkelbrand na leidingbreuk geldt dat deze zich snel kan ontwikkelen. Afhankelijk van de afstand van de bebouwing tot de aardgasleiding, zijn er scenario´s waarbij vluchten niet of nauwelijks mogelijk is. De hittestraling is daarvoor te groot. Indien het incident op grotere afstand van het plangebied plaatsvindt zijn de mogelijkheden voor zelfredzaamheid groter. Vluchten kan alleen maar via een route buiten het ´zicht´ van de fakkel.
Aangezien het plangebied binnen de PR 10-8 contour is gelegen, is vluchten bij een calamiteit alleen mogelijk buiten het zicht van de fakkel. Via het bestaande wegennet kan afzijdig van de buisleiding gevlucht worden.
8
3.3
Risicocommunicatie In zijn algemeenheid kan worden gesteld dat de zelfredzaamheid kan worden verbeterd door maatregelen zoals een waarschuwings- en alarmeringssysteem (WAS) en risicocommunicatie (hoe te handelen bij een incident, gebaseerd op het eerder genoemde scenario). In geval van een calamiteit is het van levensbelang dat de aanwezigen tijdig gewaarschuwd worden. Vluchtroutes dienen zichtbaar en duidelijk te worden aangeduid. Hierbij zijn het opstellen van een bedrijfsnoodplan en de bedrijfshulpverlening inrichten en oefenen op het beschreven scenario interne maatregelen die de zelfredzaamheid verhogen. In het ontruimingsplan (dit maakt onderdeel uit van het bedrijfsnoodplan) dient onder andere te worden beschreven: wie de organisatie van het evacueren begeleidt; de verantwoordelijkheden; waar de verzamelplaats is; de organisatie op de verzamelplaats; wie zorg draagt voor alarmering; Het ontruimingsplan dient opgesteld te worden in samenspraak met de brandweer. Daarnaast dienen ontruimingsoefeningen te worden gedaan waarbij de frequentie hiervan in overleg met de brandweer kan worden vastgesteld. De invulling van de risicocommunicatie dient conform de Wet veiligheidsregio’s door het bestuur van de Veiligheidsregio’s uitgevoerd te worden. De Veiligheidsregio ondersteunt en adviseert de gemeenten hierin in voorbereiding op een alarmering bij rampen.
3.4
Tot slot In deze rapportage zijn elementen aangedragen die de gemeenteraad kan gebruiken bij de oordeelsvorming inzake de omgevingsveiligheid voor het aspect externe veiligheid ten aanzien van het planvoornemen. De gemeente Zuidplas dient in het kader van de ruimtelijke procedure advies in te winnen bij de Veiligheidsregio en een standpunt in te nemen aangaande de externe veiligheid.
9