Bijlage 3 - Beantwoording technische vragen MPG U26.001750
Tekst van het document
*U26.001750*
verzenddatum 19/06/2026
ons kenmerk U26.001750
cluster Grond & Vastgoed
onderwerp Technische vragen MPG 2026
uw kenmerk n.v.t.
behandeld door P. van Hattum
bijlage 0
telefoon 0180-330300
Geachte heer Damen, Hierbij ontvangt u de beantwoording van de door u fractie, PRO Zuidplas, gestelde technische vragen over het MPG 2026 (behandeling 30 juni 2026) gesteld op 3 juni 2026. V1. Kan het college inzichtelijk maken hoe de vrije ruimte binnen de reserve Grondbedrijf zich heeft ontwikkeld vanaf 2022 tot en met 2026? A1: Pas vanaf het MPG 2025 rapporteert het college expliciet over de vrije ruimte. Daarin wordt de vrije ruimte vergeleken met de berekende vrije ruimte in het PRO 2024. In de jaren van het PRO zelf was dit niet expliciet opgenomen maar kon dit wel uit de tabellen in de geheime bijlage van PRO worden opgemaakt. Voor die jaren zijn de getallen bij benadering in onderstaande tabel opgenomen. PRO 2022 (light): PRO 2022: PRO 2023: PRO 2024: MPG 2025: MPG 2026:
€ 5.600.000 € 4.500.000 € 3.300.000 € 2.920.000 € 2.330.000 € 2.140.000
V2. Welke ontwikkeling verwacht het college van deze vrije ruimte richting 2030? A2: De berekende vrije ruimte in het MPG 2026 houdt rekening met alle nog te verwachten mutaties binnen de begrotingsperiode (t/m 2029) binnen de vastgestelde kaders. V3. Welke minimale omvang van de reserve Grondbedrijf acht het college noodzakelijk voor een verantwoord weerstandsvermogen? A3: Om alle risico’s af te dekken is een weerstandscapaciteit van 1,0 noodzakelijk. In de vastgestelde Nota Risicomanagement 2023 is een tabel opgenomen waarin vanaf 1,0 de score 'voldoende' is, tussen 1,4 en 2,0 'ruim voldoende' en boven de 2,0 'uitstekend'. Welke omvang het college verantwoord vindt, betreft geen technische vraag.
onderwerp
ons kenmerk
Technische vragen MPG 2026
U26.001750
V4. Welke risicoanalyse ligt ten grondslag aan de reservering van € 14,213 miljoen voor Cortelande? A4: Het bedrag van de risicoreservering van Cortelande (€ 14,2 mln.) is gebaseerd op de reservering van in totaal € 15,0 mln. die de raad in het verleden heeft gemaakt voor het Middengebied, minus de reeds afgeboekte plankosten van 2019 die bij het MPG 2025 / JR 2024 zijn verantwoord ter hoogte van € 0,8 mln. V5. Welke financiële scenario's zijn doorgerekend bij vertraging, lagere opbrengsten, hogere bouwkosten en hogere rente? A5: Er is op twee manieren aan scenario's gerekend. Ten eerste zijn projectspecifieke risico's met financiële gevolgen doorgerekend in de betreffende grondexploitaties. Een van de gevolgen van een risico kan vertraging zijn. De omvang van die vertraging verschilt per project en per risico. Ten tweede zijn er een aantal scenario's berekend over de gehele grondexploitatie-portefeuille per 1 januari 2026, omdat deze risico's zich bij alle projecten voor kunnen doen. Een stijging van bouwkosten als gevolg van bijvoorbeeld de blokkade van de straat van Hormuz zal zich in alle projecten voordoen. Daarbij is gerekend met de volgende scenario’s: • • • • • •
Hogere kosten (2,5%); Lagere kosten (2,5%); Hogere opbrengsten (2,5%) Lagere opbrengsten (2,5%) Hogere rente (1%) Lagere rente (1%)
V6. Is het college bereid jaarlijks een afzonderlijke financiële voortgangsrapportage Cortelande aan de raad te verstrekken? A6: Dit betreft geen technische vraag. V7. Welke projecten leveren de komende vijf jaar naar verwachting de grootste positieve bijdrage aan het grondbedrijf? A7: Voor de komende jaren wordt een positieve bijdrage verwacht van grondexploitatie Jonge Veenen fase 3 & 4. Er zijn geen andere projecten die binnen de huidige kaders een positieve bijdrage leveren aan de financiële situatie van het grondbedrijf.
Postadres Postbus 100, 2910 AC Nieuwerkerk aan den IJssel T 0180 330300 F 0180 330329 E gemeente@zuidplas.nl www.zuidplas.nl Locatie Gemeentehuis Raadhuisplein 1, 2914 KM Nieuwerkerk aan den IJssel Pagina 2 van 4
onderwerp
ons kenmerk
Technische vragen MPG 2026
U26.001750
V8. Welke projecten vormen momenteel de grootste financiële risico's? A8: Als een grondexploitatie naar verwachting verlies oplevert (een negatieve netto contante waarde, NCW), dan moet de gemeente dit verwachte verlies direct financieel opvangen. Daarvoor wordt per project een aparte verliesvoorziening gevormd. Zo worden mogelijke tekorten niet doorgeschoven naar de toekomst en blijven de financiële risico’s voor de gemeente beperkt. Op basis van de risicoanalyses wordt bepaald hoeveel geld nodig is om mogelijke tegenvallers op te vangen. Samen vormen deze bedragen de financiële buffer (het weerstandsvermogen) van het grondbedrijf. Door mitigerende maatregelen te nemen worden risico’s zoveel mogelijk beperkt. Projecten met een grotere financiële omvang hebben in de regel ook een groter financieel risico en een groter aandeel in de benodigde weerstandscapaciteit. V9. Welke projecten zijn het meest gevoelig voor vertraging? A9: Op dit moment zijn binnen de portefeuille de grondexploitaties Dorpsstraat 38 en Jonge Veenen fase 3 & 4 het meest gevoelig voor vertraging. Bij Dorpsstraat 38 spelen onzekerheden rond parkeren, programmawijzigingen en netcongestie. Bij Jonge Veenen fase 3 & 4 is in de planvorming inmiddels al een jaar vertraging opgelopen. Door de lange looptijd (tot en met 2040) en de omvang is ook Cortelande gevoelig voor faseringswijzigingen. V10.
Welke concrete bestuurlijke producten of besluitvormingsmomenten worden verwacht uit Flexwonen, Nieuwerkerk-Noord en ‘s‑Gravenweg 16? A10: • Voor Flexwonen is de verwachting dat op korte termijn het resultaat van de verkennende haalbaarheidsstudie naar ca. 48 flexwoningen met de raad gedeeld. • Voor Nieuwerkerk-Noord wordt toegewerkt naar het sluiten van een haalbaarheidsovereenkomst met de initiatiefnemers, waarin inhoudelijke en financiële afspraken worden vastgelegd. Over het sluiten van deze overeenkomst wordt de raad te zijner tijd geïnformeerd; ook het bestuurlijk traject zal dan nader worden toegelicht. • Voor ’s-Gravenweg 16 wordt toegewerkt naar een koopovereenkomst. Het college verwacht eind 2026 meer duidelijkheid te kunnen geven over de definitieve bestemming van het pand. V11. Welke resultaten moeten uiterlijk eind 2026 zichtbaar zijn om deze extra kredieten te rechtvaardigen? A11: De ophogingen van de voorbereidingskredieten (Flexwonen + € 45.000, NieuwerkerkNoord + € 200.000 en ’s-Gravenweg 16 + € 75.000) moeten leiden tot concrete, toetsbare tussenresultaten. Voor Flexwonen is dat de afronding van de verkennende haalbaarheidsstudie en het delen daarvan met de raad. Voor Nieuwerkerk-Noord is dat een afgeronde haalbaarheidsovereenkomst met de initiatiefnemers, inclusief afspraken over kostenverhaal. Voor ’s-Gravenweg 16 is dat o.a.
een getekende koopovereenkomst en het doorlopen van de noodzakelijke ruimtelijke procedure. Uitgangspunt blijft dat alle voorbereidingskosten bij het tot stand komen van een grondexploitatie, investeringskrediet of anterieure overeenkomst daarin worden ingebracht, waardoor ruimte binnen het revolving-fund terugkeert. V12. Welke omvang van de SPUK Realisatiestimulans verwacht het college? A12: De omvang van de uitkering is afhankelijk van het aantal betaalbare woningen waarvan de bouw daadwerkelijk start en kan daarom nog niet exact worden geraamd. Het college is bezig met een inventarisatie en neemt de verwachte omvang van deze middelen mee bij de programmabegroting 2027–2030.
Postadres Postbus 100, 2910 AC Nieuwerkerk aan den IJssel T 0180 330300 F 0180 330329 E gemeente@zuidplas.nl www.zuidplas.nl Locatie Gemeentehuis Raadhuisplein 1, 2914 KM Nieuwerkerk aan den IJssel Pagina 3 van 4
onderwerp
ons kenmerk
Technische vragen MPG 2026
U26.001750
V13. Voor welke woningbouwprojecten verwacht het college deze middelen in te zetten? A13: De middelen uit de Realisatiestimulans worden, na positieve besluitvorming over de jaarstukken 2025, in eerste instantie toegevoegd aan de reserve Grondbedrijf. Vervolgens doet het college bij de programmabegroting van het opvolgende jaar een voorstel voor de gerichte inzet van deze middelen ten behoeve van de woningbouwopgave. V14. Welke signaleringswaarden gebruikt het college om de raad tijdig te informeren over financiële afwijkingen? A14: Het college bewaakt continu of het weerstandsvermogen van het grondbedrijf voldoende is om financiële risico’s op te vangen. De huidige financiële buffer wordt op basis van de geldende normen als ruim voldoende beoordeeld. Daarnaast worden grondexploitaties gedurende het jaar gemonitord via projectrapportages en kwartaalgesprekken, terwijl financiële resultaten en risico’s minimaal jaarlijks worden geactualiseerd. De raad wordt op basis van het budgetrecht en de Financiële Verordening geïnformeerd over belangrijke financiële afwijkingen en wijzigingen in risico’s. Ook wordt de raad geïnformeerd wanneer een overschrijding van geautoriseerde budgetten of investeringskredieten dreigt, of wanneer baten achterblijven bij de begroting. V15.
Op welke wijze wordt de raad gedurende de bestuursperiode periodiek geïnformeerd over wijzigingen in risico's, grondexploitaties en reserves? A15: De raad ontvangt via het Meerjarenperspectief Grondbedrijf (MPG) jaarlijks een integraal overzicht van de reserves, voorzieningen, risico’s en de inzet van middelen. Bij substantiële wijzigingen wordt een voorstel voor bijstelling opgenomen in de najaarsnota en/of de programmabegroting. Daarnaast geeft de programmabegroting een actueel meerjarig beeld van het stelsel van reserves en voorzieningen, en biedt daarmee ruimte voor bijsturing. V16. Welke projecten zouden volgens het college als eerste moeten worden heroverwogen wanneer de vrije ruimte verder afneemt? A16: Dit betreft geen technische vraag. Met vriendelijke groet, Pim van Hattum Clustermanager Grond & Vastgoed
Postadres Postbus 100, 2910 AC Nieuwerkerk aan den IJssel T 0180 330300 F 0180 330329 E gemeente@zuidplas.nl www.zuidplas.nl Locatie Gemeentehuis Raadhuisplein 1, 2914 KM Nieuwerkerk aan den IJssel Pagina 4 van 4