CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Beantwoording technische vragen evaluatie woonbeleid Z21.003064

Gemeenteraad 26 oktober 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rapport Wonen Groene Hart Rekenkamer733 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

*Z21.003064*

Memo

onderwerp beantwoording technische vragen fractie CU/SGP evaluatie woonbeleid ter attentie van

datum 18/10/2021

kenmerk Z21.003064

kopie aan

bijlage

afzender G. Neijenhuijs

telefoon 0180-330300

e-mail g.neijenhuijs@zuidplas.nl

cluster Ruimtelijk beleid

Door de fractie van CU/SGP zijn op 18 oktober 2021 technische vragen gesteld over de rapportage woonbeleid van de Groene Hart Rekenkamer. Deze staat geagendeerd voor de raadsvergadering van 26 oktober 2021. De technische vragen worden in deze memo beantwoord. Technische vragen over het woonbeleid Vraag 1 “Daarbij geeft de rekenkamercommissie nadrukkelijk in overweging om extra, liefst vaste, ambtelijke capaciteit beschikbaar te maken.” Hoeveel extra capaciteit is in 2020 en 2021 vanuit het groeimechanisme formatie toebedeeld aan woonbeleid? Kan er een indicatie worden gegeven hoeveel extra capaciteit wenselijk, danwel noodzakelijk is? Antwoord vraag 1 Op deze vraag is niet een eenduidig antwoord te geven. Het woonbeleid zoals gedefinieerd door de Groene Hart Rekenkamer raakt verschillende disciplines binnen de ruimtelijke ontwikkeling. Niet alleen de beleidsmedewerkers Wonen, maar bijvoorbeeld ook projectleiders van ruimtelijke ontwikkelingen, planeconomen, etc. Niet al deze medewerkers lopen via het groeimechanisme, maar ook via grondexploitaties en projectfinancieringen. Wel ervaart het college dat er steeds meer druk komt op het ambtelijk apparaat door het grote aantal woningbouwprojecten en principeverzoeken. Er worden inspanningen gedaan om de hoeveelheid personeel in overeenstemming te brengen met de hoeveelheid werk die er ligt.

Vraag 2 Het aantal scheefwoners binnen de sociale huur is relatief hoog (18%) in Zuidplas in vergelijking met het gemiddelde (12%) in Nederland. Is hier een verklaring voor? Antwoord vraag 2 De onderzoekers geven zelf als mogelijke verklaring een gebrek aan doorstromingsmogelijkheden. Hierdoor kunnen huishoudens die dat willen niet verhuizen en blijven ze in hun huurwoning. Dat is een algemeen voorkomend probleem. Overal daalt de mutatiegraad. In Zuidplas zou de mutatiegraad vergeleken met de regio versneld dalen waardoor de goedkope scheefheid sterker toe neemt. De gemeente herkent dit beeld niet. Uit de woonruimteverdeelgegevens en overleggen met de corporaties komt niet een heel afwijkend beeld van Zuidplas naar voren ten opzichte van de regio.

Pagina 1 van 3

onderwerp

registratienummer

beantwoording technische vragen evaluatie woonbeleid

Z21.003064

Overigens hebben de corporaties tijdens de raadsbijeenkomst d.d. 2 april 2019 aangegeven dat de goedkope scheefheid de laatste jaren als gevolg van strenge passendheidsregels bij de toewijzing een dalende lijn vertoont; in 2019 bewoog de goedkope scheefheid tussen de 12 en 15%. Dat ligt meer in de lijn van de regio en de rest van Nederland. Vraag 3 Hoe staat het met motie doorstroming? (Aangenomen bij de behandeling van de Woonvisie) Antwoord vraag 3 Het college heeft op 29 september 2020 de raadsinformatienota Doorstroming woningmarkt en woningtoewijzing gestuurd (Z.20.002217) met daarbij als bijlage de memo van Mozaïek Wonen Ondersteunen van senioren bij passend huisvesten (A20.000882). Het college heeft in deze raadsinformatienota aangegeven de motie 168 Doorstroming woningmarkt en woningtoewijzing (Z19.000187) als te hebben afgedaan. Vraag 4 Waardoor ontbreekt voortgang in het experimenteren van nieuwe woonvormen volgens u? Antwoord vraag 4 Een belangrijk knelpunt is het gebrek aan geschikte locaties in en rond de dorpen. Om nieuwe woonvormen en de daarbij behorende doelgroepen te kunnen faciliteren is het vaak nodig dat niet de maximale grondprijs wordt gevraagd. Marktpartijen kiezen in het algemeen voor beproefde en meer winstgevende concepten. Daarnaast spelen ruimtelijke ordeningsaspecten en/of bijvoorbeeld milieunormen vaak een knelpunt.

Vraag 5 Volgens het rapport is er nog te weinig aandacht voor de groeiende groep senioren en huisvesting daarvoor. Hoe wordt daar in de woningbouwprogramma's rekening mee gehouden? Antwoord vraag 5 Zoals het College in de raadsinformatienota bij de rapportage heeft aangegeven is het beleid erop gericht om meer geschikt aanbod te realiseren waardoor huishoudens die dat willen kunnen doorstromen naar een gelijkvloerse woning. In aanleg zijn alle nieuw te ontwikkelen appartementen levensloopbestendig en daarnaast ook zoveel als mogelijk alle grondgebonden woningen (of betrekkelijk eenvoudig levensloopbestendig te maken). Naast de woningen zelf wordt daarbij steeds nadrukkelijker gekeken naar hoe die woningen kunnen worden gegroepeerd en welke doelgroepen of aanvullende voorzieningen nodig en mogelijk zijn. Gedacht moet worden aan aanvullende ruimten voor ontmoeting en stimuleren van nabuurschap. Vraag 6 Wat wordt er met de aanbevelingen gedaan? Antwoord vraag 6 Het College verwijst naar de reactie per aanbeveling in de raadsinformatienota bij de rapportage van de Groene Hart Rekenkamer.

Pagina 2 van 3

onderwerp

registratienummer

beantwoording technische vragen evaluatie woonbeleid

Z21.003064

Pagina 3 van 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10682565/1