CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 3 Addendum A21.000827

Gemeenteraad 9 juni 2021, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Technische aanpassing nota kostenverhaal6.725 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Addendum nota kostenverhaal gemeente Zuidplas Wijzigingen bij ingang van de Omgevingswet A21.000827

Aanleiding Naar verwachting treedt op 1 januari 2022 de nieuwe Omgevingswet in werking. In de Aanvullingswet grondeigendom, onderdeel van de Omgevingswet, is de regeling voor kostenverhaal opgenomen. Delen van deze wet worden op dit moment nog nader in detail uitgewerkt in besluiten en zijn dus ook nog niet definitief. Maar wel is duidelijk dat de kostenverhaal ook onder de nieuwe wetgeving verplicht blijft. Ook is het instrumentarium voor kostenverhaal uitgebreid. In dit addendum wordt toegelicht wat de wetswijziging betekent voor de huidige nota kostenverhaal. Een aantal zaken blijft actueel en een aantal zaken passen we aan. De wijzigingen zijn technisch van aard en hebben te maken met terminologie en aanvullende juridische mogelijkheden. Allereerst is een nadere toelichting gegeven op de aanpassingen als gevolg van de inwerkingtreding van de Omgevingswet. Vervolgens is in een ‘Staat van Wijzigingen’ per onderdeel van de nota concreet toegelicht hoe we de nota aanpassen.

Nadere toelichting aanpassingen onder de Omgevingswet Bovenwijkse voorzieningen Huidige wetgeving In de Wet ruimtelijke ordening (hierna: Wro) maakt de wetgever een onderscheid tussen bovenwijkse voorzieningen en ruimtelijke ontwikkelingen. Bovenwijkse voorzieningen zijn mogelijk via een exploitatieplan via het Besluit ruimtelijke ordening (hierna: Bro) art. 6.2.4 sub e en f. Hierbij zijn de pptcriteria van toepassing (profijt, proportionaliteit, toerekenbaarheid). In art. 6.2.5 Bro staat welke voorzieningen hieronder vallen. Alleen met een (privaatrechtelijke) overeenkomst kunnen we een bijdrage vragen aan ruimtelijke ontwikkelingen, op basis van Wro art. 6.24 lid 1. Op deze kosten zijn de PPT-criteria niet van toepassing. Bijdragen voor ruimtelijke ontwikkeling zijn niet publiekrechtelijk verhaalbaar, daarom is een bijdrage door initiatiefnemers vrijwillig. Omgevingswet Het kostenverhaal voor bovenwijkse voorzieningen blijft in principe ongewijzigd onder de nieuwe Omgevingswet. Nog steeds mogen enkel kosten verhaald worden van de limitatieve lijst kostensoorten en de ppt-criteria blijven van toepassing. Wat wel verandert, is dat onder de nieuwe omgevingswet bijdragen voor ruimtelijke ontwikkelingen ook publiekrechtelijk verhaalbaar zijn.

Hoewel deze term niet terugkomt, met spreekt van een ‘financiële bijdrage voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving”. Overigens is dit enkel een aanvullende mogelijkheid om kosten te verhalen. Bij het tekstdeel van “Mijn initiatief past niet binnen het bestemmingsplan, wat kan ik verwachten?” wordt op pagina 3 wordt onder de vierde gedachtepunt een toelichting gegeven. Financiële bijdrage voor ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving (publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen) De artikelen 13.23 en 13.24 van de Omgevingswet bieden de mogelijkheid om bij initiatiefnemers van bepaalde activiteiten financiële bijdragen af te dwingen via het Omgevingsplan. Er moet dan een functionele samenhang bestaan en de ontwikkeling moet onder de aangewezen categorieën vallen. In het omgevingsplan moet concreet staan aan welke (nieuwe) ontwikkelingen een financiële bijdrage wordt gevraagd. In de toelichting moet een onderbouwing worden gegeven van de functionele samenhang tussen de ontwikkeling en de activiteiten waarvoor financiële bijdragen worden gevraagd. De bijdrage wordt dan geïnd bij aanvraag van de omgevingsvergunning, tenzij voorafgaand een overeenkomst over het kostenverhaal is gesloten of de bijdrage anderszins is verzekerd. Verschil tussen reguliere kostenverhaal en de financiële bijdrage

1

Reguliere kostenverhaal heeft betrekking op het verhalen van kosten voor het bouw- en woonrijp maken van kostenverhaalsgebieden. Het gaat om kosten die nodig zijn om de toegestane activiteiten in die gebieden te realiseren. Het betreft dan zowel kosten die gemaakt worden in het kostenverhaalsgebied als kosten die daarbuiten worden gemaakt, voor zover deze voldoen aan de ppt-criteria. De regeling voor publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen is in meer algemene zin gericht op het verbeteren van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Het gaat daarbij om verhaal van een bijdrage, niet om de algehele bekostiging van de ontwikkeling. Een ander verschil is nog dat regulier kostenverhaal verplicht is, terwijl het vragen van een financiële bijdrage facultatief is, wat wil zeggen dat gemeenten zelf mogen bepalen of ze hier wel of niet gebruik van willen maken. Toepassing kostenverhaal of financiële bijdrage Indien kosten van de aanleg van voorzieningen via de regeling kostenverhaal worden verhaald, zijn die voorzieningen niet tevens aan te merken als ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving. Er kunnen daarom geen financiële bijdragen worden verhaald voor voorzieningen of maatregelen die voldoen aan de ppt-criteria (die kosten worden immers al via regulier kostenverhaal verhaald).

Functionele samenhang Zoals hiervoor al is toegelicht moet er bij de financiële bijdrage sprake zijn van functionele samenhang. De uitwerking hiervoor in de omgevingswet is op dit moment alleen nog in een ontwerpbesluit (ontwerpbesluit voor de publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdrage) beschreven. Deze is dus op dit moment nog niet definitief. In dit ontwerpbesluit is toegelicht dat er sprake is van functionele samenhang indien: De bouwlocaties en beoogde ontwikkelingen grosso modo binnen een gemeente dezelfde functie hebben of zullen hebben, of; Indien de (woning)bouwlocatie profijt heeft van de ontwikkeling in de zin dat voor die activiteit de kwaliteit van de fysieke leefomgeving verbetert. De onderbouwing voor de functionele samenhang kan in een omgevingsvisie of programma worden vastgelegd. Onderscheid kostenverhaal voor integrale en organische gebiedsontwikkeling Onder de nieuwe Omgevingswet wordt een onderscheid gemaakt in twee systemen voor kostenverhaal: kostenverhaal voor organische gebiedsontwikkeling en voor integrale gebiedsontwikkeling. In tegenstelling tot integrale gebiedsontwikkeling is er bij organische gebiedsontwikkeling geen blauwdruk en gecontroleerde ontwikkeling voor een gebied.

Er is dus geen definitief eindbeeld en geen tijdvak, maar de initiatiefnemers bepalen zelf de invulling, fasering van de werken, werkzaamheden en maatregelen en looptijd. Verschillen in: 1. Wijze van rekenen a. Organische: omgevingsplan vermeldt slecht het maximale kostenverhaal voor het gebied (kostenplafond) en de activiteiten b. Integraal: raming van kosten en opbrengsten in omgevingsplan 2. Welke kosten we kunnen verhalen a. Organisch: onzekerheden over eindbeeld, kosten, programma en tempo. Gemeente zal vaak investeringen afhankelijk maken van de voortgang; als er niets gebeurd zal de gemeente ook geen voorzieningen aanleggen. Kostenverhaal wordt daarom beperkt tot kosten voor werken, werkzaamheden en maatregelen die nodig zijn voor niet-uitgeefbare gronden. b. Integraal: hele gebied wordt ontwikkeld, daarom kosten van gehele gebied verhaalbaar. Dus ook bijvoorbeeld verwervingskosten van grond van particuliere eigenaren, waarop aangewezen activiteiten zijn toegestaan. 3. Begrenzing kostenverhaal a. Organisch: toets op later moment, bij aanvraag beschikking bestuursrechtelijke geldschuld. Toetsing aan waardevermeerdering voor een te verrichten activiteit. Te

2

verhalen bedrag mag niet hoger zijn dan waardevermeerdering na aftrek van kosten (ook inbrengwaarde) op het eigen perceel. b. Integraal: totale kosten van kostenverhaalsgebied vergelijken met totale opbrengsten. Er mogen niet meer kosten worden verhaald dan er opbrengsten zijn (macroaftopping). De toets hiervoor vindt plaats bij vaststellen omgevingsplan.

Staat van toekomstige wijzigingen nota kostenverhaal Zuidplas 2021 Hieronder is in detail en concreet aangegeven welke onderdelen van de Nota Kostenverhaal moeten worden aangepast. Deze wijzigingen worden pas van kracht ná inwerkingtreding van de Omgevingswet. Mijn initiatief past niet binnen het bestemmingsplan, wat kan ik verwachten?  Het bestemmingsplan komt als instrument te vervallen. Het woord bestemmingsplan wordt straks vervangen door ‘omgevingsplan’.  Publiekrechtelijk kostenverhaal via Omgevingsplan. Kosten kunnen straks nog steeds zowel privaatrechtelijk (via een overeenkomst) of publiekrechtelijk (via exploitatieregels/voorschriften) worden verhaald. Onder de nieuwe wetgeving wordt niet meer gesproken over een exploitatieplan, maar worden de kosten publiekrechtelijk verhaald via het Omgevingsplan. Voor de borging van het kostenverhaal is het nodig dat in het omgevingsplan exploitatieregels zijn opgenomen. In het omgevingsplan worden kostenverhaalsgebieden aangeduid waarvoor deze regels gelden en verhaalbare kosten worden verhaald. Ook kunnen deze regels bepalingen bevatten over de redelijkerwijs te verwachten gebiedsoverstijgende werken, werkzaamheden en maatregelen, de wijze van verdeling van de kosten, de raming van de kosten en de eindafrekening.  Ambities in omgevingsvisie. Op dit moment zijn de toekomstige ambities in de structuurvisie vastgelegd.

Onder de nieuwe wetgeving worden deze ambities uitgewerkt in een omgevingsvisie. Het is belangrijk om in deze visie aandacht te besteden aan de ruimtelijke samenhang tussen financiële bijdrage van ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving en de kostendragers (nieuwe bouwplannen).  Wijzigingen in wetgeving heeft gevolgen voor kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen. Om de gemeentelijke ambities te kunnen realiseren wordt geïnvesteerd in bovenwijkse voorzieningen. Om de kosten hiervoor niet alleen te hoeven dragen wordt aan alle nieuwbouwplannen een bijdrage gevraagd. De nieuwe wetgeving heeft gevolgen voor de huidige wijze van kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen. Concreet betekent dit dat we voorzieningen die via de ppt-criteria kunnen verhalen via het regulier kostenverhaal zullen verhalen (dit noemen we nog steeds planoverstijgende kosten). Als de ppt-criteria niet toegepast kunnen worden kan op basis van functionele samenhang en profijt een bijdrage worden gevraagd. De exacte regels omtrent de financiële bijdrage in relatie tot het regulier kostenverhaal is nog niet volledig uitgewerkt. Zodra hierover een definitief besluit is genomen, kunnen we de verhaalssystematiek hierop aanpassen. Overigens is dit enkel een aanvullende mogelijkheid om kosten te verhalen.

Het kostenverhaal van bovenwijkse voorzieningen is nu én straks voldoende geborgd. Echter is het wel raadzaam om de functionele samenhang van voorzieningen te onderbouwen in de omgevingsvisie en in het omgevingsplan hierover exploitatieregels op te nemen.  Nieuwe mogelijkheden voor stimulering sociale woningen. Het fonds sociaal bouwen wordt op dit moment gebruikt om initiatiefnemers te stimuleren om gemiddeld 28% sociaal te bouwen. Wij vragen momenteel al een bijdrage als initiatiefnemer minder sociaal (kunnen) bouwen. Onder de nieuwe wetgeving wordt het mogelijk om deze financiële bijdrage ook publiekrechtelijk te borgen (art. 8.21 Omgevingsbesluit). Op dit moment kunnen we enkel de bouw van sociale woningen afdwingen, niet de bijdrage als uitzondering. Deze wetswijziging is dus een belangrijke toevoeging die onze huidige werkwijze ondersteund. Niet in alle te ontwikkelen gebieden is het gewenste percentage sociaal te realiseren. De nieuwe wetgeving maakt het mogelijk om van ontwikkelende partijen van vrijesectorwoningen in gebieden waar minder sociale woningen worden gerealiseerd dan het streefpercentage, publiekrechtelijk een financiële bijdrage te vragen waarmee in andere gebieden meer sociale woningen kunnen worden gerealiseerd dan het streefpercentage voorschrijft.

Het is dan wel vereist dat het omgevingsplan de beoogde sociale huur- of koopwoningen specifiek toelaat of regels bevat op grond waarvan op een woningbouwlocatie een verplicht deel van de woningen in de categorieën sociale huur of koop moet worden gerealiseerd. De systematiek voor het fonds

3

sociaal bouwen van de nota kostenverhaal moet dus straks vertaald worden in het omgevingsplan. Op dit moment is in de nota nog geen invulling gegeven aan mogelijkheden om duurzaamheid te stimuleren. Onder de nieuwe wetgeving blijft dit nog steeds niet mogelijk.

Welke kosten moet ik betalen?  Het vragen van startleges blijft nog steeds mogelijk onder de nieuwe wetgeving.  Ook de exploitatiebijdrage wordt nog steeds gevraagd zoals hierboven al toegelicht.  Voor de exploitatiebijdrage wordt een onderscheid gemaakt in kosten gerelateerd aan het initiatief en kosten die het initiatief overstijgen. Onder de nieuwe omgevingswet wordt daarnaast een onderscheid gemaakt in het verhalen van kosten voor integrale gebiedsontwikkelingen en organische gebiedsontwikkelingen.  Onder kosten die het initiatief overstijgen vallen ook de kosten voor bovenwijkse voorzieningen. Zoals hierboven al omschreven wijzigt de manier waarop deze verhaald kunnen worden ook gedeeltelijk. Hoe gaat de gemeente om met mijn initiatief? De manier waarop het initiatief beoordeeld wordt blijft onder de nieuwe omgevingswet gelijk.

4

Bijlage 5. Wijzigingen kostenverhaal Omgevingswet Onderstaande teksten zijn letterlijke wetsteksten Bijlage 5.1: Overzicht relevante wetsartikelen Omgevingswet (aanvullingswet grondeigendom) Kostenverhaal Kostenverhaalsplicht Kostenverhaal privaatrechtelijk mogelijk Kostenverhaal publiekrechtelijk mogelijk Voorwaarden eindafrekening Financiële bijdragen Financiële bijdragen mogelijkheid Voorwaarden financiële bijdragen Aanvullingsbesluit grondeigendom Kostenverhaal Kostensoorten organische gebiedsontwikkeling Kostensoorten integrale gebiedsontwikkeling Financiële bijdragen Categorieën activiteiten waarvoor financiële bijdragen kan worden gevraagd

Afdeling 13.6 Art. 13.11 Art. 13.13 Art. 13.14 Art. 13.20 Afdeling 13.7 Art. 13.22 Art. 13.23 + art. 13.24 Afdeling 8.4 Tabel A van bijlage IV Tabel A en B van bijlage IV Afdeling 8.5 Art. 8.20

Bijlage 5.2: Aanvullingswet grondeigendom AFDELING 13.6 KOSTENVERHAAL BIJ BOUWACTIVITEITEN EN ACTIVI-TEITEN VANWEGE GEBRUIKSWIJZIGINGEN § 13.6.1 Kostenverhaalsplicht en verbod Artikel 13.11 (verhalen van kosten) 1. Op degene die bij algemene maatregel van bestuur aan te wijzen bouwactiviteiten of activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie verricht, verhaalt het bestuursorgaan de kosten die het vanwege bij die maatregel aangewezen kostensoorten maakt, voor zover: a. de kostensoorten toerekenbaar zijn aan het kostenverhaalsgebied, en b. de kosten proportioneel zijn in verhouding tot het profijt dat het kostenverhaalsgebied van de kostensoorten heeft. 2. Bij algemene maatregel van bestuur wordt bepaald in welke gevallen het bestuursorgaan kan besluiten om de kosten niet te verhalen. Artikel 13.12 (verbod activiteit te verrichten) Het is verboden een op grond van artikel 13.11, eerste lid, aangewezen activiteit te verrichten, voordat de op grond van deze afdeling verschuldigde kosten zijn betaald. § 13.6.2 Kostenverhaal langs privaatrechtelijke weg Artikel 13.13 (kostenverhaal bij overeenkomst) 1. De rechtspersoon waarvan het bestuursorgaan een orgaan is, kan met degene die kosten is verschuldigd een overeenkomst aangaan over kostenverhaal. 2.

Bij de overeenkomst kan worden bepaald dat de betaling geheel of gedeeltelijk na aanvang van de activiteit plaatsvindt, mits aan de overeenkomst voorwaarden worden verbonden over het stellen van aanvullende zekerheden voor de betaling. In dat geval geldt het verbod, bedoeld in artikel 13.12, niet. 3. Paragraaf 13.6.3 is niet van toepassing voor zover het verhalen van kosten als bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, is verzekerd vanwege een overeenkomst als bedoeld in het eerste lid. § 13.6.3 Kostenverhaal langs publiekrechtelijke weg Artikel 13.14 (kostenverhaal met tijdvak in omgevingsplan, omgevingsvergunning en projectbesluit) 1. In het omgevingsplan: a. worden kostenverhaalsgebieden aangewezen waarvoor de kosten, bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, worden gemaakt, b. wordt per kostenverhaalsgebied bepaald welke kostensoorten waarvan het gebied ten dele profijt heeft, naar evenredigheid aan dat kostenverhaalsgebied worden toegerekend, c. wordt per kostenverhaalsgebied een raming van de kosten opgenomen, 2. Als de te verhalen kosten, verminderd met de door het bestuursorgaan ontvangen of te ontvangen bijdragen en subsidies van derden, hoger zijn dan de opbrengsten van de gronden binnen het kostenverhaalsgebied, kan het bestuursorgaan die kosten slechts verhalen tot ten hoogste het bedrag van die opbrengsten. 3.

Het eerste en tweede lid zijn van overeenkomstige toepassing op:

5

a.

b.

een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, voor zover sprake is van een activiteit die in strijd is met een in het omgevingsplan aan een locatie toegedeelde functie, een projectbesluit.

Artikel 13.15 (kostenverhaal zonder tijdvak in omgevingsplan) 1. Als voor een kostenverhaalsgebied in een omgevingsplan geen tijdvak voor de uitvoering van de werken, werkzaamheden en maatregelen en de activiteiten is vastgesteld, is artikel 13.14, eerste lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat: a. de in artikel 13.14, eerste lid, onder c, bedoelde raming kan inhouden dat alleen het maximum van de globaal te verhalen kosten als geheel per kostenverhaalsgebied wordt opgenomen, en b. artikel 13.14, onder d, buiten toepassing kan blijven. 2. Bij toepassing van het eerste lid: a. houdt de verdeling, bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onder e, onder 1 o, ook in dat per activiteit het maximum van de te verhalen kosten wordt opgenomen, en b. is artikel 13.14, tweede lid, niet van toepassing en geldt in plaats daarvan dat de kosten worden verhaald tot ten hoogste het bedrag van de waardevermeerdering van de locatie waar de activiteit wordt verricht, die optreedt of zal optreden als gevolg van de activiteit. 3. 3. Bij het op grond van artikel 13.11, eerste lid, aanhef, bij algemene maatregel van bestuur aanwijzen van kostensoorten kan onderscheid worden gemaakt tussen kostenverhaalsgebieden waarvoor wel een tijdvak en die waarvoor geen tijdvak voor de uitvoering van de werken, werkzaamheden en maatregelen en de activiteiten is opgenomen.

Artikel 13.16 (verdeling van de kosten) De verschuldigde geldsom wordt berekend door de kosten over de activiteiten te verdelen naar rato van de opbrengsten van de gronden. Artikel 13.17 (opbrengsten, waardevermeerdering en inbrengwaarde van gronden) 1. De opbrengsten, bedoeld in artikel 13.14, tweede lid, de waardevermeerdering, bedoeld in artikel 13.15, tweede lid, en de inbrengwaarde van de gronden, bedoeld in artikel 13.18, tweede lid, onder a, worden geraamd op basis van objectief bepaalbare maatstaven. 2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de in het eerste lid bedoelde ramingen. Artikel 13.18 (wijze van kostenverhaal) 1. Als er geen overeenkomst is aangegaan, wordt de verschuldigde geldsom door het college van burgemeesters en wethouders, gedeputeerde staten of Onze Minister die het aangaat bij beschikking vastgesteld volgens hetgeen daarover is bepaald in of op grond van deze wet en in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 13.14, derde lid, onder a, of het projectbesluit. 2. Als toepassing is gegeven aan artikel 13.14 worden in mindering gebracht: a. de inbrengwaarde van de gronden waarop de aanvraag betrekking heeft, en b.

de kosten die door de aanvrager zijn gemaakt, voor zover die kosten gelijk zijn aan of lager zijn dan de raming van de kosten in het omgevingsplan, de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 13.14, derde lid, onder a, of het projectbesluit. 3. Als toepassing is gegeven aan artikel 13.15 bevat de beschikking een raming van de kosten en van de waardevermeerdering waarop de verschuldigde geldsom is gebaseerd. Artikel 13.19 (betaling na aanvang activiteit) 1. Bij de beschikking kan worden bepaald dat de betaling geheel of gedeeltelijk na aanvang van de activiteit plaatsvindt, mits aan de beschikking voorschriften worden verbonden over het stellen van aanvullende zekerheden voor de betaling van de verschuldigde geldsom. Het verbod, bedoeld in artikel 13.12, geldt dan niet. 2. Bij het uitblijven van betaling kan het bestuursorgaan de verschuldigde geldsom invorderen bij dwangbevel. Artikel 13.20 (voorwaarden eindafrekening) 1. De regeling voor de eindafrekening, bedoeld in artikel 13.14, eerste lid, onderdeel e, onder 2 o, leidt er niet toe dat er een aanvullende geldsom is verschuldigd. 2. Als een opnieuw berekende geldsom meer dan vijf procent lager is dan de op grond van de beschikking betaalde geldsom, betaalt het bestuursorgaan binnen vier weken na de eindafrekening het verschil, voor zover het groter is dan vijf procent, naar evenredigheid terug met rente. 3.

Als toepassing is gegeven aan artikel 13.15 en de opnieuw berekende geldsom is gebaseerd op andere kosten dan de kosten waarop de bij beschikking vastgestelde verschuldigde geldsom op grond van artikel 13.18, derde lid, is gebaseerd, vindt geen terugbetaling plaats voor zover: a. a. de kosten vanwege de in artikel 13.11, eerste lid, bedoelde kosten-soorten zijn gemaakt; en b. het maximum, bedoeld in artikel 13.15, eerste lid, onder a, niet wordt overschreden.

6

4. 5. 6.

Op verzoek van een belanghebbende heeft eindafrekening van een locatie plaats als dat verzoek ten minste vijf jaar na betaling van de verschuldigde geldsom wordt gedaan. De eindafrekeningen, bedoeld in het derde lid, kunnen jaarlijks op hetzelfde tijdstip plaatshebben. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over een eindafrekening als bedoeld in het derde lid.

Artikel 13.21 (hoogte en begrenzing van kostensoorten) Bij regeling van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties worden regels gesteld over de hoogte en de begrenzing van een of meer van de kostensoorten. Daarbij kan onderscheid worden gemaakt naar het type locatie en de aard en omvang van de activiteit. AFDELING 13.7 FINANCIËLE BIJDRAGEN VOOR ONTWIKKELINGEN VAN EEN GEBIED Artikel 13.22 (financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied) 1. Het college van burgemeester en wethouders, gedeputeerde staten of Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties kunnen in een overeenkomst over bij algemene maatregel van bestuur aangewezen activiteiten bepalingen opnemen over financiële bijdragen voor ontwikkelingen van een gebied op basis van een omgevingsvisie of programma. 2. Op de overeenkomst is artikel 16.138 van overeenkomstige toepassing. Artikel 13.23 (verhaal van financiële bijdragen in omgevingsplan) 1. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving worden aangewezen waarvoor in een omgevingsplan kan worden bepaald dat een financiële bijdrage wordt verhaald op degene die een activiteit als bedoeld in artikel 13.11 verricht, voor zover: a. er een functionele samenhang tussen de activiteit en de beoogde ontwikkelingen is, en b.

de bekostiging van de ontwikkelingen niet anderszins is verzekerd. 2. Het omgevingsplan bepaalt dat financiële bijdragen alleen worden besteed aan ontwikkelingen waarvoor die bijdragen zijn verhaald en voorziet erin dat periodiek aan het publiek verantwoording wordt afgelegd over de besteding van de verhaalde financiële bijdragen. 3. Het bedrag dat ten hoogste aan financiële bijdragen kan worden verhaald is in ieder geval niet hoger dan: a. a. de opbrengsten, bedoeld in artikel 13.14, tweede lid, van de gronden waarop de activiteiten worden verricht, verminderd met de inbrengwaarde, bedoeld in artikel 13.18, tweede lid, onder a, als het gaat om activiteiten waarvoor een kostenverhaalsgebied met tijdvak is aangewezen, of b. de waardevermeerdering, bedoeld in artikel 13.15, tweede lid, onder b, als het gaat om activiteiten waarvoor een kostenverhaalsgebied zonder tijdvak is aangewezen. 4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld over: a. de maximale hoogte van de financiële bijdrage, en b. de eindafrekening van financiële bijdragen. 5. In een omgevingsvisie of programma kan voor de locatie waar de activiteit wordt verricht een onderbouwing van de functionele samenhang, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden vastgelegd.

Artikel 13.24 (wijze van verhaal van financiële bijdragen) Een financiële bijdrage als bedoeld in artikel 13.23 wordt vastgesteld bij de beschikking, bedoeld in artikel 13.18, eerste lid, volgens hetgeen daarover in het omgevingsplan is bepaald, voor zover: a. met degene die de activiteit verricht geen overeenkomst over kostenverhaal als bedoeld in artikel 13.13, eerste lid, is gesloten, b. b. de onder a bedoelde activiteit is toegelaten anders dan op grond van een projectbesluit of een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit van provinciaal of nationaal belang, c. c. de financiële bijdrage niet anderszins is verzekerd, en d. d. het niet gaat om kosten waarop afdeling 13.6 van toepassing is.

Bijlage 5.3: Aanvullingsbesluit grondeigendom Artikel 8.15 (verhaalbare kostensoorten) De kostensoorten, bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, aanhef, van de wet, zijn: a. voor kostenverhaalsgebieden waarvoor geen tijdvak als bedoeld in artikel 13.15, eerste lid, van de wet is opgenomen: de in tabel A van bijlage IV aangegeven kostensoorten; en b. voor kostenverhaalsgebieden waarvoor wel een tijdvak als bedoeld in artikel 13.15, eerste lid, van de wet is opgenomen: de in de tabellen A en B van bijlage IV aangegeven kostensoorten.

A. Kostensoorten bij kostenverhaal met of zonder tijdvak A1 De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het

7

A2

A3

A4

A5

A6

A7

A8

daarvoor benodigde onderzoek De waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid De kosten van het vrijmaken van de gronden, bedoeld onder A2, van persoonlijke rechten en lasten, eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten Het tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente, de provincie of de Staat verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder A2 De kosten van bodemsanering, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder A2 De kosten van de noodzakelijke compensatie van in het kostenverhaalsgebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen De kosten van de aanleg of wijziging van: 1°.

wegen, gebouwde en ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwielpaden, gebouwde openbare fietsenstallingen, faciliteiten voor ondergrondse afvalinzameling, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken en bouwwerken; 2°. infrastructuur voor openbaar-vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken; 3°. groenvoorzieningen, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen; 4°. openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen; 5°. straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte; 6°. distributienetwerken voor elektriciteit, warmte, gas en water, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken; en

7°. riolering, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken De kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen die noodzakelijk zijn voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit A10 De kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering van de onder A3, A5, A6, A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek A11 Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet A12 Niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder A1 en A3 tot en met A10 A13 De rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten A14 De kosten van andere door of in opdracht van het bestuursorgaan te verrichten werkzaamheden, voor zover die werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de in deze bijlage bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen B.

Kostensoorten bij kostenverhaal met tijdvak; in aanvulling op tabel A B1 De waarde van de gronden waar de bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de wet, zullen worden verricht, inclusief de waarde van de daar aanwezige, te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid B2 De kosten om de gronden, bedoeld onder B1, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten A9

8

B3 B4

De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder B1 De kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder B1

AFDELING 8.5 FINANCIËLE BIJDRAGEN VOOR ONTWIKKELINGEN VAN EEN GEBIED Artikel 8.20 (activiteiten waarover financiële bijdragen kunnen worden overeengekomen) De activiteiten waarover in een overeenkomst bepalingen over financiële bijdragen kunnen worden opgenomen, bedoeld in artikel 13.22, eerste lid, van de wet, zijn: a. de activiteiten, bedoeld in artikel 8.13; b. de bouw van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, voor:1°. land- of tuinbouw, voor zover de oppervlakte ten minste 100 m2 bedraagt;2°. opwekking of winning, omzetting of transport van energie of van gasvormige, vloeibare of vaste stoffen als energiedrager;3°. infrastructuur, voor zover het gaat om wegen, vaarwegen, spoorwegen of telecommunicatie-infrastructuur; 4°. handelsreclame; of 5°. recreatie; en c. andere activiteiten met het oog op het gebruik op grond van een nieuw toegedeelde functie, voor zover het gaat om het gebruik van:1°. een of meer bestaande gebouwen, niet zijnde recreatiewoningen, mits de bruto-vloeroppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.500 m2 bedraagt;2°. gronden, mits de grondoppervlakte van het nieuw toegelaten gebruik ten minste 1.000 m2 bedraagt; of 3°. een of meer bestaande recreatiewoningen voor permanente bewoning.

Bijlage 5.4: ontwerpbesluit publiekrechtelijke afdwingbare financiële bijdragen Toelichting categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald Nieuw artikel 8.21 (categorieën ontwikkelingen waarvoor financiële bijdragen kunnen worden verhaald) [artikel 13.23, eerste lid, van de Omgevingswet] Eerste lid Aan het Omgevingsbesluit wordt een nieuw artikel 8.21 toegevoegd. Hiermee worden de categorieën ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, bedoeld in artikel 13.23, eerste lid, van de Omgevingswet, aangewezen. Hiermee wordt het mogelijk om in een omgevingsplan te bepalen dat een financiële bijdrage wordt verhaald voor een ontwikkeling die binnen de aangewezen categorieën valt. De categorieën zijn in artikel 8.21 omschreven als de aanleg (of wijziging) van bepaalde gebieden of voorzieningen, of als ingreep in de fysieke leefomgeving met het oog op een bepaald doel. In het laatste geval zijn de maatregelen in de fysieke leefomgeving die onder de categorie kunnen worden begrepen niet specifiek voorgeschreven. Maatregelen vallen echter alleen onder een aangewezen categorie voor zover ze met het oog op het in die categorie omschreven doel worden getroffen.

Onder a: landschap Als categorie ontwikkelingen ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving geldt allereerst de wijziging van de inrichting van het landelijk gebied met het oog op verbetering van landschappelijke waarden. Landschappelijke waarden zijn een element van omgevingskwaliteit en vallen daarmee onder het toepassingsbereik en het belangenkader van de wet (zie de artikelen 1.3, onder a, en 2.1, derde lid, van de wet). Het kan bij de wijziging van de inrichting van het landelijk gebied gaan om maatregelen voor het verbeteren van de structuur van de landbouw en de kwaliteit van landschappen. Een voorbeeld daarvan is het herstel van bijzondere provinciale landschappen door combinaties van maatregelen op het gebied van onder meer waterbeheer, zoals beekherstel waarmee beken hun natuurlijke loop terugkrijgen, en landinrichting. De aanwijzing van de categorie wijziging van de inrichting van het landelijk gebied door onder meer het verwijderen van vrijkomende agrarische bebouwing, staat los van de uiteindelijke toestemming om een gebouw te mogen slopen, bijvoorbeeld een monumentaal gebouw. Alleen als vrijkomende agrarische bebouwing gesloopt mag worden voor de realisatie van een aangewezen ontwikkeling, kunnen hiervoor financiële bijdragen verhaald worden.

Onder b: natuur Financiële bijdragen kunnen worden gevraagd voor maatregelen in de fysieke leefomgeving in het kader van de aanleg of wijziging van gebieden die ter bescherming van de natuur zijn aangewezen, of het herstel van dier- en plantensoorten die van nature in Nederland in het wild voorkomen. Het aanleggen of wijzigen van gebieden ter bescherming van de natuur kan de natuurgebieden en landschappen betreffen die op grond van artikel 2.44 van de wet door het Rijk of de provincies zijn aangewezen, maar ook natuurgebieden die gemeenten zelf in een omgevingsplan aanwijzen. Maatregelen in het kader van herstel van dier- en plantensoorten zullen moeten zijn voorzien in een omgevingsvisie of programma, waarin wordt aangeduid in welk gebied de maatregelen zullen

9

worden getroffen. Gedacht kan worden aan maatregelen in bijvoorbeeld het Natuurnetwerk Nederland, maar ook in Natura 2000-gebieden of andere gebieden met belangrijke natuurwaarden. In veel gevallen is de provincie voor het beheer en bescherming van die gebieden het bevoegd gezag. Ook op gemeentelijk niveau kunnen er inspanningen worden verricht ter verbetering van de natuur, zoals het aanleggen van bijenlandschappen met voldoende voedsel- en nestelgelegenheden of gevarieerd groen voor een rijk dieren- en insectenleven. Meer specifiek kan het ook gaan om de aanleg van vistrappen en vispassages. Dat zijn waterbouwkundige kunstwerken die als doel hebben vissen toegang te geven tot een door een dijk, dam, stuw of sluis ontoegankelijk geworden achterland. Het doel van vistrappen is bescherming van diersoorten. Op eenzelfde wijze kunnen financiële bijdragen worden verhaald voor maatregelen als de aanleg van faunapassages, het creëren van overloopgebieden, natuurvriendelijke oevers, herinrichting van bermen of het herstellen van houtwallen, als deze zijn voorzien in een omgevingsvisie of programma waarin ook het gebied waar de maatregelen zullen worden getroffen concreet is aangeduid. Onder c: infrastructuur Bij de categorie aanleg van infrastructuur moet het gaan om verkeers- en openbaar vervoersnetwerken van gemeentelijk of regionaal belang.

Hierbij kan worden gedacht aan de aanleg van infrastructuur die niet noodzakelijk is voor de activiteiten waaraan een financiële bijdrage worden opgelegd en die daardoor niet onder het kostenverhaal kan worden gebracht, maar waarmee de bereikbaarheid en het woon- en leefklimaat in het kostenverhaalsgebied wel wordt verbeterd. Ook kan het gaan om aanpassing of wijziging van infrastructuur, bijvoorbeeld voor het vergroten van de capaciteit. Onder d: recreatie Het beleid van provincies en gemeenten is er in het algemeen op gericht om samenhang aan te brengen tussen recreatievoorzieningen. Daartoe wordt in omgevingsvisies of omgevingsplannen een groenstructuur opgenomen. In de groenstructuur zijn de gebieden, waaronder parken, opgenomen waar groen of groene recreatie voorop staat. Dit moet bijdragen aan een gevarieerd aanbod van voorzieningen. Daarnaast wordt samenhang aangebracht door recreatievoorzieningen onderling te verbinden via fiets- en wandelpaden. De verplichte financiële bijdragen kunnen worden gebruikt voor het aanpassen van bestaande voorzieningen en de aanleg van nieuwe voorzieningen die onderdeel uitmaken van de regionale of gemeentelijke groenstructuur. Onder e: betaalbaar wonen Steden en dorpen willen aantrekkelijk zijn om in te wonen. Een evenwichtige samenstelling van de woningvoorraad in de gemeente is belangrijk voor het woon- en leefklimaat in die gemeente.

Het aanbod aan en de variatie van woningen in verschillende prijsklassen is daarvoor belangrijk. In een gemeentelijke woonvisie worden in veel gevallen streefpercentages opgenomen voor het aantal woningen voor sociale huur, middeninkomens en vrije sector om voldoende beschikbaarheid van die woningen te realiseren. Die percentages kunnen in het omgevingsplan worden vastgelegd. Niet in alle te ontwikkelen gebieden zijn die percentages te realiseren. Dat speelt met name bij sociale huurwoningen. Dat heeft er onder andere mee te maken dat sociale woningbouw een stempel drukt op de betaalbaarheid van de gebiedsontwikkeling en de te realiseren kwaliteit van de openbare ruimte. Om een dergelijke ontwikkeling toch mogelijk te maken met behoud van kwaliteit van de openbare ruimte, kan ervoor worden gekozen om op die locatie minder sociale woningen te realiseren. Categorie e maakt het mogelijk om van ontwikkelende partijen van vrijesectorwoningen in gebieden waar minder sociale woningen worden gerealiseerd dan het streefpercentage, een financiële bijdrage te vragen waarmee in andere gebieden meer sociale woningen kunnen worden gerealiseerd dan het streefpercentage voorschrijft. Zo kan het opnemen van deze categorie bijdragen aan het bereiken van een goede woonruimteverdeling en een kwalitatief hoogwaardig woon- en leefklimaat.

Om in het omgevingsplan bouwactiviteiten tot een financiële bijdrage voor sociale woningbouw op een andere locatie te kunnen verplichten, is vereist dat het omgevingsplan de beoogde sociale huur- of koopwoningen specifiek toelaat of regels bevat op grond waarvan op een woningbouwlocatie een verplicht deel van de woningen in de categorieën sociale huur of koop moet worden gerealiseerd (artikel 5.161c Bkl). Als het omgevingsplan hierin nog niet voorziet, zijn financiële bijdragen mogelijk als de sociale woningbouw voor de beoogde locatie in een programma is opgenomen. Een tweede vereiste is dat het op een andere locatie realiseren van de sociale huur- of koopwoningen ertoe leidt dat op die locatie een tekort ontstaat of een reeds bestaand tekort hoger uitvalt. Als de sociale huur- en koopwoningen worden gebouwd op gronden van particuliere eigenaren zal dit zich voordoen als de op grond van artikel 13.11 van de wet verplicht te verhalen kosten hoger zijn dan de opbrengsten van de gronden. Als de gemeente zelf eigenaar is van de gronden zal dit zich voordoen als het realiseren van een hoger aandeel sociale woningen dan het gemeentelijk streefpercentage leidt tot een verlies of een hoger verlies op de verkoop van gemeentegrond.

10

Onder f: stedelijke herstructurering Het doel van stedelijke herstructurering is het woon- en leefklimaat in oude wijken of gebieden met leegstandsproblemen te verbeteren, bijvoorbeeld door het slopen van woningen, het aanpassen van wegen en het aanleggen van openbaar vervoersvoorzieningen. Hierbij is van belang dat het bij herstructurering niet alleen gaat om het realiseren van andere functies in een gebied, het kan ook gaan om modernisering van gebieden. Als instrument om herstructurering te realiseren kan een programma worden gebruikt, als opvolger van het voorheen vast te stellen herstructureringsplan. Voor de motivering voor het verplicht stellen van financiële bijdragen kan dan naar dit programma verwezen worden. Hiermee beoogt de aanwijzing van deze categorie de ontstane uitvoeringspraktijk te versterken. Opgemerkt wordt nog dat de vraag of de sloop van woningen in een gemeente onder de categorie stedelijke herstructurering valt, losstaat van de vraag of woningen, bijvoorbeeld vanwege een monumentale status, kunnen worden gesloopt. Hiertoe wordt verwezen wordt naar de artikelsgewijze toelichting bij onderdeel a van dit artikel. Tweede lid Dit lid geeft een afbakening van de in het eerste lid omschreven categorieën ontwikkelingen ten opzichte van de regeling voor kostenverhaal in afdeling 13.6 van de wet.

De regeling voor kostenverhaal vormt het vertrekpunt voor het verhalen van geldbedragen voor de ontwikkeling van gebieden. Beoogd is om in artikel 8.21 categorieën ontwikkelingen aan te wijzen waarvoor de gemeente kosten maakt ter verbetering van de kwaliteit van de fysieke leefomgeving, maar waarvoor de regeling voor kostenverhaal geen verhaalsmogelijkheid biedt. Dit tweede lid geeft hieraan uiting door te bepalen dat voorzieningen en maatregelen waarvan de kosten op grond van artikel 13.11 van de wet aan activiteiten moeten worden toegerekend, niet tot de categorieën ontwikkelingen behoren waarvoor op dergelijke activiteiten een financiële bijdrage kan worden verhaald. Dit betekent dat de in artikel 8.21, eerste lid, aangewezen categorieën ontwikkelingen in principe ook maatregelen en voorzieningen kunnen omvatten die voorkomen op kostensoortenlijst in bijlage IV bij het Omgevingsbesluit. De regelingen voor kostenverhaal en publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen kunnen echter voor een concrete maatregel of voorziening niet naast elkaar op dezelfde activiteiten worden toegepast Dit lid heeft betrekking op de ontwikkelingen waarvoor de bevoegdheid in artikel 13.23, eerste lid, van de wet kan worden ingezet en kan niet op één lijn worden gesteld met artikel 13.24, onder d van de wet.

Dat onderdeel voorkomt alleen dat de kosten voor een voorziening bij een beschikking twee keer worden verhaald (een keer via de kostenverhaalsbijdrage en een keer in de vorm van een financiële bijdrage) en dat de regeling voor publiekrechtelijk afdwingbare financiële bijdragen in plaats van de regeling voor kostenverhaal zou worden ingezet. Een gevolg van artikel 8.21, tweede lid is dat een initiatiefnemer die via het kostenverhaal al geheel of gedeeltelijk aan een voorziening moet bijdragen, voor diezelfde voorziening niet ook nog tot een financiële bijdrage kan worden verplicht. Als een omgevingsplan op grond van artikel 13.23 van de wet dus een ontwikkeling aanwijst waarvoor op bepaalde activiteiten een financiële bijdrage wordt verhaald, zal die ontwikkeling niet kunnen bestaan uit voorzieningen of maatregelen waarvoor gelet op de PPT-criteria verplicht kosten op die activiteiten moeten worden verhaald. Dit betekent dat bekostiging van een ontwikkeling via een combinatie van kostenverhaal en financiële bijdragen alleen mogelijk is, als de kostenverhaalsbijdragen en financiële bijdragen niet door dezelfde activiteiten worden gedragen.

Financiële bijdragen kunnen dus in het omgevingsplan verplicht worden gesteld voor activiteiten die niet via het kostenverhaal bijdragen aan een aangewezen ontwikkeling, zolang die ontwikkeling maar onder artikel 8.21 valt en er tussen de activiteiten en de ontwikkeling een functionele samenhang bestaat. Een voorbeeld kan dit verduidelijken. Stel er is een verbreding nodig van een bestaande verkeersweg voor onder meer de bereikbaarheid van een nieuwe woonwijk. Als de kosten die de gemeente hiervoor maakt op basis van de PPT-criteria gedeeltelijk op de nieuwe woonwijk moeten worden verhaald, kan het resterende deel dat niet via de PPT-criteria kan worden toegerekend niet ook nog worden verhaald door daarvoor financiële bijdragen te vragen. Wordt naast de wegverbreding in de gemeente echter ook een nieuwe rondweg aangelegd waarvan de kosten niet via de regeling kostenverhaal verhaalbaar zijn, dan kan dat wel een ontwikkeling zijn als bedoeld in artikel 8.21, onder c, waarvoor een financiële bijdrage op de initiatiefnemer van de bouwactiviteiten in de nieuwe woonwijk wordt verhaald. Nieuw artikel 8.22 (regels over eindafrekening van financiële bijdragen in omgevingsplan) [artikel 13.23, vierde lid, onder b, van de Omgevingswet] Dit artikel voorziet in de toevoeging van een regel over de eindafrekening van financiële bijdragen.

Deze is van toepassing als gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheid in artikel 13.23, eerste lid, van de wet om in een omgevingsplan te bepalen dat een financiële bijdrage wordt verhaald op degene die een activiteit als bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de wet verricht. De activiteiten waar het om gaat, zijn aangewezen in artikel 8.13 van het Omgevingsbesluit.

11

De regeling in het omgevingsplan zal regels moet bevatten over de eindafrekening van de financiële bijdragen die worden verhaald. Het gaat hier om de financiële bijdragen die via de kostenverhaalsbeschikking worden verhaald met toepassing van artikel 13.24 van de wet. Dit betekent dat artikel 8.22 niet verplicht tot het stellen van regels over de eindafrekening van financiële bijdragen die langs privaatrechtelijke weg worden overeengekomen, door het sluiten van een overeenkomst als bedoeld in artikel 13.22 van de wet. In ieder geval zullen de regels een termijn moet bevatten waarbinnen eindafrekening plaatsvindt. Het ligt voor de hand deze termijn te relateren aan de verwachte looptijd van de ontwikkeling waaraan door initiatiefnemers een financiële bijdrage wordt geleverd. Is een lange looptijd voorzien, dan kan deze termijn ook inhouden dat voor het voltooien van de ontwikkeling eindafrekening op verzoek plaats kan vinden. Als de uitvoering van een aangewezen ontwikkeling van onzekere factoren afhankelijk is, kan worden geregeld dat eindafrekening in elk geval plaatsvindt als na verstrijken van een in het omgevingsplan vastgelegde termijn blijkt dat geen voortgang heeft plaatsgevonden of dat de ontwikkeling geheel of gedeeltelijk geen doorgang zal vinden.

12

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10134333/1