CConstaterende datZuidplas
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 26 Bijlage 23 MER Deelrapport Duurzaamheid A24.000190

Gemeenteraad 23 april 2024, gemeente ZuidplasBij agendapunt: Rv Chw Bestemmingsplan Middengebied Zuidplaspolder 131.031 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Middengebied Zuidplaspolder Deelrapport duurzaamheid bij het milieueffectrapport

Sweco Nederland B.V. Onderwerp: Projectnummer: Klant: Datum: Auteur:

Handelsregister 30129769 Middengebied Zuidplas 51007971 Gemeente Zuidplas 07-07-2023 Eveline Stroink, Marieke Koomen

2/43

Inhoudsopgave

1.

Inleiding ......................................................................................................................... 4 1.1 Aanleiding en doel ............................................................................................... 4 1.2 Leeswijzer ........................................................................................................... 6

2.

Uitgangspunten ............................................................................................................. 8 2.1 Studiegebied ....................................................................................................... 8 2.2 Kaders wet- en regelgeving, beleid en richtlijnen ............................................... 8 2.3 Beoordelingskader en ingreep-effectrelaties .................................................... 12 2.4 Aannames en uitgangspunten .......................................................................... 12 2.5 Methodiek .......................................................................................................... 13

3.

Huidige situatie en autonome ontwikkelingen ............................................................. 14 3.1 Inleiding ............................................................................................................. 14 3.2 Huidige situatie .................................................................................................. 14 3.3 Autonome ontwikkelingen ................................................................................. 15

4.

Effectbeoordeling alternatieven ................................................................................... 17 4.1 Beoordelingscriteria .......................................................................................... 17 4.2 Criterium klimaatmitigatie .................................................................................. 20 4.3 Criterium circulariteit ......................................................................................... 26 4.4 Conclusie en aanbevelingen voor VKA ............................................................. 31

5.

Effectbeoordeling VKA ................................................................................................ 37 5.1 Inleiding ............................................................................................................. 37 5.2 Effectbeoordeling VKA ...................................................................................... 37 5.3 Conclusies, aanbevelingen en maatregelen ..................................................... 42 5.4 Leemten in kennis ............................................................................................. 42

6.

Referenties .................................................................................................................. 43

Bijlagen: Bijlage 1: Globale verkenning energieconcept Bijlage 2: Globale verkenning mogelijkheden windenergie Bijlage 3: Analyse zandtransport Bijlage 4: Houtbouw Zuidplaspolder Bijlage 5: Quickscan hoogtebeperkingen voor windturbines Bijlage 6: Radarhinderonderzoek

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: sweco.projectId Datum: 07-07-2023

Versie:

Document referentie: \\sweco.se\nl\ams01\project\5305\51007971_zuidplaspolder_mer_bestemmingsplan\02_project\c_werkdocumenten\duurzaamheid\m er middengebied zuidplaspolder - deelrapport duurzaamheid - d0.0.docx

3/43

1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel 1.1.1

Bestemmingsplan en milieueffectrapportage Middengebied

De gemeente Zuidplas werkt aan de ontwikkeling van het Middengebied Zuidplaspolder. Het gaat om een integrale gebiedsontwikkeling waarin ruimte wordt geboden aan woningen, bedrijvigheid, (maatschappelijke) voorzieningen, infrastructuur en natuur. De kern van de ontwikkeling wordt gevormd door de realisatie van een nieuw dorp van 8.000 woningen. Tevens is een uitbreiding beoogd van de industrieterreinen Doelwijk en Gouwe Park. Het Middengebied ligt in de oksel van de A12 en de A20, tussen de kernen Nieuwerkerk a/d IJssel, Moordrecht en Zevenhuizen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1.

Figuur 1.1 | Plangebied ontwikkeling Middengebied

Om de ontwikkeling van het Middengebied mogelijk te maken, moet een nieuw bestemmingsplan opgesteld worden. Het bestemmingsplan moet de planologische mogelijkheden bieden voor de ontwikkeling van het Middengebied. Bij de ontwikkeling van het Middengebied zijn belangrijke

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

4/43

(milieu)effecten niet op voorhand uit te sluiten. De gemeente Zuidplas heeft daarom besloten om bij het bestemmingsplan een milieueffectrapportage (m.e.r.) uit te voeren. Als onderdeel van de m.e.r. wordt een Milieueffectrapport (MER) opgesteld.

1.1.2

Doel voorliggend rapport

In het MER worden de effecten van de ontwikkeling van het Middengebied beschreven. Dit gebeurt voor alle relevante thema’s die een relatie hebben met de fysieke leefomgeving. Een van de thema’s waar in het MER aandacht aan wordt besteed is duurzaamheid. Voorliggend rapport levert de input voor de effectbeschrijving en -beoordeling van de voorgenomen ontwikkeling voor dit thema. Dit rapport heeft in het proces van het MER op twee momenten input geleverd: 1. Een effectanalyse voor vijf alternatieven met als doel input leveren voor het samenstellen van een voorkeursalternatief. 2. Een effectanalyse van het voorkeursalternatief. 1. Vijf alternatieven In de eerste stap zijn de effecten onderzocht van vijf alternatieven: • Basisalternatief; • Alternatief ‘maximaal klimaatrobuust’; • Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’; • Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’; • Alternatief ‘Groen-blauw raamwerk’. De alternatieven worden uitgebreid beschreven in Bijlage 4 van het MER (Alternatievenbeschrijving). Het basisalternatief is de ontwikkeling van het Middengebied zoals beschreven in het Masterplan Middengebied Zuidplaspolder (maart 2021), vastgesteld in de Bestuurlijke Overeenkomst voor de Ontwikkeling Middengebied Zuidplaspolder (juli 2021) en verder uitgewerkt in het Stedenbouwkundige Casco Middengebied Zuidplaspolder (januari 2022).

Dit basisalternatief bevat uitgangspunten voor het programma van de woningbouw, het bedrijventerrein en de voorzieningen. Verder zijn in het basisalternatief uitgangspunten en ambities beschreven voor de invulling van de thema’s • natuur/groen; • waterhuishouding; • klimaatadaptatie; • mobiliteit; • circulariteit en energie. In het basisalternatief zit als het ware het basis ambitieniveau van de gemeente voor het Middengebied. De vier overige alternatieven kennen in beginsel dezelfde uitgangspunten als het basisalternatief. Per alternatief is daar bovenop voor het betreffende thema een maximaal ambitieniveau uitgewerkt. Bijvoorbeeld: in het alternatief ‘maximaal klimaatrobuust’ is maximaal invulling gegeven aan maatregelen die er toe leiden dat de ontwikkeling van het Middengebied zo klimaatrobuust mogelijk is. Om het effect hiervan goed te kunnen onderscheiden blijven overige ambities gelijk aan het basisalternatief. En zo is in het alternatief

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

5/43

‘duurzame mobiliteit’ maximaal invulling gegeven aan het thema duurzame mobiliteit. Voorliggend rapport levert input voor de effectanalyse van de vijf alternatieven voor het thema duurzaamheid. Hoe verhoudt het thema klimaatmitigatie zich tot andere klimaatrelevante onderwerpen zoals droogte, hitte en wateroverlast? In het MER is onderscheid gemaakt tussen klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Bij maatregelen ter vermindering van klimaatverandering is er sprake van mitigatie. Dit draait om het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Bij maatregelen ter aanpassing aan klimaatverandering die desondanks toch optreedt, is er sprake van adaptatie. Hierbij gaat men uit van de effecten van klimaatverandering (droogte, hitte, wateroverlast) en bereidt zich daarop voor. Vanwege de grote overlap met de thema’s water en bodem wordt klimaatadaptatie meegenomen in het deelrapport Water, bodem en klimaat. Voorliggend deelrapport Duurzaamheid gaat in op klimaatmitigatie. Voorkeursalternatief Op basis van de effectanalyse van de vijf alternatieven is in het MER een Voorkeursalternatief (VKA) samengesteld. Dit VKA bestaat uit een combinatie van onderdelen/maatregelen uit de verschillende alternatieven. Daarnaast zijn ook zaken meegenomen die niet in het MER zijn meegenomen, maar wel van belang zijn in de keuzevorming.

Denk bijvoorbeeld aan zaken als economische haalbaarheid, technische uitvoerbaarheid, risico’s, etc. De elementen waaruit het VKA bestaat zijn beschreven in Bijlage 4 van het MER (Alternatievenbeschrijving). Voor dit VKA is vervolgens gekeken of dit leidt tot andere effecten dan reeds in beeld gebracht bij de vijf bovengenoemde alternatieven. In voorliggend rapport worden de effecten van het VKA beschreven voor het duurzaamheid.

1.2 Leeswijzer In hoofdstuk 2 worden de uitgangspunten beschreven die zijn gehanteerd bij het onderzoek. Er wordt onder meer ingegaan op het studiegebied, de relevante kaders vanuit wet- en regelgeving en beleid, het beoordelingskader en de manier waarop het onderzoek is uitgevoerd. De effecten van de planontwikkeling worden onderzocht ten opzichte van de referentiesituatie. De referentiesituatie wordt gevormd door de huidige situatie, aangevuld met de autonome ontwikkelingen. Een beschrijving van de voor het voorliggend onderzoek relevante referentiesituatie is opgenomen in hoofdstuk 3. In hoofdstuk 4 worden de effecten van de vijf alternatieven beschreven. In dat hoofdstuk wordt eerst stil gestaan bij de beoordelingscriteria die worden gehanteerd. Vervolgens worden per criterium de effecten beschreven en beoordeeld. Het hoofdstuk eindigt met een samenvatting en een conclusie van de effecten en de onderscheidende verschillen tussen de alternatieven. Tot slot wordt in hoofdstuk 5 in beeld gebracht wat de effecten zijn van het voorgestane voorkeursalternatief. Daarbij wordt ook aangegeven of er op dit moment nog sprake is van leemten in kennis.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

6/43

De volgende bijlagen horen bij dit deelrapport: • Energieconcepten • Windenergie • Grondbalans MER herziening omgevingsbeleid Provincie Zuid-Holland Op het moment van opstellen van het MER voor het Middengebied heeft de provincie Zuid-Holland een deel van haar beleid herzien, zodat de ontwikkeling van het Middengebied zoals opgenomen in de Bestuurlijke Overeenkomst Middengebied van 1 juni 2021 hier binnen past. Provinciale Staten van Zuid-Holland hebben op 12 oktober 2022 de Herziening van het provinciale omgevingsbeleid voor het Middengebied van de Zuidplaspolder vastgesteld. Deze is daarna op 1 november in werking getreden. Voor de Herziening is begin 2022 een provinciaal MER opgesteld (MER Herziening provinciaal omgevingsbeleid, Witteveen+Bos, maart 2022). In juli 2022 is een aanvulling opgesteld naar aanleiding van het toetsingsadvies van de Commissie m.e.r. Bij het MER voor het Middengebied is zoveel mogelijk gebruik gemaakt van de resultaten van dit provinciaal MER. Daaruit beschikbare informatie is ook meegenomen in voorliggend deelrapport.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

7/43

2. Uitgangspunten 2.1 Studiegebied De mate van duurzaamheid is afhankelijk van keuzes binnen de gehele keten van producten en diensten, van productie tot (afval-)verwerking. Van veel producten en diensten ligt deze keten grotendeels buiten het plangebied. Als we kijken naar het emitteren van broeikasgassen of het uitputten van grondstofvoorraden, dan heeft dat effect over landgrenzen heen. Het is daarnaast belangrijk om verder te kijken dan het plangebied om een vorm van afwenteling te voorkomen. Het MER wordt opgesteld ten behoeve van het vaststellen van een bestemmingsplan. In dit MER beperken we ons daarom tot de duurzaamheidskeuzes die binnen het planvoornemen in het kader van het vaststellen van het bestemmingsplan worden gemaakt en die invloed hebben op klimaat en circulariteit. Bij de beoordelingscriteria is het daarom van belang dat hoe meer er binnen het plangebied kan worden opgelost (energie opwekking, omgang met materiaal, verwerking van afval), hoe beperkter de effecten. Enerzijds omdat op lokale schaal gebruik zal moeten worden gemaakt van duurzame energie-, water-, en materiaalstromen, anderzijds omdat transport van goederen voor de bouw een grote factor is in de belasting van het milieu. Door maatregelen binnen het plangebied is minder transport naar elders nodig, wat een positief effect heeft op de ruimere omgeving.

2.2 Kaders wet- en regelgeving, beleid en richtlijnen Een aantal documenten zijn geanalyseerd op voor dit thema relevante kaders. De kaders zijn kort beschreven, waarna in is gegaan op hoe de ontwikkeling er wel of niet aan voldoet. De volgende documenten zijn geanalyseerd: - Klimaatakkoord - Gemeentelijk afvalbeleid - Structuurvisie Zuidplas 2030 - Regionale Energie Strategie - Bouwbesluit - Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie -

Provinciaal omgevingsbeleid o Omgevingsvisie Zuid-Holland o Omgevingsverordening Zuid-Holland

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

8/43

-

Provinciale Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie 2021-2023 Bedrijventerreinenstrategie Programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie 2019-2025 Beheerplan Watergangen en Bermen gemeente Zuidplas 2017-2030 Bomenbeleidsplan 2016 en Bomenbeheerplan 2016 Beleidsnota Snippergroen [2013]

Tabel 1 | Relevante kaders Gemeentelijk afvalbeleid

Het college heeft de ambitie om in Zuidplas nog maar 75kg restafval per inwoner per jaar te hebben. In 2020 was dit 119 kg. Het is hierbij van belang om afval goed te scheiden.

Structuurvisie Zuidplas 2030

Voor het thema milieu en duurzaamheid wordt ingegaan op energiezuinige gebouwen, het gebruik van duurzame energie en een inrichting van het openbare gebied met een minimale impact op het milieu. Daarnaast wordt een waterbergingsopgave gecreëerd in het plangebied waar de Vierde Tocht wordt verbreed, waardoor ze een waterbergende functie krijgen. Met de voorgenomen ontwikkeling zal worden aangesloten bij dit streven, waarbij voldaan dient te worden aan de normen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De woningen worden dan ook gasloos uitgevoerd en voorzien van duurzame installaties en een goede isolatie. De watergangen rond het plangebied blijven behouden en worden verbreed en aanzienlijk uitgebreid. Om deze redenen kan gesteld worden dat het plan in lijn is met de ambities op het gebied van duurzaamheid van de gemeente Zuidplas.

Regionale Energiestrategie

In de RES zijn zoekgebieden voorgesteld voor het opwekken van zonneen windenergie in Midden-Holland zodat de doelstelling van 0,435 TWh aan hernieuwbare elektriciteit gerealiseerd kan worden. Op gemeentelijk niveau betekend dit een opwek van 0,096 TWh voor de gemeente Zuidplas. Een groot deel van het Middengebied in de Zuidplaspolder is aangewezen als ‘zon in transitiegebied’, dit zijn gebieden in die de komende tijd gaan veranderen door de ontwikkeling van woningbouw in combinatie met recreatie en natuurontwikkeling, verduurzaming en energieopwek. Daarnaast zijn een aantal kleinere delen van het gebied aangewezen als ‘als ‘zon langs infrastructuur (onder andere de restruimtes bij A12, A20 en N207, en de Gouweknoop). In de RES wordt daarnaast gesteld dat het belangrijk is vroegtijdig inwoners, bedrijven en verenigingen te betrekken bij locatiekeuzes voor grootschalige duurzame opwek, bij het ontwerp en de uitvoering van het project en de ruimtelijke inpassing.

Bouwbesluit

Het plan voldoet aan het bouwbesluit Artikel 5 door Bijna Energieneutrale gebouwen te bouwen. Daarnaast wordt in het Bouwbesluit gesteld dat nieuwbouw zodanig gebouwd moet zijn dat de belasting op het milieu door de gebruikte materialen wordt beperkt (MPG). Deze MPG waarde heeft nu een maximum van 0,8, maar zal tot 2030 stapsgewijs gehalveerd worden. Er moet ingezet worden op voldoende laadinfrastructuur voor elektrische voertuigen.

Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie

Een van de drie doelstellingen die geformuleerd zijn in het Rijksbrede programma Circulaire Economie is van toepassing op het Middengebied Zuidplaspolder. Er wordt gedoeld op dat wanneer nieuwe grondstoffen nodig zijn, zoveel mogelijk gebruikgemaakt wordt van duurzaam geproduceerd, hernieuwbare (onuitputtelijke) en algemeen beschikbare grondstoffen. Ook dient er ingezet te worden op circulariteitsstrategieën als hergebruik, circulair ontwerp, delen, lenen en reparatie.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

9/43

Omgevingsvisie Zuid-Holland De Omgevingsvisie van ZuidHolland biedt een strategische blik op de lange(re) termijn voor de gehele fysieke leefomgeving en bevat de hoofdzaken van het te voeren integrale beleid van de provincie Zuid-Holland.

Onderhavige planontwikkeling sluit aan bij de volgende duurzaamheid gerichte ambities die gesteld zijn in de omgevingsvisie van Zuid-Holland: ‘schone energie voor iedereen’ en ‘gezond en veilig Zuid-Holland’. Er wordt invulling gegeven aan de energietransitie door uit te gaan van een ontwikkeling van het Middengebied dat als geheel energieneutraal is. Daarbij wordt o.a. ingezet op energiezuinig bouwen, energiegebruik van mobiliteit zoveel mogelijk beperken en inzet van technieken voor de kleinschalige opwek van duurzame energie (bijvoorbeeld zonnepanelen op daken of gevels). Het Middengebied wordt gezond en veilig ingericht door de beperking van het autogebruik en het inzetten op een modal shift. Ook ligt er grote nadruk op het klimaat- en toekomstbestendig bouwen van de woningen, waardoor er rekening gehouden wordt met klimaatadaptatie. Dit wordt onder andere gedaan door voldoende groen en water op te nemen in het plan.

Omgevingsverordening ZuidHolland Alle provinciale regels over de fysieke leefomgeving staan bij elkaar in de Zuid-Hollandse omgevingsverordening. Naast een omgevingsvisie moet de provincie vanuit de Omgevingswet ook één omgevingsverordening vaststellen voor haar grondgebied.

Provinciale Uitvoeringsagenda klimaatadaptatie 2021-2023

Voor het plangebied (of een deel daarvan) en de beoogde ontwikkeling zijn de volgende thema’s van belang voor duurzaamheid: • Beschermen van de gezondheid en milieu; • Beheer van watersystemen; • Natuurbescherming; • Bescherming van landschappelijke en stedenbouwkundige waarden; • Ruimte voor (toekomstige) functies; • Behoud van cultureel erfgoed; • Windenergie; Het planvoornemen past binnen de provinciale afspraken en thema’s. Uit de verordening volgt een aandachtspunt. De locaties waar in de onderzochte alternatieven wordt gekeken naar windenergie, in de Omgevingsverordening niet zijn aangewezen als ‘Locatie windenergie’. Daarmee passen de onderzochte locaties niet binnen het vigerende omgevingsbeleid van de provincie. Het plan wordt klimaatbestendig en waterrobuust ingericht. Hierdoor vormt deze uitvoeringsagenda geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

Deze uitvoeringsagenda markeert de start van de volgende fase in de klimaatadaptatie-aanpak van de Provincie ZuidHolland: nu wordt klimaatadaptatie concreet in de inrichting ‘buiten’. Bedrijventerreinenstrategie Deze strategie is een verdere uitwerking van het coalitieakkoord 2019 – 2023 en geeft richting aan de provinciale inzet voor de komende jaren op het gebied van bedrijventerreinen. Vervolgens leidt het (op termijn) tot aanpassing van onderdelen van en integratie in het provinciale Omgevingsbeleid, waaronder de Omgevingsverordening.

Voor het bedrijventerreinen beleid wordt er één uitgangspunt gehanteerd gericht op duurzaamheid en gaat in op het verduurzamen en voorbereiden op de toekomst. Door het bedrijventerrein op een duurzame manier te ontwikkelen wordt hier invulling aan gegeven.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

10/43

Omgevingsvisie Zuidplas [2021] In de omgevingsvisie staan de ambities voor de lange termijn, tot 2040. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan toekomstige ontwikkelingen die plaatsvinden in een veilige en gezonde fysieke leefomgeving met een goede omgevingskwaliteit voor inwoners. De fysieke leefomgeving gaat over bijna alles buiten, dus: gebouwen, bodem, water, natuur, lucht, maar ook wegen en duurzame opwek van energie. Programma Duurzaamheid en Klimaatadaptatie 2019-2025 De gemeente Zuidplas heeft in het programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie 2019 – 2025 het doel gesteld om in 2050 een duurzame en toekomstbestendige gemeente te zijn. De gemeente Zuidplas wil echter verder kijken dan de energietransitie. Er wordt ook gekeken naar het veranderende klimaat en hoe gemeente Zuidplas een aantrekkelijke leefomgeving kan ontwikkelen en behouden. Beheerplan Watergangen en Bermen gemeente Zuidplas 2017-2030 Dit beheerplan beschrijft het beheer voor watergangen en bermen in de periode 20172030. Bomenbeleidsplan 2016 en Bomenbeheerplan 2016 Binnen de gemeente kent de publieke buitenruimte een grote dynamiek, waarbij diverse voorzieningen een claim leggen op de beperkte beschikbare ruimte. Hierdoor staat het behoud van het gemeentelijk bomenkapitaal permanent onder druk.

In de Omgevingsvisie wordt ingegaan op enkele duurzaamheidsthema’s, waar de beoogde ontwikkeling binnen past. Er wordt bijvoorbeeld ingezet op het energieneutraal en klimaatadaptief uitbreiden van de bestaande woningvoorraad. Ook wordt rekening gehouden met een gezonde en veilige leefomgeving. Zo wordt er voldoende recreatie gelegenheid gerealiseerd.

In het programma Duurzaamheid & Klimaatadaptatie 2019-2025 wordt beschreven hoe de gemeente Zuidplas naar duurzame ontwikkelingen streeft aan de hand van vier thema’s: energie en warmte, klimaatadaptatie, circulaire economie en leefomgeving. Met de voorgenomen ontwikkeling zal worden aangesloten bij dit streven, waarbij voldaan dient te worden aan de normen van Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). De woningen worden dan ook gasloos uitgevoerd en voorzien van duurzame installaties en een goede isolatie. Daarnaast wordt het plangebied klimaatadaptief ingericht. Er zal sprake zijn van voldoende mogelijkheden om het regenwater op te vangen bij zware weersomstandigheden. De watergangen rond het plangebied blijven behouden en worden verbreed en aanzienlijk uitgebreid. Om deze redenen kan gesteld worden dat het plan in lijn is met de ambities op het gebied van duurzaamheid van de gemeente Zuidplas.

Tijdens de beoogde ontwikkeling dient rekening te worden gehouden met de doelen vanuit dit beheerplan. Deze doelen gaan onder andere in op het versterken van ecologie en beleving. Aangezien er binnen de ontwikkeling ingezet wordt op het versterken van groen en de beleving van ecologie en natuur is de beoogde ontwikkeling in lijn met het beheerplan Watergangen en Bermen van de gemeente Zuidplas.

Bomen dragen bij aan een betere leefomgeving en klimaatbestendigheid van het gebied. De beoogde ontwikkeling dient rekening te houden met voldoende ruimte voor bomen. Daarnaast dien een doordacht, duurzaam en efficiënt bomenbeheerplan opgesteld te worden.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

11/43

Beleidsnota Snippergroen [2013] Omdat de gemeente regelmatig verzoeken van burgers ontvangt inzake het aankopen, huren of gebruiken van gemeentelijke percelen die zijn ingericht als openbaar groen, ziet de gemeente het als taak om eenduidig beleid vast te stellen. Hierdoor wordt transparantie en uniformiteit in de wijze van behandeling van soortgelijke situaties gewaarborgd.

De beoogde ontwikkeling zorgt voor een bestemmingsplanwijziging en een geheel nieuw bestemmingsplan. Voor deze ontwikkeling wordt de verdeling van te voren gemaakt, zodat vragen over Snippergroen niet zullen ontstaan.

2.3 Beoordelingskader en ingreepeffectrelaties Voor het MER is op basis van de NRD en het advies van de Commissie m.e.r. een beoordelingskader vastgesteld. Voor het aspect duurzaamheid geldt het volgende beoordelingskader: Thema Duurzaamheid

Aspecten Klimaatmitigatie Circulariteit

2.4 Aannames en uitgangspunten Anno 2022 is aardgasvrij en BENG bouwen voor nieuwbouw (in het specifiek woningen en kleinverbruikers) de standaard en wordt daarom niet meegewogen als maatregel binnen de beoordeling van duurzaamheid. Voor het uitrekenen van de (aardgasvrije) energiebehoefte en duurzame opwek zijn algemene parameters, gemiddelden en versimpelde situaties gebruikt. Enige marge zit er wel in, maar het energiesysteem op plangebied niveau (woningen, bedrijvigheid, elektrische mobiliteit en infrastructuur) is eerder overgedimensioneerd dan ondergedimensioneerd. Dit in het kader van de worstcase benadering wat in de MER wordt gehanteerd. Het bedrijventerrein is daarin een uitzondering. Vanwege de sterke afhankelijkheid van het soort bedrijven en mogelijk ook industrie, is een inschatting maken van de energiebehoefte lastig. Daarbij komt dat het alternatief ‘circulair / duurzame energie’ de uitwisseling tussen reststromen van bedrijven wordt gestimuleerd. Het effect daarvan op de energiebehoefte is niet in zicht. Om toch rekening te houden met de gebieden aangewezen voor bedrijvigheid, zijn utiliteitsgebouwen als substitutie meegenomen. Specifiek gehanteerde aannames en uitgangspunten zijn verder toegelicht in de bijlages energieconcept, windenergie en grondbalans.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

12/43

2.5 Methodiek Informatie over energiebehoefte en -opwek en grondaanvoer zijn kwantitatief benaderd gebruik makende van bovenstaande aannames en uitganspunten. De methode die is gehanteerd op de thema’s energie en grondbalans zijn onderdeel van de respectievelijke bijlages. De resultaten van deze bijlages zijn vervolgens opgenomen in de alternatiefbeschrijving. Deze alternatieven worden kwalitatief beoordeeld op duurzaamheidsprincipes in dit rapport.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

13/43

3. Huidige situatie en autonome ontwikkelingen 3.1 Inleiding De huidige situatie is de feitelijke situatie zoals het nu is. Autonome ontwikkelingen zijn ontwikkelingen die er ook zijn als het plan niet doorgaat. In het MER wordt dit samen normaal gesproken de referentiesituatie genoemd. De effecten van het voornemen worden normaal gesproken vergeleken met de referentiesituatie. Voor het thema Duurzaamheid is echter gekozen voor een referentiesituatie die niet overeenkomt met de huidige situatie + autonome ontwikkeling. Dit wordt verder toegelicht in paragraaf 4.1. Om dit reden wordt in dit hoofdstuk (in tegenstelling tot de andere deelrapporten bij het MER) gesproken van huidige situatie en autonome ontwikkelingen in plaats van referentiesituatie.

3.2 Huidige situatie 3.2.1

Klimaatmitigatie

Duurzame energieopwekking gaat over de maatregelen en mogelijkheden bij de ontwikkelingen, zoals mogelijkheden voor bodemenergie, windenergie, zonneenergie e.d. Ook in haar ruimtelijke structuurvisie geeft de gemeente aan in te willen zetten op energiebesparing en duurzame energie. Een zeer belangrijke pijler is het energiebeleid. Het Klimaatprogramma gaat uit van een klimaatneutrale gemeente per 2050, voor de gebouwde omgeving al per 2035. Binnen de huidige situatie wordt in het plangebied op één locatie duurzame energie opgewekt door middel van zonnepanelen (circa 16,5 ha en 13 MW, zie figuur 3.1). Verder zijn er net buiten het plangebied vier windturbines aanwezig, op het bedrijventerrein Doelwijk, langs de A12.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

14/43

Figuur 3.1. Aanduiding locatie zonnepanelen.

3.2.2

Circulariteit

In het beleid van de gemeente wordt geschetst dat de weg naar een duurzame(re) samenleving zich in ruimtelijke zin steeds meer in de richting van een duurzame aanleg / bouw, inrichting en beheer ontwikkelt. Zuinigheid met schaarse grondstoffen zal langzamerhand worden gecombineerd met inzet van biobased materialen en hoogwaardig hergebruik van materialen. Binnen de huidige situatie is hergebruik van materialen en biobased bouwen niet aan de orde. Het agrarisch gebied kent verschillende afvalstromen, afhankelijk van de teelt. Teeltafval van bijvoorbeeld suikerbieten en aardappelen is verwaarloosbaar. Bij granen is er niet of nauwelijks sprake van afval. Teeltafval blijft in principe op de bedrijven. Een deel blijft op het land achter (geen afval) en een deel wordt gecomposteerd (wel afval). Andere afvalstromen als gevolg van het agrarisch gebruik zijn acryldoek, folie en plastic voor het afdekken van de grond. De afvalstromen binnen de huidige situatie zijn beperkt. Het afvalwater uit het Middengebied wordt gezuiverd door de rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) Kortenoord. Deze bevindt zich aan de noordoostkant van Nieuwerkerk aan den IJssel tussen de provinciale weg N219 en de Hollandsche IJssel. De RWZI zit in de huidige situatie aan de maximale capaciteit.1

3.3 Autonome ontwikkelingen In het vastgestelde provinciaal omgevingsbeleid is generiek beleid opgenomen voor energie en klimaatadaptatie. Dit beleid geldt voor heel Zuid-Holland en is niet specifiek voor het Middengebied.

1 Besproken in eerste overleg bespreking MER-alternatieven, Sweco (21 maart 2022)

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

15/43

In de huidige situatie is er in het Middengebied een tijdelijk veld met zonnepanelen aanwezig met een opgesteld vermogen van circa 13 MW. Deze zal uiterlijk in 2039 verwijderd worden en maakt daardoor geen onderdeel uit van de autonome situatie. Behalve voor zonnepanelen is er in het plangebied ook ruimte voor windenergie op basis van het provinciaal beleid. Op de onderstaande afbeelding is het gebied te zien dat aangeduid is voor windenergie. Zoals beschreven in paragraaf 3.1 is dit dus al deels benut, deels gelegen in het plangebied. Hier zouden dus mogelijk windturbines geplaatst kunnen worden. Het provinciaal beleid wordt momenteel herzien, waarin mogelijkheden voor windenergie langs hoofdinfrastructuur worden genoemd.

Figuur 3.2. Plekken bestemd voor windenergie (bron: provinciaal omgevingsbeleid (nader te benoemen).

Autonome ontwikkeling van een transformatorstation Binnen het plangebied zal in de oksel van het spoor Gouda-Den Haag (zuidzijde) en de N219 (oostzijde) een nieuw transformatorstation worden gerealiseerd op een terrein van circa 4 hectare om de energielevering in het Middengebied en de regio voor nu en in de toekomst te kunnen garanderen. Dit betreft een autonome ontwikkeling omdat reeds in de huidige situatie de netbeheerders hebben aangegeven dat de capaciteit van het hoogspanningsnet dusdanig ontoereikend is dat nieuwe bedrijven (onder andere bedrijventerrein/ glastuinbouwgebied GlasparelPlus in Waddinxveen) niet meer kunnen worden aangesloten of dat maatwerkafspraken moeten worden gemaakt met bedrijven met betrekking tot de stroomafname. Deze autonome ontwikkeling wordt op zichzelf beoordeeld. Afvalwaterinzameling De huidige RWZI in het Middengebied, genaamd Kortenoord, is op capaciteit. De capaciteit van RWZI Kortenoord moet vergroot worden om de extra hoeveelheden afvalwater van nieuwe woningbouwontwikkelingen in de regio waaronder ook het Middengebied te kunnen verwerken. Hiervoor zijn nog geen concrete plannen en dit hangt ook af van de ontwikkeling in het Middengebied 2.

2 Besproken in eerste overleg bespreking MER-alternatieven, Sweco (21 maart 2022)

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

16/43

4. Effectbeoordeling alternatieven 4.1 Beoordelingscriteria In het MER zitten ‘reguliere’ (milieu)thema’s, waaraan in het kader van een duurzame leefomgeving in de brede zin wordt getoetst. Los van deze thema’s, zijn in dit MER twee specifieke beoordelingscriteria meegenomen die de relevantie van duurzaamheid binnen een plan extra benadrukken. Deze duurzaamheidsbeoordelingscriteria zijn: • Klimaatmitigatie • Circulariteit Hoe verhoudt het thema klimaatmitigatie zich tot andere klimaatrelevante onderwerpen zoals droogte, hitte en wateroverlast? In het MER is onderscheid gemaakt tussen klimaatmitigatie en klimaatadaptatie. Bij maatregelen ter vermindering van klimaatverandering is er sprake van mitigatie. Dit draait om het verminderen van de uitstoot van broeikasgassen. Bij maatregelen ter aanpassing aan klimaatverandering die desondanks toch optreedt, is er sprake van adaptatie. Hierbij gaat men uit van de effecten van klimaatverandering (droogte, hitte, wateroverlast) en bereidt zich daarop voor. Vanwege de grote overlap met de thema’s water en bodem wordt klimaatadaptatie meegenomen in het deelrapport Water, bodem en klimaat. Voorliggend deelrapport Duurzaamheid gaat in op klimaatmitigatie. De criteria klimaatmitigatie en circulariteit zijn inhoudelijk zodanig anders, dat ze om een specifiek beoordelingskader vragen.

Hieronder wordt per criterium beschreven welk beoordelingskader is gehanteerd. Klimaatmitigatie Klimaatmitigatie duidt op maatregelen die de omvang of snelheid van de opwarming van de aarde beperken. Als het om mitigerende maatregelen gaat, wordt in het algemeen gedoeld op het verminderen van de door mensen veroorzaakte emissies van broeikasgassen (koolstofdioxide, methaan, lachgas en waterdamp). Van alle broeikasgassen die de mens uitstoot, is CO2 het belangrijkst. Ruim de helft van het versterkte broeikaseffect wordt veroorzaakt door CO2. Methaan staat met 16% op de tweede plaats. Waterdamp is ook een belangrijk broeikasgas, maar de mens brengt dit niet zelf in de lucht (Milieucentraal.nl). Om het uitstoten (emitteren) van broeikasgassen te verminderen, is op internationaal niveau erkend dat de energievoorziening

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

17/43

fossielvrij gemaakt moet worden. Nieuwbouw zonder gasaansluiting is al een goede eerste stap naar een fossielvrije energievoorziening. Daarnaast is in Nederland op dit moment de elektriciteitsvoorziening voor 33,4% fossielvrij [Productie hernieuwbare energie groeit 13 procent | Nieuwsbericht | Klimaatakkoord, Energieopwek.nl - Inzicht in de actuele (near-realtime) opwekking van duurzame energie in Nederland]. Door elektrificeren van onder andere verwarming van gebouwen en vervoer zal de vraag naar elektriciteit in eerste instantie toenemen. Referentiesituatie klimaatmitigatie Binnen deze beoordeling wordt gekeken in hoeverre het plan minder of meer afhankelijk is van energie uit fossiele bronnen. De totale energievoorziening in Nederland komt voor 12,5% uit hernieuwbare bronnen. Omdat voor het plangebied geen specifieke gegevens beschikbaar zijn, wordt in de referentiesituatie uitgegaan van een fossiele afhankelijk van 87,5% van de energievraag. Afhankelijkheid van energie uit niethernieuwbare bronnen3 0% +

+ + Het plan is erop gericht om niet alleen te voorzien in de eigen energievraag (energieneutraal) maar ook om duurzame energie te leveren aan de nabije omgeving (energieleverend). Daarnaast worden fluctuaties in het net opgevangen door een opslagvoorziening, wat de afhankelijkheid van energie uit niet-hernieuwbare bronnen nog verder vermindert. + Het plan is erop gericht om volledig te voorzien in de 0% eigen energievraag op een duurzame manier (energieneutraal). 0/+ Het plan is erop gericht om voor een groot deel te Tussen 0% en voorzien in de eigen energievraag op een duurzame 87,5% manier. Het blijft hiermee afhankelijk van fossiele energie, maar minder dan de referentiesituatie. 0 Er verandert niets of weinig t.o.v. de referentiesituatie: 87,5% de al aanwezige functies in het gebied zijn afhankelijk van fossiele energie. 0/- Het plan zorgt voor een verhoogde (totale/netto) 87,5 - 100% energievraag, ondanks enkele duurzaamheidsmaatregelen. De afhankelijkheid van fossiele energie is groter dan de referentiesituatie. Het plan zorgt voor een verhoogde energievraag 100% welke nagenoeg volledig van buiten het plangebied moet worden aangeleverd. Het plangebied is daarmee sterk afhankelijk van fossiele energie. -- /

3 De afhankelijkheid van energie uit niet-hernieuwbare bronnen is als een “netto” waarde benaderd

(energieneutraal). Dat betekent dat de energieopwekking op papier correspondeert met de vraag naar energie in het plangebied. Maar in de praktijk kan het voorkomen dat op bepaalde momenten energie van buiten het plangebied nodig is om aan de vraag te voldoen. Dit is een andere benadering dan de off-grid definitie van afhankelijkheid, waarbij het uitgangspunt is dat energie 100% binnen het plangebied zelf wordt opgewekt. Dit wordt als niet realistisch gezien op de schaal van het Middengebied.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

18/43

Circulariteit Circulariteit kan gemeten worden aan de hand van drie doelen aangaande circulair bouwen (Platform CB23, 2020): Beschermen van materiaalvoorraden Beschermen van het milieu Beschermen van bestaande waarde Materiaalvoorraden beschermen betekent zorgen dat materiaalvoorraden niet worden uitgeput, zodat deze ook door volgende generaties gebruikt kunnen blijven worden. Hierbij kan gedacht worden aan gebruik van biobased materialen, hergebruik van materialen en recycling. Milieu beschermen betekent zorgen dat de leefomgeving van mens en dier van goede kwaliteit blijft. Zo kan het beperken van uitstoot van CO 2 en fijnstof bij productieprocessen van bouwmaterialen en transport of het stimuleren van lokale kringlopen hier een bijdrage aan leveren. Bestaande waarde beschermen betekent dat (deel)objecten zo lang mogelijk behouden blijven, van zo goed mogelijke kwaliteit blijven en zo goed mogelijk gebruikt blijven worden. Met name flexibel bestemmen, meervoudig ruimtegebruik en modulair bouwen zijn hierbij relevant. Deze maatregelen zorgen er namelijk alle drie voor dat het gebied in de toekomst nog steeds aan een veranderende woningvraag kan voldoen, zonder dat daarvoor (volledige) sloop van gebouwen of bouwwerken nodig is. Door flexibel bestemmen kan worden ingespeeld op behoefte aan een andere mix van wonen, werken en voorzieningen.

Door meervoudig ruimtegebruik wordt leegstand van openbare of private ruimte voorkomen. En door modulair bouwen ontstaan de technische mogelijkheden om woningen uit te breiden of juist kleiner te maken, of te splitsen in meerdere woningen en het toevoegen van de hiervoor benodigde voorzieningen. Referentiesituatie circulair In de basis heeft het bouwen van een woonwijk per definitie een negatieve impact op materiaalvoorraden, milieu-impact en behoud van waarde. De effecten op de drie doelen vinden daarnaast plaats op een veel grotere schaal dan waarop reguliere MER-onderdelen worden getoetst. Voor deze specifieke effectbeoordeling nemen we aan dat de woningbehoefte vast staat en dus óf in het Middengebied, óf elders zal plaatsvinden. We nemen daarom als referentiesituatie het scenario waarin een ‘traditionele’ woonwijk wordt gebouwd met beperkt oog voor circulaire doelen, zoals vastgelegd in bijvoorbeeld het Bouwbesluit en de huidige norm voor MPG (Milieuprestatie Gebouwen). De effecten op de drie doelen worden elk apart beschreven maar in samenhang met elkaar voorzien van een beoordeling volgens onderstaande tabel. Een sterk negatief effect kan een positief effect hierbij teniet doen, en een sterk positief effect kan opwegen tegen een negatief effect. Dit gebeurt op basis van expert judgement. ++

+

Voor alle drie de doelen worden uitputtend maatregelen getroffen die bescherming bieden op de materiaalvoorraden, het milieu en bestaande waarde. Het plan behaalt een betere bescherming op twee van de drie doelen (bescherming van materiaalvoorraden, milieu of bestaande waarden) ten opzichte van een traditioneel uitgangspunt.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

19/43

0/+

0 0/-

--

Het plan behaalt een betere bescherming op één van de drie doelen (bescherming van materiaalvoorraden, milieu of bestaande waarden) ten opzichte van een traditioneel uitgangspunt. Er verandert weinig t.o.v. referentiesituatie (bouw vindt op ‘traditionele’ wijze plaats). Het plan is minder circulair dan de referentiesituatie omdat er meer grondstofvoorraden worden aangebroken, meer belasting op het milieu plaatsvindt of verspilling van waarde plaatsvindt ten opzichte van een traditionele woonwijk. n.v.t.4 n.v.t.

4.2 Criterium klimaatmitigatie 4.2.1

Basisalternatief

Aanlegfase In de aanlegfase is het energieverbruik door de bouwwerkzaamheden hoog. De geplande energielandschappen zijn nog niet gerealiseerd wanneer de bouw van de woningen start. Afhankelijk van de eisen die gemeente Zuidplas stelt aan de bouwmethode, zal de energievraag dus vervuld worden door een combinatie van fossiele brandstoffen via brandstofmaterieel, en elektriciteitsvraag van het net voor elektrisch materieel. Voor zowel brandstofmaterieel als elektrisch materieel geldt dat de energievraag maar een klein deel hernieuwbaar is. Voor elektriciteit geldt dat een groter aandeel hernieuwbaar is. Gemeente Zuidplas kan op duurzaam brandstofverbruik en hernieuwbare elektriciteit sturen bij de selectie van bouwpartijen. Wanneer de energielandschappen vooruitlopend kunnen worden gerealiseerd, of op een andere wijze wordt voorzien in hernieuwbare energie (indien mogelijk in combinatie met opslag), kan dit effect verkleind worden. In alle gevallen geldt dat de verhoogde energievraag tijdelijk is, maar van significante impact. Binnen het basisalternatief wordt 50% hout toegepast in de bouw van de tweede fase. Hout is een hernieuwbaar product en duurzaam wanneer het uit een productiebos komt met een PEFC of FSC certificaat. Een verschuiving van regulier bouwmateriaal naar houtbouw in de markt stimuleert het vergroten van de omvang van duurzaam beheerde bossen.

Deze bossen zijn een belangrijk element in het opslaan van CO2 uit de lucht. Bouwen met hout draagt daarom bij aan de CO2 opslag. In hoeverre houtbouw bijdraagt aan CO2-opname is een veel bediscussieerd onderwerp5. TNO heeft de koolstofopslag in hout aan de hand van levenscyclusanalyse (LCA) berekend. In een LCA wordt ook rekening gehouden met de verwerking van hout tot een bouwproduct en het benodigde transport. Daaruit concludeerden zij dat over een periode van 100 jaar, bouwen

4 Theoretisch gezien is het mogelijk om negatiever te scoren naarmate het plan minder circulair is

ingericht dan traditioneel. Dit valt echter lastig te onderbouwen. Daarom is 0/- de meest haalbare negatieve score. Een wijk met een 0/- score heeft een sterk negatieve impact op de circulaire economie. 5 Veel rumoer rond CO2-opslag bij houtbouw | BouwTotaal

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

20/43

met hout netto 50% minder bijdraagt aan klimaatverandering (in kg CO2 emissie equivalenten) dan in een scenario zonder CO2-opname6. Gebruiksfase De ambitie in het basisalternatief is dat het plangebied als totaal energieneutraal is. Energieneutraal betekent dat er binnen de grenzen van het gebied net zoveel energie wordt opgewekt als verbruikt door woningen, utiliteitsgebouwen, infrastructuur (gemalen en verlichting) en elektrische mobiliteit. Woningen en utiliteitsgebouwen dienen te voldoen aan de energieprestatieeisen voor Bijna Energieneutrale Gebouwen (BENG). Daarnaast worden de gebouwen niet aangesloten op aardgas. Door middel van een warmtepomp die draait op buitenlucht worden de gebouwen voorzien in hun warmte- en koelingsbehoefte (Witteveen+Bos onderzoek naar WKO loopt). Hierdoor worden de gebouwen all electric: elektriciteit wordt gebruikt in het voorzien van verwarming, warm water en als kookbron (naast het gewone stroomverbruik). Door deze maatregelen is de vraag naar energie uit niet-hernieuwbare bronnen geminimaliseerd, maar daar moet wel een (verhoogde) opwek van duurzame elektriciteit tegenover staan om energieneutraal te zijn. In het plan wordt de opwek van elektriciteit verzorgd door maximaal in te zetten op zonnepanelen op het dak en de resterende vraag op te vangen door middel van een zonneweide.

De verdeling van het aantal zonnepanelen op het dak en in de weide is afhankelijk van de verdeling hoogbouw (weinig dakoppervlak) versus laagbouw (veel dakoppervlak). In het basisalternatief wordt uitgegaan van 9 zonnepanelen per woning en een 80% bedekking van het dak van utiliteitsgebouwen. Dit is een haalbaar aantal, zonder een specifiek voor zonnepanelen ontworpen dak nodig te hebben. Optimalisatie van het ontwerp zou het aantal zonnepanelen kunnen vergroten. In bijlage Energieconcepten is een globale verkenning opgenomen van het energieconcept voor het Middengebied. Uit deze bijlage blijkt ca 61 ha energielandschap nodig is om energieneutraal te zijn (zie tabel hieronder), zonder het gebruik van aquathermie. Er is echter maar ruimte voor 40 ha. Met de ontbrekende 21 ha aan zonneweide, is het projectgebied voor 23,5% afhankelijk van energie wat buiten het plangebied wordt opgewekt. Dit komt neer op een fossiele afhankelijkheid van 20,5%, rekening houdende met de energiemix van Nederland.

Woningen Utiliteitsgebouwen Elektrische mobiliteit Infrastructuur (gemalen, openbare verlichting) Zon op dak (9 panelen) Zonneweides Netto/totaal

Energie (minus is verbruik, plus is opwek) - 33 GWH/jaar - 10 GWH/jaar - 43 GWH/jaar - 4 GWH/jaar + 29 GWH/jaar + 40 GWH/jaar -20 GWH/jaar7

6 TNO (2021) Een verkenning van het potentieel van tijdelijke CO2-opslag bij houtbouw. R10538. 7 Door naar boven af te ronden lijkt het totaal op -21 GWh/jaar uit te komen. Uit het

achtergronddocument blijkt dat de berekening op +20 GWh/jaar uitkomt.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

21/43

Door in het plangebied elektriciteit op basis van zonne-energie als enige energiedrager te gebruiken, is het des te belangrijker dat de elektriciteitsvoorziening (netaansluitingen) afgestemd is op mogelijke piekvermogens. Hoe groter het vermogen, hoe complexer dit voor de leverancier te realiseren is. Wanneer vraag en aanbod van energie niet op elkaar aansluiten, kan een zogenaamde blackout optreden (bij te weinig opwek) of wordt het elektriciteitsnet overbelast (bij te veel opwek). In het laatste geval kan het zijn dat zonnepanelen afschakelen. Dit leidt tot een lager rendement, , met als gevolg dat de benodigde hoeveelheid elektriciteit op jaarbasis mogelijk niet duurzaam opgewekt wordt. Om bovenstaande redenen moet kritisch worden gekeken naar de robuustheid en stabiliteit van het systeem. Elektriciteit opwekken door middel van zonnepanelen is duurzaam en efficiënt maar onregelmatig door de fluctuerende zonsterkte en het dag-nacht ritme. Deze onregelmatigheid sluit niet altijd aan met de vraag naar elektriciteit. Het netwerk moet de capaciteit hebben om dit verschil op te vangen. Het basisalternatief kent geen maatregelen om deze fluctuaties op te vangen. Daarmee biedt het basisalternatief nog geen robuuste oplossing voor energiezekerheid in de toekomst. De ambities op het gebied van energie zijn in het basisalternatief hoog.

Er is echter niet genoeg ruimte in het plangebied om genoeg elektriciteit uit zon op te wekken als verwacht wordt dat er nodig is. Daarom krijgt het basisalternatief de 0/+ beoordeling voor het aspect klimaatmitigatie. Opgemerkt dient te worden dat wanneer de 61 ha zonneweide wel ingepast kan worden in het plangebied, de beoordeling + wordt. Ook de toevoeging van energieopslag om energiefluctuaties op te vangen kan leiden tot een hogere beoordeling. Aspectnaam invullen

Basis alternatief

Klimaatmitigatie

0/+

4.2.2

Effecten alternatieven

Alternatief ‘Maximaal klimaatrobuust’ In het alternatief Maximaal klimaatrobuust is het uitgangspunt dat in het energielandschap een vergelijkbare zonneweide wordt ontwikkeld als in het basisalternatief, daar is dan ook op getoetst. In dit alternatief is echter sprake van hogere waterpeilen en het toestaan van inundatie ter plekke van het energielandschap. Desondanks is het uitgangspunt hier dat deze principes gecombineerd kunnen worden met een zonneveld. Wat deze combinatie van maatregelen betekent voor de waterkwaliteit wordt beschreven in het deelrapport water. Daarnaast draagt een hoger waterpeil niet significant bij aan het reduceren van CO2 emissies als gevolg van veenoxidatie. Dit komt door de nog beperkte hoeveelheid aanwezig veen. Het alternatief ‘maximaal klimaatrobuust’ heeft verder geen andere maatregelen ten opzichte van het basisalternatief die de beoordeling op het gebied van klimaatmitigatie veranderen. Hierdoor is de beoordeling gelijk aan het basisalternatief. Aspectnaam Klimaatmitigatie

Alternatief maximaal klimaatrobuust 0/+

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

22/43

Alternatief ‘Duurzame mobiliteit’ Het alternatief ‘duurzame mobiliteit’ gaat uit van een modal shift van 10% ten opzichte van het basisalternatief. Dit zorgt niet één op één voor een verminderde energievraag, omdat andere vervoersmodaliteiten ook elektriciteit nodig hebben. Het betekent wel dat door het gebruik van minder auto’s minder energie wordt gevraagd, wat een positief effect heeft op de energiebalans. Omdat deze vermindering niet direct leidt tot een substantieel robuuster energiesysteem of een substantiële wijziging van energielevering vanuit het gebied, verandert de beoordeling ten opzichte van het basisalternatief niet. Aspectnaam Klimaatmitigatie

Alternatief duurzame mobiliteit 0/+

Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’ Aanlegfase Het alternatief biedt een voordeel in de aanlegfase, doordat voor de bouwmethode volledig voor hout wordt gekozen. Door de lichtere eigenschappen van dit materiaal zijn er minder (zware) transporten8, minder zwaar bouwmaterieel9 en bovendien een kortere uitvoeringsperiode benodigd voor de bouw10. Dit resulteert in een lagere energievraag (en CO 2- en stikstofuitstoot) tijdens de bouw. Door het toepassen van houtbouw in beide projectfasen is de CO 2 opslag gemaximaliseerd. Met als uitgangspunt dat één kuub hout 622 kg CO2 opslaat, wordt bij benadering 100 miljoen kg CO2 opgeslagen in het Middengebied. Vanwege de aanleg van een productiebos vindt deze carbon capture deels lokaal plaats. Daarnaast worden de energielandschappen vooruitlopend op de bouwwerkzaamheden gerealiseerd, waardoor het elektrisch materieel van groene stroom kan worden voorzien. Gebruiksfase De ambitie van het alternatief Circulair / duurzame energie is dat het plangebied als totaal energieleverend is. Daarmee voldoet de opwekking van duurzame energie niet alleen aan de vraag binnen het plangebied, maar is het als het ware een energiebron voor de nabije omgeving daaromheen.

Het alternatief Circulair / duurzame energie omvat veel aanvullende maatregelen die het gebruik van energie afkomstig uit niet-hernieuwbare bronnen verminderen, dan wel volledig onnodig maken. De energiebehoefte wordt verder verminderd doordat grondgebonden woning niet alleen voldoen aan BENG, maar ook een score van BENG2 < 0 behalen. Ze zijn hiermee energieneutraal op perceelniveau.

8 Hout kan getransporteerd worden op volume in plaats van op gewicht. Dit betekent dat een

vrachtwagen die beladen wordt met beton eerder de maximale laadcapaciteit bereikt, terwijl een vrachtwagen die beladen wordt met hout eerder het maximale volume bereikt. Hierdoor kan het transport veel efficiënter ingericht worden. 9 Er is veelal geen vaste hijskraan nodig, maar is een mobiele kraan al voldoende. 10 Veel elementen worden geprefabriceerd aangeleverd op de bouwplaats waarna het een kwestie is van monteren.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

23/43

Aquathermie wordt gebruikt om de energiebehoefte voor warmte te vervullen. Voor het Middengebied wordt gebruik gemaakt van de drinkwaterleiding (BAL, Berg Ambacht Leiding) en een water/water warmtepomp om de lage temperatuur van de drinkwaterleiding te verhogen. Deze methode is efficiënter dan de lucht/water warmtepomp uit het basisalternatief. Daardoor is de elektriciteitsvraag lager. In hoeverre houtbouw invloed heeft op de energievraag is afhankelijk van meerdere factoren. Hout reageert namelijk anders op temperatuur dan beton. Vanwege de lagere thermische massa, is de aanname dat een gebouw sneller opwarmt en sneller afkoelt (hogere warmtegeleidingscoëfficiënt). Dit vraagt om eerdere actieve koeling van het gebouw. Wanneer de muren gestuukt zijn, zal het thermische verschil echter minder zijn. Daarnaast ontstaat er geen koudebrug bij een houten constructie op het moment dat de constructie door de thermische schil heen moet (bijvoorbeeld bij een balkon). Vanwege het feit dat houten constructies vanwege brandwerendheid afgewerkt dienen te worden, zal in praktijk het klimaat in een houten gebouw vergelijkbaar zijn als in een betonnen gebouw. Naast het maximaal inzetten op zon op het dak, maakt het alternatief ook gebruik van windenergie. De bijlage Windenergie inventariseert de mogelijkheden voor windturbines in het gebied.

Hieruit blijkt dat de maximale opbrengst te realiseren is door een combinatie van de drie hoogste windturbines en één extra kleine windturbine. Dat betekent: - In het energielandschap A12 1 turbine van 250m en 1 turbine van 150m. - In de kruising van de A12 en A20 twee turbines van 250 m. - Dit levert in totaal 61,8 GWh/jaar op.

Locatie windmolen

Opbrengst per windmolen afhankelijk van locatie en tiphoogte TenneT terrein / energielandschap A12 Bos / kruising A12 – A20

Tiphoogte Windmolen 150 m

200 m

250 m

5,2 GWh/jaar

11,8 GWh/jaar

20,2 GWh/jaar

10,7 GWh/jaar

18,2 GWh/jaar

De opbrengst daarvan is ruimschoots genoeg om het plangebied energieleverend te maken. Alles wat dan nog aan maatregelen wordt gedaan, zoals een zonneweide, is extra opwek van duurzame energie voor de nabije omgeving van het plangebied. In de RES Midden-Holland (september 2020) is de ambitie geformuleerd om 0,435 TWh (1.567 TJ) aan hernieuwbare elektriciteit, opgewekt met wind- of zonne-energie te realiseren. Op gemeentelijk niveau betekent dit een opwek van 0,096 TWh voor de gemeente Zuidplas11. Met het alternatief circulair / duurzame energie wordt 46 GWh, oftewel 0,046 TWh extra energieopwekking gerealiseerd, dus na aftrek van gebruik door het Middengebied. Hierdoor draagt het alternatief circulair / duurzame energie voor bijna 50% bij aan de RESambitie.

11 RES Midden-Holland – Stap voor stap naar duurzame energie en warmte (resmiddenholland.nl)

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

24/43

Woningen (obv aquathermie) Utiliteitsgebouwen Elektrische mobiliteit Infrastructuur (gemalen, openbare verlichting) Zon op dak (9 panelen) Zonneweides Windmolens Netto/totaal

Energie (minus is verbruik, plus is opwek) - 28 GWh/jaar - 10 GWh/jaar - 43 GWh/jaar - 4 GWh/jaar + 29 GWh/jaar + 40 GWh/jaar + 62 GWh/jaar + 46 GWh/jaar

Een andere toegevoegde maatregel van het alternatief Circulair / duurzame energie is de energieopslag waar op wordt ingezet. De bijlage Energieconcepten zet uiteen welke plussen en minnen de verschillende opslagvoorzieningen met zich meebrengen. Als meest rendabele optie gaan we in deze beoordeling uit van de mobiliteitshub. Hierbij wordt gebruik gemaakt van de batterijtechniek van elektrische auto’s die overschotten van duurzame energie kunnen opvangen en teruggeven. Deze technieken ontwikkelen snel, maar de mate waarin deze economisch rendabel kunnen worden toegepast ten tijde van de realisatie van het Middengebied is nog moeilijk in te schatten. De effectbeoordeling is gebaseerd op de aanname dat een effectieve opslagmethode (of methoden) wordt gebruikt die de pieken en dalen van de netbelasting goed opvangt. Hierdoor kan het elektriciteitsnet de wisselende opwek en vraag beter aan, en is het risico op netverstoringen zeer klein. Het alternatief circulair/ duurzame energie is energieleverend, daarnaast is er aandacht voor opslagvoorzieningen. Op basis hiervan krijgt het Alternatief ‘Circulair / duurzame energie’ de ++ beoordeling voor het aspect klimaatmitigatie. Aspectnaam Klimaatmitigatie

Alternatief circulair/ duurzame energie ++

Alternatief ‘Groen-blauwe raamwerk’ De focus van het Groen-blauwe raamwerk ligt op de landschappelijke inpassing van water en natuur. Daarom zal bij toepassing van windenergie het oppervlak zonneweides worden verminderd. Er zullen dan ook minder of zelfs geen zonnepanelen in het energielandschap voorkomen zodat het water-, natuur- en recreatie- ontwikkelingen optimaal plaats kunnen vinden. Het uitgangspunt blijft echter wel energieneutraal. Dat leidt tot een energievoorziening met name gebaseerd op windenergie en zon op het dak. Uit onderstaande tabel blijkt dat energieneutraal op deze manier bereikt kan worden. Er wordt in dit alternatief geen gebruik gemaakt van opslag. De beoordeling van het Groen-blauwe raamwerk is daarom +.

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

25/43

Woningen Utiliteitsgebouwen Elektrische mobiliteit Infrastructuur (gemalen, openbare verlichting) Zon op dak (9 panelen) Windmolens Netto/totaal Aspectnaam Klimaatmitigatie

Energie (minus is verbruik, plus is opwek) - 33 GWh/jaar - 10 GWh/jaar - 43 GWh/jaar - 4 GWh/jaar + 29 GWh/jaar + 62 GWh/jaar + 2 GWh/jaar

Alternatief Groen-blauwe raamwerk +

4.3 Criterium circulariteit 4.3.1

Basisalternatief

Aanlegfase Voor de aanlegfase beschouwen we in eerste instantie de drie grootste ‘materiaalverbruikers’ van de gebiedsontwikkeling: Grondwerken, bouwmateriaal en infrastructuur en inrichting. •

•

•

Grondwerken: Aanvoer van 2,1 miljoen m3 grond en 2,3 miljoen m3 zand (Van Gelderen, Grondbalans Zuidplas). Grondwerk is impactvol door de grote hoeveelheid en het nodige transport. Een grove indicatie van deze impact is de schatting dat 220 vrachtwagenritten per dag nodig zijn om over een periode van 10 jaar 4,4 miljoen m3 grond en zand te transporteren naar het plangebied (bijlage Grondbalans). Omdat nauwelijks valt te beoordelen of deze hoeveelheid meer of minder is dan op andere ‘traditionele’ gebiedsontwikkelingen, gaan we er vanuit dat deze hoeveelheid grondwerk niet afwijkt van normaal. Bouwmateriaal: Het basisalternatief gaat uit van een vrij reguliere materiaalkeuze12. Enige uitzondering is de keuze om in fase 2 voor ongeveer 50% houtbouw toe te passen (dit komt neer op 1.870 woningen). Hout is een hernieuwbaar product en duurzaam wanneer het uit een productiebos komt met een PEFC of FSC certificaat. Door hout toe te passen in plaats van niet-hernieuwbare materialen, worden materiaalvoorraden beschermd. Infrastructuur en inrichting: Traditioneel (conform DIOR, DIOR Zuidplas (hior.nl)). In het basisalternatief worden slechts beperkt ontwerpkeuzes gemaakt die (toekomstig) waardebehoud nastreven van de nieuwe te bouwen gebouwen/bouwwerken. Er wordt namelijk uit gegaan van slechts een beperkt deel houtbouw, en de rest traditioneel.

Zonder aanvullende maatregelen lenen traditionele bouwmethoden zich niet goed voor modulair bouwen. Mogelijk levert prefab bouwen hier een besparing op in transporten en bouwtijd, maar dit maakt de

12 Het convenant klimaatadaptief bouwen gaat niet over circulaire materiaalkeuzes, maar over

ontwerpkeuzes van het gebied rekening houdende met klimaateffecten zoals bodemdaling en neerslag (zie deelrapport water, bodem en klimaat).

Sweco | Middengebied Zuidplaspolder Projectnummer: 51007971 Datum: 07-07-2023

Versie D0.0

26/43

woningen uiteindelijk niet meer adaptief. Hierdoor loopt de grootschalige gebiedsontwikkeling bij in de toekomst veranderende ontwikkelingen in de woningmarkt, veranderend klimaat en overige onvoorziene ontwikkelingen het risico dat de gebouwde wijk niet meer voldoet en dus aangepast, uitgebreid of gesloopt moet worden. Gevolg is dat het doel ‘beschermen van bestaande waarde’ niet wordt geborgd. Gebruiksfase Circulariteit in de gebruiksfase hangt veel samen met gedrag van inwoners. In deze fase van de planvorming zijn nog geen maatregelen voorzien om circulair gedrag te beïnvloeden. Naast gedrag kan ook de infrastructuur bijdragen aan een circulaire gebruiksfase. Hierin worden de volgende aspecten meegenomen: - Het huishoudelijk afval inzamelingssysteem - Het systeem ten behoeve van bedrijfsafvalstromen - Het afvalwater system - Consumentengoederen worden niet meegenomen in de effectbeoordeling. Op dit moment wordt in de gemeente Zuidplas afval gescheiden door middel van PMD-zakken, GFT en grijs kliko’s en ondergrondse containers. Afval wordt gemeentebreed ingezameld en verwerkt, en het afvalbeleid maakt weinig onderscheid in lokale afvalstromen (naast enkele pilots). In het basisalternatief zijn geen maatregelen opgenomen die leiden tot een afvalinzamelingssysteem dat afwijkt van de huidige manier van afvalinzameling en -verwerking. Hetzelfde geldt voor bedrijfsafvalstromen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14002808/1