Bijlage 22 - Veiligheidsrichtlijnen
Tekst van het document
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Veiligheidsregio Hollands Midden Postbus 1123 2302 BC Leiden
Titel document Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Datum Versie 1.0, 10 november 2022 Versie 1.1 (tekstuele aanpassingen) september 2023
© Brandweer Hollands Midden Niets uit dit document mag worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt, op welke wijze dan ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de Veiligheidsregio Hollands Midden.
Literatuurlijst Zie de landelijke handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 versie 1.0
Bronnen NIPV/IFV Handreiking Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019 – versie 1.0 VRR Handleiding Advies bluswater en bereikbaarheid VRR VRHM Bluswater in Hollands Midden – versie 1.0, 19 februari 2018
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Colofon
Voorwoord
Inleiding
De thema’s bluswatervoorziening en bereikbaarheid spelen een belangrijke rol bij alle veiligheidsregio’s. De oude regionale Praktijkrichtlijnen Bluswater en Bereikbaarheid dateren uit 2005. In 2019 zijn de thema’s bluswater en bereikbaarheid door een landelijke projectgroep herzien, wat heeft geresulteerd in een nieuwe landelijke handreiking (2019). De Veiligheidsregio Hollands Midden (VRHM) heeft aan de herziening van deze landelijke handreiking een actieve bijdrage geleverd. Tijdens dit proces zijn er tal van nieuwe inzichten ontstaan over de wijze waarop bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid kunnen worden vormgegeven. Deze inzichten komen voort uit evaluaties van incidenten, experimenten, maar ook uit veranderende of nieuwe wetgeving, onder meer voor de kwaliteit van het drinkwater en de inrichting van onze ruimtelijke omgeving. De landelijke handreiking “Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019” is gebaseerd op een risicogerichte benadering van bluswater en bereikbaarheid. De VRHM heeft deze nieuwe landelijke handreiking voor 98% overgenomen en op een paar punten aangepast aan de situatie binnen Hollands Midden, voortkomend uit het nieuwe gestapelde bluswatervoorzieningsconcept.
Het beleid van de VRHM ondersteunt de verschillende partijen bij een eenduidige en risicogerichte advisering over bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid in de regio Hollands Midden. Met deze actualisering komen we tegemoet aan de behoefte van de regiogemeenten. Gemeenten moeten zorgdragen voor een goede kwaliteit van bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid, zodat de brandweer haar werk kan doen. De VRHM heeft hierin een adviserende rol. Tevens kan de VRHM met dit nieuwe eenduidige en risicogerichte beleid over bluswatervoorziening en bereikbaarheid haar expertrol beter vervullen. Er kan worden ingespeeld op kwalitatief hoogwaardige randvoorwaarden voor een effectieve brandbestrijding en hiermee wordt de gemeentelijke samenwerking op het thema bluswater versterkt. Met dit herziene beleid, dat deel uitmaakt van het project Toekomstbestendige bluswatervoorziening binnen de regio, draagt de VRHM met haar advisering bij aan een adequate bluswatervoorziening en goede bereikbaarheid binnen onze regio, zodat de brandweer met een effectieve incidentbestrijding de veiligheid van de inwoners kan verhogen en de continuïteit van onze samenleving kan borgen. Hans Zuidijk Directeur Veiligheidsregio Hollands Midden
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
De VRHM richt haar brandweerzorg meer “risicogericht” in. Met de vaststelling van het Regionaal beleidsplan 2020-2023 is de keuze gemaakt voor een verschuiving van een regelgerichte naar een risicogerichte brandweerzorg waardoor we meer maatwerk kunnen leveren. Dit heeft gevolgen op veel beleidsterreinen en zo ook voor onze (risico)advisering en incidentenbestrijding.
3
Samenvatting
Samenvatting
Vanwege de veranderingen op het gebied van bluswater is in de regio Hollands Midden het project Gezamenlijk realiseren toekomstbestendige bluswatervoorziening opgezet, waarin de gemeenten, de drinkwaterbedrijven en de veiligheidsregio participeren om in gezamenlijkheid te komen tot een toekomstbestendige bluswatervoorziening. Een project met kijk op de toekomst, belangen en mogelijkheden, dat heeft geleid tot gedragen uitkomsten, bestuursbesluiten en een convenant. De landelijke handreiking “Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019” is gebaseerd op een risicogerichte benadering van bluswater en bereikbaarheid. De VRHM heeft aan deze nieuwe landelijke handreiking meegewerkt en heeft uit die handreiking nagenoeg alles overgenomen in dit regionale beleidsdocument. Op enkele punten is het aangepast aan de situatie binnen Hollands Midden, voortkomend uit het nieuwe gestapelde bluswatervoorzieningsconcept.
Het doel van dit beleid is om binnen de VRHM een instrument te hebben voor het geven van risicogericht en realistisch advies door de adviseurs aan het bevoegd gezag omtrent bluswater en bereikbaarheid. Met behulp van dit nieuwe beleid kan er op een eenduidige, risicogerichte en transparante manier worden geadviseerd. Dit beleid sluit aan op het project Gezamenlijk realiseren toekomstbestendige bluswatervoorziening en de nieuwe landelijke handreiking “Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019”. Dit beleid vormt de basis voor een nieuw ontwikkeld werkbaar instrument voor de adviseurs (een werkversie met een digitale tool voor de bepaling van bluswaterhoeveelheden). Om het bovenstaande doel te realiseren, is gekozen voor een modelmatige benadering, waarbij de sturingsdriehoek, het cascademodel, het kenmerkenschema en het kwadrantenmodel als de basis zijn gebruikt. Met behulp van de sturingsdriehoek en het cascademodel is het mogelijk om op gestructureerde basis een keuze te maken betreffende de benodigde hoeveelheid bluswater. De focus van dit beleid ligt op de scenario’s die vallen binnen de standaardafwijking. Binnen dit incidenttype zijn er verschillende fases van brandontwikkeling. De fase van brandontwikkeling waarop wordt geadviseerd hangt af van de verschillende kenmerken uit het kenmerkenschema.
Hierbij is de omgeving van grote invloed op de benodigde bluswaterhoeveelheid bij het bestrijden van een brand.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Bluswater en bereikbaarheid zijn en blijven een verantwoordelijkheid van het bevoegd gezag. Hoofdzakelijk zijn dit de gemeenten, maar dit kan ook de provincie Zuid-Holland of het Rijk zijn. In het hoofdstuk “Juridisch kader en verantwoordelijkheden” is dit terug te vinden. Dit nieuwe beleid vervangt het bestaande beleid Bluswater en het beleid Bereikbaarheid uit 2005. Veel beleid komt terug in dit nieuwe beleid, maar nu vanuit een meer risicogerichte insteek, de brandweermodellen, de beperkingen van het drinkwaterleidingnet (minder brandkranen en minder bluswaterlevering) en het daarvoor in de plaats gekomen gestapelde bluswatervoorzieningsconcept (waaronder het voertuigconcept WTS500).
4
Dit beleid geeft de adviseur van de VRHM een hulpmiddel waarmee de benodigde bluswaterhoeveelheid, de tijd waarbinnen de bluswatervoorziening tot stand moet worden gebracht en de mate van bereikbaarheid van een incident kunnen worden bepaald. De adviseur van de VRHM kan door de combinatie van bovenstaande modellen aan het bevoegd gezag inzichtelijk maken dat op basis van risico’s in de omgeving, het soort bouwwerk, de manier van brandbestrijding en wensen van het bevoegd gezag er een bepaalde hoeveelheid bluswater binnen een bepaalde tijd wordt geadviseerd. Indien het bevoegd gezag een andere keuze maakt, kan de adviseur duidelijk laten zien wat de consequenties zijn voor het bouwwerk en de omgeving wanneer er brand zou uitbreken. Hierdoor kan een bestuurder een bewuste keuze maken tussen veiligheid en de maatschappelijke kosten die daaraan verbonden zijn. Met deze manier van werken kan het bevoegd gezag worden geadviseerd over de mogelijkheden die het, als eindverantwoordelijke, heeft binnen het domein van bluswater en bereikbaarheid.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
5
Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 - Inleiding
Inhoudsopgave
1.1 1.2 1.3 1.4 1.5 1.6
Aanleiding Doel en doelgroep Afbakening Risicogericht adviseren Totstandkoming, status en onderhoud Leeswijzer
Hoofdstuk 2 - Juridisch kader en verantwoordelijkheden 2.1 2.2 2.3 2.4 2.5
Juridisch kader Bestuurlijke verantwoordelijkheid bluswater en bereikbaarheid Advies van de Veiligheidsregio Leveren van bluswater Onderhoudscontrole en informatievoorziening 2.5.1 Onderhoudscontrole 2.5.2 Informatievoorziening operationele eenheden
Hoofdstuk 3 - Raamwerk, kaders en uitgangspunten
3.2 3.3
3.4
Toegepaste modellen 3.1.1 De sturingsdriehoek 3.1.2 Cascademodel brandontwikkeling 3.1.3 Het kenmerkenschema 3.1.4 Het kwadrantenmodel Koppeling van de modellen en kaders Uitgangspunten brandveiligheid en incidentbestrijding 3.3.1 Uitgangspunten brandveiligheid 3.3.2 Uitgangspunten incidentbestrijding Uitgangspunten voor de bruikbaarheid van een bluswatervoorziening? 3.4.1 Algemeen 3.4.2 Bluswaterwinpunt 3.4.3 Afname brandweervoertuig 3.4.4 Uitgangspunten opbouwtijd 3.4.5 Uitgangspunten afstand 3.4.6 Uitgangspunten brandkraan 3.4.7 Uitgangspunten geboorde putten 3.4.8 Uitgangspunten defensief bluswater
Hoofdstuk 4 - Bluswater aan de hand van zeven thema’s 4.1
4.2
Natuurlijke omgeving 4.1.1 Verantwoordelijkheden en achtergrond 4.1.2 Complexiteit en bestrijding van natuurbranden 4.1.3 Bluswatercapaciteit 4.1.4 Advies Gebouwde omgeving 4.2.1 Woningen (tot 20 meter hoogte) 4.2.2 Hoogbouw (inclusief lagere bouwwerken met een inzetdiepte groter dan 60 meter) 4.2.3 Utiliteitsbouwwerken 4.2.4 Bijzondere situaties met betrekking tot de gebouwde omgeving
8 8 9 9 9 10
11 11 13 13 13 14 14 14
15 15 16 17 18 19 19 20 20 21 21 21 22 22 22 23 23 24 25
26 27 27 27 28 28 29 30 34 35 38
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
3.1
8
6
4.3
4.4 4.5
4.6 4.7
Technologische omgeving 4.3.1 Activiteiten met gevaarlijke stoffen 4.3.2 Emplacementen 4.3.3 De energietransitie in een technologische omgeving Vitale infrastructuur en voorzieningen Verkeer en vervoer 4.5.1 Vervoer over de weg 4.5.2 Vervoer over het water 4.5.3 Vervoer over het spoor 4.5.4 Vervoer door de lucht 4.5.5 Vervoer door buisleidingen Gezondheid Sociaal-maatschappelijke omgeving 4.7.1 Evenemententerrein 4.7.2 Tijdelijke bouwsels 4.7.3 Energietransitie bij evenementen en tijdelijke bouwsels
Hoofdstuk 5 - Bereikbaarheid 5.1 5.2
5.3
5.5 5.6
53 54 56 57 57 60 60 61 62 62 63 64 64 65 65 67 68 68 70 70 71 71 71 72 72 74
Bijlage I - Onderhoud bluswatervoorziening en levering van bluswater
76
Bijlage II - Maateenheden en vuistregels bluswatervoorziening
82
Bijlage III - Scenario’s verkeer en vervoer
83
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
5.4
Eisen aan de weg in relatie tot de hulpdienstvoertuigen Bereikbaarheid via verkeersaders 5.2.1 Snelheid op verkeeraders 5.2.2 Doorgang op verkeersaders Bereikbaarheid in verblijfsgebieden 5.3.1 Snelheidsremmende verkeersmaatregelen 5.3.2 Doorgang op erftoegangswegen 5.3.3 Doodlopende wegen 5.3.4 Wegopbrekingen in verblijfsgebieden Bereikbaarheid op de incidentlocatie (bouwwerk- of objectniveau) 5.4.1 Opstelplaats tankautospuit 5.4.2 Opstelplaats WTS500 5.4.3 Opstelplaats redvoertuig 5.4.4 Opstelplaatsen voor bluswaterwinning Bereikbaarheid op eigen terrein Overige en bijzondere situaties 5.6.1 Bereikbaarheid in landelijk gebied 5.6.2 Tijdelijke belemmeringen en (bouw)werkzaamheden 5.6.3 Ov-routes (gebruik bus- en trambanen, verkeersbeïnvloeding en haltes op de rijbaan) 5.6.4 Evenementen 5.6.5 Autovrije (winkel)gebieden 5.6.6 Natuurgebieden 5.6.7 Kampeerterreinen 5.6.8 Spoorwegen 5.6.9 Waterwegen en recreatieplassen
40 40 41 43 44 44 45 46 47 50 50 50 51 51 52 52
7
Hoofdstuk 1 - Inleiding 1.1
Aanleiding
Hoofdstuk 1 - Inleiding
Een adequate bluswatervoorziening en een goede bereikbaarheid zijn randvoorwaarden voor een effectieve en efficiënte incidentbestrijding door de brandweer. Bereikbaarheid heeft betrekking op zowel de incidentlocatie als de bluswatervoorzieningen. Hierover zijn afspraken gemaakt in de landelijke handreiking “Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019”. In de afgelopen jaren zijn de brandweer en het vakgebied van brandveiligheid (als geheel ook wel brandweerzorg) een transitie ingegaan van een regelgerichte naar een risicogerichte benadering. Dit is een grote verandering die invloed uitoefent op de ideeën over benodigde bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid. Tevens wordt de benodigde bluswaterhoeveelheid beïnvloed door verscheidene incidenten en onderzoeken die worden uitgevoerd naar aanleiding van de hernieuwde kijk op brandbestrijding. Tot slot wordt er rekening gehouden met de mogelijke gevolgen van de komst van de Omgevingswet en de veranderde wetgeving rondom drinkwater (Drinkwaterwet 2009, Drinkwaterbesluit 2011). De vanzelfsprekendheid dat de brandweer voldoende bluswater kan onttrekken aan drinkwaterleidingen neemt met deze wetgeving af. Dit effect heeft geleid tot een landelijke handreiking “Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019” (hierna te noemen; de landelijke handreiking).
1.2
Doel en doelgroep
Het doel van dit beleidsdocument is om op eenduidige, risicogerichte wijze te adviseren omtrent bluswater en bereikbaarheid. Dit is gebaseerd op risicoprofilering en repressieve mogelijkheden (interventie- en omgevingskenmerken) en de basisprincipes van brandbestrijding. Dit document is bedoeld om naar te verwijzen wanneer er specificaties worden gegeven rondom bluswater en bereikbaarheid. Dit kan onder andere voorkomen bij adviesaanvragen rond bestemmingswijzigingen, omgevingsvisies, omgevingsplannen, vergunningsaanvragen, toezicht en handhaving. Het bevoegd gezag is verantwoordelijk voor bluswater en bereikbaarheid. Hoofdzakelijk zijn dit de gemeenten, maar dit kan ook de provincie Zuid-Holland of het Rijk zijn. De werkelijkheid is echter complex en genuanceerd. De VRHM is gebruiker van de bereikbaarheid en het bluswater om respectievelijk bij een incident te komen en het te bestrijden. Dit is de reden dat de VRHM als gebruiker adviseert over het dossier bluswater en bereikbaarheid zoals opgenomen in de Wet Veiligheidsregio’s, Wvr (2010), artikel 25 eerste lid onderdeel e en opgenomen in artikel 12 derde lid van het Besluit externe veiligheid inrichtingen, Bevi (2004). De doelgroep voor deze handleiding zijn de adviseurs van de VRHM die zich bezighouden met bluswater- en bereikbaarheidsadviezen.
Daarnaast is dit document bedoeld voor de gemeenten waarvoor de VRHM deze adviesrol vervult. Zij kunnen het gebruiken als hulpmiddel en als onderlegger voor intern beleid wanneer het gaat over vraagstukken over dit thema.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Tevens wordt er vanuit het regionale project Gezamenlijk realiseren toekomstbestendige bluswatervoorziening aangedrongen op een eenduidig beleid omtrent bluswater en bereikbaarheid. Mede op dit verzoek is binnen de VRHM nieuw beleid geschreven met de nieuwe landelijke handreiking als leidraad. Dit beleid heeft nieuwe elementen, een systematische opzet en geeft nieuwe handvatten, waarmee het aansluit op het regionale project. Hierdoor worden de verschillende betrokken partijen gefaciliteerd in het risicogericht adviseren van bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid binnen de regio Hollands Midden.
8
1.3
Afbakening
Dit beleidsdocument stelt de adviseurs van de VRHM in staat om een risicogericht advies aan het bevoegd gezag te geven met betrekking tot bluswater en bereikbaarheid. Het beleid is ontwikkeld met het besef van een breder maatschappelijk belang. Dit betekent dat het advies gericht is op incidenten waarvan bekend is dat ze met enige regelmaat plaatsvinden, maar complexer zijn dan incidenten die routinematig worden afgehandeld. In deze handleiding worden deze incidenten aangeduid als maatgevende scenario’s. Voor de uitzonderlijke scenario’s zal er worden geadviseerd om op strategische plekken in de omgeving voldoende bluswater te hebben dat langdurig gebruikt kan worden. Bij incidenten met een grote impact, zoals incidenten met gevaarlijke stoffen, zal het advies niet alleen gebaseerd zijn op de kans dat dit incident zich voordoet, maar ook op het effect van het incident. Het is aan de gemeenten om te bepalen welke effecten zij accepteren binnen hun gemeentegrenzen. De scenario’s zoals beschreven in dit document kunnen in de praktijk anders verlopen. Hier kunnen verschillende externe factoren invloed op hebben. Het is niet realistisch dat een brand of incident altijd verloopt zoals weergegeven in de scenario’s.
Risicogericht adviseren
Al enkele jaren is er bij de overheid sprake van een verschuiving van regelgericht naar risicogericht adviseren. Toetsing op basis van regelgeving begint plaats te maken voor het maken van risico-inschattingen. Ook de nieuwe Omgevingswet gaat uit van dit principe. Door de nieuwe wet zal de brandweer meer vóóraf adviseren bij het opstellen van omgevingsplannen. Er zijn minder gelegenheden om áchteraf te adviseren of te toetsen bij concrete bouwplannen.
1.5
Totstandkoming, status en onderhoud
Met het beleidsdocument Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden komen onze praktijkrichtlijnen uit 2005 te vervallen. Dit nieuwe beleid is een praktische uitwerking van de huidige kennis, wet- en regelgeving omtrent bluswater en bereikbaarheid en is in lijn met de bestuursbesluiten uit 2018 van het project Bluswater in de VRHM (uitgangspunten bluswaterbehoeftebepaling algemeen, voor de bebouwde omgeving en het bluswatervoorzieningsconcept). Ook is het opgesteld met behulp van de landelijke handreiking “Bluswatervoorziening en bereikbaarheid 2019”. Er is gebruikgemaakt van de basisprincipes van brandbestrijding, het kwadrantenmodel, (inter)nationale onderzoeken en expert judgements. Tot slot heeft het een risicogerichte invulling gekregen en hierdoor sluit het beter aan op de huidige maatschappelijke vraagstukken. Op basis van voortschrijdend inzicht kan het document worden aangepast.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
1.4
9
De ontwikkelingen omtrent bluswater en bereikbaarheid staan niet stil. Er zal bijvoorbeeld geanticipeerd moeten worden op de bijbehorende risico’s rondom bijvoorbeeld de energietransitie en de nieuwe werkwijze door de komst van de Omgevingswet (2023). De verwachte wetswijzigingen zijn ten tijde van het maken van deze handleiding nog niet vastgesteld. Hierdoor is het noodzakelijk om van deze handleiding een dynamisch stuk te maken. Dit houdt in dat de nieuwe manier van adviseren statisch blijft, maar de inhoudelijke technische invulling zal worden opgenomen in de bijlagen. Op die manier kan de handleiding eenvoudiger worden aangepast en hierdoor beter inspelen op de maatschappelijke ontwikkelingen.
1.6
Leeswijzer
In hoofdstuk 4 wordt het bluswater aan de hand van zeven thema’s beschreven, de praktische invulling van bluswater. Op deze manier kan voor elk thema de benodigde bluswaterhoeveelheid worden geadviseerd. In hoofdstuk 5 wordt de bereikbaarheid toegelicht. Hierin wordt ingegaan op de bereikbaarheid van de incidentlocaties voor de hulpdiensten. Tot slot volgen de ondersteunende bijlagen als aanvulling op de inhoudelijke stukken.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
In dit document wordt de benodigde bluswaterhoeveelheid per scenario weergegeven en de bereikbaarheid van de incidentlocatie beschreven. Vanuit structureel en dynamisch oogpunt is dit document onderverdeeld in twee delen. Het eerste deel vormt de basis. Dit bestaat uit het doel, het juridisch kader en de uitleg van de nieuwe werkwijze. In het volgende hoofdstuk wordt het juridisch kader geschetst en worden de bijbehorende verantwoordelijkheden toegelicht. In hoofdstuk 3 wordt het fundament voor de benodigde bluswaterbehoefte uitgewerkt met vier verschillende modellen. Deze modellen vormen de verbinding tussen incidentbestrijding, risico- en crisisbeheersing. Met een combinatie van deze modellen kunnen er verschillende risicogerichte scenario’s worden opgesteld. Vervolgens wordt ingegaan op hoe deze scenario’s kunnen worden toegepast in de praktijk. Tot slot wordt de positie van de handleiding weergegeven.
10
Hoofdstuk 2 - Juridisch kader en
verantwoordelijkheden
2.1
Juridisch kader
Dit hoofdstuk beschrijft de juridische kaders waarop de adviesrol van het bestuur van de veiligheidsregio, alsmede het voorliggend beleid voor bluswater en bereikbaarheid, is gestoeld. De wetgever heeft beoogd dat het bevoegd gezag zijn eigen afwegingen en keuzen kan maken op het gebied van bluswater en bereikbaarheid. Hierdoor is het mogelijk voor het bevoegd gezag om een eigen afweging te maken binnen het spanningsveld tussen risico, veiligheid en kosten. Voor een effectieve incidentbestrijding is het echter randvoorwaardelijk dat besluitvorming door bevoegd(e) gezag(en) wordt teruggekoppeld aan de VRHM. Het afwijken van het advies van de VRHM beïnvloedt mogelijk de kwaliteit van de brandweerzorg. Het toetsingskader voor bluswater en bereikbaarheid bestaat onder andere uit onderstaande wetten en besluiten: • Wet veiligheidsregio’s (2010) • Wet ruimtelijke ordening (2006) • Wet algemene bepaling omgevingsrecht (2010) • Wet milieubeheer (1979) • Besluit externe veiligheid inrichtingen (2004) • Besluit risico’s zware ongevallen (2015) • Publicatiereeks gevaarlijke stoffen (PGS) • Bouwbesluit (2012) • Besluit brandveilig gebruik en basishulpverlening overige plaatsen (Bgbop). • Omgevingswet (beoogde inwerkingtreding 2023) Zijdelings zijn ook de Drinkwaterwet (2009) en het Drinkwaterbesluit (2011) betrokken bij deze handleiding.
Er is immers een spanningsveld tussen de kwalitatieve benadering van het drinkwater en de kwantitatieve behoefte van bluswater. De wetgeving rondom drinkwater heeft invloed op de beschikbaarheid en de hoeveelheid van drinkwater, maar niet op de benodigde hoeveelheid bluswater. Naast het bovenstaande zijn er ook afspraken gemaakt met de gemeenten, de drinkwaterbedrijven en de VRHM in het Convenant bluswatervoorziening VRHM. Daarin zijn zaken geregeld als het ontwerpen in afstemming, beheer en onderhoud brandkranen en gemeentelijk open water en voorzien in aanvullend bluswater (gestapeld concept). Wanneer de Omgevingswet van kracht wordt, zal bovengenoemde wet- en regelgeving (met uitzondering van de PGS-reeksen en de Bgbop) daarin geïntegreerd worden. Onderdeel van de Omgevingswet is het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). In artikel 5.2 van het Bkl en de Nota van toelichting staat de verwijzing naar het waarborgen van bluswater en bereikbaarheid. In de Wet veiligheidsregio’s komt een nieuw lid bij artikel 14, waarin geregeld wordt dat de veiligheidsregio betrokken moet worden bij het opstellen van omgevingsplannen.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Hoofdstuk 2 - Juridisch kader en verantwoordelijkheden
In het dit hoofdstuk komen het juridisch kader, de bestuurlijke verantwoordelijkheden, de adviesmogelijkheden van een veiligheidsregio en de leveranciers van bluswater aan bod. Ten slotte worden de verantwoordelijkheden rondom de onderhoudscontrole en informatievoorziening met betrekking tot bluswater beschreven.
11
Van 2023 tot 2029 is er een overgangsperiode en worden de huidige regels (uit het Bouwbesluit en bestemmingsplannen) ten aanzien van bluswater en bereikbaarheid automatisch van kracht voor gemeentelijke omgevingsplannen (bruidsschat). In deze periode kunnen de veiligheidsregio’s bluswater in de omgevingsplannen adviseren op basis van deze nieuwe invulling van de bereikbaarheid van hulpdiensten en de bluswaterwinning, en zo op die basis maatwerk gaan leveren in het plangebied, tenzij de gemeente hier tussentijds anders over besluit.
2.2
Bestuurlijke verantwoordelijkheid bluswater en bereikbaarheid
De eindverantwoordelijkheid voor (openbare) bluswatervoorziening en bereikbaarheid ligt bij gemeenten. Deze verantwoordelijkheid is beschreven in de Wet veiligheidsregio’s. In artikel 2 staat dat het college van burgemeester en wethouders van een gemeente belast is met de brandweerzorg. In artikel 10 staat dat het college de veiligheidsregio belast met het instellen en in stand houden van een brandweer. In artikel 3 is vastgelegd welke taken tot de brandweerzorg behoren: “het voorkomen, beperken en bestrijden van brand, het beperken van brandgevaar, het voorkomen en beperken van ongevallen bij brand en al hetgeen daarmee verband houdt (…).” Bluswatervoorziening en bereikbaarheid vallen onder “al hetgeen daarmee verband houdt”.
Bluswatercyclus Op basis PDCA
Gemeente
Veiligheidsregio Uitvoeren en adviseren
Besluiten en verantwoorden
Omgevingsplannen Omgevingsvergunningen Beleidsplan Veiligheidsregio Beleid voor brandweerzorg
Uitvoering vergunning/ plan
Incidentbestrijding
Besluit kwaliteit vergunning/ plan
Evaluatie
Beleid veiligheidsregio
Planvorming
Advies van veiligheidsregio aan gemeente
Figuur 1.1: Een voorbeeld van een bluswatercyclus
Kennis Ervaring Nationaal netwerk
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Gemeenten hebben een belangrijke rol in ruimtelijke ontwikkelingen op het gebied van fysieke veiligheid. In verschillende besluiten bepalen zij welke mate van (on)veiligheid wordt geaccepteerd en welke beheersmaatregelen risico’s moeten beperken. Dit maakt dat de gemeenten voor de bluswatervoorziening opdrachtgevers zijn. Veiligheidsregio’s zijn gebruiker en adviseur; zij hebben kennis, gebruikservaring en een landelijk netwerk. Om binnen het gekozen gemeentelijke kwaliteitsniveau optimaal te kunnen werken, adviseren zij de gemeenten over bluswater- en bereikbaarheidsvraagstukken. Vanzelfsprekend is er sprake van een beleidscyclus. In het onderstaande schema wordt een voorbeeld van een dergelijke cyclus weergegeven.
12
De wetgever heeft beoogd dat het bevoegd gezag zijn eigen afwegingen en keuzes kan maken op het gebied van bluswater en bereikbaarheid binnen het spanningsveld tussen risico, veiligheid en kosten. Voor een effectieve incidentbestrijding is het echter noodzakelijk dat besluitvorming door bevoegd(e) gezag(en) wordt teruggekoppeld aan de veiligheidsregio. Een belangrijke andere partner zijn de drinkwaterbedrijven. Zij maken deel uit van het afgesloten convenant binnen Hollands Midden.
2.3
Advies van de Veiligheidsregio
De eisen aan bluswatervoorzieningen en bereikbaarheid zijn vooralsnog vastgelegd in het huidige juridisch kader, besproken in paragraaf 2.1. Dit betekent dat vraagstukken rondom bluswatervoorzieningen (nieuwe aanleg en renovatie) en bereikbaarheid onderdeel zijn van de toetsing van bouwplannen of andere vergunningen door de VRHM. Bij de invoering van de Omgevingswet blijft de veiligheidsregio haar adviesfunctie houden. Deze adviesfunctie op het gebied van bluswater en bereikbaarheid in omgevingsplannen is vastgelegd in artikel 5.2 van het Bkl. Indien een genomen initiatief in het plangebied niet past in het vastgestelde omgevingsplan, is advies van de VRHM noodzakelijk. Met de invoering van de Wet kwaliteitsborging bouwen is geborgd dat private adviseurs advies moeten vragen aan de veiligheidsregio over bluswater en bereikbaarheid.
Leveren van bluswater
Bij bluswater wordt vaak gedacht aan bluswater dat beschikbaar is via de brandkranen van een drinkwaterbedrijf, maar er zijn ook andere vormen van bluswater, zoals open water, bluswaterriolen en geboorde putten. De kwaliteit, kwantiteit en manier van levering verschillen per leverancier. De leveranciers zijn op te delen in de volgende groepen: • Drinkwaterbedrijf • Waterschap • Gemeente • Rijkswaterstaat • Particulieren In paragraaf 2 van bijlage I is een nadere uitwerking van de taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van elk van deze partijen opgenomen. Hoewel voor leveranciers het leveren van bluswater over het algemeen geen wettelijke taak is, zien zij dit wel als hun (historisch gegroeide) maatschappelijke verantwoordelijkheid. Het is verstandig om verplichtingen over de levering, controle en onderhoud vast te leggen in contracten tussen de leverancier en de gemeente. Wat betreft drinkwaterbedrijven is dit in Hollands Midden ook gebeurd, maar met andere leveranciers zijn vaak tot op heden nauwelijks dergelijke afspraken gemaakt. Door de configuratie van de brandkranen binnen de VRHM (deelproject bluswater) zijn er ook nieuwe contracten en addendums opgesteld tussen de gemeenten en het drinkwaterbedrijf. De VRHM is geen contractpartij, maar werkt nauw samen met beide partijen volgens het Convenant Bluswatervoorziening VRHM van 18 februari 2021.
Op dit moment ziet de Vereniging van waterbedrijven in Nederland (VEWIN) het gebruik van drinkwater als bluswater niet als relevant in het kader van duurzaamheid. De gebruikte hoeveelheden zijn ten opzichte van de totale consumptie namelijk zeer gering. Zie ook bijlage I.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
2.4
13
Als gevolg van de veranderingen in het leidingwaternet en de configuratie van de brandkranen is door het bestuur van de VRHM besloten om met speciale voertuigen (WTS500) te gaan werken om voldoende bluswater te verkrijgen bij een calamiteit. WTS staat hierbij voor watertransportsysteem en het getal geeft de lengte van het slangenpakket aan. De brandweer schaft de WTS500 aan en gaat daarmee werken, maar daarmee worden zij geen leverancier. De brandweer investeert namelijk alleen in haar eigen ‘waterlogistieke proces’, en is voor het water dat zij transporteert nog steeds afhankelijk van een leverancier.
2.5
Onderhoudscontrole en informatievoorziening
2.5.1
Onderhoudscontrole
2.5.2
Informatievoorziening operationele eenheden
De gemeente, de eigenaar en de veiligheidsregio hebben afspraken gemaakt over de aanlevering van relevante gegevens, zoals de capaciteit en beschikbaarheid van de bluswatervoorziening, maar ook de locatiegegevens. Een bruikbare en bereikbare bluswatervoorziening is immers ook een vindbare voorziening. De locatiegegevens van bijvoorbeeld brandkranen, putten, open water en opstelplaatsen moeten daarom beschikbaar zijn voor de repressieve eenheden. De gemeente is verantwoordelijk voor het aanleveren van deze gegevens en het is aan de veiligheidsregio om deze gegevens zichtbaar te maken voor haar brandweereenheden. In 2017 heeft het Instituut Fysieke Veiligheid (namens de veiligheidsregio’s) dienstenniveauovereenkomsten afgesloten met de drinkwaterleveranciers. Hierin is afgesproken dat de drinkwaterleveranciers locatiegegevens van brandkranen rechtstreeks en volgens een landelijk (digitaal) gegevensformat aan het Instituut leveren. Deze gegevens worden opgenomen op de landelijke GEO4OOV-server. De VRHM beschikt over toegang tot deze gegevens en maken deze beschikbaar voor haar operationele eenheden.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
De gemeente is als verantwoordelijke partij altijd opdrachtgever voor controles aan openbare bluswatervoorzieningen en bereikbaarheidsvoorzieningen en voor het onderhoud van deze voorzieningen. De gemeente kan kiezen uit verschillende vormen voor de uitvoering van controle en onderhoud. Zij kan beide uitbesteden aan externe partijen, of kan contracten afsluiten met de eigenaren van de voorzieningen. Door de diversiteit van bluswatervoorzieningen zijn er binnen de VRHM meerdere soorten regelingen. Overigens wordt het ‘natte’ onderhoud aan brandkranen die aangesloten zijn op het drinkwaterleidingnet en voor het merendeel in openbaar gebied te vinden zijn, altijd door de waterleidingbedrijven zelf uitgevoerd. De basis voor onderhoudscontrole en reparatie van bluswatervoorzieningen is vastgelegd in het Convenant Bluswatervoorziening van de VRHM. Er zijn specifieke processen ingericht om deze zaken te borgen. Het is voor de gemeente en de veiligheidsregio van belang dat deze afspraken goed en gedetailleerd vastgelegd zijn en dat waterleidingbedrijven, veiligheidsregio en gemeente afspraken maken over storingen, gebreken en buiten gebruik zijnde bluswatervoorzieningen en de communicatie hierover. Wat betreft bereikbaarheid is het van belang dat de veiligheidsregio informatielijnen met de gemeente heeft en onderhoudt.
De veiligheidsregio wordt door de gemeente ten minste geïnformeerd over veranderingen in en werkzaamheden aan het (openbare) wegennet. In de ene situatie is het voldoende om louter informatie te ontvangen, in de andere situatie zal het noodzakelijk zijn om aan verschillende gemeentelijke infrastructurele planningsbijeenkomsten deel te nemen. Alles tussen deze twee uitersten is ook denkbaar.
14
Hoofdstuk 3 - Raamwerk, kaders
en uitgangspunten
Binnen de brandweer worden verschillende modellen gehanteerd om maatschappelijke, organisatorische, preventieve en repressieve uitgangspunten weer te geven. Deze modellen helpen met het uitwerken van vraag en aanbod van bluswater en vormen daarmee de kennisbasis. Modellen die worden gebruikt: • de sturingsdriehoek • het cascademodel • het kenmerkenschema • het kwadrantenmodel. In de uitwerking is voor deze modellen gekozen omdat zij aansluiten bij (nieuwe) landelijke denkbeelden en algemeen geaccepteerd zijn binnen de brandweer, aangezien ze onderdeel zijn van de les- en leerstof. Daarnaast vormen ze een verbindende factor tussen de verschillende disciplines binnen de Veiligheidsregio (risicobeheersing, incidentbestrijding en crisisbeheersing). Als ordeningsprincipe zijn de zeven maatschappelijke thema’s uit de “Handreiking Regionaal Risicoprofiel” gebruikt. Deze thema’s vormen een beproefd ordeningsprincipe dat zich goed leent voor toepassing in voorliggend document. In paragraaf 3.1 wordt de kern van elk van de modellen kort uiteengezet. Vervolgens wordt de onderlinge relatie tussen de modellen toegelicht in paragraaf 3.2, waarbij ook duidelijke kaders worden benoemd. Tot slot worden in paragraaf 3.3 enkele repressieve uitgangspunten van de brandweer opgesomd en toegelicht.
3.1
Toegepaste modellen
Hieronder worden achtereenvolgens de sturingsdriehoek, het cascademodel, het kenmerkenschema en het kwadrantenmodel besproken.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Hoofdstuk 3 - Raamwerk, kaders en uitgangspunten
Dit hoofdstuk voorziet in een raamwerk en uitgangspunten rondom bluswater. Dit raamwerk wordt gevormd door landelijk geaccepteerde modellen binnen de brandweer. Voor dit document dienen deze modellen enerzijds als kennisbasis, en anderzijds als gemeenschappelijk referentiekader. De modellen zijn daarmee ook een ordeningsprincipe en de figuurlijke kapstok waar bluswaterbeleid aan kan worden opgehangen.
15
3.1.1
De sturingsdriehoek
De sturingsdriehoek is een model waarmee onderscheid gemaakt kan worden tussen incidentniveaus en de kenmerken daarvan. De driehoek bestaat uit drie niveaus: standaard, standaardafwijking en afwijking.
Escalatie
atw Ma
ced
Circa 1 uur na blussing Maatgevend
ap
Standaardafwijking
h rsc
Pro
de
ure s
Lei
erk
Afwijking (vormkennis)
De sturingsdriehoek toegespitst op bluswater
ru
Figuur 3.1: De sturingsdriehoek (de linkerdriehoek is afkomstig uit de lectorale rede van Ed Oomes; de rechterdriehoek van de drie Brabantse veiligheidsregio’s)
Standaard Het standaardniveau betreft incidenten die relatief veel voorkomen en waar een zekere standaardinzetmethodiek voor valt te hanteren. Deze incidenten kunnen vrijwel altijd bestreden worden met water uit de tank van een tankautospuit (hierna te noemen TS). Circa 95% van de incidenten valt in deze categorie (zie figuur 3.1 rechts). Standaardafwijking Dit niveau onderscheidt zich van het standaardniveau door de complexiteit van het incident. Deze incidenten doen zich geregeld voor, maar minder vaak dan standaardincidenten. Het water in de tank van de TS is niet voldoende om dit soort incidenten te bestrijden. Er moet vervolgens gebruikgemaakt worden van externe bronnen. Het is daarom van belang dat er bij dit niveau voldoende bluswater beschikbaar is om de brand te blussen en/of uitbreiding te voorkomen. De standaardafwijking is dan ook het maatgevende scenario. Afwijking Afwijkingen zijn incidenten die wel voorzienbaar zijn, maar onvoorspelbaar in tijd, plaats en verloop. Hierdoor zijn er nauwelijks standaardinzetmethodieken voor op te stellen. Ook incidenten die de brandweer niet heeft voorzien, vallen onder de afwijking.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Ervaring
Standaard
Wa te
Standaard (inhoudskennis)
it d
et an
k
Circa 5% Circa 95%
16
Het incidenttype is van invloed op het hanteren van procedures, het gedijen op ervaring en het soort leiderschap. In relatie tot de brandweerpraktijk ziet de sturingsdriehoek betreffende bluswater er in tabelvorm als volgt uit: Incidentniveaus
Kenmerken
Standaard
Routinematig Snelle oplossing Bekende oplossingsmogelijkheden
Standaardafwijking/ maatgevend scenario
Minder voorspelbaar Complex Extra inspanning, materieel, protocollen en procedures vereist Realistisch
Afwijking
Geen routine Complex, groot en langdurig Niet met routinehandelingen te bestrijden
Tabel 3.1: Sturingsdriehoek in tabelvorm
3.1.2
Cascademodel brandontwikkeling
In het model doorloopt een brand diverse, van elkaar te onderscheiden, ruimtelijke fasen: van voorwerp naar ruimte en naar de wijdere omgeving (verdieping, compartiment). In iedere fase bestaan twee mogelijkheden: de brand gaat uit of de brand gaat over naar een volgende fase. Of de brand naar een volgende fase overgaat, is afhankelijk van een groot aantal factoren (bijvoorbeeld preventieve voorzieningen of voldoende bluswater). Het model biedt in combinatie met de sturingsdriehoek mogelijkheden om gestructureerd keuzes te maken voor de mate van bluswatervoorziening (zie ook paragraaf 3.2).
Interventiemoment Voorwerp Ruimte Verdieping Compartiment
Buiten compartiment Uit in voorwerp
Uit in ruimte
Uit in verdieping
Uit in compartiment
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
De benodigde bluswaterhoeveelheid bij een incident is sterk afhankelijk van de mate waarin een brand zich qua omvang en intensiteit ontwikkelt. Hierbij moet rekening gehouden worden met de fase waarin een brand zich bevindt op het moment dat de brandweer een interventie pleegt, met de omgeving en met de preventieve voorzieningen. Het verloop van een brand en de betreffende interventie is weergegeven in het cascademodel (figuur 3.2).
Figuur 3.2: Het cascademodel
17
3.1.3
Het kenmerkenschema
Het kenmerkenschema is belangrijk binnen de risicobeheersing. Met behulp van dit schema is het mogelijk om inzicht te krijgen in de mate van brandveiligheid van een bouwwerk. Deze mate van brandveiligheid is afhankelijk van: 1. Brandkenmerken: het ontstaan, de ontwikkeling en effecten van brand. 2. Gebouwkenmerken: het architectonische, bouwkundige en installatietechnische gebouwontwerp in relatie tot het ontstaan, de ontwikkeling en de effecten van brand en het vluchten bij brand. 3. Menskenmerken: de interactie tussen de omgeving en het gedrag van mensen in deze omgeving. 4. Interventiekenmerken: de interventie bij brand door de respons van de brandweer en een eventuele bhv-organisatie. 5. Omgevingskenmerken: de ligging van het bouwwerk in relatie tot de omgeving. Het kenmerkenschema is ook relevant in relatie tot bluswater, omdat de kenmerken bepalend zijn voor de benodigde hoeveelheid daarvan. De omvang van de brand (brandkenmerk), het type gebouw (gebouwkenmerk), de reactie in combinatie met de mobiliteit van mensen bij een incident (menskenmerk), de wijze waarop de brandweer blust (interventiekenmerk) en de ligging van het gebouw (omgevingskenmerk) zijn alle van invloed op wat als adequate hoeveelheid bluswater kan worden beschouwd.
Vluchtscenario
Brandscenario Mate van brandveiligheid
Menskenmerken
Psychonomie
Brandkenmerken
Gebouwkenmerken Bouw- en installatietechniek
Interventiekenmerken Bedrijfshulpverlening en brandweer
Figuur 3.3: Het kenmerkenschema
Brandfysica
Omgevingskenmerken
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Repressief scenario
18
3.1.4
Het kwadrantenmodel
Het kwadrantenmodel is het model dat de repressief leidinggevende gebruikt om zijn of haar inzettactiek te bepalen. Het is dus vooral een overwegings-/denkmodel, voorafgaand aan een daadwerkelijke inzet. De lijnen tussen de kwadranten bij de brandbestrijding symboliseren de noodzaak tot heroverweging van het inzettactiek (het ‘schakelmoment’). Het kwadrantenmodel is opgezet vanuit twee assen: • buiten tegenover binnen • defensief tegenover offensief
Defensieve buiteninzet
Offensieve buiteninzet
Defensieve binneninzet
Offensieve binneninzet
Figuur 3.4: Het kwadrantenmodel
Koppeling van de modellen en kaders
Het cascademodel biedt in combinatie met de sturingsdriehoek mogelijkheden om gestructureerd keuzes te maken voor een toereikende bluswatervoorziening. Door de sturingsdriehoek 90˚ te kantelen en deze onder het cascademodel te plaatsen, wordt de samenhang tussen deze twee modellen gevisualiseerd. In figuur 3.5 wordt dit weergegeven; deze figuur betreft een voorbeeld.
Pro
Voorwerp
ced
ure
s
Ruimte
Uit in compartiment
Afwijking
Compartiment
Standaard afwijking
Ervaring
Standaard
Verdieping
Buiten compartiment
Uit in verdieping Uit in ruimte Uit in voorwerp
hap
ersc
Leid
Figuur 3.5: Het cascademodel gekoppeld aan de sturingsdriehoek
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
3.2
Bijvoorbeeld bij een offensieve binneninzet is er sprake van een kleinschalige, beginnende brand (in slechts één of twee ruimten) die met één of twee hogedrukstralen (HD) kan worden bestreden, en is er relatief weinig water nodig om de brand te blussen (nadruk op redding van mensen en bestrijding kleine brand). Bij een defensieve buiteninzet zal vele malen meer bluswater worden gebruikt, daar ligt de nadruk namelijk op het voorkomen van uitbreiding. Er kan gezegd worden dat de keuze voor een van de vier kwadranten bepalend is voor de inzettactiek en daarmee voor de benodigde hoeveelheid bluswater. De kwadrantkeuze is er altijd een vanuit het oogpunt van veiligheid en veilig repressief optreden en niet vanuit de beschikbare hoeveelheid water.
19
Zolang een brand beperkt blijft tot een ruimte, kan deze bestreden worden als een standaardsituatie. Als de brand uitgebreid is tot een compartiment, spreken we van de standaardafwijking, die maatgevend is voor de behoefte aan bluswater. Een brand buiten een compartiment is dermate afwijkend dat standaardprocedures en hoeveelheden bluswater niet meer toereikend zijn. Vanuit het perspectief van het kenmerkenschema gaat dit document uit van een brand die volledig ontwikkeld is, binnen de cascade. Wat in de landelijke handreiking onmogelijk bepaald kon worden, waren de interventie- en omgevingskenmerken; die verschillen immers, zoals eerder vermeld, per regio. In dit beleidsdocument zijn de consequenties van de regionale kenmerken verwerkt.
Woningen zijn in heel Nederland hetzelfde wat betreft mens-, bouwwerk- en brandkenmerken. Het verschil in brandbestrijding zit in de interventie- en omgevingskenmerken. Bijvoorbeeld: het verschil tussen een TS-flex of een TS6 (interventiekenmerk), of het verschil tussen een stedelijke of natuurlijke omgeving (omgevingskenmerk).
Dit beleidsdocument richt zich wél op de brand-, bouwwerken menskenmerken en generiek bepaalde interventie- en omgevingskenmerken. De wijze waarop de bluswaterbehoefte wordt onderbouwd, is aan de hand van het cascademodel voor de verschillende maatschappelijke thema’s bepaald.
Uitgangspunten brandveiligheid en incidentbestrijding
Voor het toepassen van de modellen is het noodzakelijk om een aantal generieke uitgangspunten te formuleren. Deze uitgangspunten zijn toegespitst op de VRHM. De lijsten van punten die hieronder in 3.3.1 en 3.3.2 worden genoemd, zijn niet uitputtend.
3.3.1
Uitgangspunten brandveiligheid
• Objecten en bouwwerken worden gebruikt waar zij voor bestemd zijn en voldoen • •
• •
•
•
•
aan geldende wet- en regelgeving. De preventieve voorzieningen die aanwezig zijn in en om het pand functioneren goed. Wanneer voor het bestrijden van een brand de inhoud van de tankautospuit niet voldoende is, is de externe bluswaterbehoefte in de regel 1.000 l/min. In sommige gevallen kan hiervan beargumenteerd afgeweken worden naar het absolute minimum van 500 l/min. De advisering vanuit de veiligheidsregio’s is risicogericht. Dit stelt het bevoegd gezag in staat een afweging te maken of de bestrijding van het risico in verhouding staat tot de maatschappelijke kosten en baten. We gaan ervan uit dat iedere plaats incident ongehinderd bereikbaar is voor de juiste brandweervoertuigen. Wanneer dit niet het geval blijkt te zijn, spreken we van een afwijkend scenario. Een verminderde bereikbaarheid heeft invloed op de incidentbestrijding. Afbrandscenario: het is nooit het doel van de brandweer om een bouwwerk af te laten branden. Soms rest de brandweer echter geen andere keuze dan een object gecontroleerd af te laten branden en te focussen op het beschermen van de omgeving. Als er specifieke bouwwerkgebonden voorzieningen aanwezig zijn of organisatorische maatregelen getroffen zijn (bijvoorbeeld de aanwezigheid van een sprinkler, bhv-organisatie of bedrijfsbrandweer), kan dit invloed hebben op de bluswaterbehoefte.
De panden waarin voorzieningen zijn aangebracht in het kader van het gelijkwaardigheidsbeginsel, kennen geen lagere bluswaterbehoefte.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
3.3
Uit de combinatie van beide modellen wordt duidelijk waar de brandweer zich maximaal op voor kan bereiden. Vervolgens kan het kenmerkenschema worden toegepast. Hieruit valt namelijk het repressieve maatgevend scenario voor de brandweer te bepalen. Dit is noodzakelijk omdat dit in sterke mate de bluswaterbehoefte bepaalt.
20
3.3.2
Uitgangspunten incidentbestrijding
3.4
Uitgangspunten voor de bruikbaarheid van een bluswatervoorziening?
Voor de brandweer speelt een aantal elementen een rol bij het beoordelen of inschatten van een bruikbaar bluswaterconcept. Dit is schematisch weergegeven in onderstaande afbeelding en hieronder verder omschreven.
Bluswaterwinpunt
3.4.1
Opbouwtijd Afstand
Brandweervoertuig
Algemeen
• Bluswater mag niet volledig afhankelijk zijn van paraatheid van mobiele bluswa• • •
terlevering. Een tankautospuit (TS; basiseenheid) blijft de komende 20 jaar het middel bij een eerste inzet. De TS heeft een tank van 2.000 liter, dit conform het huidige BZK-bestek. Toekomstige voertuigen zoals snelle-interventievoertuigen of compacte TSconcepten moeten passen binnen de uitgangspunten van bluswater (2.000 liter en 6 minuten).
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Er wordt uitgegaan van een standaardwijze van optreden met de volgende uitgangspunten: • Voor het redden van slachtoffers is de brandweer over het algemeen niet afhankelijk van extern bluswater. Wanneer bij een brand een redding uitgevoerd moet worden, is het water dat de brandweer in de tank van de tankautospuit bij zich heeft in de regel voldoende. • Er wordt uitgegaan van een standaardmanier van optreden, in principe met de volgende middelen: o Standaard bepakte tankautospuit o Standaardbezetting van 6 mensen o Tank van 2.000 liter voor reguliere tankautospuiten o Standaard waterkanon o Lage druk (LD) en/of hoge druk (HD). • Er wordt uitgegaan van een inzet conform de basisprincipes van brandbestrijding. • Brandweerpersoneel is opgeleid en vakbekwaam conform geldende normen. • Er wordt uitgegaan van ten minste 1 bar intrededruk op de tankautospuit. Daarnaast kennen voertuigen ook een maximumdruk die niet overschreden mag worden. • We gebruiken in het model voor de bluswaterbehoefte de tijdsgroepen 3, 6 en 15 minuten, 30 minuten en 60 minuten. Voorheen zijn deze tijdsgroepen ook wel geordend als primaire, secundaire en tertiaire bluswatervoorziening. We gebruiken nu de termen offensief en defensief bluswater (denken in risicogerichtheid).
• In de modellen wordt uitgegaan van een hoeveelheid bluswater van minimaal 4.000 liter per minuut die binnen 60 minuten voor minimaal 4 uur beschikbaar moet zijn. Dit zijn hoeveelheden die minimaal nodig zijn om een verdere uitbreiding van het incident buiten het perceel te voorkomen. Dit is echter geen garantie; andere factoren zijn ook van invloed en afhankelijk van het risico kan er sprake zijn van een in beginsel onbeperkte bluswaterbehoefte.
21
3.4.2
Bluswaterwinpunt
De bluswaterwinning is te onderscheiden in drie groepen: • Onder druk (er kan rechtstreeks al dan niet met hulpstukken worden aangekoppeld op de bron). Voorbeeld: ondergrondse brandkraan. • Mobiele voorziening. (de waterbehoefte wordt mobiel ter plaatste gebracht). • Open bron (deze bron moet door een pomp of voertuig worden aangezogen om gebruik te kunnen maken van het water). Voorbeeld: open water of geboorde put.
3.4.3
•
•
•
3.4.4
• • • • • •
Uitgangspunten opbouwtijd
De aanvullende bluswatervoorziening moet gereed zijn voordat de tank van het voertuig (TS) leeg is. Uitgangspunt voor een lege tank hiervoor bij een TS is 4 minuten (uitgaande van tankinhoud van 2.000 liter bij de huidige richtlijn). Hierbij tellen we 2 minuten op (1 minuut voor gereedmaken en 1 voor verkennen). Dit geeft een totale tijd voor opbouw van 6 minuten bij een afname van 500 liter offensief. (Mobiele buffers) tankwagens zien we in een kleinere omvang dan andere regio’s. Gelet op regionale karakteristieken zijn we uitgegaan van een grootte tussen de 7.000 en 10.000 liter; bij 15.000 liter zijn de massa en omvang te groot voor een prio 1-voertuig.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
•
Afname brandweervoertuig
De afname van een brandweervoertuig is als volgt opgebouwd: o 500 liter > 1TS > 1 straal > LD 500 l/min o 1.000 liter > 2TS > 2 x 1 straal > elk 500 l/min o 1.250 liter > 2TS > 2 stralen LD van elk 500 l/min en 2 x HD 125 l/min. (oude voertuigen) o 1.200 liter > 2TS > 2 stralen LD van elk 500 l/min en 1 x HD 200 l/min Voor een succesvolle brandbestrijding zijn de volgende zaken cruciaal: o Zo snel mogelijk inzetten om verder escalatie en brandontwikkeling te voorkomen. o Voor een effectieve bestrijding zal een blusactie onafgebroken moeten worden voortgezet. Gelet op de huidige snelheid van brandontwikkeling zal een onderbreking tot gevolg hebben dat de brand zich weer kan ontwikkelen tot de grootte bij aanvang van de eerste bluspoging (of groter). Het punt van afname (lees: tankautospuit) is niet vooraf te bepalen. Het voertuig wordt geplaatst door de bevelvoerder van de tankautospuit op basis van het incident. Hierbij hanteren we de uitgangspunten conform geldende nationale regelgeving dat elke object tussen de 10 en 40 meter benaderbaar moet zijn voor een voertuig. De brandweer drukt bluswaterdebieten doorgaans uit in liters per minuut (l/min). Andere organisaties rekenen in het aantal kubieke meters per uur (m3/uur). In bijlage II is een omrekentabel opgenomen.
22
3.4.5
•
• • •
Uitgangspunten afstand
Bij een bron onder druk is gelet op de uit te voeren werkzaamheden en de daarvoor beschikbare tijd alsmede drukverlies een maximale afstand van 100 meter vanaf het voertuig haalbaar. Hierbij is rekening gehouden met opbouw en vultijd. Dit is meer dan een verdubbeling van de voorheen geldende afstand. Hiermee behalen we de tijd van 6 minuten. Afstanden vanaf de brandkraan (bronnen onder druk) groter dan 100 meter naar het voertuig TS zijn voor de brandweer niet werkbaar. Vanwege drukverlies zal de bron onder druk 1 bar bij de pomp van de TS moeten leveren. Op basis van de geldende vuistregels betekent dit dat een bron onder druk minimaal 1,5 tot 2 bar moet leveren om bruikbaar te zijn. De maximale afstand van een bron die moet worden aangezogen (vanaf bron en daarbij behorende pomp) tot locatie van het incident en TS bedraagt 400 meter. Hiervoor wordt gebruikgemaakt van het gestapeld concept WTS500. Hierbij is het uitgangspunt dat een eerste TS altijd aflegt van een brandkraan, en de WTS500 water levert aan een tweede voertuig (maatgevend scenario). De maximale afstand van 400 meter (of 900 meter bij WTS1000) wordt gehanteerd om zo marge te houden. Bijvoorbeeld bij een kapotte slang en het aanhouden van één zijde van de weg (buitenbochten) om het wegdek vrij te houden voor hulpdiensten.
Voor Hollands Midden vertaalt zich dat naar de bronnen zoals hieronder weergegeven in de tabel. Omschrijving
Offensief
Bron onder druk (levert zelf water). 500 l/min of 1.000 l/min. Druk minimaal 1,5 bar. Afstand maximaal 100m. Direct beschikbaar voor gebruik. Minimaal 30 min water.
Defensief
Bron onder druk, of bv. open water. Maximaal 400 of 900 meter afstand. Bruikbaar voor WTS en (mini-)DPU. Binnen 15-30 minuten opgebouwd en levert water op incidentlocatie. Levering afgestemd op defensieve bluswaterbehoefte per generiek scenario.
Tabel 3.2
3.4.6
Uitgangspunten brandkraan
Tot 2016 was de standaardadvisering dat een brandkraan op een afstand van maximaal 40 meter van de toegang van een bouwwerk ligt. Een van de resultaten uit de ontwerpfase van het project Gezamenlijk realiseren toekomstbestendige bluswatervoorziening is dat in Hollands Midden de afstand van de brandkraan tot een object tot op 100 meter kan komen te liggen (theoretisch betekent dit bij een bebouwing in één lijn dat de brandkraan maximaal om de 200 meter komt te liggen). Sinds 2016 wordt op deze wijze geadviseerd. Maar er dient ook rekening te worden gehouden met maatwerk voor specifieke zaken. Dit sluit aan op de landelijke handreiking.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Naam
23
Overzicht van de afstanden tot brandkranen binnen de VRHM:
Gebouwtypes/gebruiksfuncties Woningen (tot 20 m hoogte) Voor 1945 1945-2003 Vanaf 2003 Portiek voor 2003
Offensieve Bluswaterbehoefte (in l/min)
Tijd (bluswater op pomp) (in min)
Afstand brandkraan tot toegang object (in m)
1.000 1.000 500 1.000
6 6 6 3
100 100 100 50
1.500
3
50
maatwerk
maatwerk
maatwerk
Utiliteitsbouw Zelfredzaam Kantoorfunctie Onderwijsfunctie > 12 jaar Bijeenkomstfunctie algemeen Gezondheidszorgfunctie zonder bedgebied Winkelfunctie < 1.000 m² Industrie/winkelfunctie ≥ 1.000 m² Sportfunctie < 1.000 m² Sportfunctie ≥ 1.000 m² Parkeergarages
1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 1.000 maatwerk
6 6 6 6 6 6 6 6 maatwerk
100 100 100 100 100 100 100 100 maatwerk
1.000 1.000 1.000 1.000 500
3 6 3 6 3
50 100 50 100 50
maatwerk
maatwerk
maatwerk
Verminderd zelfredzaam Logiesfunctie Onderwijsfunctie < 12 jaar Bijeenkomstfunctie kdv/peuterspeelzaal Gezondheidsfunctie met bedgebied Celfunctie Overige gebruiksfuncties
Voor vijf gebouwtypes/gebruiksfuncties wordt de afwijkende afstand van 50 meter gehanteerd, vanwege het feit dat bij die objecten binnen drie minuten water wordt verwacht in de pomp van de TS. Voor drie andere types/functies wordt maatwerk verwacht, ofwel een risicogerichte afweging om de afstand van de brandkraan te bepalen.
3.4.7
Uitgangspunten geboorde putten
3.4.7.1 Geboorde put met bronpomp Een geboorde put met bronpomp kan enkel worden geëist als alle andere voorzieningen niet haalbaar zijn. Ondanks dat dit een goed alternatief is, kleven hier te veel nadelen aan (vakbekwaamheid noodzakelijk; bedrijfszekerheid enkel geborgd door onderhoud; kan soms droog komen te staan; hoge kosten in aanleg en afschrijving; meer onderhoud noodzakelijk; grote kans op falen bij stroomuitval). Gelet op het bovenstaande zal Hollands Midden geen geboorde put zonder bronpomp adviseren of voorschrijven. Een geboorde put met bronpomp moet binnen 6 minuten op druk water kunnen leveren.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Hoogbouw 20-70 m (inclusief lagere gebouwen met een inzetdiepte groter dan 60 m) Boven de 70 m
24
3.4.7.2 Geboorde put zonder bronpomp Een open of gesloten geboorde put (of bluswaterriool) voor offensief bluswater is geen gelijkwaardig alternatief voor een bron onder druk om de 200 meter (brandkraan). De geboorde put bepaalt namelijk de opstelplaats van de TS, wat voor een offensieve inzet niet de bedoeling is. Ook als defensieve bron (minimaal 2.000 l/min en meer) zien we, gelet op de beperkte capaciteit, een open of gesloten geboorde put niet als een geschikte bron, zeker niet voor de WTS500, omdat deze niet aangesloten kan worden op een geboorde put. In een uitzonderlijk situatie en het niet beschikbaar zijn van andere alternatieven, is een open/gesloten geboorde put (bluswaterriool) een laatste beperkte optie als bron voor offensief bluswater. Voorbeelden zijn private terreinen, ADR-parkeerplaatsen en zeer risicovolle bedrijven (PGS-opslagen). Maar daarvoor dient een zeer goede en verantwoorde afweging en onderbouwing te worden gemaakt. Daarbij dient ook afstemming te zijn met de sector Brandweerzorg.
Bij het toepassen van een geboorde put dient rekening te worden gehouden met: • Onderlinge afstand maximaal 100 meter • Goed vindbaar in de straat of het plantsoen (zo nodig met fysieke aanduiding) • Aanrijdbeveiliging bij bovengrondse onderdelen • Veilige opstelplaats voor de TS ten opzichte van de risicobron • Voldoen aan de gevraagde of vereiste capaciteit • Onderhoud laten plaats vinden volgens de NEN-norm • Vermelden in de DBK
3.4.8
Uitgangspunten defensief bluswater
De afstand tussen een bouwwerk en het defensieve bluswater mag niet meer dan 400 meter bedragen (over de weg gemeten). De WTS500 kan hiervoor worden ingezet. Als defensief bluswater wordt waterwinning vanuit open water (sloten, kanalen, meren en dergelijke) gezien.
Bluswatervoorziening en bereikbaarheid Veiligheidsregio Hollands Midden
Indien een geboorde put ook geen optie is, is een allerlaatst alternatief de WTS500 (met watertank van 10.000 liter), die vanaf open water bluswater kan verzorgen. De afstand is dan wel maatgevend. Dit alternatief dient als maatwerk te worden uitgevoerd. Zie hiervoor ook het eerste uitgangspunt zoals genoemd onder paragraaf 3.4.1.
25
Hoofdstuk 4 - Bluswater aan de hand
van zeven thema’s 1. Natuurlijke omgeving (paragraaf 4.1) 2. Gebouwde omgeving (paragraaf 4.2) 3. Technologische omgeving (paragraaf 4.3) 4. Vitale infrastructuur en voorzieningen (paragraaf 4.4) 5. Verkeer en vervoer (paragraaf 4.5) 6. Gezondheid (paragraaf 4.6) 7. Sociaal-maatschappelijke omgeving (paragraaf 4.7) Deze thema’s worden gebruikt voor het opstellen van het regionale risicoprofiel van de veiligheidsregio’s, hetgeen voor iedere veiligheidsregio wettelijk verplicht is. Door de bluswaterbehoefte te beschrijven aan de hand van de zeven maatschappelijke thema’s, wordt het volledige scala aan incidenten gedekt, zodat ook de minder voor de hand liggende scenario’s belicht worden. De thema’s hebben een multidisciplinaire insteek, maar kunnen ook monodisciplinair gebruikt worden om de bluswaterbehoefte in beeld te brengen. Dit zorgt voor een bredere scope en faciliteert het risicogericht denken en adviseren bij gemeenten en ook binnen de veiligheidsregio. Risicogericht adviseren Voor die situaties waarbij een brand niet bestreden kan worden met alleen het water in de tank van de eerste eenheid (of eenheden) en er dus aanvullend water nodig is, biedt dit beleidsdocument richtlijnen. Er zijn namelijk twee beïnvloedbare factoren waar de adviseur rekening mee kan houden.
Dat is enerzijds debiet (de hoeveelheid water) en anderzijds tijd (de snelheid waarmee het water beschikbaar is). De factoren debiet en tijd beïnvloeden elkaar als volgt: als er een langere tijd wordt gesteld voordat extern water beschikbaar moet zijn, is het denkbaar dat de brand zich verder kan ontwikkelen. Daardoor is een hoger debiet nodig voor de brandbestrijding dan het referentiedebiet in het model. Andersom geldt dit ook. Bij eerder beschikbaar debiet wordt de ontwikkeling geremd en kan er mogelijk met minder debiet worden volstaan. Gezien de (maatschappelijke) kosten en eventuele onmogelijkheden die dit met zich meebrengt, kan/zal de adviseur van de regio daarom maatwerk toepassen. Bij de beschrijving van elk maatschappelijk thema is een cascade opgenomen met een relevant (mogelijk) verloop van de ontwikkeling van een brand. Telkens staat onder de cascade een tabel waarin staat weergegeven wat de bluswaterbehoefte is bij elk stadium van het brandverloop (dit is dus niet cumulatief).